De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Grenswaarde en volksgezondheid

Grenswaarde en volksgezondheid

Wat is precies de grenswaarde en hoe wordt de grenswaarde vastgesteld?

Wat zijn wettelijke en bestuurlijke grenswaarden?

Men probeert grenswaarden van stoffen in Nederland zoveel mogelijk te bepalen met behulp van een zogenoemde ‘drietrapsprocedure’. Eerst doet de Gezondheidsraad onderzoek. Daarna wordt door de sociale partners in de SER-commissie MAC-waarden bekeken of de geadviseerde waarde ook technisch en economisch haalbaar is. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de norm vast.
De MAC van stoffen die deze drietrapsprocedure in Nederland, of via de Europese instellingen, hebben doorlopen, krijgt in Nederland de titel ‘wettelijke grenswaarde’.

Voor een uitgebreide databank van grenswaarden kijk op de website van de SER.

Voor veel stoffen is deze grondige, maar ook tijdrovende procedure nog niet rond. De MAC-waarde van deze stoffen is dan gebaseerd op buitenlandse normen, veelal afkomstig uit de Verenigde Staten van Amerika. Omdat de betrouwbaarheid van de grenswaarde in zo’n geval niet altijd even zeker is krijgt hij de status ‘bestuurlijke grenswaarde’.
Zo nu en dan herbeoordeelt de Gezondheidsraad stoffen. Meestal leidt dat tot een lagere aanvaardbare waarde. De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en op het internet te vinden.

Wat is de MAC-waarde?

De definitie van de MAC-waarde luidt: ‘de MAC is een bestuurlijk vast te stellen Maximaal Aanvaarde Concentratie van een gas, damp, nevel of van een stof in de lucht op de werkplek’.
Bij de vaststelling van deze waarde gaat men ervan uit dat die concentratie jouw gezondheid of die van je nageslacht bij herhaalde blootstelling niet schaadt.

Het gaat dus om aanvaarde en niet aanvaardbare waarden. Een commissie van de Gezondheidsraad, die bestaat uit wetenschappers, stelt een advieswaarde voor. Een SER- commissie beoordeelt de technische en economische haalbaarheid van de norm. Op basis van beide stelt de overheid de MAC-waarde vast.

Vervuilende stoffen

Stoffen die in de atmosfeer terecht komen door luchtvervuiling zijn bijvoorbeeld:

  • Koolmonoxide CO, (ook wel kolendamp genoemd) kan vrijkomen bij onvolledige verbranding, bijvoorbeeld in verbrandingsmotoren. Koolmonoxide is giftig, het heeft een verstikkend effect op mensen en dieren.
  • Chloorfluorkoolstofverbindingen (de zogenaamde CFK’s). De aardatmosfeer beschermt het leven op aarde door een gedeelte van de schadelijke straling die afkomstig is van de zon tegen te houden. Zo wordt het schadelijkste deel van de ultraviolette straling tegengehouden door de ozonlaag die zich op ongeveer 10-15 kilometer hoogte bevindt. De ozonlaag kan worden aangetast door chloorfluorkoolstofverbindingen . Deze verbindingen werden tot voor kort gebruikt als drijfgassen voorspuitbussen en als koelmiddel in oudere types koelkasten. Productie en gebruik van deze verbindingen zijn sinds enige jaren verboden. Zij zijn nu vervangen door verbindingen die minder schadelijk zijn voor de ozonlaag.
  • Stikstofoxiden NO2 worden bij verbranding geproduceerd, vooral als deze bij hoge temperaturen verloopt. NOx wordt vaak gemeten, ook in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Behalve dat het schadelijk is, wordt het ook gezien als een signaalstof, de hoeveelheid NOx die ergens wordt gemeten, is een indicatie voor allerlei andere vaak voorkomende luchtvervuiling.
  • Vluchtige organische stoffen, waaronder koolwaterstoffen. Deze zijn afkomstig uit bijvoorbeeld benzine (verdampen bij tankstations, en komen uit slecht afgestelde automotoren), maar ook gebruikt als oplosmiddel voor bijvoorbeeld verf. Koolwaterstoffen en stikstofoxiden vormen onder invloed van zonlicht fotochemische smog, waarvan ozon een belangrijke component is. In de oceanen bevinden zich ook grote hoeveelheden methaanhydraat: de methaan kan incidenteel aan de oppervlakte ontsnappen.
  • Zwaveldioxide SO2 ontstaat in grote hoeveelheden bij verbranding van kolen of bruinkool, maar ook in kleinere hoeveelheden bij verbranding van olieproducten. Bij fabrieken die grote hoeveelheden zwaveldioxide produceren wordt deze tegenwoordig grotendeels afgevangen en niet meer door de schoorsteen de atmosfeer ingeblazen (vroeger zag men nog wel eens de karakteristieke gele rook uit sommige industriële schoorstenen).
  • Fijn stof PM10 (vooral roet) van bijvoorbeeld bosbranden, vulkanen, maar ook uit bijvoorbeeld verbrandingsmotoren is een vervuilende factor. Ook dit wordt er in moderne motoren soms uitgefilterd, bijvoorbeeld met een speciaal roetfilter. Verder geven rem- en bandenslijtage ook fijn stof af. De verwachting is dat als de roetfilters effectiever worden, deze andere bijdrage belangrijker zal worden. In stedelijke gebieden is verkeer de grootste bron van fijn stof. Naast roet is er enorm veel stof uit woestijnen, maar bijvoorbeeld ook al het gesteente dat door erosie zeer fijn gemaakt wordt, kan door winden zeer ver en hoog de atmosfeer reizen.
  • Kooldioxide CO2 (officieel: koolstofdioxide). Sinds de industriële revolutie neemt het aandeel van kooldioxide in de atmosfeer sterk toe: Door de verbranding van fossiele brandstoffen is de hoeveelheid geproduceerde kooldioxide toegenomen, en deze toename wordt niet gecompenseerd door een evengrote vermeerdering van de vastlegging door bijvoorbeeld planten en algen. De grotere kooldioxide-concentratie in de atmosfeer zou een versterking van het broeikaseffect kunnen veroorzaken, wat, zo is het vermoeden, tot opwarming van de aarde, zeespiegelstijging en extreme weersomstandigheden zou kunnen leiden. De wetenschappelijke onderbouwing van deze vermoedens staat echter op losse schroeven sinds de fouten die in de rapporten van het IPCC zijn gevonden. Strikt genomen is kooldioxide echter geen vervuilende stof. Het is niet schadelijk voor de gezondheid en komt in de adem van mensen en dieren van nature voor. Zonder kooldioxide zou de aarde een erg koude planeet worden.



De tabel hierboven geeft het verband tussen de gemeten concentraties (in µg/m³), de
concentratieschaal (tussen 1 en 10) en de bijhorende beoordelingsschaal voor O3, NO2,
CO, SO2 en PM10.

Fijn stof, PM10

PM staat voor ‘particulate matter’, de 10 voor grootte: deeltjes dus van maximaal 10 micrometer diameter.

Fijn stof, ook wel PM10 of zwevende deeltjes genoemd, wordt als de meest schadelijke component van het mengsel van luchtverontreiniging beschouwd.

Voor fijn stof bestaat geen gezondheidskundige grenswaarde waaronder geen gezondheidsschade optreedt.
Ook bij lage blootstelling kan dus gezondheidsschade ontstaan.

De WHO heeft om deze reden geen advieswaarde voor fijn stof bepaald, maar heeft inmiddels wel een richtlijn vastgesteld van 10 microgram fijnstof per kubieke meter per dag.
In Nederland en de overige EU landen wordt gestreefd naar een jaargemiddelde van maximaal 25 microgram fijnstof per kubieke meter per dag.
Dat is veel meer dan de 10 microgram die de WHO als richtlijn geeft.

De Politiek

Het Europese Parlement heeft op 11 december 2007 ingestemd met een compromisvoorstel met de Europese Raad en Commissie over de nieuwe Richtlijn Luchtkwaliteit. De nieuwe Richtlijn geeft de mogelijkheid om later te voldoen aan grenswaarden als Nederland voldoende inspanning laat zien om de luchtkwaliteit te verbeteren. Voor PM10 is er uitstel mogelijk tot 2011 en voor stikstofdioxide (NO2) tot 2015. De nieuwe Richtlijn Luchtkwaliteit is een samenvoeging van de Kaderrichtlijn Lucht uit 1996, de daaruit voortvloeiende 1e, 2e en 3e Dochterrichtlijnen en een Beschikking van de Raad uit 1997. Ook zijn nieuwe normen geïntroduceerd voor PM2.5.

Als Nederland dus voldoende inspanning levert om de luchtkwaliteit, lees PM10 uitstoot te verminderen, dan krijgt het jaren uitstel om aan de normen zoals die door de politiek zijn vastgesteld, te voldoen.
Met andere woorden, FibroNed kan jarenlang aanrommelen met de uitstoot van PM10 als Nederland zich netjes gedraagt.
Met zulke oplossingen ga je voorbij aan waar het werkelijk om gaat: de gezondheidseffecten van fijn stof.
Volgens onderzoeken van onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie kan langdurige en zelfs kortdurende blootstelling aan PM10 leiden tot problemen als allergie en astma. PM10 zou verantwoordelijk zijn voor (vormen van) kanker en hart- en vaatziekten. Jaarlijks sterven in Nederland naar schatting 2.300 tot 3.500 mensen vroegtijdig aan inademing van fijn stof.

Betekenis voor Nederland

De mogelijkheid tot uitstel is een versoepeling ten opzichte van de oude richtlijnen. Nederland kan hierdoor meer tijd krijgen om te voldoen aan de normen voor PM10 en NO2.

Ook zijn er normen voor PM2.5 afgesproken, naast de al bestaande normen voor PM10. Nieuwe inzichten van de wereld gezondheidsorganisatie geven aan dat PM2.5 schadelijker is voor de mens dan PM10, onder andere omdat PM2.5 dieper in de longen doordringt. Daarnaast is PM2.5 beter te hanteren voor het beleid, omdat het meer dan PM10 door menselijk handelen in de lucht wordt gebracht.

De nieuwe grenswaarden voor PM2.5 zullen zeer waarschijnlijk niet leiden tot nieuwe fijnstofknelpunten. Op plaatsen waar wordt voldaan aan de grenswaarden voor PM10 wordt dan namelijk ook voldaan aan die voor PM2.5. Om de streefwaarden voor PM2.5 te halen is mogelijk wel extra fijnstofbeleid nodig.

Voor wat betreft de juridisch bindende normen (grenswaarden) blijven die voor de stoffen PM10 en NO2 voor Nederland het moeilijkst te halen.

Nederland kan nu zijn plannen, om de luchtkwaliteitsnormen op tijd te halen, verder gaan vormgeven en uitvoeren. Deze plannen krijgen onder andere vorm in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit programma is gericht op het tijdig voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen.

Daarnaast zijn er meetverplichtingen die verbonden zijn aan de nieuwe Richtlijn. Nederland is begonnen met de voorbereiding en uitvoering hiervan.

Inhoud van de nieuwe richtlijn

De nieuwe Richtlijn Luchtkwaliteit is een samenvoeging van de Kaderrichtlijn Lucht uit 1996, de daaruit voortvloeiende 1e, 2e en 3e Dochterrichtlijnen en een Beschikking van de Raad uit 1997. Zo zijn bestaande normen voor een reeks van stoffen opnieuw in samenhang vastgelegd. Ook zijn nieuwe normen geïntroduceerd voor PM2.5.

Download De belangrijkste normen uit de nieuwe Richtlijn Luchtkwaliteit [PDF, <0,1 MB]

De gezondheidseffecten van fijn stof zijn afhankelijk van de grootte en de samenstelling van de stofdeeltjes. De kleinere deeltjes, kleiner dan 2,5 µg/m³, zijn het schadelijkst omdat die tot diep in de longen kunnen doordringen. PM10 bestaat vooral uit deeltjes die het gevolg zijn van mechanische processen en opwaaiend bodemstof, terwijl PM2,5 voornamelijk bestaat uit deeltjes die het gevolg zijn van verbrandingsprocessen, waaronder dieselroet.
Er bestaat verschil in de effecten in korte en lange blootstelling aan hoge concentraties fijn stof.

Bij korte blootstelling kunnen de volgende effecten optreden:

  • vermindering van de longfunctie
  • toename van luchtwegklachten zoals piepen, hoesten en kortademigheid;
  • verergering van astma (vooral bij kinderen);
  • verergering van klachten gerelateerd aan hart- en vaatziekten zoals vaatvernauwing,
  • verhoogde bloedstolling en verhoogde hartslag.
Langdurige blootstelling aan verhoogde concentraties fijn stof kan leiden tot een blijvende verlaging van de longfunctie en tot een toename van de prevalentie van chronische luchtwegklachten, met name bronchitis.
(De prevalentie van een aandoening is het aantal gevallen per duizend of honderdduizend op een specifiek moment in de bevolking. Het begrip prevalentie moet niet worden verward met incidentie dat het aantal nieuwe gevallen in een bepaald tijdvak aangeeft. Een hoge prevalentie van een bepaalde ziekte in een bepaald gebied betekent dat er veel mensen aanwezig zijn die aan die ziekte lijden. Bij een ziekte die vaak een langdurig of chronisch verloop heeft, kan een beperkte incidentie van die ziekte toch tot een vrij hoge prevalentie leiden.)
Kwetsbare groepen:
Groepen die gevoelig zijn voor het optreden van gezondheidseffecten van luchtverontreiniging zijn:
  • ouderen;
  • patiënten met al bestaande luchtweg- of hartaandoeningen;
  • kinderen, met name die met al bestaande luchtwegklachten.

Ten opzichte van volwassenen zijn kinderen om een aantal redenen extra gevoelig voor blootstelling aan luchtverontreiniging, omdat kinderen:

  • relatief veel lucht inademen (in verhouding tot hun lichaamsgewicht);
  • kleinere longen en luchtwegen hebben;
  • kwetsbare luchtwegen en longblaasjes hebben omdat ze nog in ontwikkeling zijn;
  • meer tijd in de buitenlucht verblijven;
  • meer bewegen in de buitenlucht door sport en spel;
  • vaker astma hebben;
  • vaker acute luchtweginfecties hebben.

Samengevat:

Hoe meer fijnstof, des te korter de levensverwachting voor wie er aan wordt blootgesteld.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM) heeft berekend dat elke microgram ingeademde fijnstof per vierkante meter het leven verkort met 21 dagen.
Maar nog gevaarlijker is het roet dat zich in fijnstof bevindt. Voor roet zijn geen aparte normen ontwikkeld, maar heeft nog veel schadelijker effecten op de volksgezondheid.
Elke microgram roet zorgt voor een verkorting van de levensduur met 195 dagen, aldus het RIVM.