RSSXML                  Fibronot op de smartphone en op de iPad

zoeken op fibronot.nl

 

DOSSIER BIOSHAPE

De activiteiten van BioShape Tanzania Ltd. Deel 3

De Bioshape Benefits Foundation

Ook de BioShape Benefits Foundation voelde in 2009 dat de geldstroom vanuit de moedermaatschappij aan het opdrogen was. De BBF moest nu zelfs benefietconcerten in Brabant organiseren om nog wat geld op te halen, zoals het laatste benefietconcert in december 2009, dat € 22.000 opbracht. Met een opbrengst van een dergelijk concert in april 2009 erbij gerekend is er ruim € 43.000 opgehaald. Geld dat bedoeld zou zijn voor de bouw van enkele projecten in Tanzania. Echter, de laatste weken van maart 2010 duiken er berichten uit Tanzania op dat dit geld er niet is en de voorgenomen bouw van een weeshuis ook maar niet wil beginnen.

Gebleken is dat een sponsor die de kosten van een benefietconcert in april 2009 voor zijn rekening zou nemen, in het voorjaar van 2009 failliet is gegaan. Dit was ook al zo'n luchtfietser die de wereld wilde veroveren met goedkope textiel uit Azië en visioenen zag van omzetten van honderden miljoenen Euro's per jaar.
Om de kosten te kunnen dekken werd op het internet een oproep gedaan om dan vooral geld op de rekening van de Bioshape Benefits Foundation te storten....maar de opbrengst van de benefietconcerten van   € 43.000 is medio januari 2011 nog steeds niet besteed in Tanzania.

Er bestaat in Tanzania, in het licht van het faillissement van de moedermaatschappij, de BioShape Holding B.V. gezien, een toenemende zorg of het ingezamelde geld van beide benefietconcerten wel gebruikt gaat worden voor het doel waarvoor het is ingezameld. Bewoners in de dorpjes worden eind 2008 (!) lekker gemaakt met plannen voor allerlei bouwprojecten die nog steeds niet begonnen zijn. Inmiddels voltrekt zich in veel dorpjes in het district Kilwa een humanitaire ramp maar de directrice van de BBF en de vrijwillige verpleegsters uit Limburg schitteren door afwezigheid.
De website van de BBF ligt sinds medio 2009 ook stil. De spannende verhalen van de directrice van de BBF worden gemist, zoals de ontmoetingen met de vrouw van de president die zelfs haar privé telefoonnummer aan de directrice van de BBF geeft onder het motto 'please call me when you need me', de ontmoetingen met een keur van hoogwaardigheidsbekleders, artsen, burgemeesters, dorpshoofden en andere medicijnmannen, we moeten het allemaal missen. Opvallend, deze aandacht voor de hogere elite. Voor leden van het Mpingo Preservation Project werd namelijk geen tijd vrijgemaakt....
Wat nog wel op de website van de BBF vermeld werd was een grote brand in het kantoor van BioShape Tz. op 6 november 2008 waarbij een groot deel van de administratie in het ongerede raakte........

In Tanzania bestaat zo langzamerhand de indruk dat de BioShape Benefits Foundation als kruiwagen heeft gefungeerd om deuren te openen voor de moedermaatschappij BioShape Tanzania Ltd. , waarbij de autoriteiten een oogje dicht knepen of de andere kant op keken.
De nadruk werd opvallend op ontmoetingen met zogenaamde belangrijke personen gelegd. Lieden die maar al te graag wilden profiteren van de rijke jatropha oom uit Nederland. Uit e-mails uit Tanzania die in het bezit zijn van de redactie van Fibronot blijkt dat er door de Bioshape Benefits Foundation links en rechts beloftes zijn gedaan die niet worden nagekomen. Er is ontegenzeggelijk wat gebouwd en hulp verleend, maar projecten die op de website van de BBF en elders op het internet worden genoemd verkeren in een stadium waarvan niemand weet hoe het afloopt.

Een stichting als de Bioshape Benefits Foundation hoeft geen jaarlijks overzicht van de financiële handel en wandel te publiceren. Sponsors en mensen die geld bijeen brengen of op de rekening van de BBF storten hebben geen enkel inzicht wat er met hun geld gebeurt. Er vindt geen enkele externe controle van de bestede middelen plaats. Er vindt geen enkele externe controle plaats of de gestelde doelen wel gerealiseerd zijn. Bij openbare publicatie kan iedereen er tenminste nog kennis van nemen waaraan de giften worden besteed.
Er moet dus een wet komen die dit gaat regelen.
De redactie van Fibronot stelt dan ook voor dat stichtingen zoals de Bioshape Benefits Foundation, die geld inzamelen voor goede doelen, een wettelijke verplichting krijgen om elk jaar een jaarverslag te maken met een uitvoerige financiële verantwoording. Verder moet een onafhankelijk bestuur toezien op de dagelijkse gang van zaken binnen het bedrijf, dus geen vriendje van de directrice als penningmeester die tevens directeur is van de grootste sponsor. Waarschijnlijk weet de beste man niet eens wat er zich werkelijk in Tanzania heeft afgespeeld. Deze inmiddels ex penningmeester van de BBF was tevens directievoorzitter van de Zorggroep Noord Limburg, de grootste sponsor van de BBF en is sinds 1 december 2010 met vervroegd pensioen. Sinds die tijd zijn ook alle verwijzingen naar de BioShape Benefits Foundation van de website van de Zorggroep verwijderd en lijken alle contacten verbroken.


Er is een Nederland gezegde: de gelegenheid maakt de dief.
Het is op deze website al eerder gezegd, in een land als Tanzania, waar corruptie meer gewoonte dan uitzondering is, waar het de gewoonste zaak van de wereld is om ambtenaren met smeergeld en/of steekpenningen om te kopen, worden liefdadigheidsinstellingen die geen openbare verantwoording afleggen, inmiddels met argusogen bekeken.



Grote internationale organisaties hebben kritiek op de handelswijze van Bioshape Tanzania

Maar ook lokale organisaties en instellingen plaatsen grote vraagtekens bij het werk van Bioshape Tanzania Ltd..

In het schema hieronder is het netwerk van de Biobrandstof bedrijven in Tanzania te zien met al z'n vertakkingen. Het is een situatieschets van november 2008 en afkomstig uit een scriptie van Roks en van Vlimmeren, 2009.

Bionetwerk
(klik om te vergroten)

In de tabel hieronder die het WWF maakte, staan diverse bedrijven genoemd die in Tanzania bezig zijn met de productie van biobrandstoffen. Let op de tweede regel in de tabel: Er wordt getwijfeld aan de integriteit van de EIA die BioShape heeft ingediend.


Biofuel investments in Tanzania
(klik om te vergroten)

Envirocare

Een vooraanstaand milieudeskundige in Tanzania, Dr. Abdallah Ramadhani Mkindi en werkzaam bij de Non Gouvermentele Organisatie Envirocare, zegt dat er ruim 650.000 hectare grond door 16 bedrijven zoals BioShape Tanzania Ltd. wordt gereserveerd, gekaapt of gewoon van de oorspronkelijke eigenaren wordt afgepakt, terwijl er nog eens een hele rij investeerders op de loer liggen om nog eens 3 miljoen hectare grond te 'kopen'.
Een groot bezwaar van Dr. Mkindi is dat deze bedrijven de volledige oogst van jatropha noten exporteren terwijl die eigenlijk voor de lokale bevolking zou moeten zijn om aan de grote vraag naar energie te voldoen. Het exporteren van de kant en klare jatrophaolie is nadelig want de olie verzuurt snel.

Dr. Mkindi zegt dat de jatropha hype en de haastige introductie van de jatrophaplant heeft geresulteerd in grote prijsstijgingen voor bouwland dat nu door zowel lokale als internationale speculanten, in snel tempo wordt gekocht.
Omdat veel grond dat oorspronkelijk voor de teelt van landbouwgewassen zoals suikerriet en mais werd gebruikt, nu voor de jatrophaplant wordt gebruikt, stijgen de prijzen van voedsel sterk maar zakt het inkomen van de landarbeiders. Zo maakte de Daily News Tanzania op 23 januari 2010 bekend dat de prijzen voor suiker sterk zijn gestegen en dat Tanzania op korte termijn ruim 80.000 ton suiker moet importeren om aan de grote vraag naar suiker te kunnen voldoen. En dan te bedenken dat Tanzania tot voor kort een grote exporteur van suiker was.
Dr. Mkindi zegt dat BioShape Tanzania op zoek is naar 81.000 hectare grond en medio december 2009 voor bijna 35.000 hectare heeft betaald aan de Districtsraad in Kilwa. BioShape Tanzania koopt volgens Dr. Mkindi éénderde van de totale oppervlakte van het district Kilwa en zou de grond voor een periode van 50 jaar mogen leasen.

Dit kan natuurlijk nooit lang goed gaan. De bevolking zal bij de aanhoudende prijsstijgingen van de eerste levensbehoeften maatregelen van de regering eisen. Het is toch van de gekke dat er in Tanzania ruim 600.000 hectare jatropha in aanplant is op grondgebied dat voor een groot deel voor de teelt van voedselgewassen werd gebruikt, en dat de jatropha noten vervolgens voor het grootste deel naar het buitenland verdwijnen, terwijl de bevolking nu te kampen heeft met een ernstig tekort aan voedsel met scherpe prijsstijgingen als gevolg en ook nog eens dure olie moet importeren.


Ook een hapje?
Oma kan haar 4 kleinkinderen maar twee maal per dag een maaltijd geven.
Maar waar zijn de ouders dan? Niemand die het weet.


20 km lopen voor wat brandhout
12 km lopen voor wat brandhout

De president van Tanzania heeft enkele maanden geleden een belofte gedaan: A better life for every Tanzanian.
Als hij nu begint met het verbieden van uitbuiten van de bevolking, het vernietigen van de plaatselijke tropische bossen en het door middel van fraude en corruptie afpakken van Village Land door biobrandstof bedrijven als BioShape en die bedrijven het land uit schopt, dan wordt zijn belofte misschien nog eens vervuld.


Niza en ActionAid

Twee organisaties die zich inzetten voor Afrikaanse landen, Niza en ActionAid International, hebben op 15 februari 2010 een rapport gepubliceerd met als onderwerp Biobrandstof leidt tot honger.
Lees het persbericht hier.
Het rapport, Meals per Gallon, de impact van de industriële biobrandstoffen op mensen en honger in de wereld, is hier te downloaden.


Vragen in het Parlement van Tanzania

Volgens een advocaat en beleidsmaker bij de overheid in Kilwa en tevens parlementslid in het Nationale Parlement voor het District Kilwa, Mr. Hasnain Dewji, is het contract dat BioShape Tanzania met dorpshoofden heeft gesloten erg duister en heeft hij gewaarschuwd dat diverse stukken bouwland die nu aan BioShape Tanzania zijn verkocht van oorsprong gebruikt werden voor de productie van voedsel.
"We zouden multinationals niet toe moeten staan om direct contracten af te sluiten met dorpsbewoners of dorpshoofden zonder de autoriteiten erbij te betrekken," zegt Hasnain Dewji.
Mr. Hasnain Dewji heeft ook in het Nationale Parlement vragen gesteld over de gang van zaken rondom Bioshape.

Zelfs de New York Times besteedt in oktober 2009 in twee artikelen aandacht aan de jatropha hype in Tanzania. Op 8 oktober schrijft de NYTimes: De Afrikaanse jatropha hype doet vragen rijzen, en op 14 oktober 2009 staat er in de NYTimes een stuk getiteld: Tanzania schort investeringen in biobrandstoffen op.


De Wereld Bank

Volgens een destijds vertrouwelijk rapport van de World Bank is de wereldwijde druk om energieplanten te kweken verantwoordelijk voor 75% van de stijging van de wereldvoedsel prijzen. Volgens de president van de World Bank is het duidelijk dat er actie moet worden ondernomen. "We zijn hier niet getuige van een natuurramp zoals een tsunami of een zware orkaan, het is een door de mens veroorzaakte catastrophe die als zodanig door de mens zelf moet worden opgelost." Volgens het rapport van de World Bank, dat indertijd naar de Engelse krant The Guardian is uitgelekt en daarmee niet meer vertrouwelijk was, heeft de World Bank een pasklare oplossing voor het probleem: Stop met het maken van biobrandstof.
De roep om biobrandstof werd echter versterkt nadat de EU had besloten om het aandeel van biobrandstoffen in het vervoer in 2020 te laten stijgen naar 10%. Ook lokale acties, zoals in Apeldoorn, waar besloten is dat het dorp in 2020 energieneutraal moet zijn, zorgen voor een onaanvaardbare druk op producenten van biobrandstoffen om tenkoste van alles maar te blijven produceren.

Het Planbureau van de Leefomgeving

Het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving heeft in een rapport stevige kritiek geuit op het biobrandstof beleid van de EU: Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels.

Het rapport analyseert de effecten van het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn voor hernieuwbare energie. Hierbij wordt alleen ingegaan op het doel voor de transportsector, wat neerkomt op 10% hernieuwbare energie in 2020 ten opzichte van de totale energievraag. Zoals het doel is geformuleerd, zal dit bijna volledig moeten worden gehaald door biobrandstoffen.

De Europese Commissie stelt duurzaamheidscriteria voor waaraan de biobrandstoffen moeten voldoen als ze willen meetellen bij het 10%-doel. Deze criteria gelden voor de broeikasgasbalans en het tegengaan van ongewenste landgebruiksveranderingen en verlies van biodiversiteit. Andere effecten van biobrandstoffen, zoals hogere voedselprijzen, zijn niet in criteria vertaald.

Het doel van de Europese Commissie kan alleen worden gehaald door ook buiten de Europese Unie biobrandstoffen te telen. Hiervoor zal ook extra landbouwland nodig zijn. Het is onzeker of deze landconversies buiten de EU kunnen worden gedaan zonder extra broeikasgasemissies. Daarnaast is verlies van biodiversiteit onvermijdelijk op de korte termijn. De criteria van de Europese Commissie zijn onvoldoende om deze effecten mondiaal tegen te gaan.

Omdat het onzeker is of alle zogenaamde tweedegeneratiebiobrandstoffen betere resultaten zullen opleveren, is de vraag gerechtvaardigd of het voorgestelde doel van de Europese Commissie voor 2020 gehandhaafd moet worden. Aangezien er alternatieven voor de transportsector op de lange termijn aanwezig kunnen zijn, zou de Europese Commissie kunnen inzetten op stimulering van deze verschillende alternatieven. Het huidge voorstel doet dit in onvoldoende mate door de gekozen doelstelling.
(Bron: Rapport Planbureau voor de Leefomgeving)

Op 10 juni 2010 heeft de EU echter bekend gemaakt dat Europa geen biodiesel meer wil importeren die gemaakt is uit grondstoffen die gekweekt worden in tropische bossen of pas ontboste gebieden, gedraineerd veenland of gebieden met veel plant- en diersoorten.

De voormalige directeur van het wetenschappelijke bureau dat de Engelse regering van advies dient, Dr. David King verwoordde het op deze manier: "Alles wat we doen om deze biobrandstofindustrie te subsidiëren is in feite dat we de hogere voedselprijzen subsidiëren, terwijl we niets doen om de klimaatverandering aan te pakken."
Het Engelse Oxfam, in Nederland niet onbekend, heeft in een rapport, Another Inconvenient Truth, geschreven dat de kweek van grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen meer dan 30 miljoen mensen in ontwikkelingslanden in de armoede hebben gedreven en de wereldvoedsel prijzen onaanvaardbaar hebben doen stijgen.
Oxfam heeft ook een rapport over de situatie met de biobrandstoffen in Tanzania geschreven, Oxfam-Agrifuels-Tanzania.


Manipuleert de EU het biobrandstofonderzoek?

ClientEarth, een organisatie van advocaten die zich inzet voor het milieu en milieuorganisaties Transport & Environment, European Environmental Bureau en BirdLife International dagen de Europese Commissie voor het Europees Hof van Justitie in Luxemburg wegens het systematisch achterhouden van studies die de schadelijkheid van biobrandstoffen aantonen.

Ook klachten vanuit de Tanzaniaanse overheid zelf

Niet alleen het Wereld Natuur Fonds, de IMFLEG, de Wereldbank, Oxfam, legio Niet Gouvernementele Organisaties, tientallen natuur- en milieu organisaties, zowel nationaal als internationaal, hebben zware kritiek geuit op de wijze waarop BioShape in Tanzania aan roofbouw doet.
Zelfs de ministeries in Dar es Salaam gaan zich met BioShape bemoeien.

Het ministerie van Energie en Mineralen in Tanzania heeft recent een rapport gemaakt over de biobrandstof industrie in het land. BioShape krijgt in het rapport een veeg uit de pan. Onderstaande foto uit het rapport spreekt boekdelen:

Voorbeeld van niet gereglementeerde ontwikkeling van biobrandstoffen, de aanpak moet opnieuw worden gecontrolleerd.


Ministerie van Energie over BioShape
(Klik om te vergroten)

Op de linker foto is een typisch dispersie gebied te zien waar elders op deze website over
wordt gesproken. In een dispersie gebied trekken jonge roofdieren zich terug
als ze ongeveer een jaar na de geboorte door hun ouders worden verstoten om in het vervolg zelfstandig op eigen pootjes te staan. Een dispersiegebied is dus van groot belang voor het voortbestaan van de wildstand.
De directie van BioShape noemt dit echter degraded Miombo Woodlands en die mag je kennelijk
ongegeneerd met de grootste Caterpillar bulldozers die er zijn, omploegen.
Wat niet gebruikt kan worden wordt verbrand, zoals op de rechter foto achteraan rechts te zien is aan de rook.

Het commentaar van het ministerie van Energie en Mineralen is niet misselijk en des te opvallender omdat BioShape schermt met allerlei verleende overheidsvergunningen. Het is toch vreemd dat de ene overheidsinstantie zegt, ga je gang maar, hier is je gestempelde toestemming, terwijl de andere overheidsinstantie BioShape als voorbeeld neemt en zegt dat het bedrijf niet volgens de regels werkt en dat de aanpak opnieuw moet worden gecontroleerd.
Het controleren van de aanpak heeft niet meer plaatsgevonden, want de grootste investeerder, Eneco, nam op tijd de juiste beslissing....


NGO Tanzania Natural Resources Forum

Het Institute for Povertry, Land and Agrarian Studies, PLAAS, in Zuid Afrika, heeft in het voorjaar van 2010 een rapport gemaakt, Scramble for land in Tanzania, waarin door de Niet Gouvernementele Organisatie, het Tanzania National Resources Forum, TNRF, ongezouten kritiek op BioShape wordt geuit.
Zo beloven bedrijven als BioShape met veel tamtam dat ze de bossen zullen behouden, maar in de praktijk blijkt deze belofte niets waard.
Over BioShape wordt terecht de vraag gesteld of de massale kap van tropische bossen misschien wel het primaire doel in het gebied was.
Onderstaande afbeeldingen uit het rapport laten aan duidelijkheid niets te wensen over.


TNRF Report
De redactie van Fibronot.nl heeft met eigen ogen gezien dat er van herplant in het gebied
geen sprake is. Alles wordt gewetenloos gekapt en afval wordt gewoon verbrand met de
nodige luchtvervuiling als gevolg of in de hakselaar fijn gemaakt.
(Klik om te vergroten)


Was timber harvesting its primary goal in the area?
TNRF Report
Opmerkelijk is dat het TNRF zich ook afvraagt of de houtkap door BioShape wellicht het
hoofddoel van het bedrijf was. Op Fibronot.nl werd die vraag al in januari 2010 gesteld.
De in de afbeelding genoemde hoeveelheid hout die gekapt gaat worden komt overeen
met eerdere schattingen van het Wereld Natuur Fonds en staat in geen enkele verhouding
tot de doelstelling van het kweken van jatropha.
(Klik om te vergroten)


De Environmental Impact Assessment ( EIA) van BioShape

Het Wereld Natuur Fonds, WWF, heeft een analyse gemaakt over de biobrandstof industrie in Tanzania. Daarin staat onder andere het volgende over BioShape Tanzania geschreven:
BioShape heeft een Environmental Impact Assessment ( EIA) gemaakt en heeft daarna een vergunning van de National Environmental Management Council (NEMC) gekregen. Een EIA is ongeveer te vergelijken met een MER, een Milieu Effect Rapportage in Nederland. Er kleven echter nogal wat onduidelijkheden aan deze EIA heeft de WWF ontdekt, zie onder.

Er is echter nog een instantie die ter plaatse onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de EIA die BioShape heeft ingediend. Dat is de Independent Monitor of Forest Law Enforcement and Governance in Tanzania. Onderzoekers van deze club zijn in samenwerking met leden van de Forest and Beekeeping Division (FBD) daadwerkelijk op de plaatsen wezen kijken waar consessies zijn verleend aan BioShape. Zo is tussen 7 en 11 maart 2009 een bezoek gebracht aan het District Kilwa met op 11 maart 2009 een bezoek aan de BioShape plantages en zaagmolen in Mavuji. Het IMFLEG heeft op basis van dit live veldonderzoek en na gesprekken met regeringsfunctionarissen in Kilwa een rapport opgesteld. In het rapport staan nogal wat misstanden vermeld. Het IMFLEG heeft deze misstanden bij de regering aangekaart en aanbevelingen gedaan om in de toekomst deze misstanden te voorkomen.

Behalve het WWF heeft ook de IMFLEG de nodige kritiek op de door BioShape gemaakte EIA.
De kritiek behelst vooral de auteurs die de EIA zouden hebben geschreven. Want wat is het geval?
BioShape heeft een EIA (MER) laten maken door een private onderneming, de Environmental Management Consultants (EMAC).

Het meest zorgwekkende feit betreft tenminste één van de auteurs die op de EIA wordt genoemd, Dr. C.J. Kayombo. Hij is botanicus bij het Nationaal Herbarium in Tanzania. Deze internationaal erkende botanicus  heeft in geen enkel opzicht zijn medewerking aan de EIA verleend en heeft er geen woord  in geschreven. Hij was zelfs hoogst verbaasd dat zijn naam op de EIA werd genoemd.

De andere twee auteurs waren Prof. O.M. Ndosi en Dr. J. Mushy.
Volgens de Forest and Beekeeping Division (FBD) hebben zelfs twee van de drie auteurs niets aan de EIA bijgedragen.

Bij het zien van de namen van gerespecteerde wetenschappers heeft de NEMC wellicht gedacht dat het met deze EIA wel goed zat en heeft aan BioShape in feite ten onrechte een vergunning verstrekt.
De NEMC kreeg van regerings autoriteiten het advies om aanvullend onderzoek bij BioShape Tanzania te doen over de juridische geldigheid van de verstrekte vergunningen, inclusief een onderzoek naar mogelijke fraude bij het aanvragen en verlenen van de vergunningen.

Ook kreeg de instantie die de EIA voor BioShape had verzorgd, de Environmental Management Consultants (EMAC) in de noord Tanzaniaanse plaats Moshi een veeg uit de pan. Het betreft hier een oordeel over de gebieden van met Neumateule/Namatimbili regenwoud die door BioShape worden gebruikt om tropisch hardhout te kappen voor het plaats maken van de jatropha plantages.
Het best ontwikkelde oerwoud ligt in het noordelijke deel langs de plateau randen en in het zuiden langs een riviertje. Deze delen worden ongetwijfeld door BioShape gekapt.
De EMAC had ten tijde van het maken van de EIA voor BioShape moeten weten welk belangrijk natuurgebied werd opgeofferd ten behoeve van de werkzaamheden door BioShape.
In december 2005 was er namelijk een uitgebreid rapport verschenen over de ornitologie in het gebied en in juli 2006 werd door Erik Prins en G. Philip Clarke een uitgebreide studie beschreven over de vegatatie in het gebied. Zie hier het complete rapport.

Lees hier aan welke eisen een EIA in Tanzania moet voldoen.

Kennelijk rook BioShape onraad, want na het publiceren van de EIA moest er heel snel een zogenaamde 'Strategic Impact Assessment' geregeld worden door het bedrijf AIDEnvironment in Amsterdam. Een consultant van AIDEnvironment heeft voor het opstellen van deze SIA Tanzania bezocht.
Het Wereld Natuur Fonds heeft bij AIDEnvironment om inzage in deze SIA gevraagd, maar kreeg geen toestemming omdat er vertrouwelijke informatie in zou staan.
AIDEnvironment kwam later met een verklaring dat dit geen Environmental Impact Assessment (EIA) was maar een Strategic Impact Assessment (SIA) en op grond daarvan buiten de eis tot openbaarmaking volgens EU richtlijn 2003/35/EC8 viel.
Je kunt vragen stellen bij de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van deze SIA, immers zowel een bestuurslid van AIDEnvironment, als een commissaris van de BioShape Holding B.V., hebben een commissariaat bij verschillende onderdelen van de Triodos Bank. Een link is zo gelegd...
Het bestuurslid van AIDEnvironment is ook nog bestuurslid bij Oxfam, dat notabene vernietigende kritiek heeft geschreven over de aantasting van tropische oerwouden in Tanzania door de biofuelindustrie.

Nog een reden om aan de onpartijdigheid van deze BioShape SIA te twijfelen is het feit dat AIDEnvironment, net als Oxfam, ook verschillende rapporten heeft geschreven waarin staat dat de beschermde gebieden in Oost Afrika door de komst van biobrandstofbedrijven als BioShape, worden aangetast.
In het rapport 'Biofuels in Africa', gemaakt in mei 2008, staat letterlijk:


Wetlands are a vital link in the African water cycle. They are a source of life for both people and
nature. Although African wetlands cover only about 4% of its total land mass, they store more
than half the world’s liquid fresh water storage. Many people depend directly on the wetlands.
The fertile soils, the availability of fresh water and fish stocks provide the basis for their
livelihood. African wetlands also host a broad array of species and play an essential role for
migratory birds in Europe and Asia. Despite their importance, inland and coastal wetlands are
being lost faster than any other ecosystem. Large-scale irrigation, drainage and pollution
increasingly take their toll.
The growing global attention for biofuels could increase the pressure on the African wetlands. So
far, Africa has remained at the sideline of the production of biofuel feedstocks, but is more and
more regarded as the ‘global power house’. Africa has a favorable climate, affordable labor and
abundant land resources. This raises the question of how the development of biofuels will affect
African wetland areas and the people living there.


In een tweede rapport over biofuels in Africa, 'A2002 Biofuels and Wetlands.pdf' van december 2009, schrijft AIDEnvironment:

The world market for biofuels has expanded rapidly in recent years. Biofuel production brings both
opportunities and challenges from a sustainability perspective. The quick scan has identified
the following main issues of concern relating to biofuels production impacting wetlands, namely:

* Green House Gas (GHG) emissions;
* Biodiversity loss;
* Bad water and soil management practices;
* Infrastructure development and related environmental and social impacts;
* Land rights, indigenous people's right, labor and human rights;
* Socio-economic development and fair prices;
* Competition with food, feed and local uses;
* Use of marginal and degraded land;
* Indirect Land Use Change (ILUC).


In beide bovenstaande rapporten schrijft AIDEnvironment over de schade die aan de natuur wordt aangericht bij het kweken van gewassen voor de productie van biofuels.

Het feit dat niemand inzage kreeg in de SIA zegt genoeg....

De autoriteiten in Kilwa hebben het hoofdkwartier van de Forest and Beekeeping Division voorgesteld om de juridische gevolgen van de concessie die aan BioShape Tanzania is verleend, te herzien, inclusief het proces van vergunningsuitgifte. Ook het kappen en de verwerking van het gekapte tropische hardhout voordat er vergunningen waren verleend is een onderwerp van onderzoek. Hiertoe zou de FBD medio vorig jaar een onderzoek bij BioShape Tanzania instellen, maar door het met pensioen gaan van de leidinggevende die met het vergaren van de inlichtingen belast was, is dat onderzoek vertraagd. De staf van de FBD heeft desgevraagd meegedeeld dat dit onderzoek rond half oktober 2009 klaar zou zijn, maar er is nog niets vernomen of het onderzoek inderdaad is uitgevoerd of dat men het er maar gewoon bij heeft gelaten. Ook het feit dat er vrijwel niemand van de BioShape organisatie in Tanzania meer werkzaam was, met de naderende surseance, speelt hier waarschijnlijk mee.

Wat wel gebeurd is, is dat het Districtshoofd in Kilwa een verklaring aan de FBD heeft overlegd over het illegaal kappen van tropisch hardhout door BioShape Tanzania. Het Districtshoofd van Kilwa heeft bevestigd dat het illegaal kappen heeft plaatsgevonden zonder de nodige vergunningen en procedures en zonder enige betaling aan de overheid. BioShape heeft volgens het Districtshoofd in Kilwa na het illegale kappen van het tropisch hardhout de nodige royalties betaald waarna het hout werd gelegaliseerd. Volgens de geldende regels had het Districtshoofd in Kilwa aan BioShape ook een boete moeten geven maar is dit nooit gebeurd.
Het verwondert de redactie van Fibronot niets dat BioShape illegaal bezig is geweest en wellicht nog steeds bezig is. In een land waar de centrale regering geen regels omtrent de productie van biobrandstoffen heeft gesteld, waar corruptie en het betalen van steekpenningen of smeergeld meer regel dan uitzondering is, kun je van alles verwachten. Zolang de president van de Nationale Bank van Tanzania voor zichzelf en zijn naaste medewerkers op kosten van de bank dure privé woningen met grote zwembaden en luxe airconditioning bouwt en daar kennelijk tijdens een verhoor door het Parlement mee weg komt, kun je van bedrijven alles verwachten. Met een directie van BioShape die betrokken is geweest bij rechtszaken, een directie die betrokken is geweest bij diverse faillissementen, bijna faillissementen, surseances en onderzoek door Justitie, kun je in een land zonder regels van alles verwachten.

In een nauwelijks te overtreffen vernietigend rapport dat het Wereld Natuur Fonds (WWF) over de EIA die BioShape heeft opgesteld worden grote vraagtekens gezet bij de integriteit van de door BioShape opgestelde EIA. Er wordt in de EIA door BioShape nergens gesproken over de uitgestrekte bosgebieden langs de kust, de Costal Forests en het land waar BioShape het oog op heeft laten vallen wordt door het bedrijf omschreven als gedegradeerde Miombo Woodlands. De kreet 'marginaal land' doet het ook goed.

Het WWF kwam in het bezit van een gedetailleerde kaart van het gebied waarop BioShape de grenzen van de plantages had bepaald, en wat bleek?
Leden van het WWF die ter plaatse zijn wezen kijken verklaarden dat er van gedegradeerde Miombo Woodlands helamaal geen sprake is zoals BioShape beweert. Sterker nog, het bewuste gebied bij Kilwa behoort binnen de Costal Forests tot de biodiversiteit hot spots en kan bij aantasten van het gebied een bedreiging vormen voor endemische soorten dieren en planten. Indien een soort alleen in een bepaald gebied voorkomt, spreekt men van een endemische soort.
Naar verluidt was de President (van BioShape Tanzania Ltd.) woedend over het feit dat het Wereld Natuur Fonds in het bezit was van dit belastende materiaal.


De Mythe van Marginaal Land

Eén van de veronderstelde voordelen van de jatropha plant is dat deze goed zou groeien op 'marginale gronden' en dus niet concurreert met voedingsgewassen. Dit zou inhouden dat er in Tanzania miljoenen hectares grond van lage kwaliteit beschikbaar zou zijn waar jatropha of andere oliehoudende planten gekweekt kunnen worden.
In werkelijkheid echter wordt in Tanzania het land vaak geclassificeerd als 'Marginaal' omdat het niet in particuliere handen is. Het wordt dan ingezet als gemeentelijk land (Village Land), land voor begrazing door vee, land voor de teelt van voedingsgewassen en ook voor het verzamelen van geneeskrachtige kruiden. Maar het kan ook verwijzen naar Wetlands, Miombo Woodlands, moerassen of bergachtig terrein.
Volgens de grondwet in Tanzania moet elk dorp een bestemmingsplan hebben voor het Village Land dat ze bezitten.
Omdat de lokale gemeenschappen zelden de officiële eigendomspapieren van dit Village Land hebben is het moeilijk te voorkomen dat dit land verkocht wordt aan biobrandstof bedrijven die met een zakje geld aan de poort rammelen en de mooiste beloftes doen, beloftes die bovendien nooit op papier werden gezet.
Het onderdeel BioShape in het rapport van het Wereld Natuur Fonds met de vernietigende kritiek is hier te lezen.


Het WWF heeft een hele waslijst met punten van kritiek op de EIA van BioShape:

In de Environmental Impact Assessment (EIA) die BioShape heeft gemaakt wordt het gebied gekarakteriseerd als gedegradeerd Miombo Woodlands.
In de EIA wordt niet beschreven dat het gebied binnen de Costal Forests tot de biodiversiteit hot spots behoort.
Er is geen gedetailleerde omschrijving van de methode die gebruikt is om de vegetatie te bepalen wat de basis vormt om de conclusie te trekken dat het hoofdzakelijk gedegradeerd Miombo Woodland is.

Er zijn kennelijk wel bezoeken aan het gebied gebracht voordat de EIA werd gemaakt, maar dat was meer voor aandeelhoudersoverleg en vakantiereisjes van leden van de Raad van Commissarissen, Raad van Advies en wederzijdse echtgenotes.

Alle conclusies over het soort vegetatie dat in het gebied gevonden is schijnen niet bewezen te zijn. Als de conclusies van BioShape vergeleken worden met actuele Landsat satellietbeelden dan blijkt er van de conclusies van BioShape niets te kloppen.

Er is geen enkele poging gedaan om de paden die olifanten bewandelen in kaart te brengen, want op die paden mag geen gewas aangeplant worden.

Er is in de EIA geen analyse gemaakt van de verandering van het CO2 evenwicht als de bestaande vegetatie wordt vervangen door jatropha planten.
Er is buiten de EIA om wel een analyse van de CO2 balans gemaakt. De kweek van jatropha zou CO2 neutraal zijn, maar deze stelling wordt door allerlei internationale organisaties en deskundigen van NGO's in Tanzania volledig onderuit gehaald. Het rapport zou onder supervisie van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de BioShape Holding B.V. zijn gemaakt door de voormalig werkgever van de voorzitter....

Er is geen enkele wetenschappelijke referentie voor alle ecologische eisen die in de EIA genoemd zijn.
In de EIA zegt BioShape herhaalde malen dat biobrandstoffen de CO2 emissie kunnen reduceren en dat dit juist een rechtvaardiging voor hun ontwikkeling van het gebied is.
Ook deze stelling wordt door deskundigen bestreden. Zij komen tot de slotsom dat de kweek van jatropha juist voor een enorme toename van CO2 in de atmosfeer zorgt vanwege het kappen van uitgestrekte bosgebieden.

Er wordt in de EIA nergens een analyse gemaakt wat de levenscyclus van het Kilwa jatropha project is. Gezien het feit dat het ruwe jatropha materiaal per schip naar Europa wordt vervoerd en dat grote delen met natuurlijke vegetatie verdwijnen, is het onwaarschijnlijk dat dit zal resulteren in een positief netto CO2 resultaat.

De EIA is dubbelzinnig en in sommige stukken zelfs tegenstrijdig of de jatropha zaden ooit in Tanzania verwerkt zullen worden. De EIA beweert dat een voordeel van het Kilwa jatropha project is dat het zal leiden tot vermindering van invoer van buitenlandse fossiele brandstoffen. Dat is natuurlijk onzin, want voor tenminste de eerste vijf jaar zal het jatropha project de grondstof naar Nederland en België exporteren om het daar te verwerken. Op verschillende plaatsen in de EIA wordt geciteerd dat dit de markt is waarvoor de brandstof bedoeld is.
Nergens in de EIA staat dat BioShape zich verplicht ooit een verwerkingsfabriek of energiecentrale in Kilwa te bouwen.
Er is dus een aanzienlijk risico dat BioShape nooit een verwerkingsfabriek in Kilwa zal bouwen en de ruwe grondstof voor de jatropha olie zal blijven exporteren en daarmee de genoemde voordelen zal ondermijnen.


Een biobrandstof deskundige heeft vraagtekens gezet bij de economische haalbaarheid van het plan dat slechts gebaseerd is op enkele veronderstellingen die niet bewezen zijn en niet worden uitgediept in de EIA.
Inmiddels is eind mei 2010 gebleken dat ook het WWF waarschuwt dat jatropha een economisch niet levensvatbaar gewas is. Het WWF heeft dit onderzoek uitgevoerd met een Duitse overheidsinstantie, het GTZ.
Het GTZ  is een overheidsinstelling en adviesorgaan van de Duitse Federale Regering en werkt wereldwijd op het gebied van internationale samenwerking voor duurzame ontwikkeling. Naar aanleiding van dit rapport adviseert het GTZ nu de Duitse overheid om haar huidige beleid voor biobrandstoffen opnieuw te evalueren en het gebruik van jatropha niet meer te stimuleren. Verder verzoekt het GTZ alle publieke en private organisaties niet langer het kweken van jatropha te bevorderen op grote plantages.


De meeste gegevens over jatropha die in de EIA door BioShape zijn genoemd komen uit India.
Een PhD student die enkele jatropha plantages in India heeft bezocht zegt dat veel gegevens in de EIA twijfelachtig zijn. In India bijvoorbeeld levert 5 kg jatropha zaden 1 liter olie op. In Arusha is dat maar 15% of 0,75 liter.

Met de huidige prijs voor dieselolie in Dar es Salaam mogen de productiekosten op een jatropha olieplantage niet hoger zijn dan $ 0.16 per liter om te kunnen concureren met fossiele dieselolie. Als ook de kosten van de infrastructuur worden meegenomen kan een producent niet meer dan 3 of 4 US$ cents per kilo jatropha zaden aan z'n werknemers betalen. Deze cijfers zijn ongeveer gelijk aan wat BioShape z'n werknemers wil betalen, namelijk ongeveer TSh 3000 voor 80 kg jatropha zaden. Het is echter hoogst onwaarschijnlijk dat BioShape 10.000 werknemers zal vinden die voor dit karig loontje onder deze condities voor langere tijd willen werken.¹)

Er wordt klakkeloos van uit gegaan dat de jatropha olie uit het District Kilwa van zeer goede kwaliteit zal zijn, wat nergens in de EIA wordt gedocumenteerd.
In het rapport van de WWF en GTZ wordt juist gewezen op de slechte opbrengsten van jatropha in Kenia en Tanzania. De gegevens over de slechte oogsten heeft het WWF uit concrete gegevens van honderden boeren in beide landen.

Het businessplan van BioShape kan daarom gebaseerd zijn op een andere belangrijke inkomstenbron, namelijk de verkoop van het gekapte tropische hardhout. In de EIA zegt BioShape dat de verkoop van het hout zal helpen om de kosten van het op- en inrichten van de plantages te verlichten, hoewel het onduidelijk is dat de verkoop van het hout in staat zal zijn een potentieel economisch niet haalbare biobrandstof plantage op te richten die enige welvaart in het District Kilwa of de dorpen rond de plantages zal brengen.

Dat het hier niet om misselijke aantallen bomen gaat is duidelijk. Het IMFLEG heeft in samenwerking met lokale autoriteiten berekend dat BioShape Tanzania de komende jaren tussen de 200.000 m³ en 800.000 m³ tropisch hardhout gaat kappen om plaats te maken voor de jatropha plant. De waarde van dit gekapte hout wordt geschat op een bedrag tussen de $ 50 miljoen en $ 150 miljoen.

De impact op de ecologisch zeer gevoelige regio wanneer 10.000 landarbeiders komen oogsten wordt niet in de EIA beschreven. Bovendien is dit een onrealistisch groot aantal mensen om te kunnen managen als je ziet dat BioShape bij de trial plot alle moeite heeft moeten doen om een stuk of 10 leiders te vinden die slechts 300 man in toom kunnen houden. De EIA zegt nergens iets over de invloed en de gevolgen die 10.000 landarbeiders op de zeer dun bevolkte omgeving zal hebben zeker als je bedenkt dat het werk slechts gedurende een korte oogstijd gedaan kan worden.

In Arusha hebben telers van de jatropha planten gemerkt dat de plant alleen voldoende zaden produceert als het regent of de plant veel water en kunstmest krijgt. Dit betekent dat er een piek in de vraag naar arbeiders zal zijn om de zaden te oogsten. Voor de rest van het jaar zullen de arbeiders elders weer alternatief werk moeten vinden. Er zal onvermijdelijk door de werklozen een zware druk op de beschermde bossen uitgeoefend worden om illegaal hout te kappen en houtskool te maken.


Resumerend zegt het rapport van de WWF dat het er op lijkt dat er 81.000 hectare bos en landbouwgebied wordt toegewezen aan een investeerder die nog geen kapvergunning van de District Forest Officer heeft om een gewas te produceren waarvan de economische uitvoerbaarheid niet bewezen is.²)

¹) In Tanzania geniet deze website fibronot.nl ook belangstelling. Volgens een lezer in Dar es Salaam die in april 2010 aan de redactie van fibronot.nl een e-mail stuurde, zijn er erg veel (ex) arbeiders die hun loon niet of slechts pas na vele maanden uitbetaald krijgen. Ook ligt er een groot aantal klachten van ex werknemers bij de Regional Commissioner for Mediation and Arbitration die over BioShape een klacht hebben ingediend over het uitblijven van de uitbetaling van achterstallig loon. Alle klachten zijn centraal verzameld door de vakbond Tanzania Union of Industrial and Commercial Workers (TUICO) en ingediend bij de Commissie voor Arbitrage en Bemiddeling van Arbeid. De vakbond gaat zeer waarschijnlijk via de Rechter het faillissement van BioShape Tanzania Ltd. aanvragen.

Uitspraak rechter in Tanzania inzake acherstallige lonen

De laatste maanden van 2010 is er het nodige gebeurd met betrekking tot de achterstallige lonen die 94 werknemers van BioShape Tanzania Ltd. nog tegoed hebben.
BioShape is in december 2010 door de rechter veroordeeld tot uitbetaling van de achterstallige lonen. Bij niet uitbetaling binnen 30 dagen zal de rechter overgaan tot publieke verkoop van goederen van BioShape Tanzania Ltd. in Tanzania. Inmiddels blijkt half januari 2011 dat BioShape alle uitspraken aan de laars heeft gelapt en zal de rechter overgaan tot openbare verkoop van goederen en gebouwen van BioShape Tanzania Ltd.. Lees hier verder.

²) Sinds het rapport van het WWF verschenen is heeft BioShape wel een boete vanwege de illegale houtkap betaald.

Het gehele WWF rapport over de biobrandstof industrie in Tanzania staat hier.

Het Wereld Natuur Fonds in Zweden heeft een rapport gemaakt waarin een interessant stukje over BioShape staat. Het rapport heet: Jakten på biobränslen – hot eller hopp för Östafrika? Vertaald: De zoektocht naar biobrandstoffen, bedreiging of hoop voor Oost Afrika?

Uit het rapport:

In 2001 ontdekten onderzoekers op satellietopnames een ongerept gebied van kust regenwoud in Namateule/Namatimbili in Tanzania. Deense onderzoekers hebben het gebied in 2002 verkend en in kaart gebracht. Het ongeveer 10.000 hectare grote regenwoud is onderdeel van een grote strook kust regenwouden van ongeveer 60.000 hectare groot. Namateule/Namatimbili is het grootste aaneengesloten regenwoud van alle regenwouden langs de oostkust van Tanzania. Het Namateule/Namatimbili regenwoud ligt precies ingeklemd tussen twee grote plantages van BioShape waar BioShape aan grootschalige jatrophateelt wil gaan doen. Het noordelijke deel van het Namateule/Namatimbili regenwoud, naar schatting 1000 ha wordt zelfs door BioShape gebruikt om er plantages te vestigen.
BioShape heeft verklaard dat zij niet voornemens zijn om in dit regenwoud bomen te kappen, maar alleen bomen te willen kappen die aangetast zijn. Afgezien van het feit dat BioShape helemaal niets te zoeken heeft in dit regenwoud, spelen de aangetastte stukken bos in het regenwoud juist een belangrijke rol als dispersiegebied van wilde dieren. Ook bevinden er zich veel wandelpaden van wilde dieren.
Dispersie is het uitzwerven van jonge dieren. Deze jonge dieren zwerven uit nadat ze zelfstandig zijn geworden.
Het is natuurlijk belachelijk dat een wildvreemde uit Nederland komt vertellen dat hij deze aangetastte stukken bos wel even zal kappen.

Na het verschijnen van de rapporten van het WWF en IMFLEG schijnt BioShape de grenzen van zijn concessies bij het Namatimbili regenwoud zodanig aangepast te hebben dat het lijkt alsof er minder hout wordt gekapt. Gezien de enorme stapels tropisch hardhout in het District Kilwa en bij Artif in Arusha lijkt het er op dat er helemaal niet minder wordt gekapt.

Het WWF citeert uit een e-mail van de heer Hermans, waarin hij suggereert dat zijn bedrijf niet op de hoogte lijkt te zijn van de aard en samenstelling van het gebied, ondanks de ingeleverde Milieu Effect Rapportage:

"... Is het echt kust regenwoud in ons gebied? Ik wil het weten. We zullen het beschermen. We zullen echter niet het gebied beschermen dat we nodig hebben om te groeien..."

BioShape heeft toen het in Tanzania begon een rapportje gemaakt met daarin enkele Site Selectie Criteria beschreven. Een deel van het rapportje zwerft bij enkele overheidsinstellingen in Dar es Salaam rond en Fibronot is in het bezit gekomen van een kopie. Eén punt wil de redactie van Fibronot uit dit rapportje van BioShape tonen, maar het kunnen er net zo goed minstens tien zijn waar het uiteindelijk anders is gegaan dan oorspronkelijk is vermeld. De heer Hermans schrijft in deze Site Selection Criteria het volgende over het beschermen van bijzondere bomen:

* Preserve all Ebony (Mpingo) trees and Baobabs and other remarkable trees which are to be
considered very crucial to the landscape due to their size, age or species.


En wat lezen we op de site van Artif, het bedrijf dat het tropische hardhout dat door BioShape is gekapt, verkoopt?
Houtsoorten: Dalbergia Melanoxylon of Mpingo.
U kunt uw exclusieve meubelen gemaakt van het beschermde hout van de Mpingo bij Artif kopen, hout waar Hermans in zijn Site Selection Criteria over schreef: Preserve all Ebony (Mpingo) trees.
De redactie van Fibronot denkt dat dit rapportje slechts voor de media is gemaakt om te laten zien hoe BioShape de natuur lief heeft....

Het volgende stukje uit de Daily News Tanzania van 31 december 2009 spreekt duidelijke taal:

Researchers warned that BioShape has cleared huge contracts of land threatening water sources and conservation areas.

Volgens Dr. Mkindi heeft BioShape Tanzania per medio december 2009 600 mensen in dienst die omgerekend nog geen $ 2 per dag verdienen. BioShape Tanzania heeft mondeling beloofd dat het bedrijf in de sociale infrastructuur, zoals wegen, scholen en waterbronnen zal investeren.

Is deze belofte een goedmakertje voor de schade die BioShape Tanzania aanricht?

Uit een studie van 3 toonaangevende instituten van de Technische Universiteit in Dar es Salaam onder leiding van Professor Burton Mwamila, die gefinancierd is door het Zweedse Internationale Ontwikkelings Agentschap, blijkt dat de teelt van gewas dat voor biobrandstoffen wordt gebruikt, zoals de jatrophaplant, grote schade aan de omgeving aanricht. Bestaande wegen en waterbronnen worden aan de hebzucht opgeofferd.
Oorspronkelijke natuurlijke vegetaties, zoals de Miombo Woodlands, uitgestrekte bossen langs de kust, moeraslanden en andere waterrijke bosgebieden vallen ten prooi aan de jatrophaplant, waarvan BioShape zo graag de noten naar Nederland en België wil exporteren.

Het zijn juist de Miombo Woodlands die behoren tot de Global 200 WWF List. De Global 200 is een lijst van beschermde natuurgebieden die is voorgesteld door het Wereld Natuur Fonds (WWF).
Volgens het WWF zijn dit de 200 (inmiddels 237) meest bedreigde natuurgebieden van onze planeet, die zeldzaam zijn vanwege hun biodiversiteit en hun rijke natuurlijke systemen. Tot deze lijst behoren ook de 50 meest bedreigde zoetwatergebieden.
Op plaats 8 van deze Global 200 staan de East African Coastal Forests, op plaats 87 staan de East African Acacia Savannas en op plaats 88 staan de Central and Eastern Miombo Woodlands. Stuk voor stuk gebieden waarin BioShape plantages liggen. Op acacia hout is BioShape ook dol getuige afbeeldingen van meubelen die door Artif van acaciahout zijn gemaakt.

De afname van de oppervlakte van de Miombo Woodlands is sinds 1990 groot geweest.
In onderstaande tabel is de afname te zien:


Forest loss Tanzania
(klik om te vergroten)

En juist die Miomba Woodlands worden door BioShape Tanzania Ltd. gestroopt voor die schijtnoot, zoals de jatropha noot ook wel genoemd wordt.

Is de teelt van jatropha CO2 neutraal?

Deskundigen in Tanzania, maar eigenlijk overal op de wereld zijn het erover eens en tonen een groeiende zorg, dat het kappen van bossen de oorzaak is van een toename van CO2 in de atmosfeer. Bomen slaan CO2 op en zetten een gedeelte van de opgeslagen CO2 om in zuurstof.
Zo schrijf Oxfam Novib, een van de grootste Organisaties voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking, dat voor de productie van biobrandstoffen enorme oppervlaktes land nodig zijn, wat leidt tot vernieling van moerassen, watergebieden en regenwouden die normaal gezien enorme hoeveelheden CO2 absorberen. De productie van biobrandstoffen leidt dus tot meer CO2 in plaats van minder. Oxfam zegt dat er heel wat eenvoudigere, goedkopere en veilige manieren zijn om de klimaatverandering te bestrijden en de olieafhankelijkheid te verminderen dan door in te zetten op biobrandstoffen.
Terwijl rijke landen hun best doen om de doelstellingen inzake biobrandstoffenproductie te halen, worden de rechten van arme mensen met de voeten getreden. Vaak worden arme mensen met geweld verhuisd, of wordt hen de toegang ontzegd tot land dat essentieel is om in hun behoeften te voorzien. Als mensen hun land verliezen, verliezen ze ook hun kostwinning – wat hen nog dieper in de armoede duwt en dat is precies wat zich op dit moment in het District Kilwa in Tanzania, waar Bioshape actief was, afspeelt.

We spreken dus over een behoorlijk grote CO2 opslag in de hierboven genoemde gebieden. Zo wordt er in de Miombo Woodlands van Tanzania ongeveer 87 ton CO2 per hectare opgeslagen. In minder ontwikkelde Miombo Woodlands bedraagt de hoeveelheid opgeslagen CO2 ongeveer 33 ton per hectare.

Zie onderstaande tabel over de opslag van de CO2.
Niet in onderstaande tabel staat de CO2 opslag vermeld zoals die in tropisch regenwoud wordt opgeslagen. Tropische regenwouden slaan tussen 500 en 900 ton CO2 per hectare op.


Carbon loss forest in Tanzania

Als het gebruik van gronden met grote koolstofvoorraden in de bodem of de vegetatie wordt gewijzigd voor de teelt van grondstoffen voor biobrandstoffen of vloeibare biomassa, komt doorgaans een gedeelte van de opgeslagen koolstof vrij in de atmosfeer, wat tot de vorming van koolstofdioxide leidt. De daaruit voortvloeiende negatieve invloed op broeikasgas kan de positieve invloed van biobrandstoffen of vloeibare biomassa op de broeikasgas overtreffen, soms zelfs ruimschoots. Bij het berekenen van de broeikasasemissiereductie van bepaalde biobrandstoffen en vloeibare biomassa moet daarom rekening worden gehouden met het volledige effect van dergelijke wijzigingen van het grondgebruik. Dit is nodig teneinde te garanderen dat bij het berekenen van de broeikasasemissiereductie rekening wordt gehouden met het totale koolstofeffect van het gebruik van biobrandstoffen en vloeibare biomassa.

Landgebruik mag niet worden omgeschakeld voor de productie van biobrandstoffen indien de koolstofvoorraden die vrijkomen bij de omschakeling niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gecompenseerd door de broeikasgasemissiereducties die voortkomen uit de productie van biobrandstoffen en vloeibare biomassa. Dit zou onnodig moeizaam onderzoek door marktpartijen vermijden en voorkomen dat landen zoals Tanzania, met grote koolstofvoorraden, die achteraf bekeken niet geschikt waren voor de productie van grondstoffen voor biobrandstoffen en vloeibare biomassa, toch daarvoor worden gebruikt.

Uit de inventarisering van de wereldwijde koolstofvoorraden kan worden geconcludeerd dat waterrijke en permanent beboste gebieden zoals de Miombo Woodlands in Tanzania met een bedekkingsgraad van meer dan 30 % in deze categorie moeten worden opgenomen. Beboste gebieden met een bedekkingsgraad tussen 10 % en 30 % moeten eveneens worden opgenomen, tenzij wordt aangetoond dat hun koolstofvoorraden laag genoeg zijn om hun omschakeling te rechtvaardigen. Zelfs de gedegradeerde Miombo Woodlands vallen in deze 10 % tot 30% omdat ze een aanzienlijke hoeveelheid CO2 opgeslagen hebben.
Landbouwgewassen worden gebruikt om biobrandstoffen te produceren. Biobrandstoffen concurreren dus met de voedselvoorziening, zeker als we in de toekomst vaker groen moeten gaan tanken. Daarnaast zal de kwaliteit van de landbouwgrond in veel ontwikkelingslanden de komende decennia verslechteren, als gevolg van uitputting van de grond, verzilting en erosie.

De meeste bossen in Tanzania bestaan uit beschermde reservaten of staan op lijsten van de Verenigde Naties en het Wereld Natuur Fonds met de bedoeling een beschermde status te krijgen. Kappen van deze bossen is een misdaad tegen de mensheid. Aan de enorme stapels hardhout bij de zagerij van BioShape Tanzania te zien, draagt BioShape zeker niet bij aan een lager CO2 gehalte in de atmosfeer. De kweek van jatropha is CO2 neutraal zoals BioShape zegt. De mensen die dit voor BioShape onderzocht hebben vertellen u, onder het mom van duurzaamheid, sprookjes die ze zelf geloven. Mensen die er kennelijk zelf belang bij hebben zaken anders voor te stellen dan die in werkelijkheid zijn.

Een studie in Science toont aan dat de teelt van biomassa een extra uitstoot van CO2 betekent. Bij het kappen van een hectare regenwoud komt tussen de 500 en 900 ton CO2 vrij. Door het verwerken van een hectare oliepalm tot biodiesel wordt ongeveer zes ton fossiele CO2-uitstoot per jaar bespaard. Dat betekent dat het 80-150 jaar duurt voor de besparing op de fossiele CO2-uitstoot door het kappen van het benodigde stuk bos is terugverdiend. Als het bos echter op veen staat is de hoeveelheid CO2 die vrijkomt nog veel groter en de terugverdientijd dus aanzienlijk langer. De studie in Science toont ook aan dat biobrandstoffen een geringe effectiviteit hebben in CO2 besparing. De inzet van biobrandstoffen is niet zo efficiënt in termen van CO2-reductie. De omzetting van tropisch bos naar landbouwgrond geeft over de periode van dertig jaar meer CO2-uitstoot dan enige andere verandering van landgebruik.
Er is geen enkele biobrandstof waarvan het gebruik over een periode van dertig jaar voldoende CO2-reductie oplevert om de CO2-uitstoot van de conversie van tropisch bos naar landbouwgrond te kunnen compenseren.

Pas over 100 jaar of meer kan vastgesteld worden of de CO2 balans in evenwicht is. Op dit moment en de komende tien decennia is de CO2 balans bij de teelt van jatropha sterk in onbalans en zeker niet CO2 neutraal zoals BioShape beweert.

 

Biobrandstof broeikasgasemissie berekeningstool (kortweg BKG-tool)

Het AgentschapNL van het Ministerie van L&I heeft een biobrandstof broeikasgasemissie berekeningstool gemaakt waarmee de broeikasgasemissies van de productie van transportbrandstoffen uit biomassa berekend worden.
De emissies over de gehele bio-energieketen (productie, transport en conversie van biomassa) worden meegenomen in de berekening en de tool omvat niet alleen CO2 emissies, maar ook de emissies van de broeikasgassen CH4 (methaan) en N2O (lachgas).
In de BKG-tool worden 22 ketens nagerekend, maar jatropha komt niet in de lijst voor.

In de tool is ook een module opgenomen voor de berekening van broeikasgasemissies t.g.v. directe verandering van landgebruik. Als verandering van landgebruik optreedt (bijvoorbeeld: een braakliggend stuk grond of bos wordt omgeploegd om daar koolzaad, zonnebloemen, mais, soja of palmolie voor biodiesel op te gaan verbouwen) dan leidt dit in de meeste gevallen tot grotere, en soms tot fors grotere, broeikasgasemissies.

Met de module kunnen verschillende vormen van landgebruik worden berekend, zoals grasland naar akkerbouwland en bos naar akkerbouwland.

Ondanks dat jatropha niet in de berekeningstool is opgenomen is het duidelijk dat omzetten van bos naar plantage voor jatropha, zoals BioShape heeft gedaan, bepaald niet CO2 neutraal is. Integendeel. Er komt een enorme hoeveelheid CO2 vrij in de atmosfeer.

In het Engelse magazine The Guardian stond op 15 februari 2010 een artikel,

EU biofuels significantly harming food production in developing countries
EU biofuels 10% targets cause millions of peope to go hungry and increase food prices and landlessness


waarin de journalist vanuit Tanzania ondermeer het volgende optekent en de EU er flink van langs geeft: Biobrandstoffen geven geen antwoord op de klimaatverandering.
De meeste biobrandstoffen zijn erger dan de fossiele brandstoffen die ze verondersteld worden te vervangen. Grootschalige plantages voor biobrandstoffen kunnen de uitstoot van kooldioxide verhogen, hetzij rechtstreeks door het kappen van bossen of het ploegen van andere koolstofrijke habitats, hetzij indirect door de boeren te dwingen te verhuizen naar deze gebieden.

Gezien het officiële standpunt van de EU dat ze op 10 juni 2010 bekend maakte, heeft de aanzwellende internationale kritiek op de kweek van gewassen voor biobrandstoffen de juiste snaar geraakt.

De bossen op aarde bevatten naar schatting 500 miljard ton koolstof, terwijl de mens jaarlijks ‘slechts’ 7 miljard ton fossiele koolstof in de vorm van CO2 uitstoot, als gevolg van de verbranding van kolen, olie en gas. Nieuw, snelgroeiend bos dat die CO2 weer uit de atmosfeer haalt, geldt daarom als een potentieel
effectieve remedie tegen het broeikaseffect en de opwarming van de aarde. Het ‘vangt’ CO2 en zet het om in hout en biomassa. Tegenover de opname door nieuw aangeplant bos staat het massaal platbranden van
bestaand oerwoud om landbouwgrond te winnen, met name in Zuid-Amerika, Oost-Afrika en Zuid-Oost-Azië. Deze kaalslag is momenteel verantwoordelijk voor 20 procent van de totale CO2-uitstoot door de mens – wat meer is dan de CO2-opname door herbebossing in de rest van de wereld.
Het is duidelijk dat het niet meer kappen van bossen, regenwouden en oerwouden ten behoeven van landbouw of veeteelt voor het overgrote deel bijdraagt aan een mindere CO2 uitstoot op de wereld die alle doelstellingen die in allerlei klimaatplannen worden genoemd, zal evenaren.

Het is van groot belang scherp toezicht te houden op de gevolgen van de teelt van biomassa, zoals door wijzigingen in het landgebruik, met inbegrip van verdringingseffecten, de invoering van agressieve exoten en andere effecten op de biodiversiteit, alsmede gevolgen voor de voedselproductie en de plaatselijke welvaart.

Gezien de niet malse kritiek van allerlei internationale organisaties, lokale natuurbeschermings organisaties en sinds kort ook overheidsinstanties in Tanzania op de werkwijze van BioShape Tanzania lijkt het erop dat BioShape vanwege het gebrek aan voldoende toezicht gewoon z'n eigen gang kon gaan en lak schijnt te hebben aan allerlei rapporten waarin het bedrijf negatief wordt genoemd.

Pas het laatste jaar lijken organisaties voor natuurbescherming in Tanzania in de gaten te krijgen welke schade in toenemende mate aan de oeroude bossen wordt aangericht en die voor een deel veroorzaakt wordt door menselijke activiteiten, niet in de laatste plaats door het planten op grote schaal van de jatrophaplant.
Zo heeft de African Wildlife Foundation in samenwerking met de Ambassade van Noorwegen in Tanzania een project opgestart om de eeuwen oude bossen van Kolo in het Kondoa District van de ondergang te redden. De Noorse regering ondersteunt het project met een gift van ruim $ 2 miljoen.
De bossen in Kolo zijn beroemd om hun prehistorische schilderingen in grotten waarin aanwijzingen zijn gevonden van bewoning door de eerste bewoners in Afrika.

Niet alleen de hierboven genoemde instellingen en organisaties uiten hun wantrouwen en zorgen rondom de teelt van de jatrophaplant.

Vanuit het bedrijf zelf klinken ook sombere geluiden, zeker als je tussen de regels doorleest.
Zo schrijft mevrouw Ina de Visser, manager Duurzaamheid bij BioShape Tanzania, het volgende stukje over het achterblijven van biomassa:

Biomassa blijft achter

In 2005 en 2006 is begonnen om op grote schaal te investeren in de teelt van biomassa (vaste en vloeibare biobrandstoffen; hout, palmolie, Jatropha). De olieprijs was hoog en de EU kwam met regelgeving die het verbruik van groene brandstoffen verplicht stelde. Verschillende landen kwamen met subsidieregelingen die verbruik moesten stimuleren. Biomassa werd als duurzame oplossing gezien.
Hoe anders is de situatie nu. De olieprijs is gezakt en daarmee ook de ambities van de EU. Er kwamen vragen over de werkelijke duurzaamheid van een aantal biobrandstoffen, zoals palmolie. De min of meer kunstmatig gecreëerde markt voor biomassa zakt in elkaar. De investeringen die in die jaren zijn gemaakt hebben zich nog niet uitbetaald, met als risico dat de gedane investeringen worden afgeschreven, en dat de grootschalige beschikbaarheid van biobrandstoffen vertraging oploopt, en daarmee de beschikbaarheid tegen een concurrerende prijs.
Hoewel er discussie mogelijk is over de duurzaamheid van een aantal soorten biobrandstoffen, is het toch een middel om broeikasgasemissies op relatief korte termijn terug te dringen, op weg naar nóg betere alternatieven zoals zonne-energie. Het is jammer dat dit door financiële malaise vertraging oploopt, want ook de investeringen in andere alternatieven lopen achter.

Mevrouw de Visser zou toch moeten weten dat de teelt van jatropha juist niet duurzaam geschiedt en het beslist niet bijdraagt aan een verlaging van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Ze zat er immers bovenop toen de tienduizenden kubieke meters tropisch hardhout door BioShape werden gekapt? Ze moet toch minstens op de hoogte geweest zijn van de geweldige hoeveelheid CO2 die er in al dat hout zat.

Bedrijven oprichten

Geheel in traditie van de biomassasector worden er links en rechts legio nieuwe B.V.'s of stichtingen opgericht. Ook de BioShape Holding B.V. gaat op die toer. Zo wordt in februari 2007 als eerste BioShape Tanzania Limited opgericht. Daarna volgen in rap tempo begin 2007 de BioShape Benefits Foundation, vervolgens Kilwa Wood Shape Limited in december 2007, waarna in juni 2008 de Arusha Timber Factory Limited (Artif) wordt opgericht.
Kilwa Wood Shape regelt de houtkap in de bossen rondom Mavuji en Artif maakt van het gekapte tropisch hardhout exclusieve meubelen.

De BioShape Benefits Foundation wordt voor het grootste deel gefinancierd door de BioShape Holding. De BBF initieert en bevordert ontwikkelingsprojecten in die regio’s waar grondstoffen voor bio-energie geteeld worden.

In feite was de stichting van de BBF een voorwaarde van de Tanzaniaanse regering. BioShape Tanzania moest, als een soort tegenprestatie voor de verkregen toestemming om jatropa op ongeveer 80.000 hectare te verbouwen, investeren in gezondheid en onderwijs in het District Kilwa. Een van de doelstellingen is het verbeteren van de verloskundige zorg.
De voorwaarden die de Tanzaniaanse regering aan BioShape Tanzania stelde komen in een ander daglicht te staan bij het lezen van een lokale krant, The Citizen in Dar es Salaam. Ongeveer 1 jaar na de vestiging van BioShape in Tanzania schrijft de krant in juli 2008 een stukje waarin leden van het Tanzaniaanse Parlement heel wat kritiek uiten op de gang van zaken rond BioShape. Lees hier het artikel uit The Citizen.
In een ander artikel heeft The Citizen op 24 juli 2008 ook de nodige kritiek op de biofuel aasgieren en hun bedreiging voor de vruchtbare tropische oerwouden en landbouwgrond in Tanzania.

De Arusha Timber Factory zetelt in Arusha in het noorden van Tanzania. Artif maakt meubelen die van tropisch hardhout worden gemaakt. Het hout daarvoor wordt door Kilwa Wood Shape geleverd dat in het zuiden van Tanzania, bij Mavuji in 2008 een grote houtzagerij heeft opgericht, de grootste in Zuid Tanzania.
De directie van Artif bestaat uit de dochter van Cor Vaes, samen met haar Engelse vriendje.
Het is nogal een afstand van Mavuji naar Arusha. Waarom doet BioShape dat?
De dochter van de directeur van BioShape Tanzania Ltd. is in 2000 als vrijwilligster naar Tanzania vertrokken en heeft zich in verschillende dorpjes nuttig gemaakt met het aanleggen van irrigatieleidingen waarmee druppelsgewijs water via lange leidingen aan planten wordt gegeven.
In 2006 sloot ze zich aan bij Bush2Beach Safari's in Arusha, waarna ze in 2008 aan Artif werd verbonden.
De reden dat zijn dochter in Tanzania zat was voor de directeur van BioShape Tanzania Ltd., Cor Vaes, de reden om zelf ook in Tanzania op avontuur te gaan.

Activiteiten Artif gestaakt, maar ook bij KN Light in Neer (L) is het erg stil.

Bij een bezoek aan Arusha in december 2010 bleek dat er in de in 2008 door BioShape gehuurde loodsen geen menselijke activiteiten meer plaatsvinden. Navraag in de buurt leerde dat er al maanden niets meer werd gedaan en dat er af en toe even iemand van de firma Bush2Beach langs komt.

In januari 2011 bleek dat de website van Artif alweer enige tijd uit de lucht was. In februari 2011 bleek zelfs dat de website van Artif door de provider in de VS van het Internet is afgesloten.
Ook de website van KN Light in Neer (L) is sinds eind januari 2011 niet meer te bereiken. Bij KN Light werden de meubels uit Arusha verkocht.


Artif verkoopt luxe (tuin)meubelen die van diverse soorten tropisch hardhout zijn gemaakt, waaronder de bedreigde en beschermde houtsoort van de Dalbergia Melanoxylon of Mpingo, ook wel African Blackwoord of Ebony genoemd. In Tanzania is de boom ook onder de naam Grenadil bekend. Van het hout, dat wel € 18.000 per m³ opbrengt, worden hoofdzakelijk dure muziekinstrumenten gemaakt, zoals hobo's en klarinetten, het hout is erg in trek vanwege de mooie zuivere toon die de instrumenten voortbrengen, maar Artif maakt er exclusieve meubelen van en adverteerde zonder schroom met alle tropische hardhout soorten op de eigen website.

Volgens de CITES, de internationale conventie die de handel in bedreigde dieren en plantensoorten aan banden legt, is de Grenadil een bedreigde boomsoort. Dat wil zeggen dat de boomsoort in een generatie of twee helemaal kan verdwijnen als er niets wordt ondernomen.
Sinds 1 juli 2004 is een verbod van kracht op de uitvoer van illegaal gekapt tropisch hardhout.
Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Toerisme heeft dit verbod ingesteld omdat vooral uit het zuid oosten van Tanzania, in de omgeving van Kilwa en Lindi nogal wat hardhout illegaal werd gekapt. Helaas blijkt in de prakrijk dat er nog scheepsladingen illegaal gekapt hout overzee verdwijnen. De corruptie in de diverse havens van Tanzania bloeit welig.

De meubelen die Artif van het beschermde tropisch hardhout maakt worden bij het bedrijf KN Light, onderdeel van de BioOne Group op het welbekende adres aan de Napoleonsweg 116 in Neer verkocht. Ongetwijfeld met flinke winst en uiteraard zonder het FSC Keurmerk.
Verschillende bronnen ontkennen dat de meubels uit Tanzania in Neer worden verkocht.
Onderstaande foto bewijst het tegendeel. De getoonde picknickset, gezaagd in Mavuji en in elkaar gezet in Arusha, is gefotografeerd in de winkel van KN Light in Neer.


picknick set gemaakt van tropisch hardhout dat bij Mavuji gekapt is.

Al dan niet illegaal gekapt tropisch hardhout uit Mavuji, Tanzania,
ligt in Nederland in de winkel


Verbod op illegaal gekapt tropisch hardhout?

In 2003 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de import van illegaal tropisch hardhout verbiedt. Helaas schuift de politiek dit gevoelige onderwerp door naar 'Europa'. Uit ervaring weten we dat de molens in Brussel nauwelijks draaien, dus pas op 15 december 2009 sluit de EU Landbouwraad een zeer zwak politiek akkoord over het wetsvoorstel om de handel in illegaal gekapt hout te stoppen. Minister Verburg heeft namens Nederland goed onderhandeld voor een sterke wetgeving met een Europees verbod op de handel in illegaal hout, maar het mocht niet baten.
De landbouwministers in Brussel kwamen met een zwak en ontoereikend akkoord voor wetgeving tegen de criminele handel in illegaal gekapt hout. Zo wordt het niet expliciet verboden om in illegaal gekapt hout te handelen en zijn er geen minimum boetes en sancties vastgesteld. Ook hoeven niet alle bedrijven in de houtketen te voldoen aan de wetgeving. Deze mazen in de wetgeving zijn goed nieuws voor de handelaren van illegaal gekapt hout.
De geloofwaardigheid van de EU binnen de klimaatonderhandelingen staat hiermee op het spel. De lidstaten willen niet eens serieus de criminele handel in illegaal gekapt hout aanpakken, terwijl dit grootschalige ontbossing en versterking van het broeikaseffect veroorzaakt. Het is van groot belang dat Nederland volgend jaar tijdens de tweede ronde van onderhandelingen haar koploperspositie vasthoudt en meer landen meekrijgt voor een verbod op de handel in illegaal gekapt hout.
Al sinds 2003 werkt de Europese Commissie aan een actieplan (FLEGT, Forest Law Enforcement Governance and Trade) om de illegale houtkap tegen te gaan. Wetgeving is één van de maatregelen. In maart 2009 heeft het Europees Parlement zich stevig uitgesproken en veel verbeteringen aangebracht in het wetsvoorstel  van de Europese Commissie. Met het besluit van 15 december 2009 negeert de Landbouwraad het Europees Parlement totaal. Gelukkig is er nog een kans, want de laatste stap is dat het Europees Parlement en de Landbouwraad het met elkaar eens worden. Als dat lukt is het wetsvoorstel in de zomer van 2010 klaar.

Zo kunnen BioShape Tanzania en dochterbedrijf Artif voorlopig nog ongestraft doorgaan met de handel in beschermd tropisch hardhout hout, onder het mom van, we planten toch nieuwe boompjes aan?

Volgende pagina BioShape Tanzania deel 4