De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Top 10 gelezen vandaag

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Nieuwsarchief 2011

Nieuwsarchief 2011

Wind is gratis maar verre van goedkoop

Donderdag 29 december 2011

De opvatting dat windmolens een aantrekkelijke energiebron zijn waarmee Nederland zijn afhankelijkheid van aardolie en aardgas substantieel kan terugschroeven, is één van de kostbare mythes van deze tijd.
De wens van de overheid om over acht jaar 20 procent van ons energieverbruik uit zogenaamde duurzame energie te halen en daarbij vooral op windmolenparken in te zetten is ‘wishfull thinking’.

De redactie van Fibronot.nl stelt met nadruk dat dit artikel geen poging is om windenergie onderuit te halen. Dat doen de molens op termijn zelf al.
Het artikel laat alleen zien welke aspecten windmolenexploitanten en overheden u niet vertellen bij het tot stand komen van een windmolenpark.

Er zit maar weinig energie in wind en het is duur om die er uit te halen. De technologie is bovendien vrijwel uitontwikkeld – alleen met hoger en goedkoper bouwen valt nog winst te behalen. Belangrijkste bezwaar: het waait vaak niet (op het land ongeveer vier maanden per jaar niet) en dan moet de elektriciteit uit andere bronnen komen. Dat schiet dus niet op.

Wind is bewegende lucht

Windturbines halen energie uit de wind. Lang niet alles; de theoretische grens ligt bij 59 procent. En dan hebben we het uiteraard over de kolom lucht binnen de spanwijdte van de rotorbladen. De turbines van een windpark staan ver uit elkaar, dus het lijkt aannemelijk dat de kilometers brede luchtstroom door het park als geheel nauwelijks energie verliest. Maar dat is niet zo. Als veilige afstand tussen twee windparken – veilig in de zin dat ze niet al te veel merken van elkaars windschaduw – moet je denken aan tien tot meer dan dertig kilometer. De grens van ‘niet al te veel’ ligt dan bij een halve meter per seconde minder windsnelheid, uitgaande van een jaargemiddelde van 10 m/s op 90 m hoogte boven zeeniveau, en parken van 5 megawatt per vierkante kilometer aan geïnstalleerd vermogen.

De bron van energie van waaruit een windmolen wordt aangedreven is de zogenaamde “bewegingsenergie” of “kinetische energie” van de wind, dus van bewegende lucht. Deze kinetische energie zorgt er al eeuwen voor dat windmolens draaien.

Kinetische energie kan uitgedrukt worden door één enkele natuurkundige formule. Zonder één enkele uitzondering zijn alle eigenschappen, dus ook de opbrengsten, de risico’s en de kosten van windmolens het gevolg van die ene natuurkundige formule. Die formule die bepalend is voor de hoeveelheid van de aandrijvende kinetische energie.

Die formule is:

Es = f . mspec . v3

In deze formule is:

  • Es de kinetische energie die per seconde door de bewegende lucht wordt aangevoerd.
  • f een rekenfactor waarin o.a. de diameter van de propellercirkel is verdisconteerd.
  • mspec de specifieke massa van de aandrijvende lucht.
  • v3 de derde macht van de snelheid van die lucht, dus van de wind.
Nu is mspec , de specifieke massa van lucht, ofwel de massa per kubieke meter buitengewoon klein, namelijk niet meer dan 1,18 kg/m3 . Water echter heeft een specifieke massa van 1000 kg / m3 . Dat is bijna 900 maal meer dan van lucht.

Ook de snelheid van de wind is naar technische begrippen en vergeleken met de snelheid van de andere aandrijvende media zoals die toegepast worden bij andere krachtwerktuigen bijzonder klein.
Het vermogen van een windmolen varieert dus als gevolg van de variabele windsnelheid en die factor v3 zeer sterk tussen maximum en nul. Die derde macht is de doodsteek voor een betrouwbare productie van elektriciteit door windmolens.
Dat een windmolen zelfs al bij Beaufort 2 of 3 stroom van enige nuttige sterkte opwekt is gezien de dan minimale kinetische energie van de wind onmogelijk. Dit is voor ieder model windmolen, groot of klein, met verticale as of horizontale as, een sprookje. Bij zo weinig wind staan de windmolens gewoon stil. Windmolenexploitanten willen ons echter doen geloven dat bij windkracht 2 of 3 al voldoende elektriciteit wordt opgewekt.

Een derde macht
Een afname van 0,5 m/s lijkt nogal bescheiden. Maar de energie in de wind is evenredig met de derde macht van de windsnelheid. Als een turbine het moet doen met 9,5 in plaats van 10 m/s, is het verlies dus 14 procent. Natuurlijk gaat het om een specifieke windrichting. Windpark Egmond aan Zee merkt alleen iets van het park Prinses Amalia bij west-zuidwestenwind. Dat is echter een heersende wind, die een aanzienlijk deel van de opbrengst moet leveren. Verspreid over de levensduur van een windpark kan zelfs 0,5 m/s dan heel wat geld schelen.

Het gedrag van een stoom- of waterturbine als vergelijking met een windmolen

Bij een stoomturbine raast stoom van zeer hoge druk en temperatuur  met honderden kilometers per uur door de turbine. Bij een waterturbine raast een enorme massa water ook met hoge snelheid door de turbine. De vermogens van stoom- en waterturbines zijn daarom honderden malen groter dan van windmolens.

De hierboven genoemde formule voor kinetische energie is volledig bepalend voor het gedrag van windmolens. Daar valt op geen enkele wijze wat aan te veranderen. Ook met geen enkele zogenaamde ‘ innovatie’. Wát de exploitanten van windmolenparken ook trachten te beweren. Een natuurkundige wet is nu eenmaal iets dat eeuwig geldig zal blijven, of men windmolens nu nuttig of onzinnig vindt.
Hiermee wordt bewezen dat de aandrijvende kinetische energie van de wind en waaruit via de propeller het aandrijvende mechanische vermogen voor een windmolen moet komen onvermijdbaar drie ellendige eigenschappen heeft:

  1. Het vermogen kan , zoals zojuist opgemerkt, nooit anders dan bijzonder klein zijn in vergelijking met ieder ander krachtwerktuig zoals bijv. een stoomturbine of waterturbine
  2. Het vermogen kan niet anders dan extreem sterk en veelvuldig variëren tussen maximum en nul door de onbeheersbare variaties in de windsnelheid.
  3. De extreme en veelvuldig voorkomende variaties in dat kleine opgewekte vermogen zijn volledig van de toevallige windsnelheid afhankelijk. Per jaar zal het opgewekte vermogen van een windmolen daarom als gemiddelde zeer aanzienlijk kleiner zijn dan het maximale vermogen waarvoor de windmolen werd gebouwd.

Windmolens besparen veel minder fossiele brandstoffen en CO2 dan altijd is aangenomen. Het is zelfs niet onmogelijk dat het bouwen van een windmolen juist leidt tot een hoger gebruik van fossiele brandstoffen en dus een hogere uitstoot van het broeikasgas CO2.
De wind krijgen wij kosteloos, maar dat betekent niet dat de elektriciteitsopwekking met windkracht dat ook is. De installaties kosten geld en energie voor de bouw. En de daarvoor benodigde fossiele brandstof is extra, want de leidingen, turbines en andere apparatuur zijn dat ook. Naast een windinstallatie moet namelijk een ongeveer even groot conventioneel opwekkingsvermogen in stand worden gehouden. Het gaat dus altijd om dubbele machinerie en extra transport capaciteit.
De kosteloze wind komt niet op bestelling. Hij varieert. Soms is er veel wind, soms weinig. En die variaties sporen niet met de elektriciteitsbehoefte. Omdat er nog geen economisch-technisch verantwoorde manier is om elektrische energie op te slaan, wordt de windvariatie ondervangen door gewone elektriciteitscentrales in te schakelen of uit te zetten.
Het in Nederland opgestelde windvermogen is nog lang niet de 6000 megawatt, die het kabinet voor ogen staat. De regelproblemen die het gevolg zijn van de windvariatie treedt pas aan het licht als het windvermogen een behoorlijke fractie van het totale vermogen uitmaakt.
Duitsland heeft echter al een jarenlange windtraditie en heeft de afgelopen jaren veel cijfers over de elektriciteitsproductie met windmolens gepubliceerd.

Wat de exploitanten van windmolens u nooit zeggen

Duitsland zet grootschalig in op de toepassing van windenergie. De windturbines staan verspreid over heel Duitsland, van de Noordzee (‘offshore’) tot Beieren. Sinds 2000 is het opgesteld vermogen gestegen van 6 GW tot maar liefst ruim 23 GW in het jaar 2008. (Het vermogen van een flinke conventionele elektriciteitscentrale, is doorgaans in de orde van grootte van 1 GW.) De Duitsers zijn ook open over de energieopbrengst van hun molens, zoals blijkt uit de tabel. De gegevens zijn ontleend zijn aan het ‘Windenergy Report 2008’.

Opgestelde windvermogen in Duitsland

Het opgestelde wind elektriciteitsvermogen in Duitsland en de feitelijke
jaarlijkse opbrengst in terawattuur met het daarvan afgeleide gemiddelde
windmolenjaarrendement (=verhouding effectief vermogen/
opgesteld – naamplaat – vermogen).

Over deze reeks van jaren is het windmolenrendement (= de verhouding van wat feitelijk naar het net werd gestuurd t.o.v. dat wat met het opgesteld vermogen maximaal zou kunnen worden geleverd) 17 procent.  Hierbij moet bedacht worden dat windelektriciteit in Duitsland wettelijk voorrang heeft op het net. Als er windelektriciteit voorhanden is, moet die ook worden afgenomen. Andere centrales moeten dan worden teruggeregeld.
Deze getallen hebben betrekking op het totaal van de windmolens verspreid over heel Duitsland, dus het effect van windvariaties over het gehele land is meegenomen. De bijdrage van deze enorme opgestelde capaciteit is nogal bescheiden. Het effect van spreiding van de turbines over een groot geografisch gebied loste het probleem van de windvariatie niet op. En dat geldt niet alleen voor Duitsland.
In de VS heeft men dezelfde berekeningen gedaan op een oppervlakte van tweemaal de oppervlakte van Duitsland en ook daar kwam met tot dezelfde resultaten.

Hiermee wordt bewezen dat spreiding van windmolens over grote afstanden niet helpt om het totale vermogen meer constant te maken.
Dit onvoorspelbare gedrag van windmolens en groepen windmolens heeft een bijzonder nare consequentie, namelijk dat van het totale geïnstalleerde windmolenvermogen niet meer dan 10% gerekend mag worden als werkelijk betrouwbare vervanging van conventioneel opgewekte elektriciteit!
Dit is ook het getal waarmee ook de technici van E.ON in Duitsland rekenen. Wanneer men de onderstaande grafiek  bekijkt dat ziet men dat deze conclusie van deze technici zeker niet onlogisch is.
Dit is een ongunstig feit dat door voorstanders van windmolens altijd verzwegen wordt. Misschien omdat ze dit fenomeen niet zo erg goed begrijpen? Of doelbewust willen verzwijgen omdat dit ongunstig is voor een betrouwbare productie van elektriciteit ?

De windvariatie houdt men liever geheim

Het probleem van de windvariatie is een probleem dat de windmolenexploitanten u niet graag vertellen en al helemaal niet dat een windpark nooit de maximale opgestelde capaciteit levert, ook niet gedurende een langere periode.
In de praktijk is dit dus slechts ongeveer 17 procent, vaak nog minder.
Het sprookje dat een windpark jaarlijks voldoende elektriciteit produceert voor zoveel huishoudens is daarmee ook doorgeprikt.
Als voorbeeld nemen we een windmolenpark van NUON langs de Eemmeerdijk vlakbij Zeewolde.
NUON zegt daarover:
Het windturbinepark bestaat uit achttien windturbines, verspreid over een lengte van 4,5 kilometer.  Het geïnstalleerde vermogen van het park bedraagt 18 MW, waarmee jaarlijks voldoende elektriciteit wordt geproduceerd voor 11.000 huishoudens.
Dat is dus uit de duim gezogen omdat niet één windpark de maximale capaciteit kan leveren.

Hetzelfde geldt voor het geplande windpark op de Ecofactorij in Apeldoorn. Dit windpark zou met 5 windmolens totaal 14 MW moeten opwekken wat volgens de gemeente Apeldoorn voldoende zou zijn voor 6000 huishoudens. Lariekoek, want als we rekening houden met een gemiddelde stroomopbrengst van 17 tot 30 procent per jaar van dit windmolenpark zouden er slechts 1000 tot 2000 huizen van elektriciteit kunnen worden voorzien.

Om meerdere redenen is dit een onzinnige uitspraak.
Ten eerste is de enige bestaande meeteenheid voor geleverde elektriciteit de kilowattuur. Veronderstel dat u voor uw eigen verbruik een rekening krijgt “voor levering van zus of zoveel huishoudens” , dan vraagt u zich toch ook af of ze gek geworden zijn.
Ten tweede: alle door windmolens geproduceerde elektriciteit vloeit in het openbare elektriciteitsnet en zeker niet alleen naar huishoudens, maar naar al die honderdduizenden andere gebruikers, industrie en particulieren. Niemand krijgt dus, ook wanneer hij vlakbij windmolens zou wonen, stroom van die windmolen uit zijn stopcontact maar doodgewoon stroom die voor minstens 99 % uit de centrales komt.
Gelukkig maar, anders zou men zeer vele dagen per jaar geen stroom uit die windmolens krijgen omdat die dan toevallig stil staan. De kreet “zus of zoveel huishoudens” is niets anders dan een uitdrukking om het publiek met een groot en indrukwekkend getal te imponeren.

Er worden nogal wat voorlichtingsavonden gegeven door energiemaatschappijen en windmolenexploitanten. Schaamt u zich  niet en stel de volgende vraag eens: Wat de voorgestelde windmolens effectief aan kilowatturen opleveren. Vraag een bindende opgave in kilowatturen. Vraag ook of er een grafiek van het in één jaar geproduceerde vermogen afgegeven kan worden, ter controle van de betrouwbaarheid van de levering.
Zo’n vraag zal u niet in dankbaarheid afgenomen worden.

Het Duitse energiebedrijf E.ON heeft over de windvariatie een illustratieve grafiek gemaakt.

Windkracht variaties

Deze grafiek toont het gezamenlijke vermogen van 7000 windmolens in Duitsland.
Fractie van geleverde windelektriciteit aan
het net over ~ 7 GW (meer dan het huidige voorgenomen Nederlandse)
opgesteld windvermogen. Dit toont de windstroomfluctuaties. Zij
varieerden van 0,2% tot 38% van de totale door het bedrijf aan het net
geleverde elektriciteit.

Hier toont de grootste Duitse windelektriciteitsproducent, E.ON, hoe in een jaar de fractie ‘wind’ van de door haar geleverde stroom fluctueerde tussen de uitersten 0,2% en 38%. E.ON had op dat moment ongeveer zoveel windvermogen als onze regering voor de toekomst in Nederland voor ogen staat. De sterke variabiliteit in de opbrengst wordt mede veroorzaakt door de natuurwet die zegt dat de energieopbrengst van wind met de derde macht van de windsnelheid verandert. Als de windsnelheid de helft is van die waarbij de turbine zijn maximale capaciteit levert, wordt slechts 1/8 of te wel 12,5% van die capaciteit geleverd. Verder waait de wind soms dagen helemaal niet. Dan moet alle stroom weer van de gewone centrales komen.

Om de duurzaam opgewekte energie optimaal te benutten heeft de Duitse overheid een aantal maatregelen moeten nemen. Eén daarvan is: als windelektriciteit wordt aangeboden, heeft die voorrang. De levering door de andere centrales moet dan worden verminderd. In het theoretische geval dat de windkracht in heel Duitsland maximaal is zouden alle windmolens 23 GW aan windelektriciteit opwekken die (voorrangsregel) aan het net wordt aangeboden. Is er geen of weinig wind, dan moeten de andere elektriciteitscentrales dus tot 23 gigawatt extra leveren.
Dit betekent dat er in Duitsland 23 GW aan vermogen ‘stand-by’ dient te staan om de fluctuaties in de wind – en dus in de elektriciteitsproductie – op te vangen.
Uiteraard kost dat extra kapitaal om al dat extra (dubbele) vermogen op te stellen, om de aanpassingen aan het koppelnet te maken en om de ongewenste windvariaties op te vangen.
Dus is altijd een vangnet nodig van gewone centrales. Het probleem is echter dat een elektriciteitscentrale niet zo maar even aan en uit kan worden gezet. Dus wordt de grilligheid van de windstroom opgevangen met behulp van gasturbines. Die zijn wel snel aan en af te schakelen. Waar een moderne elektriciteitscentrale echter een rendement van ongeveer 55 procent heeft, is dat voor een gasturbine maar 30 procent.

Met andere woorden, wanneer Nederland zoals het kabinet wil steeds meer windmolenparken gaat bouwen, zullen er ook meer gasturbines moeten verrijzen. Daardoor daalt de besparing op fossiele brandstoffen en op de CO2-uitstoot.

Wanneer door de inzet van windmolens (plus de daarvoor benodigde gasturbines) het gemiddelde rendement van de elektriciteitscentrales in een land zakt van 55 naar 45 procent, windmolens zelfs meer fossiele brandstoffen verstoken dan ze besparen.
Dus bespaart een windmolen geen CO2 maar produceert een windmolen in feite via een omweg CO2.
Het is interessant om eens nader in te gaan op het effect van die variabele bijleveringen op de efficiëntie van conventionele centrales gestookt op kolen, gas, olie en kernenergie.
Over de extra brandstof, die dat kost, worden geen gegevens bijgehouden. Ze worden althans niet gepubliceerd. De niet-wind gedreven centrales doen braaf wat er van ze wordt gevraagd. Zij verzorgen de leverings­zekerheid. Wat is nu het effect van die windvariaties op de efficiëntie en het brandstof­verbruik van de andere centrales?
Voor het berekenen van dit effect moeten enkele aannames worden gemaakt.

  1. Allereerst, dat de opgestelde windvermogencapaciteit elk jaar een aantal keren wordt gehaald; dat betekent dat die totale vermogencapaciteit ook moet kunnen worden geleverd op het moment dat er geen wind is. Deze aanname wordt gesteund door onderzoek in Duitsland, dat er in Duitsland en Denemarken nog geen enkele conventionele centrale is gesloten na de komst van windenergie. De conclusie van het Duitse onderzoek is  dat het equivalent van 100% van de opgestelde wind capaciteit aan fossiele centrales stand-by moet staan – anderen noemen dit ‘spinning reserve’ – om leveringszekerheid te garanderen.
  2. We nemen ook aan dat de compenserende centrales slechts gedeeltelijk door laag-rendement gasturbines gedreven zijn. Door goede planning kan een deel van de stochastische windfluctuatie door op en afregelen van efficiënte conventionele centrales geregeld worden. Alleen de ergste fluctuaties worden door gasturbines, die snel reageren, opgevangen. (Zoals gezegd brengt het op- en afregelen van de basisopwekking ook slijtage en extra brandstofgebruik met zich mee.)
  3. We nemen aan dat de elektrische efficiëntie van een goede moderne centrale 55 % is, en die van een gasturbine (snel op en af regelend) 30%. Tussen deze uitersten ligt dus ergens het rendement van de ‘back up’.
  4. We weten uit onderzoek op de Universiteit van Kassel in Duitsland dat 1 kWh elektrisch opgewekt vermogen  270 gram kolen kost, zodat 1 kWh door de wind opgewekt elektrisch vermogen dus ook 270 g kolen spaart – zonder de kosten van de back-up inefficiëntie.

Laten we nu de productie van 100 kWh elektriciteit waarvoor windmolens zijn gebouwd eens bekijken.
Na een jaar blijkt daarvan 17,5 kWh afkomstig geweest van wind en de rest van conventionele centrales, die als back-up voor de windturbines dienen. Als die conventionele centrales hun stroom onder optimale condities leveren, kost dat 82,5 x 270 gram = 22 275 g kool en wordt 17,5 x 270 gram = 4 725 g kool bespaard op de productie van de 100 kWh.
Echter, de windproductie, die voorrang heeft op het net, dwingt de producent om de conventionele back-up centrales reactief op en af te regelen. Hierdoor neemt het rendement af. In het uiterste geval als alleen open-cycle gasturbines de fluctuaties op zouden kunnen vangen, daalt het rendement naar ca 30%.
De tabel hieronder  laat zien hoe dit afnemend rendement de conventionele brandstof besparing beïnvloedt. Bij een calorisch rendement van ca 45% bij de back-up productie slaat de besparing al om naar extra brandstof inzet. Wind inzet levert onder deze condities dan ook direct extra CO2 uitstoot op. Waarlijk een contra intuïtieve uitkomst! Een cynicus zou kun­­nen opmerken dat OPEC en Putin de inzet van wind energie moeten aanmoedi­gen om onze afhankelijkheid van hun leveranties te vergroten.

Let wel, dit verlaagde rendement heeft uitsluitend betrekking op de centrales die back-up moeten staan dan wel leveren. De overige conventionele centrales werken door op hun normale rendement.

Rendement

De primaire brandstof besparing (kolom 4) bij verlaagde
efficiëntie ten gevolge van fluctuerende levering in de conventionele
back up centrales (kolom 1) en de algehele verlaging van de efficiëntie
van alle conventionele centrales samen (kolom 5)

In Duitsland wordt ongeveer 9 % van de totale elektriciteitsproductie door de wind geleverd. Indien de windmolens steeds op vol vermogen zouden werken, zou dat (100/17,5) x 9% = 51,4% van alle elektriciteit zijn. Slechts 48,6% kan dus op de meest efficiënte manier door de overige centrales worden geleverd, zeg met 55% rendement. De ontbrekende stroom, 100 – 9 – 48,6 = 42,4% van de elektriciteit, wordt door de conventionele centrales op niet-optimale wijze, als back up, geproduceerd. Daardoor wordt bij de lagere rendementen, waarvoor in de tabel hierboven de ‘besparingen’ werden berekend, de algehele, ‘zichtbare rendementen’ van de conventionele centrales berekend met:
{42,4 x (gereduceerd rendement) + 48,6 x 55} / 91%
Het resultaat is weergegeven in de laatste kolom van die tabel. Een vermindering van 55% naar bv. 50% oogt niet dramatisch, maar in dat laatste geval betekent het wel, dat de investeringen voor de  hele windmolen plus alle extra apparatuur en leidingen voor niets is geweest. Het spaart geen fossiele brandstof en de CO2-uitstoot is groter dan zonder windmolens. Het is de vraag of een daling van het rendement door de windinzet ‘überhaupt’ is opgevallen, omdat deze daling vrij willekeurig verdeeld wordt over vele producenten en primaire energietypes (kool, olie, gas, bruinkool, kernenergie).

De berekeningen hierboven hebben alleen betrekking op de energiehuishouding tijdens de operatie van de centrales. Extra energie en arbeidskosten ten gevolge van de noodzaak om 100% back-up te hebben, en de energie en arbeidskosten van het koppelnet met zijn regelsystemen zijn niet in beschouwing genomen. (Ook de hoeveelheid CO2 die vrij kwam bij de bouw van al die apparaten en hun onderhoud bleef buiten beschouwing.)
Het back-up probleem blijft verborgen zolang het opgestelde wind­vermogen klein is. Wellicht is het om die reden in Nederland nog niet opgemerkt. Althans, je hoort politici en windmolenexploitanten er niet over spreken.

Conclusies

  1. Het is nodig om op basis van feiten, niet van modellen, vast te stellen, wat de verhoging van het brandstofverbruik ten gevolge van de verlaagde efficiëntie van de fossiele bijleveringen is, voordat in Nederland grote wind energie investeringsplannen worden omgezet in werkelijkheid.
  2. Windenergie kost al gauw meer dan het oplevert; niet alleen aan geld, maar ook aan brandstof en in dat geval vergroot het de CO2-uitstoot.
  3. Het is de hoogste tijd dat de elektriciteitsmaatschappijen uit eigen beweging de werkelijke gegevens over het extra brandstofgebruik publiek maken, of anders dat zij daartoe worden gedwongen.

De productiefactor
Het totale aantal kilowatturen dat door een windmolen in één jaar met al zijn vermogensvariaties tussen maximum en nul of nagenoeg nul wordt opgewekt als percentage van wat bij continu vol vermogen zou zijn geproduceerd heet de ‘ productiefactor’.
Een moderne windmolen met een maximaal vermogen van 3000 kW ( 3 MW ) zal door al die vermogensvariaties gemiddeld over een jaar niet meer dan tussen de 17 en hoogst zelden 30% effectief elektriciteit opwekken. Dus met een productiefactor die ligt tussen 17 en 30%. Hoe hoger de windmolen wordt gebouwd en hoe windrijker de bouwlocatie is des te hoger die productiefactor zal zijn. 30% wordt op het land praktisch nooit gehaald. Op zee wordt op zeer windrijke locaties wel eens 35 tot 36% gehaald.
Tengevolge van die gedurende een jaar optredende variaties van windsnelheid en het daarmee opgewekte vermogen zal een productiefactor dan ook nooit tevoren door de bouwers van windmolens gegarandeerd kunnen worden . Die is pas voor een bepaald jaar aan het einde van dat jaar te meten. Bouwers van windmolens zullen dan ook nooit een boeteclausule accepteren voor het niet halen van een door hen beloofde productiefactor. De door hun beloofde productiefactor kán gewoon niets anders zijn dan een gok. Zij kunnen immers niet weten hoe in een bepaald jaar de wind zal waaien. Die productiefactor is volledig van de onvoorspelbare variaties van de wind afhankelijk.
De kosten van windenergie
De prijs van een te bouwen windmolen wordt altijd gerelateerd aan het maximale vermogen. Een 3 MW windmolen wordt dus gebouwd alsof het echt een windmolen van 3 MW zou zijn. Maar die molen levert effectief op het land, dus gemiddeld, gedurende een jaar met niet meer dan de zojuist genoemde 17 of in uiterst zeldzame gevallen 30% van dat vermogen. Dat betekent niets anders dan : Men betaalt voor een machine gebouwd voor 3 MW maar het ding levert voor maar 17 tot hoogstens 30% daarvan elektriciteit die met onvoorspelbare horten en stoten ter beschikking komt. Dat betekent dat van het besteedde geld circa 83 tot 70% weggegooid geld is.
Verder is het duidelijk  dat de zeer onvoorspelbaar geleverde kilowatturen windenergie aanzienlijk minder waard zijn dan kilowatturen waarop u iedere minuut van het jaar, dus met zekerheid, op kunt rekenen, de fossiele energie. Kennelijk moet op de een of andere manier de zeer forse subsidie voor de exploitatie van windmolens een rol spelen.
Bovendien vergen, bij substantiële toepassing van windenergie, alle zeer kostbare maar noodzakelijke technische voorzieningen die getroffen moeten worden om de betrouwbaarheid van levering aan het net te waarborgen nog eens kosten die vele malen hoger zijn dan alleen de kosten voor bouw en exploitatie van individuele windmolens.

Volgens E.ON kunnen windmolens voor niet meer dan ongeveer 10 % tot betrouwbare opwekkers van elektriciteit voor een landelijk net gerekend worden.
Over dit feit hullen exploitanten van windparken zich in een diep stilzwijgen.
E.ON heeft in een rapport, E.ON Windreport 2005, een goed overzicht van alle technische problemen, waarvan de kosten voor Duitsland alleen al op vele miljarden Euro’s worden geschat.

Het op realistische basis vergelijken van werkelijk alle kosten van door windmolens geproduceerde elektriciteit met de kosten van conventioneel geproduceerde elektriciteit is een buitengewoon gecompliceerde technische zaak maar waarvan de uitkomst sterk afhankelijk zal zijn van de ‘politiek’. De “politiek” laat het, wat naïef, voorkomen alsof men alleen windmolens hoeft te bouwen die dan als het ware gewoon via een simpel stopcontact aan het landelijke hoogspanningsnet aangesloten kunnen worden.
Was het maar zo eenvoudig.

Risico van windenergie voor de elektriciteitsvoorziening

Hoe de scherpe variaties van het totale vermogen van grote groepen windmolens is te zien op de grafiek hierboven.
Het totaalvermogen zal gedurende een jaar zeer vele malen variëren tussen maximaal vermogen en nul.  Dit als gevolg van die ene natuurkundige wet voor de aandrijvende energie van de wind. Iets waar niets tegen te doen is. Of dat nu windmolens op het land of op zee zijn, dat maakt geen enkel verschil.

Ter dekking van de totale landelijke behoefte aan elektriciteit zal er van minuut tot minuut exact zoveel kilowatts in het net gevoed moeten worden als er afgenomen wordt. De minste of geringste onbalans tussen vraag en aanbod zal onherroepelijk tot ineenstorting van het net, dus tot een black-out leiden. Dat kan al gebeuren bij een onbalans gedurende tienden van een seconde. De scherpe wisselingen in de voeding vanuit de gezamenlijke windparken, of die nu op het land of op zee staan, zullen door het omhoog of omlaag regelen van het totale vermogen van alle elektriciteitscentrales gecompenseerd moeten worden. Dat zal bij een groot totaal geïnstalleerd vermogen van alle aangesloten windparken om technische redenen niet mogelijk zijn. Stoomturbines zoals die in centrales in gebruik zijn kunnen namelijk alleen met een beperkt aantal kilowatts of megawatts per minuut of per kwartier naar een hoger of naar een lager vermogen geregeld worden. Deze limieten van de regelsnelheid (regelgradiënten) variëren van ongeveer 11 tot ca. 14 MW per minuut afhankelijk of er omhoog of omlaag geregeld moet worden. Bij overschrijding van deze maximaal toelaatbare regelsnelheid (regelgradiënt) loopt de turbine de kans beschadigd te worden. Het is daarom altijd zaak om in een centrale een stoomturbine met veel beleid in vermogen omhoog of omlaag te regelen. Grote en onverwachte variaties van het totaalvermogen aan windenergie hebben daar geen invloed op.
Plotselinge wisselingen van een groot totaalvermogen van windenergie naar nul of nagenoeg nul bij onvoldoende wind of omgekeerd bij stijgen van de windsnelheid, kunnen dus niet altijd direct opgevangen worden door correctie van het vermogen van conventionele centrales.

Tot nu toe is het opgestelde vermogen van windparken in Nederland niet zodanig groot dat er direct onbalans in het vaste elektriciteitsnet kan ontstaan, maar met de toekomstige geplande uitbreidingen bestaat wel degelijk het gevaar van een verstoring in het openbare elektriciteitsnet.
De E.ON grafiek laat zien dat het totale vermogen van grote groepen windmolens in zeer korte tijd met honderden megawatts kan stijgen of dalen.
Wanneer de centrales dergelijke grote variaties van het windvermogen niet meer kunnen compenseren is een netstoring het onherroepelijke gevolg.

De conventionele centrales die de variaties van het totale windvermogen moeten compenseren zullen noodgedwongen zelf ook met een onregelmatig wisselend vermogen moeten draaien. Met als gevolg dat zij de kWh’s en MWh’s elektriciteit met een slechter rendement zullen opwekken dan bij normaal bedrijf met vrijwel constant vermogen. Zij zullen hierdoor een hogere uitstoot van CO2 veroorzaken zodat het onder omstandigheden zeer de vraag is of de totale elektriciteit productie tengevolge van die grote aantallen windmolens echt nog wel “schoner” zal worden. In ieder geval wordt de elektriciteit aanzienlijk duurder door de vele technische aanpassingen die in het net gedaan moeten worden.

De kosten van windenergie rijzen de pan uit, ondanks het feit dat wind gratis is

Tennet, de beheerder van het landelijke elektriciteitsnet,  moet de komende tien jaar in Nederland en Duitsland voor meer dan €  11 miljard investeren in nieuwe infrastructuur, zoals nieuwe hoogspanningsleidingen en -masten, schakel- en koppelstations, zeekabels voor de aansluiting van offshore windparken en apparatuur voor het balanceren van het openbare elektriciteitsnet.
TenneT moet, om alle investeringen te kunnen betalen, een beroep doen op de overheden van Duitsland en Nederland voor de uitbreiding van kapitaal. Met de regelmaat van de klok worden obligaties uitgegeven aan institutionele beleggers om de lopende investeringen te kunnen financieren.
Deze investeringen zullen door de gebruikers moeten worden terugbetaald in de vorm van aanzienlijk hogere elektriciteitstarieven.
Waar dit toe leidt zien we in Denemarken, het land met veel windmolens, waar de elektriciteitstarieven inmiddels tot de hoogste in Europa behoren.

De levensduur van een windmolen

Windmolens hebben volgens de fabrikanten een levensduur van minstens 20 jaar.
Dit nemen we met een korrel zout.
We herinneren ons hoe de NUON dit jaar heeft besloten een windmolenpark bij Lelystad te slopen vanwege aanhoudende mankementen aan de molens. Deze windmolens staan er pas 12 jaar.
In het algemeen zijn experts het erover eens dat de huidige generatie extreem hoge windmolens, die met masten van 100 meter hoog of meer en met een diameter van de wieken van ongeveer 90 meter, overmatige slijtage optreedt. De krachten die op de rotoras worden uitgeoefend zijn extreem, vooral als de windmolen afgeremd moet worden vanwege te hoge windkracht.

De praktijk lijkt te worden dat de technische levensduur van windturbines ongeveer de helft korter  is dan de economische levensduur.
Dat is vooral voor investeerders van groot belang om te weten.

De pot met goud?
Aan het einde van de regenboog een pot met goud?


Reservering grond voor Fibroned op Ecofactorij loopt ten einde

Donderdag 29 december 2011

De reservering van een stuk grond van ongeveer 5 hectare voor Fibroned op de Ecofactorij loopt ten einde.
Er zijn gegadigden die het door de gemeente Apeldoorn gedurende meer dan 10 jaar gereserveerde stuk grond willen kopen in verband met uitbreiding van de bestaande activiteiten.

De gemeente Apeldoorn heeft het afgelopen jaar diverse keren in de pers gezegd dat het stuk grond op de Ecofactorij dat voor Fibroned is gereserveerd, niet tot in lengte van jaren zal worden gereserveerd.

De gemeente heeft zoals bekend een financieel tekort van ruim € 100 miljoen, waarvan het gemeentelijk grondbedrijf voor een groot deel voor verantwoordelijk is.
In de afgelopen tien jaar heeft Apeldoorn voor de reservering van het stuk grond voor Fibroned al ruim € 1 miljoen aan rente moeten betalen.
De grote tekorten hebben er inmiddels toe geleid dat Apeldoorn vanaf 1 januari 2012 onder financieel toezicht van de Provincie Gelderland zal komen te staan.

De grootste ‘vijand’ van de gemeente Apeldoorn, de firma Reesink, lag jaren lang in de clinch met de gemeente over stukken grond en bouwplannen op de Ecofactorij in Apeldoorn. De geschillen zijn vrijwel stuk voor stuk voor de rechtbank uitgevochten, met steeds de gemeente Apeldoorn als verliezende partij.
In de laatste rechtszaak van een maand geleden kwamen beide partijen een schikking overeen, waarna de strijdbijl begraven werd.

Nu alle geschillen zijn bijgelegd zijn Reesink en de gemeente Apeldoorn weer on speaking terms.
Reesink heeft ondanks de economische tegenwind de wind vol in de zeilen en wil het bedrijfsresultaat vertalen naar meer opslag- en werkruimte.

De aanwezige hallen van 25.000 en 12.000 vierkante meter zijn inmiddels te klein. Het bedrijf denkt dan ook aan uitbreiding binnen een termijn van vijf jaar en zou de nieuwbouw het liefst gerealiseerd zien op de Ecofactorij, waar Reesink al jaren is gehuisvest.

Reesink heeft een voorkeur uitgesproken voor het stuk grond dat Apeldoorn al meer dan tien jaar voor Fibroned heeft gereserveerd.

Behalve de redactie van Fibronot.nl zijn er kennelijk meer mensen die een einde willen aan de situatie dat vijf hectare grond op kosten van de Apeldoornse bevolking gereserveerd wordt voor een verbrandingsinstallatie waar niemand in Apeldoorn op zit te wachten.
De maatschappelijke onrust die onder een groot deel van de Apeldoornse bevolking leeft ten aanzien van de kippenmestverbrander zal weggenomen worden als de gemeente dit stuk grond aan Reesink verkoopt.

Apeldoorn heeft dringend geld nodig en is er op gebrand, onder druk van de Provincie Gelderland, de tekorten van het grondbedrijf snel weg te werken.
De kans is dan ook aanwezig dat Reesing volgend jaar het stuk grond waar ooit een kippenmestverbrander zou worden gebouwd gaat kopen.

Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat het verbranden van kippenmest één van de meest vervuilende methodes is om energie zogenaamd duurzaam op te wekken.
Bovendien staan financiers zoals banken ook niet meer te springen om naar schatting € 150 tot € 180 miljoen te financieren voor een soort verbrandingsinstallatie die elders op de wereld bewezen heeft tot de meest vervuilende soort industrie te behoren.

Zonder Fibroned gaat Apeldoorn dan toch nog groen worden.


Windparken op CURAÇAO worden vervangen en uitgebreid

Maandag 26 december 2011

De windparken  op Tera Kòrá en Playa Kanoa worden de komende tijd vervangen en uitgebreid. Premier Gerrit Schotte gaf onlangs het startschot voor de werkzaamheden. Als het project volgens planning verloopt, zullen de parken medio volgend jaar gebruiksklaar zijn.

De premier onthulde een groot bord waarop het project staat uitgelegd. NuCapital Curaçao BV en Aspiravi NV verzorgen de bouw van de nieuwe parken met een totale capaciteit van 30MW. Aqualectra gaat de stroom die de windmolens opwekken afnemen en op het algemene net zetten.

Uitbreiding windpark
De premier van Curaçao onthult een bord waarop het windmolenproject
staat uitgelegd

CIBC FirstCaribbean Curaçao neemt als financier deel in een lening van 55 miljoen dollar voor NuCuraçao Windparken B.V. Het project heeft een totale investering van 74 miljoen dollar voor de windparken op Tera Kòrá en Playa Kanoa.

De bijdrage van CIBC FirstCaribbean kwam tot stand dankzij een geografisch verspreid team dat zich bevond op Barbados, Curaçao en Trinidad en werd geleid door Gillian Charles-Gollop, Sector Specialist – Energy & Utilities, in Barbados. In het team zat ook Timba Engelhardt, Senior Business Analyst vanuit Curaçao evenals Heather Titus, Head of Deals Management & Control in Trinidad.


Verzet tegen windmolenparken groeit

Donderdag 22 december 2011

Drie grote windmolenparken in de Drentse en Groningse Veenkoloniën kunnen niet los van elkaar worden gezien. Dat stelt de Commissie voor de milieueffectrapportage vandaag naar aanleiding van de plannen voor de bouw van een windmolenpark langs de N33 (Assen-Veendam). De bij wet ingestelde commissie adviseert de overheid over milieu-effectrapportages.

Het Samenwerkingsverband Windpark N33 wil langs de provinciale weg tot 40 windturbines bouwen. Maar er zijn meer plannen voor windmolenparken in de Veenkoloniën, tot een totaal van zo’n 200 turbines. Vanuit de bevolking is steeds meer verzet tegen de komst van de windparken. Ook de provincie Drenthe heeft grote bezwaren.

Door windpark N33 en andere plannen voor windenergie in Groningen en Drenthe in samenhang te onderzoeken kan milieuwinst voor het landschap geboekt worden.

De ministers van Economische zaken, Landbouw & Innovatie en Infrastructuur en Milieu willen het park mogelijk maken en stellen daarom een rijksinpassingsplan met een milieueffectrapport (MER) op.

Milieuwinst landschap
Het is belangrijk dat het Rijk locatie en grootte van dit windpark en de daaraan verbonden milieueffecten in het MER goed onderbouwd. Daarvoor is het nodig de samenhang van windpark N33 met andere plannen in de Veenkoloniën te bekijken, bijvoorbeeld de naastgelegen plannen voor de windparken Drentse Monden en Oostermoer.
Een integrale visie waarbij de locatie en het ontwerp van windpark N33 afgestemd zijn op deze plannen kan leiden tot een betere inpassing en milieuwinst voor het landschap. Bijvoorbeeld door een balans te vinden tussen de vrije horizon en de nieuwe opstellingsvormen van windturbines in lijnen en clusters.

Commissie voor de m.e.r.
De Commissie voor de milieueffectrapportage is een onafhankelijke commissie van deskundigen. Zij adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrapportages; zij spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van een initiatief.

Samenwerkingsverband
KDE Energy BV en Blaaswind BV, verenigd in het samenwerkingsverband ‘Windpark N33′, willen een windpark realiseren. De beoogde locatie ligt langs de N33 in de gemeenten Veendam en Menterwolde. Om het windpark ruimtelijk mogelijk te maken wordt een rijksinpassingsplan opgesteld, daarnaast zijn verschillende vergunningen nodig.

MER advies
De Commissie adviseert in het MER vooral aandacht te besteden aan:

  • Een onderbouwing van de locatiekeuze en specificering van het totale vermogen op de locatie. Waarbij de locatie ook in samenhang is bekeken met andere (lopende) inititieven voor windenergie in het veenkoloniale gebied. Zij adviseert hierbij ook aandacht te besteden aan de standpunten van de provincie Groningen, de gemeente Menterwolde en de gemeente Veendam.
  • De ontwikkeling van inrichtingsvarianten voor het park als geheel. Met als variabelen het totale vermogen, de totale oppervlakte, het aantal turbines, de verspreiding van turbines binnen het gebied en de landschappelijke kwaliteit.
  • Een overzicht waarin de maximale milieueffecten op landschap, natuur en leefomgeving van de inrichtingsvarianten zijn vergeleken. Vergelijk de effecten zowel absoluut als relatief (per eenheid opgewekte energie).

De dodelijke keerzijde van windenergie

Woensdag 21 december 2011

Met de eerste herfststormen achter de rug weten windmolens nogal wat aandacht te trekken. Beveiligingen die niet werken waardoor de windmolen over z’n toeren gaat, wieken die afbreken, complete masten die omvallen, het kan niet op.
Over het algemeen zijn windmolens veilig. Behalve veel ongemak voor de omgeving van een windmolenpark op land zijn er bij calamiteiten met windmolens nog geen burgerslachtoffers gevallen.
Hoe anders is dat bij de fabricage van één van de belangrijkste onderdelen van de generator, de neodymium magneten die in China worden gemaakt.
In de stad Baotou in Noord China aan de grens met Mongolië, voltrekt zich een humanitaire ramp van ongekende omvang. Met dank aan de windmolens die in Nederland, Engeland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Schotland het groene plaatje moeten inkleuren.

Neodymium magneten

Deze neodymium magneten worden hoofdzakelijk  in China gefabriceerd  omdat daar, in de omgeving van de plaats Baotou, tegen de grens van Mongolië aan, de kostbare zeldzame grondstoffen worden gevonden die nodig  zijn om de neodymium magneten te maken.
Deze regio herbergt meer dan 90 procent van alle wereld reserves van zeldzame metalen, in het bijzonder neodymium, het element dat nodig is om de magneten te maken die in de meest opvallende groene energie producenten van dit moment, windmolens, worden gebruikt.

De poel van verderf

Bij het naderen van de stad Baotou verraadt het aanzicht dat zich hier een humanitaire ramp voltrekt van ongekende omvang. Allereerst vallen de honderden hoge schoorstenen en koeltorens op van de honderden metaalfabrieken die de stad rijk is.
Van de onafzienbare tarwe- en maïsvlaktes die er tot voor tien jaar waren is niets meer terug te vinden.
In plaats daarvan is er een meer dan 120 km² grote poel van borrelend giftig afval ontstaan dat bedekt is met zwarte stof. Deze poel vol gif, omgeven door een tientallen meters hoge dijk, is één van de verschrikkelijke gevolgen voor het milieu, die de vraag oproept over de geloofwaardigheid van deze zogenaamde groene technologie: de windmolen.

Het plaatsen van windmolens in in Nederland, Engeland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Schotland draagt bij aan het ontstaan van een enorm kunstmatig meer van de meest giftige stoffen die er op deze aarde zijn.
Dit is de dodelijke en sinistere kant van de windmolenfabrikanten waar een mens liever niet aan herinnerd wil worden.

De neodymium industrie bij Baotou
De neodymium industrie bij Baotou

Het bewaakte meer

Verborgen en ver uit het zicht achter in rook gehulde fabrieken in Baotou en bewaakt door pelotons van bewakers, ligt een 8 kilometer breed en 15 kilometer lang meer, omgeven door een tientallen meters hoge dijk. De landbouwgrond bestaat niet meer, duizenden inwoners van Baotou zijn ziek en het meer vormt een groot gevaar voor de drinkwatervoorziening in de rest van China omdat het giftig water uit het meer zich langzaam vermengd met water uit één van de belangrijkste waterwegen van China.

Het gifmeer bij Baotou
Het gifmeer (links) bij Baotou. De neodymium fabrieken (de zwarte plekken) en
de plaats Baotou (rechts)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Detailopname van het gifmeer bij Baotou. Duidelijk zijn de lozingspijpen te zien die per dag meer dan 100.000 liters zwaar verontreinigde grond met giftige vloeistoffen in het meer lozen.
Noordelijke detailopname van het gifmeer bij Baotou.
Duidelijk zijn de tientallen lozingspijpen te zien die per dag meer dan 100.000 liter
zwaar verontreinigde grond met giftige vloeistoffen in het meer lozen.
(Klik op de afbeelding om te vergroten)

Sissende ketel

Deze enorme letterlijk sissende ketel van chemische producten is de dumpplaats voor 7 miljoen ton per jaar van de ontgonnen zeldzame aarde die de elementen van neodymium bevat nadat het overgoten is geweest met zuur en chemicaliën en verwerkt is in roodgloeiende ovens. Het gifmeer is al meer dan 30 meter diep en elk jaar stijgt het niveau met 1 meter.
Elke dag stromen honderdduizenden liters radioactief water vermengd met aarde door roestige pijpleidingen vanaf de fabrieken naar dit meer. Het stralingsniveau van het meer ligt 10 tot 40 keer hoger dan de normen die wij in het westen hanteren.

Deze stinkende en misselijk makende smurrie is het resultaat van een industrieel proces dat ervoor moet zorgen dat in Nederland en omringende landen de windmolens draaien.

Twee inwoners van Baotou aan de rand van het meer
Twee inwoners aan de rand van het 8 kilometer brede en 15 kilometer lange meer

Westerse bezoekers werden na tien minuten al ziek

Westerse bezoekers, die de bewakers wisten te omleiden kregen, toen ze over de rand van de dijk keken die het complex omringt, de schrik van hun leven: De apocalyptische aanblik van deze grote geheime giftige en borrelende dump, die bij elke windturbine die gebouwd wordt, groter wordt en méér mensen ziek maakt.
De borrelende troep doet direct een aanval op de zintuigen van de bezoekers. Al na enkele seconden loopt het water uit de ogen en vullen de longen zich met een bijtende lucht. De magen keren zich om en de hoofden bonkten. En dit allemaal slechts na een verblijf van amper tien minuten aan de rand van deze borrelende poel van gif.

Dag veeteelt

De bewoners van Baotou ademen dag in dag uit hetzelfde gif in.
Vee kunnen de inwoners al jaren niet meer houden. Al het vee is de afgelopen jaren gestorven. Boeren verdwijnen naar andere delen van China.
Kinderen die op de ogenschijnlijk ingedroogde oevers spelen zakken door de korst en verdrinken. Op die manier zijn al tientallen kinderen verdwenen.

Ziektebeelden

Het is duidelijk dat de inwoners van Baotou lijden onder de aanwezigheid van dit giftige meer. Tanden vallen uit, het haar wordt op ongewoon jonge leeftijd wit, ernstige huid- en luchtwegaandoeningen zijn aan de orde van de dag. Kinderen worden geboren met zachte botten en het aantal kankergevallen is sinds het ontstaan van deze industrie omhoog geschoten.

De instanties houden de resultaten van stralings- en toxiciteitstesten angstvallig geheim en politici in de omringende dorpen hebben geweigerd om publiekelijk te erkennen dat de gezondheidsrisico’s het gevolg zijn van het giftige meer.

Wat doet de Nederlandse politiek?

Het is opmerkelijk dat de Nederlandse politiek zich stil houdt ten aanzien van deze humanitaire ramp die mede hun schuld is.

Het is stil vanuit de Tweede Kamer.

Hier zwijgt de heer Diederik Samson.

Het is stil vanuit de gemeenteraad van Apeldoorn.

Hier zwijgt wethouder Olaf Prinsen.

Het blijft stil, want er moeten immers windmolens gebouwd worden….. het publiek zou eens kunnen gaan morrelen aan de doelstelling om duurzaam te zijn…..

Het zou de Nederlandse overheid sieren wanneer ze over de zegeningen van windmolens spreekt de keerzijde van de medaille ook eens te vermelden, namelijk de enorme milieuvervuiling die de fabricage van de neodymium magneten veroorzaakt, de tientallen doden die de fabricage al op z’n geweten heeft en de duizenden zieke inwoners van de plaats Baotou die het gevolg zijn van de windmolenhype in Nederland en omringende landen.

Het windmolenplaatje wordt dan ineens minder groen en duurzaam.

Of is het gewoon de ver van ons bed show?

Het is te hopen dat financiers van nog te bouwen offshore windparken zich bewust zijn van de keerzijde van windenergie, welke humanitaire ramp zich in China voltrekt voor de constructie van windturbines die in Nederland en omringende landen voor ‘duurzame’ energie moeten zorgen.

Maar een schande blijft het.

Betekent dit nu het einde van de windenergie?

Betekent dit dat de wereld windenergie kan afschrijven als schone energiebron voor de toekomst? Niet direct. Dat China geen maatregelen neemt om milieuvervuiling tegen te gaan, betekent niet dat een schone winning van neodymium niet mogelijk is. Producten zijn pas echt schoon als ze van begin tot eind met respect voor mens en milieu gemaakt zijn. Voor de windindustrie zal dit “ketenbewustzijn”, zoals milieu-experts het noemen, van cruciaal belang zijn om als schone energiebron gezien te blijven worden.

Volgens een Chinese expert op het gebied van giftige stoffen van Greenpeace is onderkennen van het probleem de eerste stap: “Het is een echt dilemma voor milieubewuste mensen die graag de [wind]industrie zien groeien. Maar we hebben de verantwoordelijkheid om de milieuvervuiling te onderkennen die wordt veroorzaakt door het maken van windturbines.”

Update woensdag 18 januari 2012

Doel Vlaams Parlement: Neodymium uit windmolens

De Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed van het Vlaamse Parlement heeft in een commissievergadering op dinsdag 10 januari 2012 zijn bezorgdheid uitgesproken over de milieuvervuiling in China die de bouw van windturbines veroorzaakt.

Aan de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, werden vragen gesteld over de milieuvervuiling bij de productie van windmolens naar aanleiding van een artikel van de Belgische professor Koen Binnemans en opmerkingen van de Vlaamse minister van Energie, Van den Bossche, die al meermaals heeft aangekondigd dat er meer ingezet moet worden op windmolens om de doelstelling in 2020 te halen dat België 13 procent van zijn energieverbruik betrekt uit hernieuwbare bronnen.

Nu veroorzaakt die productie van windmolens echter blijkbaar ook ernstige milieuvervuiling, zegt de Commissie.

Voor de generatoren van windmolens worden vaak sterke permanente magneten op basis van zeldzame aarden – een soort metalen – gebruikt om elektriciteit op te wekken. Van die zeldzame aardmetalen die wij gebruiken, komt 97 procent uit China. De ontginning van die zeldzame aarden gaat vaak gepaard met ernstige milieuvervuiling in de buurt van Chinese mijnen. Dat zijn echt schrijnende toestanden. In China kiest men vaak voor de goedkoopste verwerkingsmethode van die zeldzame aarden, zonder rekening te houden met de gevolgen ervan voor mens en natuur.

Professor Binnemans stelt dat de toepassing van die zeldzame aarden in windmolens bovendien een verspilling van grondstoffen is. Er kunnen immers permanente magneten uit alternatieve materialen, zoals aluminium of nikkel, worden gemaakt. Er bestaan zelfs al types van windmolens die geen permanente magneten vereisen.

In de commissie Energie heeft mevrouw Homans minister Van den Bossche al ondervraagd over de verontreiniging die gepaard gaat met de productie van zonnepanelen. Het antwoord van de minister kwam erop neer dat de milieubelasting tijdens de productie niet opweegt tegen de voordelen van het product zelf, dat energie opwekt gedurende een hele periode. Als er echter alternatieven zijn, dan vind ik dat we daar eerst naar moeten kijken zei de minister.

Maar de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, minister Joke Schauvliege, zei in antwoord op de vragen het volgende:

Voorzitter, geachte leden, deze problematiek is bekend en is trouwens niet beperkt tot windturbines. Het gaat over een aantal zeldzame aarden, zoals neodymium. Die schaarste is het probleem. Dergelijke stoffen worden trouwens ook gebruikt in bijvoorbeeld elektrische en hybride voertuigen. In een rapport uit 2010 van de Europese
Commissie getiteld ‘Critical Raw Materials for the EU’ worden naast deze zeldzame aarden nog dertien andere grondstoffen als kritische grondstoffen bestempeld. Dat wil zeggen dat hun economisch belang vrij groot is, terwijl hun bevoorradingszekerheid zeer klein is. Deze grondstoffen worden gebruikt in een heel brede waaier van toepassingen, zoals gsm toestellen, flatscreen televisietoestellen, laptops, tabletcomputers, zonnepanelen, magneten, katalysatoren, herlaadbare batterijen, optische kabels, hogesnelheidstreinen, elektrische auto’s, brandstofcellen enzovoort.

Er is niet alleen de geringe bevoorradingszekerheid: bij de ontginning van een aantal van deze kritische grondstoffen is er ook sprake van een grote milieu-impact. Bij de Vlaamse overheid zijn er geen levenscyclusanalyses bekend die op een betrouwbare manier aangeven in welke mate de negatieve milieueffecten worden gecompenseerd door de positieve milieueffecten van die apparatuur. Bij windturbines gaat het dan vanzelfsprekend over de uitgespaarde CO2-uitstoot. Het rapport van de Europese Commissie bevat trouwens
weliswaar een aantal gegevens, maar dit is nog altijd beperkt. Er is geen sprake van een volledige analyse.

Dat betekent niet dat we niets moeten doen. We nemen absoluut geen afwachtende houding aan. We moeten inzetten op die maximale recyclage. We blijven daar steeds op hameren. We moeten ervoor zorgen dat de kringloop van die schaarse, maar economisch toch zeer belangrijke materialen wordt gesloten, dat we ze opnieuw kunnen gebruiken. Op die manier daalt de milieudruk van de ontginning. We moeten dus echt inzetten op de selectieve inzameling van die afgedankte producten.

Op 1 januari 2012 heeft de minister een steunpunt voor beleidsrelevant wetenschappelijk onderzoek inzake duurzaam materialenbeheer opgericht. Het moet ons helpen een beter inzicht te krijgen in hergebruik van materialen.

Het Materialendecreet biedt voldoende rechtsbasis om een oplossing te bieden als er nog bijkomende regulering nodig is. In eerste instantie denk ik daarbij aan maatregelen die moeten toelaten dat materialen beter worden ingezameld of gerecycleerd, of efficiënter worden ingezet. Dit biedt ook de mogelijkheid het gebruik van bepaalde materialen te verbieden. Specifiek voor windturbines zou dat kunnen betekenen dat het gebruik van windturbines die zeldzame aarden bevatten, op Vlaams grondgebied zou worden verboden. Dat zou een mogelijkheid kunnen zijn, op basis van het Materialendecreet. Het lijkt me echter voorbarig om die conclusie nu te trekken. We moeten het onderzoek ter zake een kans geven en bekijken hoe we daar het beste op inzetten.


Plan windmolens nog niet helemaal van tafel

Vrijdag 16 december 2011

De gemeente Apeldoorn bespreekt op korte termijn met energiebedrijf Eneco of er nog een mogelijkheid is aan de rand van de stad windmolens te plaatsen.

Er lag een plan voor de bouw van vijf windmolens op de Ecofactorij, maar de Raad van State heeft daar op woensdag 14 december 2011 een streep door gehaald en de verleende bouwvergunning vernietigd.
De 150 meter hoge windmolens staan te dicht bij vliegveld Teuge en leveren daardoor een gevaar op voor de luchtvaart.

Milieuwethouder Olaf Prinsen liet eerder dit jaar merken dat dit windpark op de Ecofactorij vermoedelijk het laatste energieproject zou worden waar de gemeente zelf een actieve rol in speelt. De markt zou voortaan zelf dergelijke initiatieven moeten ontwikkelen en financieren. De gemeentelijk woordvoerder zegt dat Apeldoorn het plan nog wel had willen uitvoeren. Daarom wil de gemeente snel met initiatiefnemer Eneco bekijken of er nog iets van het plan te redden valt. Ook aanpassing van het plan, zodat het misschien toch haalbaar wordt, is een optie, aldus de woordvoerder.

Apeldoorn vindt dat op dit moment niets is uitgesloten. Volgens de gemeente zou het ook niet getuigen van behoorlijk bestuur richting Eneco als Apeldoorn nu meteen zouden zeggen: helaas, maar we gaan weer over tot de orde van de dag.

Even ter herinnering.
Het oorspronkelijke windpark zou door Evelop ontwikkeld en gebouwd worden. Evelop werd als dochterbedrijf van Econcern echter in 2009 in het faillissement van Econcern meegezogen.
Eneco heeft daarop de activiteiten van Evelop van de curatoren uit de failliete boedel gekocht. Sindsdien gaat de exploitatie van het plan verder onder de naam Windpark Ecofactorij.

Alternatieven
Er wordt dus naar alternatieven gekeken.

Dat zou betekenen dat de windmolens, inclusief de wieken niet hoger dan 150 meter mogen zijn om onder de 5100 meter regel uit de luchtvaartwet uit te komen.
Lagere windmolens zijn op de Ecofactorij geen optie omdat ze dan in de windschaduw van het Veluwemassief staan.

Industriegebied Beekbergen?
De zuidkant van Apeldoorn misschien, op het geplande industriegebied Beekbergen, net ten zuiden van de A1 bij het klaverblad Beekbergen tegenover de wijk de Maten?
Dat zou een optie zijn. De afstand ligt net buiten de 5100 metergrens rondom Teuge.
Veel verder naar het westen langs de A1 is ook geen optie vanwege de aanwezige natuurgebieden.

Op het Veluwemassief?
Het westen van Apeldoorn misschien, bovenop het Veluwemassief?

Hier gaat defensie vast en zeker steigeren omdat defensie in een straal van 28 km rondom het radarstation Nieuw Milligen geen hogere opjecten dan 80 meter wil hebben in verband met storing op de radar.
Het radarstation Nieuw Milligen hanteert namelijk in een straal van 28 kilometer en met een hoogte van meer dan 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld rondom de antenne een radarverstoringsgebied. Voor die radarverstoringsgebieden beoordeelt  het ministerie van Defensie aan de hand van de bouwplannen of de windturbines verstoring opleveren.
In verband hiermee zijn er ter voorkoming van radarverstoring beperkingen van toepassing voor de bouw van hoge gebouwen en overige bouwwerken. Voor nieuw te bouwen gebouwen en overige bouwwerken die gerealiseerd worden binnen het radarverstoringsgebied en hoger zijn dan 45 m boven de maaiveldhoogte ter plaatse van de radar, is het noodzakelijk om een radarverstoringsonderzoek uit te voeren. Als hieruit blijkt dat deze gebouwen en/of overige bouwwerken in een bepaalde richting meer dan 10% vermindering van het radarbereik tot gevolg hebben, worden deze niet toegestaan.
De maaiveldhoogte ter plaatse van de radar Nieuw Milligen is 35 m boven NAP. Dit betekent een toetsingshoogte van 80 m boven NAP.

Op het Kootwijkerzand?
Afgezien van het feit dat plaatsing van windmolens op het Kootwijkerzand niet zal worden getolereerd door defensie omdat ze op ongeveer 3 km van het radarstation Nieuw Milligen staan, is plaatsing op dit grootste levende stuifzandgebied van West Europa zowiezo uit den boze omdat het een beschermde status geniet.

Windmolens op het Kootwijkerzand
Windmolens op het Kootwijkerzand?

Staatsbosbeheer?
Het is bekend dat Staatsbosbeheer overweegt om als extra inkomstenbron in Drenthe enkele windmolens te plaatsen.
De Staat heeft nogal wat bos rondom Apeldoorn, maar we denken dat plaatsing in deze bossen een heilloze weg is die geplaveid is met talloze opstakels.

Gezien de problemen om in de bossen rondom Apeldoorn windmolens te plaatsen lijkt de enige plaats die in aanmerking komt het geplande industriegebied Beekbergen te zijn.

Al met al verwacht de redactie van Fibronot.nl dat een nieuwe procedure voor de bouw op een andere plaats dan de Ecofactorij, plus de onvermijdelijke rechtszaken, nog jaren gaat duren en het is de vraag of Eneco daar nog trek in heeft.

Voorstel

De redactie van Fibronot.nl stelt dan ook voor dat Apeldoorn vijf windmolens van Eneco op zee adopteert en de opgewekte elektriciteit via het lokale bedrijf deA aan de leden distribueert.

Dat klinkt leuker dan weer jarenlange procedure’s en rechtszaken.

Windmolens in Nederland op het land

De overheid wil in 2020 6000 megawatt aan windenergie op land hebben geplaatst, 4000 megawatt meer dan nu het geval is. Op verschillende manieren heeft de overheid in 2009 en 2010 burgers betrokken bij de vraag hoe en waar die extra capaciteit gerealiseerd dient te worden.

Rapport met de resultaten van een burgerconsultatie over windenergie.

Uit het rapport:
Burgers willen graag meedenken over de plaatsing van windmolenparken in Nederland
op land. Dat het onderwerp leeft onder burgers blijkt wel uit het percentage dat aangeeft:
“Ik vind de plaatsing van windmolenparken een belangrijk onderwerp voor Nederland als
geheel”, 60% geeft dit aan. Het is hierdoor bijna onmogelijk om burgers niet bij het
proces te betrekken.

Misschien ter overweging voor de gemeente Apeldoorn dit rapport eens te lezen en de inwoners van Apeldoorn een vorm van inspraak te geven over de bouw van windmolens.
Het betrekken van burgers bij de voorgenomen bouw van windmolens doet de weerstand tegen windmolens afnemen.


Apeldoornse bedrijven besparen energie

Vrijdag 16 december 2011

Twaalf Apeldoornse bedrijven besparen dit jaar evenveel energie als vijfhonderd huishoudens momenteel gebruiken.

Om hun energiegebruik steeds verder omlaag te brengen, hebben ze zich aangesloten bij een landelijk project. Gisteren bekrachtigden ze dat met hun handtekening.

Wethouder Olaf Prinsen is blij met de inzet van de bedrijven, die allemaal tot de grote energiegebruikers behoren. De inspanningen van de bedrijven sluiten aan bij de ambitie van de gemeente Apeldoorn om in 2020 het woningbestand energieneutraal te hebben, in 2025 gevolgd door de Apeldoornse bedrijven. ,,Als er meer bedrijven zijn zoals jullie, redden we dat ook nog”, zo hield hij vertegenwoordigers van de twaalf bedrijven voor.

De ondertekening van de MeerJarenAfspraken gebeurde gisteren bij wasserij Berendsen aan de Nagelpoelweg in Apeldoorn-Zuid. Het bedrijf werkt al enkele jaren met de methode, die jaarlijks 2 procent energiebesparing als doel heeft.

Berendsen zit daar ruimschoots boven, zegt Wim Hoefnagel van het bedrijf. Zo gebruikt het bedrijf 42 procent minder energie dan tien jaar geleden. ,,Dat is twee keer het jaargebruik van onze vestiging in Klarenbeek.”

Naast een bijdrage aan een beter milieu leveren de inspanningen ook geld op. Zo zou Berendsen zonder alle energiebesparende maatregelen dit jaar een half miljoen euro meer moeten uitgeven aan energiekosten.

Naast Berendsen doen ook Achmea, Ekro, Grolleman Coldstore, Holland Colours, Kamp Coating, Vodafone Libertel, AFP Flexible Packaging, Koninklijke Talens, Owens Corning, Capgemini, Sonac Loenen en de gemeente Apeldoorn mee aan het project.

Lees in samenhang met dit artikel ook De routekaart naar een energieneutraal Apeldoorn


Raad van State blaast windmolenpark Ecofactorij Apeldoorn af

Donderdag 15 december 2011

De bouw van een windmolenpark bij bedrijventerrein de Ecofactorij is vrijwel zeker van de baan. De Raad van State heeft de bouwvergunning voor vijf 150 meter hoge windturbines op die plek woensdag definitief vernietigd. De Zutphense rechtbank kwam eerder al tot dezelfde conclusie, maar de gemeente Apeldoorn en exploitant Windpark Ecofactorij tekenden hoger beroep aan en legden de kwestie voor aan de Raad van State.

Tevergeefs. De Raad van State is het eens met Luchthaven Teuge en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu dat windmolens van 150 meter niet dichter dan 5100 meter bij de luchthaven mogen staan; één van de windturbines staat gepland op 4720 meter. Daarmee levert het windmolenpark gevaar op voor het vliegverkeer van Teuge.

Volgens de Regeling burgerluchtvaart mogen windmolens binnen een straal van 5100 meter van de aanvliegroute van een vliegveld maximaal 100 meter meten.

De gemeente vond dat het bouwverbod nog niet kan worden toegepast zolang de provincie nog geen Luchthavenbesluit voor Teuge heeft genomen. Bovendien beschouwde Apeldoorn die 5100-meterregel als een richtlijn waarvan kan worden afgeweken als er voldoende garanties voor de vliegveiligheid kan worden gegeven. Apeldoorn heeft het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium een onderzoek laten doen en daaruit zou blijken dat de risico’s voor het vliegverkeer acceptabel zijn.

De Raad stelt dat de burgerluchtvaartregeling een landelijke regeling is die overal in het land geldt en dat daar niet van afgeweken kan worden door andere maatregelen te nemen.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

De redactie heeft twee jaar geleden hier al geschreven dat de juridische kennis bij de gemeente op zaken als luchtvaartwetten en bouwvergunningen voor windmolens volstrekt onvoldoende is.
De gemeente Apeldoorn denkt echter aan de landelijke wetten een eigen draai te kunnen geven.
De Raad van State heeft dit haarfijn gecorrigeerd.

Plan windmolens nog niet helemaal van de baan

Ondanks de afwijzing door de Raad van State van het huidige project is het plan voor de bouw van windmolens nog niet helemaal van de baan.

Lees hier het artikel Plan windmolens nog niet helemaal van de baan over de pogingen van de gemeente Apeldoorn om elders binnen de gemeentegrenzen windmolens te bouwen.


Toekomst in groen gas?

Woensdag 14 december 2011

Door gebruik van ‘groen gas’ uit biomassa kan Nederland veel sneller omschakelen naar een duurzame energievoorziening. Zonder groen gas wordt het moeilijk de overheidsdoelstelling van 14 procent duurzame energie in 2020 te halen.

Plannen

Dat zeggen onderzoekscentrum ECN en Gasunie die plannen hebben ontwikkeld voor een grootschalige productie van groen gas in Nederland. Als investeerders daar geld insteken, kan in 2025 drie miljard kuub groen gas worden geproduceerd. Dat is voldoende voor 1,5 miljoen tot 2 miljoen huishoudens. Groen gas kan ook worden gebruikt voor de productie van elektriciteit en brandstoffen voor transport.

Geïmporteerde biomassa

Grootschalige productie van groen gas is alleen mogelijk door vergisting van geïmporteerde biomassa. Die moet uit landen als Brazilië, Rusland en Canada worden gehaald. Volgens ECN gaat het daarbij om duurzame biomassa die niet ten koste gaat van de voedselvoorziening, natuur, landschap en waterhuishouding.

Proeffabriek

In Alkmaar gaat in 2013 een 30 miljoen euro kostende proeffabriek voor groen gas draaien. In 2017 moet er een grotere, commercieel haalbare gasfabriek komen.

Zonder subsidie is de productie van groen gas niet haalbaar. Momenteel is groen gas zes keer zo duur als gewoon aardgas.
ECN en Gasunie verwachten dat de prijs van aardgas de komende jaren stijgt, terwijl groen gas door betere productietechnieken goedkoper en daardoor concurrerend wordt.
De kosten van biomassa is de meest onvoorspelbare factor voor de prijs van groen gas.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

ECN en Gasunie verwachten dat de prijs voor aardgas de komende jaren stijgt. Wij denken dat die prijsstijging wel mee zal vallen. Door de productie en ingebruikname van grote schaliegasvoorraden is de gasprijs de afgelopen twee jaar vrijwel gelijk gebleven terwijl de olieprijs steeg. De prijs van het aardgas was aan de olieprijs gekoppeld. Vooral de productie van schaliegas in de VS heeft voor een stabiliserend effect gezorgd, waarna de koppeling van de gasprijs met de olieprijs uit de pas begon te lopen. Tot voor twee jaar was de VS de grootste aardgasimporteur. Nu maakt schaliegas al voor bijna 38 procent deel uit van het totale Amerikaanse gasverbruik. De VS zijn nu zelfs gasexporteur geworden.

De prijs van groen gas zal in de toekomst onherroepelijk stijgen omdat de grondstof, biomassa, schaars zal worden. Nederland is natuurlijk niet alleen op zoek naar biomassa.
Je ziet nu al dat bedrijven die een biomassavergister hebben aanzienlijk meer moeten betalen voor hun grondstoffen.

ECN en de Gasunie verwachten dat groen gas goedkoper wordt door betere productietechnieken. Als vaststaat dat die betere productietechnieken inderdaad goedkoper werken hebben beide bedrijven gelijk, maar de dagelijkse praktijk is dat betere productietechnieken heel vaak synoniem zijn voor een hogere prijs van het eindproduct.

Verder vragen wij ons af of investeerders wel bereid zijn miljarden te steken in biomassaprojecten in de wetenschap dat biomassa uit het buitenland ons afhankelijk van die landen maakt.
Dezelfde afhankelijkheid die tegenstanders van fossiele brandstoffen steeds aanvoeren als het om olie en gas uit Rusland en met Midden Oosten gaat.
Nog afgezien van het feit dat de prijs van biomassa de afgelopen paar jaar explosief is gestegen wat tot een aanzienlijk aantal faillissementen onder biomassavergisters heeft geleid.

Hoe zit het met de CO2 besparing?
We lezen altijd hoeveel CO2 er met een duurzaam project bespaard wordt, maar we lezen zelden of nooit hoeveel CO2 er tijdens het transport van de biomassa uit bijvoorbeeld Brazilië geproduceerd wordt. Zoals bekend is de zeescheepvaart een grote producent van CO2 en vooral de wat oudere bulkcarriers produceren massaal CO2 en zwaveldioxide.

Het zou beter zijn indien plannenmakers het totale CO2 plaatje gedurende het hele productieproces bekend zouden maken. Welke biomassa wordt er gebruikt? Hoeveel bedroeg de CO2 productie of besparing bij het ‘maken’ van de biomassa? Hoeveel CO2 productie komt er bij het transport vanaf de andere kant van de wereld vrij? Hoeveel CO2 wordt er bespaard of geproduceerd bij het vergisten?
Kortom, het CO2 beeld van de hele productieketen.
Is dat positief, negatief of neutraal?

Zie ook het artikel Rabobank: Dure biomassa remt biovergisting in Nederland


Apeldoorn heeft een slim elektriciteitsnet

Dinsdag 13 december 2011

Tot voor kort ging elektriciteit altijd maar één kant op: van de centrale naar de gebruiker. Maar de laatste jaren komen er steeds meer apparaten op de markt die zelf elektriciteit produceren. De HRe ketel is daar een goed voorbeeld van. In de wijk Woudhuis in Apeldoorn hebben 173 huishoudens nu zo’n ketel.
Maar er zijn ook steeds meer zonnecellen en kleine windmolens die elektriciteit aan het net leveren.

Het is een uniek project in Europa.

Smart Power City Apeldoorn is niet alleen opgezet om uit te vinden wat de bewoners van de nieuwe ketel vinden. Het bijzondere van deze Apeldoornse samenwerking is dat alle toestellen achter één ‘distributiestation’ zijn geplaatst, waarbij ook een geavanceerd meetsysteem is opgezet. Dat is in Europa nog niet eerder gedaan. De netbeheerder kan op deze manier nagaan hoe het elektriciteitsnet reageert op al die stroomproducerende ketels.

Het volgende filmpje verklaart het één en ander:

 


Kans op ernstig ongeval windturbine klein

Zaterdag 10 december 2011

Nu de eerste herfststormen achter de rug zijn is het interessant om eens te kijken hoe windmolens zich in het tumult gedragen. Welnu, dat valt alleszins mee.
De kans dat in Nederland gewonden of doden vallen als gevolg van defecten aan windturbines is klein.
Dat blijkt uit informatie uit het Handboek Risicozonering Windturbines.

Het Handboek Risicozonering Windturbines is een lijvig document van 190 blz.
De eerste druk van het handboek dateert uit 2000, de tweede druk dateert uit 2005. Het handboek is indertijd in opdracht van Senter Novem door ECN in Petten  geschreven.
De informatie uit het handboek is in feite alweer verouderd omdat tegenwoordig aanzienlijk betere windmolens worden gebouwd dan 10 jaar geleden.

Hoeveel ongevallen er feitelijk zijn met windmolens is lastig te achterhalen. ‘Faalcijfers’ zijn of gedateerd of niet voorhanden. Niemand houdt de ongevalstatistieken met windmolens bij.
Uit onderzoek door de redactie van Fibronot.nl blijkt dat het aantal incidenten met windmolens in Europa de afgelopen vijf jaar al snel tegen de tachtig loopt.
Daarbij moeten we denken aan afgebroken wieken, brand en zelfs het omvallen van complete windmolens komt voor.
Als zich in de luchtvaart eenzelfde aantal ongevallen zou voordoen dan schreeuwt men, terecht, moord en brand, maar bij windmolens wordt het kennelijk geaccepteerd.

Een ongeval met een molen kan spectaculair zijn, zoals de brandende windmolen in Schotland op deze foto laat zien.
Het afbreken van wieken komt verhoudingsgewijs het meeste voor. Zo braken enkele jaren geleden de wieken van een windmolen af in het Belgische Zeebrugge en kwamen op honderd meter van de mast terecht. De generator van de turbine draaide op dat moment bij harde wind meer dan 3000 toeren per minuut, terwijl maximaal 1700 was toegestaan. Drie veiligheidssystemen waaronder de remmen, faalden. Door de middelpuntvliedende kracht braken de wieken met een gewicht van 3.000 kilo los van de naaf.
Dit falen van de veiligheidssystemen komt nogal eens voor. Kennelijk faalde ook het veiligheidssysteem in de Schotse windmolen.

In het Handboek Risicozonering Windturbines wordt de maximale ‘werpafstand’ van afgebroken wieken geschat op 300 tot 450 meter, maar dat zijn cijfers  die, denken we, niet meer kloppen gezien de ashoogte van ongeveer 100 meter bij de nieuwste generatie windmolens.
De brandende brokstukken van de Schotse windmolen werden tot op 600 meter van de windmolen aangetroffen.
Langs de A6 bij Lelystad brak op 27 mei 2009 een wiek van een windmolen af en belandde gedeeltelijk op de snelweg op ongeveer 200 meter van de windmolen. Nuon verklaarde indertijd dat het onbekend was hoe het ongeveer 20 meter lange gevaarte heeft kunnen afbreken. Waarschijnlijk was een overtrekkend noodweer eerder die week de aanleiding. Voor alle zekerheid heeft Nuon indertijd alle windmolens van het park buiten werking gesteld totdat de oorzaak gevonden was. Alle windmolens waren een jaar eerder nog uitgebreid aan een inspectie onderworpen.

Ook bij Wijnaldum, Leeuwarden en in de Wieringerwaard ging het al eens mis.
En enkele jaren geleden verloor een windmolen in Flevoland stukken van twee wieken na een blikseminslag. Eén van de stukken kwam op de naastgelegen provinciale weg N704 tussen de Stichtse Brug en Nijkerk terecht.

Bliksem of hevige wind (veelal in combinatie met het falen van remsystemen van de wieken) zijn de voornaamste oorzaak van ongevallen met windmolens.

Windmolens in Engeland

Engeland is een verhaal apart als het over windmolens gaat. Daar staan honderden windmolens stil omdat ze niet veilig zijn.

Op 11 december 2011 heeft RenewableUK, de branchorganisatie de volgende cijfers bekend gemaakt. De omvang van het aantal incidenten in Engeland werd bekend gemaakt enkele dagen nadat de dramatische foto’s van een brandende windmolen in Schotland waren gepubliceerd.

Allereerst is daar het grote aantal ongevallen en andere incidenten die vooral tijdens de bouw van de windmolens zijn gebeurd.
De afgelopen vijf jaar gebeurden er 1500 ongevallen waarvan 300 min of meer zwaar gewonden en vier met dodelijke afloop in 2009 en 2010.

Charles Anglin, de woordvoerder van RenewableUK benadrukte dat het incident in Schotland veroorzaakt werd door extreem weer. Hij benadrukte ook dat tot nu toe nog niet één burger het slachtoffer was geworden van een ongeval met een windturbine.
Het meest voorkomende ongeval met windmolens in Engeland is het afbreken van bladen, waarvan sommigen 14 ton wegen. Dit wordt dan veroorzaakt omdat het automatische remsysteem niet werkt.

Een Schotse fabrikant van windmolens, Proven Energy Ltd., heeft van een bepaald model honderden windmolens gebouwd met een defect remsysteem. Van deze windmolens zijn inderdaad tientallen bladen afgewaaid omdat ze te hard draaiden.
De gezondheidsautoriteiten, Health and Safety Executive (HSE)  hebben daarop het stilzetten gelast van honderden windmolens in Schotland, Engeland en Ierland.
Kort hierna kreeg Proven Energy Ltd. uitstel van betaling.

Bladen van een kleiner model windmolen van dit bedrijf, dat veel op huizen en kantoorgebouwen in Engeland en Schotland staat, vlogen er de laatste twee jaar bij bosjes af en doorboorden in veel gevallen het dak van het gebouw waar ze op stonden. Gelukkig leidde dit niet tot ongevallen.

Deskundigen in Engeland en Schotland beweren naar aanleiding van de vele incidenten in de afgelopen vijf jaar dat veel windmolens staan opgesteld in gebieden die te winderig zijn voor windmolens. De meeste windturbines worden automatisch uitgeschakeld als de windsnelheid boven 90 km/u komt. Dit is 25 meter per seconde.

Op woensdag 8 december 2011 werden inwoners van 50 huizen bij Coldingham in Berwickshire geëvacueerd nadat een nieuwe windmolen op 200 meter afstand van hun woningen op hol was geslagen bij een windsnelheid van 80 km/u of 22 meter per seconde. Het automatische remsysteem werkte niet.
Het autoverkeer op de nabijgelegen snelweg A1107 werd stilgelegd en een caravan park op 250 meter van het windpark werd eveneens ontruimd. Eén van de bladen scheurde van de rotor af waarna de complete windmolen met mast omviel.

Omgevallen windmolen met afgebroken blad
Omgevallen windmolen bij Coldingham
Met dank aan Billy Muir

Afgelopen september 2011 vloog een blad van een windmolen bij een ziekenhuis in Stevenage, waarbij een auto op een parkeerplaats zwaar werd beschadigd.
Vorig jaar november werden 140 windturbines bij Glasgow stilgezet nadat een 14 ton wegend glasvezel blad van één van de windmolens bij harde wind was afgebroken.
Twee jaar geleden stortte een complete windmolen van 30 meter hoog in elkaar op het eiland

Raasay voor de kust van Schotland en in datzelfde jaar brak er een blad vanaf een 80 meter hoge windmolen in Rotherham, eigendom van de Universiteit van Sheffield.

Naar aanleiding van de brand in de generatorkast van de windmolen in Schotland zei de Health and Safety Executive dat het uiterst moeilijk is om een compleet beeld van de ongevallen en incidenten op windmolenparken te maken omdat dit soort zaken niet wordt geregistreerd voor dit industrie type.
Health and Safety Executive  zegt dat windturbines worden geclassificeerd als machines in plaats van gebouwen of constructies en dat er geen verplichting is om mechanische storingen te melden.
Deskundigen zeggen dat de ontwikkelaars van windparken het feit hebben genegeerd dat er in sommige delen van het land gewoon te veel windkracht heerst voor windturbines.

Noorwegen

De storm die op 8 december 2011 de Schotse windmolen vernielde hield ook huis in de Noorse wateren.

Sinds een jaar staat er een (test) windmolen in zee, de “Sway’ windturbine, die gerust tot de grootste ter wereld gerekend mag worden. Omdat de zee behoorlijk diep is heeft men een ‘drijvende’ windmolen ontworpen.
Het bijzondere van dit ontwerp is dat het in zee drijft in plaats van dat het op de zeebodem staat (zoals bij de huidige offshore windturbines en booreilanden). De techniek is vergelijkbaar met een afgesloten driekwart volle fles die je in water laat drijven en door middel van een kabel is verbonden met de zeebodem. De drijvende poot van de windturbine zal altijd rechtop blijven en meebewegen met de windrichting, omdat tussen de poot en de kabel een swivel (apparaat dat 360 graden draaien mogelijk maakt) is gemonteerd. De totale hoogte van de poot en windturbine bedraagt 188 meter. De wieken hebben een diameter van 145 meter.

In de storm van vorige week verdween een testmodel van een ‘Sway’-windturbine voor diep water in zijn geheel in de torenhoge golven.


Windmolen overleeft storm niet

Zaterdag 10 december 2011

De zware storm die afgelopen donderdag over delen van Noord West Europa trok heeft in Schotland een windmolen in brand doen vliegen.
Windsnelheden tot 200 km/u zorgden voor een spectaculair vuurwerk.

In het plaatsje Ardrossan, North Ayrshire, maakte fotograaf Stuart McMahon het plaatje van z’n leven toen de hele generatorkast in brand vloog en grote zware onderdelen brandend omlaag vielen.

Brandende onderdelen vielen op een afstand van meer dan 600 meter van de windmolen.

Nadat de windmolen ruim 15 minuten had staan branden maakte de brandweer een einde aan het spectaculaire schouwspel.

Windmolen in storm
De brandende windmolen in Schotland
(Fotobron: Stuart McMahon)
Klik op de foto voor een vergroting

Een kort filmpje van de brandende windmolen is op Youtube te zien.
Goed is te zien hoe ver de brandende delen van de windmolen wegwaaien.


Biobrandstoffen veroorzaken honger en armoede

Donderdag 8 december 2011

Rijke landen helpen slachtoffers van honger en oorlog in Afrika, maar dezelfde landen veroorzaken met hun energie- en ontwikkelingsagenda juist honger en milieuschade in diezelfde landen. Dat zegt het Amerikaanse Oakland Institute in een gisteren (dinsdag) verschenen rapport.

Landroof – grotendeels ongereguleerde landdeals waarbij buitenlandse bedrijven en speculanten betrokken zijn – wordt nog steeds als “ontwikkelingsstrategie” voor Afrikaanse landen gepresenteerd. Organisaties zoals Usaid en de Wereldbank zijn vaak de architecten van dergelijke deals. Ze beloven vooruitgang voor de Afrikanen maar die belofte wordt uiteindelijk niet waargemaakt.

Niet duurzaam
Het onderzoek is kritisch over het beleid van de Verenigde Staten en de Europese Unie. “Het energiebeleid van de regeringen in deze landen is, samen met de groeiende westerse markt voor biobrandstoffen, schadelijk voor zowel de mensen als het milieu in Afrika”, zegt het Oakland Institute. “Deze manier van ‘ontwikkeling’ is niet juist en niet duurzaam”, zegt Anuradha Mitaal, directeur van het Oakland Institute. “Mensen raken hun land en de mogelijkheid om voedsel te produceren kwijt en de klimaatverandering verergert erdoor.” De geïndustrialiseerde landbouw is momenteel goed voor 13,5 procent alle uitstoot van broeikasgassen.

Voor de productie van kunstmest moeten fossiele brandstoffen worden gebruikt, waardoor jaarlijks 41 miljoen ton CO2 in de atmosfeer komt volgens de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO). Landbouwmachines zijn jaarlijks goed voor ongeveer 158 miljoen ton CO2 en de fossiele brandstoffen die nodig zijn bij het oppompen van water voor irrigatie brengen nog eens 369 miljoen ton CO2 in de atmosfeer. Bij de productie van biobrandstoffen worden dezelfde vervuilende technieken gebruikt, terwijl biobrandstoffen tegelijkertijd als een “groene oplossing” worden gepresenteerd.

Kerken
Het Oakland Institute schat dat bij het transformeren van regenwoud en grasland in gebieden waar gewassen voor biobrandstoffen worden verbouwd, 17 tot 420 keer meer CO2 vrijkomt dan de hoeveelheid die minder wordt uitgestoten door fossiele brandstoffen te vervangen door biobrandstoffen. “Door een toename van het gebruik van biobrandstoffen kan er jaarlijks tussen 44 en 73 miljoen ton extra CO2 in de atmosfeer komen.” De Verenigde Staten willen in de komende jaren het gebruik van biobrandstoffen verhogen tot 30 procent, in de Europese Unie is dat 10 procent. Niet alleen regeringen en bedrijven investeren in land voor biobrandstoffen in Afrika.

“We waren geschokt toen we tijdens ons onderzoek ontdekten dat verschillende Scandinavische kerkgenootschappen investeren in landen zoals Mozambique. Het gaat daarbij om projecten waarvoor duizenden hectares grond illegaal zijn verkregen”, zegt Frederic Mousseau, beleidsdirecteur van het Oakland Institute. “Dit hadden we verwacht van hedge funds, niet van kerkgemeenschappen.”

Koolstofkredieten
De handel in koolstofkredieten speelt ook een rol bij de landroof, zegt Mousseau. “Bij de handel in koolstofkredieten kopen en verkopen regeringen en bedrijven kredieten in het ene deel van de wereld, om in hun eigen land te kunnen blijven vervuilen. Dit is een relatief nieuw fenomeen en we hebben nog geen zicht op alle mogelijke gevolgen van dit systeem. Wel weten we dat er directe negatieve gevolgen zijn als investeerders niet-inheemse gewassen gaan verbouwen. Monocultuur kan een schadelijke invloed hebben op het milieu en de inheemse bevolking verhinderen haar traditionele praktijken, waarbij de biodiversiteit gerespecteerd wordt, te handhaven.”

Als voorbeeld noemt het rapport Green Resources Ltd, een Noors houtbedrijf, dat bijna 7000 hectare grasland in Tanzania wil gaan gebruiken voor monocultuur van pijnbomen en eucalyptus. De plaatselijke biodiversiteit zou daardoor kapot gemaakt worden, kleine boeren moeten vertrekken en er gaan banen verloren. 

In Sierra Leone, waar het bedrijf Socfin in het district Pujenhun heeft geïnvesteerd, raakten veel mensen werkloos. “Oudere bewoners zijn hun land kwijtgeraakt en hebben geen werk meer en vrouwen moeten nu om half vijf ‘s ochtends al in de rij staan als ze kans willen maken als dagloner werk te krijgen. En meestal krijgen ze dat niet”, zegt Joseph Rahall, directeur van Green Scenery in Sierra Leone. Plaatselijke bewoners die vreedzaam demonstreerden tegen de illegale bezetting van hun land, werden gearresteerd en kunnen nu een rechtszaak tegemoet zien.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Weet u het nog?

BioShape vertelde het sprookje dat de teelt van hun jatropha CO2 neutraal was of zelfs winst (CO2 besparing) opleverde.
De jatropha ballon werd wat dat betreft snel doorgeprikt. Op basis van vermoedelijk valse rapporten werd de buitenstaander zand in de ogen gestrooid.

Het Oakland Insitute is er duidelijk over:

Het Oakland Institute schat dat bij het transformeren van regenwoud en grasland in gebieden waar gewassen voor biobrandstoffen worden verbouwd, 17 tot 420 keer meer CO2 vrijkomt dan de hoeveelheid die minder wordt uitgestoten door fossiele brandstoffen te vervangen door biobrandstoffen.


Gasproducent EBN wil dialoog met tegenstanders schaliegas

Woensdag 7 december 2011

Gasproducent EBN, voorheen Energie Beheer Nederland B.V., met als enige aandeelhouder de Nederlandse Staat, heeft het felle verzet tegen boringen naar schaliegas onderschat. Dat zegt de directeur in een interview met het Financieele Dagblad van vandaag.
EBN is het bedrijf dat namens de Nederlandse Staat Nederlandse aardgas en aardolie wint.

Een jaar geleden had niemand in Nederland van schaliegas gehoord, maar nu wemelt het van de actiegroepen die proefboringen naar dit aardgas willen tegenhouden.

Het grootste angstbeeld van de actiegroepen komt voort uit de Amerikaanse documentaire Gasland, waarin te zien is hoe in een Pennsylvania water vermengt met gas uit een waterkraan stroomt. Er komt zo veel gas mee, dat de eigenaar van het huis het water in brand kan steken.

Maar is dat grapje met brandend water terecht terug te voeren op het boren naar schaliegas? Is het echt vervuild water als gevolg van het winnen van schaliegas in de buurt van de woning?
NEE!
Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de waterput van het huis verkeerd was geslagen, namelijk dwars door een steenkoolbed dat van nature rijk is aan methaan.
Dat was de reden dat er brandbaar methaangas met het kraanwater meekwam.
De redactie van Fibronot.nl vindt het jammer dat hele volksstammen zich zo laten leiden door een misleidend propaganda filmpje en vervolgens de hakken in het zand zetten.

De directeur van het EBN zegt dat de hype die door het filmpje is ontstaan hem volledig heeft overvallen. Door het groeiende verzet lopen de schaliegasplannen van EBN en zijn partners, zoals het Britse Cuadrilla, vertraging op. Een ingehuurd communicatiebureau moet helpen de geest terug in de fles te krijgen. Dat belooft een taaie klus te worden. Tegenstanders vrezen behalve verontreiniging van het drinkwater ook aardbevingen en vervuiling van het landschap. Volgens deskundigen van onder meer de TU Delft kan schaliegas echter veilig worden gewonnen.

Om de bezorgdheid onder burgers weg te nemen, komt er in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een nieuw onderzoek naar de risico’s van schaliegaswinning.

Maar het zal lastig worden het verzet te breken. Dat blijkt al uit het feit dat wetenschappelijk onderzoeksbureau TNO, dat meedingt naar de onderzoeksopdracht, op voorhand door tegenstanders is weggezet als onbetrouwbaar.

De directeur van EBN steekt de hand deels in eigen boezem. Terwijl tegenstanders van schaliegas volop in de media zijn, is EBN vooralsnog nergens te bekennen. “Dat kunnen we onszelf verwijten”, zegt de directeur van EBN. “Maar we hadden tot voor kort niet eens een communicatieafdeling. Nooit nodig gehad.”

Ondertussen voelt EBN wel de gevolgen van het groeiende verzet.

Door het gebrek aan draagvlak heeft de eerste proefboring naar schaliegas die ongeveer rond deze tijd zou plaatsvinden, een jaar vertraging opgelopen. Minister Maxime Verhagen geeft pas toestemming om te boren als het onafhankelijk onderzoek is afgerond.

De directeur van EBN zegt: “Wij zetten nu in op begin 2013. Het is belangrijker om eerst alle zorgen bij de inwoners weg te nemen.”

Voor techneuten als de directeur van het EBN is de weerstand moeilijk te begrijpen.

“De technieken voor het boren naar schaliegas gebruiken we in Nederland al vijftig jaar. Sterker nog, op tien kilometer van het Brabantse Haaren, waar het verzet is begonnen, is in het verleden al gefract.” Fracken is een techniek om gas uit harde steenlagen (zoals schalie) te halen. Daarbij worden chemicaliën in de bodem geïnjecteerd. Juist die techniek boezemt omwonenden van boorlocaties de meeste angst in.

Het EBN weet nog niet hoe het de angst voor schaliegas kan wegnemen. Een website met informatie over het boren naar schaliegas wordt overwogen, maar het EBN vindt het lastig om tegenstanders van schaliegas op andere gedachten te brengen, vooral omdat die gedachten op verkeerde perceptie zijn gebaseerd.

Het EBN wil in ieder geval de dialoog aangaan over wat het bedrijf doet.

Het EBN ziet graag dat de overheid zich ook meer in het debat laat horen. Vanuit Den Haag blijft het angstvallig stil. Gemeentebesturen klagen dat minister Verhagen niet met een duidelijke verklaring naar buiten komt over de noodzaak van de winning van schaliegas.
De lokale bestuurders kampen daardoor met gebrek aan ruggesteun, want als het Rijk een boorvergunning heeft afgegeven, moeten de gemeenten beslissen of ze wel of geen bouwvergunning voor een boortoren geven.

Het EBN uit zich niet in dezelfde felle bewoordingen zoals verschillende gemeenten doen, maar is het in wezen met de kritiek van sommige gemeenten eens. Het EBN vindt dat minister Maxime Verhagen duidelijker stelling moet nemen.

Zonder de omstreden winning van schaliegas raken de Nederlandse gasvoorraden binnen enkele decennia uitgeput. In het Groningse Slochteren is nog genoeg gas voor de komende twintig, dertig jaar. Maar ook daarna hebben we gas nodig, bijvoorbeeld om het onvoorspelbare aanbod van duurzame energiebronnen als zonne- en windenergie te compenseren.

Lees ook ons Dossier schaliegas


Energieproef in Apeldoorn

Woensdag 7 december 2011

De Apeldoornse wijk Kerschoten wordt waarschijnlijk de eerste wijk van Nederland die energieneutraal is. Een consortium van grote bedrijven geeft de voorkeur aan Apeldoorn, boven Breda en Haarlem.

In Kerschoten zal niet elk gebouw energieneutraal kunnen worden, maar wel zal er in de hele wijk evenveel energie duurzaam worden opgewekt als gebruikt. Volgend jaar moet er een plan op tafel liggen. De deelnemers willen aantonen dat het zonder overheidssubsidie haalbaar is gebieden energieneutraal te maken.

Deelnemers van het samenwerkingsverband zijn onder meer Nuon, Eneco, Rabobank, Philips, BAM, TNO, Nefit en KPMG. Ze werken samen onder de naam Gebieden Energie Neutraal  (GEN).
Eerste proeve van bekwaamheid is een energieneutrale nieuwbouwwijk op het voormalige marinevliegveld Valkenburg bij Katwijk.
Na Kerschoten volgt er nog een wijk die door sloop en nieuwbouw energieneutraal zal worden.

Directeur Krista Walter van de Apeldoornse woningstichting De Goede Woning noemt het project een grote kans voor Apeldoorn om de kennis in de stad te bundelen met die van grote bedrijven.
ook milieuwethouder Olaf Prinsen is verheugd. “Bijzonder is ook dat in de aanpak van GEN de bewoner centraal staat. Uiteindelijk moet het project voor de bewoners een comfortabel, betaalbaar en duurzaam huis opleveren.”

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

De redactie vraagt zich af waarom de naam van deA, de Apeldoornse coöperatie en energiebedrijf in oprichting, niet als deelnemer genoemd wordt.

En hoe zit het met de Apeldoornse wijk Zuidbroek?
Deze wijk had toch de ambitie als eerste wijk in Nederland volledig energieneutraal te zijn? Zo werd het toch door de gemeente gepromoot?
Of komt het dat Essent, de concurrent van Nuon en Eneco daar de zaken behartigt?
Zuidbroek neemt van de lokale Rioolwaterzuivering Apeldoorn biogas af dat via een 1400 meter lange transportleiding vanaf de rioolwaterzuiveringsinstallatie naar de wijk wordt getransporteerd.

Een WKK, een Warmte Kracht Koppeling in Zuidbroek zorgt er vervolgens voor dat elk huis van elektriciteit en warm water wordt voorzien. Energiebedrijf ESSENT ondersteunt deze vorm van energielevering aan de bewoners van Zuidbroek.

De redactie van Fibronot.nl vindt dat wethouder Olaf Prinsen zich wat actiever had moeten inzetten voor de bouw van een serie biomassavergisters op de Ecofactorij met bijbehorende gasopwerkingsinstallatie en ten zuiden van de A1 in Klarenbeek, in plaats van telkens de pers te bestoken met plannen die onhaalbaar lijken.

Dat was een betere ondersteuning geweest om heel Apeldoorn in 2020 energieneutraal te maken, dan een bestaande woonwijk naar energieneutraal te transformeren.
Gezien de hoeveelheid bedrijven die aan het plan meedoen wordt het een peperdure operatie, want de genoemde bedrijven zijn geen charitatieve instellingen en moeten er allemaal aan verdienen.

Update donderdag 8 december 2011

Hierboven vroeg de redactie zich af waarom deA niet werd genoemd.

Dat is veranderd. Nu wordt deA wel genoemd.
Blijft de vraag waarom Kerschoten en niet Zuidbroek waar al hele stukken infrastructuur liggen voor een volledig energieneutrale wijk.

Samenwerken voorop in Kerschoten

Donderdag 8 december 2011

Het brede draagvlak in de Apeldoornse samenleving voor een energieneutrale wereld is een van de grootste troeven geweest om Kerschoten aan te wijzen als een gebied dat energieneutraal kan worden. Na een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Apeldoorn moet volgend jaar blijken of de omvorming financieel haalbaar is. Lukt het in Kerschoten, dan lukt het ook elders in het land, is het devies van GEN, een consortium van grote bedrijven in Nederland. Apeldoorn heeft breed gelobbyed voor het project.

Namens de drie Apeldoornse woningcorporaties en de gemeente Apeldoorn was directeur Krista Walter van De Goede Woning grote trekker. Maar ook twee Apeldoornse samenwerkingsverbanden doen mee aan het project. Daarbij gaat het om de stichting Apeldoorn voorop in duurzaamheid (AVID), waarin tal van organisaties, bedrijven en bevlogen particulieren bijeen zijn gekomen. Verder is ook deA van de partij, het plaatselijke duurzame energiebedrijf in oprichting.

Corporatie-directeur Walter reageert blij en trots op de toewijzing van het project aan Apeldoorn, ten koste van Haarlem en Breda. ,,Apeldoorn heeft de ambitie om in 2020 energieneutraal te zijn. De bedrijven die in GEN deelnemen zijn grote partijen. Dat is prachtig voor Apeldoorn. Onze gezamenlijke drive is doorslaggevend geweest voor de jury. Deze kans moeten we grijpen”. In het project dat GEN (Gebieden Energie Neutraal) samen met Apeldoornse partijen voor Kerschoten gaat opzetten, spelen bewoners de voornaamste rol. Zowel huurders als woningeigenaren zullen hun bijdrage moeten leveren aan een energieneutrale toekomst. Daarbij wordt er massaal energie bespaard, terwijl de benodigde restenergie duurzaam moet worden opgewekt.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Zoals de redactie hierboven al opmerkte wordt het een peperduur project. Het is duidelijk wie de meeste kosten per woning moet ophoesten:

Zowel huurders als woningeigenaren zullen hun bijdrage moeten leveren.

Daarmee ligt er een tijdbom onder het plan, want bewoners zijn juist niet bereid een forse bijdrage te leveren. Hoe gek het ook klinkt, de meeste bewoners verhuizen na gemiddeld 7 jaar. Men overziet deze periode meestal wel. Blijkt dat er voor een project betaald moet worden waarbij de horizon op 15 jaar ligt, dan is men niet thuis. Vooral omdat is gezegd dat het hele plan zonder overheidssubsidie uitgevoerd kan worden.


Rabobank: Dure biomassa remt biovergisting in Nederland

Woensdag 7 december 2011

2010 was voor biogasinstallaties in Nederland een moeilijk jaar.
Een rapport van Rabobank leert dat hoogenergetische biomassa schaars is en bijgevolg een dure grondstof wordt. Daardoor is het rendement in de biogassector gestagneerd ondanks de technische vooruitgang die geboekt werd. Verwacht wordt dat de gemiddelde capaciteit zal toenemen om de kostprijs te verlagen.

In Nederland namen de prijzen van hoogwaardige biomassa vooral in de tweede helft van 2010 toe. Er werden meer biovergisters in werking gesteld, wat de vraag naar biomassa deed toenemen. Uitwijken naar alternatieve grondstoffen of een andere samenstelling van de invoerstromen blijken een negatief effect op het rendement te hebben. Hoe stabieler de vergister gevoed wordt, hoe beter de installatie werkt.

Inmiddels zijn er in Nederland 130 biovergisters in bedrijf van elk gemiddeld 1 megawatt (MW). Rabobank schat het aantal vergisters in Duitsland op 7.000 met een capaciteit van gemiddeld 0,5 MW. In België zou het volgens Rabobank gaan om 40 vergisters met een gemiddelde capaciteit van 1,5 MW.

Rabobank acht het onwaarschijnlijk dat de biogasproductie per vergister nog zal stijgen omdat biomassa duur blijft wanneer steeds meer partijen daar behoefte aan hebben. “Nederland kan bovendien de concurrentie uit Duitsland en België niet aan. De subsidiemogelijkheden zijn daar vele malen beter dan in Nederland zodat Duitse en Belgische kopers hogere prijzen kunnen bieden voor biomassa”, alsnog de bank.

Vanwege de ’gratis’ biomassa is er veel belangstelling voor 100-procent-mestvergisting. Rabobank waarschuwt dat de investeringskosten en onderhoudskosten per kuub biogas zodanig hoog liggen dat bij een subsidieperiode van twaalf jaar de kostprijs minstens 25 procent hoger ligt dan bij grootschalige co-vergisting. In Nederland is het subsidieniveau voor mestvergisting naar verluidt te laag en de periode van twaalf jaar te kort. Bovendien zou de techniek nog in de kinderschoenen staan en is het moeilijk om de restwarmte te benutten.

Toch verwacht Rabobank dat uiteindelijk alleen nog reststromen worden vergist. “Voor het imago van de sector en de verdere verduurzaming is dat een must”, klinkt het. De komende jaren zal het verwerken en drogen van digestaat en de voorbewerking van co-producten en mest extra aandacht van ondernemers krijgen.

Het vergistingsproces zal volgens het rapport nog geoptimaliseerd worden om de kostprijs te verlagen en het rendement te verbeteren. Dat zal dikwijls via schaalvergroting gebeuren. De gemiddelde installatie in Nederland is 1,5 MW groot en nieuwe installaties hebben in regel minstens deze grootte.

Lees hier het rapport van de RABOBANK

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

De redactie heeft de afgelopen jaren diverse keren op de website geschreven dat de grondstoffen voor vergisting steeds duurder worden vanwege de grote vraag.
Een betrekkelijk klein land als Nederland heeft nu eenmaal minder grondstoffen die geschikt zijn voor vergisting of verbranding.
De grote houtgestookte biomassacentrales die in Groningen in aanbouw zijn, stoken miljoenen tonnen afvalhout, dat zelfs in grote hoeveelheden geïmporteerd moet worden.
De redactie van Fibronot.nl durft de stelling wel aan dat er over enige jaren, laten we zeggen over maximaal 5 jaar, een zo ernstig tekort aan grondstoffen zal ontstaan dat het in deze sector faillissementen zal gaan regenen.
Op grond van deze verwachting moeten starters goed beseffen dat ze langjarige contracten met betrouwbare leveranciers afsluiten en oppassen dat ze geen grondstoffen geleverd krijgen die niet op de witte lijst voor komen.
Uit onderzoeken blijkt namelijk dat er nogal wat giftig afval in verwerkt zit.


Wijkraad eist inzage in geheime stukken biomassacentrale Breda

Woensdag 7 december 2011

De wijkraad Brabantpark wil inzage in geheime stukken over de vestiging van een biomassacentrale op het Hero-terrein.
De wijkraad doet daarvoor een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Op vrijdag 2 december maakte het college het voornemen bekend om een biomassacentrale te bouwen op het inmiddels braakliggende terrein. Eén bijlage, bijlage 1, werd door het college geheim verklaard. “Bewoners zijn zeer ongerust en hebben een groot aantal inhoudelijke en relevante vragen”, aldus Theo Maas van de wijkraad in een brief aan burgemeester en wethouders. Maas wil de antwoorden en verzoekt om onmiddellijke openbaarmaking van alle geheime stukken, behorend bij dit dossier.

De biomassacentrale die de gemeente Breda wil bouwen, komt wat milieuwethouder Wilbert Willems betreft te staan op het voormalige Hero-terrein, tussen het spoor en de Kapittelweg. De bouw van Willems’ ‘houtkachel’ kost 17.6 miljoen euro.

Het gaat om een centrale die zesduizend huishoudens van warmte kan voorzien. Bovendien wekt hij 2,5 megawatt aan elektriciteit op. Dat is grof geschat genoeg voor zo’n vijftienhonderd woningen.

Om de centrale te exploiteren wordt de Bredase Duurzame Energie BV opgericht. Volgens Willems kan de centrale eind 2013 in gebruik worden genomen.

De vestiging van de energiefabriek op het Hero-terrein heeft verschillende voordelen, zegt de wethouder. Zo hoeft er geen ingewikkelde bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. “Bovendien kan het een impuls zijn voor de ontwikkeling van de rest van het Hero-terrein. Je zou er zelfs een zwembad kunnen bouwen, want de warmte is goedkoop”, zegt Willems.

Overlast zal er niet zijn, belooft de wethouder. Er komen hooguit twee vrachtwagens per dag langs om houtsnippers, de brandstof, te storten. Verder komen er geen rare luchtjes uit de centrale.

Gevaarlijk is het complex ook niet. “Het is gewoon een grote kachel, maar dan met het formaat van een forse woonkamer”, zegt Willems.

De biomassacentrale is een uitermate duurzaam project. Volgens de wethouder neemt de CO2-uitstoot van Breda dankzij de ‘houtkachel’ af met 16.500 ton per jaar. Dat is 16,5 procent van de doelstelling die Breda zichzelf heeft opgelegd. De centrale draagt voor 1,4 procent bij aan de totale CO2-reductie van Breda. In 2014 wil de stad ‘CO2-neutraal’ zijn.

Behalve woningen in wijken als De Bouverijen, wordt ook het gemeenschapshuis De Mandt in Teteringen aangesloten op de centrale. De leidingen en aansluitingen komen voor rekening van ELES, een dochter van energieleverancier Essent.

Er wordt door de samenwerkende West-Brabantse gemeentes ook gedacht over een exemplaar dat 25 megawatt genereert: goed voor 25.000 huishoudens.

Uitbreiden van de ‘Hero-centrale’ is beperkt mogelijk. Tenslotte is de houtkachel afhankelijk van genoeg houtsnippers van Staatsbosbeheer.

Update donderdag 2 februari 2012

Biomassacentrale stapje dichterbij, maar niet definitief

De realisatie van een biomassacentrale is weer een stapje dichterbij. Wethouder Wilbert Willems mag verder met 3,5 miljoen euro om onder meer de benodigde Rijkssubsidie van 12,5 miljoen binnen te halen.

Daarnaast moet het college voor een gedegen businessplan en risicoanalyse zorgen, iets waar het tot nu toe aan ontbrak. Zoveel werd donderdag duidelijk in de gemeenteraadsvergadering.

Met name de PvdA, Breda ‘97 en de SP gaven tegengas tegen voortzetting van het huidige plan, ondanks dat ook deze partijen in principe voorstander zijn van de komst van een biomassacentrale.

Bernie van den Berg (Breda ’97) merkte op dat ondanks twee jaar voorbereiding het bestuurlijk een lachertje is. “Het is de coalitie blijkbaar veel waard is om het project biomassacentrale door te laten gaan. Zo’n 20 miljoen euro. U bent bereid een ongedekte cheque te tekenen”, zei de fractievoorzitter over het proces dat hij omschreef als een soap.

Miriam Haagh, fractievoorzitter van de PvdA, brak in haar betoog de biomassacentrale al af voordat de eerste steen is gelegd. In haar ogen is het door Willems ingediende plan zo onvolledig dat daarover geen oordeel kan worden gemaakt.

“Als de centrale kan draaien op de missers van Willems dan kunnen we een jaar vooruit. Het geven van juiste informatie komt in zijn woordenboek niet voor. U neemt geen weloverwogen besluit. Deze beslissing wordt gemaakt om de coalitie bij elkaar te houden”, aldus Haagh.

SP-fractievoorzitter Patrick van Lunteren werd zelfs tot de orde geroepen, omdat zijn opmerkingen over het college volgens de voorzitter van de raad niet door de beugel konden.

“Het college heeft het schijt aan de mensen en is arrogant. Er is sprake van onbehoorlijk bestuur. Ik schaam mij voor de wijze waarop is gehandeld”, waren enkele opmerkingen van de socialist.

Toch is de komst van de centrale niet definitief. Voordat Willems daadwerkelijk de eerste schep houtsnippers in de oven van de centrale gooit, moet hij aan een aantal door de raad opgelegde voorwaarden voldoen.

Philip Bos, raadslid D66, meldde tevreden te zijn met de toezegging van het college het advies van Ernst & Young op te volgen en een gedegen risicoanalyse uit te werken. “Kortom, er gaat geen schop in de grond voordat dat alles duidelijk is.”

Willems gaf toe dat het een moeizaam traject is, maar bleef toch vol zelfvertrouwen. “We gaan de totale investering in stukken knippen. Eerst de subsidie zeker stellen. Er komt geen definitieve no-go voor het eind van het jaar.”

De locatiekeuze werd alleen door de oppositie bestreden. Uit de opmerkingen van enkele coalitiepartijen en de wethouder viel op te maken dat Brabantpark zich kan opmaken voor de komst van de biomassacentrale.


Shell boort in China met succes naar schaliegas

Woensdag 7 december 2011

Olie- en gasconcern Shell heeft schaliegas gevonden in China. Dat maakte PetroChina, waarmee Shell samenwerkt, gisteren bekend op basis van de resultaten van proefboringen.

“Shell heeft twee putten die een goede productie leverden”, aldus professor Yuzhang Liu van het Research Institute of Petroleum Exploration and Development van PetroChina. Shell wilde de vondst niet bevestigen, maar ontkende die ook niet. ,,We zitten nog in de onderzoeksfase en analyseren het potentieel in China”, aldus bestuursvoorzitter Peter Voser op een energieconferentie in Doha.

In China wordt schaliegas nog niet op commerciële schaal gewonnen. Schaliegas is aardgas dat gewonnen wordt uit leisteenlagen (schalie). In de Verenigde Staten heeft de winning van schaliegas een enorme vlucht genomen en is daar inmiddels goed voor 34 procent van de totale olie- en gasproductie.


Voorstel: bouw windmolenpark op Afsluitdijk

Dinsdag 6 december 2011

Voor het opwekken van duurzame energie moet de mogelijkheid worden onderzocht om een windmolenpark op de Afsluitdijk te bouwen.

Die oproep deed het CDA maandag 5 december 2011 tijdens een debat in de Tweede Kamer aan staatssecretaris Joop Atsma (Milieu).

Het CDA wijst er op dat de Afsluitdijk aan een opknapbeurt toe is. Als de dijk toch onder handen wordt genomen, kan wat het CDA betreft ook worden gekeken naar de optie van een windmolenpark.

Financiering bedrijfsleven
Volgens het CDA hoeft zo’n park niet op subsidie te draaien. De partij wil daarom dat Atsma de mogelijkheid bekijkt om samen met het bedrijfsleven zo’n park te realiseren.

Atsma kijkt positief naar het idee. Hij wil dat in het te maken onderhoudsplan rekening wordt gehouden met het eventueel plaatsen van windmolens. Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde eerder dat windmolens op de Afsluitdijk waarschijnlijk rendabel zijn. De angst bestaat wel dat de wieken veel vogels het leven kosten.


Vattenfall koopt grootschalig windproject in de Duitse Noordzee

Vrijdag 2 december 2011

Vattenfall is van plan om een offshore windpark te bouwen voor het eiland Sylt in de Noordzee. Dit toekomstige windpark kan een half miljoen Duitse huishoudens van elektriciteit voorzien. Het project is in eerste instantie voor 576 MW, maar kan verder worden uitgebreid. De bouw staat gepland voor 2014.

vattenfall windpark Sandbank 24
Het Vattenfall windpark Sandbank 24

Vattenfall heeft onlangs de licentie gekocht voor het nieuwe windpark van het Duitse bedrijf, Sandbank Power GmbH & Co. Op dit moment is de vergunning aanwezig voor 96 grote windturbines met een vermogen van 576 megawatt (MW). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het project uit te breiden met nog eens 40 turbines.

Het gebied in kwestie ligt op 90 kilometer ten westen van het Duitse eiland Sylt – in de nabijheid van het windpark, DanTysk. Een windpark wat Vattenfall samen met het gemeentelijke elektriciteitsbedrijf van München aan het realiseren is.

Het nieuwe project heet Sandbank 24 en de bouw zal beginnen wanneer DanTysk is voltooid in het begin van 2014.

De totale investeringsagenda van Vattenfall voor wind op zee en op land is 2.8 miljard euro tussen 2011 en 2015. Vattenfall is momenteel nummer twee in de wereld op het gebied van offshore wind.


Wordt omstreden windmolenpark Ossendrecht tóch gebouwd?

Donderdag 1 december 2011

Het windmolenpark aan de Kabeljauwdreef in de polders bij Ossendrecht dat oorspronkelijk werd geweigerd, mag nu toch gebouwd worden als het aan de commissie ruimte van de provincie Brabant ligt.

Aanvankelijk geweigerd

Het park werd in eerste instantie geweigerd door de provincie omdat de open ruimte van het gebied teveel aangetast zou worden en het zicht op de Brabantse Wal te waardevol zou zijn. Daarnaast waren de plannen niet in overeenstemming met de eigen provinciale verordening Ruimte. In dat plan zijn andere gebieden aangewezen voor windmolens. De commissie ruimte van de provincie adviseert nu in meerderheid aan Provinciale Staten in te stemmen met de plannen van de gemeente Woensdrecht. Het zag er een tijdlang dus niet goed uit voor het windmolenplan maar tot verbazing van de milieugroeperingen in de gemeente Woensdrecht én de Statenfractie van de Partij voor de Dieren neemt een meerderheid van de Statenfracties, CDA en VVD voorop, nu een positief advies van Gedeputeerde Staten over.

Vrees voor leefgebied

Belangrijkste argument voor de provincie is dat de windmolens een belangrijke bijdrage leveren aan de provinciale doelstelling om in 2020 minstens 320 megawatt aan stroom op te wekken met windenergie. De vijf windmolens, die evenwijdig aan de grens met België komen te staan, zouden tussen de 10 en 12,5 megawatt op moeten brengen. Jim den Blank van Namiro is verbaasd over de ommezwaai van de provincie. “We hebben al eerder aangegeven dat die locatie in de eigen Verordening Ruimte van de provincie géén zoekgebied is voor windmolens. Ook de Statenfractie van de Partij voor de Dieren, die vreest voor het leefgebied van de foeragerende ganzen en de openheid van de polders voor de Brabantse Wal, reageert verbaasd. “De VVD is principieel tegen windenergie maar stemt uiteindelijk toch in en het CDA vindt dat van natuurverstoring zo dicht op het BASF-gebied niet echt sprake kan zijn”, aldus Marco van der Wel van de PvdD.


Zonnepanelen op gebouwen niet rendabel

Dinsdag 29 november 2011

Het plaatsen van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen is nog niet rendabel.
Dit constateert het college van burgemeester en wethouders van Breda in een plan voor CO2-neutrale gebouwen. Hierbij gaat het de gemeente erom ‘in eigen huis’ energiebesparende maatregelen te nemen.

Zonnepanelen maken hier dus vooralsnog geen deel van uit. Toch wil het college ‘gelet op de recente ontwikkelingen’ op dit gebied nader onderzoek te doen. Verwacht wordt dat er komend jaar meer duidelijkheid is over het rendabel zijn van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen.

De maatregelen die volgens het college wel effect sorteren, zijn onder meer spouwmuur-, dak- en vloerisolatie en hoogrendementsglas en -ketels.

Het is de bedoeling dat de uitstoot van CO2 met 23 procent wordt teruggebracht. Die besparing betreft zowel gebouwen waarvan de gemeente de rekening betaalt als panden waar de de huurder dit doet.

Extra maatregelen om tot die 23 procent te komen neemt de gemeente alleen in de panden die door de gemeente worden betaald.

Bijkomend voordeel voor het college is het dat het hiermee bespaart op de eigen energiekosten.


Bouw bio-energiecentrale “Golden Raand” in Groningen begonnen

Zaterdag 26 november 2011

Op 24 november is de bouw gestart van een bio-energiecentrale van 49,9 MegaWatt. De centrale komt halverwege 2013 in bedrijf en zet dan jaarlijks 300.000 ton snippers van gerecycled afvalhout om in duurzame elektriciteit.
Dat is genoeg elektriciteit voor zo’n 120.000 huishoudens. De naam, Eneco Bio Golden Raand, is bedacht en ingezonden door omwonende Frits Alma en is een verwijzing naar de Golden Raand, de gouden rand van Groningen, die ook in het Gronings volkslied voorkomt.

Buurman bedenkt naam
Omwonenden en lokale belangengroepen zijn nauw betrokken bij de bouw. Zo heeft de klankbordgroep Milieu Borgsweer adviezen gegeven bij het landschappelijk inbedden van de centrale. Het resultaat is een bouwwerk in een neutrale grijskleur, waardoor de centrale opgaat in de omgeving en nauwelijks afsteekt tegen de blauw/grijze wolkenluchten. Ook heeft Eneco omwonenden gevraagd een passende naam voor de bio-energiecentrale te bedenken. Dit leverde 31 inzendingen en ruim 42 namen op. Uiteindelijk is hier de naam Eneco Bio Golden Raand uitgekomen. Frits Alma, de inzender van deze naam: “Eneco bouwt haar groene centrale letterlijk op de ‘Golden Raand’ oftewel de gouden rand van Groningen. Een mooi initiatief met een naam die voorkomt in het Groningse volkslied. En dat geeft ons Groningers een trots gevoel. Ik stel het zeer op prijs dat Eneco ons heeft laten meedenken en uiteraard dat zij de door mij voorgestelde naam hebben uitgekozen.”

Hoog rendement
Eneco heeft de opdracht voor de bouw van de houtcentrale gegund aan het consortium AMB bestaande uit AREVA Renewables GmbH (Duitsland), Ballast Nedam Infra bv en Metso Power Oy (Finland). Voor de bouw zijn zo’n 350 medewerkers nodig. Na de bouw werken 30 mensen in de centrale. Het elektrisch rendement is met circa 37% erg hoog. Dat komt door de relatief hoge druk en temperatuur in het stoomcircuit, het gebruik van zeewater in het koelsysteem en het toepassen van Fluidised Bed verbrandingstechnologie. Hierbij zorgt een heet zandbed ervoor dat de ingevoerde biomassa optimaal verbrand wordt.

300.000 ton houtsnippers
Het hout, dat in de centrale wordt omgezet in elektriciteit, komt per schip, trein en vrachtwagen uit Nederland en omliggende landen. Per jaar is circa 300 duizend ton hout nodig. Om een indruk te krijgen: dat zijn omgerekend zo’n 150 scheepsladingen. Ten opzichte van de productie van elektriciteit in een gewone centrale levert deze houtcentrale een besparing op CO2 uitstoot van 250.000 ton per jaar.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl
De redactie van Fibronot.nl vraagt zich af hoeveel CO2 er is uitgestoten bij het vervoer per schip, trein (elektriciteit is opgewekt in een centrale) en vrachtwagens uit Nederland en omliggende landen.


Reservering grond Fibroned heeft Apeldoorn al bijna € 4 miljoen gekost

Woensdag 23 november 2011

De reservering van de 5 hectare grond op de Ecofactorij in Apeldoorn heeft de gemeente Apeldoorn in de afgelopen 12 jaar al bijna € 4 miljoen gekost.
Bedrijven waar grond voor gereserveerd wordt moeten er echter vanaf begin 2012 rekening mee houden dat zij de kosten van reservering, rente, ed., moeten gaan betalen.

Voor Fibroned wordt op de Ecofactorij al bijna twaalf jaar een kavel van vijf hectare vastgehouden. Fibroned wil er een energiecentrale bouwen die stroom opwekt uit kippenmest. Procedureel liep dat plan meermalen spaak bij de Raad van State. Daarmee is het echter niet van tafel. De provincie Gelderland heeft de gemeente Apeldoorn gemeld dat Fibroned op korte termijn een integrale omgevingsvergunning wil aanvragen.

Vanwege het innovatieve en duurzame karakter sprak de gemeente begin deze eeuw de intentie uit mee te werken aan de komst van Fibroned en die intentie heeft ze nog steeds. Pas na 1 januari 2013 maakt de gemeente balans op. Is er dan nog geen voortgang, dan kiest de gemeente eventueel een nieuwe koers.

Stel dat Fibroned voor de reservering had moeten betalen, hoeveel was dat dan geweest? De gemeente wil daarover niet ‘speculeren’. Over de rekenmethode (bijvoorbeeld bedrag per hectare, percentage van de totale verkoopsom) voor de kosten van opties wordt immers nog gesproken.

Zouden de kosten minimaal de rente moeten dekken, leert een rekensom dat bij een grondprijs van 150 euro per vierkante meter (7,5 miljoen) bij een rente van vijf procent alleen de som van tien jaarrentes al 3,75 miljoen euro is.

Apeldoorn moet bezuinigen

Apeldoorn moet de komende jaren meer dan € 100 miljoen bezuinigen en dreigt vanaf volgend jaar onder curatele te worden gesteld.
De hoogmoedswaanzin van deze gemeente wordt genadeloos afgestraft. Vanaf 1 januari 2012 staat Apeldoorn onder financieel toezicht van de Provincie Gelderland. Mocht dit niet helpen dan ligt de status Artikel 12 gemeente in het vooruitzicht.
Deze website heeft er de afgelopen jaren herhaaldelijk voor gewaarschuwd dat de kosten die gemaakt worden voor de reservering van grond voor Fibroned en andere bedrijven een beschamende vertoning is en verspillen van belastinggeld van inwoners van Apeldoorn.

MER

Dat de Provincie heeft gemeld dat Fibroned op korte termijn een alles omvattende omgevingsvergunning wil aanvragen neemt de redactie van deze website voor kennisgeving aan.
Het is immers voor het vierde achtereenvolgende jaar dat Fibroned op het punt staat een vergunning aan te vragen.
Het lijkt op een soort touwtrekken om de boel te rekken en de gemeente aan het lijntje te houden.
Voorafgaande aan het aanvragen van een omgevingsvergunning door Fibroned zal het bedrijf eerst een MER moeten maken en die door de Commissie MER moeten laten beoordelen.
Bij de Commissie MER is tot op vandaag nog geen MER van Fibroned ingediend.

Bibob

De Commissaris van de Koningin van de Provincie Gelderland, Mr. Clemens Cornielje heeft in oktober 2010 aan de redactie van Fibronot de schriftelijke garantie gegeven dat een eventuele aanvraag van een vergunning door Fibroned door het Bureau Integriteit van de Provincie zal worden beoordeeld. Mocht de Provincie daartoe aanleiding zien dan zal het Bureau Bibob van het Ministerie van Justitie worden geraadpleegd.
De redactie van deze website heeft het volste vertrouwen in de uitkomst van een integriteitsonderzoek naar de directie, aandeelhouders, directe zakenrelaties en financiers van Fibroned.


Apeldoorn: Windmolens creëren eigen weerstand

Woensdag 23 november 2011

De gemeente Apeldoorn staat als vooruitstrevend te boek en wil in 2020 de gebouwde omgeving binnen haar grenzen energieneutraal hebben. Met die voornemens is men voortvarend aan de slag gegaan, maar zonder slag of stoot gaat het niet. Wethouder Olaf Prinsen (D66) licht toe.

Wat zijn de obstakels en de successen tot nu toe?

Olaf Prinsen: “Als gemeente zijn we al geruime tijd bezig met eigen projecten. Zo’n anderhalf jaar geleden kwam de omslag in ons denken. We realiseerden ons dat als we de doelstelling voor 2020 willen halen, we dat niet alleen kunnen. Sowieso niet met het energieverbruik van de gemeente zelf, dat maar 1,5 % van het totaal is. We moeten dus naar buiten kijken en inwoners en bedrijven enthousiasmeren om de doelstelling samen met ons te behalen.”

De drang tot samenwerking zal ook met de crisis te maken hebben?

“Zeker, er is minder geld. Maar vergeet ook niet dat duurzaamheid een beweeglijk en onvoorspelbaar gebied is. Wie had vier jaar geleden durven voorspellen dat er nu zoveel auto’s met een A-label rondrijden? We weten nu nog niet hoe we onze doelstelling gaan halen. De routekaart naar duurzaamheid wordt steeds herijkt. Dat er veel moet gebeuren is wel duidelijk, want pas zo’n 4% van de gebouwde omgeving is op dit moment energieneutraal.”

Welke keuzes worden dan nu gemaakt?

“We zetten vooral in op zonnepanelen bij de verduurzaming van de energie-opwekking. Wij denken dat ze in 2017 kunnen concurreren met grijze stroom. Bovendien zijn ze makkelijker en sneller te installeren dan windmolens, die natuurlijk wel over veel vermogen beschikken. Als je windmolens wilt plaatsen, dan heb je grote kans je eigen weerstand te organiseren omdat burgers die molens niet in de buurt willen hebben.

We hebben plannen voor vijf molens, maar daarover zijn we al jaren aan het procederen. Onze eerste focus is de verduurzaming van de bestaande bebouwing. Alleen al dubbel glas heeft effect. Toch doet men dat vaak niet. De vraag is dus waar de markt faalt. Om te beginnen moeten we erkennen dat er verschillende doelgroepen zijn, met evenveel drijfveren. Van geld besparen tot onafhankelijkheid, comfort verhogen en het milieu sparen. Je kunt mensen niet alleen aanspreken op hun geweten. We moeten burgers dus aanspreken op hun intrinsieke motivatie.

Een mooi voorbeeld is dat van een echtpaar dat het eerste energieneutrale huis in Apeldoorn heeft betrokken. Ze wilden niet afhankelijk zijn van de energieprijzen. Daar zie je dus een van de drijfveren die we moeten aanspreken: de wens om zekerheid te hebben over de energievoorziening.”

Hoe werkt het aanspreken van burgers in de praktijk?

“Om een voorbeeld te noemen: we hebben in een bepaalde wijk een project opgezet: ‘Uw woning in de watten’. Daarbij laten we een EPA-onderzoek doen in de woning. De aanbevelingen die daaruit komen, worden meteen aangepakt door een consortium van bedrijven. Daarbij hebben we ook een garantieregeling opgezet waaruit de investeringen worden bekostigd en terugverdiend door de besparingen.”

Wat waren de resultaten van dit project?

“We hebben 1400 woningeigenaren aangeschreven. Daarvan heeft een derde een EPA-advies laten uitvoeren. Uiteindelijk laten 10 tot 15 mensen maatregelen uitvoeren. Dat valt ons tegen, als ik eerlijk ben.”

Hoe komt dat?

“We zijn nu de evaluatie aan het maken, maar de samenwerking in een nieuw consortium is wel één van de aandachtspunten.”

Welke conclusies trekt u daar uit?

“Ze moeten gezamenlijk leren te opereren vanuit de behoefte van de klant. Daarnaast moet een woningeigenaar ook in kleine stapjes verbeteringen kunnen uitvoeren en is een goede garantieconstructie een belangrijke voorwaarde. Het is een leerproces, maar ik denk dat we hiervan in de toekomst wel een succes kunnen maken.”

Hoe ziet u de rol van de gemeente?

“De gemeente zal steeds meer de regisseur zijn. De overheidsbudgetten drogen op, dus de verantwoordelijkheid zal alleen al daarom meer bij de burgers en het bedrijfsleven komen te liggen. Wij als overheid moeten zorgen dat het bewustzijn ontstaat waarom energie een belangrijk thema is. Provincies kunnen een rol spelen door belemmerende regels weg te nemen en te helpen met garantiefondsen.”

(Bron: www.energieoverheid.nl )


TenneT pleit voor brede discussie voor aansluiting windparken op zee

Zaterdag 19 november 2011

Elektriciteitstransporteur TenneT levert buitengewone inspanningen bij de aansluiting van windparken op zee in Duitsland. De onderneming zorgt hiermee voor een aanzienlijke en zeer belangrijke bijdrage aan de overgang naar een duurzame energievoorziening. TenneT is hiervoor een binnen Europa ongeëvenaarde investering van miljarden euro’s aangegaan.

Er zijn negen grote projecten voor de aansluitingen van windparken in de Duitse Noordzee.
In een brief aan de Duitse Bondskanselarij en aan de Duitse ministeries van Economische Zaken en Milieu laat TenneT nu weten dat de aanleg van netaansluitingen voor windparken in de Noordzee in het huidige tempo en onder de huidige omstandigheden niet meer wenselijk en mogelijk is. De betrokken partijen, zowel leveranciers als TenneT, beschikken hiervoor over onvoldoende personele, materiële en financiële middelen.

De aansluitingsprojecten waarvoor TenneT reeds opdracht heeft gekregen zullen ongewijzigd worden uitgevoerd. Het is in het huidige tempo en onder de huidige omstandigheden echter niet mogelijk nog verdere gelijkstroomverbindingen aan te leggen. Om ook in de toekomst offshore-windparken te kunnen aansluiten moeten de randvoorwaarden aangepast worden. Ook moet het tempo van nieuwe onshore verbindingen, dat ver achterblijft, gelijke tred houden met de offshore ontwikkelingen. Dit alles vereist fundamentele veranderingen in de bestaande wet- en regelgeving.

TenneT heeft de Duitse Bondsregering daarom gevraagd om een brede discussie over de benodigde aanpassingen van het juridisch kader en de aansluitprocedures met alle offshore-partners en de Duitse toezichthouder, de Bundesnetzagentur.


Windenergie al jarenlang onrendabel

Vrijdag 18 november 2011

Windenergie is niet rendabel zonder kapitaalinjecties van de overheid. De productie van windenergie is nog altijd verliesgevend.
Dit blijkt uit een analyse die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag 17 november 2011 presenteerde.

Vorig jaar is het verlies uitgekomen op 150 miljoen euro. Dit verlies is gecompenseerd door overheidssteun voor de producenten van in totaal 360 miljoen euro. Sinds 2005 zijn er bij de productie van windenergie alleen maar verliezen te noteren (zie onderstaande afbeelding). In twintig jaar tijd is er ongeveer drie miljard euro geïnvesteerd in windenergie.

opbrengst windmolens
Verlies op productie windenergie

Windenergie kan slinkende olie- en gasreserves niet compenseren

De hoeveelheid wind is oneindig. Voor het opwekken van windenergie zijn echter windmolens nodig. De levensduur van windmolens is wel eindig. Door de uitbreiding van het windmolenpark is de voorraad windenergie van 1990 tot en met 2008 toegenomen. Deze toename weegt echter bij lange na niet op tegen de afname van de Nederlandse olie- en gasvoorraad. Ter vergelijking, in 2010 waren de reserves aan olie en gas meer dan 200 keer zo groot dan de windvoorraad.

Na 2008 is de voorraad windenergie afgenomen omdat er weinig nieuwe molens zijn bijgekomen en de bestaande molens zijn verouderd. Dat er weinig nieuwe molens zijn bijgekomen komt door een gebrek aan subsidie tussen augustus 2006 en april 2008 voor nieuw aan te vragen projecten. De subsidie voor bestaande en al ingediende projecten liep gewoon door.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Bij de productie van windenergie komen geen CO2-emissies vrij. De bijdrage die windmolens aan de CO2-reductie leveren is tamelijk gering, namelijk ongeveer 1 procent.
Of je dat ziet als waardevolle bijdrage aan de redding van het klimaat of als weggegooid geld is een politieke mening, geen wetenschappelijke.

In 2010 kwam het verlies van alle producenten van windenergie dus uit op ongeveer € 150 miljoen. De elektriciteitsprijzen waren dat jaar relatief laag door de economische crisis en daarbij waaide het ook nog eens weinig. Dit verslechterde de concurrentiepositie van de windenergieproducenten.

De gasprijzen vertonen al meer dan een jaar een dalende tendens als gevolg van de winning van grote schaliegasvoorraden in de VS. Als gevolg daarvan is de VS van grote gasimporteur een zeer grote gasexporteur geworden wat een drukkend effect op de wereldmarktprijzen voor gas heeft.

Typhoon Capital zoekt nog € 2,5 miljard financiering voor een paar windparken op zee.
Financiers zullen zich wel twee maal bedenken met bovenstaande cijfers in het achterhoofd. Het is bovendien ook niet zeker dat de verliezen in de toekomst door de overheid gecompenseerd zullen worden.
Kortom, financiering van dergelijk grote windparken is een hachelijke zaak geworden met onzekere rendementen.


Winning van steenkoolgas in de Achterhoek van de baan

Woensdag 16 november 2011

De winning van steenkoolgas in de Achterhoek is van de baan. Het Australische bedrijf Queensland Gas Company heeft aan het ministerie van Economische Zaken laten weten dat het afziet van zijn plannen om het gas te winnen. De provincie Gelderland heeft dit nieuws bevestigd.

Een reden is daarbij niet gegeven, maar aangenomen wordt dat het groeiende protest in Gelderland tegen de winning van het gas een rol heeft gespeeld.

De provincie Gelderland en de Gelderse Milieufederatie zagen niets in de gaswinning, die grote risico’s voor het milieu en het grondwater zou kunnen hebben. Bij de winning van het gas wordt steenkool op kilometers diepte gekraakt, met behulp van chemicaliën.

Zowel de provincie als de milieuorganisatie hadden rechtszaken aangespannen. Het ministerie van Economische Zaken had al een vergunning afgegeven voor proefboringen.

Ook tegen de winning van schaliegas in Brabant zijn veel protesten gerezen. Minister Verhagen laat daarom nader onderzoek doen naar de veiligheid. Hij is wel overtuigd van de noodzaak om dit gas te winnen.


Aardwarmte bevat nog te veel bijvangst

Dinsdag 15 november 2011

Rabobank Projectenfonds en de Rabobanken Westland en Zuid-Holland Midden steken 100.000 euro in een onderzoek om de bijvangsten bij het winnen van aardwarmte onschadelijk te maken.

Het onderzoek is een initiatief van potplantenkweker Ammerlaan en tomatenkweker Duijvesteijn, twee glastuinbouwbedrijven in Pijnacker. Deze bedrijven sloegen dit en vorig jaar als één van de eersten in Nederland een boorput om op zo’n twee kilometer diepte warm water te winnen. Het water wordt gebruikt om de kassen te verwarmen, maar blijkt enigszins vervuild te zijn met gas-, olie-, en/of zanddeeltjes. Deze bijvangst heeft grote gevolgen.

Verstoppingen
Het vervuilde water zorgt bijvoorbeeld voor verstoppingen in de filters van de warmtewisselaar. Op dit moment liggen de putten helemaal stil. Aardwarmtewinning staat nog min of meer in de kinderschoenen en voor het schoonmaken van het opgepompte warme water bestaan nog geen standaardoplossingen, dus er is veel onderzoek nodig. Naast de Rabo levert ook de rijksoverheid een bijdrage. De tuinders zijn ook tonnen extra kwijt. Niet alleen voor het onderzoek, maar ook aan een hogere gasrekening dan waarop ze rekenden.

CO2-reductie
De innovatiefondsen van de twee Rabobanken en het Projectenfonds zien in aardwarmtewinning een nieuwe innovatieve en duurzame energiebron. Het onderzoek is daarom niet alleen in het belang van de betrokken tuinders, maar voor de hele samenleving. Aardwarmte kan uitgroeien tot een belangrijk instrument om de CO2-reductieplannen van de Nederlandse overheid te realiseren en de opwarming van de aarde tegen te gaan. Dan moeten bronnen wel optimaal functioneren.

Voor de glastuinbouw is aardwarmtewinning vooral een manier om onafhankelijker te worden van fossiele brandstoffen. Die schommelen nogal in prijs terwijl aardwarmte een stabiele vrijwel onuitputtelijke warmtebron is. Het afgekoelde water gaat immers terug naar de bron en wordt vanzelf weer warm en geschikt om op te pompen. De Rabobank is de enige Nederlandse bank die geothermie-projecten financiert. Het slaan van één bron kost circa 7 miljoen euro.


Rechtszaak tegen Breustedt Chemie: getuige blijkt verdachte

Dinsdag 15 november 2011

Directrice E.S. van Breustedt Chemie uit Apeldoorn kwam maandag voor een verrassing te staan bij de economische politierechter in Zutphen. De vrouw dacht daar als getuige op te treden, terwijl ze als verdachte was gedagvaard.

Door deze miscommunicatie ging de rechtszaak tegen het bedrijf en de directrice niet door.
Breustedt wordt verdacht van het opslaan van een aantal stoffen in een zoutloods, die in strijd zijn met de Wet milieubeheer.
Het gaat ondermeer om 24 flessen met 22 kilogram LPG wisselreservoirs, 1000 liter waterstofperoxide en 53 emmers met elk 5 kilogram Rongeol.
Ook waren locaties en de opslag van lege emballage niet juist gemarkeerd.

S. wordt verdacht van het plegen van eerder genoemde feiten, of het leiding geven hieraan. Omdat ze niet zei te weten zelf verdachte te zijn, wilde ze eerst een advocaat regelen.
De rechter stemde daarmee in.
Hij vond dat de zaak tegen Breustedt en de zaak van de directrice niet los van elkaar behandeld konden worden, dus ging de zaak tegen het bedrijf gisteren ook niet door.
Op 9 januari 2012 volgend jaar worden beide zaken verder behandeld.

Overigens staat deze zaak los van de overtredingen die op vrijdag 11 november werden geconstateerd.


Groen gas uit groenafval

Maandag 14 november 2011

Groenbedrijven en hoveniers kunnen ‘groen gas’ maken uit groenafval. Technisch en financieel is dat goed mogelijk, blijkt uit de haalbaarheidsstudie Green4Fuel van advies- en ingenieursbureau DHV uit Amersfoort.

In de provincie Zuid-Holland onderzocht het bureau de kans voor de tientallen bedrijven die daar actief zijn. ‘Ook gemeentelijke groendiensten of regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten kunnen bij de ontwikkelingen aanhaken’, licht adviseur Aldert van der Kooij van DHV toe.

Recent startte in Zuid-Holland een proefproject bij een groot hoveniersbedrijf en een groot loonwerkerbedrijf. Uit de studie blijkt dat in Zuid-Holland jaarlijks ongeveer 160 duizend ton gras en 223 duizend ton houtafval vrijkomt. Eén ton grasachtige biomassa levert ongeveer 60 kubieke meter biogas op. In Zuid-Holland zou ruimte zijn voor ongeveer vijf grote vergistingsunits. Kleinere bedrijven zouden kunnen samenwerken en samen een unit bestieren. Volgens Van der Kooij werkt een dergelijk model al in de praktijk in het Belgische Brecht.

Groen onderscheiden
Het mes snijdt aan meerdere kanten, zegt Van der Kooij. ‘De bedrijven hoeven niet langer te betalen voor de steeds hoger wordende kosten voor compostering van hun afval. Ze brengen het afval naar een vergistingsinstallatie en voor de terugweg tanken ze ter plaatse biogas in hun tractor of vrachtwagen.’ Een eventueel surplus, bijvoorbeeld in het voorjaar en de zomer als er veel wordt gemaaid, kan worden verkocht aan de brandstoffenhandel.

Een ander pluspunt is dat de bedrijven zich positief kunnen onderscheiden in aanbestedingsprocedures bij gemeenten en waterschappen. ‘In de gunning kunnen bedrijven steeds vaker extra punten verdienen wanneer ze zich groen onderscheiden’, aldus Van der Kooij. Gemeenten zouden op deze manier ook beter hun CO2-doelstellingen kunnen halen en de lokale groene economie stimuleren.

Kanttekeningen zijn er ook. Het ombouwen van het wagenpark van diesel naar aardgas is nog wel de minste. Volgens de DHV-studie kan dat door bij de reguliere vervanging van een vervoersmiddel een aardgasmodel aan te schaffen. ‘Deze zijn nauwelijks duurder dan conventionele voertuigen.’

Een groter probleem is dat in deze branche grasachtig en houtig groenafval door elkaar worden verwerkt. In een vergistingsinstallatie is hout niet welkom. ‘Er moet dus ofwel gescheiden worden ingezameld of vlak voor vergisting houtachtig afval uit worden gezeefd.’

Een ander obstakel is dat de techniek enorm afhankelijk is van de zogenoemde Stimulering Duurzame Energie-regeling die circa 40 cent per kubieke meter gas oplevert. Het is dringen voor de groene energiebronnen op de drukke markt voor steeds smallere overheidssubsidies.

Hetzelfde probleem hebben twee andere nieuwe verwerkingsroutes voor houtig afval als snoei- en dunningshout en boomstronken. Van der Kooij: ‘Om houtige biomassa te verwerken tot transportbrandstoffen, beschikken we over technieken als pyrolyse en vergassing. Deze technieken verkeren nog in een experimentele fase en vergen bovendien grote investeringen.’


Faillissement voor Agrilogica en Mestfeed International in Etten-Leur

Zondag 13 november 2011

De mestafzet- en verwerkingssbedrijven Agrilogica en Mestfeed International in Etten-Leur zijn failliet. Beide bedrijven zijn op 8 november door de rechtbank in Breda op verzoek van eigenaar Cees Oomen failliet verklaard.

De Brabantse ondernemer stelt met zijn bedrijven in zwaar weer terecht te zijn gekomen doordat de mestafzet naar akkerbouwbedrijven dit jaar grotendeels wegviel. Ook waren er achterblijvende betalingen van debiteuren door de malaise in de veehouderij.

Verschillende ondernemers voelen zich gedupeerd door de faillissementen. Sommigen overwegen aangifte bij de politie te doen vanwege oplichting. Een boer uit Etten-Leur leverde een maand geleden voor ongeveer 10.000 euro aan maïs aan het bedrijf van Oomen en heeft daar geen geld voor ontvangen. Een onderneming in Maasdam leverde voor 15.000 euro een mestcontainer, die niet werd afgerekend. Toen het bedrijf de container terug wilde halen bleek de container verdwenen.


Gevaarlijke stoffen bij Breustedt in beslag genomen

Zaterdag 12 november 2011

De gemeente Apeldoorn heeft vrijdag 11 november 2011 ingegrepen bij chemisch bedrijf Breustedt Chemie aan de Curaçao en de Nagelpoelweg.

In totaal werden 1900 liter chemicaliën afgevoerd die niet op de juiste manier waren opgeslagen. Datzelfde geldt voor 74 propaangasflessen waarvoor geen vergunning was verleend en die niet veilig waren opgeslagen.

Verder stond in de buurt van het bedrijf een oplegger met verpakte chemicaliën die bij navraag van het bedrijf bleken te zijn. De oplegger was gevuld met meer dan 10.000 kilo aan gevaarlijke stoffen. De oplegger zou maandag naar een geschikte opslag in Duiven gaan. Een opslag van meer dan 48 uur is echter tegen de regels, waarna het bedrijf het transport meteen uitvoerde. Het bedrijf was vrijdagavond niet voor een reactie bereikbaar.

Al geruime tijd werden bij het bedrijf gevaarlijke stoffen onbeschermd bewaard in een (zout)loods. Het betreft stoffen die eigenlijk in een kluis thuishoren, omdat ze brandbaar zijn en/of brandbevorderend. Eerder al was hiervoor een last onder dwangsom opgelegd, maar er veranderde niets aan de situatie. Het bedrijf heeft dan ook wederom dwangsommen verbeurd.

Bestuursdwang

Omdat het bedrijf zich bleef onttrekken aan gemaakte afspraken en overtredingen voortduurden, heeft de gemeente begin september 2011 besloten om de last onder dwangsom om te zetten in een last onder bestuursdwang. De gemeente verwijdert daarbij verpakte gevaarlijke stoffen die niet conform de vergunning zijn opgeslagen van het terrein en slaat die elders – wel conform de regels – op. De kosten zullen op het bedrijf worden verhaald.

Het bedrijf is van tevoren op de hoogte gesteld van het voornemen tot bestuursdwang.

Vergunning aangepast

De gemeente wil een normale, veilige bedrijfsvoering van het bedrijf niet in de weg staan. In overleg met het bedrijf is de oplossing gevonden om in de zoutloods kluizen te plaatsen waarin de brandbare en brandbevorderende gevaarlijke stoffen veilig kunnen worden opgeslagen.

Het bedrijf heeft eind juli 2011 aangegeven dat deze kluizen in week 45 geleverd zouden worden. Helaas is geconstateerd dat deze afspraak niet is nagekomen.

Wethouder Milieu Olaf Prinsen zegt: “Het is altijd vervelend om zo’n besluit te moeten nemen. Maar de gemeente is van oordeel dat meer dan voldoende tegemoet gekomen is aan de belangen van het betreffende bedrijf. De gemeente heeft ook de belangen van veiligheid van burgers in acht te nemen en vond het dus nodig in te grijpen.”

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Breustedt neemt het niet zo nauw met de wet.

In 2009 kreeg het bedrijf van de NMA een boete van € 1,4 miljoen opgelegd wegens ongeoorloofde prijsafspraken met andere leveranciers van zwembadchloor.
De boet was zo hoog omdat Breustedt weigerde aan de NMA inzage in de boeken te geven waadoor de NMA een schatting van de chlooromzet maakte. Breustedt heeft daarna een accountant ingeschakeld die de chlooromzet vaststelde. Naar aanleiding van deze nieuwe berekening verlaagde de NMA de boete naar € 424.000.

Breustedt is in de afgelopen jaren meerdere keren door de Provincie Gelderland en de gemeente Apeldoorn beboet vanwege vervuiling die het bedrijf veroorzaakte.

In april 2009 diende Breustedt bij de Provincie Gelderland een een melding op grond van de Wet bodembescherming in. Breustedt Chemie had een saneringsplan ingediend waarin stond hoe men de verontreiniging op de Curacao 3 in Apeldoorn zou gaan aanpakken.

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben toen aan Breustedt meegedeeld niet in te stemmen met het saneringsplan.

Op de vorige lokatie van Breustedt in Ugchelen is het terrein nog steeds ernstig met Trichloorethyleen en Perchloorethyleen verontreinigd.

Eveneens eind 2009 werd bekend dat Breustedt naar de Ecofactorij wil verhuizen.

De redactie van Fibronot.nl vraagt zich af of we op de Ecofactorij een herhaling van de gebeurtenissen van de afgelopen jaren zullen zien.
Ondanks de nieuwbouw is de redactie ervan overtuigd dat we, indien de verhuizing mocht doorgaan, over enkele jaren opnieuw getuige zullen zijn van ernstige bodemverontreiniging in een gebied dat grenst aan een Natura 2000 gebied.
We verzoeken de gemeente Apeldoorn en de Provincie Gelderland dan ook met de Wet Bibob in de hand de aanvraag van de omgevingsvergunning te beoordelen.


Misstanden bij ‘Nederlands’ biomassa bedrijf in Liberia

Vrijdag 11 november 2011

De Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, SOMO, onthult in een onderzoek de negatieve impact van Buchanan Renewables op de leefomstandigheden van rubberboeren in Liberia. Buchanan Renewables is een bedrijf dat in Liberia houtsnippers produceert uit oude rubberbomen, die gebruikt worden in biomassacentrales.

Na BioShape is er opnieuw een Nederlands bedrijf in Afrika in opspraak.
Het bedrijf Buchanan Renewables dat in Amsterdam gevestigd is en ingeschreven staat bij de Nederlandse Kamer van Koophandel berooft met behulp van Vattenfall, eigenaar van NUON, in recordtempo Liberia van z’n natuurlijke hulpbronnen.
Drie jaar geleden, in 2008, toen deze website met een onderzoek naar Fibroned, BioShape en zijn managers begon, kwam de naam Buchanan Renewables ook al even in beeld met praktijken in Liberia die negatieve gevolgen hebben voor de lokale bevolking.

De SOMO liet gisteren, donderdag 10 november 2011 een rapport, genaamd Burning Rubber, het daglicht zien.
In niet mis te verstane bewoordingen doet SOMO haarfijn de geschiedenis van Buchanan Renewables uit de doeken, de werkwijze van het bedrijf en de verslechtering van de leefomstandigheden van Liberiaanse rubberboeren.

SOMO

SOMO is een onafhankelijke not-for-profit onderzoeks- en netwerkorganisatie. SOMO richt zich op duurzame ontwikkeling, zowel sociaal, ecologisch als economisch. Sinds 1973 onderzoekt SOMO multinationale ondernemingen en de gevolgen van hun activiteiten voor mens en milieu wereldwijd. SOMO ondersteunt maatschappelijke organisaties door trainingen, coördinatie van netwerken en kennisopbouw over multinationale ondernemingen in hun internationale context van productie, handel, financiering en regelgeving.

De SOMO adviseert naar aanleding van haar onderzoeksrapporten beleidsmakers bij de overheid, bestuurders en managers van bedrijven en andere belanghebbenden zoals consumenten, werknemers, beleggers, media en onderwijs.

Bekijk hieronder een video over het onderzoek van SOMO in Liberia, opgenomen in juli 2011.

Bekijk ook het Dossier Buchanan Renewables op deze website met foto’s die welwillend door SOMO aan Fibronot.nl ter beschikking zijn gesteld.


Verhagen: bewijs Britse bevingen niet projecteren op schaliegas Brabant

Woensdag 9 november 2011

Minister Verhagen heeft afgelopen vrijdag, 4 november 2011, een 71 pagina’s tellend rapport met een keur aan grafieken, lappen tekst, locatiestudies en foto’s van afgenomen steenmonsters naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport is in opdracht van het Britse boorbedrijf Cuadrilla opgesteld om duidelijkheid te geven over de oorzaak van twee trillingen die bij een proefboring naar schaliegas in het Britse Lancashire zijn opgetreden. Uit de conclusies is op te maken dat twee kleine aardbevingen haast zeker veroorzaakt zijn door de schaliegasboring, maar dat de lokale omstandigheid van een breukzone in de ondergrond hier niet los van kan worden gezien. Verhagen beklemtoont in een begeleidende Kamerbrief dat de Britse situatie daarom nog niets zegt over de mogelijke projecten in Brabant; Cuadrilla wil in Boxtel ook aan de slag.

Het aangekondigde onderzoek naar de Britse situatie lijkt een rapport waar zowel voorstanders als tegenstanders details uit kunnen pakken om te onderbouwen dat schaliegaswinnining wel of juist geen veilige en wenselijke aangelegenheid is. Een zeker risico is er altijd, schrijven de onderzoekers. De trillingen zijn klein en de schade lijkt daardoor minimaal, melden ze tegelijk. Dat er een verband bestaat tussen de winningstechniek van het schaliegas en de bevingen, staat in elke geval wel vast. Die conclusie wordt door Verhagen aangehaald in een verwijzing naar de breuklijnen in de ondergrond op de boorlocatie. Hij vat samen dat waarschijnlijk “door het fracken kleine bewegingen langs deze breuken zijn geïnitieerd”. Ofwel; het losporren van de leisteenlaag gaf schokken af.

Verhagen benadrukt dat dit onderzoek een specifieke boring op een specifieke plek betreft. “Doordat de oorzaak en de kracht van de bevingen in Lancashire gerelateerd zijn aan de lokale geologische situatie, kunnen deze resultaten niet één op één overgenomen worden naar de Noord-Brabantse situatie”, schrijft de minister. Wel wil hij van Cuadrilla weten wat het bedrijf denkt van de uitkomsten in het licht van de Nederlandse plannen. Verhagen wijst er op dat er los van die raadpleging, die wordt voorgelegd aan de Technische commissie bodembeweging, een eigen onafhankelijk onderzoek wordt gedaan. Dit beloofde de bewindsman afgelopen week al aan de Tweede Kamer wegens onrust in de oppositie en bij bewoners. Verhagen stelt in zijn brief over het Britse rapport nog eens dat veiligheid voorop staat.

Lees hier de aanbiedingsbrief van het onderzoek die de minister naar de Tweede Kamer stuurde.

Lees hier het volledige rapport van de geomechanische studie naar de oorzaken van de bevingen.

Breuklijnen in zuid oost Nederland

In het kader van het Britse onderzoek heeft de redactie van Fibronot.nl eens gekeken welke breuklijnen er in zuid oost Nederland en met name rond Boxtel lopen.

Brabant wordt, samen met Limburg, gekenmerkt door een aantal breuklijnen die op niet al te grote diepte zitten, dwz. op ongeveer 10 tot 20 km.
De twee belangrijkste breuklijnen zijn de Peelrandbreuklijn en de Feldbissbreuklijn. Beide breuklijnen lopen van zuidoostelijke naar noordwestelijke richting.

Breuklijnen in zuidoost Nederland
Breuklijnen in zuidoost Nederland
(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

De Feldbissbreuklijn is de minst actieve breuklijn in het gebied. Er worden niet of nauwelijks bevingen langs deze breuklijn geregistreerd. Geologen schatten dat de laatste echte beving meer dan 200.000 jaar geleden, sinds de voorlaatste ijstijd, heeft plaatsgevonden.

Anders is het met de Peelrandbreuklijn gesteld. Die is aanzienlijk actiever. Iedereen herinnert zich vast wel de aardbeving bij Roermond op 13 april 1992, ‘s nachts om tien voor half vier, die met een kracht van 5.8 op de schaal van Richter, tot nu toe de zwaarste aardbeving in Nederland was.
De aardbeving vond op een diepte van iets meer dan 17 km plaats en werd in nagenoeg heel West Europa gevoeld.
Met enige regelmaat komen er langs de Peelrandbeuklijn lichte aardbevingen voor met een kracht tussen de 2 en 3 op de schaal van Richter.

Het laat zich echter aanzien dat in de directe nabijheid van de boorlocatie in Boxtel geen breuklijnen van enige betekenis lopen.
De minister zegt dat de Engelse situatie niet op de situatie in Boxtel geprojecteerd mag worden omdat de geologische omstandigheden niet gelijk zijn. Daar heeft hij gelijk in.

Dwars door de boorlocatie in Engeland loopt een breuklijn die in Boxtel afwezig is.
De aanwezige laag schaliegesteente rondom Boxtel is ongeveer 10 tot 15 meter dik op een diepte van naar schatting 4 km.
Onttrekking van schaliegas aan deze laag zal naar verwachting geen invloed hebben op de Peelrandbreuklijn en de Feldbissbreuklijn omdat die op flinke afstand van de boorlokatie lopen.
De redactie van Fibronot.nl verwacht dan ook dat dit de uitkomst zal zijn van een onafhankelijk onderzoek naar het ontstaan van aardbevingen in Boxtel als gevolg van boren naar schaliegas.


Daewoo geïnteresseerd in BARD, overweegt overname

Woensdag 9 november 2011

Het Zuid-Koreaanse Daewoo Shipbuilding & Marine Engineering is een van de potentiële kopers van de in financiële problemen geraakte windmolenbouwer Bard.

Naast Daewoo zouden ook General Electric (GE) en twee onbekende Chinese partijen interesse hebben om Bard in te lijven.

Dat schrijft de Zuid-Koreaanse krant MoneyToday op basis van uitspraken van een woordvoerder van Daewoo. Dat bedrijf overweegt een overname van Bard, maar is nog niet gestart met een boekenonderzoek, aldus de zegsman.

Bard is begin dit jaar in ernstige financiële problemen geraakt en stootte recentelijk een te ontwikkelen windmolenpark voor de Nederlandse kust af. De Duitsers hadden met zowel de ontwikkeling als de productie en installatie van windmolenparken te veel hooi op hun vork genomen en werden geteisterd door technische tegenslagen.

Bard en zijn dochterbedrijven zijn voor het verkoopproces door huisbankier UniCredit in een trust geplaatst en de bank heeft zich tot 2013 garant gesteld voor de financiering.

Ondertussen is de Amerikaanse zakenbank J.P. Morgan bezig kopers te zoeken voor het bedrijf.

Volgens marktkenners is Bard een interessante aanwinst voor bedrijven als GE en Siemens, die onderdelen voor windmolens en turbines maken. Zij kunnen vervolgens profiteren van de contracten die Bard heeft gesloten met afnemers. Zo zal het te bouwen windmolenpark voor de Nederlandse kust, het grootste van Nederland, € 2 à 2,5 mrd kosten om te bouwen en gebruik maken van apparatuur van Bard.

Daewoo Shipbuilding & Marine is al enige tijd bezig om zijn windmolendivisie internationaal verder uit te breiden. Onlangs lanceerde het plannen om een fabriek in Canada op te zetten, en het is al actief in Duitsland, de thuisbasis van Bard. Net als Bard maakt Daewoo Shipbuilding & Marine niet alleen apparatuur voor windmolens, maar ontwikkelt het ook parken.
Een overname zou de Zuid- Koreanen meer schaal opleveren in Europa.

Aan het verkoopmandaat van J.P. Morgan kleeft wel enige haast.
Bard-eigenaar UniCredit wil het bedrijf aan het begin van 2012 van de hand hebben gedaan. De bank ligt in eigen land ook al enige tijd onder vuur vanwege haar zwakke financiële positie en zou overwegen kapitaal op te halen.


Eneco bouwt windpark in Noordzee

Zaterdag 5 november 2011

Op vrijdag 4 november 2011 heeft het Ministerie van EL&I aan Eneco een beschikking afgegeven over de toekenning van de subsidie uit het restbudget van de SDE ronde 2 voor de ontwikkeling van wind op zee. Dit stelt Eneco in staat om  een nieuw windmolenpark op zee, 23 kilometer uit de kust bij Noordwijk te bouwen.

De totale investering bedraagt tussen de € 400 en € 450 miljoen. De start van de bouw is eind 2013 gepland en het park zal operationeel zijn in 2014.

Het park zal bestaan uit 43 moderne Vestas V112 windturbines (van 3 MegaWatt) met een gezamenlijke capaciteit van 129 MegaWatt. Het is Eneco’s ambitie de capaciteit van het park uit te breiden tot 150 MegaWatt door 7 molens te vervangen door 7 innovatieve molens van 6 MegaWatt. Hiervoor loopt een aanvraag voor Europese subsidie (NER300).

Eneco heeft in de aanloop naar dit project samengewerkt met Nuon. Nuon heeft echter besloten om deelname aan dit project niet door te zetten en de ruimte te gunnen aan Eneco.

‘Het project is te klein voor de strategie van moederconcern Vattenfall’, zegt een woordvoerder van Nuon. ‘Voor windenergie op zee moeten we door de nieuwe subsidieregelingen voorlopig in het buitenland zijn.’

Het ministerie van EL&I heeft als voorwaarde aan de subsidie verbonden dat innovatieve technieken worden gebruikt. Windparken op zee zijn vanwege de hoge kosten nog geen serieus alternatief voor fossiele energiebronnen.

‘De bouw van dit demonstratiepark met vernieuwende technieken is een stap om de kostprijs van windenergie op zee te verlagen’, zegt energieminister Maxime Verhagen.

Eén ding staat vast zegt de redactie van deze website. Het gaat de Nederlandse belastingbetaler weer een hele hoop geld kosten, bijna € 1 miljard, voor iets dat niet concurrerend wordt met fossiele brandstoffen en dat ook nooit zal worden.
Voor elk windmolenpark, hoe klein of groot het ook zal worden, er is altijd capaciteit van fossiele brandstof centrales nodig om op terug te vallen in tijden van windstil weer of wanneer het te zacht, windkracht <3 of te hard, windkracht >8, waait, want dan draaien deze windmolens niet.
Het gezegde dat windmolens alleen op subsidie draaien, geldt ook voor dit windpark.

De redactie van deze website is benieuwd of er voor de bouw van dit windpark nog onderzoek wordt gedaan naar de invloed van deze windmolens voor de kust, op het klimaat in Nederland.
Zie het artikel De invloed van windmolens op ons klimaat

Feiten en cijfers
Feiten en cijfers


Eerst onafhankelijk onderzoek, daarna pas boren naar schaliegas

Vrijdag 4 november 2011

Op aandringen van GroenLinks heeft Minister Verhagen besloten in ieder geval tot najaar 2012 geen toestemming te verlenen voor proefboringen naar schalie- en steenkoolgas. Verhagen wil nu eerst eigen onafhankelijk onderzoek laten doen naar de gevolgen van schaliegasboringen voor mens en milieu. GroenLinks is blij met deze stap in de goede richting.

Risico’s voor het milieu en voor onze gezondheid moeten eerst grondig in kaart worden gebracht. Nu is onduidelijk of deze winning veilig zou kunnen voor mens en milieu. Ook is niet duidelijk wat de noodzaak is voor schaliegasboringen. Nederland exporteert nu 60% van al het gas dat jaarlijks in Nederland gewonnen wordt.

Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren: “Tot voor kort wilde de minister snel vergunningen verlenen voor boringen naar schalie- en steenkoolgas. Gelukkig is hij daar nu onder druk van de Kamer op terug gekomen. Er is vrijwel niets bekend over de gevolgen voor mens en milieu. Dat moeten we eerst grondig laten onderzoeken voordat we een besluit kunnen nemen over de proefboringen.

Om schalie- of steenkoolgas te kunnen winnen moeten energiebedrijven grote hoeveelheden water en chemicaliën de grond inpompen. Het is de vraag wat dat betekent voor de kwaliteit van ons drinkwater. De drinkwaterbedrijven maken zich daar ook zorgen over.

GroenLinks heeft opheldering gevraagd over het mogelijk illegaal gebruik van chemicaliën bij boringen naar schaliegas in Europa en in Nederland. De chemische stoffen die bij boringen naar schaliegas gebruikt worden, zijn niet geregistreerd voor dit gebruik bij het Europees Agentschap voor Chemische stoffen (ECHA).

Dat betekent dat het gebruik ervan voor boringen naar schaliegas waarschijnlijk illegaal is. Het betekent bovendien dat ze waarschijnlijk nooit hiervoor getest zijn.


Boxtel betreurt term ‘goodwillpremie’ schaliegas

Donderdag 3 november 2011

Het bedrijf dat in Boxtel een proefboring naar schaliegas wilde doen, gaf de gemeente een ‘goodwillpremie’ van 150.000 euro. Juristen onderzoeken wat daarmee moet gebeuren, nu de rechter de vergunning voor een proefboring heeft vernietigd.

Ongelukkige woordkeuze

Boxtel betreurt het dat de term ‘goodwillpremie’ in de huurovereenkomst met Cuadrilla Resources terecht is gekomen. Het is niets onwettigs, aldus gemeentewoordvoerder Bas Schel, maar wel een ongelukkige woordkeuze. ‘We snappen dat mensen daar een beetje raar tegenaan kijken.’

Compensatie

Maar feitelijk is er niet vreemd dat een bedrijf compensatie betaalt aan een gemeente waarin het zich wil vestigen, zegt Schel. Dat gebeurt vaker. Zo betaalde Rabobank Nederland aan Boxtel 800.000 euro om op hetzelfde bedrijventerrein een nieuw gebouw te mogen neerzetten.

Aan huurcontract gekoppeld

‘Het is een bedrijventerrein met een regionale functie, omdat we lokale bedrijvigheid en werkgelegenheid willen stimuleren’, verklaart Schel. Rabobank en Cuadrilla betaalden compensatie voor het feit dat zij niet uit de regio komen en ook nauwelijks werkgelegenheid opleveren. Die afspraak is aan het huurcontract gekoppeld. Daarbovenop betaalt Cuadrilla 54.000 euro voor inrichting van een groenzone en 25.000 euro als co-sponsor van het project Boxtel energieneutraal, voegt Schel er aan toe.

Ambities realiseren

Boxtel weet de kostbare bouwgrond dus gewoon goed te verkopen, aldus de woordvoerder. De gemeente gebruikt het geld voor het opknappen van een oud bedrijventerrein en voor het stimuleren van duurzaamheid. ‘We geven bedrijfsgrond uit voor de best mogelijk prijs en gebruiken het geld om onze ambities te realiseren.’

Juristen

Onduidelijk is wat er met het contract moet gebeuren nu de rechter een streep heeft gezet door de proefboring. Boxtel heeft al aangekondigd niet in hoger beroep te gaan tegen dat besluit en Cuadrilla meldt dat ook voor hen een beroep niet voor de hand ligt. Juristen van beide partijen onderzoeken nu hoe het verder moet met de schaliegasboringen en met het gesloten contract.

Ontbonden

Het zou kunnen dat de huurovereenkomst wordt ontbonden, zegt Schel, waarmee ook de goodwillpremie vervalt. Die is voor het grootste deel overigens nog niet betaald.

Voor wat hoort wat

Dat de ongelukkige term in het – Nederlandstalige – huurcontract terecht is gekomen is volgens hem te verklaren met het feit dat Cuadrilla een Engelstalig bedrijf is. Het voor wat hoort wat-principe dat erin doorklinkt is ook eigenlijk terecht, meent Schel. In ruil voor hun financiële verplichting aan Boxtel, zal de gemeente zich maximaal inspannen om de procedure voor de bestemmingsplanwijziging zorgvuldig te doorlopen, legt hij uit.

Consequentie

‘Of die inspanningsverplichting ook inhoudt dat de gemeente in hoger beroep zou moeten gaan en wat de consequentie is nu we dat niet doen, is onderdeel van het juridische onderzoek.’


Reclame Code Commissie: reclames APP misleidend

Donderdag 3 november 2011

De reclames van het Indonesische papierbedrijf Asia Pulp en Paper (APP) in de Nederlandse media zijn misleidend, dat zegt de Reclame Code Commissie (RCC) na het ontvangen van tientallen klachten, onder andere van de redactie van deze website.
Dit betekent dat de spotjes en advertenties van APP hier niet meer vertoond zullen worden. Volgens de RCC wekt het bedrijf met zijn reclames de indruk veel bomen te planten, terwijl APP in werkelijkheid meer bos vernietigt dan dat er nieuw bos wordt aangeplant.

De afgelopen maanden heeft Asia Pulp en Paper op primetime rond de zevenhonderd televisiespotjes uitgezonden op de Nederlandse televisie. In kranten en tijdschriften plaatste het bedrijf paginagrote advertenties, waarin het beweert zich in te zetten voor het behoud van de natuur en het redden van tijgers. De Reclame Code Commissie stelt dat APP bij het publiek ten onrechte de indruk wekt dat het aanplanten van bomen de belangrijkste activiteit is van het bedrijf.

Asia Pulp and Paper is één van de grootse papierbedrijven ter wereld. Het bedrijf is verantwoordelijk voor het omhakken van tropisch regenwoud en het ontginnen van CO2-rijke veengebieden in Indonesië. Mede daardoor is Indonesië het derde land ter wereld met de meeste uitstoot van broeikasgassen. Dit heeft rampzalige gevolgen voor het klimaat, de biodiversiteit en bedreigde diersoorten zoals de orang-oetan en de Sumatraanse tijger.

APP probeert zijn marktaandeel wereldwijd sterk uit te breiden. De kas van het bedrijf is goed gevuld, de eigenaar Eka Widjaja is de rijkste man van Indonesië, met een geschat vermogen van 12 miljard dollar. Maar steeds meer bedrijven geven nu publiekelijk aan dat ze geen zaken meer willen doen met APP, vanwege de vernietiging van de regenwouden. Eerder al stopten Unilever, Nestle, Carrefour, Tesco, Adidas, Auchan, Le Clerc, Metro group, ING, speelgoedfabrikanten Hasbro en Lego hun handel met APP.

APP kan nog in beroep gaan tegen de beslissing van de RCC.

Zie ook ons dossier Asia Pulp and Paper


Boxtel bekijkt aanvraag proefboring schaliegas opnieuw

Dinsdag 1 november 2011

De gemeente Boxtel gaat niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter over proefboringen naar schaliegas. Dat wil zeggen dat de vergunning die het bedrijf Cuadrilla had ingediend opnieuw moet worden beoordeeld. Dat heeft het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad dinsdagavond laten weten tijdens een extra raadsvergadering.

De rechter veegde vorige week een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan van tafel. Daardoor kan de geplande proefboring door Cuadrilla voorlopig niet doorgaan. Nu een tijdelijke ontheffing niet mogelijk is, lijkt het erop dat het bestemmingsplan gewijzigd moet worden. Het is de vraag of daar nog draagvlak voor te vinden is. De proefboringen zorgen voor maatschappelijke onrust.

Het college laat weten zich uitgebreid en zorgvuldig te willen beraden. Bij die overwegingen wordt ook gekeken naar het onafhankelijke onderzoek naar de mogelijk schadelijke gevolgen van boringen dat minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) heeft toegezegd.

Ook Cuadrilla Resources Nederland kan hoger beroep aantekenen tegen het besluit van de rechter. Volgens directeur Frank de Boer is dat besluit nog niet genomen. „Maar het lijkt niet de meest voor de hand liggende keuze”, zegt hij. „Dat draagt niet bij aan een breder draagvlak onder de inwoners en dat is voor ons wel belangrijk.”


Fibroned or not? That’s the question

Maandag 31 oktober 2011

Het is alweer bijna 1 jaar geleden dat Fibroned iets van zich liet horen over de plannen met betrekking tot de bouw van de kippenmestverbrander op de Ecofactorij in Apeldoorn.
Het lijkt een gewoonte van Fibroned te worden om aan het begin van het jaar een positief woordje te spreken over de voortgang van Fibroned. Een soort verlate nieuwjaarsboodschap.
Sprak de heer Hermans in januari 2009 en januari 2010 de verlossende woorden dat de bouw nu toch echt zou beginnen, op 22 februari 2011 lazen we opnieuw dat alles op een oor na gevild is.
Maar loopt het allemaal wel zo soepel als de directie ons wil doen geloven?

In februari 2011 sprak grootaandeelhouder Vincent Paes in een interview in de Stentor de gedenkwaardige woorden dat het ditmaal echt gaat lukken met de milieu-effect rapportage (MER), ligt de nieuwste milieu-effectrapportage vrijwel klaar en zijn er potentiële afnemers voor de stroom en warmte van de centrale.
Sindsdien is het alweer bijna een jaar stil rondom Fibroned.

Betekent dit dat er helemaal niets gebeurt?
Zeker niet. Achter de schermen wordt flink gelobbyd.

De redactie van Fibronot.nl kwam ter ore dat de voorzitter van de Paes Groep, een belangrijke financier en aandeelhouder van Fibroned, een bezoek heeft gebracht aan het milieuadviesbureau Mobilisation (MOB) van Johan Vollenbroek in Nijmegen, die in het verleden de Bezorgde Burgers van Apeldoorn met succes bij heeft gestaan in de twee rechtszaken bij de Raad van State over Fibroned.
In beide gevallen vernietigde de Raad van State de milieuvergunning die door de Provincie Gelderland was afgegeven, mede door de onmisbare inbreng van Johan Vollenbroek.
Lees meer over Johan Vollenbroek en zijn aandeel in deze zaak op de website van de Bezorgde Burgers Apeldoorn

De directie van de Paes Groep wil namelijk weten of er met de Bezorgde Burgers en de redactie van Fibronot.nl  een gesprek mogelijk is over een doorstart van Fibroned met strengere emissienormen.

Mede namens de Bezorgde Burgers verklaart de redactie van Fibronot.nl dat er met ons niet valt te praten over strengere emissienormen, want wie gaat die strengere normen handhaven?
De directie van Fibroned zelf?

Een directie die al bij minstens 6 faillissementen rechtstreeks betrokken is?
Een directie die in Tanzania heeft aangetoond niet integer te zijn?
Een directie die volgens vooraanstaande natuurorganisaties in Tanzania illegaal tropisch bos heeft gekapt?
Een directie die de medewerkers in Tanzania geen loon heeft uitbetaald?
Een directie die de grootste aandeelhouder verkeerde informatie verstrekt over de grootte van de plantages die al beplant waren?
Ach, foutje in de GPS metingen, verklaarde de directie, maar toch trok ENECO zich als grootste aandeelhouder terug en gaf de directie de kredietcrisis de schuld van het faillissement.
Een directie die medewerkers in Tanzania die niet naar de pijpen van de directie dansten, ontslag gaf?
Een directie die medewerkers in Tanzania per email opzettelijk verkeerde en valse informatie toestuurde?

En deze directie vraagt of er te praten valt over strengere milieunormen bij Fibroned?

De Bezorgde Burgers en Fibronot.nl gaan slechts voor één optie:

Géén kippenmestverbrander in Apeldoorn.

De Bezorgde Burgers en Fibronot.nl gaan slechts voor één optie:
Géén kippenmestverbrander in Apeldoorn.

Ook lijkt de financiering een probleem te zijn, want welke bank steekt er meer dan € 150 miljoen in een project waarvan een deskundige als Prof. Willem Vermeend zegt, dat je dit niet moet doen omdat het verbranden van kippenmest een omstreden techniek is en niet anders tot doel strekt dan het verminderen van een mestoverschot.

Bovendien is in 2010 in een afstudeerproject aan de TU Delft voor het eerst in de geschiedenis wetenschappelijk onderzocht welke soorten mest geschikt zijn voor verbranding om energie op te wekken. De wetenschapper kwam tot het oordeel dat kippenmest juist de meest ongeschikte soort mest  was om energie via verbranding op te wekken omdat het zo vervuilend is.

Banken denken tegenwoordig minstens driemaal na alvorens in deze sector te investeren en als ze al investeren dan moet het wel in duurzame technieken zijn.
Duurzaamheid is echter tegenwoordig een wollig begrip geworden, dus de invulling moet wel stevig zijn.
Banken willen te allen tijde aan de spaarders en beleggers uit kunnen leggen wat ze met hun geld hebben gedaan, dus wordt er naast de cijfers ook gelet op de duurzaamheid van de hele procesketen om te voorkomen dat verduurzamen op de ene plek vervuiling op de andere betekent.

Zo klinkt de financiering van een kippenmestverbrander voor mestoverschotten misschien duurzaam, maar het mestoverschot komt voort uit intensieve pluimveeteelt.

De toenmalige Staatssecretaris van Milieu, Dr. Pieter van Geel, schreef enkele jaren geleden dat het verbranden van kippenmest niets anders is dan een mestoverschot wegwerken.
In vrijwel alle gevallen financieren banken zo’n project dan niet. Het past niet in het duurzame raamwerk dat de meeste banken hanteren.

En wat te denken van de voedselketen waarin soja één van de belangrijkste grondstoffen voor kippenvoer is? De tientallen miljoenen tonnen soja voor de Nederlandse kippen komen uit Brazilië waar tienduizenden hectare oerwoud zijn gekapt om plaats te maken voor sojastruiken. Nederland is één van de grootste importeurs ter wereld van deze kippensoja.

Ons streven blijft: Géén kippenmestverbrander in Apeldoorn

En als het moet, desnoods tot aan de Raad van State toe.


Is dit de manier om van windenergie af te komen?

Zaterdag 29 oktober 2011

De Nederlandse overheid wil op land 6000 megaWatt aan windmolens installeren, en later ook nog eens zo’n partij op zee. De bedoeling is daarmee de uitstoot van CO2 omlaag te brengen door besparingen op het brandstofverbruik. We weten dus hoeveel molens er gaan komen, maar vreemd genoeg is het heel moeilijk om een antwoord te krijgen op de vraag: hoeveel CO2-uitstoot er dan uiteindelijk bespaard gaat worden. Dat is bizar: het gaat hier om een peperduur plan, maar een target waarop de plannenmakers kunnen worden afgerekend is er niet.

Een andere vraag die zich opdringt is: zijn er misschien alternatieven voor die windmolens waarmee de CO2-uitstoot ook omlaag gebracht kan worden en wat zijn de kosten daarvan blijft ook geheel onbeantwoord. En zo zijn er nog veel meer vragen die allemaal worden afgedaan met nietszeggende bezweringen als ‘we moeten de planeet redden’, maar geen concrete antwoorden. De groenen hebben in de afgelopen decennia talloze grootschalige projecten kunnen frustreren via het voortdurend eisen van nieuw onderzoek naar milieueffecten, eindeloze inspraakprocedures, sessies bij de Raad van State enzovoort, maar dit groene troetelproject wordt er doorgeperst zonder  dat zelfs maar bekend is wat het op moet leveren, laat staan dat er sprake is geweest van enigerlei inspraak. Op inhoudelijke argumenten wordt niet gereageerd, dus: zijn er nog rechtsmiddelen om deze op hol geslagen machinerie te stoppen?

Misschien wel. De Ierse chemicus Pat Swords is ver gevorderd in een procedure die – bij succes – de Europese Unie zal dwingen  op het gebied van windenergie informatie te verschaffen over de besparing van de CO2-uitstoot en nog veel meer. Swords zal op dinsdag 1 november 2011  spreken op de Tweede Ontgroeningsdag. Het is een ingewikkelde materie, maar de kans om de opmars van windenergie een halt toe te roepen is waarschijnlijk het grootst als we de overheid duidelijk maken dat deze zich niet aan zijn eigen afspraken houdt.

Sinds 2001 is in meer dan 40 landen – waaronder Nederland en de Europese Unie – het Aarhus Verdrag van kracht, voluit de  Aarhus Convention on Access to Information, Public Participation in Decision-Making and Access to Justice in Environmental Matters. De volledige tekst daarvan kunt u hier lezen, maar nu volstaan we met een opsomming van de drie peilers waar het Verdrag op rust:

  • het verlenen van toegang tot milieu-informatie aanwezig bij de overheid. Naast de “passieve” toegang, d.i. informatie verstrekken wanneer een burger of milieuvereniging erom vraagt, dient de overheid ook aan “actieve” informatieverstrekking te doen via onder meer het publiceren van rapporten over de toestand van het milieu, publiek toegankelijke databanken of soortgelijke registers, etc.
  • het verlenen van inspraak in de besluitvorming omtrent milieuaangelegenheden. Dit slaat zowel op specifieke activiteiten (een lijst hiervan is opgenomen als bijlage bij het verdrag) als plannen, programma’s, beleid en regelgeving met betrekking tot milieu. Bij de beslissing dient rekening gehouden te worden met de inspraakresultaten, en de beslissing dient openbaar gemaakt te worden.
  • het verlenen van toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden, bijvoorbeeld om toegang tot milieu-informatie te verkrijgen.

Het interessante is dat  het hierbij gaat om het even welke overheid die om het even welke soort milieuinformatie tot zijn beschikking heeft. Of zou moeten hebben want de bedoeling is burgerparticipatie mogelijk te maken in besluitvormingsprocedures en het is zeer voorstelbaar dat je als burger in dat kader kan vragen dat een overheid een kosten-baten-analyse laat maken. Nader onderzoek is hierover echter nodig.
Swords richt zijn pijlen op de EU omdat zijn eigen land, Ierland, het Verdrag van Aarhus niet heeft geratificeerd. Dat zou echter niet uit moeten maken want, de EU heeft het Verdrag van Aarhus wel geratificeerd en daarmee vallen de 300 milieurichtlijnen die de EU heeft geproduceerd ( het ‘Environmental Acquis’) er ook onder en daar heeft ook Ierland zich aan te houden. Dit is evenwel in de huidige procedure een punt van discussie. Nederland heeft het Verdrag van Aarhus zelf geratificeerd dus voor ons speelt die discussie helemaal niet en in principe zouden we dus voor alle milieuinformatie van de overheid een beroep kunnen doen op het  Verdrag.

Maar in eerste instantie  worden klagers geacht zich te wenden tot hun eigen overheid. Leveren klachten daar niets op dan is een gang naar de Compliance Commitee van de  Economische Commissie voor Europa van de VN dat toeziet op de naleving van het verdrag de volgende stap.  Dat is het gremium waar Swords nu zijn zaak bepleit en hij heeft er wel vertrouwen in zo zegt hij. Een reden daarvoor is dat hij ontdekte dat een aantal van de juristen in dit comittee blijkbaar opgegroeid zijn in het voormalige oostblok en derhalve van nabij de werking van een totalitaire staat hebben gezien. Er zit ook een juriste uit Nederland in de Compliance Committee, dr Ellen Hey van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Een andere reden is dat hij vindt hij zijn zaak tot dusver serieus is behandeld en dat de commissie daadwerkelijk bereid lijkt de EU de duimschroeven aan te draaien.

De Compliance Committee van de UNECE bestaat sinds 2004 en deed in 2005 zijn eerste uitspraak. Sindsdien heeft men meer dan 60 zaken in behandeling gehad. Wie de lijst op deze pagina bekijkt ziet een curieuze verdeling van de 22 landen die hier sindsdien voor het hekje zijn geroepen. 15 keer werd de Engelse overheid aangeklaagd, 6 maal de Kazakhstaanse, maar verder betreft het een ratjetoe van landen uit West en Oost-Europa en de voormalige Sovjet Unie. Ik kon slechts enkele zaken vinden waar de grote milieuorganisaties (Greenpeace, WWF) bij betrokken waren.

Hier volgt een deel van Swords pleidooi voor de Compliance Commitee:
‘Als we het hernieuwbare energieprogramma van Ierland beschouwen, dat vooral is gebaseerd op windenergie, dan zien we massale kosten. De kapitaalskosten alleen belopen zo’n 30 miljard Euro, hetgeen zich laat vertalen in een financiele last van 8000 Euro per man, vrouw of kind. Maar Ierland heeft een modern elektriciteitsopwekkingssysteem dat perfect functioneert zonder enige investering in windenergie. Dus waarom doen we dit?’

‘Het gaat niet alleen om geld. We tasten ons landschap aan met 4000 gigantische windturbines en we verdubbelen ons elektriciteitsnetwerk met 5000 kilometer hoogspanningsleidingen, en veranderen zo ons landschap voor altijd. Wat is de rechtvaardiging hiervan?’
‘De droevige werkelijkheid is dat we dat niet weten. Er zijn doelstellingen vastgesteld via politieke consensus, zonder de geringste poging tot het kwantificeren van de voor- en nadelen voor het milieu, gekoppeld met het ontbreken van een evaluatie van de technische en economische gevolgen van een technisch project dat nergens anders in de wereld eerder is vertoond en zal falen als het gaat om een betrouwbare en economische electriciteitsinfrastructuur.’

‘Dan is er de complete afwezigheid van de beschouwing van alternatieven. Zelfs als er een grote noodzaak is om CO2-emissies in te perken – in dit verband moet het gezegd worden dat de schade zoals die door deze emissies zou worden veroorzaakt nooit is gekwantificeerd – zijn er diverse manieren, zoals via het verhogen van de energie efficiency om deze emissies te reduceren tegen een kostprijs die slechts 10% bedraagt van wat nu begroot wordt voor windenergie. Dus wederom: waarom doen we dit?’

‘Het  enige antwoord hierop is: omdat het een dictaat is van een systeem dat een democratisch tekort heeft , dat heeft gefaald in het informeren van zijn burgers over de kosten, voordelen, gevolgen en alternatieven van dit programma. Dat een fatsoenlijke inspraak procedure oversloeg en dat op een gruwelijke manier faalde in het zeker stellen van toegang tot de rechtspraak voor zijn burgers zodat deze kwesties bestreden konden worden op een manier die ‘eerlijk is, een redelijke hoeveelheid tijd kost en niet te duur is’. Tengevolge hiervan is de burger in Ierland beroofd van zijn rechten, zoals deze in de Aarhus Conventie zijn vastgelegd, maar hij lijdt ook als gevolg van slecht bestuur een groot verlies in de kwaliteit van leven omdat de milieuwetten niet worden uitgevoerd.’
Vervolgens somt Swords een lange lijst van voorbeelden op van momenten waarop Ierland volgens hem zondigde tegen het Verdrag van Aarhus.

Een voorbeeld:
De wetgeving inzake klimaatverandering teneinde de CO2-productie omlaag te brengen met 80% bevatte geen feiten of cijfers over de kosten en de voordelen of zelfs maar een uitleg hoe het doel technisch gesproken bereikt moest worden. Er werden alleen journalistieke kreten gebruikt: ‘ Sociale voordelen, betere levenskwaliteit en welzijn’.
Maar de vele mislukte pogingen in Ierland dwongen Swords om de EU voor de Compliance Committee te halen. De EU vindt dat duidelijk niet leuk en behandelt Swords dan ook met dédain en maakt duidelijk dat men zich niet aangesproken voelt. Dat is een zaak van Ierland, zo vindt men, de EU houdt zich verder keurig  aan de Aarhus afspraken, zo vindt men zelf. De Compliance Commitee  denkt daar duidelijk anders over en de EU is nu gevraagd zijn houding te motiveren. Dat is op het ogenblik (20 okt 2011) de stand van zaken. Swords heeft op de Tweede Ontgroeningsdag ongetwijfeld nog veel meer nieuws.

Maar de claim van de EU dat men zich zelf zo keurig aan ‘Aarhus’ houdt lijkt ook niet meer vol te houden.
Eind april 2009 trad EU Richtlijn 2009/28/EC in werking. Hierin legt de EU de doelstelling vast om in 2020 20% van alle energie op te wekken via hernieuwbare energiebronnen. Volgens artikel 4 (p 28) vervaardigde de EU een formulier dat de lidstaten moesten invullen met de details van hun eigen nationale plan voor de invoering van hernieuwbare energie. ( NREAP: National Renewable Energy Action Plan). Ze hadden tot juni 2010 daarvoor de tijd.

De plannen kwamen er, en worden nu uitgevoerd. Maar de voorgenomen windparken worden geacht onderworpen te zijn aan  Milieu Effect Rapportages want ze hebben een beduidende invloed op het milieu en bovendien aan een ‘Strategic Environmental Assessment’ Dat is een gedetailleerd milieurapport en kent een omvangrijke inspraakmogelijkheid. Maar omdat de lidstaten slechts een jaar hadden om hun plannen in te leveren bij de EU waren de ze simpelweg niet in staat om deze Strategic Environment Assessments te produceren.

Het is duidelijk dat de lidstaten deze stap gewoon oversloegen. 19 van  hen lieten dit deel van het formulier gewoon blank. Dit was het enige deel van het formulier over de milieugevolgen en bevatte een tabel over de hoeveelheid broeikasgassen die door het plan zouden worden bespaard, tegen welke kosten en welke banen daarbij gecreëerd zouden worden. Hieronder de tabel zoals opgenomen in het Nederlandse plan.

beleid

Wel opgave van de hoeveelheid duurzame energie die er moet worden geproduceerd, geen opgave van de hoeveelheid broeikasgassen die daarmee worden uitgespaard, de hoeveelheid banen die er worden gecreëerd en de kosten van het geheel.

Dit is dus de basis waarop beleid tot stand komt.

 


De invloed van windmolens op ons klimaat

Vrijdag 29 oktober 2011

Grootschalig gebruik van windenergie kan het klimaat danig in de war schoppen.
De interactie tussen de hogere en lagere luchtlagen, als gevolg van het draaien van de wieken, zorgt ervoor dat een deel van de door windmolens gebruikte windenergie opnieuw wordt aangevuld vanuit de hogere luchtlagen.
Deze interactie heeft een ingrijpende ontregeling van het klimaat tot gevolg.
Met name in landen die aan zee liggen, Nederland, België en Denemarken, kan de neerslaghoeveelheid toenemen. De toenemende neerslag in Nederland wordt nu toegeschreven aan de klimaatsveranderingen en opwarming van de aarde, maar is dat wel zo? De invloed van windmolenparken voor de kust wordt hierbij schromelijk onderschat.

Er is geen gebrek aan ambitieuze plannen voor de grootschalige inzet van windturbines op zee en op land.
Vooral de hoge windmolens met een tophoogte (inclusief wieken) van meer dan 100 meter hebben een schadelijke invloed op het klimaat. Niet alleen lokaal maar ook internationaal. Niet alleen op land maar ook en vooral op zee en aangrenzende kustgebieden.

Een klassiek voorbeeld is het Horns Rev I windpark dat op de Noordzee, 14 km voor de kust van Denemarken ligt. Het is een van de grotere windparken ter wereld. Vanaf de westkust van Jutland is het windpark bij helder weer goed te zien.
Het windpark bestaat uit 80 windmolens in een grid van 560 meter op een oppervlakte van 20 km² en kan 160 Megawatt aan elektriciteit produceren. Het windpark voorziet een equivalent van ongeveer 120.000 huishoudens van elektriciteit.
Voor en tijdens de bouw van het windpark zijn uitgebreide milieu-onderzoeken gedaan wat de invloed van het windpark op de flora en de fauna zou zijn. De planten en dieren kregen alle aandacht, maar aan de gevolgen voor het klimaat werd volledig voorbijgegaan.

Computersimulaties tonen aan dat grote aantallen windturbines het klimaat ingrijpend beïnvloeden tot op duizenden kilometers afstand

Vanwege de hoogte van de windmolens, meer dan 120 meter, inclusief wieken, wekt het draaien van de windmolens turbulentie op in de verschillende luchtlagen. Omdat warme lucht in hogere luchtlagen door het draaien van de molens vermengd wordt met koude lucht vlak boven het wateroppervlak, ontstaat er vlak achter de windmolens een hoeveelheid zeer vochtige lucht, wolken of dikke mist, die tot meer dan 100 km achter het windpark nog invloed heeft en vaak zware neerslag veroorzaakt.
Duitse wetenschappers hebben berekend dat indien wereldwijd alle door fossiele energie opgewekte elektriciteit door windmolens zou worden opgewekt er op een globaal niveau absolute veranderingen worden geregistreerd die even ingrijpend zijn als bij een verdubbeling van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer (720 ppm). Het gaat onder meer om veranderingen in temperatuur, neerslag, wolkenvorming, windsnelheid en luchtdruk.
Die zijn het gevolg van het naar beneden sleuren van hogere luchtlagen, die een hogere potentiële temperatuur hebben. Wanneer die lucht zich mengt met de lucht uit de lagere luchtlagen, resulteert dat in een temperatuursstijging (kinetische energie wordt omgezet in warmte).
Zie de foto hieronder die vanuit een vliegtuig is gemaakt op 12 februari 2008 en waar het turbulentie patroon achter de windmolens duidelijk te zien is en waar de wolken zich tot ver achter de horizon bewegen, waarbij het zwaar regende.

Turbulentiepatroon achter windmolens
Het turbulentiepatroon achter de windmolens is een praktijkvoorbeeld hoe
windmolens het klimaat kunnen beïnvloeden.
Het windpark, Horns Rev I, voor de kust bij Denemarken veroorzaakt zoveel
turbulentie dat de bewolking op meer dan 100 km afstand invloed heeft op het
klimaat in de vorm van zware neerslag.
(Klik op de foto voor een vergroting)

Het is niet het eerste onderzoek dat er op wijst dat grote aantallen windturbines het klimaat kunnen verstoren. De mechanismen achter de verstorende werking van windturbines werden gedetailleerd uit de doeken gedaan in studies uit 2008 (“On the impact of surface roughness anomalies“) en 2004 (“The influence of large-scale wind power on global climate“).
Hoewel deze onderzoeken geen berekeningen maken voor de invloed van specifieke hoeveelheden windturbines, laten ze weinig twijfel over het feit dat er een groter dan verwachte invloed is.
Vooral het optreden van klimaatwijzigingen op duizenden kilometers afstand van de windparken baart de onderzoekers zorgen. Hoewel kinetische energie slechts 0,3 procent van de energiebalans van de aarde uitmaakt, heeft ze een relatief grote invloed op het klimaat omdat wind in grote mate verantwoordelijk is voor het transport van warmte en vochtigheid over de aarde.

Het onderzoek wijst uit dat de invloed op het klimaat van een grote verzameling windturbines veel groter is dan gedacht. Vlak achter een offshore windpark is de windsnelheid maar liefst 40 procent lager dan vlak ervoor en het vraagt honderden kilometers voordat de wind weer op hetzelfde niveau zit.

Het windpark “steelt” dus bijna de helft van de aanwezige energie in de wind. Als de windturbines verder uit elkaar worden geplaatst, bijvoorbeeld op een onderlinge afstand van 1.400 meter (14 rotorlengtes), “steelt” het park uiteraard minder wind: slechts 6 procent in dit geval. Maar dan gaat de energie-opbrengst van het windpark flink omlaag. Worden de turbines dichter bij elkaar geplaatst, bijvoorbeeld op een onderlinge afstand van 500 meter (5 rotorlengtes), dan neemt de windschaduw toe: tot 100 procent in dit geval, wat dus betekent dat er vlak achter het windpark geen wind meer is. In dit geval heeft een windpark dus hetzelfde effect als een muur op zee.
Afhankelijk van de windsnelheid is er een afstand van enkele honderden tot meer dan duizend kilometer nodig alvorens de windsnelheid terug op hetzelfde niveau zit (=99 procent van de oorspronkelijke windsnelheid, de “velocity recovery distance“). Bij een windsnelheid van 6 meter per seconde is die afstand 178 kilometer, bij een windsnelheid van 8 meter per seconde 554 tot 1047 kilometer en bij een windsnelheid van 10 meter per seconde 90 tot 832 kilometer.

Individuele windparken groter maken of meer windturbines in een windpark plaatsen, lost het probleem niet op. In beide gevallen veroorzaakt het windpark een langere windschaduw. Windturbines in grotere windparken stelen bovendien meer wind van elkaar, tenzij de onderlinge afstanden toenemen. Uit eerdere onderzoeken bleek al dat de achterste rij windturbines in een windpark 5 tot 40 procent minder vermogen kan opleveren dan de eerste rij.

Onderzoekers wijzen erop dat windmolenparken te dicht op elkaar worden gebouwd. Het zou zelfs conflicten tussen landen kunnen veroorzaken als blijkt dat het windmolenpark bij de ‘buren’ de oorzaak is van overmatige neerslag of de wind wegneemt waardoor het eigen windpark te weinig wind vangt.

De plannen voor de Noordzee zijn ambitieus
Windparken worden dus te dicht bij elkaar gebouwd.
De reden daarvoor is dat de meest winstgevende plek voor een windpark – de kustzone van de Randstad – grotendeels in beslag wordt genomen door scheepvaartroutes.

Bestaande en geplande windparken op de Noordzee
Bestaande en geplande windmolenparken op de Noordzee

Bestaande windparken liggen erg dicht bij elkaar. In Nederland liggen het Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) en het Prinses Amalia windpark, beide blauw in bovenstaande afbeelding,  op 15 kilometer van elkaar, in Denemarken zijn Horns Rev I en Horns Rev II slechts 23 kilometer van elkaar verwijderd.

De Noordzee is groot genoeg, en dus lijkt het probleem gemakkelijk oplosbaar door windparken verder uit de kust te bouwen, op een grotere onderlinge afstand. Die aanpak roept echter nieuwe problemen op. Ten eerste is de bouw van windparken in dieper water een stuk duurder, en ten tweede gaat er meer energie verloren tijdens het transport van de elektriciteit.
Bovendien lijken Nederlandse windparken ver uit de kust niet compatibel met, bijvoorbeeld, Engelse windparken ver uit de kust. De Britten hebben al plannen voor drie gigantische windparken in water van 60 meter diep, langs de westelijke grens van het Nederlandse Noordzeegebied: Doggersbank, Hornsea en Norfolk. Samen moeten ze 20 gigawatt gaan leveren en de bouw is gepland voor 2014.
Volgens deskundigen als het ECN  worden vooral Norfolk (westelijk van de Randstad) en Doggersbank zo groot dat ze aanzienlijke windschaduwen zullen leggen over de belangrijkste Nederlandse zones.

Hoeveel windenergie kunnen we dan oogsten zonder het klimaat te beïnvloeden?
Er is niemand die het weet.
Computersimulaties tonen aan dat een door windturbines geleverde elektriciteitsproductie van 4,4 TW (tien procent van het verwachte energieverbruik in 2100)  een temperatuurstijging veroorzaakt van 1 graad Celsius op de plaatsen waar windparken op land staan opgesteld. Bovendien werden er opnieuw ook op plaatsen ver weg van de windparken temperatuur-verschillen genoteerd, net als veranderingen in wolkenvorming en regenval.

De afgelopen winters kenmerkten zich door veel sneeuwval
In Nederland, België en Denemarken zorgt de wind ervoor dat de winters mild zijn. De wind waait in deze streken meestal uit het westen en brengt zo de warmte van de zee mee. Maar als deze wind door grote offshore windmolenparken ‘geoogst’ wordt, dan wordt de warmte ook niet meegenomen. Waardoor onze winters wel eens veel kouder en natter zouden kunnen worden.

Theorie en praktijk
Dit zijn allemaal geen redenen om windenergie af te schrijven – we moeten een overstap maken naar duurzame energie, want er is geen alternatief. Wel tonen deze onderzoeken aan dat duurzame energiebronnen niet de ideale oplossing zijn waar ze vaak voor worden gehouden. Er wordt nogal vlug beweerd dat het potentieel van duurzame energie zo groot is dat het makkelijk de bestaande energieconsumptie kan opvangen. Dat klopt in theorie, maar niet in de praktijk.
Het massaal plaatsen van grote windmolenparken kan wel eens een grotere invloed op het klimaat hebben dan we juist van plan waren te bestrijden door over te schakelen van fossiele brandstoffen naar duurzame energie.
De voorstanders van de bouw van windmolenparken grijpen de volgens hen genoemde klimaatverandering door het gebruik van fossiele brandstoffen aan om windmolens te plaatsen.
Het is opvallend dat de door windmolenparken veroorzaakte klimaatverandering, aantoonbaar bij het Horns Rev I windpark bij Denemarken, nooit door hen wordt genoemd.

Windmolens op de Ecofactorij
Hoe gaan windmolens op de Ecofactorij in Apeldoorn zich gedragen?

De Ecofactorij ligt in de schaduw van het Veluwemassief dat zich uitstrekt vanaf Arnhem tot Hattem bij Zwolle. Apeldoorn ligt precies in de luwte achter het hoogste deel van het Veluwemassief dat iets meer dan 100 meter hoog is.
Op het hoogste deel ligt Hoog Soeren. Niet toevallig valt hier de meest neerslag per jaar. Deze neerslag is het gevolg van stuwingsregens en wordt verooraakt omdat de koude lucht vanuit het westen tegen het Veluwemassief botst, in hoogte stijgt en warmer wordt. Deze warmere lucht kan minder waterdamp bevatten. De overmatige regen in Hoog Soeren is het resultaat.
Achter het Veluwemassief komt de nog steeds warme en vochtige lucht recht over de Ecofactorij. Een deel van de lucht zal afkoelen omdat een gedeelte van de lucht achter het Veluwemassief weer zakt, een ander deel, het warmere deel, blijft op ongeveer 100 meter hoogte hangen.
Dit is exact op de hoogte van de assen van de windturbines op de Ecofactorij, die zich op 105 meter hoogte bevinden.
De rotordiameter van de wieken is 90 meter, zodat de maximale hoogte van de windmolens zich op 150 meter bevindt.
Afgezien van het feit dat deze windmolens een gevaar voor de luchtvaart op vliegveld Teuge, op bijna 5 km afstand, kunnen vormen, bestaat de mogelijkheid dat het plaatselijke veranderde microklimaat achter de windmolens, bij westelijke wind, meer neerslag in Deventer en Zutphen zal veroorzaken.
Het is vreemd dat daar nog geen onderzoek naar is gedaan.

De KEMA heeft jaren geleden een onderzoekje gedaan naar de interactie van de windmolens op de Ecofactorij en de vuile lucht uit de meer dan 100 meter hoge schoorsteen van een eventuele kippenmestverbrander op 100 meter afstand van de dichtstbijzijnde windmolen. Dit onderzoek werd in opdracht van de gemeente Apeldoorn uitgevoerd om te kijken of de windmolens invloed zouden hebben op de vieze lucht uit de schoorsteen van Fibroned.
Uiteraard leverde dit onderzoek niets op, in de zin van enige interactie, maar de gevolgen voor het klimaat achter de Ecofactorij zijn nooit onderzocht.

Het laat zich aanzien dat vijf grote windmolens van 150 meter hoog geen invloed op het globale klimaat zullen hebben, maar het staat buiten kijf dat de lokale invloed op het klimaat achter de Ecofactorij in oostelijke richting zoals veranderingen in temperatuur, neerslag, wolkenvorming, windsnelheid en luchtdruk zonder twijfel aanwezig zal zijn en misschien in Deventer en Zutphen de nodige wenkbrauwen zullen doen fronsen tijdens harde regenbuien.

Inwoners vragen zich af wat de invloed op lange termijn van het boren naar schaliegas is.
Het is vreemd dat niemand zich afvraagt wat de invloed van windmolens op de lange termijn is.


Minister Verhagen kondigt onderzoek boring schaliegas aan

Donderdag 27 oktober 2011

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) gaat onafhankelijk onderzoek laten doen naar de mogelijke schadelijke gevolgen van boringen naar schaliegas. Dat zei de bewindsman vandaag tijdens een overleg in de Tweede Kamer.

In de studie wordt gekeken naar gevolgen van boringen voor mens, natuur en milieu. Het onderzoek moet voor de zomer van 2012 gereed zijn. Totdat de uitkomst van het onderzoek bekend is, zal er geen proefboring naar schaliegas plaatsvinden, aldus Verhagen.

In het onderzoek wordt ook het eventueel boren naar steenkoolgas meegenomen. Ook hier beloofde de bewindsman dat er geen proefboringen plaatsvinden, zolang de uitkomst van de studie onbekend is.

Onconventioneel
In meerdere provincies in Nederland, zoals Gelderland, Brabant, Limburg en Zeeland, willen bedrijven boringen doen naar onconventioneel gas zoals steenkool- of schaliegas.

Vervuiling drinkwater
Tegenstanders van de boringen vrezen onder meer voor vervuiling van drinkwater door het boren. Voor het Kamerdebat demonstreerden actievoerders afkomstig uit meerdere provincies tegen de eventuele proefboringen.

Mirjam Bemelmans, van een burgercomité uit Boxtel, zei ‘enigszins gerustgesteld’ te zijn door het aangekondigde onderzoek. Woordvoerder Bas Schel van de gemeente Boxtel had liever meer gehoord over wat het parlement en de regering vinden van nut en noodzaak van het opsporen van dit soort onconventioneel gas.

Geen proeven
Afgelopen dinsdag bepaalde een rechter dat het Britse bedrijf Cuadrilla voorlopig geen proefboringen kan doen naar schaliegas in de Brabantse gemeente. De gemeente Boxtel kan hiertegen in beroep gaan.

In de Tweede Kamer had een meerderheid zorgen geuit over eventuele risico’s van boringen. Verschillende partijen wezen Verhagen erop dat er bij de instantie Staatstoezicht op de Mijnen veel te weinig mensen zijn die op veiligheid controleren. Verhagen beloofde daarop 10 extra voltijdbanen voor dit toezicht.


Windmolens Ecofactorij opnieuw onder vuur bij Raad van State

Dinsdag 25 oktober 2011

De Raad van State in Den Haag behandelt momenteel twee dossiers over de komst van windmolens op bedrijvenpark Ecofactorij bij Apeldoorn.

Dinsdag besprak de Raad de beroepen tegen de milieuvergunning voor het omstreden windmolenpark. Er zijn vijf hoge windturbines gepland, met een totaalopbrengst van 14 megawatt. Onlangs behandelde de Raad de beroepen tegen het bestemmingsplan voor de Ecofactorij, waarbij vooral de aanvliegroute van Teuge een grote rol speelde.

Bij de zaak van dinsdag draaide het vooral om de vraag of de gemeente Apeldoorn alsnog een kostbaar en tijdrovend Milieueffectonderzoek (MER) moet laten doen naar de windparklocatie. Volgens de bezwaarmakende omwonenden is een MER absoluut noodzakelijk omdat de 150 meter hoge windmolens een veel te grote impact hebben op de woon en leefomgeving van de bewoners van Apeldoorn-Oost en de natuur.

De raadsman van de gemeente Apeldoorn benadrukte dat de gemeente niet wettelijk verplicht is om een MER te laten doen omdat het project onder de zogenoemde MER-plichtnorm valt. Immers, een MER is volgens Apeldoorn alleen verplicht bij meer dan 10 windturbines en meer dan 15 megawatt. Staatsraad J. van Kreveld zei dat de Raad van State eerst gaat uitzoeken of de gemeente Apeldoorn al dan niet een MER-onderzoek zal moeten doen. Zo nee, dan gaat de Raad in op alle inhoudelijke milieubezwaren van de omwonenden tegen het windpark.

En dat zijn er heel wat. Omwonende J. Plooij liet op een kaart zien dat vooral bewoners van de wijken De Maten en Zonnehoeve last zullen krijgen van de herrie en de schaduwen van de draaiende wieken.

De Raad van State doet tussen de zes en twaalf weken uitspraak in beide zaken over de windmolens. Als één van de twee of beide uitspraken ongunstig zijn voor de gemeente en ontwikkelaar Evelop, dan zal het plan op zijn minst opnieuw forse vertraging oplopen.

De familie De Vries, die op 300 meter van het geplande windmolenpark woont, vreest een en al ellende van de windmolens en wil afstel van de plannen. Apeldoorner Joop de Vries was dinsdag bij de Raad van State niet te spreken over de handelwijze van de gemeente Apeldoorn. Volgens hem staat de burger volstrekt rechteloos tegenover de overheid als die per se een plan wil doordrukken. ,,De gemeente doet helemaal geen onderzoek naar de gevolgen van 14 megawatt windturbines voor de volksgezondheid. Nu al heb ik dagelijks hoofdpijn door de hoogspanningsleidingen bij mijn woning. Die wil ik al acht jaar lang vervangen door nieuwbouw maar de gemeente weigert elke medewerking en beantwoordt geen enkele brief van mij. Zo blijft de burger niets anders over dan om het recht in eigen hand te nemen.’’


Voorlopig geen proefboring schaliegas Boxtel

Dinsdag 25 oktober 2011

Voorlopig kan in de gemeente Boxtel niet naar schaliegas worden geboord. De bestuursrechter in Den Bosch bepaalde dinsdagmiddag dat de gemeente geen tijdelijke ontheffing had mogen verlenen om proefboringen mogelijk te maken.

De zaak was aangespannen door buurtbewoners en door de Rabobank die in de buurt van de boringen een belangrijk datacentrum heeft. De bank vond dat de gemeente Boxtel geen tijdelijke ontheffing had mogen verlenen omdat de proefboring per definitie niet tijdelijk is. Als gas wordt gevonden, is het de bedoeling het ook uit de grond te halen. De rechter sloot zich daar bij aan.

Een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan mag alleen worden verleend als de activiteiten binnen 5 jaar definitief zijn gestaakt.

De rechtbank draagt Boxtel op om een nieuw besluit te nemen. De gemeente kan in hoger beroep bij de Raad van State.

Het bedrijf Cuadrilla dat de proefboringen wil uitvoeren, had begin 2012 met de boringen willen beginnen.

Lees hier de uitspraak van de Bestuursrechter

Gemeente Boxtel verrast door uitspraak

De gemeente Boxtel is verrast door de uitspraak van de bestuursrechter dat aan de Keulsebaan voorlopig niet naar schaliegas mag worden geboord. „We vinden dat we een zorgvuldig en zuiver besluit hebben genomen,” aldus een gemeentewoordvoerder. „Dan ga je er niet vanuit dat het besluit geen stand houdt bij de rechter.”

Of de gemeente in hoger beroep gaat tegen de uitspraak, staat nog niet vast. „We willen de uitspraak en motivering nu goed bestuderen om ons te beraden op eventuele vervolgstappen”, aldus de woordvoerder.

Reactie Quadrilla

Directeur Frank de Boer van Cuadrilla Resources Nederland heeft dinsdag gezegd dat Cuadrilla voorlopig niet met de voorbereidingen voor een proefboring begint. Hij zei dit in reactie op de uitspraak van de rechtbank in Den Bosch die oordeelde dat Boxtel ten onrechte ontheffing heeft verleend voor de proefboring.

De directie gaat uit van zeker enkele maanden vertraging. Het bedrijf gaat haar planning heroverwegen, zei hij in reactie de uitspraak van de rechter in Den Bosch die dinsdagmiddag een proefboring naar schaliegas in Boxtel heeft verboden.


Biomassa in plaats van kolen, 25 procent meer CO2 uitstoot

Zondag 23 oktober 2011

Als de RWE/Essent-centrale in de Eemshaven volledig op biomassa moet draaien komt er ruim 25% meer CO2 vrij dan waneer de centrale alleen op kolen zou draaien. Behalve dat bijstook van biomassa honderden miljoenen meer gaat kosten komen er ook nog miljarden om de hoek kijken om de CO2 af te vangen en op te slaan. Aldus is de uitkomst van een onderzoek door onderzoeksbureau CE Delft.
Waar de rekening uiteindelijk terecht komt is duidelijk: bij de consument. Die kan er naast de lastenverzwaringen best nog een prijsverhoging bij hebben….

Biomassa bijstoken is geen wondermiddel

Van kolencentrale naar biomassacentrale kostbare zaak

De regering en de Tweede Kamer willen dat er veel biomassa bijgestookt wordt in de RWE/Essent-kolencentrale in aanbouw aan de Eemshaven. Maar dit bijstoken kost 155 miljoen extra aan investeringen en geeft dure stroom. Of het vanuit milieuoverwegingen goed is, valt nog te bezien.

Biomassa volgens RWE goed voor CO2
Biomassa bijstoken is volgens de overheid, maar ook volgens RWE/Essent, een manier om de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2) naar beneden te brengen in vergelijking met het verbranden van kolen. Bij biomassa kunnen we bijvoorbeeld denken aan hout, groente-fruit en tuinafval, plantaardige olie en mest. Planten en bomen halen bij hun groei CO2 uit de lucht: ze vormen biomassa. Bij de omzetting van biomassa in elektriciteit en warmte komt dit CO2 weer vrij.

100% biomassa in 2013
Gebruik van biomassa lijkt een goed idee en is het ook bij kleinschalige toepassingen. Maar bij grote centrales die ook nog eens aangepast moeten worden, is het andere koek. Dat blijkt uit een rapport van het onderzoeksbureau CE te Delft over biomassa in plaats van kolen als brandstof voor de RWE/Essent centrale. Het CE neemt aan dat de centrale na 2013 omschakelt op honderd procent biomassa: schoon hout van zagerijen of van het onderhoud van bossen. Dit is de schoonste vorm van biomassa, blijkt uit allerlei rapporten. Wat heeft dit voor gevolgen voor de centrale? Een paar voorbeelden.

Elektriciteit veel duurder
Om te beginnen is een extra investering van 155 miljoen euro nodig voor installaties en gebouwen om de biomassa op te slaan en te transporteren. Het CE rekent ons voor dat het rendement van de centrale afneemt van 48 naar 46%. Het lijkt een geringe daling, maar daarbij moeten we wel bedenken dat er jarenlang technische ontwikkelingen zijn geweest die als doel hadden om het rendement van een centrale met een procent of twee te laten stijgen. En die rendement-winst geven we zomaar uit handen. En het betekent dat 54% van de energie van de biomassa in de vorm van opgewarmd koelwater wordt geloosd. Daarmee wordt de elektriciteit uit de centrale nog duurder dan de al dure stroom uit een kolencentrale.

De uitstoot van fijn stof en zwaveldioxide zullen, bij overschakelen op biomassa, dalen omdat biomassa minder zwavel en as bevat. Maar de uitstoot van giftige stoffen en zware metalen nemen niet perse af, rekent het CE ons voor.

Miljoenen euro’s voor CO2 opslag
Tenslotte komen we bij de stof waar het allemaal om te doen is, namelijk CO2. Als de RWE/Essent-centrale volledig op biomassa draait, is er volgens het CE jaarlijks 6 miljoen ton biomassa nodig. Verbranding daarvan geeft 10,8 miljoen ton CO2. Bij gebruik van kolen gaat het om 8,4 miljoen ton CO2. Uit de pijp van de centrale komt dus per jaar 2,4 miljoen ton CO2 extra bij de omschakeling van kolen naar biomassa. De CO2-belasting voor de omgeving wordt dus groter in plaats van kleiner. De druk om het CO2 uit de centrale dan alsnog af te vangen en ergens in Noord-Nederland of de Noordzee in lege gasvelden op te slaan, zal toenemen. Dat kost nog eens een half miljard aan investeringen en honderd miljoen per jaar voor de opslag zelf.


Subsidie voor groen rijden

Woensdag 19 oktober 2011

De provincie Gelderland stelt subsidies beschikbaar voor de aanschaf van elektrische scooters en/of auto’s die rijden op groen gas, bio-ethanol of biodiesel. De subsidie is alleen bestemd voor inwoners van de provincie.

In navolging van de landelijke regeling stelt Gelderland 300.000 euro subsidie beschikbaar voor de aanschaf van een auto of bestelbus. Er geldt wel een subsidieplafond, op is op.

De website www.fuelswitch.nl van de provincie Gelderland geeft informatie over welke voertuigmodellen beschikbaar zijn, waar vulstations zijn geplaatst en welke kosten zijn verbonden aan het rijden met hernieuwbare brandstoffen.

Naast de subsidieregeling voor rijden op groen gas, vergoedt de provincie eenmalig de aankoop van een elektrische scooter: Dertig procent van de aanschafprijs met een maximum van duizend euro.

Ook voor deze regeling geldt een subsidieplafond. De e-scooter moet nieuw zijn gekocht bij een detailhandelaar met een RDW-erkenning bedrijfsvoorraad. De aanvrager moet ook in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Ook kan slechts eenmaal van de regeling gebruik worden gemaakt.
Meer informatie is te vinden op de website: www.gelderland.nl/elektrischrijden


Solland Solar dicht bij verkoop

Woensdag 19 oktober 2011

De Nederlandse zonnecelontwikkelaar Solland Solar wordt mogelijk op korte termijn overgenomen.
De voormalige dochter van energiebedrijf Delta praat volgens bestuursvoorzitter Henk Roelofs momenteel met drie partijen die interesse hebben om het bedrijf in te lijven.

Solland Solar heeft net als andere Europese zonnecelproducenten grote moeite op te boksen tegen grote spelers uit Azië. Onder de vleugels van Delta leidde dat de afgelopen jaren tot een verlies van honderden miljoenen euro’s.

Drie maanden geleden bleek dat Delta geen koper kon vinden voor Solland Solar en koos het voor een managementbuyout.
Volgens ceo Roelofs hebben zich sindsdien een aantal potentiële overnemers gemeld. Met drie ervan, twee uit Azië en een Europese producent van zonnecelapparatuur, praat Solland Solar nu over een overname. ‘Zij zijn zeer geïnteresseerd.
Binnen enkele maanden kan dat leiden tot een overname.’

De markt voor zonnecellen zucht onder een enorme overcapaciteit.
Alleen in de eerste zes maanden van dit jaar zijn de toch al onder druk staande prijzen volgens Roelofs daardoor gehalveerd.
‘Je ziet partijen uit het Verre Oosten puur marktaandeel kopen.’
Het bedrijf kiest er daardoor voor om te stoppen met de productie van traditionele zonnecellen in de fabriek in Heerlen. Daarbij verliezen 90 medewerkers hun baan.

Zie ook het artikel Negentig banen weg bij Solland Solar

Zie ook het artikel Solland Solar: “We maken de mooiste zonnepanelen op de markt”

De redactie van Fibronot.nl denkt dat het ontslag van 90 medewerkers een gevolg is van de onderhandelingen met andere partijen die zelf zonnecellen maken. De afslankoperatie zal onder druk van deze partijen tot stand zijn gekomen.


Negentig banen weg bij Solland Solar

Dinsdag 18 oktober 2011

Solland Solar gaat zich volledig richten op Sunweb-zonnepanelen en niet meer op serieproductie van zonnecellen. Door de koerswijziging gaan 90 van de 280 banen verloren.

De vestiging van de onderneming in Heerlen gaat zich toeleggen op het produceren van cellen voor de panelen en de verdere ontwikkeling van de Sunweb-technologie. De panelen zelf worden in de Solland-fabriek in Sittard gemaakt.
Directeur verkoop Thomas van der Zijden verwacht dat de panelen het door hun rendement en uiterlijk goed gaan doen. Productie van afzonderlijke zonnecellen is door overcapaciteit in de markt en een prijsdaling tot 50 procent in het afgelopen jaar niet langer rendabel.

Zie ook het artikel Solland Solar: “We maken de mooiste zonnepanelen op de markt”


Warmtepomp- en aardwarmteproject De Teuge in Zutphen van de baan

Dinsdag 18 oktober 2011

Door de plaatselijke politiek werd het er doorheen gedrukt, maar het warmtepompproject in de ‘duurzame’ Zutphense woonwijk De Teuge stopt ermee. Elk van de 187 woningen in de wijk krijgt binnen een jaar alsnog een eigen gasgestookte CV-ketel of een andere energievoorziening. Dat het warmtepompproject zou floppen was vooraf al voorspeld door meerdere installateurs (o.a in Zutphen) en ook de ervaringen met warmtepompprojecten op andere lokaties wezen dit al uit, maar het onrealistische streven van Zutphen om in 2020 een energieneutrale gemeente te worden maakte de lokale politici ziende blind en horende doof voor de woorden van de experts.

Maandagmiddag werd het besluit bekend gemaakt.
De aanleg van het centrale pompsysteem heeft miljoenen gekost. De verwachting was dat het systeem zich door de goedkope aardwarmte zou terugverdienen, maar dat is jammerlijk mislukt. De wijk zou minder stroom nodig hebben. Maar doordat in de winter onvoldoende warmte werd geleverd, moesten de woningen elektrisch worden bijverwarmd. De stroomrekening werd hierdoor twee tot drie keer zo hoog dan in normale, gasgestookte nieuwbouwwoningen. De bewoners zijn dan ook blij met de stap die is gezet. Ze hebben berekend dat ze nu per jaar per huishouden gemiddeld 1100 euro goedkoper uit zijn.

Ondeskundig politiek gekonkel van mensen die niet weten waar ze het over hebben als het woord ‘duurzaam’ valt is hen noodlottig geworden en ligt ten grondslag aan het mislukken van het vele miljoenen kostende project.
En de rekening van dit mislukte prestigeproject komt naar alle waarschijnlijkheid bij de burger te liggen.

Ambtelijke molens draaien….

Bijna één jaar geleden, op maandag 22 november 2010 deden bewoners op een vergadering in het stadhuis een dringend beroep op de gemeente Zutphen om te erkennen dat het warmtepompproject mislukt was en de warmtepompt te vervangen door een gasaansluiting met HR-ketel.

Maar zo snel draait de ambtelijke molen niet. Het spel van afschuiven en ontkennen van verantwoordelijkheden begint.
De gemeente zegde toe dat het de regierol op zich zou nemen om te proberen de diverse partijen zo snel mogelijk om de tafel te krijgen.
De projectontwikkelaar, Reinbouw vindt echter dat de gemeente niet boven de partijen kan gaan staan omdat ze zelf partij in deze zaak is. “Het gemeentebestuur heeft de uitgangspunten voor de bouw aan ontwikkelaars opgelegd,” zegt Reinbouw.
Reinbouw wil zo snel mogelijk een herstelplan uitvoeren, maar de gemeente heeft dit nog niet klaar.
De projectontwikkelaar zet bovendien vraagtekens bij de handelwijze van Vitens, die zelf zijn peperdure centrale oppompinstallatie heeft goedgekeurd.

En dan te bedenken dat dit soort projecten in veel Nederlandse gemeenten lopen.


Waterschap wil uitstel proefboringen naar gas in Oost Gelderland

Donderdag 13 oktober 2011

Proefboringen naar steenkoolgas in Oost-Gelderland moeten voorlopig worden stilgelegd. Dat vraagt waterschap Rijn en IJssel donderdag in een brief aan minister Maxime Verhagen van Economische Zaken.

Voordat met proefboringen wordt begonnen, moeten de risico’s in kaart zijn gebracht. Het waterschap vraagt de minister dezelfde zorgvuldigheid in acht te nemen als in Noord-Brabant, waar de vergunning voor proefboringen naar schaliegas is uitgesteld.

Eerder stelde drinkwaterbedrijf Vitens zich al op het standpunt dat er niet moet worden geboord, zolang de gevolgen voor het drinkwater in Overijssel en Gelderland niet bekend zijn. Vitens heeft in die provincies 5,4 miljoen klanten. Vitens heeft vooral zorgen over de chemicaliën die nodig zijn om het gas uit de diepe kleilagen te bevrijden.

Ook milieuorganisaties, Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds willen uitstel van de proefboringen. De gemeenten Arnhem en Duiven hebben zich daar al achter geschaard. Nijmegen neemt binnenkort een besluit.

Het Australische bedrijf Queensland Gas Company kreeg eind 2009 een vergunning voor het opsporen van steenkoolgas in Oost-Gelderland, Salland en Twente. Het bedrijf verwacht methaangas te winnen, dat gezien wordt als vervanger van aardgas. De Tweede Kamer praat eind deze maand over de proefboringen naar schaliegas en steenkoolgas.


De poedelprijs voor de vrede

Donderdag 13 oktober 2011

De Nobelprijs is een jaarlijkse prijs voor wetenschappelijk onderzoekers die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd op het gebied van de natuurkunde, scheikunde en geneeskunde, aan auteurs die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de literatuur en voor personen en organisaties die belangrijk hebben bijgedragen aan bevordering van de vrede. De prijs werd ingesteld in 1895 in het testament van Alfred Nobel.

Alfred Nobel zou zich in zijn graf omdraaien als hij hoorde dat de prijs voor de vrede naar een president is gegaan die leiding geeft aan het meest corrupte politiek en ambtelijk systeem dat er in Afrika bestaat.

Mevrouw Sirleaf is de naam, president van Liberia sinds 2006.

Vrede in Liberia?
Slechts dankzij een VN mandaat en de aanwezigheid van meer dan 11.000 zwaar bewapende VN militairen in Liberia kan deze gewapende vrede gehandhaafd blijven. Vertrekken de militairen dan komen in sneltreinvaart de Kalashnikovs uit de schuilplaatsen weer tevoorschijn en begint de stammenstrijd weer van voren af aan.

Het is duidelijk dat een kennissenkring van internationale invloedrijke politieke vriendjes en miljardairs druk aan het lobbyen is geweest om vlak voor de verkiezingen van 11 oktober 2011 mevrouw Sirleaf aan deze prijs te helpen. Het is ook duidelijk dat deze prijs een politieke prijs is en niets met de oorspronkelijke gedachtengang van Alfred Nobel heeft te maken.

De prijzen voor natuurkunde, scheikunde en geneeskunde worden toegekend door verschillende Zweedse wetenschappelijke instellingen. De prijs voor de vrede wordt toegekend door een commissie van vijf leden van het Noorse parlement.

Liberia, een land waar ruim driekwart van de 4.4 miljoen inwoners in volstrekte armoede leeft. Een rijke bovenlaag van ongeveer 800.000 mensen, vooral afstammelingen van rijke Afrikanen uit de Nieuwe Wereld, de VS, domineren de politieke verhoudingen, met aan het hoofd dus mevrouw Sirleaf, die de prijs van $ 1.1 miljoen moet delen met twee andere politieke activisten uit Afrika.
De ruim $ 350.000 zal goed van pas komen, want het in stand houden van een dergelijk door en door verrot corrupt politiek systeem kost verschrikkelijk veel geld.
De meeste van haar vriendjes en vriendinnetjes ontmoette mevrouw Sirleaf op het World Economic Forum, dat elk jaar in Davos wordt gehouden.
Zij leerde er miljardairs als de Canadees John McBain kennen, die met zijn bedrijf Buchanan Renewables in record tempo Liberia van z’n natuurlijke rijkdommen af helpt.

Vorig jaar sprak mevrouw Sirleaf op een bijeenkomst van het WEF de gedenkwaardige woorden:

“I See No Wrong With Investors’ Bribery.

Vrij vertaald, ze keurt het betalen van smeergeld en steekpenningen door buitenlandse investeerders goed.
En dat is het hele probleem in Liberia.
Een door en door corrupt politiek en ambtelijk systeem houdt het land in een wurgende houdgreep waar de bevolking zwaar onder lijdt. Het is niet voor niets dat de ruim driekwart van de bevolking die onder zware armoede en honger lijdt tot de oorspronkelijke Afrikaanse stammen behoren. Al het geld wordt verdeeld onder een groep puisant rijke politici en zakenlieden die de touwtjes strak in handen hebben.
Politieke tegenstanders worden opgepakt en in afwachting van een proces achter de tralies gezet.
Buitenlandse investeerders en bedrijven, zoals het om belastingtechnische redenen in Amsterdam gevestigde Buchanan Renewables, helpen mee dit corrupte politieke systeem in stand te houden, maar ondertussen roven ze het land in sneltreinvaart leeg.

Verkiezingen
De uitslag van de verkiezingen op 11 oktober 2011 is ongewis, niemand kan voorspellen wie de verkiezingen wint, want betrouwbare opiniepeilingen bestaan niet. Maar critici vrezen dat er achter de schermen een spelletje wordt gespeeld om de huidige heersende corrupte klasse in het zadel te houden.
Mevrouw Sirleaf is in het Westen zo ongeveer het meest gevierde Afrikaanse staatshoofd sinds Nelson Mandela. Bij haar aantreden in 2006 waren de verwachtingen in Liberia zo hoog gespannen dat teleurstelling bijna onvermijdelijk is.
De laatste tijd zijn de Liberianen minder enthousiast over haar geworden. Het land lijdt onder de massale corruptie, criminaliteit overheerst in het land en het verzoeningsproces komt maar traag op gang, zeggen critici.

Dit beste lezer, is de toestand in een land waarvan de president de poedelprijs voor de vrede heeft gekregen.

Update zaterdag 15 oktober 2011

De redactie schreef hierboven op 13 oktober 2011: “Maar critici vrezen dat er achter de schermen een spelletje wordt gespeeld om de huidige heersende corrupte klasse in het zadel te houden.”

Van de BBC, zaterdag 15 oktober 2011: fraude bij telling stemmen

In Liberia trekken acht oppositiepartijen zich terug uit de presidentsverkiezingen omdat er ‘veel fraude’ is gepleegd, zo heeft de Britse omroep BBC zaterdag gemeld.

‘Wij trekken ons terug uit het verkiezingsproces omdat het niet democratisch is en omdat er veel fraude is geweest’, zei een bron dicht bij de oppositie tegenover het Franse persbureau AFP. In het Afrikaanse land waren er op 11 oktober verkiezingen voor een nieuw staatshoofd en is het tellen van de stemmen aan de gang.

Volgens de oppositie manipuleert de Nationale Kiescommissie de telling ten gunste van huidig president Ellen Johnson Sirleaf en ten nadele van Winston Tubman. Eerstgenoemde zou volgens gedeeltelijke resultaten aan 45,4 procent komen, tegen 29,5 procent voor Tubman en 11,4 procent voor Prince Johnson die op de derde plaats staat. Sirleaf kan volgens deze score evenwel niet aan een tweede ronde ontkomen.

Onder de partijen die er de brui aan geven zijn volgens de BBC die van Tubman en Johnson.

Lees hier het artikel op BBC News

De schare internationale vriendjes en vriendinnetjes van de president zullen straks zeggen dat de verkiezingen en het tellen van de stemmen zonder problemen zijn verlopen….en dat deze president nog eens vijf jaar lang het meest corrupte staatsapparaat van Afrika mag leiden.

Update zondag 16 oktober 2011

Monrovia – Liberia – Het hoofd van de verkiezingscommissie in Liberia heeft de beschuldigingen van fraude naast zich neergelegd. Volgens voorzitter James Fromayah zijn de verkiezingen in het land eerlijk verlopen. Dat heeft hij zaterdagavond tegen journalisten van persbureau Reuters gezegd.

Volgens Fromayah is er geen sprake van fraude. Fromayah: “Er zijn geen geloofwaardigheidsproblemen. Alle partijen hebben meegedaan in de verkiezingen. Bij de tellingen hebben zowel de lokale bevolking als internationale waarnemers gezegd dat het proces vrij, eerlijk en transparant is verlopen.”

Wilmot Paye, secretaris-generaal van de regerende Unity Party, toonde zich vandaag niet verbaasd over de stap van de oppositie. “Zij doen dit omdat de zaken niet gaan zoals zij willen. Daarom willen zij chaos veroorzaken.”

De oppositiepartijen hebben voor vandaag, zondag 16 oktober 2011 opgeroepen tot een protestdemonstratie. Ondertussen meldt de politie dat een kantoor van de regeringspartij vrijdagnacht in brand is gestoken.

Gisteravond werd bekend dat Johnson Sirleaf, die vorige week de Nobelprijs voor de Vrede won, aan de leiding gaat in de verkiezingsstrijd met 45,4 procent van de stemmen. Dat is niet genoeg voor een directe herverkiezing. Alleen als een kandidaat meer dan 50 procent van de stemmen binnenhaalt komt er geen tweede stemronde.


VN expert vraagt om richtlijnen om kwetsbare mensen te beschermen tegen landroof

Woensdag 12 oktober 2011

Olivier De Schutter, de speciale VN rapporteur voor het recht op voedsel vraagt op een conferentie op 17 oktober 2011 in Rome om concensus op ‘landbestuur’, nu de commerciële druk om landbouwgrond in bezit te krijgen toeneemt.

Overheden moeten op hun hoede zijn als eigendomsrechten van land worden overgedragen aan beleggers, om speculatie met het ‘te ontwikkelen’ land te voorkomen. De Schutter waarschuwde voor belangrijke onderhandelingen tussen de VN en landen waar landgrabbing veel voor komt.

“We moeten het vastgeroeste denkbeeld die grootschalige investeringen ziet als de enige manier om landbouw en biobrandstofindustrie te ontwikkelen zien te doorbreken” zei De Schutter. Hij is het eens met die groepen die hun bezorgdheid over ‘landgrabbing’ uitspreken.

De recente stijging van de voedselprijzen heeft ertoe geleid dat investeerders en overheden zich plotseling op landbouwgrond en bosgebieden richten nadat ze tientallen jaren deze gebieden hebben verwaarloosd.
De aandacht is met name ook gericht op ‘land deals’ in ontwikkelingslanden.

In het Oxfam rapport, Land and Power, dat Oxfam vorige maand publiceerde, staat dat 227 miljoen hectare land, voornamelijk in Afrikaanse landen, is geïdentificeerd als zijnde verkocht, verhuurd of in licentie gegeven aan internationale investeerders in duizenden geheime deals sinds 2001.

De VN gesprekken over land bestuur, die in Rome op 17 oktober 2011 beginnen, zijn het resultaat van zes jaar onderhandelingen met regeringen, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties die zijn samengebracht in een VN commissie over voedselzekerheid, the UN’s Committee on Food Security (CFS). De bijeenkomst in Rome zal naar verwachting de richtlijnen vaststellen voor een verantwoord bestuur van de grond en andere natuurlijke hulpbronnen.

De Schutter zal er bij de deelnemende landen op aandringen om tot een concensus te komen om eerst het land bestuur vast te stellen voordat de regels voor investeringen in land zijn vastgesteld.

“De commerciële druk op land blijft snel groeien. Biobrandstoffen, grootschalige infrastructuurprojecten, carbon credit mechanismen en speculatie leiden tot snelle veranderingen in de landrechten en creëren nieuwe bedreigingen voor kwetsbare land gebruikers,” zei De Schutter.
Hij vervolgt: “ We moeten eerst algemene richtlijnen voor landbestuur vaststellen voordat we regels vaststellen voor investeringen in land. Schadelijke investeringen, zoals landgrabbing, kan alleen worden afgewend als we eerst de onderliggende rechten van de oospronkelijke bewoners, boeren, herders en vissers, zeker stellen.”

In het Oxfam rapport staat dat veel land deals in de afgelopen jaren bedoeld zijn om gewassen te telen ten behoeve van buitenlandse voedselvoorziening, terwijl de lokale bevolking vaak honger lijdt, en voor biobrandstofvoorzieningen in het buitenland, terwijl de lokale bevolking bijvoorbeeld elke vorm van elektriciteitsvoorzieningen moet ontberen.
Deze land deals kunnen met recht landgrabbing genoemd worden omdat ze vaak de mensenrechten schenden, in het bizonder de gelijke rechten van vrouwen. De investeerders lappen het beginsel van vrije onderhandelingen met de bewoners die veelal eigenaar van de grond zijn, aan hun laars. Ze nemen het land in bezit zonder toestemming van de getroffen landgebruikers en negeren sociale, economische en milieueffecten. Enige vorm van transparantie bij de contracten is hen vreemd.

Een groot deel van de landgrabbing is gedreven door de expansie van suikerriet, palmolie en jatropha voor de productie van biobrandstoffen. Duizenden bewoners in Oeganda, Mozambique, Kenia, Tanzania, Guatemala en Honduras worden eenvoudig door de investeerders van hun land verdreven.

Oxfam zegt dat de meeste grondtransacties in Ethiopië, Ghana, Mali, Mozambique, Senegal en Tanzania zijn gedaan voor de kweek van gewassen voor de productie van biobrandstoffen die geëxporteerd worden zonder dat de lokale bevolking er van profiteert of er ook maar één cent wijzer van wordt.

Een Oxfam beleidsadviseur in Rome, Luca Chinotti, zei dat een van de meest kritieke onderhandelingspunten zal zijn dat alle grondtransacties pas kunnen doorgaan na voorafgaande toestemming van de oorspronkelijke bewoners en eigenaren.



Windmolens in Drenthe zijn overbodig

Maandag 10 oktober 2011

Het Platform Storm in de Drentse Monden vindt dat windmolens in de provincie totaal overbodig zijn. Volgens het platform zijn ze ineffectief en veel te duur.

Volgens het platform is met bioraffinage vier keer zoveel schone energie op te wekken en dat zonder een cent subsidie. Maandag krijgen Tweede Kamerleden de plannen voor de vervanging van windmolens.

Bij een bioraffinage wordt op een boerderij in een paar dagen tijd gas uit mest gehaald. Er komt methaan uit de mest en methaan is een hoofdbestanddeel van aardgas.

De Monden

Het mega-windmolenproject in de Monden bij Stadskanaal zorgt voor veel ophef.
In het gebied willen tachtig boeren één van de grootste windmolenparken van Nederland bouwen met 70 molens van meer dan honderd meter hoog. De provincie Drenthe heeft begin dit jaar al laten weten niet gelukkig te zijn met de voortvarendheid waarmee de boeren te werk gaan.

Dat heeft te maken met andere initiatieven in de regio. Ook de gemeente Borger-Odoorn en sterrenwacht Astron bij Dwingeloo zijn niet blij met het megawindmolenpark. Astron denkt dat de molens onder meer de antennes van LOFAR zullen storen.

,,LOFAR vangt heel zwakke signalen uit de ruimte op. Kleine storingen hebben daar direct effect op”, zegt woordvoerder Peter Bennema van Astron. De straling wordt veroorzaakt door de elektrische generatoren die boven in de windmolens zitten, en door de bekabeling. Bovendien reflecteren ze door hun hoogte straling en signalen van elders.


Jatropha als alternatieve brandstof steeds vaker in de ban

Zondag 9 oktober 2011

De regering van de Filippijnen heeft haar programma om jatropha als alternatieve biobrandstof te bevorderen in de ban gedaan.
De minister van Energiezaken, Jose Rena Almendras, heeft dit op woensdag 5 oktober 2011 bekend gemaakt.
Hij heeft de Filippijnse National Oil Company, afdeling Alternative Fuel Corporation, PNOC-AFC), de biobrandstof arm van de PNOC, opdracht gegeven om de ontwikkeling van alternatieven voor jatropha na te streven.

“We zullen niet langer doorgaan met jatropha. We gaan op zoek naar andere vormen van alternatieve brandstoffen. We willen geen gewassen telen die qua landgebruik concurreren met voedsel,” zei de minister.

Eén van de nieuwe energiebronnen die de overheid in beeld heeft is de kweek van algen die geschikt zijn om biobrandstoffen te maken, heeft Almendras gezegd.

Ook in landen als China en India komt de regering steeds meer terug van het telen van jatropha als bron van biobrandstof.
De opbrengst op de meeste plantage is ver beneden alle verwachtingen, de planten vragen veel water en meststoffen voor de groei, en veel pesticiden tegen allerlei ziekten.
De plant blijkt in grootschalige toepassingen niet op de veel gehypte schrale grond te groeien.


Is boren naar schaliegas nu werkelijk zo gevaarlijk?

Vrijdag 7 oktober 2011

Van de redactie van Fibronot.nl

“Wat de boer niet kent dat eet hij niet” is een bekend Nederlands gezegde.
Hetzelfde zou voor de winning naar schaliegas kunnen gelden.
De angst voor het onbekende, aangewakkerd door een misleidende film Gasland, die de VPRO in september uitzond, doet inwoners van proefgebieden huiveren.

Mogelijke boringen naar schaliegas in Nederland worden teveel geprojecteerd op fouten in de VS. Mensen zijn al gauw geneigd te denken dat dezelfde fouten in Nederland ook gemaakt zullen worden.

Is de angst terecht?

In Nederland wordt al 50 jaar op dezelfde wijze als men nu in Brabant naar schaliegas wil boren, gas gewonnen.
De door velen gewraakte winningstechniek in Boxtel wordt door de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) al sinds de jaren zeventig toegepast bij de gaswinning in Noord Nederland. Het gesteente waarin het gas zit wordt door de NAM op vrijwel dezelfde wijze gebroken als men nu in Boxtel wil gaan doen.
Ook in Brabant in het Waalwijk veld wordt bij de winning van schalie olie fracken toegepast.
Alle boorputten in dit Waalwijk veld, niet ver van Boxtel, zijn gefract, zelfs dit jaar nog.

Volgens Frank van Bergen van TNO zijn de verschillen tussen het oude en het nieuwe fracken maar klein. Bij schaliegas wordt meer water toegepast en zijn de chemicaliën anders. Meer smeermiddelen en minder gels, maar het principe is hetzelfde.

Het gevaar van grondwatervervuiling lijkt in Nederland klein. Dat de ondergrondse scheuren tot aan de grondwaterspiegel reiken is zeer onwaarschijnlijk, stelt Van Bergen. Het fracken gebeurt op ruim 3 kilometer diepte, terwijl het water op 300 meter zit. Dat verschil is niet te overbruggen voor scheuren die normaal gesproken ongeveer 100 meter lang kunnen worden.

Ook in de VS werd de vervuiling van het grondwater niet veroorzaakt door het fracken, bleek in mei uit onderzoek van Duke University. Het methaan is waarschijnlijk via de boorputten zelf in het grondwater gelekt, doordat die slecht waren gecementeerd.

Dat is een kwestie van slecht boren en slecht toezicht – maar het had ook bij conventionele gaswinning kunnen gebeuren, in Amerika. In Nederland is het toezicht veel strenger. Het Staatstoezicht op de Mijnen schrijft voor de putten in Haaren en Boxtel een viervoudige boorputmantel voor. De water- en chemicaliënmix moet bovengronds worden afgevoerd.

Nu naar schaliegas boren of nog even uitstellen?

Toch kan de vraag worden gesteld of het niet verstandiger is het schaliegas nog een paar decennia in de grond te laten zitten, tot het echt wat waard is en de winningsmethodes beter zijn.

Dat heeft drie voordelen:

1. Er is nu geen gasprobleem, de opbrengst is over 20 of 30 jaar véél hoger
2. De winning vraagt elke kilometer een nieuwe boorput, dat is in het huidige Nederland landschappelijk en qua onteigening een probleem
3. Bij betere wintechniek kun je waarschijnlijk veel meer gas uit de grond halen. Eenmaal met de huidige technologie gefract, is het (vooralsnog) niet mogelijk het een tweede keer beter te doen.

Overigens kan het geen kwaad om door middel van proefboringen de boortechniek onder de knie te krijgen en als er inderdaad een aantoonbare hoeveelheid schaliegas wordt aangetroffen nog een aantal jaren te wachten met grootschalige winning tot de boortechnieken verbeterd zijn en de gasopbrengst groter wordt.

Nederland ziet zijn gasvoorraden snel slinken. Daarom moet in 2030 driekwart van onze fossiele energie geïmporteerd worden. Daardoor wordt de energievoorziening afhankelijk van andere landen en mogelijk onbetrouwbaarder, omdat je niet meer zelf aan de knoppen zit.
De winning van schaliegas zou dat kunnen voorkomen.

Hoe gaat dat in Frankrijk en Duitsland?

De paniekreacties in Frankrijk en Duitsland om het boren naar schaliegas volledig te verbieden zijn op angst en mogelijk gebrek aan kennis gebaseerd.
Het boren naar schaliegas kan een tussenoplossing zijn in de speurtocht naar meer duurzame energie opwekking.

In Duitsland zijn volgens het Umweltbundesamt (UBA), de milieuautoriteit van Duitsland, in Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Thüringen vergunningen verleend voor het opsporen van gasvoorraden. Het protest tegen de proefboringen neemt toe, valt op te maken uit de berichten in de media.

Duitsland zou vooral in de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen grote schaliegasvoorraden hebben. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen heeft proefboringen van energiemultinational ExxonMobil in maart van dit jaar de wacht aangezegd. Voordat de risico’s van het fracken in kaart zijn gebracht, mag geen boor de grond in. Ze stelt zich daarmee aan de zijde van burgerinitiatieven die in diverse Duitse gemeentes de proefboringen proberen te voorkomen.

Anders is de situatie in Nedersaksen. Die regering wil via de Bondsraad, de vertegenwoordiging van de deelstaten in Berlijn, het winnen van schaliegas juist stimuleren, meldde de commerciële nieuwszender N-tv in september op haar website. In Nedersaksen wordt al sinds 2008 gezocht naar schaliegasvoorraden. Er zijn ook al proefboringen verricht.

Duitsland zet na het besluit van afgelopen zomer om alle kerncentrales in 2022 te sluiten volledig in op duurzame energiebronnen als zonne-energie, wind en water. Duitsland loopt in Europa ver voorop met de ontwikkeling van duurzame energie, maar de huidige geïnstalleerde hoeveelheid opgewekte duurzame energie is bij benadering niet voldoende om de te verwachten tekorten op te vangen.

Op dit moment, oktober 2011, staan er in Duitsland 22.000 windturbines die bij elkaar 27.2 gigawatt aan elektriciteit opwekken, wat overeenkomt met 6 procent van alle opgewekte energie in Duitsland.
Wil Duitsland in 2022 niet te maken krijgen met een groot energietekort, en wil Duitsland hoofdzakelijk windenergie hebben dan moet het land binnen 10 jaar op elke vierkante kilometer minstens 1 windturbine hebben staan. Duitsland meet 357.022 km² inclusief wateroppervlakte. Voor de opwekking van alle duurzame elektriciteit met windturbines zijn ruim 350.000 windturbines nodig. Dit is op basis van het elektriciteitsverbruik in 2011.

Zelfs als Duitsland zeer grote investeringen in het opwekken van zonne-energie doet zal zonne-energie in 2020 slechts 10 procent van alle opgewekte energie uitmaken.

Het is duidelijk dat de energiepolitiek in Duitsland is ingegeven vanwege partijpolitieke redenen. Het is ook duidelijk dat Duitsland niet alléén op duurzame energie kan inzetten. Bij windstil en bewolkt weer zal het land dan volledig afhankelijk zijn van buitenlandse energie. Of Duitsland, maar ook de omringende landen daarop zitten te wachten valt te betwijfelen.
Politici zullen in 2020 met spijt terug denken aan de tijd dat ze het boren naar schaliegas hebben gestopt. Of gaat Duitsland massaal de enorme voorraad vervuilende bruinkool weer benutten voor het opwekken van elektriciteit?

Prijzen van energie zullen stijgen

Wat zijn de gevolgen in de buurlanden van het sluiten van de Duitse kerncentrales?

Belgische stroom bijvoorbeeld is al duurder geworden sinds de sluiting van zeven kernreactoren in Duitsland. Dat blijkt uit  berekeningen van de Belgische energieregulator (Creg). Op de termijnmarkt Endex ligt de elektriciteitsprijs in oktober 2011 8 procent of 4,5 euro per megawattuur hoger dan voor de beslissing van de Duitse regering van 15 maart 2011 om de oudste kerncentrales onmiddellijk stil te leggen. De Endex-prijzen zijn richtinggevend voor het vastleggen van de prijzen voor leveringen aan industriële verbruikers. De Creg schat dat de volledige stillegging van het Duitse kernpark tegen 2022 de elektriciteitsprijs met circa 20  procent kan doen stijgen.
Verwacht wordt dat de energieprijzen in Nederland de komende jaren flink zullen stijgen vanwege het Duitse besluit.


Frankrijk verbiedt boren naar schaliegas

Donderdag 6 oktober 2011

In Frankrijk is de techniek van fracking recentelijk verboden en de positie van de natuurbeschermingsorganisaties is dat de werkelijke milieueffecten van schaliegas eerst volledig uitgezocht moeten zijn en het betrokken bedrijfsleven hierover volledig openheid moet geven, voordat fracking toegestaan kan worden. Dat laatste zal lastig zijn, omdat de winbedrijven – in de USA – de samenstelling van de gebruikte chemicaliën zien als bedrijfsgeheim en geen openheid geven over de samenstelling.

Frankrijk verbiedt dus het winnen van schaliegas via het spuiten van vloeistof onder hoge druk in de bodem. Volgens Nathalie Kosciusko-Morizet, de Franse minister van milieu, brengt de winning van dit zogeheten onconventionele gas te grote risico`s voor de omgeving met zich mee.

Frankrijk is het eerste land dat een dergelijk verbod uitvaardigt. Schaliegas is ook in Nederland niet onbekend, hier wordt ook naar het onconventionele gas geboord. Het Franse verbod betekent onder meer dat de vergunningen van het Franse Total en het Amerikaanse bedrijf Schuepbach zijn ingetrokken.

Zij hadden vergunningen om op drie plekken in de Aveyron, de Ardèche en de Drôme in het zuiden van Frankrijk naar schaliegas te boren. Beide bedrijven zijn onaangenaam verrast door het verbod. Total wil onder meer weten op basis van welke wettelijke gronden het besluit tot verbod is genomen.



Windmolens helpen ons niet verder

Dinsdag 4 oktober 2011

Roept Nederland bij toeristen al snel het beeld op van mooie karakteristieke molens in een polderlandschap, in de toekomst zal dat beeld waarschijnlijk verdreven worden door de moderne, grote en minder karakteristieke windturbines.

Nederland krijgt de komende jaren namelijk veel meer windturbines. Het is een van de maatregelen die ervoor moet zorgen dat in 2020 35 procent van alle geproduceerde energie groen is.
Dat blijkt uit de Green Deal die minister Maxime Verhagen gisteren met 59 overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties ondertekende.
En aangezien er geen bergen zijn waar we stuwmeren in kunnen aanleggen en ook de zon in Nederland niet uitbundig genoeg schijnt, moeten we het voornamelijk hebben van de wind.

Al langer klinkt de ambitie om de huidige 2000 Megawatt die de windturbines produceren op te vijzelen naar 6000 Megawatt.

“Offshore windenergie (op zee) is een belangrijke techniek voor de verdere verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening”, aldus minister Verhagen. Maar dat betekent niet dat er ook op het land niet meer windturbines bij komen.
“Die zijn daar veel goedkoper”, aldus een woordvoerder van Economische Zaken. “Dus ik kan me zeker voorstellen dat de bedrijven die de parken gaan bouwen voor land zullen kiezen.”

Nu al zijn er grote protesten tegen geplande windmolenparken in Urk, Drenthe en Groningen. De witte reuzen die volgens sommigen horizonvervuiling zijn, produceren bovendien een behoorlijk geluid en ook het continue zwiepen van de wieken wordt door omwonenden als zeer storend voor de leefomgeving ervaren.

En wat te denken van de waardedaling van je huis als er plotseling een windturbine in je achtertuin wordt gebouwd?
Volgen Fred Jansen, voorzitter van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie, zullen al die extra windturbines weinig uithalen.
“De verdiensten van windturbines worden steeds gepresenteerd door het aantal huishoudens te noemen dat van stroom wordt voorzien. Dat levert mooie grote getallen op maar men verzuimt daarbij te vermelden dat die huishoudens maar een klein deel van alle energie verbruiken.” De industrie zorgt voor het grootste energieverbruik. “Al die dure windenergie helpt ons geen steek verder in het terugdringen van het fossiele brandstofverbruik”, aldus Jansen.

Toch lijkt er weinig gedaan te kunnen worden tegen de windmolenwens van de regering. In de Green Deal is zelfs opgenomen dat zonodig regels worden aangepast om de bouw van windmolenparken te vergemakkelijken. Heel veel hoeft er trouwens niet te veranderen want ook nu kan het rijk bepalen waar windturbines komen. “Het rijk kan alle protesten overrulen.”


Risico’s bij de winning van schaliegas zijn in dichtbevolkt land te groot

Dinsdag 4 oktober 2011

Onconventioneel gas (schaliegas en steenkoolgas) wordt voorgesteld als de gasbonanza die het leegrakende Slochterenveld kan vervangen en ons compleet onafhankelijk kan maken van Rusland en de Arabische landen. Aan de andere kant nemen de protesten tegen deze vorm van gaswinning hand over hand toe: in de VS, waar het voor het eerst op grote schaal is toegepast, in Australië, Frankrijk, Engeland en nu ook in Nederland.

Onconventioneel gas zit opgesloten in gesteenten waaruit het niet kan doorstromen naar een boorput. Het kan daarom niet met traditionele technieken gewonnen worden. Maar met nieuwe technieken zou dat wel kunnen. In opgetogen media-berichten wordt gesteld dat we wel 10 x Slochteren onder onze voeten hebben. Misschien is dat wat overdreven, maar volgens een recente studie in Netherlands Journal of Geosciences zit er vermoedelijk nog ongeveer 4 x Slochteren in de Nederlandse bodem. Dat lijkt veel, maar slechts een paar procent daarvan is technisch gesproken winbaar. Je moet alles uit de kast halen om het te winnen. Uiteindelijk blijft een paar procent van het Slochterenveld over, een jaar Nederlands gasverbruik.

Met ‘alles uit de kast halen’ bedoelen we dit. Vele tientallen tot honderden boorlocaties (de gaswinners zijn daar heel vaag over). Die liggen vooral in het oosten en zuiden van Nederland, vaak in waardevolle landschappen met veel natuur: Brabant (schaliegas) en de Achterhoek, Salland en Twente (steenkoolgas). Omwonenden hebben maandenlang tot jarenlang last van continu draaiende industriële installaties en zwaar vrachtverkeer. Bij iedere locatie een boorterrein ter grootte van een voetbalveld, maar ook aanvoerwegen en leidingen voor afvoer van gas.

Ook wordt de omstreden fracturing techniek (fracking) toegepast, waarbij het gesteente ondergronds wordt opengebroken door er water met – soms giftige – additieven onder hoge druk in te spuiten. In de VS is gebleken dat dit kan leiden tot ernstige milieuschade voor drinkwater en oppervlaktewater. Waterleidingbedrijven in Nederland zijn daarom zeer beducht voor de gevolgen van gaswinning.

Het antwoord van de gaswinners is steevast dat fracking geen kwaad kan. In de VS zijn ondeugdelijke technieken gebruikt, in Nederland zou het toezicht veel beter zijn, en fracking wordt al heel lang toegepast voor onderhoud van winputten. Dit zijn echter andere omstandigheden, met veel minder hoge druk. Fracking voor winning van onconventioneel gas blijft een omstreden, voor Nederland experimentele techniek.

Misschien dat er inderdaad met betere technieken aan veiligheid gewonnen kan worden. Dat is echter ook duurder. Volgens een studie in opdracht van de provincie Gelderland dekken de opbrengsten van steenkoolgas de kosten niet of nauwelijks. Het is dan maar de vraag of men bereid is die extra kosten voor veiliger productie ook werkelijk te maken. In de VS kon de winning van onconventioneel gas pas goed van de grond komen toen er ten behoeve van de gaswinners door de regering-Bush uitzonderingen werden gemaakt op de milieuwetgeving. Ook Nederlandse wetgeving biedt onvoldoende garanties.

Het toezicht in Nederland wordt veel rooskleuriger voorgesteld dan het is. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer bleek onlangs dat het Staatstoezicht op de Mijnen nu al onderbemand is en onderhevig aan bezuinigingen. Dat wordt er niet beter op als daar straks tientallen boringen bijkomen. De reputatie van de overheid als toezichthouder is bovendien niet onomstreden en afhankelijk van de politieke waan van de dag.

Daarnaast is er een flinke toename van risico’s en gaslekkages door het grote aantal boringen dat nodig is. Al is de kans op een ongeluk bij een enkele boring heel klein, die kans neemt snel toe bij een groot aantal boringen. Een ongeluk met gasexplosies of weglekken van grote hoeveelheden vervuild water moet je niet willen in een dichtbevolkt land als Nederland, waar iedere meter van boven- en ondergrond al in gebruik is.

Met het aantal boringen neemt ook de hoeveelheid methaangas toe die naar de atmosfeer lekt. Methaan is een zeer sterk broeikasgas; minstens 72 keer zo sterk als kooldioxide (CO2). Eventuele milieuwinst door het gebruik van meer aardgas in plaats van steenkool wordt daarmee tenietgedaan. Schaliegas wordt daarmee smeriger dan steenkool. Winning van steenkoolgas zou je kunnen combineren met CO2-opslag. Maar ook dan blijft een netto emissie van broeikasgassen het eindresultaat, en de winning van het gas wordt nog duurder door de benodigde infrastructuur van hogedrukgasleidingen voor de aanvoer van CO2.

Winning van onconventioneel gas is daarom een kapitale vergissing. Onconventioneel gas zal waarschijnlijk niet rendabel zijn, tenzij de gasprijs draconisch stijgt. Bovendien gaan we door op een doodlopende weg: het opstoken van het laatste beetje fossiele brandstoffen, het vervuilen van lucht en water, en het opofferen van natuur en landschap. Dit alles om de energiehonger van Nederland voor een jaartje te stillen.



Ruim baan voor windmolens

Maandag 3 oktober 2011

In 2020 moet er minimaal 6000 megawatt aan windmolens, zo’n 1500 stuks, op land staan. Dat staat in een overeenkomst van minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) met onder andere de energiesector, die vandaag naar buiten komt.

Dat is drie keer zoveel als er vandaag de dag bestaat en nog in de pijpleiding zit. De bouw van die windmolens wordt nu nog gefrustreerd door moeilijk verkrijgbare vergunningen en bezwaren van omwonenden. De minister wil daarom de vergunningen voor projecten van enige omvang (meer dan 100 megawatt) helemaal aan het rijk overlaten.

Voor de kust is ook nog eens ruimte voor 3000 megawatt extra, bevestigd de overeenkomst. Op volle zee wordt niet meer gebouwd, dat is te duur. Verhagen wil het landschap ontzien door toekomstige projecten te clusteren in havens, industrie- en agrarische gebieden, en in ondiep water.

De rekening voor al dit fraais komt bij de Nederlandse burgers te liggen, want vanaf 2020 betaalt ieder gezin een extra energiebelasting van € 200 tot € 250 per jaar.
Het is maar dat u het weet.


Verkoop elektrische auto loopt voor geen meter

Vrijdag 30 september 2011

De staatssubsidies op elektrische auto’s  helpen geen zier. Er werden het afgelopen halfjaar in Nederland welgeteld 269 EV’s, ofwel electrical verhicles, verkocht aan particulieren, ondanks de riante fiscale vrijstelling van maximaal € 4936.

Dit blijkt uit cijfers van het marktonderzoeksbureau Jato Dynamics.
Het marktaandeel van elektrische wagens in Nederland bedraagt 0,08 procent, op de Europese ranglijst goed voor een gedeelde zesde plaats met Frankrijk.

Ook in de rest van Europa slaat de groene mobiele droom amper aan, ondanks ruime fiscale subsidies.
In de grootste automarkt van Europa, Duitsland, werden er 1020 aangeschaft, met een gemiddelde rijksbijdrage van € 380. Het marktaandeel blijft steken op 0,6 procent. In Noorwegen kochten 850 particulieren een EV. Met een marktaandeel van 1,2 procent voeren de Noren de ranglijst aan. In Denemarken, waar de subsidie een riante € 20.588 bedraagt, was de belangstelling relatief groot, met 283 verkochte wagens.
Oostenrijk is een goede derde, met een marktaandeel van 0,2 procent, wat neerkomt op 347 wagens. De Belgen laten de groene auto massaal links liggen, ondanks de niet malse subsidie van € 10.907: er werden 85 EV’s verkocht.
In Spanje en Engeland houdt het enthousiasme eveneens niet over.

Kennelijk spreken zelfs de dikste subsidies de meerderheid van de consumenten niet aan, zolang elektrische auto’s kampen met beperkingen in actieradius en lange oplaadduur. Aangezien voor de accutechniek de komende jaren weinig spectaculaire verbeteringen zijn te verwachten, zal de koopdrift naar verwachting niet echt aanwakkeren.
Inmiddels heeft het kabinet Rutte € 5 miljoen uitgetrokken voor rijden op een andere alternatieve brandstof: waterstof.

Minister Melanie Schultz van Haegen denkt dat Nederland en zijn buurlanden een ‘waterstofparadijs’ in Europa kunnen worden.
Overigens is waterstof een verre van duurzame brandstof. Waterstof mag dan uiterst schoon zijn – er komt bij het verbranden van waterstof slechts water vrij – het produceren ervan vreet sloten met energie. Bovendien moet het van heinde en verre worden getransporteerd naar tankstations, wat tot veel CO2 uitstoot leidt.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Zolang bijna iedere gemeente in Nederland zijn eigen soort elektrische oplaadpaal neer zet met verschillende aansluitmaterialen, zolang de actieradius van een EV zo beperkt is dat je er niets eens van Groningen naar Maastricht mee kunt rijden, zolang je op je bestemming op zoek moet naar een oplaadpaal die, omdat het er zo weinig zijn, vaak al bezet is, zal het met de elektrische auto niets worden.
En dan hebben we het nog niet eens over de prijs van een nieuw accupakket dat bijna net zo duur is als de complete EV zonder accu’s.

Het huidige en het vorige kabinet hebben inmiddels neer dan € 100 miljoen aan subsidies uitgegeven aan het verschijnsel elektrische auto. Het lijkt er inmiddels op dat dit weggegooid geld is en er slechts een handvol fabrikanten van apparatuur van hebben geprofiteerd.
Zo gaat het vaak met subsidies voor dit soort projecten: de fabrikanten profiteren van miljoenen subsidiegelden terwijl de burgers de projecten links laten liggen.

Nu komt de minister van Verkeer met het onzalige plan om waterstof als brandstof voor auto’s te promoten. Met natuurlijk de nodige miljoenen als subsidieworst voor de neus van de nietsvermoedende consument als lokkertje.

Vergeet deze minister dat het vrijkomende waterdamp een minstens net zo schadelijk broeikasgas is als CO2?
Om die reden is waterstof als brandstof internationaal gezien een gepasseerd station en wordt het niet geaccepteerd.
Ook niet in Nederland.

Worden Nederland en Duitsland nu ineens de waterstofrotonde van Europa?

Probeer eens wat minder populair te doen in Den Haag en smijt niet zo met belastinggeld voor zinloze zogenaamde duurzame projecten waar niemand op zit te wachten.


Milieudefensie waarschuwt tegen biobrandstof van Finse dieselproducent Neste Oil

Maandag 26 september 2011

Het Finse Neste Oil maakte 20 september bekend dat de grootste Europese biodieselfabriek in de Rotterdamse haven in gebruik is genomen. De fabriek in Rotterdam heeft de capaciteit om 800 000 ton biomassa per jaar te verwerken. Ongeveer de helft van de grondstoffen die Neste gebruikt voor de productie van biodiesel, bestaat uit het omstreden palmolie, dat de aanjager is van ontbossing. De Nederlandse palmolie import stijgt aanzienlijk met de komst van deze nieuwe fabriek.

Palmolie de aanjager van ontbossing

“Neste Oil jaagt zo vanuit Nederland de ontbossing in Maleisië en Indonesië verder aan. Ook zorgt het bedrijf er voor dat nog meer schaarse landbouwgrond wordt ingezet om de zogenaamd groene brandstof te produceren,” aldus Geert Ritsema van Milieudefensie. “Dit is een zwarte dag voor de tropische bossen en de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden.”

De uitbreiding van palmolieplantages is de grootste aanjager voor ontbossing in Indonesië en Maleisië. Daarnaast zorgt de productie van biobrandstoffen uit palmolie voor hoge CO2-emissies als gevolg van droogleggen van veengronden en zijn de plantages de oorzaak van tal van landconflicten.

Neste en haar omstreden palmolieleverancier IOI

Neste’s belangrijkste palmolieleverancier, het Maleisische IOI, ligt onder vuur omdat er een klacht van elf organisaties tegen ze loopt wegens wetsovertredingen, fraude en ontbossing in Ketapang, Indonesië, en over een langdurig landconflict in Sarawak, Maleisië. De klacht die is ingediend bij het klachtenloket van de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO), heeft er toe geleid dat het proces van certificering van de palmolie van IOI als duurzaam is opgeschort.

Gebruik palmolie internationaal onder druk

Tal van internationale organisaties waaronder de Wereldbank, de voedsel- en landbouw organisatie van de VN FAO, en de G20 hebben zich uitgesproken om het gebruik van plantaardige oliën en graan voor brandstof te ontmoedigen om voedselprijzen en biodiversiteit niet verder onder druk te zetten. Desondanks gaat Neste Oil door met het bouwen van deze grootschalige verwerkingsinstallaties. Sinds kort profileert het bedrijf zich ook als toekomstige leverancier van vermeend groene vliegtuigbrandstof, gebaseerd op onder meer palmolie en jatropha-olie.

Een week geleden lekte een rapport uit van de European Environmental Agency, een commissie die de Europese Commissie adviseert, waarin duidelijk wordt dat biobrandstoffen juist kunnen leiden tot extra uitstoot van broeikasgassen. Ritsema: “Wij roepen luchtvaartmaatschappijen als de KLM dan ook op niet in zee te gaan met Neste Oil.”


Personeel Helianthos verliest zaak

Vrijdag 23 september 2011

Het personeel van zonnefoliefabriek Helianthos heeft donderdag een kort geding om sluiting van de fabriek te voorkomen, verloren.

De rechter in Arnhem wees een eis van zo’n 30 werknemers af. Die wilden dat moederbedrijf Nuon werd verplicht een ondernemingsraad op te richten. Die zou dan een negatief advies over de sluiting van Helianthos kunnen geven.

Nuon maakte de sluiting begin deze maand bekend. Er zou in de markt onvoldoende belangstelling voor het product zijn. Volgens de werknemers klopt dat niet.


Rekenfout haalt biobrandstofbeleid EU onderuit

Donderdag 22 september 2011

Een rapport van de wetenschappelijke raad van het Europees Milieuagentschap (EEA) legt een bom onder het overheidsbeleid rond biomassa en biobrandstoffen.
Het document zegt dat de Europese Unie door een rekenfout ervan uitgaat dat bio-energie CO2-neutraal is. Dat is niet het geval, stellen de wetenschappers van European Environment Agency vast: bij de verbranding van biomassa en biobrandstoffen komt er wel degelijk CO2 vrij en die moet meegenomen worden in de berekeningen terwijl dat nu niet gebeurt.

Het rapport gepubliceerd door het milieuagentschap van de Europese commissie kan verstrekkende gevolgen hebben op het klimaatbeleid en de vooropgestelde mix van hernieuwbare energie bronnen. Door de rekenfout subsidieert het huidige beleid mogelijk de klimaatverandering en de honger in de wereld, in plaats van ze tegen te gaan.

In de Europese wetgeving wordt biomassa voor elektriciteitsopwekking en biobrandstoffen voor transport bestempeld als ‘nul emissie’ of ‘CO2-neutraal’. Die fout heeft “enorme gevolgen voor het leefmilieu”, aldus het rapport. Bij de verbranding van bijvoorbeeld een ton kurkdroog hout komt er 1,8 ton CO2 vrij. Maar de broeikasgassen die bij de verbranding van biomassa vrijkomen worden door EU-richtlijnen niet meegeteld. De boom heeft die CO2 ook ooit uit de atmosfeer opgenomen, luidt de redenering. De wetenschappelijke raad van het Europees milieuagentschap wijst er nu op dat zo’n uitgangspunt fout is.

Ze gaat immers voorbij aan de normale gang van zaken: op de grond waar nu biomassa geteeld wordt, zouden anders planten groeien die niet verbrand worden. In veel gevallen zouden die planten CO2 gedurende een langere tijd uit de atmosfeer halen. Slechts in een beperkt aantal gevallen beantwoordt biomassa ook effectief aan belangrijke duurzaamheidcriteria zoals verminderde CO2-uitstoot en voedselzekerheid.

Enkel wanneer je plantages hebt op grond waar anders geen planten zouden groeien die veel langer CO2 uit de lucht zouden halen, kun je met die biobrandstofgewassen écht extra CO2 uit de atmosfeer halen. Het gaat dan bijvoorbeeld om grasland van lage kwaliteit. Maar het gros van onze biobrandstoffen komt uit gewassen die geteeld worden op landbouwgrond waar eerder andere voedingsgewassen of natuur stonden.

Wat een technische discussie lijkt, is volgens het Europees Milieuagentschap erg fundamenteel omdat het emissiehandelsysteem van de EU de CO2-uitstoot van biomassa negeert. Bovendien gaat de EU-richtlijn om aan 20 procent hernieuwbare energie te komen in 2020 uit van een nulemissie van CO2 bij de verbranding van biomassa en verplicht het een bijmenging van biobrandstoffen om aan 10 procent hernieuwbare energie in transport te geraken.
In landen als Nederland en België komt het grootste deel van hernieuwbare energie uit biomassa, onder meer de inefficiënte bijstook van houtpellets in steenkoolcentrales en wordt deze manier van energieopwekking royaal gesubsidieerd.

Diverse milieuorganisaties in Nederland en België pleiten inmiddels voor onmiddellijke afschaffing van de fiscale vrijstelling voor biobrandstoffen in het transport en vragen om biomassa te onderwerpen aan strikte duurzaamheidscriteria en deze enkel in te zetten in de meest efficiënte toepassingen.


Oxfam Novib luidt noodklok over race om land

Donderdag 22 september 2011

Oxfam Novib publiceert vandaag het nieuwe rapport Land and Power. Het rapport behandelt de mondiale strijd om vruchtbare landbouwgrond en de groeiende wereldwijde handel hierin. Deze ontwikkeling gaat vaak ten koste van de arme, lokale bevolking die zonder enig overleg hun huizen en broodwinning verliezen – soms met geweld – zonder dat daar enige compensatie tegenover staat.

Uit het Oxfam Novib-rapport Land and Power blijkt dat sinds 2001 niet minder dan 227 miljoen hectaren land zijn verkocht of verpacht in grote land-contracten, vooral aan internationale investeerders. Het gebrek aan openheid en de geheimzinnigheid waarmee deze landovereenkomsten worden omringd, maken het moeilijk om precieze cijfers te bemachtigen. Tot nu toe zijn 1.100 overeenkomsten, met een totale grootte van 67 miljoen hectaren, uitgebreid onderzocht en ontdubbelt. De helft daarvan ligt in Afrika, en beslaat een gebied bijna zo groot als Duitsland. Deze gegevens zijn afkomstig van het Land Matrix Partnership waar Oxfam onderdeel van is.

De directeur van Oxfam Novib, Tom van der Lee zegt: “De ongekende snelheid waarmee landdeals worden gesloten en de daarmee samenhangende groeiende strijd om land verslechteren de situatie voor velen van de armste mensen in de wereld. Investeerders negeren de mensen die op dat land wonen en er voor hun bestaan afhankelijk van zijn. In de slechte gevallen worden bewoners verdreven van huis en haard, verliezen zij hun middelen van bestaan.”

De redactie van Fibronot.nl vindt het een gemiste kans dat Oxfam geen aandacht besteedt aan BioShape.

Een Nederlands bedrijf dat in Tanzania misstanden begaat spreekt mensen meer aan dan de in het rapport genoemde buitenlandse bedrijven.

Echter, mogelijke investeerders voor een doorstart van het failliete BioShape kunnen met de volgende uitspraak van Oxfam Novib hun voordeel doen:

” Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen dienen zich in te spannen om iedere betrokkenheid bij landjepik te voorkomen.”

Lees hier het Oxfam Novib rapport Land and Power


Vrees ongelukken bij komst windmolens Ecofactorij

Woensdag 21 september 2011

,,Het is niet de vraag of er vliegongelukken zullen gebeuren, maar wanneer”, zo heeft de raadsman van vliegveld Teuge uitgesproken tegenover de Raad van State.

De Raad van State bekijkt het plan om vijf 150 meter hoge windturbines op de Ecofactorij te bouwen. De rechtbank in Zutphen haalde een streep door de bouwvergunning omdat er binnen 5100 meter van de aanvliegroute van vliegveld Teuge geen hogere bouwsels dan 100 meter mogen worden gebouwd. Althans dat bouwverbod staat in een landelijke luchtvaartregeling, aldus S. Bisschoff van de Rijksluchtvaartdienst. De gemeente Apeldoorn is van mening dat het bouwverbod nog niet kan worden toegepast zolang de provincie Gelderland nog geen Luchthavenbesluit voor Teuge heeft genomen. Apeldoorn beschouwt die 5100-meterregel als een richtlijn waar kan worden afgeweken als er voldoende garanties voor de vliegveiligheid kan worden gegeven. Daarom heeft de gemeente de zaak nu voorgelegd aan de Raad van State.

Apeldoorn heeft het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) een onderzoek laten doen, en daaruit zou blijken dat de risico’s voor het vliegverkeer acceptabel zijn. Maar volgens Bisschoff van Rijkswaterstaat is het NLR-rapport helemaal niet zo positief over het Apeldoornse windmolenplan. ,,Het NLR stelt dat de risico’s voor het vliegverkeer tussen acceptabel en niet-acceptabel liggen. Het gaat erom dat er voor Teuge een risico voor de luchtvaartveiligheid bijkomt, terwijl het landelijke beleid er juist op gericht is de luchtvaartveiligheid te verbeteren”, zei Bisschoff. Ook vliegvelddirecteur M. de Groot is fel gekant tegen het windmolenplan. Zij vreest dat het vliegveld in financiële problemen zal komen omdat vliegtuigen Teuge gaan mijden. Ook vreest zij dat helikopters van de politiediensten en de luchtmacht minder zullen gaan vliegen en zelfs zullen gaan uitwijken. De gemeente Apeldoorn vindt het vreemd dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waar de Rijksluchtvaartdienst onder valt, niet eerder aan de bel heeft getrokken. Woordvoerder Bisschoff erkent dat er lang onderhandeld is. ,,Wij gingen uit van lagere windturbines en sinds 2009 is de regelgeving veranderd en konden wij geen bouwverbod meer afdwingen.”

Ook omwonenden hopen dat de Raad van State definitief een streep haalt door het windmolenplan. De zaak is deze week voorgelegd. De Raad van State doet over zes tot twaalf weken uitspraak.


Solland Solar: “We maken de mooiste zonnepanelen op de markt”

Dinsdag 20 september 2011

Het Nederlands-Duitse bedrijf Solland Solar staat sinds juli dit jaar op eigen benen. De producent van zonnecellen en zonnemodules  gaat eind 2011 een nieuwe generatie innovatieve modules op de markt zetten genaamd Sunweb. Uiteindelijk wil Solland zich ook richten op geïntegreerde zonne-energie-installaties.

Solland Solar is daarvoor naarstig op zoek naar nieuwe investeerders en samenwerkingspartners. CEO Henk Roelofs: “Onze ambitie om snel te groeien is onderwerp van gesprek met potentiële investeerders, die voornamelijk afkomstig zijn uit Azië”.

Nieuw geld

Roelofs ziet na de management buy-out uit Solar alleen maar uitdagingen. Roelofs: “Nu we eigen benen staan, zijn we flexibeler in onze deals. Ook kunnen we investeerders een beter voorstel doen. Ze kunnen nu een (minderheids) belang nemen in ons bedrijf en hoeven ons niet compleet over te nemen”.

Principe-afspraak

Solland Solar is op zoek naar nieuw geld om haar Sunweb-module serieus in de markt te zetten.  Zowel met Europese als Aziatische partijen worden gesprekken gevoerd. Roelofs heeft goede hoop dat er op de korte termijn een principe-afspraak uit kan rollen met een ‘zeer gerespecteerde partij’ in de industrie. Roelofs: “Deze week ben ik in China voor een aantal gesprekken. Dit zijn vervolggesprekken van eerdere gesprekken die we hebben gevoerd toen Solland Solar nog onderdeel van Delta was. Er is een kans op een principe-afspraak hoewel ik daar nu niet teveel over kan zeggen”.

Sunweb-module

De Sunweb-module onderscheidt zich op een aantal vlakken van andere producten in de markt. Ten eerste wordt er volgens Roelofs meer energie (tot 10 procent meer) gegenereerd op hetzelfde oppervlakte. Ten tweede passen er meer cellen op een Sunweb-module, waardoor het aantrekkelijk is om toe te passen bij daken van (kleinere) kantoren en woningen. Tenslotte wordt het product in de markt gezet als een ‘solar design’ product (‘mooiste zonnepaneel op de markt’). In de nabije toekomst kan het opgewekte vermogen nog substantieel verhoogd worden door het toepassen van innovaties. Dit kan leiden tot 20 a 30% meer kWh per paneel. De keuze voor andere componenten betekent niet dat de productie van de Sunweb-modules duurder is dan de concurrerende modules. Roelofs: “Sterker nog, doordat we de modules op grote schaal produceren, kunnen we de modules goedkoper produceren dan de ‘standaard’ modules in de markt”.

Ambitie

In 2012 gaat Solland Solar voor 20 megawatt aan Sunweb-modules produceren.  Daarnaast gaat Solland Solar ook ‘traditionele’ modules produceren om haar schaal verder te vergroten. Op welke schaal deze worden geproduceerd, durft Roelofs nu niet te zeggen. Roelofs: “De komende twee kwartalen zijn enorm belangrijk voor ons. Naast investeerders zijn we ook op zoek naar een locatie om een tweede fabriek te gaan bouwen. Heerlen zou wel onze voorkeur hebben”. Daarnaast genereert het bedrijf inkomsten door licenties van haar patenten te verkopen aan andere partijen.


Forse gasbel onder Twente en Achterhoek

Zaterdag 17 september 2011

Een gasbel in de diepe ondergrond lijkt een geschenk uit de hemel nu de Nederlandse gasvoorraad langzaam maar zeker opraakt. Ook onder Twente en de Achterhoek liggen grote voorraden gas in steenkoollagen. Maar de schade aan milieu, natuur en landschap dreigt bij winning desastreus te worden.

In de steenkoollagen onder Twente en de Achterhoek liggen grote hoeveelheden steenkoolgas die het Australische bedrijf Queensland uit Brisbane naar boven wil halen. In heel Nederland ligt 500.000 miljard kubieke meter steenkool- en schaliegas klaar, dat is meer dan de aardgasbel onder Slochteren.

Het ministerie van Economische Zaken heeft Queensland een concessie verleend om naar gas te boren in Twente en de Achterhoek. De provincie Gelderland verzet zich hevig tegen proefboringen, maar in Overijssel is het stil. De provincie noch de betrokken gemeenten lijken zich al te druk te maken over de mogelijke gevolgen van steenkoolgaswinning.

„We staan in Overijssel nog aan het begin van de maatschappelijke discussie. Tot nog toe lijkt niemand te beseffen wat er gaat gebeuren bij winning van het steenkoolgas”, aldus Gerben Mensink van Natuur en Milieu Overijssel. Samen met de Gelderse Milieufederatie is de organisatie een handtekeningenactie tegen steenkoolgaswinning in Oost-Nederland begonnen.

De milieuorganisaties zijn er faliekant tegen vanwege het gevaar voor ernstige milieuvervuiling door het gebruik van chemicaliën. Tevens zouden boortorens en een dicht netwerk aan verlichte pompstations met een wirwar aan water- en gasbuizen een aantasting betekenen voor natuur en landschap. Ook wordt vervuiling van grondwater gevreesd, reden waarom ook waterleidingbedrijf Vitens aan de bel trok. Vitens wil weten of de drinkwatervoorziening in gevaar komt.

In Brabant wil het bedrijf Cuadrilla Resources, dat een concessie verwierf, een proefboring uitvoeren op een industrieterrein in Boxtel. Tegen deze plannen is lokaal massaal verzet gerezen. De Tweede Kamer besprak deze week de situatie met exploitatiebedrijven, deskundigen en bestuurders uit Brabant. Bestuurders vrezen ernstige gevolgen voor milieu en landschap. Minister Verhagen heeft de proefboring tijdelijk stilgelegd na berichten over aardbevingsgevaar bij winning in Engeland. Hij wil nader onderzoek. Ook al is de gasbel economisch zeer aantrekkelijk, de bedenkingen zijn groot.

Zie ook ons Dossier Schaliegas


Rapport Schaliegas in Nederland van Royal Haskoning

Zaterdag 17 september 2011

Risico’s schaliegaswinning ‘verwaarloosbaar’

Ingenieursbureau Royal Haskoning heeft een onderzoeksrapport dat in opdracht van het Engelse parlement is uitgevoerd naar aanleiding van de booractiviteiten in Engeland door Cuadrilla, vertaald naar de Nederlandse context. Het rapport is op 13 september 2011 beschikbaar gekomen.

De conclusie is dat de bestaande Nederlandse regelgeving robuust genoeg is om de negatieve effecten van het winnen van schaliegas op het milieu te voorkomen. Voorwaarde is dat de beschermingsmaatregelen consequent worden opgevolgd.

De kans op verontreiniging van het grondwater is verwaarloosbaar klein.

Download het rapport Schaliegas in Nederland van Royal Haskoning

Lees ook ons Dossier Schaliegas


Tweede Kamer zet vraagtekens bij proefboring schaliegas

Donderdag 15 september 2011

De meningen over de wenselijkheid van het boren naar schaliegas staan haaks op elkaar. Dat merkten leden van de Tweede Kamer tijdens een hoorzitting over de relatief nieuwe energiebron. Tijdens de bijeenkomst met belanghebbenden en deskundigen probeerden ze meer inzicht te krijgen in de kansen en risico’s. Het aanboren van schaliegas, dat vooral in Noord-Brabant in de bodem zit, is omstreden.

Schaliegas zit opgesloten in diepe steenlagen. Om het eruit te halen, moet het gesteente ‘gekraakt’ worden, door er water met zand en chemicaliën onder hoge druk in te pompen.

Aardschokken

In landen waar al veel naar schaliegas wordt geboord, zoals de VS, maken sommige omwonenden van de boorputten zich zorgen over mogelijke vervuiling en aardschokken. Het Britse bedrijf Cuadrilla wil proefboringen gaan doen in de Brabantse gemeenten Boxtel en Haaren. Voor de locatie in Boxtel is al een vergunning verleend.

Tijdens de hoorzitting kwam aan het licht dat er nog grote onduidelijkheden zijn rond schaliegas. Zo lopen de schattingen van de hoeveelheid winbaar gas in de Brabantse bodem uiteen. Optimitische cijfers geven aan dat de totale Nederlandse gasvoorraad met 40 procent stijgt als we het beschikbare schaliegas gaan meerekenen. Sommige wetenschappers lieten tegen de Kamercommissie weten dat ze van veel voorzichtiger schattingen uitgaan.

Gouden kans

Reden voor de bezorgde bewoners om zich hardop af te vragen waarom de ontginning van het schaliegas eigenlijk nodig is. Maar volgens Cuadrilla en andere vertegenwoordigers van het bedrijfsleven laten we een gouden kans liggen als de proefboring niet kan doorgaan.

Ook in andere landen leidt schaliegas tot verhitte debatten. In de VS wordt het op grote schaal gewonnen, daar zijn inmiddels bijna 500.000 boorputten. Maar bijvoorbeeld Frankrijk heeft een stop afgekondigd op het boren naar schaliegas.

Zie ook ons Dossier Schaliegas


BARD in de etalage

Woensdag 14 september 2011

De Amerikaanse zakenbank J.P. Morgan is ingehuurd om een koper te zoeken voor Bard , de in financiële problemen geraakte ontwikkelaar en bouwer van windmolenparken. Dat heeft Bard gisteren bekendgemaakt.

Het Duitse Bard is in Nederland vooral bekend geworden nadat het een subsidiepot van maximaal € 4,4 miljard had gewonnen voor de bouw van een groot windmolenpark in de Noordzee. Andere gegadigden Nuon en Eneco visten achter het net. Toen circuleerden er echter al twijfels over de financiële gezondheid van Bard.

Deze maand werd definitief duidelijk dat het Bard niet lukt dit project te ontwikkelen. Het heeft de verantwoordelijkheid ervoor overgedragen aan het Nederlandse Typhoon Capital, dat nu op zoek gaat naar het benodigde kapitaal.

De enige aandeelhouder in het park tot nu toe, afvalverwerker HVC uit Alkmaar, gaat Typhoon Capital helpen investeerders te zoeken.

Bard en zijn dochterbedrijven zijn door huisbankier UniCredit in een trust geplaatst en de bank heeft zich tot 2013 garant gesteld voor de financiering. In Duitsland ligt UniCredit overigens zelf ook onder vuur vanwege zijn vermeende financiële kwetsbaarheid.

Ingewijden verwachten dat J.P. Morgan vooral kopers zal proberen te vinden voor de divisie van Bard die zelf rotorbladen en turbines voor windmolens produceert, en de tak die deze installeert.

Voor grote industriële concerns zoals General Electric en Siemens zouden deze bedrijven toegang bieden tot nieuwe klanten. ‘Voor dergelijke partijen die al actief zijn in de offshore windenergie is het interessant een turbine te hebben met een bewezen levensduur. Je ziet consolidatie in die sector’, zegt een betrokkene.

In welke mate er geïnteresseerden zijn te vinden voor de ontwikkelingstak van Bard moet nog blijken.

Dit bedrijf werkt aan een aantal grote parken, maar het eerste project Bard 1 heeft ernstige vertraging opgelopen door technologische problemen en tegenvallend weer. Hierdoor zijn tot nu toe nog maar achttien van de tachtig windmolens geïnstalleerd. De rest, met een al door Bard afgerekende waarde van € 800 miljoen, ligt al enige tijd op de kade te wachten om verscheept te worden.


Gasexperts zeggen: laat energiebron niet onbenut wegens misstanden bij winning in de VS

Woensdag 14 september 2011

Nederland moet zich niet laten afschrikken door angstverhalen, maar aansturen op het winnen van schaliegas. Deze vorm van aardgas kan een waardevolle aanvulling zijn op de bestaande gaswinning, zeker nu het Groninger gasveld begint leeg te raken.

Dat zeggen aardgasdeskundigen voorafgaand aan een hoorzitting over onconventioneel aardgas, vandaag in de Tweede Kamer.

Zij stellen dat milieuproblemen zoals in de VS kunnen worden vermeden door goede regelgeving. Daar klagen omwonenden van boorlocaties over bodemverontreiniging en vervuild drinkwater.

‘In de VS konden sommige gasbedrijven er een rommeltje van maken, omdat zij aan veel minder regels zijn gebonden’, legt gasonderzoeker Ruud Weijermars van de TU Delft uit. ‘Met goede regelgeving voorzie ik hier geen Amerikaanse toestanden. We moeten dit niet laten liggen vanwege angst.’

De belangrijkste reden waarom Nederland moet aansturen op schaliegaswinning is volgens deskundigen de energiezekerheid. Conventionele gasvelden raken de komende decennia uitgeput. Om niet te afhankelijk te worden van buitenlandse brandstoffen moet Nederland op zoek naar alternatieven uit eigen bodem. De deskundigen hopen dat een serie proefboringen duidelijk maakt welke rol schaliegas daarbij kan spelen. Want er is nog weinig bekend over de Nederlandse voorraden.

Schaliegas zit in zeer dicht gesteente. Daarom werd het tot voor kort als onwinbaar beschouwd. Maar door verbeterde technieken en een gunstige ontwikkeling van de gasprijzen heeft schaliegaswinning in de VS een hoge vlucht genomen. Daar spreekt men zelfs van een schaliegasrevolutie.

In Nederland wordt het nog niet gewonnen, maar staatsbedrijf Energiebeheer Nederland wil met commerciële partijen proefboringen uitvoeren in Brabant en Oost- Nederland. Daaruit moet duidelijk worden hoeveel schaliegas er is en wat daarvan winbaar is.

Schattingen over dat potentieel lopen fors uiteen, van 100 miljard tot 100.000 miljard kubieke meter. Ter vergelijking: het gasveld in Slochteren bevatte oorspronkelijk circa 2800 miljard kubieke meter aardgas. ‘Het grote verschil tussen de schattingen komt doordat er nauwelijks gericht onderzoek is gedaan’, zegt Frank van Bergen, geoloog bij TNO. ‘We weten dat er schaliegas in de bodem zit, maar verder kunnen we er weinig over zeggen.’

De kans bestaat dus dat het slechts om kleine hoeveelheden gaat. ‘Maar als het geld oplevert en als het kan binnen milieurandvoorwaarden, dan moet Nederland geen nee zeggen tegen winning. Ook bij kleine velden gas en groen gas gaat het niet altijd om kolossale hoeveelheden’, zegt Herman Snoep van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). ‘Er bestaat geen grote gouden oplossing voor het energievraagstuk. Dus als je een kans hebt om schaliegas te winnen, moet je die grijpen.’

De normale gaswinning in Nederland zal snel gaan teruglopen. Dat begint met de kleine gasvelden en vanaf 2020 zakt ook de productie van het Groninger veld in rap tempo. Daardoor dalen de aardgasbaten naar verwachting jaarlijks met € 250 miljoen, wat neerkomt op een verlies aan overheidsinkomsten van € 2,5 miljard in 2020.

‘Er is dus veel te verliezen als we de winning van schaliegas laten liggen’, meent Weijermars van de TU Delft. Hij wijst erop dat aardgas in Europa nu al twee keer zo duur is als in de VS. ‘Dat schaadt onze concurrentiepositie. We moeten daarom elke mogelijkheid aangrijpen om goedkope energie te winnen. En fossiele brandstoffen zijn nog altijd het goedkoopst.’

Alle economische argumenten ten spijt groeit de weerstand tegen schaliegas. Bezorgde burgers in Brabantse gemeenten zoals Haaren keren zich tegen voorgenomen proefboringen en dinsdag riep Milieudefensie de overheid op om schaliegas ‘in de ijskast’ te zetten. Zij vrezen taferelen zoals geschetst in de Amerikaanse documentaire Gasland, waarin een inwoner van Pennsylvania het water uit zijn keukenkraan in de fik steekt. Volgens de film is het water verontreinigd met methaan, door schaliegasboringen in de buurt.

Bij schaliegaswinning worden grote hoeveelheden water, zand en chemicaliën in de bodem gespoten. Die zijn nodig om haarscheurtjes in de schalielagen te maken zodat het gas kan stromen. ‘Ik snap dat mensen daar bang van worden, maar dat is onnodig’, stelt Weijermars. ‘Bedrijven kunnen ook kiezen voor niet-giftige toevoegingen aan de boorvloeistof. Grondwaterverontreiniging is ook bij normale gaswinning een risico. Daar gaat het al 50 jaar netjes.’

Tegenstanders vinden dat Nederland zich beter kan richten op groene energie in plaats van een nieuwe fossiele brandstof. Maar volgens Snoep van ECN botsen schalie en groen niet. ‘De Europese groene doelen staan al vast, 20% duurzame energie in 2020’, legt hij uit. ‘Daar zet schaliegas geen rem op. Het gaat eerder ten koste van kolen of aardgas dat van ver weg komt, zoals van bij de Noordpool.’

Volgens Weijermars is de rentabiliteit het grootste obstakel voor schaliegas. ‘De marges op de winning zijn bijzonder laag. Daarom moeten de kosten omlaag door technologische innovatie.’ Hij hoopt dat Nederland als gasland daarbij een rol kan spelen.


Strijd tegen gasboring Boxtel lijkt gestreden

Maandag 12 september 2011

Terwijl het Brabantse dorp Haaren vorig weekeinde uitliep voor een manifestatie tegen de winning van schaliegas, lijkt het protest in Boxtel tegen een aanstaande proefboring verstomd. De meeste bewoners van de doodlopende weg die uitkomt op de boorlocatie hebben hun protest gestaakt.
Alleen Natasja en Dirk van Oerle, die vrezen voor hun gezondheid en het woongenot in hun opgeknapte boerderij, zijn nog strijdvaardig.

Dinsdag staan ze bij de bestuursrechter in Den Bosch tegenover de gemeente die aan het bedrijf Cuadrilla een bouwvergunning verleende voor de proefboring. ,,Niemand wil toch een boortoren in zijn voortuin.’’

Toestemming
,,Boxtel heeft toestemming gegeven voor de proefboring. Schaliegas is een relatief duurzame fossiele brandstof en mogelijke gaswinning betekent een economische impuls’’, schreef de gemeente minder dan een jaar geleden in een eerste bericht aan de omwonenden.

Effecten
Maar niet alleen in de buurt sloeg de twijfel snel toe, blijkt uit het laatste bericht dat wethouder Peter van de Wiel in de buurt liet bezorgen: ,,Boxtel heeft vanwege berichten over aardbevingen gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar alle mogelijke effecten van een proefboring. De gemeente heeft het boorbedrijf opgeroepen de uitkomst af te wachten.’’

Boerenverstand
Natasja van Oerle blikt terug: ,,De gemeente heeft heel snel een vergunning afgegeven. De wethouder zal zich nu wel op het achterhoofd krabben. Ik ben benieuwd hoe de gemeente nu reageert in de rechtszaak.’’ Ze maakt zich vooral zorgen over de gezondheid van haar twee dochters, vijf paarden, haar man en zichzelf. ,,Als je gaat boren in een diepe steenlaag heeft dat ook consequenties voor de rest van de bodem, zegt mijn boerenverstand. Als je een boek uit de stapel haalt zakt ook de rest in.’’

Chemicaliën
Het gezin vreest bijvoorbeeld voor het drinkwater door het gebruik van chemicaliën bij het boorproces. ,,Cuadrilla zegt dat er geen risico bestaat. Misschien valt het inderdaad mee, maar dat kunnen we pas achteraf zeggen. Ik koop daar niks voor. Schade aan ons huis is nog te vergoeden maar de gezondheid van mij en mijn kinderen is niet te koop.’’

Doorzetten
Van Oerle onderkent dat haar persoonlijke belang in geen verhouding staat tot het grotere belang van de gaswinning. ,,Maar we zijn streberig genoeg om door te zetten.’’


Milieueffecten schaliegaswinning nog onbekend

Zondag 11 september 2011

Om schaliegas uit de diepe steenlagen te krijgen, moeten honderden liters chemicaliën in de grond worden gepompt.
Onduidelijk is nog wat de effecten daarvan zijn als in Brabant geboord gaat worden. Groenlinks wil daarom, dat gestopt wordt met schaliegas zolang de milieueffecten niet zijn onderzocht.

Veel vervuiling in de Verenigde Staten
Een uiterst vervuilende manier van gaswinning die in de Verenigde Staten al op grote schaal wordt toegepast met desastreuze gevolgen voor het drinkwater, zo bleek uit de documentaire Gasland die Tegenlicht zondagavond 4 september uitzond. Terwijl een Europese studie haar twijfels uit over schaliegasboringen, omdat nog onduidelijk is wat de effecten op het milieu en ons drinkwater zijn, is er ook in Nederland toestemming gegeven voor proefboringen in Brabant. GroenLinks wil dat er onmiddellijk gestopt wordt, totdat de schadelijke effecten op het milieu onderzocht en bekend zijn.

Boorstop in Frankrijk
GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout stelde eerder al schriftelijke vragen aan de Europese Commissie over de schadelijke gevolgen van het boren naar schaliegas. Uit de antwoorden blijkt dat de Europese Commissie ook nog niet precies weet wat de millieueffecten precies zijn.
Op initiatief van GroenLinks komt er op woensdag 14 september in de Tweede Kamer een hoorzitting over het boren naar schaliegas in Nederland. In Frankrijk is er al een voorlopige boorstop afgekondigd.


NUON stopt ontwikkeling zonnecelfolie Helianthos

Donderdag 8 september 2011

Nuon heeft het voornemen om de ontwikkeling van zonnecelfolie Helianthos stop te zetten. Er blijkt geen marktpartij bereid tot een investering van kapitaal en kennis die noodzakelijk is om na de onderzoek- en ontwikkelfase over te gaan naar rendabele productie. Onlangs heeft een laatste mogelijke partner zich teruggetrokken. Zonder een partner is het opstarten van grootschalige productie en een tijdige marktintroductie niet mogelijk. Dit betekent dat de overgang van dit R&D project naar grootschalige productie niet uitgevoerd kan worden. De ontwikkelfabriek die in 2009 in Arnhem werd geopend, zal worden gesloten. Voor de medewerkers zal het sociaal plan in werking worden gesteld.

In mei 2010 kondigde Nuon aan dat ze op zoek ging naar een strategische investeringspartner die er voor kon zorgen om het product van Helianthos grootschalig op de markt te brengen. Na een wereldwijde zoektocht van anderhalf jaar onder meer dan 150 solarpartijen en investeerders, is gebleken dat er geen afdoende belangstelling is.

Nuon CEO Huib Morelisse over de ontstane situatie: “De productie van zonnecellen is wereldwijd gestegen terwijl de prijzen sterk zijn gedaald. De techniek van zonnecelfolie Helianthos is bijzonder geavanceerd, maar we hebben geen partner kunnen vinden die met ons de productie wil opschalen. Dat blijkt uit de vergeefse rondgang langs potentiële investeerders. We hebben ruim anderhalf jaar alle mogelijkheden bekeken en zijn blijven investeren in Helianthos. Het is bijzonder spijtig dat het ons niet gelukt is om met een partner het product voor een concurrerende prijs te introduceren.”

Nuon heeft sinds 2006 met een investering van meer dan EUR 85 miljoen het product tot een niveau gebracht dat het bedrijf nu klaar is voor de opschaling van de productiecapaciteit en de marktintroductie van het product zonnefolie.

De stap van pilot fabriek naar productiefabriek vraagt een additionele investering van kennis en kapitaal. Hiervoor is helaas geen investeerder gevonden.
De ontwikkelfabriek in het Arnhemse industriepark De Kleef zal op termijn worden gesloten. Nuon heeft over dit voorgenomen besluit overleg met de Ondernemingsraad en heeft de vakbonden geïnformeerd. Het Sociaal Plan is van toepassing op de medewerkers.


Delta sluit hoofdstuk Biovalue door FNV-afspraak

Donderdag 8 september 2011

Het Zeeuwse Delta heeft met de vakbond FNV afspraken gemaakt over een laatste financiële uitkering aan de ex-werknemers van biodieselfabriek Biovalue in de Eemshaven, die Delta na aanhoudende slechte resultaten sloot.

Delta was eerder van mening dat het de 27 arbeidskrachten op een correcte manier de deur had gewezen, maar FNV vond dat niet en kreeg daarin gelijk van de rechter. Met de overeengekomen vergoeding kan Delta het hoofdstuk Biovalue voorgoed sluiten.

Delta stelde eerste nog hoger beroep te overwegen toen de rechter het bedrijf terug naar de onderhandelingstafel met FNV stuurde. Zover is het niet gekomen, en er ligt resultaat waarover de partijen het eens zijn. “Het sociaal plan bestaat uit een beëindigingsvergoeding op basis van de kantonrechtersformule plus een aanvullend bedrag voor iedere medewerker”, maakten Delta en FNV bekend.

De kantonrechtersformule is een rekensom die leidend is bij het bepalen van een laatste uitkering bij ontslag. Het aantal dienstjaren en het loon zijn daarbij het uitgangspunt. Dat verschilt voor de 27 medewerkers en daarom kan Delta-woordvoerder Mirjam van Zuilen niet aangeven om wat voor bedrag het gaat. Gedurende de rechtszaak sprak de advocaat van FNV over een totale financiële post van honderduizenden euro’s. FNV spande de zaak aan namens zestien vakbondsleden bij Biovalue, maar de nu overeengekomen afspraak geldt voor alle 27 krachten.


Haaren vreest boringen schaliegas

Maandag 5 september 2011

Inwoners van het Brabantse Haaren maken zich grote zorgen over een voorgenomen proefboring naar schaliegas net buiten hun dorp. Dat bleek afgelopen zaterdagavond tijdens een openbare discussie georganiseerd door de gemeenteraad.

Verontruste inwoners zijn bang voor grondwaterverontreiniging en ze vrezen dat het landelijke gebied rond Haaren vol komt te staan met boortorens. ‘Schaliegas stinkt’, is de slogan die her en der in het dorp te lezen valt.

Schaliegaswinning omstreden
Schaliegaswinning is een relatief nieuw fenomeen en in Nederland wordt het nog niet gedaan. Het gaat om aardgas dat in zeer dicht en diepgelegen gesteente zit. Het werd lange tijd als onwinbaar beschouwd, maar nieuwe technieken hebben daar verandering in gebracht. In de VS wordt het al volop gewonnen. Daar spreekt men van een schaliegasrevolutie.

Maar schaliegas is omstreden. Om het te winnen, moeten er haarscheurtjes in het gesteente worden gemaakt. Daarvoor wordt onder hoge druk een mengsel van zand, water en chemicaliën in de bodem gespoten. In de VS klagen omwonenden van boorlocaties over vervuild drinkwater.

Haaren
Volgens geologen zit ook in de Nederlandse bodem schaliegas, vooral in Brabant. Het ministerie van Economische Zaken wil weten of dit op een rendabele manier kan worden gewonnen en heeft een aantal vergunningen uitgegeven voor proefboringen, waaronder een boring in Haaren.
Voor de boor de grond in kan, moet de gemeente Haaren daar ook in toestemmen. Maar de gemeenteraad is er nog niet uit. Om de stemming onder de inwoners te peilen, werden zij uitgenodigd voor een publieke discussie.

Proefboring
Zo verzamelden zich zaterdagavond een kleine 150 belangstellenden op het dorpsplein voor het gemeentehuis om zich te buigen over de voors en tegens. Namens de voorstanders sprak Frank de Boer, directeur van gasbedrijf Cuadrilla, dat de proefboring wil uitvoeren. De tegenstanders werden vertegenwoordigd door Willem Jan Atsma, voorzitter van de actiegroep Schaliegasvrij Haaren.
‘Een proefboring is een eerste stap naar daadwerkelijke winning in de regio’, houdt Atsma het publiek voor. ‘Dat betekent een grote hoeveelheid boorputten in onze mooie omgeving. Er gaan dan veel chemicaliën de bodem in en we weten niet wat daarmee gebeurt.’

Onafhankelijk onderzoek
Volgens Atsma kan Cuadrilla niet aantonen dat boringen in Brabant beter zullen verlopen dan bij andere bedrijven, waarmee hij refereert aan misstanden rond boorbedrijven in de VS. ‘Wij willen een verbod op proefboringen tot echt onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond dat schaliegas veilig kan worden gewonnen.’
Directeur De Boer van Cuadrilla begrijpt Atsma’s bezorgdheid, maar hij vindt de angst voor milieuverontreiniging onnodig. Hij gaat in de op de documentaire Gasland, die op een groot scherm op het dorpsplein wordt vertoond. Daarin is te zien hoe een man uit Pennsylvania het water uit zijn keukenkraan in brand steekt. Door schaliegaswinning in de buurt zou er veel methaan in het water zitten.

Kan niets misgaan
‘Zoiets kan bij ons gewoon niet gebeuren’, zegt De Boer. ‘De wet- en regelgeving is bij ons veel strenger dan in de VS. Om onze boorschacht zitten meerdere lagen beton en het ‘fraccen’, het maken van de haarscheurtjes in de schalie, gebeurt ver onder het grondwaterniveau, op 3,5 tot 4 kilometer diepte. Er kan niets misgaan.’

Atsma is niet overtuigd. ‘BP was ook niet van plan om fouten te maken. Er kan wel van alles fout gaan. En Murphy’s law zegt dat als er iets mis kan gaan, het ook misgaat.’

Publiek sceptisch
Ook het toegestroomde publiek is er niet gerust op. Dat blijkt uit de vele vragen die De Boer moet beantwoorden. ‘Hoe zit het met dat vieze bruine water dat in de fik vliegt’, vraagt een mevrouw. ‘Met onze boortechniek is vervuiling van het grondwater uitgesloten’, herhaalt De Boer. ‘Wat is het verschil met boringen zoals de NAM die al doet’, wil een meneer weten. ‘De technieken die wij gebruiken worden al tientallen jaren toegepast, alleen nu doen we dat op grotere diepte’, antwoordt De Boer.

Het publiek blijft sceptisch. Dat blijkt als zij hun mening mogen geven over stellingen van de gemeenteraad. Ben je het oneens met de stelling, dan ga je bij de rode lampen staan. Ben je het eens, dan ga je bij de groene lampen staan, luidt de instructie. Bij de stelling ‘Geen boortorens in ons buitengebied’, stelt vrijwel iedereen zich op bij de groene lampen.


Moet afvalverwerker HVC Typhoon uit het drijfzand trekken?

Zaterdag 3 september 2011

Het ziet ernaar uit afvalverwerker HVC uit Alkmaar voor Typhoon Capital op zoek moet naar de honderden miljoenen die investeerders moeten ophoesten om de bouw van een windpark 55 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog te redden. Kennelijk is het Typhoon Capital niet gelukt om geld bij gemeenten weg te halen, waarna HVC het bij zijn aandeelhouders mag proberen.
Honderden miljoenen, die directeur van Lieshout van HVC bij ongeveer 55 gemeenten en 5 waterschappen, de aandeelhouders van HVC, hoopt te vinden.
Maar is die gedachte reëel? Zijn die aandeelhouders bereid om honderden miljoenen gemeenschapsgeld in een volgens velen bodemloze put te gooien?

Ter herinnering: Op 15 november 2010 zegt managing director Michael van der Heijden van Typhoon in een interview dat de belangstelling bij Nederlandse bedrijven om deel te nemen in twee windparken die BARD gaat bouwen, groot is.
Daarna blijkt uit de tekst van diverse artikelen en persverklaringen dat het Typhoon kennelijk niet lukt om voldoende kapitaal aan te trekken.
De belangstelling lijkt ineens een stuk minder groot dan door Typhoon een jaar geleden bekend werd gemaakt. Bluffen, poker, angst voor het onbekende?

Directeur van Lieshout hoopt dat het omstreden windpark op de Noordzee er nu echt gaat komen.
Dat is nog maar de vraag, want veel deskundigen hebben de stellige overtuiging dat het windpark niet rendabel te exploiteren zal zijn.
Waarom zouden 55 gemeenten en 5 waterschappen geld in dit project stoppen?
Omdat ze allemaal ambitieuze plannen hebben om de klimaatopwarming te bestrijden en hun CO2-uitstoot naar beneden te krijgen?
Prima, maar uit ervaring weten we dat het geen geld mag kosten. Gemeenten delegeren liever dit soort plannen naar het bedrijfsleven, faciliteren waar nodig, maar houden de hand op de knip als het op betalen aankomt. Er zijn wat dat betreft legio voorbeelden van gemeenten die de meest fantastische plannen hebben met windmolens en zonnepanelen, maar het mag geen geld kosten.

Het windpark
Het windpark dat 55 kilometer boven Schiermonnikoog moet worden gebouwd is omstreden. Met name de toekenning van de bijbehorende miljardensubsidie heeft voor veel beroering  gezorgd.

Het ministerie van Economische Zaken gunde vorig jaar mei een subsidie van € 3,5 miljard aan het kleine, relatief onbekende Duitse bedrijf Bard voor de exploitatie van het windpark. De subsidie wordt over een periode van 15 jaar uitgereikt, en start pas als de windturbines hun eerste stroom leveren.

Na de toekenning van de subsidie klaagden milieuorganisaties en adviesbureaus dat het geld naar een Nederlandse partij had moeten gaan, om de nationale windsector te stimuleren. Ook grote energiebedrijven als Eneco en Nuon tekenden bezwaar aan. Het ministerie zou onvoldoende hebben getoetst of BARD kapitaalkrachtig genoeg was om dit grote project te financieren.

De klacht werd beoordeeld door Agentschap NL, een onderdeel van EZ. Dat stelde Eneco en Nuon in het ongelijk. Kort daarna werd duidelijk dat BARD wel degelijk een zwakke financiële positie heeft. Er gingen geruchten dat het bedrijf zou worden overgenomen. Dat hield investeerders, die worden gezocht voor financiering van het park, weg.

Deze week werd bekend dat de Amsterdamse investeringsmaatschappij Typhoon Capital het project nu overneemt. Daarmee komt het project alsnog in Nederlandse handen. Typhoon Capital was eerder al door BARD aangetrokken om financiers voor het project te vinden.

Is het project daarmee gered?
Het was al duidelijk dat ondanks de glimmende prospectus er geen financiers bereid waren om geld in dit project te steken vanwege de wankele financiële positie van BARD.
Waarom zouden financiers er dan nu wel instappen? Omdat er nu een Nederlandse financier eigenaar is geworden van het windpark?
Een vreemde rol speelde het Agentschap NL, dat geen financiële risico’s bij BARD aantrof. Een mens vraagt zich af wat Agentschap NL onderzocht heeft, want de Duitse pers stond voordat Agentschap NL onderzoek deed vol met verhalen over de financiële positie van BARD en werd duidelijk dat de Aziatische eigenaar er eigenlijk vanaf wilde en druk bezig was onderdelen te verkopen.
Deze eigenaar ziet kennelijk ook geen heil meer in BARD.

Het is breed bekend dat de eigenaren van Typhoon bij mogelijke investeerders zacht gezegd nogal gevoelig liggen. Als voormalige directieleden van het failliete Econcern zijn er twijfels, hoewel ze niet rechtstreeks verantwoordelijk waren voor het faillissement van Econcern.
Wat ook tegen hen pleit is het feit dat de curator van Econcern hen buiten de biedingenstrijd hield bij het verkopen van failliete onderdelen van Econcern. Een curator doet dat niet voor de lol, daar moet hij zwaarwichtige redenen voor hebben.
Goed, de 55 gemeenten en 5 waterschappen die aandeelhouder van HVC zijn, moeten de zaak dus redden. Ze hebben allemaal ambitieuze plannen om de klimaatopwarming te bestrijden en hun CO2-uitstoot naar beneden te krijgen, maar binnen hun eigen grenzen hebben de meeste gemeenten niet genoeg mogelijkheden die ambities waar te maken.

Directeur van Lieshout van HVC is dus voor het karretje van Typhoon gespannen en gaat gemeenten en provincies benaderen of ze bereid zijn geld in dit project te willen steken.
Vreemd, want als het zo’n interessante belegging zou zijn zou je verwachten dat gemeenten en provincies in de rij zouden staan.
En daar wordt de zoveelste denkfout door HVC en Typhoon gemaakt. Ze  hopen dat het windpark  een 100 procent publiek project wordt. Ze zouden dan met z’n allen kunnen besluiten het rendement van het windpark in nog meer duurzame energie in Nederland te steken. Kom op zeg.

Over het algemeen wil een investeerder rendement op z’n geïnvesteerde vermogen zien en het liefst zo hoog mogelijk. Hij wil cash op zijn investering. Zijn mede-aandeelhouders willen geld zien en zijn niet geïnteresseerd om de opbrengst van hun investering in andere windmolens te steken, hoe ambitieus hun plannen ook zijn om de klimaatopwarming te bestrijden, maar als het ze heel veel geld kost liggen de ambities ineens een stuk lager.
Het huisvuil op laten halen door HVC die het zogenaamd duurzaam verbrandt en duurzame elektriciteit mee opwekt kan nog wel, maar als er om honderden miljoenen gevraagd wordt zijn gemeenten niet thuis. Het valt ook niet uit te leggen aan de inwoners van die gemeenten. In deze tijden van bezuinigingen moet je geen risicovolle avonturen aangaan.

Nu zijn er veel deskundigen die hun twijfels hebben en openlijk  zeggen dat dit windpark niet rendabel te exploiteren is. Om die reden is te verwachten dat er nauwelijks investeerders te vinden zullen zijn die geld in dit project willen stoppen. Investeerders gaan tegenwoordig niet alleen meer op de gelikte prospectus af. Ze verkennen een brede markt of hun geld genoeg rendement oplevert en die vinden ze niet als aandeelhouder van een windpark.
Uit recente onderzoeken is gebleken dat er tot nu toe niet één windpark is geweest dat aan de verwachtingen die ons steeds voorgespiegeld werden heeft voldaan. Ze leveren bij lange na niet de verwachte hoeveelheid elektriciteit omdat er veel windstille periodes zijn en veel problemen met de generatoren.

De provincies dan?
HVC gaat ook bij provincies aankloppen.
In het kader van de grote bezuinigingsronde die door de centrale overheid aan de provincies zijn opgelegd valt niet te verwachten dat er veel bij de provincies gehaald kan worden.
Sommige provincies zijn echter wel kapitaalkrachtig, zoals de provincie Gelderland, waarschijnlijk de rijkste provincie van ons land.
Gelderland heeft de aandelen van NUON indertijd voor ruim € 4,4 miljard verkocht.
Van die € 4,4 miljard is € 2,75 miljard belegd in obligaties. Daarvan zit € 1 miljard in staatsobligaties en € 1,75 miljard in obligaties van banken. Welke banken dat zijn is bij Statenleden niet bekend.
Het staat in ieder geval vast dat de provincie Gelderland de risico’s spreidt. Het geld is niet belegd in risicovolle landen, ondernemingen of risicovolle projecten zoals windmolenparken op de Noordzee.
Per jaar ontvangt Gelderland bijna € 150 miljoen aan rente op de beleggingen.
Op 5 oktober 2011 is bekend geworden dat de provincie Gelderland wel obligaties bij de Belgische Dexia Bank heeft ter waarde van € 102 miljoen. Wat dit voor gevolgen heeft is nog niet bekend.

Optimisme
Volgens de directeur van HVC is de aandelenverkoop een stap voorwaarts. Voor potentiële investeerders is volgens hem de onzekerheid rond BARD nu opgeheven.
Er wordt nu dus toegegeven dat er onzekerheid onder investeerders was, terwijl dat in mei jl. nog werd ontkend.
De ondoorzichte investeringsvehikels die Typhoon Capital dit voorjaar introduceerde waren ongetwijfeld mede debet aan het feit dat de investeerders een blok omliepen.
Het Duitse bedrijf levert in principe nog wel de turbines voor het windpark dat een vermogen krijgt van 600 megawatt, genoeg om 700.000 huishoudens van stroom te voorzien.
En vervolgens, om eventuele twijfelaars over de streep te trekken: Maar als investeerders bezwaar hebben tegen turbines van Bard, kan dat worden aangepast.

Het is bekend dat het Zuid-Koreaanse bedrijf Korwind, dat een minderheidsbelang heeft in Typhoon Offshore, graag expertise wil opdoen in het bouwen van windparken. Korwind is een consortium van grote, kapitaalkrachtige Zuid-Koreaanse conglomeraten, waaronder Daewoo en Hyundai. Er kunnen dus Aziatische windmolens boven Schiermonnikoog komen.

Nederlandse duurzame sector creëert subsidieverslaafden

We zien ook bij een bedrijf als Typhoon dat men volledig afhankelijk is geworden van subsidie, miljarden gemeenschapsgeld. Het lijkt wel of het management niet meer in staat is op een normale manier zaken te doen en uit alle macht, als een soort laatste redmiddel, geld bij investeerders probeert weg te halen.

Inmiddels is uit informatie die de redactie van Fibronot.nl begin november 2011 in handen heeft gekregen, gebleken dat Typhoon Capital enkele grote Nederlandse bedrijven heeft benaderd of ze bereid zijn in de windparken te investeren.
Gemeenten hebben geen geld omdat ze bij elkaar meer dan één miljard moeten bezuinigen, het geld is er niet.
Als grote bedrijven het laatste redmiddel zijn dan ziet er niet hoopvol uit, ondanks het feit dat bierbrouwer Heineken gaat participeren in een windpark in de Noordoostpolder. Ook dat is een gok, want het geld voor de bouw van het windpark is bij lange na nog niet binnen en er lopen nog de nodige procedures tegen de komst van het windpark.

Al met al denken we dat dit windpark er niet gaat komen omdat er niet voldoende financiers te vinden zijn en dat de € 3,5 miljard subsidie uiteindelijk in de staatskas blijft waar het ongetwijfeld een bijdrage aan de bezuinigingen bij de overheid gaat leveren.


Raad van State: bouw afvaloven REC in Harlingen opnieuw toetsen

Vrijdag 2 september 2011

De provincie Friesland heeft volgens de Raad van State verzuimd om de effecten van de Reststoffen Energiecentrale (REC) te toetsen aan de Natuurbeschermingswet.

De Waddenvereniging had beroep aangetekend tegen het besluit van de provincie dat zo’n vergunning niet nodig was. Volgens GroenLinks bewijst de uitspraak van het rechtscollege dat de zorgen van burgers over de gevolgen van de REC terecht waren. „Keer op keer verzekerde het college van Gedeputeerde Staten ons dat de vergunningen zeer zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Hoe kan dit dan? Het wordt tijd voor een parlementaire enquête.” De partij vroeg donderdag 1 september 2011 een interpellatiedebat aan.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

De hele gang van zaken rondom deze Reststoffen Energie Centrale in Harlingen, ook wel bekend onder de naam OMRIN, begint onderhand op een politieke klucht te lijken.
De dames en heren politici in de Friese Staten hebben kennelijk lak aan de mening van de bevolking en doen hun eigen zin. De politici zijn keer op keer in het ongelijk gesteld met als resultaat dat nu de Raad van State een eindoordeel heeft uitgesproken dat vernietigend is voor deze politici.
Er wordt niet alleen met de belangen van de inwoners in en rond Harlingen gesold, er worden over de ruggen van de inwoners van Harlingen partijpolitieke spelletjes in de Staten gespeeld waar de honden geen brood van lusten.

Lees in dit verband het artikel van 18 mei 2011 op deze website, De gifbelt die Harlingen heeten Veel mis met verbrandingsoven Harlingen.


Leerlingen Dantumadeel pleiten voor lokale opwekking van biogas

Vrijdag 2 september 2011

In opdracht van de gemeente Dongeradeel hebben leerlingen van het Dockinga College in Dokkum nagedacht over het toekomstperspectief van biogas in de regio.

Op 25 augustus presenteerden leerlingen Roos Ykema en Anneke Hilverda de uitkomsten van het onderzoek voor wat betreft Dantumadiel, aan wethouder Roelof Bos.

Algemene conclusie is dat veel mensen niet weten wat biogas is. Anderzijds zijn veel mensen wel enthousiast en bereid over te stappen, als eenmaal is uitgelegd wat het is. Door flink in te zetten op communicatie en promotie van biogas kan een enorme slag worden geslagen. Een zogenaamde `Greenday’ in de regio is volgens de leerlingen hiervoor een uitstekend instrument. Op een dergelijke dag kunnen inwoners van de regio kennismaken met alle facetten van biogas, bijvoorbeeld via een informatiemarkt en een bezoek aan een veehouderijbedrijf met een biogasinstallatie.

Voor wat betreft Dantumadiel constateren de leerlingen dat er binnen de gemeente nog geen veehouderijbedrijven zijn die biogas opwekken. De investeringen in een biogasinstallatie in relatie tot de bedrijfsgrootte zijn daarvoor in veel gevallen te hoog. De leerlingen adviseren dan ook om een centrale biogasinstallatie te bouwen waarin de boeren hun mest kunnen laten verwerken. Daarnaast adviseren de leerlingen te kijken naar het opwekken van biogas uit huishoudelijk afval.

De gemeenteraad van Dantumadiel heeft in het raadsprogramma “duurzame gemeente” aangegeven dat de gemeente duurzaam gedrag wil bevorderen. Energiebesparing en zoeken naar alternatieve duurzame vormen van energieopwekking is hier een belangrijk onderdeel van. Wethouder Bos reageerde dan ook enthousiast op de adviezen van de leerlingen. Hij zegde toe dat hij aan de slag gaat met de aanbevelingen uit het onderzoek, én dat hij deze betrekt bij het overleg over duurzaamheid met de omliggende gemeenten.


Shell krijgt schaliegas-contract Oekraïne

Donderdag 1 september 2011

Shell heeft met de Oekraïense autoriteiten een contract gesloten voor de exploratie van schaliegas. Dat maakte de Oekraïense staatsgasmaatschappij donderdag bekend. De totale waarde van de investeringen kan oplopen tot $ 800 miljoen (ongeveer € 555 miljoen).

Topman Peter Voser van Shell liet weten dat het bedrijf circa $ 200 miljoen gaat uitgeven voor onderzoek en nog eens $ 600 miljoen voor de exploratie.

Schaliegas wordt gewonnen uit kleisteenlagen. Het is over het algemeen moeilijk toegankelijk. Shell boort al naar schaliegas in onder meer China en de VS.

Rusland

Voor Oekraïne gaat het om het eerste contract voor de winning van het gas dat het land uitgeeft. Oekraïne wil de gasproductie opvoeren om minder afhankelijk te worden van de import uit Rusland.

De twee landen kunnen het al jaren niet definitief eens worden over de prijs die Oekraïne voor het Russische gas moet betalen. De ruzies leidden de afgelopen jaren onder meer tot een incidentele afsluiting van de gaskraan richting de Europese Unie.


Typhoon op de Noordzee?

Woensdag 31 augustus 2011

De frequente lezers van deze website zullen gemerkt hebben dat de redactie van Fibronot.nl  het bedrijf Typhoon Capital en Typhoon Offshore met argusogen volgt.

Op 15 juni schreef de redactie een artikel getiteld Heeft Typhoon de wind tegen?
In het artikel worden bedenkingen geuit over de manier waarop Typhoon geld bij elkaar probeert te sprokkelen om de bouw van een windmolenpark op de Noordzee door BARD te kunnen financieren.

De acties van Typhoon beginnen onderhand megalomane proporties aan te nemen zoals die ten tijde van Econcern vrijwel dagelijks in de pers verschenen. De toenmalige CEO van Econcern, Ad van Wijk was ook zo’n hoogvlieger die de hele wereld groen wilde schilderen. Geld speelde geen rol voor alle plannen die geopenbaard werden. En juist bij het geld liep het spaak.

Dat Typhoon ondertussen dezelfde megalomane trekjes als Econcern krijgt is niet verwonderlijk, immers vrijwel de voltallige directie van Typhoon is van Econcern afkomstig.

Toen in juni bekend werd dat de financiële positie van BARD vragen opriep stond eigenlijk al vast dat er geen financiers gevonden zouden worden.
Typhoon had opdracht om een bedrag van € 2 mrd tot € 2,5 mrd aan te trekken, zodat de bouwplannen van Bard realiteit konden worden. Daar was enige haast bij geboden, want Bard hoopte er op om in 2012 aan de slag te kunnen gaan met het park. Het was de bedoeling dat de turbines op zee vanaf 2015 stroom gaan leveren. Het lijkt erop dat andere energiebedrijven konden instappen als aandeelhouder van de Bard-parken. De helft van het kapitaal moest komen van beleggingsfondsen, verzekeraars en pensioenfondsen en mogelijk grote (nuts) bedrijven. Ook dachten de initiatiefnemers dat er misschien gemeenten zouden zijn die misschien slapende gelden die ze met de verkoop van aandelen van NUON hebben verdiend, konden inzetten.

Kennelijk liep het allemaal niet zo soepel als verwacht. Gemeenten houden de hand op de knip waar de NUON miljarden inzitten. Investeerders kijken de kat uit de boom en ook banken zijn huiverig om in het huidige klimaat rondom de Euro en Griekenland honderden miljoenen te investeren waar het enkele ex medewerkers van Econcern betreft, ook al hebben ze niet direct schuld aan het faillissement van Econcern.
Gisteren werd bekend dat Typhoon Capital voor naar schatting bijna € 400 miljoen de belangen van BARD heeft gekocht in een ultieme poging de lastige zoektocht naar investeerders die bereid zijn miljarden te investeren, vlot te trekken.

Typhoon Capital hoopt met de aankoop dat het nu gemakkelijker wordt om financiers aan te trekken.
Investeerders keken namelijk voorheen de kat uit de boom, want de geruchten dat BARD in financieel zwaar weer zat, bleven aanhouden. De Aziatische eigenaar van BARD die druk bezig was om onderdelen van BARD te verkopen zal nu opgelucht ademhalen nu hij weer een veel geld kostend onderdeel kwijt is.

De vraag is, zal het voor Typhoon nu gemakkelijker worden om financiers te vinden?
De redactie van Fibronot.nl denkt van niet.
Er kleeft nog teveel oud Econcern zeer aan alles wat Typhoon doet.

De vraag is nu wie de aandelen in het park wil kopen. Buiten het Alkmaarse nutsbedrijf HVC, dat voor € 75 miljoen een belang van 15% in het park neemt, zijn er nog geen aandeelhouders gestrikt. De bouwkosten van het park zijn geraamd op € 2 miljard tot € 2,5 miljard, waarvan het gros geleend moet worden.
Bij Nederlandse energiebedrijven bestaat geen animo bestaat om in te stappen. Er zijn twijfels over een rendabele exploitatie van het park.
Nuon heeft zelfs een reden om te hopen dat Typhoon het geld niet bijeen krijgt. Het energiebedrijf heeft zijn eigen plannen op een groot windpark uit de kust bij Katwijk nog niet opgegeven. Als Typhoon faalt, kan Nuon wellicht alsnog aanspraak maken op de subsidie. Ook de grote pensioenbeleggers APG en PGGM zien geen brood in het windpark.

Gisteren gaf de managing directeur van Typhoon Capital een interview waarin hij zijn droom verkondigde, namelijk dat de Noordzee een groene energiecentrale moet worden.

Stoere borrelpraat als “Een vergunning is alleen nog maar een stapel papier,” helpt daarbij zeker niet, daar komt de directeur van Typhoon Capital nog wel achter.
Denkt deze meneer soms dat hij Poseidon is?

Juist op de Noordzee, net ten noorden van een stuk werelderfgoed, de Waddenzee, zal blijken dat een vergunning niet slechts een stuk papier is. Hooguit een stuk papier dat wegwaait in de wind….
Het zijn dezelfde ideeën die Ad van Wijk van Econcern continu lanceerde.
Ideeën die gedoemd zijn te mislukken, want er is gewoon geen geld voor.

Kennelijk is het management van Typhoon er nog niet van doordrongen dat de wereld in een financiële crisis verkeert waarin het vinden van enkele miljoenen voor de bouw van windmolens al een hele klus is, laat staan enkele miljarden.
Banken hebben al geen vertrouwen in elkaar, laat staan dat banken een club willen financieren die een paar miljard wil hebben, waar totaal geen zekerheden tegenover staan.

De redactie van Fibronot.nl heeft in twee gevallen haarfijn aangevoeld waar het bij een bedrijf verkeerd zou gaan en heeft ook minstens zes maanden voor daadwerkelijk het faillissement van die bedrijven werd uitgesproken, op deze website  vermeld dat alle ingrediënten aanwezig waren voor een spoedig faillissement.
Die bedrijven waren Econcern en BioShape.
Aan dit rijtje voegen we Typhoon toe.
De tot de rand gevulde subsidiepotten lonken welliswaar, maar de subsidie wordt pas uitbetaald als de windparken ook daadwerkelijk stroom leveren.
Dat betekent dat Typhoon naar schatting € 4 miljard aan financiering moet vinden.
Een onmogelijke zaak, denkt de redactie.
Lees hier waarom de redactie van Fibronot.nl denkt dat Typhoon de wind tegen heeft.


Noordzee moet een groene energiecentrale worden

Woensdag 31 augustus 2011

De Noordzee moet een groene energiecentrale worden. De ligging van het gebied is ideaal, tussen landen die allemaal behoefte hebben aan energie en ook een duurzame energiedoelstelling hebben.

Deze wens spreekt Michael van der Heijden, managing director bij investeringsmaatschappij Typhoon Capital, uit.

Volgens Van der Heijden heeft dit gebied de mogelijkheid om een energiecentrale te worden.“Daar ligt de toekomst”, aldus Van der Heijden.

“De Noordzee heeft een paar voordelen. Het is niet erg diep en er is geen ruimtegebrek.” Verder waait het er bijna altijd en hebben mensen er geen last van windmolens daar. “Niemand die het daar ziet, niemand die daar wil zijn, volgens de managing director.

Specialisering

Typhoon offshore, dochter van Typhoon Capital, gevestigd in Amsterdam, specialiseert zich in het realiseren van offshore windmolenparken in de Noordzee. De investeringsmaatschappij regelt hierbij voornamelijk de financiële kant van een project.
“Een vergunning is alleen nog maar een stapel papier.” Typhoon brengt het project verder. Ook zoekt het concern naar kopers voor het project.

Fors belang

Gisteren werd bekend dat Typhoon offshore het belang in een nog te bouwen windmolenpark ten noordoosten van Schiermonnikoog uitbreidt. Het koopt het aandeel van de Duitse onderneming Bard “tegen marktconforme prijs”. Typhoon gaat dit project nu begeleiden tot de bouw in augustus 2012. Hiervoor heeft het aannemer Van Oord voor ingehuurd. Bij het project heeft het bedrijf al een koper. Het Alkmaarse nutsbedrijf HVC heeft een belang genomen van 15 procent.

Kosten

De totale kosten van het project zijn 2,5 miljard euro. De overheid heeft hier wel een productiesubsidie van 4,4 miljard euro voor beschikbaar gesteld, maar deze faciliteit is pas beschikbaar als het project al draaiende is.

Tot die tijd moet Typhoon de financiering regelen voor het project. Het windmolenpark, naar verwachting de grootste in Nederland, moet eind 2013 voor het eerst energie gaan leveren.


Windpark Noordzee in Nederlandse handen

Woensdag 31 augustus 2011

Een groot nog te bouwen windmolenpark in de Noordzee is volledig in Nederlandse handen gekomen.

Investeringsmaatschappij Typhoon Offshore en het energienutsbedrijf voor gemeenten en waterschappen HVC uit Alkmaar hebben het belang van de Duitse BARD-groep in het park overgenomen.

BARD had tot voor kort een belang van 70 procent in het park, de overige aandelen waren al in handen van Typhoon en HVC. In de nieuwe situatie is Typhoon met een belang van 85 procent de grootste aandeelhouder.

Het Duitse concern blijft nog wel bij het park, 55 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog, betrokken. Het bedrijf levert de turbines. De bouw van het windmolenpark begint naar verwachting in augustus 2012.

Het park moet 600 megawatt aan windenergie gaan realiseren, wat goed is voor de stroomvoorziening aan 700.000 huishoudens.


NEMA Kenia schorst twee directeuren

Dinsdag 30 augustus 2011

Twee directeuren van de National Environmental Management Authority in Kenia, de NEMA, zijn met onmiddellijke ingang op verplicht verlof gestuurd in afwachting van een strafrechterlijk onderzoek naar corruptie.
Beide directieleden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie en het ontvangen van steekpenningen door de Kenya Jatropha Energy Ltd.
De NEMA is de regeringsinstantie die de door een bedrijf gemaakte Milieu Effect Raportage (MER) beoordeeld en goed- of afkeurt.

Volgens bronnen die dicht bij het vuur zitten heeft één van de directeuren een biodieselproject in het District Kwale op persoonlijke titel goedgekeurd, terwijl de NEMA daar juist een stokje voor had gestoten. De andere directeur heeft ten onrechte diverse bankrekeningen op naam van de NEMA geopend waar door derden geld werd opgestort dat spoorloos verdween.

Het biodieselproject in Kwale heeft betrekking op het jatropha project van Kenya Jatropha Energy Ltd, ter grootte van 50.000 ha.
De NEMA keurde de MER van het bedrijf af omdat dit de vernietiging van de Dakatcha Woodlands zou betekenen.
In een poging om het project te redden verlaagde Kenya Jatropha Energy Ltd. vorig jaar de aanvraag van 50.000 ha naar 10.000 ha en verzocht de NEMA deze 10.000 ha als een pilotproject te zien, waarbij KJE Ltd. beloofde om een nieuwe MER te maken.

Lokale- en internationale milieu- en maatschappelijke organisaties waren fel gekant tegen dit project omdat het de belangrijkste waterwingebieden en vogelreservaten van Kenia zou verwoesten. De organisaties hadden ook kritiek op politici en ambtenaren van het plaatsje Malindi omdat ze grote stukken land aan een investeerder hadden beloofd zonder eerst overleg met de inwoners te plegen.
Volgens de wet moeten de lokale autoriteiten de verschillende milieugerichte activiteiten coördineren, en de integratie van milieuoverwegingen bevorderen in de beleidsontwikkeling van plannen zoals de KJE Ltd. had. Dit is bedoeld om een goed beheer en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen te garanderen. De lokale autoriteiten hadden lak aan deze regels.

De hele zaak trok vorig jaar in Kenia veel media-aandacht. Zoveel zelfs dat persoonlijke bemoeienis van de President van Kenia er voor gezorgd heeft dat er een diepgaand onderzoek naar de hele gang van zaken werd ingesteld.

Volgens natuurbeschermers is de huidige gang van zaken rondom de NEMA vrijwel zeker de nekslag voor het Dakatscha project. Eén van de personeelsleden van een organisatie van natuurbeschermers die in Dakatcha woont zegt dat het vrijwel vast staat dat het hele project door de Italianen wordt afgeblazen.

Fibronot.nl besteedde vorig jaar augustus uitgebreid aandacht aan deze onverkwikkelijke zaak in Kenia.

Het is te hopen dat de autoriteiten in Tanzania net zo voortvarend te werk zullen gaan als hun collega’s in Kenia.
De instantie die in Tanzania de MER moet beoordelen, de National Environmental Management Council, NEMC, heeft namelijk de MER van BioShape Tanzania Ltd. wel goedgekeurd, terwijl daar aantoonbaar fraude mee is gepleegd.
Een onderzoek naar het betalen van smeergeld zou in Tanzania ook op grote belangstelling kunnen rekenen.


HVC neemt belang in Topell Nederland

Dinsdag 30 augustus 2011

Energie- en afvalnutsbedrijf HVC heeft een minderheidsbelang van 25 procent genomen in Topell Nederland BV, producent van de hoogwaardige en CO2-neutrale brandstof Biocoal. Dit maakten beide partijen bekend.

De overeenkomst is een eerste aanzet tot een nauwe samenwerking tussen HVC en Topell Nederland. HVC hoopt veel te kunnen leren van de manier waarop Topell de brandstof Biocoal ontwikkelt en inzet. Het doel van beide partijen is gezamenlijk onderzoek te doen naar een optimaal gebruik van organisch materiaal (biomassa) voor warmte- en elektriciteitsproductie.

Biocoal wordt gemaakt van houtachtig restafval zoals boomsnippers en houtschors. Eén kilo van deze brandstof bevat vijf kWh thermische energie, wat de brandstof een hoogwaardige, duurzame brandstof maakt, en zeer geschikt om als kolenvervanger te worden ingezet bij de productie van grootschalige warmte- en elektriciteitsproductie. Het productieproces staat bekend als torrefactie. Torrefactie geldt wereldwijd als een van de meest interessante technologieën om diverse, laagwaardige biomassastromen om te zetten in hoogwaardige, duurzame brandstoffen.


Uitstel proefboringen naar schaliegas in Boxtel

Vrijdag 26 augustus 2011

Als er al in Boxtel naar schaliegas geboord mag worden, dan gebeurt dit op zijn vroegst in februari. De boor die het Engelse bedrijf Cuadrilla hierbij wil gebruiken, kan niet eerder naar Nederland komen.

Boringen met dit apparaat in het noorden van Engeland duren langer dan verwacht door onverwacht harde gesteenten.

Pas boren als er geen risico’s meer zijn
In juni bepaalde minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie dat er in ons land pas mag worden geboord, wanneer alle risico’s van deze activiteiten zijn weggenomen.

“Ik kan u verzekeren”, zo schreef Verhagen toen aan de Tweede Kamer, “dat indien blijkt dat er sprake is van onacceptabele risico’s, er geen boringen naar schaliegas zullen plaatsvinden.” Hij wil het licht pas op groen zetten wanneer de veiligheid is verzekerd en ‘afdoende rekening is gehouden met de onderzoeksresultaten van de aardbevingen in het Verenigd Koninkrijk.’

Risico-onderzoek loopt nog
Een woordvoerder van Cudarilla verwacht dat vóór het eind van dit jaar het onderzoek naar de risico’s is afgerond. Het bedrijf wilde rond deze tijd in Boxtel beginnen met voorbereidende werkzaamheden. Ook die zijn uitgesteld.


Asia Pulp en Papier in opspraak

Donderdag 25 augustus 2011

Sinds enkele maanden wordt de TV kijker overspoeld met een commercial van de Asian Pulp and Paper Company. Dit is de grootste producent van papierpulp en papier in Indonesië. Maar waarom moeten we bijna elke avond naar een commercial kijken en horen van de directeur hoe duurzaam zijn bedrijf bezig is?
Wat is hier aan de hand?

Allereerst, de kijker wordt door Asian pulp and Paper Company bedonderd waar hij bij zit.
Volgens de directeur duurzaamheid, Aida Greenbury is haar bedrijf duurzaam en CO2 besparend bezig.

Met al dat bomen planten schep je immers een geweldige opslagcapaciteit voor CO2. APP helpt met al zijn boomplantages dus mee aan het beheersen van het klimaatprobleem.
Dat ze eerst het oerwoud zelf hebben gesloopt en daarmee in andere delen van Sumatra en op Borneo nog steeds bezig zijn, laat mevrouw Greenbury maar even buiten beschouwing.
Ze vergeet erbij te zeggen, omdat het in het kader van haar filmpje niet uitkomt, dat 1 hectare regenwoud 8000 ton koolstof (CO2) vasthoudt en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton vasthoudt. Hoezo CO2 besparend?

Met het vertellen van klinklare leugens heeft deze sector niet de minste moeite, maar dat hadden we ook bij sommige andere bedrijven die op deze website genoemd worden al gemerkt.

Het probleem is dat het bedrijf nogal plotseling in de vuurlinie van enkele Nederlandse en internationale milieu- en natuurorganisaties is komen te liggen.
De Asian Pulp and Paper Company wordt er namelijk van beschuldigd dat het op zeer grote schaal tropisch oerwoud op Sumatra aan het kappen is voor de productie van pulp waar papier van wordt gemaakt. Daarvoor in de plaats komen dan palmbomen die moeten zorgen voor de palmolie die moederbedrijf Sinar Mas wereldwijd afzet.
De Asian Pulp and Paper Company staat sinds de beschuldigingen op de achterste benen.
De Asian Pulp and Paper Company (APP) is een dochtermaatschappij van het Indonesische conglomeraat Sinar Mas, dat voornamelijk in palmolie handelt.
Sinar Mas levert palmolie van immens grote palmboom plantages aan bedrijven als Wallmart in de VS en andere grote bedrijven die hamburgers verkopen. Maar het bedrijf Burger King is gestopt met het kopen van palmolie bij Sinar Mas omdat het dochterbedrijf APP illegaal tropisch oerwoud kapt. Deze illegale kap druist volledig in tegen de toezegging van de Indonesische regering tot aanzienlijkle verlaging van broeikasgassen in Indonesië.
Indonesië staat nu op de derde plaats, na China en de VS, als land dat het meeste CO2 uitstoot en dat terwijl Indonesië voor meer dan 9/10de uit tropisch oerwoud bestaat.

De toename van CO2 uitstoot wordt volledig toegeschreven aan de kap van tropische oerwouden op Sumatra en Borneo door bedrijven als Asia Pulp and Paper Company.
Diverse internationale milieu- en natuurorganisaties als Greenpeace, het Wereld Natuur Fonds en Eyes of the Forest hebben er vorig jaar bij de Indonesische regering op aangedrongen te stoppen met de kap van tropische regenwouden door bedrijven als APP.
De President van Indonesië had voor de verzoeken een gewillig oor en hij besloot dan ook om met ingang van januari 2011 voor een periode van 6 maanden geen nieuwe vergunningen voor concessies meer af te geven.
Wat schetst ieders verbazing toen de minister van Landouw in Indonesië in de periode van het moratorium toch de benodigde vergunningen aan APP gaf om tropische oerwouden te kappen voor de productie van houtpulp.

Zoals we in deze biomassasector gewend zijn worden alle beschuldigingen natuurlijk glashard ontkend.

Tijd dus voor een media-offensief om de Nederlandse kijkers te laten zien hoe goed APP bezig is in Indonesië en dat mag wat centen kosten.
Dus worden dure reclameblokken rondom prime time gekocht om de kijkers te vertellen hoe lief APP is.

In een vooral groen gekleurde commercial wordt verteld wat de Asian Pulp and Paper Company doet. Hoe goed ze bezig zijn voor de plaatselijke bevolking en hoe goed het is voor de Indonesische economie. Onder het genot van een mooi uitzicht op tropische bossen wordt de kijker in de waan gebracht dat dit bedrijf goed bezig is. Er worden plantages met nieuwe aanplant van palmbomen getoond, maar wat men niet laat zien is dat op de plantages eerst een tropisch oerwoud stond.

Door APP gekapt tropisch oerwoud
In sneltreinvaart legt de Asian Pulp and Paper Company tropische oerwouden plat.
Het gaat daarbij om honderd duizenden hectare tropisch oerwoud

Wat in het filmpje ook niet verteld wordt is dat het bedrijf van de Indonesische regering geen toestemming heeft gekregen om eeuwenoud tropisch oerwoud te kappen.

Kortom, de Asian Pulp and Paper Company heeft terecht kritiek gekregen.
Het bedrijf pleegt roofbouw op de natuurlijke rijkdommen van Indonesië, is niet milieuvriendelijk bezig en gaat kennelijk alleen voor het grote geld. Bovendien is het papier dat het bedrijf maakt niet in Nederland verkrijgbaar, dus waarom zou je er reclame voor maken?

Bij het kopen van papier dus letten op het FSC keurmerk dat er op staat. Dan weet u in ieder geval zeker dat het papier niet van de Asian Pulp and Paper Company afkomstig is.

De commercials zijn niets anders dan volksverlakkerij en alleen als PR bedoeld.

Zie verder http://www.fibronot.nl/nieuwsartikel267-2011.php voor de overige foto’s


Raad van State haalt streep door kolencentrale Eemshaven

Woensdag 24 augustus 2011

De RWE/Essent-kolencentrale die gepland stond in de Eemshaven komt er niet. Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald. Volgens het rechtscollege is onvoldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen voor onder meer de Waddenzee en de Waddeneilanden. Wat de uitspraak precies betekent voor de bouw van de centrale, is nog onduidelijk. Er wordt al 3 jaar aan gebouwd. De centrale moet de grootste van Nederland worden en kost 2,6 miljard euro.

Vergunningen

Het gaat om vergunningen die de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies Friesland en Groningen in 2008 in het kader van de Natuurbeschermingswet hebben verleend.

Volgens de Raad van State hadden zij onderzoek moeten doen naar de gevolgen die de centrale samen met de uitbreiding en verdieping van de Eemshaven heeft voor de beschermde natuurgebieden. Ook is onvoldoende onderzocht wat de gevolgen zullen zijn van de uitstoot van stikstof voor een aantal Duitse Waddeneilanden.

Bouw niet stilgelegd

Volgens een woordvoerster van de Raad van State betekent de uitspraak niet dat de bouw moet worden stilgelegd. “Het gaat om vergunningen die de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies Friesland en Groningen in 2008 in het kader van de Natuurbeschermingswet hebben verleend. Het is aan die instanties om een oordeel te vellen of er wel of niet verder gebouwd zal worden.”

Vaargeul

De Raad van State heeft niet alleen de vergunning voor de centrale afgewezen, hij heeft ook een streep gehaald door het zogenoemde tracébesluit voor de verruiming van de vaargeul naar de Eemshaven. Die is nodig om de grote bulkschepen met steenkool vanaf de Noordzee toegang te geven tot de haven en de centrale van RWE/Essent.

Volgens de bestuursrechter biedt het besluit onvoldoende waarborgen voor een veilige ontwikkeling van het scheepvaartverkeer.

Download of bekijk hier de uitspraak van de Raad van State


Windenergie groeit nog trager dan gedacht

Woensdag 24 augustus 2011

8 MW. Zoveel windvermogen is er in het jaar 2010 netto in Nederland bijgekomen. Dit meldde het Compendium voor de Leefomgeving vrijdag op basis van gegevens van het statistisch bureau CBS. Datzelfde CBS maakte eerder dit jaar nog gewag van een ook al niet bijster grote 30 MW. Reden voor het verschil: de gegevens komen nu van certificeringsinstantie Certiq, terwijl die eerder dit jaar afkomstig waren van Windenergienieuws.

In februari kwam het CBS naar buiten met cijfers over de toename van het opgesteld windvermogen in 2010. Dat viel tegen. 30 MW aan extra vermogen was er in een jaar bijgekomen. Om een indicatie te geven: de extra windmolens waren niet in staat de slappe wind in 2010 te compenseren, met als gevolg dat er in totaal in 2010 13% minder windenergie geproduceerd werd.

Maar nu komt het CBS naar buiten met nog slechtere cijfers. Woordvoerder Astrid Glas: “Eerder op de website hebben we het inderdaad gehad over een toename van 30 MW. Dat was het voorlopige cijfer in afgelopen februari en gebaseerd op gegevens van Windenergienieuws. Zelf hadden we toen nog geen cijfers beschikbaar over de verandering in vermogen.”

Die zijn er nu wel. “Deze zijn gebaseerd op een eigen databron: de registratie van windmolens van Certiq. Het verschil tussen de 30 MW uit februari en 8 MW nu lijkt heel groot, maar in verhouding tot het totale vermogen en de toename van het vermogen in eerdere jaren is de hoofdboodschap hetzelfde: er is heel weinig windvermogen bijgekomen in 2010.”

Het CBS denkt dat Windenergienieuws en Certiq op een andere wijze meten. “Het verschil tussen de cijfers van Windenergienieuws en CBS is vermoedelijk te verklaren door het moment van in- of uit gebruik name van windmolens. Niet door het missen of dubbeltellen van windparken.”

Annelies Bakker van Windenergienieuws vertelt Energeia dat zij twee keer per jaar gegevens krijgt van windmolenfabrikanten. Uit die gegevens blijkt hoeveel MW er elk half jaar is bijgebouwd, maar ook welke turbines er worden afgebroken of vervangen. “Dat hou ik allemaal goed bij. Maar hoe CBS precies omgaat met de gegevens, dat weet ik niet.”

Certiq heeft de opgestelde vermogens per provincie opgesplitst. Daaruit blijkt dat in Flevoland in een jaar tijd 13 MW aan opgesteld vermogen is verdwenen. In Zuid-Holland is er 2 MW afgegaan. Noord-Holland zag een relatief grote toename van 19 MW. Ook in Friesland kwam er wat (3MW) bij. Wie deze getallen combineert, komt op een toename van 7 MW en niet op 8 MW, zoals het CBS opgeeft. Woordvoerder Glas: “Dat heeft te maken met afrondingen. Voor de berekening van totaal Nederland is gewerkt met onafgeronde cijfers.”


REC in Harlingen krijgt waarschuwingsbrief van provincie

Maandag 22 augustus 2011

De provincie controleert regelmatig de naleving van de wet milieubeheervergunning van de REC. Tijdens één van deze controles bleek dat de REC geen analyserapporten heeft van de afvalstoffen die de REC mag verbranden.

Ook op de hercontrole van 20 juli waren er geen analyserapporten aanwezig. De provincie heeft daarom een waarschuwingsbrief naar de REC gestuurd.

In de brief staat dat de REC een dwangsom krijgt opgelegd als de REC voor 1 november 2011 geen analyserapporten beschikbaar heeft. De REC krijgt nog de mogelijkheid om hierop te reageren door een zienswijze in te dienen.

De redactie van Fibronot.nl vindt gezien de voorafgaande ontwikkelingen rondom Omrin, deze dwangsom geen verrassing.
Zie ook het artikel op http://www.fibronot.nl/nieuwsarchief2011.php#veelmisinharlingen


Grote vlucht energiegewassen Duitsland

Vrijdag 19 augustus 2011

In 2011 is het areaal akkerbouw bestemd voor  energiegewassen of gewassen die gebruikt worden voor industriële toepassingen in Duitsland is met 19% gestegen naar 2.282.500 hectare. Dat meldt Agriholland op basis van een bericht in Fachagentur Nachwachsende Rohstoffe.

De groei is vooral toe te schrijven aan energiegewassen. Het areaal daarvan is inmiddels circa 1,9 miljoen hectare. Het areaal gewassen voor het gebruik in biogas steeg met 150.000 hectare, het hectare met gewassen voor het gebruik in biodiesel met 10.000 hectare. Het areaal aan koolzaad voor biodiesel daalde met 30.000 hectare. Het areaal met gewassen voor industriële toepassingen is al enige jaren vrijwel constant.

De redactie van Fibronot.nl merkt op dat dit op termijn een gevaarlijke ontwikkeling kan zijn.
Boeren krijgen kennelijk minder voor hun traditionele voedingsgewassen en gaan massaal over op de lucratieve teelt van gewassen voor de opwekking van energie.
Dit is een ontwikkeling die niet alleen in Duitsland te zien is.
De slachtoffers van deze ontwikkeling zijn de mensen die een chronisch gebrek aan voeding hebben, meer dan de helft van de huidige wereldbevolking. Met de toenemende wereldbevolking in het vooruitzicht is dit geen goede ontwikkeling.


Ex-medewerkers van BioValue halen en krijgen hun gelijk bij de rechtbank

Donderdag 18 augustus 2011

Zestien ex-medewerkers van BioValue en vakbond FNV Bondgenoten zijn op donderdag 4 augustus 2011 naar de rechter gestapt, omdat Delta afspraken over een sociaal plan na het faillissement van de biodieselfabriek niet zou zijn nagekomen. FNV Bondgenoten en ex-werknemers van Biovalue vorderden veroordeling van Delta NV tot uitvoering van het Sociaal Plan.
De voorzieningenrechter oordeelde vandaag dat FNV c.s. toezeggingen/onderhandelingen met betrekking tot het Sociaal Plan in redelijkheid kon beschouwen als toezeggingen namens Delta NV.

De redactie van Fibronot.nl schreef op 4 augustus:

De redactie van Fibronot.nl vindt het verweer van Delta waar het een werknemer betreft die bepaalde toezeggingen op schrift zou hebben gedaan, niet sterk.
Afhankelijk van de positie van de bewuste werknemer in het bedrijf zal Delta er een hele kluif aan hebben het verweer dat de werknemer niet bevoegd was toezeggingen te doen, waarschijnlijk niet door de rechtbank gehonoreerd zien.

Lees hier de uitspraak van de voorzieningenrechter in Middelburg

Hier staat het Sociaal Plan

De redactie van Fibronot.nl merkt op dat deze klucht nog niet is afgelopen.

We herinneren eraan dat het bedrijf Waste4Energy nog bezig is met een procedure tegen de curator en de Rechter Commissaris in Groningen.
Een klacht over de curator, Mr. Meijer die bij de Rechter Commissaris werd ingediend werd niet ontvankelijk verklaard waarna Waste4Energy een klacht indiende bij het fraudemeldpunt.
De curator wenst namelijk niet in te gaan op de bieding die Waste4Energy op de failliete boedel van BioValue heeft gedaan. Waste4Energy beschuldigt de curator van het aan het lijntje lopen van Delta. Het salaris van de curator wordt volgens zijn zeggen door Delta betaald.
Deze constructie roept vragen op, zoals, wellicht heeft de curator (lees Delta) er belang bij dat BioValue niet aan Waste4Energy verkocht wordt en om die reden niet op het bod van Waste4Energy ingaat.
We houden u op de hoogte.

Een kleine nabeschouwing bij het vonnis.

Het Biovalue-vonnis tegen DELTA NV is bijzonder omdat voor het eerst een aandeelhouder/moeder door de vakbond met succes is aangesproken op een sociaal plan van een (failliete) dochter/werkgever.

Deze doorbraak van aansprakelijkheid (piercing the corporate veil) en in het belang van werknemers is sowieso bijzonder en in geval van een sociaal plan heel bijzonder omdat de boedel van een failliete dochter niet is aan te spreken op een sociaal plan.

In de praktijk van alledag is dat buitengewoon frustrerend. Deze praktijk is dat een moederbedrijf de dochter/werkgever laat ploffen in het belang van de aandeelhouder en de werknemers hebben het nakijken. In zowel de DELTA zaak als in de recente zaak tegen Koop Holding Europe en diens failliete dochter verwijt FNV Bondgenoten de moeder met succes onrechtmatig handelen en moet moeder zelfstandig instaan voor een sociaal plan.

Deze twee zaken spelen zich af tegen de achtergrond van kort gezegd Angelsaksisch denken (dochters zijn van moeder) versus Rijnland denken (dochters zijn van zichzelf). In beide zaken kozen de kort geding rechters voor het laatste.
Bron: FNV Bondgenoten


Tanzaniaans Parlement in verzet  tegen  ‘land grabbing’ in Tanzania

Donderdag 18 augustus 2011

Diverse leden van het Tanzaniaanse Parlement hebben gisteren in het parlement zware kritiek geuit op buitenlandse bedrijven die voor spotprijzen in het bezit zijn gekomen van grote hoeveelheden land om er jatropha op te telen.

Diverse NGO’s, natuur- en milieubeschermings organisaties hadden zich op 16 oktober 2010 bij ActionAid en Oxfam aangesloten in een oproep tot de regering van Tanzania om strengere wetten in te voeren om ad-hoc investeringen in biobrandstof projecten te voorkomen.
Deze oproep heeft een vervolg gekregen.

Na de verkiezingen van november vorig jaar in Tanzania was het afwachten wat de nieuwe minister van Lands, Housing and Human Settlements Development, Prof. Anna Tibaijuka, zou gaan doen aan het verschijnsel ‘land grabbing’. Bij het indienen van haar begroting voor dit jaar werden gisteren door diverse parlementariërs vragen gesteld over ‘land grabbing’.

De vragenstellers, onder hen diverse juristen uit de streken waar het roven van land bijna gemeengoed is geworden, stelden voor de begroting van het ministerie te blokkeren, indien de minister geen afdoende verklaring kon geven waarom de algemeen secretaris van het ministerie aan een Italiaans en Nederlands bedrijf in een nota toestemming had gegeven om buiten de dorpsbesturen om grote hoeveelheden land uit te geven.
Deze nota’s instrueerden de districtsautoriteiten om het land aan de investeerders toe te wijzen zonder overleg met de dorpen in het gebied.

Vorig jaar schreef deze website al over de gepasseerde minister van Lands, Housing and Human Settlements Development, John Chiligati en zijn corrupte bende ambtenaren op dit ministerie.
Het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development zette indertijd het Tanzanian Investment Center, TIC, buitenspel. Het TIC is in Tanzania de aangewezen autoriteit die vergunningen verleent aan buitenlandse bedrijven die land willen kopen of leasen. De uitvoerend directeur van het TIC was zeer verbolgen over het feit dat zijn bureau door Chiligati buitenspel was gezet en dat aan BioShape door enkele duistere figuren op het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development, een vergunning was gegeven.
De algemeen secretaris van het ministerie, Patrick Rutabanzibwa, heeft vorig jaar de betrokkenheid van ambtenaren van zijn ministerie bij de verkoop van grond, toegegeven, maar na nu blijkt was de algemeen secretaris ook niet brandschoon.

Parlementslid John Cheyo deed een beroep op de regering om te stoppen met het toewijzen van grond aan investeerders tegen spotprijzen, met de waarschuwing dat deze trend de Tanzanianen armer zou maken dan voorheen.

De situatie in de districten is een tikkende tijdbom die de overheid onschadelijk moet maken en die, als er niets gebeurt uiteindelijk in chaos zal ontaarden.
Parlementslid Mary Chatanda zei dat investeerders als Sun BioFuels, SEKAB en BioShape grote stukken land in handen hebben verkregen na de nota’s van het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development, waarna de bevolking van hun land werd verdreven.
Ze wees er ook nog op dat de geschillen tussen bewoners en investeerders tot bloedvergieten zullen lijden. Op sommige plaatsen is het daarbij al tot schermutselingen gekomen waarbij de politie moest ingrijpen om erger te voorkomen.

Het is duidelijk dat de politiek in Tanzania eindelijk wakker begint te worden en iets aan de nijpende situatie rondom het ‘landgrabben’ wil doen.
Zoals deze website vorig jaar al meldde is het niet ondenkbaar dat er een algeheel verbod in Tanzania komt voor bedrijven als BioShape om jatropha te telen op land dat voorheen in bezit was van dorpen.
Dit verbod komt met de behandeling in het parlement met rasse schreden nabij.

In dit verband was de opmerking van de curator in het laatste faillissementsverslag van de BioShape Holding B.V. geen verrassing dat er geen financier was gevonden om € 1 miljoen op tafel te leggen om de activiteiten in Tanzania voort te zetten.
Er is geen financier die z’n handen wil branden aan de huidige situatie.
In de huidige situatie betekent het in feite dat de BioShape bezittingen in Tanzania van nu en generlei waarde zijn.

In het onderzoek door de parlementariërs kwam ook naar voren dat diverse ex ministers zich te buiten zijn gegaan aan het roven van land. Met behulp van zelf opgerichte bedrijfjes kregen ze tienduizenden hectare land in bezit. Tegen deze ex ministers worden juridische maatregelen voorbereid.


Toenemende kritiek op het Nederlandse bedrijf Buchanan Renewable Energies in Liberia

Zaterdag 13 augustus 2010

Het Nederlandse bedrijf Buchanan Renewable Energies (BRE) in Liberia krijgt met toenemende internationale kritiek te maken over de manier waarop het bedrijf met zijn aandeelhouder Vattenfall, Liberia in hoog tempo van zijn duurzame energiebronnen berooft, waarbij de bevolking in volstrekte armoede achtergelaten wordt.

Klachten van honderden kleine boeren in Liberia over de praktijken van Buchanan Renewable Energies beginnen aandacht te krijgen in enkele EU landen. Een enkele boer die volledig aan de grond zit en wiens familie niets meer te verliezen heeft, opent de beerput.
Volledig berooid en vanwege het missen van zelfs de minimale dagelijkse levensbehoeften is voor enkele organisaties aanleiding om aan de bel te trekken.
Enkele Duitse organisaties trekken zich de erbarmelijke levensomstandigheden van honderden kleine boeren in Liberia aan die het slachtoffer zijn geworden van de praktijken van Buchanan Renewable Energies die hen van hun land heeft beroofd.
De Duitse organisaties plaatsen grote vraagtekens bij de handelswijze van grootaandeelhouder Vattenfall dat in Berlijn een biomassacentrale stookt met houtchips die uit Liberia komen.

Terwijl de inwoners van Berlijn er letterlijk warm bijzitten in hun huis met voldoende verlichting dankzij de houtchips, moeten miljoenen inwoners van Liberia elke vorm van elektriciteit ontberen.
Alleen enkele wijken in de hoofdstad Monrovia worden dagelijks een paar uur  van elektriciteit voorzien die wordt opgewekt door een 4 megawatt diesel generator van het enige staats elektriciteitsbedrijf in Liberia. Als die tenminste niet defect is.

Jaren oude plannen van Buchanan Renewable Energies om zelf elektriciteit op te wekken in een eigen centrale zijn nog steeds niet uitgevoerd.
Ondanks een lening van $ 112 miljoen die BRE in 2008 van een Amerikaanse investeerder kreeg voor de bouw van een met houtchips gestookte elektriciteitscentrale met een capaciteit van ongeveer 35 megawatt, is BRE nog steeds niet met de bouw begonnen, ondanks beloftes dat de centrale al in december 2010 operationeel zou zijn.
Begin 2011 kreeg BRE zelfs een tweede lening van $ 94 miljoen voor de bouw van een tweede centrale, maar niemand weet de status van deze tweede centrale die ook op houtchips gestookt moet worden.

Inmiddels worden Buchanan en Vattenfall ervan beschuldigd alle houtchips voor lucratieve bedragen te exporteren naar landen als Duitsland, Zweden, Noorwegen, Engeland en andere EU landen.
Vattenfall heeft in diverse Europese landen 3 grote biomassacentrales staan die op houtchips gestookt worden. Het bedrijf heeft er dus alle belang bij om zoveel mogelijk houtchips naar Europa te vervoeren in plaats van ter plaatse in Liberia op te stoken. Het zou de redactie van Fibronot.nl niets verbazen als uiteindelijk ook in een  NUON centrale in de Eemshaven houtchips uit Liberia worden gestookt.

Gezien de enorme capaciteitsuitbreiding van de apparatuur die de rubberbomen tot houtchips moet verwerken is het zelfs aannemelijk om te veronderstellen dat ook de NUON centrale in Eemshaven deze houtchips gaat bijstoken.

Het onderzoek over Buchanan Renewable Energies is met behulp van plaatselijke informanten nog in volle gang.
De redactie van Fibronot.nl heeft gemeend er een eigen pagina op deze website aan te wijden.
Lees verder op http://www.fibronot.nl/buchananrenewables.php of voor de iPad op http://www.fibronot.nl/ipadbuchananrenewables.html voor de details die nog dagelijks aangevuld worden met nieuwe en opzienbarende feiten.


Windenergie-ondernemer verslikt zich in zijn windmolens

Vrijdag 12 augustus 2011

Windenergie-ondernemer Nol Knoppers heeft definitief bot gevangen bij de Raad van State in zijn strijd met de gemeente Noordoostpolder over twee windturbines in Tollebeek. Hij zal de turbines moeten afbreken. De Raad van State oordeelde afgelopen woensdag dat de windturbines zonder geldige bouwvergunning zijn opgetrokken en dat de gemeente in haar recht staat om de molens -onder dwangsom- te laten slopen.

Aan de uitspraak gaat een lange geschiedenis vooraf. Nol Knoppers, van oorsprong akkerbouwer, houdt zich sinds de jaren negentig ook bezig met windenergie via de VOF Wendy Wind. Dat groeide uit van neven- tot hoofdactiviteit, en inmiddels bezit de ondernemer meerdere windturbines op verschillende locaties in de Noordoostpolder. Over twee van die turbines in Tollebeek loopt al jaren een juridische strijd met de gemeente, die nu door de Raad van State in hoger beroep definitief in het nadeel van Knoppers is beslecht.

In 2002 had Knoppers op de bewuste locatie nog twee 600 kW Vestas-turbines staan. Die turbines draaiden toen al jaren en Knoppers wilde ze graag vervangen door twee nieuwe exemplaren. De gemeente Noordoostpolder verleende daarvoor in 2002 twee bouwvergunningen die hem toestonden zijn oude turbines te “veranderen” op dezelfde locatie.

Vervolgens plaatste Knoppers in 2004 en 2005 twee nieuwe turbines van 850 kW. Hij deed dat op hetzelfde perceel, maar op nieuwe funderingen, die respectievelijk 15 en 25 meter van de oude funderingen kwamen. “Technisch gezien konden de vervangende turbines vanwege de belasting niet op de fundering van de oude turbines worden gezet”, zei Knoppers indertijd. De gemeente, en later ook de rechtbank Zwolle-Lelystad, vond echter dat “onder de reikwijdte van deze vergunningen niet kan worden begrepen de bouw van twee geheel nieuwe windturbines op een andere locatie dan de bestaande windturbines en voorzien van nieuwe en zwaardere funderingen”. Met andere woorden, vijftien meter vanaf de oude plek was precies vijftien meter te ver.

Knoppers ging in beroep, zowel tegen de afwijzing van de gemeente als de uitspraak van de rechtbank, maar ving in augustus 2009 uiteindelijk bot bij de Raad van State. Die vond namelijk dat de gemeente Noordoostpolder en de rechtbank Zwolle-Lelystad terecht oordeelden dat de ‘verandervergunningen’ uit 2002 niet geldig waren voor twee nieuwe turbines op nieuwe locaties, ook al waren die nieuwe locaties niet erg ver weg.

Knoppers had die bui al zien hangen en had daarom in het voorjaar van 2009 al nieuwe bouwvergunningen aangevraagd voor de twee windturbines, die er op dat moment dus al lang en breed stonden. Die nieuwe vergunningen werden echter ook afgewezen, omdat ze niet in het bestemmingsplan pasten. In 2004 was namelijk een nieuw bestemmingsplan van kracht geworden, waarin het college van B&W van Noordoostpolder had vastgelegd dat er geen individuele windturbines meer mochten komen in de gemeente, maar alleen nog in geclusterde windparken. Bestaande molens vervangen mocht nog wel, maar alleen op de bestaande fundering, en dat had Knoppers nu juist niet gedaan.

Ook tegen deze afwijzing ging Knoppers in beroep en vervolgens in hoger beroep, en daarin sprak de Raad van State zich deze woensdag uit. De Raad van State oordeelt nu dat de gemeente de nieuwe bouwvergunningen terecht weigerde: “het college voert een duidelijk en niet onredelijk beleid dat er op is gericht solitaire windmolens geleidelijk af te schaffen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit beleid.”

De uitspraak van de Raad van State kan enorme financiële gevolgen hebben voor ondernemer Knoppers. De gemeente Noordoostpolder legde de windboer, die overigens ook mede-initiatiefnemer is van het windpark Noordoostpolder, namelijk een dwangsom op op het moment dat hij zijn turbines zonder geldige vergunning had gebouwd: eerst een dwangsom van € 140.000 om hem te dwingen te stoppen met bouwen, en toen ze er eenmaal stonden nog eens een dwangsom om hem te dwingen ze te slopen. Knoppers deed geen van beide, want de turbines staan er nog altijd, zo bevestigt woordvoerder Monique Hoorn van de gemeente Noordoostpolder. Met de uitspraak van deze woensdag bevestigt de Raad van State ook dat de dwangsommen terecht zijn opgelegd.

In 2010 schatte Knoppers dat de schadepost voor hem opgelopen was tot € 800.000 inclusief rente. Wat vandaag de dag de stand van zaken met betrekking tot de dwangsommen is, is niet duidelijk. Gemeentelijk woordvoerder Monique Hoorn zegt wel dat de inning van de dwangsommen al eerder in gang was gezet, maar dat Knoppers daar nog geen gehoor aan had gegeven.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State


Grensruzie met Duitsers over windmolenpark

Donderdag 11 augustus 2011

Nederland en Duitsland hebben al bijna een jaar ruzie over een windmolenpark die de Duitsers ten noorden van Schiermonnikoog willen bouwen.

De Duitsers vinden dat zij het molenpark op hun eigen zeegebied bouwen, terwijl ons land stellig van mening is dat het stuk Noordzee Nederlands gebied is en dus in ons land een bouwvergunning moet worden aangevraagd. Behalve het grensgeschil stuit de aanleg van het windenergiepark op verzet van de Waddenvereniging. „De aanleg kan zeer nadelig zijn”, zegt Auke Wouda van de Waddenvereniging. „Flora en fauna kunnen bedreigd worden, er zal veel lawaai bij het bouwen zijn en beschermde diersoorten als de bruinvis moeten uitwijken. Daarnaast willen we dat er twaalf mijl uit de kust vrij zicht is.

”Het offshore windpark ‘Riffgat’, dat het Duitse energieconcern EWE ten noorden van Schiermonnikoog en het Duitse eiland Borkum wil bouwen, moet honderdduizend huishoudens van stroom voorzien. Door politieke en economische problemen heeft EWE al een negatieve rating van agentschap Moody’s gekregen.
De bouw van de dertig nieuwe windmolens zou aanvankelijk volgend jaar al beginnen, nu wordt dat medio 2013. „Wij dachten dat we op Duits territorium gaan bouwen”, zegt een woordvoerder. „We hebben al een Duitse vergunning uit Oldenburg.” Tijdens diverse bezoeken van premier Rutte en minister Rosenthal aan hun collega’s in Berlijn is het niet gelukt het grensgeschil te beslechten.

„Er is geen sprake van een conflict”, zeggen Nederlandse diplomaten. Ook de Duitsers reppen van ’constructieve gesprekken’.

Afspraken

Maar de twee landen zijn het oneens waar de zeegrens loopt. „Het is onhandig als je geen duidelijke afspraken hebt”, valt bij Buitenlandse Zaken te horen. In 1960 werd het Eems-Dollard-verdrag gesloten. Daarbij werd de zeegrens tot drie zeemijl bepaald. Het gebied daarbuiten werd niet vastgelegd. Dat wreekt zich nu. „Vroeger hadden we niet te maken met zo veel baggerwerkzaamheden of het betonnen van vaargeulen. Tegenwoordig is het veel drukker op zee”, licht een zegsvrouw van Buitenlandse Zaken toe.


Ombudsman: Rijk geeft te eenzijdig positief beeld over windmolens

Dinsdag 9 augustus 2011

De website windenergie.nl van Agentschap NL geeft volgens de Nationale Ombudsman een te eenzijdig beeld van windmolens. Door kritische rapporten niet op de website te plaatsen gedraagt het ministerie van Economische Zaken zich in strijd met het verbod van vooringenomenheid. Agentschap NL heeft de rapporten inmiddels op haar website gezet.

Evenwicht
De Nationale Ombudsman stelde een onderzoek in na een klacht van de heer Matthijssen uit Beilen. Die kan zich niet vinden in het huidige windenergiebeleid en wil voorkomen dat allerlei dure windmolenparken worden gebouwd, waarover later wordt gezegd dat het op een mislukking is uitgelopen. Hij vreest voor een Betuwelijn- en HSL-effect. Het viel hem op dat kritische rapporten van de Energieraad en de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) niet op de website staan en miste daardoor evenwicht  in de informatievoorziening.

Kritisch
In het WRR-rapport worden kritische kanttekeningen geplaatst bij een eventuele keuze voor grootschalige toepassing van windenergie. Volgens Matthijssen blijkt hieruit dat zonder grootschalige opslag van elektriciteit het aandeel van windenergie in de totale stroomvoorziening van Nederland beperkt moet blijven tot enige gigawatt. Windenergie kan alleen op grote schaal worden toegepast als opslagvermogen beschikbaar is. De rapporten staan niet op windenergie.nl, terwijl de doelstelling van de website juist is om actuele en objectieve informatie over windenergie beschikbaar te stellen aan alle spelers in het “windenergieveld”.

Systeemgrens
De Nationale Ombudsman acht de klacht van Matthijssen over de gedraging van het Agentschap NL gegrond “wegens strijd met het verbod van vooringenomenheid”. Over inpasbaarheid van grootschalige windenergie in het elektriciteitssysteem zijn verschillende onderzoeken beschikbaar. Het WRR-rapport spreekt over een grens van 6500 MW of meer, maar uit andere onderzoeken, in opdracht van EnergieNed en het ministerie van EZ, ligt de grens op 12000 MW. Nu bedraagt het vermogen 2200 MW en dus is de systeemgrens volgens het Agentschap NL niet in zicht. Daarom koos het ervoor op de website geen links naar de onderzoeken op te nemen. Nicole Wegman van het Agentschap bevestigt dat de systeemgrens nu lager is. ‘Het is inderdaad nog niet relevant. Er is geen andere reden om de bewuste rapporten niet te plaatsen.’

Informatie
De Nationale Ombudsman oordeelt niet over de systeemgrens en welk rapport de juiste informatie biedt en doet daarover dan ook geen uitspraak. Maar omdat het kennisportaal door gemeenten wordt gebruikt voor besluitvoorbereiding of -onderbouwing, vindt de Nationale Ombudsman het wel belangrijk dat bij de informatie op de website ook de lopende discussie over inpasbaarheid wordt belicht. Het advies aan de minister van EL&I is dan ook om Agentschap NL verschillende visies over grootschalige toepassing van windenergie in het bestaande energienetwerk op de website kort te laten toelichten en links naar de bewuste rapporten van “de onafhankelijke adviesorganen waarvan de deskundigheid onomstreden is” te zetten.

Klankbordgroep
Agentschap NL heeft de website naar aanleiding van het advies maandag aangepast. Wegman: ‘Verder kijken we naar de webredactie en gaat onze klankbordgroep de inhoud beoordelen. We willen ook andere organisaties uitnodigen daar zitting in te nemen.’ De klankbordgroep bestaat nu uit gemeenten, provincies, provinciale milieufederaties en brancheorganisaties Wind.
(Bron: Binnenlands Bestuur)


SDE+: Half miljard euro om elektriciteit duurzaam op te wekken

Dinsdag 9 augustus 2011

In totaal wordt er vanuit de duurzame energiebranche voor bijna een half miljard (498 miljoen euro) aan gelden gevraagd. Zes aanvragen voor biomassa allesvergisting (145 miljoen euro) en tien aanvragen voor windenergie op land (136 miljoen) willen het grootste stukje van de taart. In totaal zijn er 711 aanvragen ingediend op het gebied van hernieuwbare elektriciteit.

Zonne-energie

In totaal zijn er 684 SDE+ subsidies aangevraagd op het gebied van zonne-energie. De zonne-energie branche vraagt een budget van 41 miljoen euro om in totaal 896 gigawattuur (GWh) aan elektriciteit op te wekken. Sinds de laatste stand van zaken op 12 juli jl. zijn er voor zonne-energie 53 aanvragen bijgekomen en is het aangevraagd budget met zeven miljoen euro toegenomen.


RvS schorst plan gasopslag Bergermeer

Maandag 8 augustus 2011

De Raad van State (RvS) heeft het plan voor de ondergrondse gasopslag in Bergermeer maandag voorlopig geschorst. Er is volgens de Raad nader onderzoek nodig.

De hoogste bestuursrechter schorst om te voorkomen ”dat gevolgen later niet meer terug te draaien zijn”.

Energiebedrijf Taqa mag daarom niet beginnen met voorbereidende werkzaamheden. Tegen het plan is veel verzet en tijdelijke schorsing brengt ”de leveringszekerheid van gas in Nederland op korte termijn niet ernstig in gevaar”, aldus de Raad.

Compensatieregelingen

Volgens de Raad is het niet uit te sluiten dat ”de gasopslag gevolgen voor de veiligheid in de directe omgeving kan hebben”. Omdat de zaak onder de Crisis- en herstelwet valt, wordt de zogenoemde bodemprocedure wel sneller behandeld dan anders.

De Noord-Hollandse gemeente Bergen en Natuurmonumenten zijn tegen de gasopslag, die een van de grootste in West-Europa moet worden. Andere gemeenten en de provincie Noord-Holland gingen akkoord nadat het Rijk economische compensatieregelingen toezegde.

Een kopie van de uitspraak staat hier


Na BioShape opnieuw Nederlands bedrijf in Afrika in opspraak

Maandag 8 augustus 2011

Na BioShape is er opnieuw een Nederlands bedrijf in Afrika in opspraak.
Het bedrijf Buchanan Renewables dat in Amsterdam gevestigd is en ingeschreven staat bij de Nederlandse Kamer van Koophandel rooft in recordtempo Liberia leeg van z’n natuurlijke hulpbronnen.

Uit Liberia komen de laatste tijd nogal wat klachten over het optreden van Buchanan Renewables. Tijd voor Fibronot.nl om er wat uitgebreider aandacht aan te besteden.

Drie jaar geleden, toen deze website met een onderzoek naar Fibroned, BioShape en zijn managers begon, kwam de naam Buchanan Renewables ook al even in beeld.

Buchanan Renewables is het gezamenlijk eigendom van Pamoja Capital in Zwitserland, dat op zijn beurt weer voor een groot deel eigendom is van John McCall MacBain in de VS, het Zweedse Vattenfall, het op vijf na grootste Europese Nutsbedrijf en Swedfund, de Zweedse ontwikkelingsbank.
Pamoja Capital heeft ongeveer 70%, Vattenfall 20% en Swedfund 10% aandeel.
De Overseas Private Investment Corporation heeft twee leningen bij Buchanan Renewables uitstaan, één van $ 112 miljoen en één van $ 34 miljoen.

Buchanan Renewables in Liberia staat onder leiding van een lokale manager, de Ier Liam Hickey.
Hij zegt dat zijn bedrijf ongeveer 250.000 ha bos met rubberbomen gaat kappen. De houtchips die het bedrijf ter plaatse op de plantages maakt worden elke 10 minuten met een grote vrachtwagen naar de havenplaats Buchanan (!) vervoerd, waarna de houtchips per vrachtschip naar Europa worden vervoerd, waar ze in diverse centrales worden bijgestookt.
De voorraad van vele miljoen uitgewerkte rubberbomen op die 250.000 ha is volgens Hickey voldoende voor ongeveer 25 tot 30 jaar export.

Het bedrijf zou in Liberia oude rubberbomen gaan kappen, van de restanten houtchips maken en die in een nieuw te bouwen elektriciteitscentrale opstoken om elektriciteit op te wekken.
Buchanan Renewables kreeg in 2008 een lening van $ 112 miljoen van de Overseas Private Investment Corporation (OPIC) in de VS voor de bouw van een 50 megawatt elektriciteitscentrale.
Begin van dit jaar ontving Buchanan nogmaals een lening van $ 94, nu voor de bouw van een 34 megawatt centrale.
In juni 2010 neemt het Zweedse Vattenfall voor 20% deel in Buchanan Renewables. Dat kost Vattenfall $ 20 miljoen. Vattenfall is eigenaar van het Nederlandse NUON.
Vattenfall krijgt van de MIGA een garantstelling voor als de zaken in Liberia fout lopen een garantie van $ 150 miljoen over 15 jaar. MIGA is de Multilateral Investment Guarantee Agency en maakt als zodanig deel uit van de WereldBank.

De rubberboom

Een rubberboom stopt met de productie van latex na 25-60 jaar. Buchanan Renewables verwijdert vervolgens deze niet-productieve bomen van de plantage, betaalt de boer $ 2 voor 1 ton oude rubberboom en zorgt ervoor dat nieuwe bomen worden geplant. Op deze manier zijn bomen die voorheen door de originele bewoners als brandstof werden gebruikt, nu uitgegroeid tot een, volgens Buchanan Renewables,  waardevolle bron van energie.
De boer echter moet minstens 7 jaar wachten alvorens zijn nieuwe rubberboom weer wat latex levert.
Buchanan Renewables Fuel Ltd. maakt er vervolgens houtchips van die in eerste instantie in een lokaal energiebedrijf gestookt zouden moeten worden om elektriciteit op te wekken, maar ook gaat een aanzienlijk deel van de houtpellets naar Engeland, Noorwegen, Zweden en andere EU landen.
Buchanan Renewables B.V. zegt dat er nieuwe rubberbomen worden aangeplant, maar de Forestry Development Authority zegt dat de aanplant bij lange na niet voldoende is om het aantal gekapte bomen te vervangen.

Buchanan zou de opgewekte elektriciteit voor de helft van de gangbare prijs aan de Liberian Electric Corporation leveren.
De directeur van de Liberian Electric Corporation is mevrouw Ellen Johnson Sirleaf. Zij is tevens, sinds januari 2006, de president van Liberia….
Nu stelt de Liberian Electric Corporation weinig of niets voor. Het bedrijf heeft 1 dieselgenerator van ongeveer 10 kilowatt en levert aan enkele wijken van de hoofdstad Monrovia een paar uur per dag elektriciteit.

Liefdadigheid

Buchanan heeft beloofd dat een deel van de winst van het houtpelletproject als subsidie zal worden gegeven ​​aan sociale programma’s om gezondheidszorg en onderwijs in Liberia te verbeteren. Ook heeft Buchanan beloofd dat het bedrijf betrokken wil zijn bij de wederopbouw en het herstel van infrastructuur, zoals wegen, bruggen en havens.
Buchanan doet zich voor als heel duurzaam, maar uit Liberia zelf komen geluiden dat het bedrijf niet altijd gemaakte afspraken nakomt.

Zo zou Buchanan Renewables de winst uit de opbrengst van de werkzaamheden in een liefdadigheidsfonds stoppen waarmee allerlei voorzieningen voor de lokale bevolking zouden worden gefinancierd, maar uit het financiële jaarverslag over 2010 blijkt dat er op 31 december 2008 een verlies werd geleden van $ 735.552 en op 31 december 2009 was het verlies al opgelopen naar bijna $ 3 miljoen.
De kas van het liefdadigheidsfonds blijft dus leeg.
De balans op 31 december 2010 vertoond een negatief eigen vermogen van meer dan $ 3.5 miljoen.
Uit de jaarcijfers blijkt ook dat er tussen de vijf werkmaatschappijen van Buchanan in Liberia met honderdduizenden Dollars wordt geschoven.

De elektriciteitscentrale

De lening van $ 112 miljoen die Buchanan Renewables in 2008 ontving was volgens de website van de geldschieters bedoeld voor de bouw van een met houtchips gestookte elektriciteitscentrale van 50 megawatt. De stroom zou via de Liberian Electric Corporation aan Monrovia geleverd worden.
De 50 megawatt centrale zou in december 2010, na een bouwtijd van anderhalf jaar, volledig operationeel moeten zijn. Maar wat blijkt? Op de plaats waar de centrale zou moeten staan is nog geen enkele bouwactiviteit waar te nemen.
Volgens de lokale manager van Buchanan Renewables, de Ier Frank Hickey, gaat de bouw nu toch echt in september beginnen.

Kritiek

De Forestry Development Authority (FDA) in Liberia heeft zware kritiek op bedrijven als Buchanan Renewables B.V., ArchelorMittal en de Liberia Agriculture Company.
Deze bedrijven hebben een concessie gekregen in Grand Bassa County, een streek waar nogal wat goud en ijzererts gedolven wordt. Ook de aanwezigheid van een groot oerbos trekt bedrijven als  Buchanan Renewables B.V.  aan.
Ondanks de aanwezigheid van grote goud- en ijzerertsvoorraden leeft de bevolking in grote armoede. Grote stukken privébos verdwijnen onder de kettingzagen.
ArchelorMittal huurt via onderaannemers arbeidskrachten in die zwaar onderbetaald worden.
Beloftes van Buchanan Renewables B.V. en ArchelorMittal om de lokale infrastructuur van wegen op te knappen worden niet nagekomen en veel wegen in het gebied mogen de kwalificatie weg niet eens hebben.

Eén van de grotere natuurbeschermingsorganisaties, Conservation International, heeft grote kritiek op Buchanan Renewables. Het hoofd van de afdeling Afrika zegt over Buchanan Renewables:  Dit soort buitenlandse bedrijven zijn een vloek voor Liberia. Ze hebben zeer grote chequeboeken en zijn in staat om politici en ambtenaren om te kopen in ruil voor diensten, zodat ze het land kunnen plunderen.
De korte termijn verleidingen voor deze firma zijn groot en de betrokken managers zijn gewetenloos.

Liberia

Liberia bestaat dit jaar 164 jaar. De eerste verkiezingen hadden in 1985 plaats. Mevrouw Sirleaf werd verkozen in de Senaat. Ze weigerde echter haar plaats in te nemen. In 1997 werden er voor de tweede keer verkiezingen gehouden. Mevrouw Sirleaf verloor. Volgens velen bracht zij het land vanaf dat jaar in een 14 jaar durende  burgeroorlog. Met de mond belijdt ze anti corruptie maatregelen, maar in de praktijk is ze net zo corrupt als het overgrote deel van de regering, politici en ambtenaren. Het was juist die corruptie en het gebrek aan goed bestuur die het land in een langdurige burgeroorlog stortte.

Corruptie

De president wordt ervan beschuldigd dat ze niets doet om het gebrek aan grondbeginselen aan te pakken.
Sterker nog, vanuit het kantoor van de president verdween onlangs $ 150.000 dat toebehoorde aan het budget  van de sociale zekerheid.
Niemand weet wat er met het geld gebeurd is. President Sirleaf heeft toegegeven dat ze gefaald heeft en dat corruptie wijd verspreid is heeft en niemand durft er wat aan te doen.
Een ander geval van corruptie betrof het Jallah Town Road project. Hier heeft mevrouw Sirleaf een witte enveloppe met inhoud van de buitenlandse aannemer gekregen. Bij de eindafrekening van het project werd een bedrag van ruim $ 200.000 vermist….
Metaalgigant ArcelorMittal had ook te maken met de grillen van mevrouw de president.
Mevrouw Sirleaf vroeg bij ArcelorMittal voertuigen voor de leden van wetgevende macht aan ter waarde van ongeveer US $ 3,5 miljoen – op het moment dat het contract van Mittal Steel in behandeling was bij de wetgever.
Mittal betaalde de voertuigen maar wat graag om het contract te krijgen.
Niet alleen ArcelorMittal, een aan de Beurs van Amsterdam genoteerde onderneming moest grote sommen smeergeld betalen, ook grote staalbedrijven als Tata Steel en Delta Mining kregen pas de benodigde vergunningen na het betalen van grote sommen smeergeld.

Buitenlandse zakenmensen klagen regelmatig over aanhoudende en indringende  eisen van politici en ambtenaren voor steekpenningen en cash gevulde enveloppen in ruil voor contracten, maar kennelijk betalen ze graag de steekpenningen in ruil voor contracten.
Het geklaag is vooral gericht aan de Nationale Investeringsbank Commissie, waarvan het hoofd, Richard Tolbert,  berispt werd door het Huis van Afgevaardigden omdat hij aan Buchanan Renewable tax free vrijstelling van rechten had gegeven op het moment dat Buchanan Renewable $ 150 miljoen wilde investeren in de bouw van een elektriciteitscentrale. Dit uitstel was onwettig, dus illegaal.
Richard Tolbert, noemde het een foutje…..
Hij noemde de affaire met Buchanan Renewable beschamend voor mevrouw de president. Zij had Tolbert immers van zijn mooie baan in Wall Street teruggeroepen om hoofd van de NIC te worden.
Ze had Tolbert niets dan lof verteld over Buchanan Renewable, dat oude rubberbomen verandert in houtsnippers voor gebruik in biomassa elektriciteitscentrales.

Het is duidelijk dat bedrijven, om contracten in Liberia te krijgen, grote sommen smeergeld moesten betalen.
Ook het Nederlandse Buchanan Renewables moest eraan geloven. Zo is de prijs die Buchanan voor geleverde elektriciteit aan het bedrijf waar mevrouw de president ook directeur is, de Liberian Electric Corporation, een lachertje en niet marktconform.
Kennelijk ziet Buchanan Renewables het illegaal kappen van tropisch hardhout als een soort goedmakertje. Diverse niet gouvernementele organisaties (NGO’s) klagen over de illegale houtkap. Op website’s die fraude in Liberia onderzoeken is Buchanan Renewables een veel voorkomend onderwerp.
Dat een grootaandeelhouder van Buchanan Renewables, het Zweedse Vattenfall, tevens eigenaar van NUON, zich met dit soort praktijken inlaat is niet verenigbaar met een normale en eerlijke manier van zaken doen.

Buchanan Renewables krijgt prestigieuze prijs, de Green Award

Kennelijk om de negatieve sfeer rond Buchanan Renewables wat te verlichten, althans dat is de mening van enkele journalisten in Liberia, krijgt Buchanan op 22 juni van dit jaar in Londen een prijs uitgereikt.
Deze prijs, de Green Award, wordt door een jury van hoofdzakelijk bankiers die zaken doen in Afrika toegekend.  Opmerkelijk genoeg zitten er geen organisaties als het Wereld Natuur Fonds en Conservation International in de jury.
Enkele juryleden zijn: Investment Climate Facility for Africa; Development Partners International; Jonah Capital; African Development Bank; Henshaw Capital Partners; Afrexim Bank.
Opvallend is dat enkele van deze banken een nauwe zakelijke relatie onderhouden met de eigenaar van Pamoja Capital, John McCall.

De Green Award wordt uitgereikt aan het bedrijf dat heeft aangetoond dat het uitstekend leiderschap toont in ecologisch duurzame ontwikkelingen in Afrika.
Buchanan Renewables werd uitgekozen als winnaar omdat het bedrijf zich heeft verbonden aan de ontwikkeling van een hernieuwbare brandstoftoevoer en schone energie in Liberia.

Het is alleen jammer dat Buchanan Renewables alle houtchips exporteert. Op die manier heeft het land er geen enkel profijt van.


Vattenfall (NUON) deelneming Buchanan Renewables beschuldigd van illegale houtkap in Liberia

Zaterdag 6 augustus 2011

Het in Amsterdam gevestigde bedrijf Buchanan Renewables B.V. maakt  in Liberia houtpellets van oude rubberbomen. Eén van de grootaandeelhouders is Vattenfall, dat een aandeel van 20% in Buchanan Renewables Fuel Ltd. heeft en daar € 20 miljoen voor betaalde.

De Forestry Development Authority (FDA) in Liberia heeft zware kritiek op bedrijven als Buchanan Renewables B.V., Mittal Steel en Liberia Agriculture Company.
Deze bedrijven hebben een concessie gekregen in Grand Bassa County, een streek waar nogal wat goud en ijzererts gedolven wordt. Ook de aanwezigheid van een groot oerbos trekt bedrijven als  Buchanan Renewables B.V.  aan.
Ondanks de aanwezigheid van grote goud- en ijzerertsvoorraden leeft de bevolking in grote armoede. Grote stukken privébos verdwijnen onder de kettingzagen.
Mittal Steel huurt via onderaannemers arbeidskrachten in die zwaar onderbetaald worden.
Beloftes van Buchanan Renewables B.V. en Mittal Steel om de lokale infrastructuur van wegen op te knappen worden niet nagekomen en veel wegen in het gebied mogen de kwalificatie weg niet eens hebben.

Vattenfall beoogt met een aandeel in Buchanan Renewables Fuel Ltd. de levering van houtpellets op langere termijn zeker te stellen zodat de houtpellets in biomassacentrales in West Europa gestookt kunnen worden.

Een rubberboom stopt met de productie van latex na 25-30 jaar. Buchanan Renewables verwijdert vervolgens deze niet-productieve bomen van de plantage, betaalt de boer voor de bomen en zorgt ervoor dat nieuwe bomen worden geplant. Op deze manier zijn bomen die voorheen als afval verbrand werden nu uitgegroeid tot een waardevolle bron van energie. Voorheen werden deze bomen door de lokale bevolking als brandstof gebruikt.
Buchanan Renewables Fuel Ltd. maakt er vervolgens houtpellets van die in eerste instantie in een lokaal energiebedrijf gestookt moeten worden om elektriciteit op te wekken, maar ook gaat een aanzienlijk deel van de houtpellets naar Noorwegen.
Buchanan Renewables B.V. zegt dat er nieuwe rubberbomen worden aangeplant, maar de Forestry Development Authority zegt dat de aanplant bij lange na niet voldoende is om het aantal gekapte bomen te vervangen.

Buchanan heeft beloofd dat een deel van de winst van het houtpelletproject als subsidie zal worden gegeven ​​aan sociale programma’s om gezondheidszorg en onderwijs in Liberia te verbeteren. Ook heeft Buchanan beloofd dat het bedrijf betrokken wil zijn bij de wederopbouw en het herstel van infrastructuur, zoals wegen, bruggen en havens.
Buchanan doet zich voor als heel duurzaam, maar uit Liberia zelf komen geluiden dat bedrijf geen enkele gemaakte afspraak nakomt.

Buchanan levert de elektriciteit voor de helft van de gangbare prijs aan de Liberian Electric Corporation.
De directeur van de Liberian Electric Corporation is mevrouw Ellen Johnson Sirleaf. Zij is tevens, sinds januari 2006, de president van Liberia…. De vorige president was Charles Taylor. Hij zit alweer enkele jaren in de VN gevangenis in Scheveningen op verdenking van volkenmoord.

Liberia bestaat dit jaar 164 jaar. De eerste populaire verkiezingen hadden waren in 1985. Mevrouw Sirleaf werd verkozen in de Senaat. Ze weigerde echter haar plaats in te nemen. In 1997 werden er voor de tweede keer verkiezingen gehouden. Mevrouw Sirleaf verloor. Volgens velen bracht zij het land vanaf dat jaar in 14 jaar durende  burgeroorlog. Met de mond belijdt ze anti corruptie maatregelen, maar in de praktijk is ze net zo corrupt als het overgrote deel van de regering, politici en ambtenaren. Het was juist die corruptie en het gebrek aan goed bestuur die het land in een langdurige burgeroorlog stortte.
De president wordt ervan beschuldigd dat ze niets doet om het gebrek aan grondbeginselen aan te pakken.
Sterker nog, vanuit het kantoor van de president verdween onlangs $ 150.000 dat toebehoorde aan het budget  van de sociale zekerheid.
Niemand weet wat er met het geld gebeurd is. President Sirleaf heeft toegegeven dat ze gefaald heeft en dat corruptie wijd verspreid is heeft en niemand durft er wat aan te doen.

Een ander geval van corruptie betrof het Jallah Town Road project. Hier heeft mevrouw Sirleaf een witte enveloppe met inhoud van de buitenlandse aannemer gekregen. Bij de eindafrekening van het project werd een bedrag van ruim $ 200.000 vermist….

Metaalgigant Arcelor Mittal had ook te maken met de grillen van mevrouw de president.

Mevrouw Sirleaf vroeg bij Mittal Steel voertuigen voor de leden van wetgevende macht aan ter waarde van ongeveer US $ 3,5 miljoen – op het moment dat het contract van Mittal Steel in behandeling was bij de wetgever.
Mittal betaalde de voertuigen maar wat graag om het contract te krijgen.

Niet alleen ArcelorMittal, een aan de Beurs van Amsterdam genoteerde onderneming moest grote sommen smeergeld betalen, ook grote staalbedrijven als Tata Steel en Delta Mining kregen pas de benodigde vergunningen na het betalen van grote sommen smeergeld.

Buitenlandse zakenmensen klagen regelmatig over aanhoudende en indringende  eisen van politici en ambtenaren voor steekpenningen en cash gevulde enveloppen in ruil voor contracten, maar kennelijk betalen ze graag de steekpenningen in ruil voor contracten.
Het geklaag is vooral gericht aan de Nationale Investeringsbank Commissie, waarvan het hoofd, Richard Tolbert,  berispt werd door het Huis van Afgevaardigden omdat hij aan Buchanan Renewable tax free vrijstelling van rechten had gegeven op het moment dat Buchanan Renewable $ 150 miljoen wilde investeren in de bouw van een elektriciteitscentrale. Dit uitstel was onwettig, dus illegaal.
Richard Tolbert, noemde het een foutje…..
Hij noemde de affaire met Buchanan Renewable beschamend voor mevrouw de president. Zij had Tolbert immers van zijn mooie baan in Wall Street teruggeroepen om hoofd van de NIC te worden.
Ze had Tolbert niets dan lof verteld over Buchanan Renewable, dat oude rubberbomen verandert in houtsnippers voor gebruik in biomassa elektriciteitscentrales.

Het is duidelijk dat bedrijven, om contracten in Liberia te krijgen, grote sommen smeergeld moesten betalen.
Ook het Nederlandse Buchanan Renewables moest eraan geloven. Zo is de prijs die Buchanan voor geleverde elektriciteit aan het bedrijf waar mevrouw de president ook directeur is, de Liberian Electric Corporation, een lachertje en niet marktconform.
Kennelijk ziet Buchanan Renewables het illegaal kappen van tropisch hardhout als een soort goedmakertje. Diverse niet gouvernementele organisaties (NGO’s) klagen over de illegale houtkap. Op website’s die fraude in Liberia onderzoeken is Buchanan Renewables een veel voorkomend onderwerp.
Dat een grootaandeelhouder van Buchanan Renewables, het Zweedse Vattenfall, tevens eigenaar van NUON, zich met dit soort praktijken inlaat is niet verenigbaar met een normale en eerlijke manier van zaken doen.

Volgens een vooraanstaande advocaat leeft president Sirleaf nog steeds in de jaren ’60 en ’70. Tegen de beginselen van de huidige grondwet van Liberia in benoemt en ontslaat ze persoonlijk leiders en stamhoofden.
Voor het eerst in de geschiedenis van Liberia heeft de president bevoegdheden naar zich toe getrokken om burgemeesters te benoemen en te ontslaan. Voorheen werden deze mensen door het volk gekozen.

Het is duidelijk dat de politieke corrupte vriendjes en vriendinnetjes van mevrouw Sirleaf op sleutelposities zitten en dat er van de strijd tegen corruptie niets terecht komt. Mevrouw Sirleaf is een belichaming van de problemen in Liberia.
In deze omgeving opereert een bedrijf als Buchanan Renewables.  Tot nu toe is Buchanan Renewables er bij de investeerders genadig vanaf gekomen. In 2008 ontving het bedrijf een lening van $ 112 miljoen van de Overseas Private Investment Corporation (OPIC) in de VS. Begin van dit jaar ontving Buchanan nogmaals een lening van $ 94 miljoen, maar tot nu toe is er weinig van de beloofde plannen terecht gekomen.
Van de $ 112 miljoen zou een 50 megawatt houtpellets gestookte elektriciteitscentrale gebouwd moeten worden. Deze centrale zou begin 2011 in bedrijf worden genomen, maar er is geen informatie te vinden of deze centrale nu daadwerkelijk draait.
Voor de $ 94 miljoen lening van begin dit jaar moet er nog een 34 megawatt centrale gebouwd worden.

Het doet de redactie van Fibronot.nl denken aan de toestanden rondom BioShape in Tanzania. Veel geschreeuw over hoe goed ze wel niet zijn, politici en ambtenaren die er met bergen BioShape geld vandoor zijn gegaan, een Milieu Effect Rapport dat via fraude tot stand is gekomen en een management dat vooral veel samen met hoogwaardigheidsbekleders of mensen die denken dat ze dat zijn, op de foto staat.

Vattenfall is eigenaar van NUON. De redactie van Fibronot.nl vraagt zich af of aandeelhouders van Vattenfall in Nederland, steden en provincies, afweten wat er in Liberia aan de hand is.


BioValue: Delta schiep verkeerde verwachtingen

Donderdag 4 augustus 2011

Delta moet gemaakte afspraken nakomen. Dat vindt advocaat Paul Bosch, die namens ex-werknemers van het Groninge BioValue sprak in een kortgeding tegen energiebedrijf Delta.

Zestien ex-medewerkers van BioValue en vakbond FNV Bondgenoten zijn naar de rechter gestapt, omdat Delta afspraken over een sociaal plan na het faillissement van de biodieselfabriek niet zou zijn nagekomen.

In december 2010 vroeg Delta faillissement aan voor dochteronderneming BioValue in de Groningse Eemshaven. Vanaf 2007 begaf het Zeeuwse energiebedrijf zich op de biodieselmarkt, maar de resultaten vielen tegen. De Groningse fabriek leed sinds de start elk jaar miljoenen verlies.

Volgens FNV bondgenoten heeft Delta schriftelijk toegezegd dat bij een faillissement een eerder opgesteld sociaal plan wordt uitgevoerd. In december 2010 vroeg Delta het faillissement aan voor BioValue, maar de ontslagen werknemers bleven zonder sociaal plan achter.

Delta ontkent de schriftelijke toezegging over een sociaal plan. De toezegging waar FNV bondgenoten op doelt zou volgens Delta gedaan zijn door iemand van Delta die dat niet kan doen. Volgens het energiebedrijf lag er maanden voor het faillissement een overeenkomst tussen de vakbond en BioValue. Dat plan is toen door de vakbondsleden afgewezen.

De advocaat van de ex-werknemers eiste donderdag voor de rechtbank in Middelburg dat Delta alsnog het sociaal plan uitvoert. Hij schat dat de financiële compensatie kan oplopen tot maximaal 800.000 euro.

De rechter doet over twee weken uitspraak.

Delta heeft de lonen van het personeel tot het faillissement doorbetaald. Wat Delta niet zegt is dat er een ontslagvergunning is geweigerd door het UWV omdat er overnamekandidaten waren en zijn. Hierdoor was Delta verplicht om de lonen door te betalen. Het was dus niet aan de barmhartigheid van Delta te danken dat de werknemers van BioValue hun loon doorbetaald kregen. Dit is een kleine nuance van wat Delta beweerde.

De redactie van Fibronot.nl vindt het verweer van Delta waar het een werknemer betreft die bepaalde toezeggingen op schrift zou hebben gedaan, niet sterk.
Afhankelijk van de positie van de bewuste werknemer in het bedrijf zal Delta er een hele kluif aan hebben het verweer dat de werknemer niet bevoegd was toezeggingen te doen, waarschijnlijk niet door de rechtbank gehonoreerd zien.


BioShape in Tanzania, een tragische mislukking

Donderdag 4 augustus 2011

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is nu onderdeel van het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het ministerie heeft vanaf 1993 een Technology Assesment (TA-)programma. Met als doel het verhelderen van maatschappelijke vraagstukken die samenhangen met wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en die van belang zijn voor het beleidsterrein van het ministerie.

Voor de ontwikkeling van het TA-programma is een onafhankelijk platform ingesteld. Het platform Landbouw, Innovatie & Samenleving. Het platform adviseert de minister rechtstreeks. Op basis van eigen onderzoek en studiedagen.

In het jongste advies aan de minister, De kwetsbaarheid van het Europese landbouw- en voedselsysteem voor calamiteiten en geopolitiek (2011 – 2020), worden de werkzaamheden van BioShape in Tanzania als voorbeeld opgevoerd hoe het niet moet.

Zaken die het daglicht niet verdragen, die al enkele jaren op de website Fibronot.nl worden genoemd en door het management van BioShape stelselmatig werden ontkend, zoals geld dat in de zakken van politici en ambtenaren verdwijnt, illegale houtkap, een MER die van geen kanten deugt, worden in het advies aan de minister voluit genoemd.

Een passage uit het rapport:
Voorbeeld van een tragische mislukking als gevolg van slecht in elkaar zittende contracten  is een project van het Nederlandse bedrijf Bioshape in Tanzania. Het betreft een plantage van het energiegewas Jatropha curcas. Wat misging: boeren zijn niet volgens de regels uitgekocht, een groot deel van het geld werd door de plaatselijke autoriteiten achtergehouden, er werd illegaal bos gekapt en hout verkocht en de milieueffectrapportage was ondeugdelijk. Toen de Nederlandse overheid een subsidieregeling stopzette en een financier trok zich terugtrok was het gebeurd. De proefplantage raakte in verval en de boeren bleven berooid achter.

VS: Schaliegas bedreigt Rusland als energiemacht

Zaterdag 30 juli 2011

Het commercieel gebruik van schaliegas tast de positie van Rusland als gasleverancier. Dit zegt het Baker Institute van de Amerikaanse Rice University. De universiteit deed onderzoek naar alle facetten rondom schaliegas in opdracht van het Amerikaanse Ministerie van Energie.

1,13 miljard kubieke meter per dag

Door exploitatie van schaliegas zullen wereldwijde gasvoorraden diversifiëren en netwerken van pijpleidingen minder cruciaal maken. De verwachting is dat de productie van schaliegas tot 2040 zal verviervoudigen tot 1,13 miljard kubieke meter per dag. Rusland heeft op dit moment 27 procent in handen van de Europese gasmarkt, die zou in 2040 zijn teruggevallen tot ongeveer dertien procent. Op dit moment bevindt de grootste voorraad aardgas zich in Siberie, waar 48 duizend miljard kubieke meter gas is opgeslagen. Op de Europese markt wordt per jaar ongeveer 500 miljard kubieke meter verbruikt.

Politiek belang

Volgens het rapport kan de positie van de VS politiek versterkt worden door de verschuivende machtsverhoudingen. In het rapport staat dat ‘een meer energie-onafhankelijk Europa beter gepositioneerd zal zijn om zich achter de Verenigde Staten te scharen in internationale kwesties die niet de volledige steun hebben van Rusland. Er wordt ook opgemerkt dat de commerciële exploitatie van schaliegas in Europa wellicht zal worden afgeremd door grondbezit en ecologische bezwaren.

Exploitatie

De VS bereidt in verschillende Europese landen exploitatievergunningen voor zoals het Verenigd Koninkrijk, Roemenië, Polen en Oekraïne. Het laatste land is saillant omdat deze nu in grote mate van Rusland afhankelijk is. Het Baker Institute denkt dat de Russische SouthStream-pijpleiding nooit zal worden gebouwd, terwijl de Arctische gasvoorraden van Rusland pas over twintig jaar zouden worden aangeboord. Ook wordt opgemerkt dat de Europese Nabucco-pijpleiding op Irak zou kunnen worden gericht in plaats van op de Kaspische producenten.

Download hier het rapport van het Baker Institute van de Amerikaanse Rice University


Biogasbranche komt niet van de grond

Vrijdag 29 juli 2011

De ontwikkeling van een economisch gezonde Nederlandse biogassector komt niet van de grond. Sterker nog, van de 100 boeren met een vergister draait de helft al twee jaar met verlies terwijl dat vorig jaar al driekwart was, zo blijkt uit cijfers die de Rabobank recent bekend maakte.

Veel vergisters staan stil, de boeren zijn failliet en binnen een half jaar zullen er nog verschillende failliet gaan, zo voorspelt de Biogas Brancheorganisatie. Desgevraagd geeft ook de Rabobank toe dat er faillissementen onder de vergisters zijn.

Probleem zijn niet de lage subsidies die de boeren toucheren voor de vergisting, maar de sterk gestegen grondstofprijzen voor co-vergistingsproducten. Immers, de helft van de kosten van een vergister bestaan uit inkoop. En laten dat nou net de variabele kosten zijn. Zo was glycerine, een bijproduct van de biodieselproductie, enkele jaren geleden nog vrijwel gratis, nu kost het 200 euro of meer per ton. Ook hebben de boeren te maken met milieuorganisaties die pleiten voor verplichte pure mestvergisting, zonder substraattoevoeging.

Staatssecretaris Bleker van Landbouw is echter wel voor co-vergisting. Hij versoepelde onlangs de toelating van nieuwe co-producten en breidde de positieve lijst uit. Dat geeft mogelijk wat lucht op de substraatmarkt.


Biogas via Beltrum de Achterhoek in

Vrijdag 29 juli 2011

Groot Zevert stapt over naar co-vergisting waardoor biogas wordt gewonnen. Dat betekent dat aan het mestvergistingsproces restproducten als mais, gerst of aardappelen worden toegevoegd. De silo’s worden gebouwd op het bedrijfsterrein aan de Deventer Kunstweg, de voormalige locatie van afvalstort ‘t Bellegoor. Nu Groot Zevert zijn plannen kan doorzetten, moet worden nagedacht over transport van het biogas naar afnemers.

De Beltrumse ondernemer wil daar nog niet zoveel over kwijt, maar hij geeft aan dat wordt nagedacht over de aanleg van een transportleiding naar Friesland Campina Foods in Borculo. Verder wordt gesproken over de bouw van een biogasvulstation op het regionale bedrijvenpark De Laarberg bij Groenlo.

Het besluit treedt pas op 8 september van dit jaar in werking. Voor die tijd kunnen belanghebbenden bij de rechtbank in Zutphen beroep aantekenen tegen het besluit van de gemeente Berkelland.

De uitbreiding van het bedrijf heeft ook te maken met de vervolmaking van de minerale kringloop. Door de vergisting is het mogelijk de mestproblematiek en de uitstoot van niet gewenste stoffen te verminderen.

Groot Zevert wil niet alleen investeren in de winning van biogas. Hij mikt eveneens op een ander product van de vergisting: vloeibare kunstmest. Volgens Arjan Prinsen, bedrijfsleider van de vergistingsinstallatie, is zijn bedrijf straks als een van de eerste bedrijven in Nederland in staat om de aanmaak en afzet van vloeibare kunstmest rendabel te maken. “De techniek is er nu. Die gaan we inzetten.” Tegen het voorontwerp van het project werd door omwonenden gereclameerd. Die vreesden toename van de stank- en geluidsoverlast. De gemeente wees die reclamaties af.


Proefboring aardwarmte IJsselmuiden is succes

Vrijdag 29 juli 2011

Een proefboring naar aardwarmte in IJsselmuiden is succesvol verlopen. Eind van dit jaar moet 17 hectare aan tuinbouwkassen voorzien worden van warmte uit de bodem.

Dat meldden de tuinders en de provincie Overijssel donderdag. Er is op 1.950 meter diepte warm water aangetroffen van ca. 73 graden Celsius. Dit warme water is aanwezig in een zandpakket van ca. 90 meter dikte. Tijdens een eerste test is gebleken dat uit dit watervoerende pakket het mogelijk is om 140 tot 150 m³ per uur aan warm water op te pompen. Hiermee kan een thermisch vermogen gerealiseerd worden van ruim 5 MW. Door het aanwenden van de aardwarmtebron scheelt dat de drie bedrijven 4,5 miljoen kuub gas op jaarbasis.

De temperatuur van de watervoerende laag blijkt 4 graden Celsius warmer te zijn dan door de geologen was voorspeld. Het debiet (m³ water per uur) is iets lager dan verwacht. Tijdens de test van de bron zijn geen sporen van olie aangetroffen en slechts kleine hoeveelheden opgelost gas.

Via een eerste put wordt het water via leidingen door de kassen van in eerste instantie drie bedrijven geleid. In een tweede boorput stroomt het afgekoelde water dan weer terug. Provincie Overijssel en gemeente Kampen stelden eerder een lening van 6,7 miljoen euro beschikbaar om de aanleg van het systeem mogelijk te maken.


Hout: grondstof versus brandstof

Donderdag 28 juli 2011

Stichting Kringloop Hout waarschuwt dat houten pallets en verpakkingen niet te snel moet worden ingezet richting energiesector. Eerst moeten hoogwaardiger hergebruiktoepassingen worden ingezet. Eenmaal in de energieketen is hout niet meer terug te winnen.

Dit thema (naast enkele andere) staat centraal tijdens het seminar “Hout: grondstof versus brandstof” dat Stichting Kringloop Hout op donderdag 15 september 2011 organiseert in samenwerking met Stichting Nedvang. Sponsors zijn tot dusver Platform Hout in Nederland en Faber Halbertsma Groep.

In het afvalstadium zijn houten pallets en verpakkingen uitmuntend te recycleren. Het Besluit Verpakkingen stelt een minimumpercentage van 25 % materiaalhergebruik; in de loop der jaren heeft het feitelijke recyclingpercentage een constante groei doorgemaakt tot wel 38 % in 2009. Goed nieuws dus.

Tegelijkertijd is het benutten van afvalhout als brandstof sterk aan terrein aan het winnen. Het percentage energieterugwinning is sinds 2009 explosief gestegen en deze trend heeft zich in 2010 gecontinueerd.

Materiaalhergebruikers ondervinden directe nadelige gevolgen van het grote aandeel energetische toepassing. Als gevolg hiervan heeft dit in 2010 voor het eerst sinds jaren geleid tot een lager percentage materiaalhergebruik.

De redactie van Fibronot.nl merkt het volgende op

Het is duidelijk dat de houtverwerkende industrie de pijn al begint te voelen. Er verdwijnt teveel goed hout naar de energiemaatschappijen. Hout, dat uitstekend kan worden hergebruikt als grondstof voor nieuwe pallets en verpakkingen.
De houtverwerkende industrie wordt daarmee als eerste geconfronteerd met prijsstijgingen omdat ze nu nieuw hout moeten aanschaffen.
We vragen ons af hoeveel extra CO2 dat kost.

Al met al is de rooskleurige voorstelling van de stand van zaken met betrekking tot de CO2 besparing die de energiemaatschappijen ons geven, discutabel.


Nieuwe houtsnippercentrale Delfzijl gaat stroom leveren voor 120.000 huishoudens

Donderdag 28 juli 2011

De nieuw te bouwen energiecentrale van BioEnergieCentrale Delfzijl heeft een vermogen van 49 Megawatt en gaat stroom leveren aan 120.000 huishoudens.

Afvalhoutsnippers

De energie wordt geproduceerd uit gerecyclede afvalhoutsnippers. Ballast Nedam heeft een opdracht ontvangen voor de bouw van de energiecentrale, een contract van 48 miljoen euro. Het bedrijf bouwt de centrale in samenwerking met het Duitse Areva Renewables en het Finse Metso Power Oy.

Afvalverbranding

Medio 2013 wordt de centrale in gebruik genomen. In Nederland wordt momenteel ongeveer 90 megawatt aan houtgestookte energie geleverd door vier centrales, die meestal gekoppeld zijn aan afvalverbrandingsinstallaties. BioEnergieCentrale Delfzijl is een dochteronderneming van Eneco.

De redactie van Fibronot.nl heeft wat vragen

Waar komt in de toekomst al dat hout vandaan?
Gezien het feit dat er aan de lopende band biomassacentrales worden gebouwd die op afvalhout draaien moet worden gevreesd dat er op termijn schaarste ontstaat met de nodige prijsstijgingen tot gevolg.

Het nieuwe consortium rond BioMCN bijvoorbeeld, dat vergevordere plannen heeft voor de bouw van een biobrandstoffabriek in Delfzijl waar per jaar anderhalf miljoen ton afvalhout voor nodig is en deze nieuwe faciliteit van Eneco doen een enorme aanslag op het afvalhout in het noorden van Nederland.

We zien de tekorten en gigantische prijsstijgingen nu al optreden bij de co-producten die biomassavergisters bijmengen. De eerste biomassavergisters die vanwege de tekorten en hoge prijs van de co-producten niet economisch verantwoord meer kunnen draaien, gaan al dicht.
De redactie van Fibronot.nl vreest dat het niet lang zal duren voordat de eerste afvalhout biomassacentrales ook hun deuren gaan sluiten omdat het afvalhout schaars gaat worden en de prijs de pan uitrijst.

Essent en Delta hebben recent ook al de deuren van diverse centrales gesloten omdat de bedrijfsvoering niet rendabel meer is. Volgt Eneco over enkele jaren?

Eventuele hout-tekorten moeten vervolgens uit het buitenland komen. In hoeverre is dat transport CO2 neutraal? We lezen namelijk alleen maar de CO2 besparing die de productie oplevert.


Waste4Energy doet aangifte tegen de RC & Curator van Biovalue

Woensdag 27 juli 2011

Persbericht Waste4Energy VOF

Het Amsterdamse bedrijf Waste4Energy VOF heeft aangifte gedaan bij het fraudemeldpunt tegen de Rechter-commissaris en de curator die de faillissementen van Biovalue in Eemshaven behandelen.

De reden om deze aangifte te doen is dat zowel de curator als de Rechter-commissaris op de hoogte zijn van strafbare feiten voorafgaande en als oorzaak van het faillissement van Delta Biovalue BV, Delta Biovalue Nederland BV en Delta Biopat BV.

Waste4Energy had al eerder aangifte gedaan bij de FIOD/ECD van deze feiten, waaronder het “wegpoetsen” in de administratie van Biovalue van een vordering van €12.5 miljoen op aandeelhouder Delta N.V. direct voorafgaande aan het faillissement. Voormalige personeelsleden van Biovalue die een belastende verklaring hierover kunnen afleggen zijn door de curator nog altijd niet gehoord.

Daarnaast is in 2010 in een forensisch onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Delta NV, geconcludeerd dat fraude mede de oorzaak was van de verliezen bij Biovalue. De curator en de RC zijn op de hoogte van de uitkomsten van dit forensisch onderzoek maar hebben naar aanleiding hiervan geen nadere actie richting het Openbaar Ministerie ondernomen.

Waste4Energy heeft al eerder gevraagd om een uitgebreid onderzoek naar de oorzaak van het faillissement van Biovalue en de handelwijze van Delta N.V.


Tweede faillissementsverslag inzake BioShape Powerplants verschenen

Zaterdag 23 juli 2011

Eveneens op vrijdag verscheen het tweede faillissementsverslag van het failliete BioShape Powerplants B.V.
BioShape Powerplants was eigenaar van 10 papieren energiemaatschappijtjes waarvan de curator er 9 heeft verkocht.

De volgende energiemaatschappijtjes behoorden tot het BioShape Powerplants concern:

Fivelpoort Renewable Energy BV;
Delta PowerPlant BV;
Energie Centrale Roermond BV;
Duurzame Energie Merum BV;
Terneuzen Power Plant BV;
Vlissingen Power Plant BV;
Biocentrale Zuiderzeehaven BV;
Agriport Renewable Energy BV;
Green Power Arnestein BV;
Biopower Beringe BV;
Bioshape Belgium NV

Op één na, de Energie Centrale Roermond BV, zijn 9 energiemaatschappijtjes verkocht aan een tweetal participatiemaatschappijen voor een totaalbedrag van € 4500. De Energie Centrale Roermond
BV, is ontbonden.
Er wordt nog onderzocht wat de waarde van Bioshape Belgium NV is en op welke wijze deze vennootschap te gelde gemaakt kan, dan wel beëindigd dient te worden.

De curator zal in de komende verslagperiode trachten alle resterende punten af te wikkelen, zodat het faillissement ook deze of in ieder geval de volgende verslagperiode kan worden afgewikkeld.

Het volgende faillissementsverslag verschijnt in januari 2012.

Het derde faillissementsverslag staat hier ter download


Derde faillissementsverslag inzake BioShape verschenen

Vrijdag 22 juli 2011

Vandaag is het derde faillissementsverslag inzake de failliete BioShape Holding verschenen.

Voor wie van complottheoriën, dwangsommen, verbeurdverklaringen, gerommel in Tanzania, afhakende en niet betalende financiers houdt is dit derde faillissementsverslag een must read.

Enkele passages uit het derde faillissementsverslag:

*) De levering van de aandelen Fuel 4 Energy BV heeft inmiddels plaatsgevonden en de koopsom is door de notaris aan de boedel doorbetaald. Enkel de levering van 1 % van de aandelen die Bioshape Holding BV rechtstreeks houdt in Bioshape Tanzania Ltd. zijn nog niet geleverd. De reden hiervan is gelegen in de situatie in Tanzania. Aangezien de Curator een vertraging in deze levering ten tijde van het sluiten heeft voorzien, is een boeteclausule overeengekomen. Dientengevolge is tot op heden een boete verbeurd van EUR 4.500,-. De Curator heeft de koper gesommeerd om deze boete te voldoen. Op 1 juli 2011 was dit bedrag nog niet voldaan. Inmiddels is dit wel het geval.

*) Vermeldenswaardig is in dit kader nog dat de curator in de koopovereenkomst tevens een clausule heeft opgenomen ter verhoging en nabetaling van de koopsom met EUR 950.000,-. Deze clausule treedt in werking indien de koper een financiering verkrijgt voor de continuering van de activiteiten in Tanzania, van een partij die ook met de curator heeft onderhandeld, maar is afgehaakt vanwege het feit dat de financiële middelen niet beschikbaar waren. In de afgelopen verslagperiode is nog niet gebleken dat deze financiering is verkregen.

*) Overleg met koper en notaris en afwikkelen transacties. Overleg koper inzake levering aandelen Tanzania en sommering ter zake dwangsom. Overleg met koper omtrent verkrijging financiering en stand van zaken.

*) De curator heeft de boekhouding onderzocht en heeft de bestuurders nog enkele inhoudelijke vragen gesteld. Deze dienen nog beantwoord te worden.

*) De Curator zal nog enige tijd afwachten of de koopsomverhoging gerealiseerd kan worden. Tevens zal de levering van de aandelen in Bioshape Tanzania Ltd. aan de koper nog dienen plaats te vinden en zal het onderzoek naar de rechtmatigheden dienen te worden afgewikkeld. In de komende verslagperiode zal het dan ook nog niet tot afwikkeling komen.

*) Het volgende faillissementsverslag verschijnt in januari 2012

Het derde faillissementsverslag staat hier ter download

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Fuel 4 Energy is op 17 maart 2011 verkocht voor € 50.000.

Volgens de Kamer van Koophandel zijn de nieuwe bestuurders op 17 maart 2011: AP Beheer; VP Beheer; SP Beheer en Vaes Beheersmaatschappij. Het is aannemelijk dat deze bestuurders ook de nieuwe eigenaren van Fuel 4 Energy zijn.

Het is opmerkelijk dat de curator in de koopovereenkomst een clausule heeft opgenomen ter verhoging van de koopsom met een bedrag van € 950.000.
Zou de curator gedacht hebben dat die € 50.000 maar een fooi was, dat de nieuwe koper(s) probeerden uit het faillissement een slaatje te  slaan en om die reden de verkoopprijs heeft opgetrokken naar € 1 miljoen?

Het is duidelijk dat de nieuwe eigenaren, kennelijk de hierboven genoemde bestuurders, dat bedrag niet hebben en op zoek zijn gegaan naar een nieuwe financier.
Die bood zich inderdaad aan, de curator heeft er zelfs mee gesproken, maar de verrassingen zijn de wereld nog niet uit, de nieuwe financier heeft geen geld.

Het lijkt op het verhaal met de Luxemburg connection, de geheimzinnige filantroop, een trust in Luxemburg, die wel even € 5 miljoen aan de bijna failliete BioShape Holding B.V. wilde lenen, maar nooit met het geld over de brug kwam.

Kortom, de activiteiten in Tanzania staan nog stil en het ziet er niet naar uit dat ze binnen afzienbare tijd hervat zullen worden.
De redactie van Fibronot.nl houdt u op de hoogte van de verdere gang van zaken rondom dit faillissement.


Veiligheid drinkwater niet zeker bij boren naar schaliegas

Vrijdag 22 juli 2011

Vewin, de overkoepelende organisatie van drinkwaterbedrijven in Nederland, vindt dat er alleen proefboringen naar schaliegas kunnen plaatsvinden als uit onderzoek blijkt dat het grondwater geen gevaar loopt. ‘Daarover hebben we nu onvoldoende informatie’, zegt woordvoerder Cees Verkerk van Vewin.

Gevolgen schaliegaswinning onbekend
Minister Verhagen (EL&I) heeft recentelijk in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat ‘Voordat er daadwerkelijk geboord wordt, zal worden geborgd dat de veiligheid – op het moment dat (proef)boringen plaatsvinden – is verzekerd.’

Veiligheid
Vewin vindt dat daarbij gekeken moet worden naar de chemicaliën die worden gebruikt in het proces om gas vrij te maken uit de kleihoudende lagen. Deze manier van gaswinning mag geen enkel risico opleveren voor de drinkwaterbronnen.
Verhagen heeft de Tweede Kamer een onderzoek toegezegd waaruit moet blijken of de veiligheid van het grondwater is geborgd. Vewin vindt dat eerst duidelijkheid moet komen over de gevolgen voordat vergunningen worden verleend.

Proefboringen
Verkerk: ‘Er mag pas worden geboord als de drinkwatersector akkoord gaat. Wij zijn heel benieuwd of het veilig kan, daar gaat het om. Laat het maar zien.’ Vewin wil graag betrokken zijn bij het onderzoek en samenwerken met de overheid en het bedrijf dat de proefboringen wil uitvoeren. Dit speelt met name in Noord-Brabant en Gelderland.

Chemicaliën
Bij het boren naar schaliegas wordt gebruik gemaakt van chemicaliën. Drinkwaterbedrijven vrezen dat die in het grondwater terecht komen.

Goudzoekers
In het VPRO programma Goudzoekers laat Brabant Water bij monde van directeur Guïljo van Nuland weten over te weinig informatie te beschikken om een goede risico-analyse te maken rondom Schaliegasboringen. Van Nuland: “Als fouten worden gemaakt bij de boring is de kans op vervuiling van drinkwaterbronnen aanwezig.” Ook Vewin vindt dat eerst duidelijkheid moet worden verschaft over de gevolgen van Schaliegaswinning voor drinkwaterbronnen.


Grootste biomassavergister van het Noorden

Vrijdag 22 juli 2011

Suiker Unie wordt de grootste producent van groen gas in Noord-Nederland. De suikerleverancier begint over twee maanden met de bouw van een enorme biomassavergister naast de suikerfabriek in Hoogkerk. Die is vanaf volgend najaar meteen al goed voor 10 miljoen kuub gas van aardgaskwaliteit. Dat is voldoende om 7000 huizen te verwarmen.

Suiker Unie beschikt over de benodigde vergunningen om de capaciteit snel verder op te voeren.

De installatie gaat de eigen bietenpulp fermenteren tot biogas. Dat zal ter plekke worden opgewerkt tot gas dat kan worden geïnjecteerd in het aardgasnet. Vorige maand werd bij afvalverwerker Attero in Wijster ook een biovergister in aanbouw genomen, maar die van Suiker Unie wordt bijna twee keer zo groot, meteen in de eerste bouwfase al.


Definitief twee windmolens langs A1 bij Deventer

Vrijdag 22 juli 2011

Er komen twee windturbines langs snelweg A1 bij Deventer. Woensdagavond ging een meerderheid van de gemeenteraad akkoord met het plaatsen van twee windturbines van 130 meter hoog aan de rand van de stad. Het college van B en W stelde voor om drie windmolens te plaatsen, maar na aanhoudende protesten vanuit Het Bramelt besloot een meerderheid van de raad om de oostelijke molen nabij deze woonwijk uit het plan te schrappen.

Het dringende verzoek vanuit buurgemeente Lochem om het besluit over de zomer te tillen, werd niet gehonoreerd. De raad oordeelde dat Deventer er alles aan gedaan heeft om de inwoners van Epse te informeren over het windmolenplan.

Voor het aangepaste plan stemden PvdA, CDA, GroenLinks, ChristenUnie en de meeste leden van D66.

D66′er Viveen stemde tegen, evenals VVD, Trots op Nederland, APB en ADB. Opvallend was de draai die de SP maakte. De socialisten waren voorstander van de windturbines, maar omdat het draagvlak onder de bevolking ontbreekt stemde de SP toch tegen.

De redactie van Fibronot.nl voorziet nog jarenlange vertraging voor dit windmolenproject.

De gemeente Deventer moet eerst het bestemmingsplan wijzigen. Tegen deze bestemmingsplanwijziging zal de gemeente Lochem ongetwijfeld bezwaar aantekenen. Uiteindelijk zal de Raad van State een oordeel vellen, maar dan zitten we al in 2015.


Dure covergistingsproducten doen biogas-installatie de das om

Vrijdag 22 juli 2011

Halambco BV, exploitant van een vergistinginstallatie in Oosterbierum, is op 14 juli failliet verklaard door de rechtbank in Leeuwarden. De biogasinstallatie van Halambco verwerkte het afval van de aardappelfabriek van Lamb Weston Meijer in Oosterbierum tot biogas. Halambco was een joint venture van glastuinbouwbedrijf Hartman uit Sexbierum en de duurzame projectontwikkelaar Econvert uit Drachten.

Het faillissement is door Halambco zelf aangevraagd, hoofdzakelijk omdat de kosten te hoog werden door dure covergistingsproducten en lage gas- en stroomprijzen. “Behalve aardappelresten gingen er ook andere reststromen in de vergister, en die waren niet meer te betalen”, licht directeur Fred Bruijn van Econvert toe. “Sinds het businessmodel is opgesteld [in 2008, red.], zijn de kosten meer dan verdubbeld.” Als voorbeeld noemt hij glycerine, een bijproduct van biodiesel, wat volgens Bruijn nu rond de EUR 200 per ton kost. Bruijn noemt het een groot probleem dat maar weinig producten zijn toegestaan voor covergisting. Die producten worden daardoor extra schaars en dus duur -een veelgehoorde klacht binnen de biogassector.

Recent breidde staatssecretaris Henk Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) de lijst met toegestane covergistingsproducten wel uit, en daarnaast wil hij een nieuwe systematiek ontwikkelen waarmee het bedrijfsleven zelf grotendeels kan bepalen of stoffen wel of niet in de vergister mogen. Hiermee hoopt Bleker de productie van biogas aantrekkelijker en betaalbaarder te maken, maar die uitbreidingen en aanpassingen komen voor Halambco te laat, zegt Bruijn. Wel werken Econvert en Hartman aan een doorstart, waar hij over een maand meer over denkt te kunnen zeggen.

De biogasinstallatie, in 2008 in gebruik genomen, vergde destijds een investering van EUR 3,4 mln door Halambco -Hartman en Econvert. Het project kon deels gefinancierd worden met een Mep-subsidie. Lamb Weston Meijer investeerde niet mee, maar dacht in Halambco een betrouwbare afnemer te hebben van de afgekeurde aardappels, afgekeurde patat, puree en aardappelschillen. Anders werden de aardappelresten als veevoer voor koeien en varkens gebruikt. Het ‘patatgas’ uit de vergister ging met een aparte leiding van de aardappelfabriek naar het kassencomplex van 7,5 hectare van Hartman, dat op een kilometer afstand van de patatfabriek in Oosterbierum ligt. Bij dit biologische tuinbouwbedrijf staat een WKK-installatie van 1,1 MW die naast warmte voor de kassen groene stroom leverde aan het elektriciteitsnet.

De verwachting was in 2008 dat Lamb Weston Meijer per jaar 30.000 ton afval zou leveren, waarmee Halambco jaarlijks 550.000 kuub biogas en 7 GWh aan groene stroom zou kunnen produceren. De verkoop van de groene stroom en de besparing op aardgas had het project rendabel moeten maken. De werkelijke afname van aardappelresten lag volgens Bruijn tussen de 20.000 en 25.000 ton. “Dat was niet omdat Lamb Weston Meijer niet meer kon leveren, maar omdat wij door de dure covergistingsproducten niet meer konden afnemen”, zegt Bruijn.

De redactie van Fibronot.nl waarschuwt al twee jaar voor de grote prijsstijgingen van covergistings producten. Het eerste slachtoffer van deze prijsstijgingen is nu gevallen. Er zullen meer bedrijven volgen.

Niet alleen de covergistings producten worden duurder, ook bij afvalhout en houten pallets zullen zich grote prijsstijgingen gaan voordoen. Binnen twee jaar zal er een tekort aan dit soort grondstoffen zijn waar vooral de bedrijven die biobrandstoffen uit afvalhout maken de dupe van zullen worden.


Curator van Biovalue mag blijven

Woensdag 20 juli 2011

Curator Harm Jan Meijer mag blijven werken aan de doorstart van de failliete biodieselfabriek Biovalue in de Eemshaven. Dit heeft de rechtbank in Groningen bepaald.

Het bedrijf Waste4Energy had bij de rechtbank een verzoek ingediend om de curator te ontslaan. Meijer zou een aantal fouten hebben gemaakt.

De rechter heeft het verzoek afgewezen, omdat Waste4Energy geen belanghebbende meer is. Het concern is als overnamekandidaat al eerder afgevallen.


Consument denkt groen te tanken maar komt bedrogen uit

Woensdag 20 juli 2011

Automobilisten helpen ongewild en onbewust mee aan vernietiging van oerbossen door het tanken van zogenaamde biobrandstoffen. Dit blijkt uit een recente publicatie van Greenpeace. Een studie naar de brandstof bij tankstations in negen Europese landen toont aan dat de bijgemengde biobrandstoffen in veel gevallen gemaakt zijn van palmolie, soja en raapzaad.

Onderzoek in opdracht van de Europese Unie laat zien dat deze biobrandstoffen bijdragen aan directe en indirecte ontbossing en daardoor juist schadelijker zijn voor het klimaat dan fossiele brandstoffen.

Afgelopen december heeft de Europese Commissie toegezegd verschillende opties te onderzoeken om indirecte landgebruik veranderingen, (Indirect Land Use Change, afgekort ILUC)¹ mee te wegen in de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen. Deze duurzaamheidscriteria moeten ervoor zorgen dat alleen biobrandstoffen die duurzaam zijn en die de broeikasgasuitstoot daadwerkelijk verminderen worden gestimuleerd door de EU. Het doel van het EU hernieuwbare brandstoffen beleid is namelijk om de broeikasgasuitstoot in te perken om klimaatverandering tegen te gaan. Maar met het bijmengen van de biobrandstoffen die nu bij de tankstations zijn aangetroffen wordt het omgekeerde bereikt; er wordt meer uitgestoten, wat het klimaatprobleem juist verergert. Ondanks de recente studie die door de Europese commissie was uitgezet en die dit onomstotelijk vaststelt, laait het debat in Brussel hoog op of deze ILUC factor wel moet worden meegewogen.

“Deze weken rijden een hoop mensen met de auto naar hun vakantiebestemming, niet wetende dat ze bij het tanken bijdragen aan oerbosvernietiging,”stelt Hilde Stroot, campagneleider Bossen bij Greenpeace. “Consumenten gaan er juist van uit dat hun biobrandstof groen is en een verbetering voor het milieu maar komen nu bedrogen uit. Brussel moet nu beleid instellen en wettelijk verankeren dat de goede biobrandstoffen van de slechte worden gescheiden. En ervoor zorgen dat dit beleid ook gaat doen waarvoor het bedoeld is, helpen bij het oplossen van ons klimaatprobleem.”

¹) Indirecte landgebruikseffecten, Indirect Land Use Change (ILUC) is de conversie van gebieden met hoge CO2 waarden zoals bossen, graslanden en veengronden naar landbouwgronden voor voedsel en veevoer wat verdrongen is door biobrandstofgewassen.

Lees hier het rapport van Greenpeace, dat in mei en juni 2011 in 9 EU landen de groene benzinemonsters nam.


Windmolens moeten bos financieren

Dinsdag 19 juli 2011

Staatsbosbeheer gaat bij nieuwe bossen ook windmolenparken aanleggen. Met de opbrengst van de windenergie moet het onderhoud van het bos worden betaald.

Een groot probleem bij de aanleg van windmolenparken is dat er vaak veel verzet is van het publiek. Er zou meer draagvlak zijn als tegelijk met de windmolens ook een bos wordt aangelegd. In twintig jaar tijd worden de bomen ongeveer vijftien meter hoog. Daardoor zouden de windmolens vanaf de grond nog nauwelijks te zien zijn.

Staatsbosbeheer heeft al plannen voor zogenoemde ‘windbossen’ in en rondom het Robbenoordbos en het Dijkgatbos bij Wieringen. Ook de provincie Flevoland zou interesse hebben. In Frankrijk worden volgens de krant al langer windmolens in bossen gebouwd, maar niet in gebieden waar de natuur een beschermde status heeft. Nederlandse deskundigen zouden echter van mening zijn dat het ook in zulke gebieden mogelijk is.

Staatsbosbeheer moet in 2012 twintig miljoen euro bezuinigen. Dat loopt op tot veertig miljoen euro in 2015, de helft van het budget. Daarom zoekt de beheerder naar andere inkomstenbronnen. Ook andere terreinbeheerders moeten bezuinigen. Het Bosschap waarin zij zijn verenigd, denkt naast windenergie onder meer aan het invoeren van parkeergeld bij populaire recreatiegebieden.


Diederik Samsom komt op voor aardwarmtezaak Pijnacker

Dinsdag 19 juli 2011

De aardwarmtecentrale van tuinderij Ammerlaan in Pijnacker is zoals bekend stilgelegd. Afgelopen jaar werd de installatie groots geopend, maar onlangs is duidelijk geworden dat er sprake is van een zogenoemde bijvangst.

‘ Er zijn tijdens de warmtewinning kleine hoeveelheden olie en gas vastgesteld. Ook Duijvestijn Tomaten aan de Overgauwseweg kampt met gasmoleculen die met het water mee omhoog komen. Hoe en wanneer de problemen daadwerkelijk zijn opgelost is nog niet bekend, maar dat er sprake is van een financiële strop is duidelijk.

PvdA-er Diederik Samsom springt daarom in de bres en heeft de nijpende situatie op de kaart gezet in de Tweede Kamer. Hij heeft vragen gesteld aan minister Maxime Verhagen (Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie).

“Tuinders die naar aardwarmte boren zijn op olie gestuit en het is onduidelijk of hun project nu wel kan doorgaan. Dat betekent een fors financieel risico en daarom wil ik dat dat de minister snel duidelijkheid geeft aan deze ondernemers”, zegt Samsom.

“Deze tuinders boren naar aardwarmte en dat levert geld en milieuwinst op! Deze geothermieprojecten hebben heel veel potentie maar vragen ook een hoge investering. Daarom moet de minister zorgen dat tuinders die hun nek uitsteken, duidelijkheid krijgen als zij tijdens het boren in de diepe onderlaag op olie of gas stuiten.” In het project van Ammerlaan is al dik zeven miljoen geïnvesteerd.

De vragen die Samsom aan de minister stelde:

1. Kent u het bericht: “Tuinders boren naar warmte maar stuiten op olie, ‘boeiend probleem blootgelegd’ “
2. Kunt u aangeven hoe vaak gas of olie in het diepe aardwater tot nu toe in de praktijk is aangetroffen?
3. Bent u het met ons eens dat dit een serieus probleem is dat zo snel mogelijk aangepakt dient te worden? Zo nee waarom niet?
4. Bent u het met ons eens dat ondergrondse ordening noodzakelijk is om dergelijke problemen zoveel mogelijk te voorkomen? Zo nee waarom niet? Zo ja op welke termijn gaat u ervoor zorgen dat er ook ondergrondse ordening gaat plaatsvinden?
5. Kunt u toelichten waar de grens ligt tussen een geothermiebron en een olie- of gasbron?
6. Kunt u bedrijven die hebben geïnvesteerd in een geothermiebron snel duidelijkheid bieden over de vraag wanneer een bron opgeeist kan worden als olie- of gasbron?
7. Bent u het met ons eens dat de ondernemers waarvan een geothermiebron wordt aangemerkt als olie- of gasbron en dus niet meer gebruikt kan worden voor geothermie, in dat geval schadeloos gesteld moeten worden? Zo nee waarom niet?


Doorrekening van ‘slimme energiemeter’ kost elk Vlaams gezin 20 jaar lang 40 euro

Vrijdag 15 juli 2011

Als de kosten voor de invoering van de zogenaamde slimme energiemeter worden doorgerekend aan de gebruikers, zal elk Vlaams gezin daar jaarlijks ruim 40 euro extra voor betalen, en dat twintig jaar lang. Dat berekende handelsingenieur Vincent Domen (Universiteit Antwerpen) in zijn scriptie.

Europa is een grote voorstander van de slimme energiemeter, een toestel dat informatie- en communicatietechnologie bevat waardoor het verbruik automatisch aan de netbeheerder doorgegeven wordt. De Vlaamse Regulator voor Elektriciteit en Gas (VREG) kreeg via een Europese richtlijn de opdracht om 80 procent van alle energieafnemers te voorzien van een slimme energiemeter “indien de maatschappelijke uitrol economisch positief wordt beoordeeld”. In 2008 toonde het energieconsultingbedrijf KEMA, in opdracht van de VREG, echter aan dat een algemene invoering van slimme meters het Vlaams gewest 389 miljoen euro zou kosten.

Het onderzoek van Domen toont aan dat de algemene invoering van de slimme meters een nettokostenplaatje van 1.178 miljoen euro heeft. ‘De kosten van de invoering komen grotendeels ten laste van de netwerkbeheerders Eandis en Infrax, terwijl de baten voornamelijk toekomen aan de verbruiker en de overheid’, luidt het. Er wordt immers verwacht dat de slimme meters tot een nauwkeurigere opvolging, en daardoor tot een daling van het energieverbruik, zullen leiden. Daardoor zal er minder CO2 uitgestoten worden en zal de overheid minder CO2-certificaten moeten aankopen.

‘Indien de netwerkdistributiebeheerders de investeringslasten ter waarde van 2.272 miljoen euro echter zouden terugkoppelen naar de Vlaamse gezinnen, wat met een grote waarschijnlijkheid zal gebeuren, zal elk Vlaams gezin gedurende twintig jaar geconfronteerd worden met een constant jaarlijks tariefsupplement van 40,83 euro’, stelt Domen.

Test-Aankoop
Test-Aankoop zegt in een reactie dat het wel degelijk de netbeheerders Eandis en Infrax zijn die voordeel hebben bij de slimme energiemeter, omdat ze geen mensen meer op pad moeten sturen om de meterstanden op te nemen. ‘De slimme meters worden weliswaar voorgesteld als een instrument waarmee de consument zijn energieverbruik beter in de gaten en onder controle zal kunnen houden en dus uiteindelijk kan besparen. Maar er is op dit punt niets bewezen’, zegt Test-Aankoop. ‘Consumenten (en zelfs middelgrote gebruikers) zullen hoe dan ook maar weinig kunnen besparen. Een deel van het verbruik is nu eenmaal vitaal en kan dus niet verder omlaag.’


Klant draait op voor nieuwe slimme gas- en elektriciteitmeter

Vrijdag 15 juli 2011

De grootschalige invoering van de slimme gas- en elektriciteitmeter kost consumenten, zonder dat zij dat weten, miljoenen. Volgens SP-Kamerlid Paulus Jansen gaat het zelfs om honderden miljoenen euro’s.

Energiebedrijf Greenchoice houdt het op 180 miljoen euro per jaar. De invoering van de omstreden slimme gas- en elektriciteitmeter, waarbij op afstand de standen digitaal worden bijgehouden, wordt betaald uit een opslag op de huidige klassieke elektriciteit- en gasmeters.

Sinds 2001 is de huur voor klassieke meters volgens de Energiekamer met 10 procent toegenomen naar 25,71 euro in 2011. Toezichthouder NMa greep vier jaar geleden in en sindsdien wordt overwinst toegewezen aan een potje voor de uitrol van de slimme meter.

Dat potje groeit nog door. Volgens directeur Peter Rexwinkel van Greenchoice zou de ’slimmemeterspaarpot’ inmiddels tot 2 miljard euro bevatten, terwijl de uitrol van slimme meters nog altijd op zich laat wachten.

De NMa doet sinds dit jaar onderzoek naar de vraag of inderdaad te veel wordt betaald. Minister Verhagen reageerde stekelig op de aantijgingen van Jansen en Greenchoice. Hij meent dat de door Greenchoice genoemde bedragen aan de hoge kant zijn.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Minister Verhagen reageerde stekelig.

Als hij naar België kijkt blijkt dat ook in België de consument een aanzienlijk bedrag per jaar moet betalen nadat hij een slimme meter heeft laten installeren.

De kosten per jaar zijn voor de consument hoger dan de besparing die de consumenten door de energiemaatschappijen wordt voorgeschoteld.

Het ziet ernaar uit dat de energiemaatschappijen de lachende derde zijn en dat de consument met valse voorwendsels aan de slimme meter wordt gekoppeld.

Zie hier het artikel over de Belgische slimme meter.


Gelderland past bibob toe bij aanvraag subsidies

Vrijdag 15 juli 2011

De provincie Gelderland gaat als eerste provincie subsidieaanvragen voortaan screenen op integriteitsrisico’s in het kader van de Wet Bibob.

Alle subsidies
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is bedoeld om te voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit in de hand werkt. Dat kan door het verlenen van vergunningen, subsidies of aanbestedingen aan malafide organisaties. In de praktijk beperken overheden de screening vaak tot vergunningen en aanbestedingen in risicovolle branches zoals horeca, prostitutie en speelautomatenhallen. De provincie Gelderland wil het Bibob-onderzoek-veld nu uitbreiden tot alle subsidies.

Bouw
De provincie Gelderland screent sinds 2006 aanbestedingen en milieuvergunningen. Het past bibob-screening toe op (wegen)bouw en bodemsanering bij Europese aanbestedingen en bij de afvalbranche bij milieuvergunningen. Nu komen daar de subsidieaanvraagen bij.

Twijfel
Elke aanvrager of ontvanger van subsidie kan in Gelderland voortaan een vragenformulier-bibob krijgen, als er door de behandelend ambtenaar wordt getwijfeld aan de integriteit. Als de aanvrager of ontvanger het inlichtingenformulier niet of niet niet juist of volledig invult kan de subsidie worden geweigerd of gestopt. Als het formulier wel wordt ingeleverd, wordt dat eerst intern beoordeeld op integriteitsrisico’s door het provinciaal Bureau Screening en Bewakingsaanpak (Bureau SBA).

Lichte toets
Het bureau SBA voert een’lichte integriteittoets’ uit. Zij raadplegen daarvoor ‘open bronnen’, zoals het handelsregister van de Kamer van Koophandel, het kadaster, het hypotheekregister, het handelsinformatiebureau, internet en kranten en tijdschriften. Als na dit onderzoek nog steeds twijfel bestaat over de integriteit van de aanvrager of ontvanger dan wordt advies gevraagd aan het landelijk Bureau Bibob van het ministerie van Justitie.

Kosten
Toepassing van bibob op de subsidieaanvragen is vrij uitzonderlijk, zegt het ministerie van Justitie. Er zijn geen andere provincies bekend die dit willen doen. Ook bij gemeenten is dit uitzonderlijk. Amsterdam heeft wel net een pilot afgerond voor subsidies. Over de resultaten van die proef kon de gemeente donderdag nog niets zeggen.

Schifting
Volgens een woordvoerder van het ministerie zijn er geen plannen om ook landelijk de subsidieaanvragen voortaan via bibob te onderzoeken. ‘Als dat structureel zou gebeuren zou dat veel tijd en dus geld kosten’, merkt de woordvoerder op. Gelderland is volgens hem ‘vrij’ om dit wel te doen. Het hoeft voor het landelijk bureau niet tot capaciteitsproblemen te leiden, meent de woordvoerder. ‘Dat hangt van de schifting af. Als die goed is, dan blijft het een behapbaar proces.’


Kopzorgen aardwarmteproject IJsselmuiden

Woensdag 13 juli 2011

Het boren naar aardwarmte in de Koekoekspolder gaat gewoon door, maar het faillissement van een van de drie afnemers – komkommerkweker Ambo Valentes – zorgt wel voor de nodige kopzorgen. “De drie hadden hun nek uitgestoken door garant te staan voor afname.”

Dat nu een van hen afhaakt is vervelend en vooral triest, zeker als je de oorzaak bekijkt”, zegt wethouder Pieter Treep namens de gemeente Kampen in Dagblad De Stentor. Hij refereert aan de EHEC-affaire die het bedrijf uiteindelijk nekte. “Ik moet de eigenaren een groot compliment maken. Doordat compensatie uit Den Haag uitblijft, kunnen zij niet meer aan hun betalingsverplichtingen voldoen. Zij wilden echter niet teren op hun leveranciers en hebben uiteindelijk zelf de stekker eruit getrokken. Sterk.”

Voorlopig heeft het faillissement geen gevolgen voor het geothermieproject, aldus projectleider Vorage. “De financiering is geregeld. De tuinders hebben hun deel bijgedragen en dat staat los van de bedrijven.” Ook kan Vorage de warmte deze winter prima kwijt bij de twee overgebleven deelnemende tuinbouwbedrijven: “‘s Winters was ruim meer warmte nodig dan ik kon leveren. Nu ik de warmte over twee bedrijven kan verdelen, hoeven zij deze winter minder bij te stoken.”

Maar als de lente aanbreekt en de warmtevraag daalt, zou Vorage in de knel kunnen komen. Dan heeft hij niet genoeg afnemers om zijn aardwarmte aan te kunnen leveren. “Dan is er mogelijk een overschot -en dat is niet goed voor mijn exploitatie.” Maar nu is Vorage nog niet op zoek naar een nieuwe tuinder om deel te nemen in het project. Hij hoopt op een doorstart van Ambo Valentes. “Het is een prima tuin. Wanneer daar weer activiteiten worden ontplooid, is er warmte nodig. En dan liggen er in principe afspraken.”

Het faillissement van één van de deelnemende bedrijven is niet het enige hoofdbreken waarmee de projectleider kampt. In twee aardwarmteprojecten nabij Pijnacker kwam met het warme water gas en olie naar boven. Die putten zijn inmiddels stil gelegd en er wordt gebroed op een oplossing. In de Koekoekspolder zou geen olie of gas op moeten borrelen, maar dat hadden deskundigen in de regio Den Haag ook niet verwacht. Het Aardwarmtecluster in de Koekoekspolder volgt de ontwikkelingen op de voet: “We moeten de ondernemers ondersteunen en zoveel mogelijk leren van die projecten.” Vorage heeft in de Koekoekspolder alvast extra geologisch onderzoek laten doen en wacht nu op de analyses. De projectleider is voorzichtig optimistisch: “We hebben geen aanwijzingen dat het er slecht uit ziet.”

Inmiddels lijkt de eerste boring in de Koekoek positief te verlopen. “We zitten inmiddels op 1800 meter diepte. Ik wil niet op de muziek vooruit lopen, maar de voortekenen zijn goed. Over een aantal weken, als we de pompen gaan aansluiten, weten we meer.”


Waste4Energy VOF dient aanklacht in tegen Curator in het faillissement van Biovalue

Maandag 11 juli 2011

Persbericht Waste4Energy VOF

Waste4Energy heeft bij de behandelend Rechter-commissaris diverse klachten ingediend tegen de curator in het faillissement van Delta Biovalue BV, Delta Biovalue Nederland BV, en Delta Biopat BV.

De klachten betreffen het niet juist uitvoeren van de 1e biedingsronde, en het toelaten van “nieuwe buitenlandse bieders”.

Volgens Waste4Energy had deze 2e biedingsronde helemaal niet uitgeschreven mogen worden. Dit vanwege het feit dat de 1e biedingsronde op Biovalue niet conform het opgestelde bidbook is afgehandeld.

Volgens Waste4Energy is deze partij echter in strijd met het geldende  bidbook door de curator geselecteerd. Daarom is de Rechter-commissaris gevraagd om de 2e biedingsronde bij het faillissement van Biovalue ongeldig te laten verklaren

Het zich laten betalen door Delta NV, en het laten betalen van de diverse kosten ( door Delta NV) voor Biovalue (de fabriek) voor een bedrag van ruim 30.000,= Euro per maand. Met daarnaast betaling door Delta NV, ( als voorschot naar zeggen van de curator) van zijn kosten.
Alle kosten behoren te zijn  boedelkosten die een curator kan verhalen op de opbrengst.

Daarnaast heeft Waste4Energy VOF de Rechter-commissaris verzocht een onafhankelijke nieuwe curator aan te stellen, die niet de schijn van partijdigheid t.o.v. Delta NV op zich heeft.

Waste4Energy heeft een grote opdracht die voor de komende jaren volledige werkgelegenheid voor de fabriek van Biovalue garandeert. De curator van Biovalue weigert te onderhandelen met Waste4Energy VOF, maar schijnt er een satanisch genoegen in te scheppen om 2 mensen van Waste4Enery VOF met haar advocaat naar Groningen te laten komen, zonder inhoudelijk op het door Waste4Energy VOF gedane bod en het uitgebreide en toekomstgerichte ondernemingsplan door te nemen.

Ook heeft Waste4Energy VOF de Rechter-commissaris verzocht uitgebreid onderzoek te laten doen naar de oorzaak van het ( onnodige) faillissement. De curator wil dit niet, neemt genoegen met de verklaring van Delta NV, terwijl er bij Delta NV een forensisch rapport voor handen moet zijn naar de enorme verliezen door Delta Biovalue Nederland BV.

Waste4Energy heeft tevens aan de Rechter-commissaris gevraagd om een onafhankelijk onderzoek in te (laten) stellen naar mogelijke faillissementsfraude bij Biovalue door aandeelhouder Delta N.V.

Uit verklaringen van personeelsleden blijkt dat Delta N.V. voorafgaande aan het faillissement de boekhouding van Biovalue heeft aangepast. Hierbij zou een vordering van EUR 12,5 miljoen van Biovalue op haar aandeelhouder Delta N.V. uit de administratie zijn gehaald.

Delta verkoopt verlieslatende zonneceldochter Solland Solar

Zondag 10 juli 2011

Het Zeeuwse energiebedrijf Delta verkoopt dochteronderneming Solland Solar aan de huidige directie van de zonnecelfabrikant. Dat maakten de bedrijven afgelopen vrijdag bekend. Welk bedrag met de verkoop gemoeid is, maakten de bedrijven niet bekend.

Solland stond meer dan een halfjaar in de etalage, omdat de verliezen bij het zonnecelbedrijf hardnekkiger waren dan Delta had verwacht.

Volgens een woordvoerster van Delta is hard gezocht naar een externe partij om het bedrijf over te nemen. Maar de potentiële kopers die zich meldden, konden niet garanderen dat zij zo veel mogelijk personeel voor het bedrijf zouden behouden. Omdat dat wel een belangrijke voorwaarde was, is uiteindelijk voor deze ‘management buy-out’ gekozen. Bij Solland werken 280 mensen.

Henk Roelofs, directeur van Solland, is hoopvol over de toekomst van zijn bedrijf. Hij zet hoog in op de introductie van een nieuwe generatie zonnepanelen, waarnaar volgens hem een grote vraag is in verschillende Europese landen.


Kunstmest uit afvalwater

Vrijdag 8 juli 2011

Waterschap Veluwe gaat 11 miljoen euro investeren in twee nieuwe technieken bij rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Stadhoudersmolenweg in Apeldoorn.

Die moeten het mogelijk maken om fosfaat terug te winnen uit afvalwater en meer energie te halen uit zuiveringsprocessen. Door het fosfaat als meststof te verkopen en de hogere productie van duurzame energie verwacht het waterschap de investering in acht jaar terug te verdienen.

Fosfaatverbindingen spelen een cruciale rol in het DNA van mensen en in de energievoorziening van alle levende organismen. Het is dan ook een belangrijke meststof voor de voedselproductie. Het mineraal wordt gewonnen in fosfaatmijnen. Probleem is dat de voorraad eindig is. Nu stroomt er continu fosfaat met riool- en regenwater naar rivieren en zeeën. In rioolwater zit veel fosfaat. Behalve dat het kostbare mineraal wegspoelt, slaat een deel in ongewenste verbindingen neer in leidingen en pompen van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Met nieuwe technieken verwacht het waterschap tot 90 procent van het aanwezige fosfaat voor hergebruik te kunnen terugwinnen. Dat kan vervolgens als meststof in de landbouw worden gebruikt.

Met een soort snelkookpanprocedé wil het waterschap meer energie halen uit het zuiveringsproces. Bij dit proces eten bacteriën het rioolwater schoon. Het overschot van deze bacteriën, het zogenaamde ‘zuiveringslib’, wordt vergist. Daarbij ontstaat gas waarmee elektriciteit en warmte geproduceerd worden. Dat gebeurt al op de rioolwaterzuivering in Apeldoorn. Waterschap Veluwe produceert daarbij veel meer warmte en elektriciteit dan de zuivering zelf nodig heeft. Zo leverde het waterschap in 2010 voor ruim 1.000 woningen elektriciteit. Door het slib bij hoge temperatuur en onder hoge druk, ‘als in een snelkookpan’, te bewerken, kan er nog meer gas gewonnen worden uit het rioolslib.


Mogelijk nieuwe Biodieselfabriek in Eemshaven

Donderdag 7 juli 2011

Persbericht Waste4Energy

Mocht een doorstart van Delta Biovalue BV door Waste4Energy VOF definitief niet doorgaan, dan zal Waste4Energy VOF samen met haar Maleisische financiële partner – een grote internationale handelsonderneming met een eigen bank – haar plannen voor een nieuwe fabriek verder gaan concretiseren en uitwerken.

De nieuwe fabriek zal minimaal de dubbele – of meer- capaciteit hebben dan de fabriek van Delta Biovalue BV. Daarnaast zal de nieuwe fabriek meer dan alleen Biodiesel maken, andere producten zijn reeds ontwikkeld of in ontwikkeling, en ook zijn voor deze producten al grote afnemers voor deze producten geïnteresseerd.

Voor deze nieuwe fabriek zal een jointventure worden opgericht, waarbij ook mogelijk Nederlandse bedrijven in zullen deelnemen.

In augustus komt de voltallige directie van dit Internationaal werkende bedrijf naar Nederland om de plannen verder door te spreken, en een bezoek te brengen aan de door Waste4Energy VOF gewenste locatie in de Eemshaven.

Waste4Energy VOF streeft er nog steeds naar om een doorstart van Delta Biovalue BV te realiseren, zeker in combinatie met het crushcontract voor de komende 3 jaar. Dit zou de uitbreiding van de nieuwe activiteiten eenvoudiger maken, maar als het niet anders is zal een nieuwe fabriek de enige mogelijkheid zijn om de door Waste4Energy VOF ontwikkelde plannen uit te kunnen voeren.


Merendeel ex-medewerkers Biovalue kiest voor doorstart met Waste4Energy VOF

Dinsdag 5 juli 2011

Persbericht Waste4Energy

Ondanks dat Waste4Energy VOF constant wordt gedwarsboomd om een  directe doorstart met Biovalue te maken, heeft ruim 2/3 van de medewerkers het vertrouwen uitgesproken voor een doorstart door Waste4Energy VOF.

Omdat ook enkele medewerkers mee hebben gewerkt aan het opzetten van een goed onderbouwd maar ook toekomst gericht ondernemingsplan, heeft inmiddels 2/3 van alle 27 ex-medewerkers officieel gesolliciteerd bij Waste4Energy VOF.

Naast de baangarantie die Waste4Energy VOF al in een eerder stadium gaf, speelt ook het gegeven dat het salaris gelijk blijft als in de situatie voor het faillissement.

Van groot belang voor de doorstart is dat er een garantie is van een grote wereldspeler op het gebied van plantaardige oliën, maar ook de uitbreiding van activiteiten zodat Biovalue een grote marktpartij kan worden op het gebied van Bio gerelateerde producten.

Een zak met geld voor de overname van de activa, betekent nog geen doorstart. Voor een doorstart heb je meer nodig dan een zak met geld voor de activa, ook zal er een degelijk toekomst gericht ondernemingsplan moeten zijn.

Daarnaast zal er ook nog een slordige 15 miljoen nodig zijn om de eerste 3 maanden te kunnen overbruggen.

Zonder deze drie elementen is een doorstart met alleen een overname van de activa al bijvoorbaat gedoemd te mislukken.

Waste4Energy VOF is er van overtuigd dat zij van Biovalue, samen met haar kapitaalkrachtige partners en haar sterke toekomstgerichte ondernemingsplan van Biovalue een succes zal maken.

Het is daarom dan ook dat Waste4Energy VOF blijft knokken met alle middelen om haar doel te bereiken.

Het is te gek voor woorden dat 6.5 maand na het faillissement er nog steeds geen doorstart is gerealiseerd.


Bijna besluit over ‘groen gas hub’

Maandag 4 juli 2011

Aanstaande vrijdag, 8 juli, wordt de knoop doorgehakt: kan er wel of niet een ‘groen gas hub’ voor biogas komen in de gemeenten Raalte, Olst-Wijhe en Deventer?

Vrijdag beslist de stuurgroep, waarin bijvoorbeeld wethouders en gedeputeerde Theo Rietkerk in zitten, daarover. In het plan van aanpak dat enkele maanden geleden naar buiten kwam, stond overigens nog dat op 1 juli het besluit zou worden genomen.

Een ‘groen gas hub’ houdt in dat mest op boerderijen wordt vergist en het gas dat hierdoor vrij komt, wordt naar een centraal punt gebracht. Daar wordt het verbeterd tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas en wordt dan in het aardgasnetwerk gebracht.


Grootste zonnepanelendak van Berlijn

Donderdag 30 juni 2011

Vandaag opent op Nederlands initiatief het grootste zonnepanelendak in Berlijn, op het dak van het grootste Duitse verhuisbedrijf Zapf. Het idee voor het enorme solarproject komt van First Green Capital, een nieuwe joint venture tussen energieleverancier Greenchoice, financieel consultant Zanders, Eurosol en drie Duitse ondernemers.

Op het dak van Zapf ligt vanaf nu het grootste Berlijnse zonnesolarproject, een installatie van 4.536 zonnepanelen op 22.500 m2 dakoppervlak met een vermogen van 1,1 megawattpiek (MWp). Greenchoice investeert in Duitsland omdat de Duitse overheid duurzame energie met succes stimuleert.

Jurjen Algra van Greenchoice: ‘In Duitsland worden per dag net zoveel zonnepanelen gelegd als in Nederland in een jaar. Daar kan Nederland een voorbeeld aan nemen als het gaat om duurzame energie.’

First Green Capital huurt het dak van Zapf voor 25 jaar. De opgewekte stroom van 1,0 miljoen kilowattuur (KWh) wordt teruggeleverd aan het net tegen het vaste teruglevertarief van € 0,258 per KWh ofwel een omzet van circa € 250.000,- per jaar. Het bedrijf heeft nog grotere ambities: in totaal wil het binnen vier jaar 100MWp aan vermogen installeren.

Greenchoice is als investeerder en als energieleverancier een strategische partner in First Green Capital. De JV werd afgelopen december opgericht en ontwikkelt en investeert in solarprojecten met als uitgangspunt dat iedere installatie een minimaal vermogen van 1 MWp moet hebben. Zanders is verantwoordelijk voor financieel advies en risicomanagement. De ambitie is om steeds grotere zonnepanelenprojecten te starten in het buitenland.


deA kan al stroom leveren

Woensdag 29 juni 2011

Het duurzaam energiebedrijf deA in Apeldoorn is startklaar om groene stroom te gaan leveren aan leden en klanten.
Tijdens een bijeenkomst voor aspirant-leden in het hoofdkantoor van de Rabobank meldde het bestuur van deA gisteravond dat er afspraken zijn gemaakt met leveranciers van groene stroom. Alles is in gereedheid om aan de eerste huishoudens stroom te kunnen leveren.

Die groene stroom kan vooralsnog geleverd worden door afvalbedrijf VAR. De vergisting van het gft-afval van Apeldoornse huishoudens levert genoeg elektriciteit op om 450 huishoudens van stroom te voorzien.

Als tweede leverancier is deA in gesprek met het Waterschap Veluwe. Het Waterschap is van plan op twee plaatsen via stuwen gezuiverd rioolwater te gaan lozen op het oppervlaktewater. Elk lozingspunt levert stroom voor veertig huishoudens.

Een derde bron van groene stroom kan ook van het Waterschap komen. Via vergisting van afvalslib kan het Waterschap ook groene stroom opwekken.

Het bedrijf deA is qua organisatie nog niet zover dat de stroomleveranties al kunnenworden uitgevoerd. Het was het voornemen van het bestuur om deA pas als coöperatief bedrijf op te richten wanneer er 600 aspirant-leden zijn (één procent van het totaal aantal huishoudens in Apeldoorn). Op dit moment hebben zich 346 aspirant-leden aangemeld. De verwachting is dat nog voor het eind van 2011 zich 600 aspirant-leden hebben aangemeld.

Het bestuur beraadt zich komende vrijdag in een bestuursvergadering wat verstandig is: wachten tot er daadwerkelijk 600 aspirant-leden zijn, of nu het bedrijf van start laten gaan.

Duurzaam energiebedrijf deA wil groene stroom leveren tegen marktconforme prijzen (niet duurder dan concurrenten), aan huishoudens in de gemeente Apeldoorn.
Het gaat dan om stroom die in Apeldoorn is geproduceerd. Op dit moment zijn de productiemogelijkheden nog beperkt.

Een werkgroep heeft gezocht naar mogelijkheden om stroom op te wekken via zonnepanelen op daken van Apeldoornse bedrijven. De zonnestroom is voor een bedrijf als deA niet rendabel te maken. Wel voor individuele leden die via deA zonnepanelen kopen.
Op korte termijn hoopt deA namelijk zonnepanelen aan leden te kunnen aanbieden.


Verhagen zet in op elektrische auto

Woensdag 29 juni 2011

Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken wil dat er veel meer elektrische auto’s op de Nederlandse weg gaan rijden. Als het aan de bewindsman ligt, is in 2025 een op de tien auto’s voorzien van een elektromotor.

Tijdens de huidige kabinetsperiode al 15.000 tot 20.000 elektrische wagens op de weg moeten komen. Momenteel rijden er slechts 700 van deze voortuigen rond.
Het kabinet zal vandaag de plannen presenteren.

Verhagen hoopt het rijden in elektrische wagens aantrekkelijk te maken door gunstige fiscale regelingen te behouden die voor gewone auto’s inmiddels zijn vervallen. De regelingen zouden betekenen dat elektrische wagens tot ten minste 2018 zullen worden vrijgesteld van fiscale bijtelling, motorrijtuigenbelasting en bpm.

Daarnaast wil de minister dat het gebruik van elektrische leaseauto’s openbaar vervoer en taxi’s sterk toeneemt. Afspraken met ondernemers, regio’s en steden moeten ertoe leiden dat aanschaf van oplaadpunten voor de wagens eenvoudiger wordt. Volgens bronnen zou de minister ook bereid zijn om financiële regelingen te treffen.


Trekt Delta na BioValue ook de stekker uit Solland Solar?

Zaterdag 25 juni 2011

De duurzame experimenten van Delta, Nuon, Essent en Eneco hebben de afgelopen twee jaar niets anders opgeleverd dan vele honderden miljoenen Euro’s verlies voor de vier grootste Nederlandse energiebedrijven.
Eneco ligt nog vers in het geheugen nadat het bedrijf zich in 2009 schielijk uit BioShape terugtrok vanwege aanhoudend gerommel rondom BioShape in Tanzania.
Essent sloot de biomassacentrale in Cuijk, Delta trok eind vorig jaar plotseling de stekker uit BioValue en Nuon ligt al een tijd overhoop met het bezit van Helianthos, een maker van zonnefolie.
Als oorzaak van de problemen in de sector wordt gezegd dat allerlei subsidies beëindigd zijn. Als dat inderdaad zo is dan zou men haast geneigd zijn te denken dat de energiebedrijven slechts uit waren op de volle subsidiepotten en dat het woord duurzaam voor hen slechts een loze kreet is.

Het Zeeuwse Delta verwacht op korte termijn duidelijkheid over de toekomst van zijn verlieslatende zonneceldochter Solland Solar. Volgens een woordvoerder van het bedrijf is de kans groot dat de komende dagen de knoop wordt doorgehakt of de zonneceltak geheel of gedeeltelijk wordt verkocht. Als dat niet lukt rest niets anders dan de activiteiten van Solland Solar te beëindigen.

Aanstaande maandag, 27 juni, zullen de aandeelhouders van Delta, waaronder de provincie Zeeland (50%) en de gemeentes Terneuzen en Middelburg, onder meer worden bijgepraat over de stand van zaken bij Solland Solar. De zonneceldochter staat al acht maanden in de etalage, maar het is zakenbank Macquirie sindsdien nog niet gelukt om het bedrijf onder te brengen bij een nieuwe eigenaar.

Bij de bekendmaking van de jaarcijfers in april gaf Delta-topman Peter Boerma aan te verwachten vóór 1 juli een nieuwe eigenaar te hebben gevonden voor Solland Solar. Een snelle afwikkeling van het hoofdpijndossier Solland Solar is belangrijk voor Delta, want de markt voor zonnepanelen verslechtert nog steeds.

In Azië kunnen zonnecellen goedkoper worden geproduceerd dan in Europese landen, zoals de Solland Solar-fabriek in Heerlen. Bovendien heeft de sector last van het besluit van de Nederlandse overheid om de subsidiekraan dicht te draaien.

Vorig jaar schreef Delta daarom ruim € 250 miljoen af op Solland Solar. Het Zeeuwse concern denkt dat Solland Solar dit jaar nog maximaal € 30 miljoen aan investeringen en verliezen zal opslokken. Er werken ongeveer 300 mensen bij het onderdeel.

Delta is niet het enige bedrijf dat probeert af te komen van zijn duurzame energiedochter. Ook Nuon heeft Helianthos, een maker van zonnefolie, al bijna anderhalf jaar tevergeefs in de etalage staan. Waar Nuon-topman Huib Morelisse eerder nog in het eerste kwartaal van dit jaar een oplossing voorzag, is daar een concrete deadline inmiddels losgelaten. Net als Solland Solar lukt het Helianthos niet om op te boksen tegen voornamelijk Aziatische concurrenten. De hoop is gevestigd op de kennis die de afgelopen jaren door het bedrijf is vergaard en die mogelijk interessant kan zijn voor een Chinese branchegenoot.

Helianthos, waar circa 65 mensen werken, moet volgens betrokkenen slechts een symbolisch bedrag opleveren voor Nuon, maar een koper zou zich wel moeten verplichten een substantieel bedrag te investeren om het bedrijf tot wasdom te laten komen, volgens sommigen tegen de € 100 miljoen.

Update 2 juli 2011

In de Provinciale Zeeuwse Courant staat een discussie tussen enkele lezers en mensen die kennelijk dichtbij het Delta, BioValue en Solland Solar vuur zitten.
Te lezen op deze link die u naar de PZC doorstuurt en opent in een nieuw venster.

Update 4 juli 2011

Er is nog geen verder nieuws bekend omtrent een mogelijke verkoop van Solland Solar.


Nederland, van gasrotonde tot biohub

Vrijdag 24 juni 2011

Nederland heeft gezien de huidige infrastructuur, de gunstige ligging en hoogwaardige kennis, de ambitie om voor Noordwest-Europa een belangrijk logistiek knooppunt te worden en blijven voor de opslag en het transport van deze gasstromen uit de verschillende aanvoerrichtingen.

Hiertoe wil men onder andere gas in lege gaskoepels pompen die als reserve worden aangehouden tijdens strenge koude of andere calamiteiten. Bergen in Noord Holland is het spraakmakende voorbeeld wat de overheid wil, maar ook in het noorden van het land beginnen bestaande gasvoorraden te slinken en wil men met het inpompen van gas de lege gaskoepels weer vullen.
Door de te verwachte Europese schaarste in produceerbare olie- en gasreserves zal op langer termijn een groter beroep worden gedaan op de gastoevoer uit andere landen.

De Europese vraag naar gas zal in de komende jaren, los van de korte termijn schommelingen als gevolg van de crisis,  naar verwachting blijven stijgen terwijl de gasvoorraden in Europa slinken. Tegelijkertijd neemt de vraag uit landen zoals China exponentieel toe. Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen wordt Europa steeds afhankelijker van de gastoevoer uit landen buiten Europa met grote gasreserves, zoals Rusland en landen in het Midden-Oosten.
Nederland heeft hierbij de ambitie om zich te positioneren als ‘gasrotonde’.
Een goed functionerende gasrotonde draagt bij aan het ontstaan van een liquide gasmarkt en een beter geborgde voorzieningszekerheid van Nederland in de toekomst. Nederland als logistiek knooppunt is ook gunstig voor de strategische waarde van bedrijven in vooral de ‘midstream’- en ‘downstreamsector’. De omstandigheden van Nederland zijn gunstig voor het vervullen van de logistieke rol, niet alleen qua huidige infrastructuur maar ook vanwege de in Nederland aanwezige hoogwaardige kennis, in toenemende mate een exportproduct.

Behalve ontwikkelingen op gasgebied laat ook de biobrandstof sector van zich horen. Vooral het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart heeft de laatste tijd aandacht.

Zo maakte de KLM afgelopen woensdag bekend dat het bedrijf dit najaar op Parijs gaat vliegen op afgewerkt frituurvet, inclusief interviews met KLM directeur Camiel Eurlings en reportages vanuit een patatkraam. ,,En het mooie is: we stoten er de Derde Wereld niet het brood mee uit de mond”, zei Eurlings, ,,want het is oud vet, er is geen nieuwe landbouwgrond voor nodig.”

De KLM gaat op Parijs vliegen met een Boeing 737 die voor 50 procent opgewerkt frituurvet door zijn kerosine mengt. De ‘biokerosine’ wordt geleverd door het Amerikaanse bedrijf Dynamic Fuels dat de olie sinds een jaar produceert in Geismar, Louisiana. De grondstof is afgewerkt vet, ‘used cooking oil’, maar aan het eindproduct, dat de volledige specificatie van vliegtuigkerosine (Jet A-1) heeft, is dat niet te merken. Het oude vet ondergaat in de moderne raffinaderij van Geismar bewerkingen en omzettingen die aanmerkelijk verder gaan dan de eenvoudige bewerking waarmee in Nederland door bedrijven als Greenmills, Sunoil en Biodiesel Kampen biodiesel uit oud frituurvet wordt gemaakt. De biokerosine voor de KLM komt per schip naar Europa en wordt in Amsterdam opgeslagen. Hoeveel (fossiele) energie raffinage en transport kosten is niet bekend. Dat zal men niet bekend willen maken om het verhaal rond de CO2 besparing niet al te negatief te maken, maar vast staat dat een olietanker vanuit de VS naar Nederland een paar duizend ton stookolie verbruikt die de nodige (zwavel) vervuiling en CO2 uitstoot veroorzaakt en dan moet de tanker ook nog terug.

Hoeveel baat heeft het milieu er dan van?
Het probleem is dat er niet veel afgewerkt frituurvet is. De universiteit Groningen becijferde in 2009 dat in Nederland jaarlijks zo’n 113.000 ton frituurvet en -olie vrijkomt. Dat is ongeveer 8,4 liter per hoofd van de bevolking. Ongeveer 40 procent is niet herwinbaar, omdat veel frituurvet in huisvuil of riool belandt. Er is dus per hoofd 5 liter vet en olie voor verwerking beschikbaar. Dat zal elders op de wereld niet veel beter zijn. En er ìs op dit moment al een goede bestemming voor: de fabrieken die er biodiesel voor het wegtransport van maken.

Terug naar de frituurvlucht van de KLM. Bedoelde Boeing 737 verstookt zo’n 5 liter brandstof per kilometer. Zijn er 150 passagiers dan is dat 0,033 liter per passagierskilometer. Bij een bezettingsgraad van 80 procent: 0,042. Eén passagier verstookt op een retour Amsterdam-Parijs (1.000 km) dan 42 liter kerosine. Pas na 8 jaar is voor die passagier weer genoeg oud vet vrijgekomen om opnieuw naar Parijs te gaan. Al die tijd kunnen de biodieselfabrieken het vet niet gebruiken voor het wegtransport. Conclusie: de wereld wordt er niet beter van, alleen de KLM verbetert zijn imago.

De Paris Air Show
De Paris Air Show is een wedstrijd tussen Boeing en Airbus. Maar dit jaar speelt ook een heel andere wedstrijd: die over biofuels voor de luchtvaartindustrie.
Voor het eerst is een paviljoen ingericht voor bedrijven, die bezig zijn met alternatieve brandstoffen.
Nederland speelt daarin een rol van betekenis, met de start-up SkyNRG, de eerste Europese leverancier van een duurzame brandstof voor de luchtvaart.
SkyNRG is een joint venture tussen KLM, North Sea Group en Sping Associates om de markt voor biokerosine te ontwikkelen en krijgt steun van van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, om van Schiphol de biohub van Europa te maken.
Tijdens de show maakte Boeing met haar nieuwste 747-8 naar Parijs een testvlucht op een mengsel van bio- en fossiele kerosine. Binnenkort vindt dus ook de eerste commerciële vlucht plaats op biokerosine, die van de KLM naar Parijs, op basis van afvalvetten, zoals frituurvet.

Jatropha als vliegtuigbrandstof?
Al in maart 2009 vloog een Boeing 747 van Air New Zealand op jathropa-olie. De brandstof werd geleverd door het Nederlandse bedrijf Diligent dat in Tanzania ongeveer 5000 hectare land in gebruik heeft waar jatropha wordt geteeld. Het gaat niet om grote uitgestrekte plantages. Diligent heeft met ongeveer 5000 kleine boeren een contract dat zij de jatropha telen en de zaden aan Diligent leveren. De boeren hebben de jatropha struiken meestal als afscheiding om hun erf staan.
Diligent heeft in 2008 17.000 liter jatropha olie aan Boeing geleverd met de vraag van Boeing om nog eens 60.000 liter te leveren. Dat klinkt als een forse hoeveelheid, maar een Boeing 747 met 400 passagiers verbruikt 10.000 liter brandstof per uur. Die 60.000 liter  is dus goed voor 6 uur vliegen. Per hectare jatropha kan ongeveer 800 liter olie worden geproduceerd. Per uur vliegen heb je dus ruim 10 hectare nodig.
Als je niet wilt dat de jatropha productie ten koste gaat van de voedselproductie of leidt tot ontbossing moet je het aanplanten in droge gebieden. In Tanzania bijvoorbeeld komt daar 200.000 hectare voor in aanmerking. Dat is dus 20.000 uur vliegen met een Boeing 747. Bij KLM maakt een 747 ongeveer 5000 vlieguren per jaar. Dus de maximale duurzame productie van Jatropha in Tanzania is zo toereikend voor maar vier 747’s.

Het is duidelijk dat wanneer de luchtvaart over zou gaan op jatropha olie als brandstof er tientallen miljoenen hectares met jatropha gekweekt moeten worden. Die hoeveelheid grond is er niet, dus zal het bij enkele experimenten blijven die vooral PR waarde moeten hebben, zoals KLM directeur Eurlings in een patatkraam.

Er is al uitgerekend dat de eisen zoals de EU voor ogen heeft om in 2020 10% biobrandstoffen bij fossiele brandstoffen te mengen, volstrekt onhaalbaar zijn.
Er zijn te weinig grondstoffen om die enorme plas bio-olie te produceren.
Dat geldt niet alleen voor jatropha, maar ook voor frituurvet en afvalhout waar biobrandstof van wordt gemaakt.
Over enkele jaren zal blijken dat er een groot tekort is aan deze grondstoffen.

Tenzij er op grote schaal voedingsmiddelen zoals palmolie, maïs, suikerriet en soja wordt gebruikt. Maar dat is een ander verhaal.
Zo zien we bijvoorbeeld dat in de VS de prijs voor maïs het afgelopen jaar geëxplodeerd is. Van de totale maïsproductie in de VS wordt al 30% gebruikt voor de fabricage van biobrandstof en zolang de Amerikaanse overheid de ogen voor het voedselprobleem gesloten houdt en voor elke geproduceerde liter maïsolie $ 0.40 subsidie betaalt zullen boeren geneigd zijn maïs te gaan telen en hun oogst aan biobrandstof bedrijven leveren.
Gezien de eveneens sterk gestegen prijs van normale benzine lijkt het erop dat de bijdrage van  bio-olie in de VS niet voor lagere prijzen aan de pomp zorgt. Dat klopt want een groot deel van deze biobrandstof vindt z’n weg naar West Europa, dat tandenknarsend toekijkt hoe deze rijkelijk gesubsidieerde biobrandstof vanuit de VS wordt ingevoerd, waardoor het in de EU bijna onmogelijk is om te concurreren en vele biobrandstofbedrijven er de brui aan geven.


Proefboren schaliegas op Veluwe uitstellen

Donderdag 23 juni 2011

De Gelderse Milieufederatie heeft 22 gemeenten op de Veluwe (waaronder Apeldoorn, Epe en Brummen) en in de Achterhoek  een brief gestuurd met een oproep bij het Rijk aan te dringen op een voorlopig verbod op proefboringen naar  steenkool- of schaliegas.

Het gaat om proefboringen die het Australische bedrijf Queensland Gas Company wil doen in de Achterhoek en op de Veluwe. Daarvoor heeft het ministerie van Economische Zaken in 2009 toestemming verleend, maar de Provincie Gelderland en de Gelderse Milieufederatie hebben daar bezwaar tegen aangetekend.

De Gelderse Milieufederatie wil een uitstel van de proefboringen zolang er onduidelijkheid is over nut en noodzaak ervan en over de effecten op de ondergrond en het grondwater. Dat heeft te maken met het feit dat bij het boren naar dit gas veel boorgaten worden gemaakt. Als gevolg daarvan kunnen lagen die ondermeer grondwater tegenhouden lek worden geprikt, wat weer gevolgen voor de grondwaterstand kan hebben.

Verder is de winning van schaliegas omstreden door het vrijkomen van grote hoeveelheden methaan die weglekken tijdens de winning en het gebruik van chemicaliën.


Mogelijk krijgt heel Drenthe windenergie

Woensdag 22 juni 2011

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) begint een onderzoek naar de effecten van een mogelijk windmolenpark in de Drentse gemeente Borger-Odoorn. Het park moet een vermogen krijgen tussen de 300 en 450 Megawatt. Hiermee kunnen alle inwoners van Drenthe van elektriciteit worden voorzien.

Windenergieprojecten van nationaal belang vallen onder de Rijkscoördinatieregeling. Daarbij besluiten de ministers van EL&I en van Infrastructuur en Milieu over de totstandkoming. Daarbij worden eerst effecten op de leefomgeving, gezondheid en natuur in kaart gebracht. De startnotitie over de opzet van het onderzoek door EL&I ligt vanaf 24 juni voor inspraak ter inzage op het gemeentehuis van Borger-Odoorn.

Het kabinet kiest voor een evenwichtige mix van verschillende vormen van energie. Dat verzekert de betrouwbare aanvoer van energie, zadelt mensen en bedrijven niet op met onnodig hoge energiekosten en mobiliseert de kracht van de energiesector.

Goedkoopste technieken
EL&I-minister Maxime Verhagen windparken op land van groot belang. Volgens hem maakt een Drents windmolenpark dan ook kans op uitvoering. ‘We steunen als eerste de relatief goedkoopste technieken. Wind op land is daar één van. Zo wordt er per euro belastinggeld meer groene energie opgewekt.’

LOFAR
Naast het rijksonderzoek onderzoekt Astron, eigenaar van de Lofar-sterrenwacht bij Exloo, al mogelijke storing door de vestiging van windmolens rond de sterrenwacht. Dit onderzoek wordt deze zomer afgesloten.

Zie hier een eerder artikel over Lofar en windmolens.


Voorlopig geen proefboringen naar schaliegas in Brabant

Woensdag 22 juni 2011

De komende maanden vinden er in Brabant geen proefboringen naar schaliegas plaats. Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft dit besloten.

Eerst moeten volgens de bewindsman alle risico’s van deze activiteiten zijn weggenomen.

Aardbevingen
De beslissing van Verhagen komt twee weken na aardbevingen, begin deze maand in Engeland waar Cuadrilla al naar schaliegas boort. Vanuit ons land is het bedrijf om opheldering gevraagd. Cuadrilla wil ook in Boxtel en Haaren gaan boren.

‘Ik kan u verzekeren,’ zo schrijft Verhagen aan de Tweede Kamer, dat indien blijkt dat er sprake is van onacceptabele risico’s, er geen boringen naar schaliegas zullen plaatsvinden.’ Hij wil het licht pas op groen zetten wanneer de veiligheid is verzekerd en ‘afdoende rekening is gehouden met de onderzoeksresultaten van de aardbevingen in het Verenigd Koninkrijk.’

Onlangs pleitten Gedeputeerde Staten nog vergeefs voor een zogeheten moratorium. Jules Iding noemde het toen uitermate teleurstellend dat Verhagen niet rustiger aan wil doen met de proefboringen. De provinciebestuurder vindt dat de bewindsman zich schuldig maakt aan minachting van de Brabanders.

BGS
De Britse geologische dienst BGS heeft over de laatste aardbeving op 27 mei in Blackpool gezegd dat het epicentrum lag op 500 meter van de plek waar Cuadrilla boort. De diepte werd bepaald op ongeveer 2 kilometer.

De schokgolven waren vergelijkbaar met de zwaardere beving op 1 april. Kort voor beide bevingen werd water in de grond geïnjecteerd, een bekende oorzaak voor kleinere bevingen.

De omstandigheden ‘suggereren’ dat er een verband mogelijk is, aldus de voorzichtige eerste conclusie van de BGS.


Vliegen op frituurvet

Woensdag 22 juni 2011

Als eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld opent KLM in september een lijndienst op frituurvet. De toestellen vliegen op afgedankte olie uit restaurants en friteuses tussen Amsterdam en Parijs.

“Een wereldprimeur voor Nederland en een enorme doorbraak voor de luchtvaart”, aldus KLM-directeur Camiel Eurlings. „De vergunning is nagenoeg rond en we zijn er helemaal klaar voor”, stelt de ex-minister vanaf de gisteren gestarte luchtvaartshow in Parijs.

KLM denkt dit najaar zeker al tweehonderd vluchten uit te kunnen voeren tussen Schiphol en de Franse hoofdstad, tevens de thuisbasis van partner Air France.

De Boeings 737 zullen daarbij straks nog maar voor de helft met kerosine en voor de andere helft met frituurvet worden volgetankt. „Daardoor zijn geen aanpassingen aan de motoren of de brandstoftanks nodig, maar vliegen we wel een stuk schoner en wordt veel minder CO2 uitgestoten”, aldus Eurlings.

Eurlings hoopt met de doorbraak ook de discussie in Europa over de omstreden nieuwe energieheffing open te breken.


Windenergie op zee zal Belgische consument 14 miljard euro extra kosten

Dinsdag 21 juni 2011

De Vlaamse oppositiepartij LDD heeft nagerekend hoeveel geld de overheid wil (laten) besteden aan de nieuwe duurzame energie. Over enkele maanden wordt de zevende concessie voor een windmolenpark in de Noordzee toegewezen. Voor LDD is het duidelijk waarom drie kandidaten zo ijverig de buit binnen willen halen.

Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD: “Volgens de CREG, de federale reguleringscommissie voor gas en elektriciteit, zullen de zeven geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn. De oudste concessiehouder, C-Power zegt daarmee ieder jaar 1075 GWh (Gigawattuur) of 1.075.000 megawattuur stroom te kunnen opwekken. Tegen een gemiddelde prijs van 102 euro per MWh zal C-power 109.650.000 euro incasseren aan groenestroomcertificaten. Elk windmolenbedrijf zal dus 100 miljoen euro per jaar kosten aan groene stroomcertificaten. Met 7 parken levert dat jaarlijks een extra kostenplaatje op van 700 miljoen euro voor de consument.”

Wettelijke woekerwinsten
LDD wijst er op dat de concessies worden verleend voor een periode van twintig jaar met een vaste prijsgarantie. In de komende 2 decennia zullen de windmolenaars voor 14 miljard euro certificaten op zak steken, bovenop de normale elektriciteitsprijs, want de consument betaalt dubbel: éénmaal voor groenstroomcertificaten en éénmaal voor de elektriciteit.
Jean-Marie Dedecker: “De zeven windmolenparken zullen naast 14 miljard euro voor de certificaten nog minimum 7 miljard euro incasseren voor hun productie. Twintig jaar subsidies betalen voor een project dat na acht jaar is afbetaald, afgeschreven en winstgevend , wekt de indruk van Siciliaanse toestanden of gelegaliseerde diefstal. Voor die 14 miljard euro kan de privé twee kerncentrales bouwen met een veelvoud van de capaciteit van onze off-shorewindmolens, en zonder certificaten!”

Extraatjes van overal
Als toemaatje hebben de producenten van windenergie nog bedongen dat de groene stroom betaald wordt op de nettoproductie vòòr tranformatie bovenaan in de windmolen en niet wanneer ze aan land komt in de elektriciteitscentrales. Door de grote afstand naar de windmolens van 30 tot 66 km is er een vermogensverlies van 4 tot 5 procent op de voedingskabel.. Dat verlies wordt ook gedekt met groenestroomcertificaten, en doorgerekend aan de consument, voor stroom die in zee verdwijnt.
Jean-Marie Dedecker: “De subsidiedrift van de regering kent geen grenzen: voor de voedingskabel van de Thorntonbank die 27 km diep in de Noordzee ligt, heeft de federale overheid via netwerkbeheerder Elia 25 miljoen euro opgehoest, voor amper 6 windmolens. Elia moet ook het hoogspanningsnet van 380kv (kilovolt) doortrekken van Eeklo tot Zeebrugge, omdat het huidig netwerk van 150 Kv dat uit Brugge en Bredene vertrekt schromelijk tekort om de capaciteit van de zeven geplande windmolenparken op te vangen. Weer een kost van 800 miljoen tot 1 miljard euro voor werken die 12 jaar in beslag nemen. Het geld van de belastingbetaler is het fundament van de energieluchtkastelen.”


VS bouwen ‘s werelds grootste zonnecentrale

Dinsdag 21 juni 2011

LOS ANGELES – In de Amerikaanse staat Californië is de eerste spade de grond ingegaan voor ‘s werelds grootste energiecentrale op zonne-energie. de installatie moet evenveel stroom opleveren als een kerncentrale.

Het project in de woestijn bij Blythe, 350 kilometer ten oosten van Los Angeles, moet in 2013 bijna 1000 Megawatt aan stroom gaan leveren: genoeg voor 300.000 tot 750.000 huishoudens.

De centrale krijgt enorme paraboolspiegels om het zonnelicht te bundelen. De installatie is een initiatief van de Duitse firma Solar Millennium en kost circa 3 miljard euro.

De bouw is een grote stap in het Amerikaanse voornemen te komen tot meer hernieuwbare energie en een stabielere economie, zei de minister Ken Salazar van Binnenlandse Zaken. President Barack Obama heeft gezegd dat in 2035 80 procent van de Amerikaanse stroom uit hernieuwbare bronnen moet komen.


VS behoudt subsidies voor bio-ethanolproductie uit maïs

Dinsdag 21 juni 2011

De Verenigde Staten handhaaft de subsidie op de productie van bio-ethanol uit maïs. De Amerikaanse Senaat heeft een wetsvoorstel om de subsidies te schrappen, weggestemd. De overheid geeft 45 dollarcent per liter subsidie op de productie van bio-ethanol uit maïs.
Bovendien gelden invoerheffingen op de import van bio-ethanol. De subsidie is wettelijk geregeld tot eind dit jaar.

Begin dit jaar is in de VS een coalitie gevormd door milieuorganisaties, veehouders en veevoederfabrikanten. Zij vinden dat maïs onnodig duur is geworden door het subsidiebeleid van de overheid. Republikeinse senatoren hebben daarop een wetsvoorstel ingediend om de subsidie te schrappen. Het voorstel is onlangs weggestemd met 59 tegen 40 stemmen.

De VS wil met met behulp van het subsidiebeleid voor de productie van bio-ethanol uit maïs minder afhankelijk worden van de import van aardolie. Door dit beleid is vorig jaar ruim een derde van alle maïs in de VS verwerkt tot bio-ethanol. Het heeft de maïsprijs vorige maand opgedreven tot een recordhoogte.


Mestvergistinginstallaties ingezet om afval om te katten

Dinsdag 21 juni 2011

Staatssecretaris Joop Atsma (CDA, Infrastructuur en Milieu) gaat extra toezicht houden op de stoffen die in mestvergistinginstallaties worden verwerkt. Uit onderzoek van het ministerie is namelijk gebleken dat er het nodige schort aan deze controle.

De aanleiding voor Atma’s plan is dat bij inspectie door VROM-medewerkers is gebleken dat op grote schaal wordt gefraudeerd bij het vullen van de biogas-installaties.
“Regelmatig werden producten omgekat of weggemengd in andere partijen, administraties bleken vaak niet volledig of inzichtelijk”, aldus de staatssecretaris.

Het blijkt dat in de zogeheten co-vergisters vaak ook schadelijk afval van niet organische oorsprong wordt verbrand. Volgens de wet moet minstens de helft van de inhoud bestaan uit mest aangevuld met stoffen van plantaardige of dierlijke herkomst. Voor de toegevoegde co-stoffen gelden strenge voorwaarden. Alleen de bijproducten die door de overheid op een ‘positieve lijst’ zijn gezet mogen worden gebruikt. Deze lijst is zeer beperkt. Om de vergisters gevuld te krijgen worden vaak ook geïmporteerde co-stoffen gebruikt. Deze kunnen echter niet worden gecontroleerd.

De indruk bestaat dat eigenaren en toeleveranciers steeds vaker verboden stoffen verbranden. De bio-installaties worden zo illegale ‘afvalovens’. Vermenging kan gevaar opleveren voor de eigenaar, de volksgezondheid en het milieu.

Staatssecretaris Bleker(ook CDA) wil veehouders juist toestaan om naast mest, acht nieuwe producten in de mestvergister te verwerken. Hij denkt daarbij aan onder andere aardappelpersvezel, bieten- en uienpulp, bierborstel (restproduct van bierbrouwerijen) en brood- en deegresten. Op zichzelf is dat weer vreemd, want deze reststoffen worden tot dusver gebruikt als veevoer.

Bleker wil zelfs nog een stapje verder gaan en boeren de ruimte geven om zelf producten te testen of deze geschikt zijn voor vergisting. De kans is niet ondenkbaar dat mestvergistingsinstallaties daardoor ingezet gaan worden om op een goedkope manier af te komen van allerlei restafval. Extra toezicht is om die reden wenselijk en noodzakelijk.


Minder kernenergie, meer windmolens goed voor werkgelegenheid in Nederland

Zaterdag 18 juni 2011

De regio Eemshaven is blij met het Duitse halt tegen kernenergie. Hierdoor is de aandacht voor duurzame energie gegroeid. De aandacht gaat niet alleen uit naar projecten in Duitsland, maar ook projecten in de buurlanden, met name Nederland.
Zo heeft Duitsland grote interesse in het bedienen van de bouw van windparken vanuit de Eemshaven.

Terminalbedrijf Orange Blue
Het in Hamburg gevestigde Buss Ports zal in de Eemshaven het terminalbedrijf Orange Blue Terminals vestigen. Hier wordt de lading overgeslagen voor bouw van windparken.
De locatie beslaat een oppervlakte van 22 hectare.
Buss zal een gedute concurrent worden voor de al gevestigde bedrijven in de Eemshaven, zoals Wagenborg en Wijnne & Barends.

Duitse Noordzee vol windparken
Er zijn vele tientallen windpaken gepland in het Duitse deel van de Noordzee. Hierdoor wordt een extra werkgelegenheid in Duitsland gecreëerd van 10.000 banen de komende 10 jaar.
Vanaf de Eemshaven zijn die windparken makkelijk te bereiken.
Omdat alle grote Duitse windparken binnen het verzorgingsgebied liggen, is de Eemshaven een zeer geschikte uitvalsbasis.
Enercon, Bard en Vestas, drie grote Europese windmolenbouwers zijn alle drie actief in de Eemshaven.

Uitbreiding windpark Bard
Op 18 juni werd bekend, dat de concessie voor Bard wordt uitgebreid. Oorspronkelijk was ruimte voor 120 windmolens noordelijk van Schiermonnikoog van totaal 600 megawatt.
Dat is uitgebreid met 80 windmolens tot totaal 1000 megawatt.


Kadaster en Ecofys helpen bij energiebesparing in wijken

Vrijdag 17 juni 2011

Apeldoorn – Het Kadaster gaat samen met Ecofys gemeenten helpen met het besparen van energie in woonwijken.

De twee instellingen hebben daartoe een wijkgerichte energiecampagnescan ontwikkeld. Daarmee kan inzicht worden verkregen in potentiële besparingen van koopwoningen per wijk.

De scan is voor het eerste toegepast in Apeldoorn, tot grote tevredenheid van de gemeente. “Met behulp van de scan zijn we in staat om ons te focussen op de meest kansrijke buurten en te kiezen voor de juiste energiebesparingsmaatregelen. Verschillende wijken vereisen namelijk verschillende stimuleringsactiviteiten van de gemeente”, aldus een woordvoerder.


Ondernemers met aardwarmte in de put

Vrijdag 17 juni 2011

De aardwarmteprojecten bij potplantenkwekerij Ammerlaan en tomatenkwekerij Duijvestijn mogen pas weer in gebruik worden genomen als de ‘wellhead’, een soort afsluiter, is aangepast. Dat stelt Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Ook moet er speciale gas- en oliescheidingsapparatuur worden ontwikkeld en aangeschaft. Bovendien zullen de vervuilde bronnen moeten worden schoongemaakt. Dit  alles brengt enorme kosten met zich mee.

Er is daarom een verzoek tot financiering ingediend bij Kas als Energiebron. Tijdens de vergadering van de Sectorcommissie Energie is besloten om bij te dragen in de kosten van de ontwikkeling van een nieuwe wellhead. Voor de scheidingsapparatuur wordt nog onderzocht hoe de financiering plaats gaat vinden, maar ook daaraan zullen het Productschap Tuinbouw (PT) en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) bijdragen. Het schoonmaken van de bronnen is een private aangelegenheid. Het Programma Kas als Energiebron stelt dat Ammerlaan en Duijvestijn  pioniers zijn, die de weg vrijmaken voor een bredere toepassing van aardwarmte. Steun wordt daarom reëel geacht.

Wellhead
Bij het ontwikkelen van de nieuwe wellhead zijn de specificaties van de olie- en gasindustrie maatgevend. De twee tuinbouwbedrijven moeten een plan van aanpak indienen voor het realiseren van de vereiste aanpassingen. SodM toetst vervolgens deze plannen. SodM gaat er vanuit dat bij alle nieuw te ontwikkelen aardwarmteprojecten ook olie en/of gas naar boven kan komen. De nieuwe specificaties en het nieuwe programma van eisen voor de winningslocatie zal daarom voor alle toekomstige projecten gaan gelden.

Als de winning is herstart moet er nog een oplossing komen voor het vraagstuk van het scheiden van olie en gas van de waterstroom. Dit om vervuiling van de warmtewisselaars tegen te gaan. Er zijn hiervoor installaties op de markt, maar het is niet bekend of deze toereikend zijn. Mogelijk moet er nieuwe apparatuur worden ontwikkeld.

Ondernemers die binnenkort een aardwarmteproject op stapel hebben staan, zijn gevraagd om deel te nemen in een klankbordgroep.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Het Staatstoezicht op de Mijnen gaat er nu van uit dat bij alle nieuw te ontwikkelen aardwarmteprojecten ook olie en/of gas naar boven kan komen en dat alle nieuwe installaties aangepast moeten worden.

Het is opmerkelijk dat een dergelijk orgaan niet eerder op het idee is gekomen dat er behalve warm water, ook olie en gas omhoog kan komen.
Of leven deze mensen nog in het Limburgse kolen tijdperk?

Eén ding is zeker, het gaat weer miljoenen aan gemeenschapsgeld kosten om de problemen op te lossen.


Nederland loopt met CO2-vulpunt voorop

Vrijdag 17 juni 2011

In Apeldoorn werd gisteren het eerste onbemande CO2-vulstation van Nederland geopend en zeven andere locaties volgen op afzienbare tijd. De vraag is slechts hoe snel ‘de wereld’ aanhaakt.

Daarmee loopt Nederland internationaal voorop.

Tijdens de feestelijke ingebruikname op het duurzame bedrijventerrein Ecofactorij werd direct al naar het buitenland gekeken. Met het CO2-vulpunt bedient Thermo King de transportsector, die de CO2 gebruikt als koelstof. Daardoor wordt het gebruik van diesel teruggedrongen, ontstaan stillere wagens en krijgen de koelmachines meer vermogen. De units zijn CO2-neutraal.

Bij de opening werd voorgerekend dat iedere koeling pakweg drieduizend werkuren per jaar heeft. Per uur wordt er 2,6 liter brandstof gebruikt. In de wetenschap dat er pakweg vijfduizend koelauto’s in Nederland rondrijden, kan dankzij de CO2-koeling 39 miljoen liter brandstof per jaar worden bespaard. De uitstoot van die diesel staat ongeveer gelijk aan de CO2-uitstoot van 7500 huishoudens.

De grote supermarktketens zijn in Nederland de voorlopers bij het gebruik van de CO2-koeling. In de wetenschap dat er jaarlijks in Nederland 640 miljoen kilometer vervoer naar de supermarkten is, speelt het hygiëne-aspect van de CO2-koeling een belangrijke rol. “Denk bijvoorbeeld aan die bacterie die niet te traceren was (EHEC, red.)”, zei presentator Robert Goevaers. “Voedselveiligheid staat ook in het transport bovenaan en ook in dat opzicht is de CO2-koeling een stap vooruit.”

Volgens Cor van Bergen Bravenboer van Thermo King Transportkoeling zullen binnen afzienbare tijd ook internationale distributeurs op de CO2 gaan terugvallen. Er is bijvoorbeeld al interesse getoond vanuit Marokko en ook de Duitse supermarktketen Edeka overweegt het. “Ik ben er van overtuigd dat we hiermee een belangrijke bijdrage leveren voor een schoner en stiller milieu en dat we hiermee de transportbranche als groen op de kaart gaan zetten.”

De Apeldoornse wethouder Olaf Prinsen is blij met de primeur. “Om onze ambities in 2020 energieneutraal te worden te kunnen verwezenlijken zullen we bedrijven en inwoners mee moeten krijgen. Ik ben blij met een bedrijf dat z’n nek durft uit te steken.”


Persbericht Waste4Energy

Mega opdracht voor Waste4Energy

Vrijdag 17 juni 2011

Amsterdam – Na ruim een halfjaar onderhandelen is het Waste4Energy VOF gelukt om een megaopdracht met een waarde van € 300 miljoen voor een periode van 3 jaar binnen te halen, waardoor een doorstart van Biovalue direct gerealiseerd kan worden.

Het betreft een exclusieve overeenkomst met Waste4Energy voor het persen van koolzaad en het verwerken tot koolzaadkoek en biodiesel en andere producten op de locatie van Delta Biovalue voor een van de grootste spelers in de wereld van edible Oils met een omzet van US$ 5.3 miljard.

Met deze opdracht kan Biovalue een probleemloze doorstart maken, elke 14 dagen wordt er een schip met 7500 ton koolzaad geleverd, de biodiesel, en andere producten worden na verwerking weer opgehaald.

Per ton verwerkte koolzaad ontvangt Waste4Energy een meer dan kosten dekkend bedrag.

Hierdoor is de werkgelegenheid voor alle (ex)werknemers gegarandeerd.

Helaas heeft Waste4Energy te maken met een curator die om onduidelijke redenen steeds de boot af houdt, terwijl een doorstart al in januari plaats had kunnen vinden.


Realisatie windparken op zee kan en moet goedkoper

Donderdag 16 juni 2011

De ontwikkeling en realisatie van windparken op zee kan en moet veel goedkoper. De overheid moet duidelijke randvoorwaarden scheppen en beter samenwerken met het bedrijfsleven om Nederland een thuishaven te maken voor een florerend offshore windsector. Dat stellen Nederlandse bedrijven uit de offshore windsector in een oproep die vanavond aan het Ministerie van EL&I wordt aangeboden.

De bedrijven stellen in de oproep dat het Nederlandse duurzame energiebeleid vanuit kostenperspectief vooral gericht is op de meest rendabele technieken op korte termijn, zoals inzet van biomassa en ontwikkeling van windparken op land. Toch zijn juist offshore windparken noodzakelijk om de transitie naar een duurzame energievoorziening te laten slagen. Bovendien levert een sterke offshore windsector veel hoogwaardige werkgelegenheid op en draagt het bij aan de energieonafhankelijkheid van Nederland.

Nederland heeft in alle opzichten baat bij een sterke offshore windsector en het is de taak van de overheid om de juiste randvoorwaarden te scheppen, zo stellen de bedrijven in de oproep die wordt aangeboden in het kader van de internationale Winddag.

Reactie van de redactie van Fibronot.nl

Het begint er steeds meer op te lijken dat bedrijven die in deze sector de dienst uitmaken getroffen worden door de bezuinigingen.
Men aast op de subsidiepotten (lees belastingeld) die nagenoeg leeg zijn.

Zie ook het artikel Regering bezorgt Nederland slechtste vestigingsklimaat voor windenergie


Heeft Typhoon de wind tegen?

Woensdag 15 juni 2011

Met veel tamtam werd vorig jaar november het partnerschap tussen Bard en Typhoon Capital aangekondigd.
Bard gaat twee windmolenparken ten noorden van de Waddeneilanden bouwen en heeft daar naar schatting twee tot twee en een half miljard Euro financiering voor nodig. Typhoon Capital is daarbij aangetrokken om die € 2,5 miljard te vinden.
Maar loopt het allemaal wel zo lekker? Gezien de ontwikkelingen lijkt de financiering maar moeilijk op gang te komen.

Typhoon is het jonge Amsterdamse bedrijf van Dirk Berkhout en Dennis Lange, twee voormalige bestuurders van het ten onder gegane duurzame energiebedrijf Econcern. Het tweetal heeft, terecht of onterecht, een omstreden reputatie.
Nadat in 2009 voor Econcern het doek viel gingen twee aangestelde curatoren aan de slag met het verkopen van onderdelen uit de boedel. Het consortium Typhoon van Lange en Berkhout werd door de curatoren om onbekende redenen geweerd uit de biedingsrondes. Bij Econcern-projecten onder de verantwoordelijkheid van Lange en Berkhout zijn vraagtekens gezet, overigens alleen op basis van anonieme bronnen in de media.

Typhoon heeft de opdracht om een bedrag van € 2 mrd tot € 2,5 mrd aan te trekken, zodat de bouwplannen van Bard realiteit kunnen worden. Daar is enige haast bij geboden, want Bard hoopt er op om in 2012 aan de slag te kunnen gaan met het park. Het is de bedoeling dat de turbines op zee vanaf 2015 stroom leveren. Het lijkt erop dat andere energiebedrijven kunnen instappen als aandeelhouder van de Bard-parken. De helft van het kapitaal moet komen van beleggingsfondsen, verzekeraars en pensioenfondsen en mogelijk grote (nuts) bedrijven. Ook denken de initiatiefnemers dat er gemeenten zijn die misschien slapende gelden die ze met de verkoop van aandelen van NUON hebben verdiend, kunnen inzetten.

Kennelijk loopt het allemaal niet zo soepel als verwacht. Gemeenten houden de hand op de knip waar de NUON miljarden inzitten. Investeerders kijken de kat uit de boom en ook banken zijn huiverig om in het huidige klimaat rondom de Euro en Griekenland honderden miljoenen te investeren waar het enkele ex medewerkers van Econcern betreft, ook al hebben ze niet direct schuld aan het faillissement van Econcern.

Wie nu wil investeren in de offshore windmolenparken van Bard, krijgt een keuzemenu voorgeschoteld. Al naar gelang je voorkeuren kan je je geld steken in het windmolenpark, in het hoogspanningsstation plus exportkabel, of in beide delen.

De twee windmolenparken van Bard van ieder 600 MWatt, hebben ieder een ander risicoprofiel gekregen. Een woordvoerder van Typhoon Capital zegt dat het daarom logisch is om ze op te knippen.
Er is niet zozeer sprake van een hoger of lager risico, maar van een ‘ander’ risico.
Volgens de woordvoerder van Typhoon Capital zijn er investeerders die zich specialiseren in infrastructuur.
Er is meer kans om zulke partijen binnenboord te krijgen als je het project uit elkaar haalt. Deze partijen zien de exportkabel als een soort tolweg, waarbij betaald wordt al naar gelang het gebruik.

In het windparkgedeelte zijn weer andere partijen geïnteresseerd. Grote bedrijven die invulling willen geven aan hun beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, kunnen investeren in de meer ‘sexy’ turbines. Zo’n bedrijf kan dan mooi zijn logo op zo’n windmolen schilderen.
Namen van mogelijke investeerders worden uiteraard niet genoemd, maar volgens de woordvoerder is Typhoon  in vergevorderd onderhandelingsstadium met ongeveer vier grote bedrijven die zich groener willen profileren of die hun CO2-voetafdruk willen verkleinen. Ze zijn in de eerste plaats gedreven door CO2-reductie en een beter imago, zegt de woordvoerder van Typhoon Capital.

De verschillen van beide delen komen tot uiting in de manier waarop ze gefinancierd worden. Bij het windpark moet de helft van het geld komen in de vorm van bancaire leningen, 35% komt in de vorm van achtergestelde leningen, mezzanine wordt dit in financieel jargon genoemd. Het zijn een soort kredieten met hoog risico en een hoger rentepercentage dan bancaire leningen, maar een lager risico dan eigen vermogen.
Mezzanineverschaffers zijn ook geen eigenaren van het project. De laatste 15% bestaat uit eigen vermogen. Duurzaam beleggingsfonds Meewind maakte in maart bekend EUR 150 mln van de beoogde EUR 700 mln mezzanine voor zijn rekening te nemen. “Bij windparken is er een bredere maatschappelijke interesse om deel te nemen. Daarom bouwen we daar de mezzanine-optie in”, zegt de woordvoerder van Typhoon.

Voor het gedeelte ‘stopcontact’ ziet  de woordvoerder van Typhoon in principe geen rol weggelegd voor mezzanine-geld. Daar wordt alleen gebruik gemaakt van bancaire leningen en eigen vermogen. Bij grids zijn investeerders veel meer geïnteresseerd in eigendom.
Typhoon verwacht dat de financiering eind dit jaar rond is en dat er in de zomer van 2012 gebouwd kan gaan worden. “Dit kan sowieso niet eerder omdat er in het eerste helft van het jaar niet geheid mag worden, om de onderwaterrust te bewaren.” Maar er zijn tot die tijd nog wel wat financiële gaatjes te vullen.

Er is uiteraard de subsidie. Bard won de tender voor wind op zee en krijgt over 15 productiejaren uitgesmeerd maximaal € 4,3 mrd SDE-subsidie. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) verwacht echter eerder € 3,5 mrd kwijt te zijn, op basis van de huidige energieprijsprognoses. Maar om de twee windparken plus stopcontact te bouwen, is er ook geld nodig. Typhoon Capital heeft zelf een belang van 30% in het project. “Maar het is de bedoeling om het gehele project te plaatsen bij investeerders”, zegt de woordvoerder van Typhoon, “als we een paar miljoen op de plank hadden liggen, zouden we nog een klein belang kunnen houden, maar dat is niet het geval.”

De windparken kosten naar schatting € 2 mrd om te bouwen, en het stopcontact € 500 mln. Van die € 2 mrd moet dus € 1 mrd komen van banken. Typhoon zegt wel dat het in Zuid-Europa rustig moet blijven. “Als Griekenland failliet gaat hebben we een probleem.” Overigens kunnen we er volgens de financiële man van Typhoon van uit gaan dat “de Europese investeringsbank ook een rol gaat spelen in het project”.

Het mezzanine deel van 35% is ook nog niet geheel gedekt. Meewind participeert dus voor € 150 mln, maar dan blijft er nog € 550 mln over. Volgens Typhoon  wordt hier aan gewerkt. Ten slotte is er het deel eigen vermogen van 15%. Afvalverwerker en energiebedrijf HVC heeft onlangs een belang van 15% genomen in het taartpunt ‘eigen vermogen’ in zowel het windpark als in het stopcontact. De bedrijven waar Typhoon momenteel mee in gesprek is, die van hun logo op de windmolen, moeten samen ook een flink deel van taartpuntje eigen vermogen voor windmolens voor hun rekening nemen.

Dan het stopcontact.
Zoals gezegd hier geen mezzanine-deel. Hoe de verdeling tussen bancair geld en eigen vermogen ligt, kan Typhoon  nog niet zeggen. Ook niet over de bedrijven waarmee momenteel gesprekken worden gevoerd. Al ligt het volgens Typhoon wel in de lijn der verwachting dat het aantal partijen hier een stuk kleiner is.


Ferm-O-Feed: mogelijk geen herbouw

Dinsdag 14 juni 2011

Het is onduidelijk of het door brand verwoeste Ferm-O-Feed in Zeeland herbouwd kan worden. De mestverwerker kampt naar eigen zeggen met ellenlange procedures voor een mogelijke doorstart. Dat meldt het Brabants Dagblad zaterdag.

Vergunningen
Zo zou het aanvragen en verkrijgen van vergunningen minstens een jaar duren, stelt advocaat C. van Steen na de rechtszaak tussen het bedrijf en de gemeente Landerd. De twee liggen met elkaar in de clinch over een eerder opgelegde dwangsom van 500.000 euro. De mestverwerker bouwde voor de brand zonder toestemming van de gemeente een nieuwe luchtwasser.

‘Geen faillissement’
Bij het jaar moeten vanwege de herbouw negen maanden opgeteld worden, zegt Van Steen. De advocaat ontkent in de krant echter dat het bedrijf daardoor afstormt op een faillissement.

Zwaarwegende redenen
Wethouder Harrie van Dongen verwacht niet dat de procedures lang in beslag nemen. Er moeten wel heel ‘zwaarwegende redenen’ zijn waarom het terrein niet op dezelfde manier vergund kan worden, stelt hij.

Zie ook het artikel: Kippenmestverwerker Ferm-O-Feed en de wet


Regering bezorgt Nederland slechtste vestigingsklimaat voor windenergie

Zondag 12 juni 2011

De energie- en offshorebedrijven geven het Nederlandse vestigingsklimaat voor offshore wind het laagste cijfer van alle landen in Noordwest-Europa, ondanks dat ons land een uitstekende uitgangspositie kent.

Ook vindt een ruime meerderheid van hen dat een sterke thuismarkt onontbeerlijk is voor de kennisontwikkeling en innovatie in deze sector. De Nederlandse overheid zou moeten zorgen voor een stabiele lange termijnvisie en zelf actief moeten participeren om het potentieel van wind op zee als duurzame energiebron te benutten. Dit blijkt uit een onderzoek van PwC in opdracht van coöperatie Zeekracht.

Groot-Britannië en Duitsland komen als beste uit de bus wat betreft het vestigingsklimaat. Groot-Britannië scoort vooral goed vanwege de sterke visie en actieve betrokkenheid van de overheid bij de sector en de eenvoudige vergunningverlening voor windparken. Het stimuleren van de nationale offshore windsector is noodzakelijk voor innovatie, het opbouwen van kennis en economische activiteit. Dolf Elsevier van Griethuysen van Ballast Nedam: ‘Het werkgelegenheidseffect van Offshore Wind voor de hele Nederlandse industrie wordt zwaar onderschat. Denemarken, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, en nu ook Frankrijk halen ons links en rechts in en we hebben weer het nakijken als we achterover blijven leunen.’

De rol van de overheid
De overheid heeft een belangrijke rol te spelen door het vastleggen van een heldere lange termijnvisie en beleid voor offshore wind. Deze ontbreken nu. Ook kan de overheid de kosten van kapitaal voor windparken fors verlagen door publiek-private participatieconstructies op te zetten. Pieter Tavenier, directeur Offshore Wind van Eneco: ‘Bedrijven staan te popelen om verder aan de slag te gaan met wind op zee in Nederland. We beschikken over topcondities met onze havens, de geschikte zeebodem van de windvaste Noordzee en een sector die potentieel tot de wereldtop behoort met onze kennis en expertise van waterbouw. Als we dit slim uitbouwen heeft Nederland er een duurzame economische groeisector bij met enorme perspectieven.

Wind op zee onmisbaar voor halen duurzame energiedoel
Volgens 89% van de geinterviewde bedrijven is forse groei vanwind op zee noodzakelijk om de 14% duurzame energiedoelstelling in 2020 te halen. Bovendien vindt de helft van de bedrijven dat nu geinvesteerd moet worden om de doelstellingen in 2020 tijdig te kunnen realiseren. Doorschuiven van aanbestedingen van windparken naar een ander kabinet is geen optie vanwege de termijn van minimaal 5 jaar die nodig is om windparken te bouwen. Ron Wit, voorzitter van Zeekracht: ‘Zonder een sterke thuismarkt in Nederland voor offshore wind gaan bedrijven op den duur naar het buitenland. Dit is al met een aantal bedrijven gebeurd, zo blijkt uit het PwC-onderzoek.’

Rapportcijfers vestigingsklimaat
Groot-Britannië 7.9
Duitsland 7.6
Scandinavië 6.8
België 6.6
Nederland 4.9

Het onderzoek
Het onderzoek door PwC bestond uit interviews met 25 directeuren en senior managers van de offshore industrie (o.a. Ballast Nedam, Fugro, Van Oord), energiebedrijven (o.a. Essent, Eneco, EON, Delta) en andere instellingen (Rabobank, Kema, Energie-Nederland).

Download hier het PwC rapport

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Opmerkelijk in het bovenstaande rapport is dat alle managers van de genoemde bedrijven die commentaar hebben op het door de overheid gevoerde beleid stuk voor stuk afhankelijk zijn van grote sommen overheidssubsidie (belastinggeld) om hun plannen te verwezenlijken.

Als offshore windenergie voor hen zo belangrijk is, waarom dragen ze dan zelf niet het ondernemersrisico? Waarom moet in dit land altijd de overheid voor dit soort risico’s opdraaien?
Waarom moeten de Nederlandse burgers met miljarden Euro’s belastinggeld bijdragen aan de hobby’s van een kleine groep mensen die denken dat de wereld vergaat zonder het gebruik van duurzame energie?

Het voorstel van de redactie van Fibronot.nl aan de overheid is dan ook om alle subsidies voor duurzame energieopwekking per direct af te schaffen en te wachten tot het beste bedrijf dat bereid is zelf risico te dragen, boven komt drijven.
En anders gaan ze toch gewoon naar het buitenland?


Verhagen: “duurzame energie moet betaalbaar blijven”

Zaterdag 11 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (EL&I) wil in het energiebeleid vasthouden aan de milieudoelen van het kabinet en de Europese Unie, maar streeft wel naar ,,zo laag mogelijke kosten voor consument en bedrijven.”

In een toelichting op zijn energierapport, waarmee het kabinet vrijdag instemde, komt de CDA-bewindsman met twee concrete nieuwe maatregelen.

Verhagen is met de energiebedrijven in gesprek om te komen tot een ,,verplicht aandeel duurzame energie’’, maar stelt hen nu al in het vooruitzicht dat kolencentrales in de toekomst verplicht worden om biomassa mee te stoken of bij te stoken.

Bovendien wijst de vicepremier erop dat de marsroute naar een duurzame energievoorziening gepaard zal gaan met miljardeninvesteringen in de landelijke energienetten. Hij wil dat particuliere beleggers hieraan ook bijdragen en wil dat bevorderen door hen een minderheidsaandeel te gunnen in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de hoogspanningsnetten en de pijpleidingen. De zeggenschap over die bedrijven moet dan bij de overheid blijven.

De Gasunie, de beheerder van het landelijke gasnetwerk die voor 100 procent in handen is van de staat, reageerde positief. Topman Paul van Gelder stelt tevreden vast dat de overheid aan gas een belangrijke rol toekent in de overgangsperiode naar een duurzame energievoorziening. Het kabinet houdt vast aan de gasrotonde ofwel aan Nederland als een spil in de gasvoorziening in Noord-West-Europa. Daarvoor moet gas uit andere landen hier worden opgeslagen en verder worden getransporteerd. Daarvoor zijn grote investeringen nodig en een gedeeltelijke privatisering van het netwerk kan dat dichterbij brengen.

TenneT, de landelijk beheerder van het elektriciteitsnet, geeft geen oordeel over het energierapport. TenneT raamt de investeringen die nodig zijn voor het landelijke net op 4 tot 5 miljard in de komende tien jaar. De Nederlandse netbeheerder heeft ook een groot deel van het Duitse stroomnet in handen en opperde eerder de mogelijkheid om bij de oosterburen te komen tot een gedeeltelijke privatisering. Het gaat dan om een belang in de verbindingen tussen windparken voor de Duitse kust en het vasteland.

Energie-Nederland, de organisatie van producenten en leveranciers van energie, denkt in september met Verhagen tot overeenstemming te komen over een verplicht aandeel duurzame energie. Dat zou dan op termijn geleidelijk de toeslag moeten vervangen die huishoudens en bedrijven moeten betalen voor de subsidies om duurzame energie op te wekken.

,,Daaraan zitten veel haken en ogen,’’ aldus Verhagen en dat zijn de bedrijven met hem eens. De minister wil voorkomen dat een systeem met groene certificaten niet goed blijkt te werken en dat het leidt tot beperking van concurrentie tussen bedrijven of tot oneerlijke concurrentie.

Verhagen blijft van mening dat kernenergie noodzakelijk is om te komen tot vermindering van uitstoot van CO2, ook al heeft Duitsland besloten dat alle kerncentrales in 2022 dicht moeten.


Apeldoorn optie voor opslag radioactief afval

Donderdag 9 juni 2011

Apeldoorn is een van de gemeenten die in aanmerking komen voor de ondergrondse opslag van radioactief afval, als minister Verhagen plannen hiertoe doorzet.

Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Greenpeace.

Met het oog op de bouw van een tweede kerncentrale in Nederland, komt Verhagen in 2014 met een plan voor de opslag.

Behalve in de zoutkoepels zou dat kunnen in gebieden met een bepaalde bodemstructuur. De zogenaamde ‘Boomse kleilaag’ die zich over heel Nederland en een deel van België uitstrekt moet dan minimaal honderd meter dik zijn en de top van de kleiformatie moet minimaal vijfhonderd meter diep liggen.

Apeldoorn ligt centraal in een van de vier gebieden die aan de voorwaarden voldoen, zo blijkt uit onderzoek van geologisch onderzoeksbureau T&A Survey in opdracht van Greenpeace. Ook Epe, Voorst en Brummen liggen in het deelgebied, dat loopt tot aan Nijmegen.

Greenpeace zegt de inwoners van de gemeentes in de betreffende gebieden te zullen informeren over de gevaren die volgens de organisatie kleven aan het ondergronds opslaan van radioactief kernafval.

De burgemeester van de gemeente Ermelo heeft minister Verhagen inmiddels gemeld geen radioactief afval in ‘zijn’ bodem te willen. Zijn Apeldoornse collega Fred de Graaf ziet daar nog geen aanleiding toe. Volgens woordvoerder Toon Schuiling heeft de gemeente Apeldoorn kennisgenomen van het onderzoek. Het betreft echter geen onderzoek van het ministerie of de provincie, maar van Greenpeace, benadrukt hij. De conclusie dat de Veluwe een potentiële locatie is voor de ondergrondse opslag van radioactief afval, is eveneens voor rekening van Greenpeace, aldus Schuiling.

Apeldoorn volgt samen met de provincie wat er qua landelijk beleid op komst is, zegt Schuiling. Een standpunt nemen over onwenselijkheid van opslag onder Apeldoornse bodem is niet aan de orde, zegt hij; ,,we nemen alleen standpunten in op basis van reële perspectieven en Greenpeace is voor zover wij weten niet het bevoegd gezag.” Wel stelt de gemeentewoordvoerder dat dit ‘geen prettige zaken zijn’.


Proefboringen schaliegas gaan door

Woensdag 8 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) ziet vooralsnog geen reden om een proefboring naar schaliegas in Noord-Brabant tegen te houden. Voor eventueel definitieve boringen, moet opnieuw toestemming worden verleend.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij woensdag dat in ons land ruime kennis en ervaring aanwezig is met het boren naar gas en de veiligheid voor mens en milieu gewaarborgd is.

Onderzoek gevolgen
Het Britse bedrijf Cuadrilla liet juist woensdag weten de ingenieursbureaus Haskoning en Oranjewoud onderzoek te laten doen naar gevolgen van een proefboring naar schaliegas in Boxtel.

Andere bodem
De bureaus hebben de opdracht gekregen om de overwegend positieve resultaten van een Engels onderzoek te vertalen naar de situatie in Boxtel, waar de geologische samenstelling van de bodem anders is en bovendien relatief diep geboord moet worden.

Onrust
Over de proefboring naar schaliegas is recentelijk veel onrust ontstaan. In Duitsland en Frankrijk wordt pas op de plaats gemaakt met de boringen. Onder meer de provincie Noord-Brabant en de gemeente Boxtel vroegen minister Verhagen om een onafhankelijk onderzoek.

2 vergunningen
Volgens Verhagen zijn proefboringen en testen nodig om duidelijk te krijgen hoeveel gas er is en waar het zit. Ook kan dan duidelijk worden of het gas in de toekomst goed gewonnen kan worden. Tot op heden zijn er 2 vergunningen verleend voor het opsporen van schaliegas.

Verhagen wijst erop dat als er later sprake is van winning van het gas, hij daar eerst apart toestemming voor moet verlenen.

Wethouder Peter van de Wiel van Boxtel is nog niet tevreden en laat desgevraagd weten dat alle schijn van partijdigheid moet worden vermeden om het publiek te overtuigen en gerust te stellen. De wethouder mist in het Engelse rapport bovendien de risico’s van aardbevingen die zich kortgeleden hebben voorgedaan in de regio van de proefboring in Engeland.


AKZO vecht tegen windmolens

Dinsdag 7 juni 2011

Het chemiebedrijf AkzoNobel in Delfzijl heeft bij de Raad van State met succes een  verzoek gedaan voor het treffen van een voorlopige voorziening tegen de bouw van twintig windturbines.
De windmolens van Millenergy moeten op de Schermdijk en de Pier van Oterdum komen. Volgens Akzo is het risico te groot. De molens zouden te dicht bij het Chemiepark komen te staan.

Millenergy kwam in 2010 eerder in het nieuws toen het bedrijf geen subsidie voor de bouw van twintig windmolens in Delfzijl kreeg. De ontwikkelaar voldeed niet aan de voorwaarden van subsidiegever Senternovem, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, zie hier .

Millenergy wist ook de aandacht op zich te vestigen door aan de gemeente Delfzijl een bedrag van € 45.000 te betalen in de hoop de aanvraagprocedure te versnellen. Voor dat geld konden dan extra medewerkers worden ingeschakeld.
De gemeente Delfzijl nam echter alle tijd en veranderde en passant in december 2010 het bestemmingsplan, zodat energiebedrijf Millenergy met de bouw van het windpark kon starten.

Volgens Akzo echter levert  het windpark op deze plaats gevaar op, omdat onderdelen, als ze losraken, op chloortanks van het chemiepark kunnen terecht komen. Dat risico is onaanvaardbaar en daarom maakte het bedrijf de gang naar de Raad van State.
Op 25 mei 2011 diende de zaak bij de Raad van State en schorste de voorzitter  bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Delfzijl van 16 december 2010.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State.

Voor Millenergy zijn de druiven extra zuur. Het bedrijf wilde voor 1 juli 2011 de benodigde vergunningen binnen hebben om een aanvraag voor de SDE+ in te dienen.


Persbericht: Wethouder Prinsen aspirant-lid van deA

Dinsdag 7 juni 2011

Wethouder Olaf Prinsen heeft zich ingeschreven als 285ste aspirant-lid van deA. deA is een energiecoöperatie in oprichting en wil duurzame energie in Apeldoorn produceren en leveren aan inwoners van Apeldoorn. De inschrijving vond plaats op het stadhuis, in aanwezigheid van twee kernteamleden van deA, Michael Boddeke uit Apeldoorn en Hanneke Stegeman uit Oosterhuizen.

Wethouder Olaf Prinsen tekent voor deA
Wethouder Prinsen tekent voor deA

Wethouder Prinsen benadrukte nogmaals dat hij dit soort initiatieven graag in de samenleving ziet ontstaan. ‘Mensen met passie voor een belangrijk onderwerp als energie. Die anderen mee weten te krijgen om iets van de grond te krijgen. In een groene gemeente als Apeldoorn moet een initiatief als deA zeker slagen, daar ben ik van
overtuigd’, aldus wethouder Prinsen.

Om deA echt van de grond te krijgen heeft deA 600 aspirant-leden nodig. Michael Boddeke: ‘Een groep van 600 aspirant-leden is 1% van de Apeldoornse huishoudens, Dat geeft voldoende draagvlak om te starten. We hebben er nu bijna 300 en hopen uiteraard dat meer mensen zich aanmelden op www.de-A.nl’

Inmiddels hebben ook een aantal maatschappelijke organisaties uitgesproken dat ze het initiatief steunen zoals woningcorporaties de ‘Goede Woning’ en de ‘Woonmensen’, het Waterschap Veluwe en de Rabobank. Ook zijn er gesprekken met organisaties die straks de duurzame energie gaan leveren. ‘Als we samen de schouders eronder zetten, is het een hele reële gedachte dat inwoners straks duurzame energie afnemen die ook echt in Apeldoorn is geproduceerd. Er zijn diverse voorbeelden in Nederland waar dit al zo gebeurt’, aldus Michael Boddeke.

deA is sinds de start eind vorig jaar al twee keer onderscheiden. Op 13 april 2011 met de PNuts Award en op 24 mei 2011 met de duurzame 100 stedendriehoek.


Duitsland straks propvol windmolens?

Maandag 6 juni 2011

Duitsland wil over elf jaar de laatste kerncentrale sluiten. Als de grootste economie van Europa het wegvallen van kernstroom wil compenseren met duurzame alternatieven, moet Duitsland pakweg het equivalent van Nederland overzetten op ecostroom.

De kernramp in Japan heeft tot een ommekeer geleid in de Duitse politiek. Bondskanselier Angela Merkel wil van kernenergie af.

De ommezwaai van de belangrijkste economie van Europa moet niet licht worden opgevat. Het tijdsschema, uitfaseren in elf jaar, is zeer ambitieus. Te meer daar het gros van de vervanging moet komen van duurzame alternatieven.

Meer ecostroom
De uitfasering van kernenergie moet in Duitsland gepaard gaan met een verhoging van de productie van duurzame bronnen van 17 naar 35 procent van de Duitse stroommix.

Ten minste, dat is de opzet. Duitsland heeft ook andere opties, zoals meer steen- en bruinkoolcentrales, die al 42 procent van het elektriciteitsverbruik dekken. Die brengen echter hun eigen milieubezwaren mee.

Vergelijking Nederland
Het aandeel van kernenergie in de Duitse energiemix is bij de stroomproductie 22,5 procent. Dat komt neer op 140 miljard kilowattuur per jaar. Het idee is om in ieder geval zo’n 112 miljard kilowattuur te vervangen door stroom gebaseerd op wind, zon en waterkracht. Let wel: dat is ongeveer evenveel als het jaarlijkse stroomverbruik in Nederland.

Maar is dit realistisch?

Windmolens voor de kust
Duitsland wil vooral inzetten op windparken voor de kust. Dat zal echter een hele toer worden.

Om een idee te geven: een moderne windturbine van zo’n 7 megawatt met een diameter van circa 125 meter voor de wieken, produceert zo’n 20 miljoen kilowattuur stroom per jaar. Reken je op wat extra technologische verbetering, dan zou één moderne zeeturbine wellicht 25 miljoen kilowattuur stroom per jaar kunnen leveren.

Afgezet tegen de 112 miljard kilowattuur aan ecostroom die Duitsland nodig heeft, heb je het dan over zo’n 4.500 megawindmolens. Als je die, met telkens een tussenruimte van 625 meter (vijf keer een rotordiameter van 125m), naast elkaar zet, dan kom je op ruim 2.800 kilometer lengte uit. Dat is meer dan de volledige lengte van de Duitse kustlijn.

Natuurlijk is dit wat zwaar aangezet. Windmolens op zee hoeven niet allemaal naast elkaar te staan en, zoals gezegd, zon, waterkracht, kolen en aardgas zijn ook alternatieven. Maar het geeft wel een beeld het revolutionaire karakter van de vereiste eco-omwenteling.

Meer gas
Addertje onder het gras is dat de Duitse regering ook extra elektriciteitscentrales wil bijplaatsen die draaien op fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Dit om schommelingen in het stroomaanbod die inherent zijn aan windenergie, op te vangen.

De investering in windmolenparken betekent kassa voor bouwers zoals het Deense Vestas. Maar er valt dus ook een flinke stijging van de Duitse vraag naar aardgas te verwachten. Die kan op korte termijn het makkelijkst vervuld worden door Rusland. Zo wordt Duitsland afhankelijker van een land waar het al eenderde van zijn aardgas vandaan haalt.


Wind – en zonne-energie nog niet rendabel

Maandag 6 juni 2011

Er moet jaarlijks 200 miljoen euro worden vrijgemaakt voor de ontwikkeling van duurzame energietoepassingen. Dit adviseert het Topteam Energie aan minister Verhagen van Economische Zaken.

Marktstimulans
Het topteam Energie, onder leiding van voormalig Shell-topman Jeroen van der Veer, moest onderzoeken hoe duurzame energie in Nederland meer concurrerend kan zijn. Energie is een van de negen sectoren die Verhagen vanaf 2015 jaarlijks met anderhalf miljard euro wil ondersteunen. De markt moet het voortouw nemen om de duurzame technologie te stimuleren in plaats van de overheid.

Wind – en zonne-energie
Saillant detail is dat Shell onder leiding van Van der Veer gestopt is met projecten voor wind – en zonne-energie. Ook nu oordeelt het Topteam Energie dat wind – en zonne-energie nog niet rendabel is. De technologieën moeten nog verder ontwikkeld worden.


SDE+ open vanaf 1 juli

Maandag 6 juni 2011

Een ondernemer die energie produceert en daarbij het milieu niet of nauwelijks belast, kan vanaf 1 juli 2011 in aanmerking komen voor subsidieregeling duurzame energieproductie (SDE+).

Deze regeling vervangt de oude subsidieregeling duurzame energieproductie. De SDE + stimuleert de productie van duurzame energie (elektriciteit of gas), die relatief goedkoop is op te wekken.

SDE+ is bedoeld voor bedrijven. Doel van de regeling is om zo veel mogelijk duurzame energie op te wekken per euro, door de goedkoopste vormen te subsidiëren. Ofwel: betaalbare, betrouwbare en schone energie.  Zo wil de Rijksoverheid de Europese doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 halen.

Subsidie aanvragen
Aanvragen voor SDE+ kunnen vanaf 1 juli 2011 worden ingediend bij  Agentschap NL. Dat kan schriftelijk en in de meeste gevallen ook via internet.

Voorwaarden
De voorwaarden van de SDE+ regeling zijn:

  • Alle subsidie voor duurzame energieopwekking wordt uit dezelfde subsidiepot betaald. Er is in totaal 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld.
  • De subsidie wordt in vier fases opengesteld. In de eerste fase is het mogelijk subsidie aan te vragen voor projecten met een basisbedrag dat lager of gelijk is aan 9 ct/kWh. Bij elke volgende fase stijgt dit basisbedrag tot een maximum van 15 ct/kWh in de laatste fase.
  • Er worden vrije categorieën ingesteld. Produceer je energie voor een prijs onder het basisbedrag, dan maak je kans op een subsidie die gelijk staat aan het maximum bedrag van die fase. Hierdoor is het mogelijk om toch subsidie aan te vragen voor energieopwekking die normaal gesproken niet rendabel genoeg is om subsidie te mogen aanvragen, zoals windenergie op zee en geothermie.

In de tabel (op de tabel klikken voor grote weergave) hieronder is te zien hoeveel subsidie per technologie aangevraagd kan worden, en onder welke voorwaarde. Subsidie voor de vrije categorie wordt hierbij aangegeven met blauwe vlakken.

Subsidie voor duurzame energie


Drie windmolens erbij in Nieuwleusen?

Zondag 5 juni 2011

Burgemeester en wethouders gaan maandag 6 juni in de raadsvergadering opperen om toch drie extra windmolens in Nieuwleusen te plaatsen. Die turbines komen dan bij de vier windmolens waarover al besloten is om ze te plaatsen, naast de spoorlijn tussen de Koedijk en het Westeinde.

In februari van dit jaar wees het college een verzoek voor extra windmolens nog resoluut af. “Nu ligt dat anders”, verdedigt wethouder Klaas Agricola, die overigens als minderheid tegen het voorstel is, toch het collegestandpunt. “De raad heeft ons een doelstelling opgelegd om in 2025 CO2-neutraal te zijn. Alle energie die we gebruiken wekken we dan zelf op. Dat lijkt financieel onhaalbaar te zijn. Om toch in 2017 al een uitstootbeperking van dertig procent te realiseren moeten we extra maatregelen treffen. Het is kiezen tussen meer windmolens of zonnepanelen. We willen de raad graag een keuze laten maken.” Burgemeester Han Noten, als onderdeel van het college wel voorstander van het gebruik van windenergie, vindt de plaatsing van drie nieuwe molens geen bezwaar. “Als ze maar in lijn worden geplaatst met de vier die er al komen. Niet her en der in de gemeente. Als de politiek het hier niet mee eens is, moeten ze de CO2-ambitie maar bijstellen.”

De komst van drie nieuwe turbines in Nieuwleusen-West leidt ongetwijfeld tot flink wat onrust in de omgeving. Actiegroepen staan klaar om opnieuw naar de raadszaal te trekken. Jos Ramaker, fractievoorzitter van Gemeentebelangen, vindt het dan ook onbegrijpelijk dat het college alsnog extra windmolens wil plaatsen. “Onbespreekbaar ook, windmolens zijn definitief passé.” Verontruste inwoners die eerder uitspraken dat het niet bij vier stuks zou blijven worden volgens hem in het gelijkgesteld. “Niemand in de provincie wil windmolens hebben, dan moeten ze maar in Dalfsen komen te staan. Daar lijkt het althans wel op. Ik zie veel meer in de komst van zonnepanelen. Gebruik ze op woningen, zet op de nieuwe Trefkoele. Van windmolens hebben we afscheid genomen.” Ook Jan Uitslag, fractieleider van het CDA, geeft de komst van extra windmolens weinig kans. “Ik heb nog niet met mijn fractiegenoten overlegd, maar wij zullen hier niet mee instemmen. Er zijn alternatieven, misschien moeten we onze eigen opgelegde CO2-doelstelling juist bijstellen. Nieuwe windmolens zien wij in ieder geval niet zitten.”


De routekaart naar een energieneutraal Apeldoorn in 2020

Zondag 5  juni 2011

De gemeente Apeldoorn hanteert al vele jaren lang een routekaart naar een energieneutrale gemeente in 2020.
De redactie van Fibronot.nl heeft daar vaak problemen mee gehad in die zin dat de doelstelling van de gemeente Apeldoorn om in 2020 net zoveel energie op te wekken als de gehele gemeente gebruikt, niet realistisch is. Het is financieel gezien namelijk volstrekt onhaalbaar.

De meest recente  routekaart dateert van oktober 2010 en is nu onder verantwoordelijkheid van de nieuwe wethouder, Olaf Prinsen,  herschreven.
De oude dateerde uit 2007 en was aan verandering toe vanwege voortschrijdend inzicht door uitvoering van projecten, een nieuw bestuurscollege dat meer nadruk legt op een terugtredende overheid die meer een regisserende en faciliterende rol wil vervullen dan een regelende en investerende rol. Dat betekent dat marktpartijen de concrete realisatie van complete projecten moeten overnemen. Ook is er sinds 2007 nogal wat veranderd aan de technologische en rendementsontwikkelingen van duurzame technologiën.

De routekaart van oktober 2010 baseert zich op drie duurzame fundamenten, te weten, zonne-energie, windenergie en biomassa en geeft een duidelijke tijdsfasering aan waarbinnen de diverse projecten gerealiseerd moeten zijn.

Doelstellingen
Opvallend is dat de doelstellingen om in 2020 energieneutraal te zijn iets uitgerekt zijn.
Doelstelling 1 is een energieneutrale gebouwde omgeving in 2020.
Doelstelling 2 is een energieneutrale gebouwde omgeving en bedrijvigheid in 2025.
Doestelling 3 is een energieneutraal Apeldoorn (gebouwde omgeving, bedrijvigheid en verkeer en vervoer) in (streefdatum) 2035.
Energieneutraal = de duurzame energieopwekking, lokaal en regionaal als het qua schaalniveau beter past, is even groot als de energie die verbruikt wordt in Apeldoorn.
Gebouwde omgeving = woningen, scholen en gemeentelijke gebouwen (inclusief openbare voorzieningen)

Huidige energiesituatie in Apeldoorn
Om in 2020 een energieneutrale gebouwde omgeving te realiseren moet eerst gekeken worden naar het huidige energieverbruik van de gemeente Apeldoorn.

In totaal is er in 2009 19.840 TJ aan energie verbruikt in de gemeente Apeldoorn. Iets minder dan de helft, 44% van deze energie wordt verbruikt door bedrijven, 29% door huishoudens (wonen), één kwart door verkeer en vervoer en 2% door de gemeente en scholen.
Het totale energieverbruik is gebaseerd voor bedrijvigheid (inclusief onderwijs en gedeelte gemeente) op basis van verbruiksgegevens van Liander (Energieatlas Apeldoorn 2009), het huidige woningbestand van Apeldoorn en CBS cijfers (verkeer en vervoer)

Hoeveel energie is 19.840 TJ?
19.840 TJ komt overeen:
met ongeveer 3,25 miljoen vaten olie (1 vat olie = 159 liter = 6100 MJ)
de energie die ongeveer 400 windmolens van ieder 5 MW per jaar kunnen produceren
de energie die met ruim 9 km² aan zonnepanelen opgewekt kan worden.

Volgens de milieumonitor van het CBS was het aandeel van de duurzame opgewekte energie in Apeldoorn in 2008 0,5%. Het landelijk gemiddelde aandeel duurzame energie was in 2008 3,4%.
De belangrijkste projecten die aan het aandeel van 0,5% bijdroegen waren de zonne projecten in Sluisoord/ de Mheen en de aansluiting van 400 woningen in Zuidbroek op het warmtenet dat gevoed wordt met duurzame warmte vanuit de Riool Waterzuivering Installatie in Apeldoorn Noord.
Uit de berekeningen van de CBS milieumonitor van 2009 blijkt dat het aandeel duurzame energie opwekking in 2009 gestegen is naar 0,6%.
Als de 0,6% van de totale energievoorziening doorgetrokken wordt naar de gebouwde omgeving dan is het aandeel duurzame energie ten opzichte van het totale energieverbruik van de gebouwde omgeving 2,3%.

Windenergie
Apeldoorn is al bijna tien jaar bezig met pogingen om op de Ecofactorij 5 windmolens met een gezamenlijke capaciteit van 14.5 MW te bouwen.
Vanwege allerlei procedurefouten, fouten in vergunningen, faillissementen en een reeks van juridische procedures is het nog steeds niet gelukt om deze 5 windmolens te bouwen.
De meest recente uitspraak van de bestuursrechter in Zutphen was half mei en hield in dat de 150 meter hoge molens niet op de Ecofactorij gebouwd  mogen worden, omdat er mogelijk gevaar is voor vliegverkeer van en naar Teuge.

Opvallend is dat wethouder Olaf Prinsen nu minder enthousiast is over windenergie dan hij in zijn routekaart naar 2020 van oktober 2010 doet voorkomen.
Hij zegt naar aanleiding van de uitspraak van de rechter in Zutphen dat Apeldoorn veel minder waarde hecht aan windenergie en dat Apeldoorn niet de goede plaats is voor het opwekken van energie met grote windmolens. Hij vindt zonne-energie logischer.
De wethouder erkent dat Apeldoorn zeer terughoudend is om nog werk te maken van nieuwe windmolenparken. Als dat geen duidelijk signaal is naar de bouwer van het windmolenpark, Evelop, waarvan inmiddels de naam veranderd is in Windpark Ecofactorij B.V.

Zonne-energie
Om Apeldoorn in 2020 volledig energieneutraal te maken is naar schatting een oppervlakte van ruim 9 km² aan zonnepanelen nodig.
Afgezien van de problemen om deze oppervlakte ergens te vinden klinkt zoiets leuk als je in een omgeving woont waar de zon meer dan gemiddeld schijnt.
Nu is elke vierkante meter zonnepaneel meegenomen, maar 9 km² is meer dan de oppervlakte van alle daken in Apeldoorn bij elkaar.
In de praktijk zou tien procent van die oppervlakte al aardig zijn, maar dan moeten wel de voorwaarden voor teruglevering aan het openbare net voor de burger aanzienlijk versoepeld worden.

Bio-energie, de vergister
Bio-energie onderscheidt zich in het vergisten van biomassa en het verbranden van biomassa.
Op dit moment levert de Riool Waterzuivering Installatie de grootste bijdrage met het vergisten van biomassa. Naar verwachting zal de RWZI in 2015 ongeveer 2500 woningen in Zuidbroek van energie voorzien. Dit komt overeen met een bijdrage van 4% in de doelstelling om in 2020 energieneutraal te zijn.
Op dit moment zijn er plannen voor de bouw van enkele mestvergisters in de omgeving van Apeldoorn, in Klarenbeek en Hoenderloo. Deze biomassavergisters zijn betrekkelijk klein en zullen slechts een marginale bijdrage aan de doelstelling leveren.
De gemeente bekijkt de optie om op de Ecofactorij een opwerkingsinstallatie te bouwen die het door de vergisters opgewekte methaangas omzet naar aardgaskwaliteit.
Om pakweg tien tot twintig procent van de doelstelling te halen zijn naar verwachting 8 grote biomassavergisters nodig.

Bio-energie, de verbrander
Behalve vergisters zijn er ook biomassa verbranders.
Het bedrijf Fibroned is al vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw bezig met de realisatie van een kippenmestverbrander op de Ecofactorij.
Diverse rechtszaken en even zo vele uitspraken verder waarbij telkens de verstrekte milieuvergunningen door de Raad van State werden vernietigd, ziet de gemeente kennelijk ook weinig heil meer in de bouw van een kippenmestverbrander. Het was vroeger de bedoeling opgewarmd water met behulp van kostbare lange leidingen vanaf de Ecofactorij naar de nieuwbouwwijk Zuidbroek te transporteren. Een nieuw leidingennet zou in die tijd tegen minder kosten inpasbaar zijn geweest dan naar bestaande woningen een nieuw warm water netwerk aan te leggen.
De wethouder is duidelijk wat betreft Fibroned.
In de routekaart naar 2020 zegt hij dat zowel de eigenaar en investeerders in Fibroned ter discussie staan, evenals de toegepaste technologie waarbij kippenmest wordt verbrand.
Een duidelijker antwoord is niet mogelijk en een stil signaal aan de eigenaren om dit zinloze en sterk milieuvervuilende project te stoppen.

Het lijkt er bovendien sterk op dat de huidige eigenaren en directie van Fibroned af willen. Men is op zoek naar een nieuwe eigenaar, kennelijk in de hoop dat ze van een geldverslindend en sterk vervuilend project verlost zijn en in de wetenschap dat een nieuwe alles omvattende vergunningsaanvraag niet ongeschonden door de wet BIBOB komt.

Doodlopende weg
Het lijkt erop dat het huidige gemeentebestuur met de huidige bio-energie oplossingen op een doodlopende weg is beland en er nieuwe initiatieven nodig zijn om Apeldoorn op te stuwen in de vaart van duurzaam opgewekte energie.

deA
Wat dat betreft had deA, de duurzame energiecoöperatie Apeldoorn in oprichting niet snel genoeg kunnen komen.
deA wil met behulp van zonnepanelen en biomassa groene energie opwekken en die dan ter beschikking stellen aan de inwoners van Apeldoorn.
Om een lang verhaal kort te maken, kijk voor nadere informatie over deA op www.de-a.nl


Wellicht nieuwe regels winning aardwarmte

Vrijdag 3 juni 2011

De vondst van olie en gas bij het oppompen van aardwarmte maakt het wellicht noodzakelijk om regels aan te passen. Dit heeft Jan de Jong, inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gezegd.

Volgens De Jong beraadt de overheid beraadt zich op aanpassing van de regelgeving met betrekking tot veiligheid en milieu rond aardwarmtewinning.
Volgens inspecteur-generaal kunnen er uiteenlopende aanpassingen komen. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld directe maatregelen om de winning veilig te stellen, maar ook organisatorische maatregelen. Wanneer eventuele aanpassingen van kracht worden, zijn nog niet aan te geven.

SodM valt onder het ministerie van EL&I. Over eventuele aanpassingen voert SodM overleg met dit ministerie. De uiteindelijke uitspraak over aanpassingen ligt bij de minister van EL&I.


Stroomtekort dreigt in Duitsland

Vrijdag 3 juni 2011

Duitsland stevent af op een enorm elektriciteitstekort, dat stelt het Financieel Dagblad. Het besluit om alle kerncentrales te sluiten heeft grote gevolgen. Alternatieven zijn voorlopig niet voorhanden en kosten veel geld om te ontwikkelen.

De ramp in Japan heeft de stemming ten aanzien van kernenergie in Duitsland sterk verslechterd. Op dit moment haalt Duitsland nog bijna een kwart van zijn elektriciteit uit kernenergie. “’Technisch gezien is het mogelijk de productiecapaciteit in tien jaar te vervangen, maar in de praktijk vrees ik dat het lastig wordt”, zegt energie-expert Laurens de Vries van de TU Delft in het FD. “Kolencentrales kunnen rekenen op maatschappelijk verzet. Of er genoeg ruimte op het gasnet is om een reeks nieuwe gascentrales aan te sluiten, is ook nog maar de vraag. En met windenergie lukt het zeker niet in zo’n korte tijd zo veel vermogen in te passen op het net.”


Verhagen vreest hogere stroomprijs

Donderdag 2 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (CDA) van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vreest dat de stroom in Nederland duurder wordt als gevolg van de sluiting van de kerncentrales in Duitsland.

Dat zei Verhagen woensdag na afloop van de ministerraad.

Volgens Verhagen is er sprake van een Europese elektriciteitsmarkt en zal de sluiting van de Duitse kerncentrales leiden tot een lager aanbod van stroom. Hij verwacht dat dit ook in Nederland tot hogere prijzen zal leiden.

Verhagen gelooft niet dat Duitsland erin slaagt om voor 2022, als de laatste kerncentrale sluit, een kwart van zijn elektriciteitsbehoefte op een andere wijze op te wekken. ‘Daarvoor is de termijn erg kort’, aldus de minister.


Stijgende lijn voor bio-energie in Nederland

Woensdag 1 juni 2011

Hernieuwbare energie is verder in opmars, dat concludeert het Agentschap NL  in het ‘statusdocument Bio-energie 2010’. 75 procent van de hernieuwbare energie is afkomstig van biomassa. Vorig jaar kwamen twintig bio-energie installaties erbij in Nederland. In totaal is in 2010 met bio-energie 68 PJ geproduceerd.

Door de stimulering vanuit de overheid signaleert Agentschap NL grote stijgers in de productie van bio-elektriciteit, de productie van biogas en het gebruik van biomassa in de transportsector. Gemiddeld over 2009 en 2010 was het aandeel hernieuwbare energie 3,9 procent. Daarmee worden stappen gezet in de realisatie van de doelstelling van 14 procent hernieuwbare energie in 2020.

Opvallende ontwikkeling
De productie van groen gas is in de afgelopen periode sterk ontwikkeld, ondermeer door de opname van groen gas in de stimuleringsregeling SDE. Groen gas, gemaakt uit biogas, wordt in het bestaande aardgasnetwerk ingevoed en zo naar de eindgebruikers getransporteerd. De jaarlijkse productiecapaciteit van alle groen gas productielocaties is in 2010 gegroeid met ongeveer 16 miljoen kubieke meter naar totaal 37 miljoen kubieke meter.
Bewerking van biomassa
Door biomassa (zoals hout) voor te behandelen kan deze beter getransporteerd en in installaties gebruikt worden. Met één zo’n bewerkingstechniek –torrefactie- is Nederland in 2010 een koploper geworden. In 2011 komt naar verwachting de Nederlandse productiecapaciteit van getorreficeerd hout boven de 100.000 ton/jaar uit.
(Bron: Agentschap NL)


De gemeente Hoogeveen besteedt werkzaamheden uit

Dinsdag 31 mei 2011

De gemeente Hoogeveen heeft een oud industriegebied, de Wieken, dat opgeknapt moet worden.
Omdat opknappen goedkoper is dan nieuwbouw is Hoogeveen enkele jaren geleden een revitaliseringsprogramma voor dit industriegebied begonnen.
Voor de fase 2 van het programma huurt Hoogeveen projectmedewerkers in ten behoeve van de revitalisering van het bedrijventerrein De Wieken.
Behalve een projectmedewerker civiel en een toezichthouder is er ook een medewerker klimaatbeheer aangetrokken, Bleucourt, eigendom van de heer Wilbert Hermans, ex CEO van Fibroned en de BioShape Holding B.V..

De heer Hermans is een jaar geleden via zijn financieringsmaatschappij Bleucourt Beheer B.V. als projectleider duurzame energie bij de gemeente Hoogeveen in dienst gekomen.

Zijn financieringsmaatschappij Bleucourt Beheer B.V. is nu één van de drie gegadigden die in aanmerking is gekomen om de werkzaamheden uit te voeren.
Bleucourt Beheer B.V. , honder procent eigendom van de heer Hermans, ontvangt als Projectmedewerker Klimaat beheer een bedrag van € 300.000,00 ex BTW, het hoogste bedrag dat werd gegund.

De overige medewerkers krijgen voor hun werkzaamheden resp. € 287.500,00 en € 180.000,00 ex BTW.

Begin dit jaar zei de heer Hermans in een interview in de Stentor, naar aanleiding van de vertraging van de bouw van de kippenmestverbrander Fibroned, dat zijn persoonlijke inkomsten uit zijn BioShape en Fibroned activiteiten terug liepen en dat hij op zoek moest naar een nieuwe baan, die hij als Projectleider Duurzame Energie bij de gemeente Hoogeveen vond.

Nu hij daar een jaar zit weet hij op de typische Hermans manier opnieuw de nodige hoge bedragen zijn kant op te laten vloeien.

Lokaal Duurzaam Energie Bedrijf
De Projectleider Duurzame Energie in Hoogeveen zit niet stil.
Van zijn hand verscheen een rapport over het oprichten van een Lokaal Duurzaam Energie Bedrijf in Hoogeveen, de LDEB.
In het rapport worden een achttal voorbeelden genoemd van bedrijven die binnen een LDEB zouden passen en u raadt het al, alle bedrijven zijn winstgevend zodat de gemeente Hoogeveen geen financiële strop lijdt als het mis gaat.
In het rapport wordt ook een mogelijk lokaal energie bedrijf in Apeldoorn genoemd, maar zoals het er nu uitziet zal dat initiatief dood bloeden door gebrek aan interesse van het bedrijfsleven.
Lees hier het rapport dat Bleucourt (de heer Hermans) opstelde.


Kippenmestverwerker Ferm-O-Feed en de wet

Maandag 30 mei 2011

De brand die de kippenmestverwerker Ferm-O-Feed afgelopen vrijdagnacht vrijwel volledig verwoestte was geen op zichzelf staand feit.
Bij branden in 1999 en 2006 werd het bedrijf ook gedeeltelijk verwoest.
Behalve deze branden trekken meerdere recente gebeurtenissen rondom Ferm-O-Feed de aandacht.

Eind december 2009 maakt de provincie Brabant bekend dat het onderzoek doet naar de mate van stankoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen.
Kennelijk heeft de provincie beet, want in maart 2010 werd Ferm-O-Feed gesommeerd zich aan de regels te houden, met de mededeling dat het bedrijf bij een overtreding een boete zou krijgen.
In juni 2010 was het zover, de provincie Brabant constateert een overtreding van de milieuregels en legt Ferm-O-Feed een dwangsom van 35.000 Euro op. Het mestverwerkingsbedrijf voldeed niet aan de stank- en ammoniaknormen. Ferm-O-Feed loost namelijk illegaal afvalwater met hoge concentraties ammonium op het riool.
In juli 2010 betaalt het bedrijf de dwangsom van 35.000 Euro aan de provincie die het in juni kreeg opgelegd.
Desondanks blijven omwonenden over stank klagen die Ferm-O-Feed veroorzaakt.

Het gaat verder
Op 5 november 2010 constateert de gemeente Landerd waarin Ferm-O-Feed het bedrijf uitoefent dat een luchtfilter zonder vergunning wordt gebouwd. De gemeente sommeert het bedrijf de werkzaamheden direct te staken op straffe van een dwangsom van 50.000 Euro per dag bij het niet voldoen aan de sommatie.
Ferm-O-Feed legt echter diverse sommaties naast zich neer.
Het bedrijf plaatst het nieuwe luchtbehandelingssysteem vanwege de dwangsom van 35.000 Euro die de provincie in juni  oplegde. Om een nieuwe boete te voorkomen is Ferm-o-Feed begonnen met het vervangen van het luchtfilter. Voor het vervangen van een luchtfilter is geen vergunning nodig, maar Ferm-O-Feed bouwde alvast een compleet nieuwe filterinstallatie.  Dit zonder eerst een bouwvergunning aan te vragen, zoals  de gemeente op 5 november constateerde. Daarop werd Ferm-O-Feed gesommeerd de werkzaamheden per direct te staken op straffe van een dwangsom van 50.000 Euro per dag.

De gemeente constateert echter dat de bouwactiviteiten na 5 november 2010 onverminderd doorgaan en legde nu een dwangsom op van 150.000 Euro.
Volgens burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd lapt het bedrijf alle regels aan zijn laars.

Inmiddels is Ferm-O-Feed de gemeente Landerd begin april 2011 nog steeds een dwangsom van 500.000 Euro schuldig. Het bedrijf vocht het innen door de gemeente van de eerder opgelegde dwangsom tevergeefs aan bij de bezwarencommissie van Landerd.
(Wordt vervolgd)

De redactie van Fibronot.nl schreef al eerder op deze website dat je in deze mestverwerkings- en biomassa sector de vreemdste dingen kunt verwachten zoals branden waar nooit een oorzaak van te achterhalen valt, ontploffingen, een regen van faillissementen en plaatst om die reden vraagtekens bij de grote brand die Ferm-O-Feed afgelopen vrijdagnacht vrijwel compleet verwoestte.


Aardwarmte lijkt leuk, maar de problemen nemen toe

Maandag 30 mei 2011

Eind vorige week is de aardwarmte-installatie bij tomatenkwekerij Duijvestijn in Pijacker tijdelijk uitgeschakeld vanwege de aanwezigheid van aardgas in het water, nadat enkele weken eerder bij buurman Ammerlaan aardolie in het opgepompte water zat. De productie uit beide putten bij Duijvenstijn voldoen aan de verwachting maar de totale opbrengst van het systeem blijft echter achter omdat het terug injecteren van het water moeizaam verloopt. Dit is daarmee ook direct de beperking van het totale systeem.

Na verschillende onderzoeken blijkt dat er opgelost gas in het water bevindt. Bij het omhoog pompen van water verminderd de druk waarbij de gasmoleculen in volume toenemen. Om het water met het opgeloste gas vervolgens weer te injecteren, moet de druk op het systeem worden verhoogd om zo het gas te comprimeren. Dit kost veel energie en beperkt naar alle waarschijnlijkheid de terugpompcapaciteit van het systeem. De oplossing die door deskundigen wordt aangedragen, is scheiden van gas en water. Dit gas kan vervolgens verbrand worden in een ketel, zodat ook deze energie nuttig ingezet kan worden in de kas. Deze oplossing moet nader worden onderzocht.

Niet ongebruikelijk
Het meekomen van een bepaalde hoeveelheid gas is niet ongebruikelijk en de putten zijn ook ontworpen en gebouwd om hiermee om te gaan. Technisch is het mogelijk om dit op te lossen. Echter, vooraf werd totaal niet verwacht dat er gas in het water zat. Daardoor is dit een tegenvaller. Er moeten extra investeringen gedaan worden, waarbij de vraag is voor welke periode deze nodig zijn. Deskundigen zijn ervan overtuigd dat de hoeveelheid gas zal verminderen en wellicht verdwijnt na verloop van tijd. Maar of deze periode twee of twintig jaar behelst, is niet bekend.

De komende periode zullen de verschillende opties met de diverse deskundigen worden doorgenomen. Hieruit zal een verantwoorde oplossing gekozen worden. Binnen afzienbare tijd moet de installatie weer draaien.


Tennet voelt zich plotsklaps politieagent in Duitse stroommarkt

Maandag 30 mei 2011

Netbeheerder Tennet heeft in Duitsland plotseling een heel andere rol gekregen in de stroommarkt. Van hoogspanningsnetbeheerder die hoofdzakelijk moest monitoren, is Tennet nu genoodzaakt om op “dagelijkse basis aan het interveniëren” te slaan. Dat zei hoofd public affairs van Tennet Duitsland Christian Schneller afgelopen donderdag tijdens de European Energy Days van Montel, die in Berlijn gehouden werd. Tennet lijkt wel een “politieagent”, stelt Schneller.

Oorzaak is volgens Schneller de “U-bocht” die de Duitse regering neemt. Na de ramp in Japan besloot Bondskanselier Angela Merkel (CDU) om de zeven oudste kerncentrales voorlopig stil te leggen. Dat vraagt van Tennet om heel veel sturing. Zeven, acht jaar terug hoefde Tennet (toen nog Eon Transpower) hooguit een of twee keer per jaar in te grijpen in de stroommarkt. In 2010 was dat 290 keer, wegens hogere fluctuaties in verband met invoer van schone energievormen. “In de eerste vijf weken van het moratorium moesten we al 523 keer ingrijpen”, aldus Schneller. Dat is dus gemiddeld 100 keer per week, 15 keer per dag. Tennet moet stroomproducenten aanwijzingen geven om hun productie zo aan te passen dat de stabiliteit van het net gewaarborgd is.

Voor de komende maanden denkt Schneller dat er een risico kan ontstaan voor black-outs in Zuid-Duitsland. “We hebben hier de laatste weken veel analyses over gemaakt en de situatie kan kritiek worden.” De zekerheid ontbreekt volgens Schneller dat er genoeg elektriciteit voor de regio is, als de oude kerncentrales van het net blijven –iets waar de energiemarkt ernstig rekening mee houdt.

Ook managing director Michael Ritzau van consultancybureau Bet Aachen ziet het risico voor het elektriciteitsnet bij de geplande versnelde nucleaire uitstap. Volgens hem kunnen de oude kerncentrales (goed voor 7 GW) offline blijven en is het in het snelste scenario mogelijk dat alle kerncentrales in 2018 dichtgaan. Zowel op korte als lange termijn ziet Ritzau grote uitdagingen voor behoud van netstabiliteit, vooral omdat schone energie met het wegvallen van kernenergie een belangrijkere rol toebedeeld krijgt.

Volgens parlementariër Hans Josef Fell (de Groenen) is de vroegtijdige sluiting iets waar alle politieke partijen in Duitsland nu achter staan. Schone energie gaat daardoor volgens hem nog een grotere vlucht nemen dat het al deed in Duitsland. Een megadoorbraak is volgens hem realistisch. “In 2000 voorspelden we voor 2010 een aandeel van 12,7% duurzaam, maar dat is nu 17%”, zegt hij om aan te geven dat schone energie verwachtingen kan overtreffen. Fell pleit voor inzet op energieopslag om de fluctuaties die schone energie met zich meebrengt op te vangen. Andere aanwezigen in Berlijn zijn sceptisch over energieopslag. Te ingewikkeld en te duur, verwoordt managing director Jann Mosgaard van Eurowind Trade het deze donderdag.

Omdat het de bedoeling is dat schone energievormen zoals wind en zon het gat gaan vullen wordt de “systeemdynamiek lastig” wegens de grote volatiliteit, aldus Ritzau. Nieuwe fossiele centrales zijn volgens hem nodig om een goede basis te vormen, zeker 10 tot 12 GW aan capaciteit. “Zoals we allemaal weten, het waait niet altijd en de zon schijnt niet altijd.”

Lastig is volgens Ritzau dat het voor de energiemarkt niet aantrekkelijk is om te investeren in nieuwe kolen- en gascentrales. “De prijssignalen zeggen: je moet nu niet bouwen. Het systeem heeft ze wel nodig, maar prijzen demotiveren voor investeringen”, zegt hij over fossiele centrales. Voor de komende winter ziet hij vooral voor het zuiden van Duitsland een risico voor black-outs, omdat de meeste oude kerncentrales die van het net gaan daar staan en er geen goede stroomlijn is van noord naar zuid.

“Stel je een koude winterdag voor met weinig wind, dan kan er echt een probleem ontstaan voor het net.” De export verlagen richting Zwitserland en Oostenrijk kan volgens Ritzau een manier zijn om te voorkomen dat Zuid-Duitsland niet genoeg stroom krijgt om op zo’n piekmoment aan de vraag te kunnen voldoen. Zwitserland besloot overigens woensdag ook om een versneld einde te maken aan de nucleair gedreven nationale energiemarkt.


Steenlagen Limburgse bodem maken bouw pompaccumulatiecentrale mogelijk

Zondag 29 mei 2011

De onvermijdelijke opmars van windenergie vestigt ook de aandacht op de problemen die deze flexibele vorm van elektriciteitsopwekking veroorzaakt op het stroomnet. De onvoorspelbaarheid van windrichting en -kracht en de decentrale ligging van windmolens zijn volstrekt tegenstrijdig aan de uitgangspunten, waarmee ooit de Europese hoogspanningsnetten werden ontworpen.
Dit heeft al enkele malen geleid tot blackouts, die grote delen van Europa troffen.

Een minder bekend gevolg is dat regelmatig opgewekte windenergie simpelweg afgeschakeld wordt omdat de hoogspanningsnetten de stroom nergens kwijt kunnen. Zonde van de duurzame energie én zonde van de overheidssubsidie, die voor de opgewekte stroom wel betaald is. Er zou een oplossing moeten zijn, die de onverwachte pieken en dalen van de windproductie kan opvangen, zonder dat de opgewekte energie verloren gaat. De huidige werkwijze van netbeheerder Tennet is hiervoor onvoldoende. Nederland heeft — net als alle andere landen in Noordwest-Europa — behoefte aan een grootschalige energieopslag.

Tennet dacht jarenlang zonder eigen opslag te kunnen, voornamelijk dankzij het uitbouwen van de interconnecties met omringende landen. Zeker de Nornedkabel naar Noorwegen zou vanwege de opslagcapaciteit in de Noorse fjorden een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Norned functioneert uitstekend, maar de balanceringscapaciteit is nu al onvoldoende. Mede debet hieraan is de interconnectie met Duitsland en de betere kwaliteit van de hoogspanningsnetten in Nederland. Een electron zoekt de weg van de minste weerstand en tussen Bremen en Stuttgart is dat vaak via het Nederlandse net.

De mogelijkheden voor energieopslag zijn in Nederland in de afgelopen vijf jaar regelmatig onderzocht.
Grofweg zijn er vier mogelijkheden: een tweede Nornedkabel, een energie-eiland op zee, kleinschalige opslag door middel van compressed air technologie of een ondergrondse opslag met een pompaccumulatiecentrale.
Een tweede Norned is een optie, maar hangt vooral af van de capaciteit in Noorwegen. Het is inmiddels bekend dat Noorwegen capaciteitsafspraken heeft gemaakt met Duitsland en niet meer zo hard trekt aan Norned 2.
Bovendien zou deze kabel een oplossing kunnen bieden voor de balancering van de windenergie op de Noordzee, maar veel minder voor de problemen veroorzaakt door (Duitse) landwindmolens.

Het energie-eiland behelst innovatieve technologieën, maar deze moeten nog volledig ontwikkeld worden. Vooral doorontwikkelen dus, maar voor de relatief korte termijn biedt het geen soelaas.
Compressed air is waarschijnlijk te kleinschalig.
Blijft over de pompaccumulatiecentrale.

Deze technologie is al meer dan honderd jaar bekend en toegepast in nagenoeg alle Europese landen. De gedachte is simpel: je bouwt twee waterbekkens, één bovenop een berg en één beneden. In tijden van te veel elektriciteit pomp je het water van beneden naar boven en bij een tekort laat je hetzelfde water door turbines naar beneden storten.

Maar waarom doet Tennet er niets mee? Al in de jaren tachtig werden de eerste initiatieven genomen om in Nederland een pompaccumulatiecentrale te bouwen. Het gebrek aan bergen werd opgelost door gebruik te maken van een ander Nederlands talent, het boren van tunnels.

Door het boren van een ingenieus netwerk van tunnels op anderhalve kilometer diepte in de juiste steenlaag is een ondergrondse pompaccumulatiecentrale (opac) realiseerbaar. Vijf jaar geleden werd in Zuid Limburg (waar de juiste steenlagen aanwezig zijn) de handschoen opnieuw opgepakt en werden de twintig jaar oude plannen geactualiseerd naar de laatste stand der techniek.

En wat nog mooier is, ruim tweeënhalf jaar geleden sprak de Tweede Kamer in een motie de wens uit bij de regering om ‘te bevorderen dat netbeheerder Tennet omwille van de balancering van het net zal participeren binnen een project om een grootschalige elektriciteitsbuffer aan te leggen’.
Inmiddels heeft de provincie Limburg zich bereid verklaard te participeren in de eerste fase van het project. Het gaat dan om een investering van enkele miljoenen.

Gesprekken met grote private partijen zijn veelbelovend, maar veel hangt af van de inzet en intenties van de overheid. Van de zijde van Tennet en/of het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie komt tot op heden echter geen schot in de zaak. Dat is jammer, want de verliezen die binnen enkele jaren zullen optreden door het gemis van opac zullen vele malen groter zijn dan de initiële investering in deze buffer. Snel handelen is geboden om duurzame energieopwekking niet te laten smoren in een onvolledig stroomnet.
(Bron: Jos Hessels)
Jos Hessels was energiewoordvoerder van de CDA-Tweede Kamerfractie en gedeputeerde economische zaken en internationalisering van Limburg.

Reactie van de redactie van Fibronot.nl

Lezen we over 30 jaar ook over het Plan Hessels?

Analoog aan het Plan Lievense?
De oudere lezers zullen zich ongetwijfeld het Plan Lievense uit 1981 herinneren.

Het Plan Lievense was een plan voor energieopslag met behulp van een waterbuffer in het Markermeer toen het voornemen tot inpoldering tot Markerwaard van de baan was. In 1981 presenteerde ingenieur L.W. Lievense een alternatief plan voor de Markerwaard. De kern van het plan bestond eruit van het Markermeer een buffer te maken voor de productie van elektriciteit. Dit meer zou gevuld met water moeten worden in tijden van weinig vraag en veel aanbod van elektriciteit. De overcapaciteit die er dan bestaat aan elektriciteitsproductie diende aangewend te worden om de waterstand in het meer omhoog te brengen. Wanneer er weinig aanbod was en veel vraag zouden de turbines van het meer stroom leveren. Dit plan was uitgedacht in verband met de problemen rond elektriciteitsopwekking met windenergie. Het aanbod van elektriciteit door windturbines is door de sterk variërende windsnelheden grillig en heeft weinig verband met de vraag. Door de aanleg van dit spaarbekken hoopte Lievense dit probleem te ondervangen.

Het is opmerkelijk dat wanneer dit soort plannen niet rechtstreeks uit de koker van Rijkswaterstaat of het ministerie komen, je er nooit meer wat over hoort.

Gezien de slappe houding van Tennet en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie zal ook dit Plan Hessels waarschijnlijk mislukken.


Groenlinks: bouw kolencentrales ontmoedigen

Zaterdag 28 mei 2011

Het Europese Hof heeft besloten dat de milieuvergunningen voor kolencentrales in strijd zijn met EU-regelgeving maar het is het aan de Nederlandse politiek om die regelgeving in nationale wetgeving om te zetten. De Nederlandse rechter mag de vergunningen niet vernietigen. Wel benadrukt het Europese Hof dat Nederland de Europese luchtkwaliteitsnormen moet halen. GroenLinks komt daarom opnieuw met het initiatiefwetsvoorstel kolen.

De initiatiefwet van GroenLinks geeft energiebedrijven door een belastingprikkel de zekerheid dat CO2-uitstoot van kolencentrales na 2012 minstens 50 euro per ton gaat kosten. Daarmee wordt het voor energiebedrijven onrendabel om in ouderwetse kolencentrales te investeren.

GroenLinks Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren: “De bouw van nieuwe kolencentrales is een aanslag op het klimaat. Bovendien vertragen ze de doorbraak van schone energie. Dat terwijl schone energie banen oplevert en ons minder afhankelijk maakt van het buitenland. Hoe minder kolenmonsters, hoe beter.”

Diverse milieuorganisaties stapten naar de rechter omdat de milieuvergunningen in strijd zijn met de Europese regels voor schone lucht. Het Europese Hof oordeelde 27 mei dat deze vergunningen inderdaad niet overeenkomen met Europese regels en benadrukt dat de luchtkwaliteitsnormen door Nederland gehaald moeten worden.

Nieuwe kolencentrales
NUON heeft inmiddels zelf besloten om voorlopig geen nieuwe kolencentrales te bouwen. GroenLinks is blij hiermee. Helaas zitten er nog zeker drie andere kolencentrales in de pijplijn.

Van Tongeren: “GroenLinks ziet al jaren de noodzaak in van een nieuwe kolenwet. Nu de Nederlandse politiek weer aan zet is ga ik verder met ons initiatiefwetvoorstel kolen. En zal ik deze opnieuw in de Tweede Kamer behandelen.”

De redactie van Fibronot.nl heeft wat opmerkingen

De energiebehoefte neemt in de toekomst alleen maar toe. Daar is iedereen het over eens.
Een gedeelte van die toename zal opgewekt worden met behulp van duurzame energie zoals zonne- en windenergie.
Nederland ontkomt er echter niet aan ook via de traditionele weg met kolen- en/of gascentrales in de toenemende behoefte te voorzien.
Immers, waar halen we de stroom vandaan op een windstille winterdag zonder zon als we de plannen van Groenlinks uitvoeren?

Uit Duitsland, dat met vergevorderde plannen rondloopt om alle 22 kerncentrales in 2020 te sluiten?

Duitsland krijgt naar verwachting de komende winter al last van tekorten terwijl het land vol staat met windmolens, biomassacentrales en zonnepanelen.
De oorzaak is een gebrek aan transportcapaciteit.
De meerderheid van de zeven kerncentrales die al dan niet tijdelijk zijn stilgelegd staan in het zuiden van het land terwijl de meeste windmolenparken in het noorden staan. De transportcapaciteit van noord naar zuid is onvoldoende om alle windenergie richting zuid te transporteren en wat doet het land in een windstille periode?
Netwerkbeheerder Tennet ligt met de autoriteiten overhoop over uitbreiding van het transportnetwerk die naar schatting enkele miljarden gaat kosten. De partijgenoten van Groenlinks in Duitsland liggen bovendien dwars bij de uitbreiding van het netwerk. Men wil geen bovengrondse 380 KV kabels, alles moet in de grond.

Als Duitsland inderdaad overgaat tot sluiting van alle kerncentrales dan moet het land stroom importeren uit het buitenland. Dat zal voornamelijk uit Frankrijk komen en zal met kernenergie opgewekt zijn…of Duitsland moet snel met de bouw van ongeveer 12 conventionele kolencentrales beginnen.
Het land volzetten met windmolens is ook geen optie omdat dit nog meer blackouts oplevert dan er nu al zijn.

Het is opvallend dat Tennet ook in Nederland niet in staat is voldoende transportcapaciteit te bouwen. Tuinders in het Westland kunnen nu al regelmatig hun met WKK’s opgewekte energie niet kwijt.
Tennet wil om die reden graag minstens een half miljard van minister Verhagen hebben, maar zijn potjes laten bijna allemaal de bodem zien.

De rekening zal uiteindelijk weer bij de Nederlandse burgers neergelegd worden in de vorm van hogere energiebelastingen en hogere transportkosten en of je nu een eigen windmolen of zonnepanelen op je dak hebt of niet, je moet er aan meebetalen.


Grote brand verwoest mestverwerkingsbedrijf Ferm O Feed in Zeeland

Zaterdag 28 mei 2011

Bij het bedrijf Ferm-O-Feed in het Noord-Brabantse plaatsje Zeeland is in de nacht van vrijdag op zaterdag om half twee een grote brand uitgebroken. Het bedrijf aan De Peel is onderdeel van de Den Ouden Groep en verwerkt kippenmest tot organische meststoffen.

In de gebouwen liggen stoffen opgeslagen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Het is nog niet bekend of er daadwerkelijk schadelijke stoffen zijn vrijgekomen. Om half zeven zaterdagochtend was de brand onder controle.

Volgens een woordvoerder van de politie is de brand ontstaan in de bewassingsstraat. De oorzaak is nog onbekend. Vanwege de rook, die naar Mill trok, mocht niemand in een omtrek van een kilometer stil blijven staan. De Middenpeelweg is tijdelijk afgesloten voor doorgaand verkeer. Metingen moesten uitwijzen of en hoeveel gevaarlijke stoffen er waren vrijgekomen. Even is overwogen om enkele woningen in de omgeving te ontruimen, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. Vanwege vrijliggende elektriciteitskabels startte de brandweer pas later met bluswerkzaamheden. Voor zover bekend zijn er bij de brand geen gewonden gevallen.

De brand wordt bestreden door brandweerkorpsen uit Veghel, Uden, Mill, Haps, Zeeland en Oss.

Bij branden in 1999 en 2006 werd het bedrijf gedeeltelijk verwoest.

Update maandag 30 mei 2011

De brand die in de nacht van vrijdag op zaterdag uitbrak bij mestverwerker Ferm-O-Feed in het Brabantse plaatsje Zeeland in nog steeds niet helemaal geblust. In twee silo’s smeulen nog brokken materiaal na, meldde de brandweer maandag.

De brandweer waarschuwt dat later op maandag de rook weer kan toenemen als het brandend materiaal uit de silo’s is gehaald om definitief te worden gedoofd.
Het bedrijf in Zeeland verwerkt kippenmest tot organische meststoffen. De brand is op grotere afstand nog steeds te ruiken. De concentraties schadelijke stoffen in de lucht zijn zo laag dat er geen reden is voor zorg, aldus de brandweer.


TNO: “Grootschalige winning schaliegas pas over 5 jaar aan de orde”

Vrijdag 27 mei 2011

Afgelopen woensdag, 25 mei, werden inwoners van Boxtel ingelicht over de plannen om in hun gemeente een eerste proefboring naar schaliegas te doen.
Het grootschalig winnen van schaliegas is nog niet aan de orde en wordt pas over 5 tot jaar 10 jaar verwacht. Dit blijkt uit een eerste verkennend onderzoek van TNO.

Huidige alternatieve energie technologieën zijn nog onvoldoende ontwikkeld om fossiele brandstoffen te vervangen. Tot het moment dat we volledig kunnen overgaan op duurzame alternatieven zijn we afhankelijk van olie, kolen en gas. Hiervan is gas de schoonste en bovendien flexibel in te zetten om piekbelasting op te vangen. Gas is voor Nederland al 50 jaar belangrijk als energiebron, maar ook voor inkomsten in de vorm van aardgasbaten.

Nederland kent een aantal grote gasreservoirs zoals het Slochteren gasveld in Groningen. De hoeveelheid gas in deze reservoirs is echter eindig. Voor de energievoorziening is het mogelijk om buitenlands gas te importeren, maar hierdoor wordt Nederland afhankelijker van gasleverende landen, zoals Rusland. Om dit zo lang mogelijk uit te stellen wordt er gezocht naar nieuwe mogelijkheden om gas te winnen. Een van deze nieuwe voorraden zou het zogenaamde schaliegas kunnen zijn.
Schaliegas
Schaliegas is aardgas dat “opgesloten” zit in kleisteenlagen in de ondergrond. Deze lagen worden ook wel ‘schalies’ genoemd. Uit een eerste verkennend onderzoek van TNO voor Energie Beheer Nederland blijkt dat de Nederlandse ondergrond potentieel veel schaliegas bevat. Deze lagen bevinden zich in de Nederlandse ondergrond op veelal meer dan twee kilometer diepte. Het winnen van gas hieruit is lastiger dan het winnen uit zandsteen zoals in Groningen, omdat de structuur veel compacter is.
Winning van schaliegas
Op dit moment is grootschalige winning van schaliegas in Nederland nog niet aan de orde. De verwachting is dat dit nog minimaal 5-10 jaar op zich laat wachten. De techniek die wordt gebruikt om schaliegas te winnen wordt ‘fraccing’ of kraken genoemd. Bij het kraken wordt het gesteente waar het gas in zit, gebroken door onder hoge drukwater en zand in de schalielaag te pompen. Hierbij worden mogelijk ook chemicaliën gebruikt, die onder andere noodzakelijk zijn om het zand en water in oplossing te houden gedurende transport, de put open te houden en corrosie van de put tegen te gaan. Iedere producent bepaalt zelf of en zo ja welke chemicaliën daarvoor worden gebruikt.
Boringplaatsen
In de Verenigde Staten wordt al meerdere jaren geboord naar schaliegas. Op dit moment komt 20% van de gaswinning in de VS uit schaliegas. Hiervoor zijn veel putten nodig. In de VS kan dat, maar omdat ruimte in Nederland zeer beperkt is, is het hier niet mogelijk noch wenselijk om zoveel boorputten te maken. Mocht het gericht zoeken naar schaliegas succesvol zijn, dan kan in Nederland schaliegas wellicht geproduceerd worden. Daarvoor zijn hoogwaardige technieken, zoals het plaatsen van meerdere boringen vanaf één locatie noodzakelijk, en de nodige kennis.
(Bron: TNO, Drs. Inès van Arkel)


Alleen met duurzame biobrandstof bijmengen

Vrijdag 27 mei 2011

Voortaan mogen alleen nog duurzaam geproduceerde biobrandstoffen worden gebruikt voor de verplichte bijmenging in brandstof voor vervoersdoeleinden. Voor 2011 is die verplichte bijmenging 4,25%; dit percentage wordt de komende jaren langzaam opgevoerd. Duurzaam betekent in dit verband dat de biobrandstoffen moeten voldoen aan de Europese duurzaamheidseisen, zoals neergelegd in de Europese Richtlijn hernieuwbare energie.

‘Grote stap voorwaarts’
Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu): “Dit is een grote stap voorwaarts. Met deze wet waarborgen we de duurzaamheid van in Nederland gebruikte biobrandstoffen in het vervoer. Tegelijkertijd bieden we het Nederlandse bedrijfsleven duidelijkheid en een gelijk speelveld in Europa. Bedrijven en de transportsector weten waar ze de komende jaren aan toe zijn als het gaat om de geleidelijke verhoging van het percentage hernieuwbare energie in brandstof voor vervoer.”

De eerstkomende jaren wordt het volume hernieuwbare energie met kleine stappen verhoogd (4,5% in 2012, 5% in 2013 en 5,5% in 2014). Nederland werkt op deze wijze toe naar de Europese doelstelling van minimaal 10% hernieuwbare energie in het vervoer in 2020. Die doelstelling wordt niet alleen bereikt door biobrandstoffen bij te mengen; ook de inzet van duurzame elektriciteit en groen gas telt mee.

Duurzaamheidseisen
Bij biobrandstoffen moet, over de hele keten van productie tot gebruik, de uitstoot van CO2 in 2011 met 35% verminderen ten opzichte van benzine en diesel. Dat percentage loopt op tot 60% in 2018. Ook mogen de voor biobrandstof geteelde gewassen niet ten koste gaan van biodiversiteit, oerbossen en gebieden met een hoge koolstofvoorraad, zoals veenbossen.

Aanscherping duurzaamheid
Nederland heeft zich sterk ingezet om de duurzaamheidcriteria Europees te verankeren. “We mogen trots zijn op de Nederlandse bijdrage aan de totstandkoming van de duurzaamheidcriteria”, aldus Atsma. “Met deze wet zorgen we dat de Europees gemaakte afspraken in Nederland ook daadwerkelijk worden toegepast. Het product biobrandstoffen loopt daarmee voorop en kan als voorbeeld dienen voor verdere verduurzaming van de economie.” Tegelijkertijd dringt Atsma er in Brussel op aan om deze duurzaamheidseisen verder aan te scherpen. Met name de effecten van indirecte verschuiving in landgebruik zouden moeten worden meegenomen.


Milieuclubs teruggefloten in strijd tegen kolencentrales

Donderdag 26 mei 2011

Een groep milieuorganisaties heeft een harde nederlaag geleden in haar strijd tegen de bouw van drie kolencentrales in Nederland.

Het Europese Hof van Justitie zegt in een advies aan de Raad van State dat de milieuvergunningen voor de centrales niet ten onrechte zijn verstrekt.

Het Hof legt daarmee het advies van zijn eigen advocaat-generaal van december vorig jaar naast zich neer. Het is nu aan de Raad van State om zich weer over de zaak te buigen.

Er zijn in Nederland drie kolencentrales in aanbouw. E.on en Electrabel bouwen kolengestookte energiecentrales op de Maasvlakte en RWE bouwt er een in de Groningse Eemshaven.

Slepende zaak
Naast deze procedures tegen de milieuvergunningen lopen hebben de milieuorganisaties zoals Greenpeace en stichting Natuur en Milieu ook zaken lopen bij de Raad van State tegen de natuurvergunningen.


Verbruik elektriciteit gelijk, duurzaam wint terrein

Donderdag 26 mei 2011

Het elektriciteitsverbruik in Nederland is in april 2011 wederom gelijk gebleven aan de voorgaande vier maanden. Dit blijkt uit de verbruikscijfers die TenneT maandelijks publiceert.

Na een periode van een sterk dalend verbruik en vervolgens een stijging, blijft het energiegebruik zeer stabiel met ruim 104 duizend gigawattuur. Tegelijk zijn de jaarcijfers bekend geworden over productie, verbruik en import van duurzam elektriciteit in het jaarverslag 2010 van TenneT-dochter CertiQ. Daarin staat dat er sprake is van een stijgend aantal productie-installaties voor duurzame elektriciteit en een toenemend verbruik van duurzame elektriciteit.

Zowel in 2008, 2009 als in 2010 was er sprake van een toename in het aantal productie-installaties voor duurzame elektriciteit en het totaal opgesteld vermogen. Het aantal bij CertiQ ingeschreven productie-installaties groeide van 4.837 in 2009 naar 7.599 in 2010, een stijging van bijna 60 procent. Deze groei wordt bijna volledig veroorzaakt door nieuwe zonne-installaties van particulieren. Eind 2010 bedroeg het totaal opgesteld vermogen van bij CertiQ ingeschreven installaties ruim 9.000 megawatt.


Electrawinds Italië opent solarpark in Toscane

Donderdag 26 mei 2011

PONTEDERA – ITALIE – Het groenestroombedrijf Electrawinds opende op vrijdag 20 mei 2011 haar eerste solarpark buiten België. Het gaat om een project in de Italiaanse stad Pontedera waarbij een open parkeerterrein overdekt is met 1416 zonnepanelen. Voor Electrawinds is dit de tweede realisatie in Pontedera. In september 2008 opende de Belgische hernieuwbare energieproducent er al een windpark van 4 turbines.

Het eerste zonneproject van Electrawinds in Italië is gerealiseerd in samenwerking met het gemeentebestuur van Pontedera dat eigenaar is van de parkeergarage. Van de 4500 m2 dakoppervlakte is 2100 m2 overdekt met photovoltaïsche panelen. Er is rekening gehouden met de lichtinval op de panelen maar ook met de lichtinval op het parkeerterrein zelf.

De 1416 panelen van het solarpark Pontedera zullen een jaarlijkse elektriciteitsopbrengst genereren van 357.000 kWh wat overeenkomt met het jaarverbruik van zo’n 102 gezinnen. In vergelijking met de klassieke (fossiele) energieproductie zal het park jaarlijks 162.79 ton CO2 besparen. Electrawinds is volle eigenaar van het solarpark en heeft er 1.3 miljoen euro in geïnvesteerd.

Zonnepanelen in Pontedera

Voor Electrawinds is het zonnepark in Pontedera het 14de gerealiseerde solarproject. Het geïnstalleerd vermogen van alle installaties samen bedraagt momenteel 2.4 MW. Naast de ontwikkeling, bouw en financiering is Electrawinds ook verantwoordelijk voor de exploitatie.
(Bron: Persbericht Electrawinds België)


Gemeente Boxtel wil nader onderzoek naar proefboring schaliegas

Donderdag 26 mei 2011

De gemeente Boxtel, die al een bouwvergunning heeft gegeven voor een proefboring naar schaliegas op gemeentegrond, wil nog een onafhankelijk onderzoek naar de risico’s.

Het verzoek om een extra onderzoek is neergelegd bij het Britse bedrijf Cuadrilla, dat de proefboring gaat uitvoeren, en bij het ministerie van Economische Zaken.

Wethouder Peter van de Wiel heeft dat woensdagavond gezegd op een drukbezochte bijeenkomst voor inwoners, georganiseerd door de lokale politiek. Eerder deze maand vroeg een ruime meerderheid van Provinciale Staten in Noord-Brabant al om een onafhankelijk onderzoek.

Proefboring
Boxtel heeft vorig jaar reeds ingestemd met de proefboring op een industrieterrein. “Publiek draagvlak is aan corrosie onderhevig en we hebben dat signaal opgepikt”, verklaarde de wethouder over de onrust die nadien is ontstaan over de geplande proefboringen in Brabant.

Moratorium
Tweede Kamerlid Diederik Samsom (PvdA) die in Boxtel aanwezig was, verliet de avond met het plan om in de Tweede Kamer een hoorzitting te houden. De kans op een moratorium (opschorting van de proefboring) acht hij klein.

Plan doorzetten
Voor zover tot nu toe bekend heeft Cuadrilla het plan voor een extern onderzoek nog in beraad. Het bedrijf zet het plan door om na de zomer in Boxtel met boren te beginnen. Een woordvoerder benadrukte dat deze week in Engeland juist een uitgebreid parlementair onderzoek is afgerond.


Advocatenkantoor Blenheim sleept directie CIG Biodiesel voor de rechter

Woensdag 25 mei 2011

Advocaten van het Amsterdamse advocatenkantoor Blenheim hebben het Openbaar ministerie gevraagd een strafzaak tegen vader en zoon Breur, de hoofdpersonen in de CIG Biodieselaffaire, te beginnen.

‘Het heeft er volgens de gedupeerde beleggers alle schijn naar dat dit hele project van het begin af aan is opgezet om iedereen op te lichten. Vrijwel niemand in deze zaak, zowel beleggers, leveranciers als uitvoerders, heeft ooit gekregen wat de familie Breur heeft beloofd. Dat was voor ons aanleiding om strafrechtelijk aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM) te doen.’ Willem-Jan Tielemans en Jasper Hagers van advocatenkantoor Blenheim zien het als een extreem maar noodzakelijk middel. ‘Civielrechtelijk komen we nauwelijks verder. Maar hoe je het ook bekijkt: er is €4,1 miljoen verdwenen bij CIG, en dat geld moet ergens zijn.

Vader en zoon Pieter en Arnold Breur, mislukte projectontwikkelaars, wilden met hun CIG Biodiesel in Oostenrijk een fabriek bouwen die brandstof maakt uit landbouwproducten. Ze haalden ruim 200 obligatiehouders binnen door te schermen met een rendement van 15%. Daarbij logen de Breurtjes over een investering van een Quote 500-lid, schermden zij met een investering van €52 miljoen door een Luxemburgse venture capitalist maar vertelden beleggers daar niet bij dat het een vehikel van vader en zoon zelf betrof. Vorig jaar ging het hele project brandend ten onder, een lange rij schuldeisers achterlatend.

Tielemans en zijn collega Jasper Hagers treden namens zo’n 150 schuldeisers op. Dat was volgens hen voor het OM voldoende reden om tot vervolging over te gaan: ‘Half april kregen we het telefoontje dat ze de molen in gang zetten, dus dat is goed nieuws. Binnen vier maanden zou er een dagvaarding uit moeten gaan.’ Wat hopen de Blenheimadvocaten te bereiken? ‘We willen weten waar het geld is en dat terughalen natuurlijk. En dan is er de genoegdoening voor de slachtoffers. Want die twee lijken de dans te kunnen ontspringen. Dat willen de gedupeerde beleggers niet laten gebeuren.’


Roland Berger: kies voor groen gas en niet voor bioethanol

Woensdag 25 mei 2011

Eén van de grootste en betere adviesbureaus, Roland Berger Strategy Consultants, heeft geadviseerd dat we in Nederland beter op groen gas kunnen gaan rijden dan op het omstreden bio-ethanol.

Voor de verduurzaming van transportbrandstoffen laat Nederland groen gas vooralsnog links liggen. Vaak wordt gekozen voor een duur en omstreden alternatief: bio-ethanol. Onterecht volgens Roland Berger Strategy Consultants. Met de studie ‘Potentiële rol van groen gas in transport’ maakt het strategisch adviesbureau hard dat brandstof winnen uit mest- en reststoffen uit eigen land (groen gas) niet alleen een ethischer alternatief is dat geen aanspraak maakt op andermans potentiële voedselvoorraad (bio-ethanol). Het is ook een goedkoper alternatief dat tegelijk de Nederlandse economie stimuleert.

Ingegeven door de verplichtingen die vanuit de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie opgelegd worden, groeit het aandeel biobrandstoffen gestaag. De inzet van biomassa is essentieel voor het halen van de verplichting van 14% hernieuwbare energie. Daarnaast is Nederland verplicht om in 2020 ten minste 10% van het energieverbruik in verkeer en vervoer te verduurzamen. Dit is tot op heden vooral gerealiseerd door bijmenging van bio-ethanol/ETBE en biodiesel. Bij stabiele prijzen en ongewijzigd beleid lopen tot 2020 de jaarlijkse maatschappelijke meerkosten van verduurzaming van transport met de huidige biobrandstoffen op tot naar schatting 400 miljoen euro.

Volgens Roland Berger vormt groen gas een aantrekkelijk alternatief voor de huidige biobrandstoffen. Met zijn agro- en chemiesector, infrastructuur en gunstige ligging, aanwezige kennis en ervaring op het gebied van biomassa in allerlei processen is Nederland volgens het strategisch adviesbureau bij uitstek een land waarin een economie gericht op groene grondstoffen succesvol kan worden. Door in te zetten op groen gas in transport kan optimaal aan de Nederlandse economie worden bijgedragen.

Roland Berger noemt de verschillende voordelen van de inzet van groen gas voor de Nederlandse economie. Door gericht in te zetten op groen gas als biobrandstof gaan niet alleen de kosten van duurzaam transport voor Nederland met (een bescheiden) 25 miljoen euro per jaar omlaag, het beperkt bovendien de import van buitenlandse biobrandstoffen en daarmee het weglekken van middelen uit de Nederlandse economie. Ook creëert het een secundaire inkomstenstroom en werkgelegenheid voor onder andere de agrarische sector en de afvalverwerkende industrie. Het reduceert de omvang van residustromen en daarmee kosten voor verwerking. Tenslotte biedt het mogelijkheden voor kennisvalorisatie en uitbouw van (exporteerbare) industriële activiteiten rondom groen gas. “Met de investering in groen gas leg je meteen een solide basis voor een biobased economy, waarbij de inzet van groen gas verder gaat dan alleen als transportbrandstof,” aldus Jeroen Althoff, project manager bij Roland Berger in Nederland.

Naast de kostenbesparing biedt groen gas ook een alternatief in de ‘food vs. fuel’ discussie die is ontstaan rondom de inzet van bio-ethanol. De biomassa die bij de productie van ‘eerste generatie’ bio-ethanol wordt gebruikt, is namelijk ook in te zetten als voedsel. De productie van deze biobrandstof op grote schaal kan dan ook significante gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en prijzen van voedsel wereldwijd. Groen gas biedt een alternatief voor dit dilemma. Bij de productie van groen gas wordt immers vooral gebruik gemaakt van vergisting van mest- en reststoffen, waarbij niet met de voedselvoorziening wordt geconcurreerd.

Om de duurzaamheidsdoelstellingen voor transport in Nederland enkel met groen gas te realiseren is in theorie 660 miljoen kubieke meter (mcm) per jaar nodig. De inzet van 660 mcm groen gas in transport bespaart maximaal 120 miljoen euro op verduurzaming van transportbrandstoffen in 2020. Ondanks de economische en maatschappelijke voordelen van groen gas zal de inzet in transport in 2020 echter door beperkingen in de infrastructuur laag zijn. Het aantal voor (groen) gas geschikte voertuigen is in Nederland vergeleken met andere landen beperkt. Vooral het geringe aantal CNG/LNG tankstations weerhoudt particulieren en bedrijven er van over te stappen. Zelfs bij sterke groei van het aantal geschikte voertuigen bedraagt de maximale vraag in 2020 in de praktijk minder dan 400 mcm. Een belangrijke drempel voor het grootschalig omschakelen op groen gas zijn de benodigde investeringen in infrastructuur. “Dit is waar de overheid moet inspringen en de juiste randvoorwaarden moet scheppen,” aldus Althoff.
(Bron: Persbericht Roland Berger)


Meer restproducten toegelaten bij co-mestvergisting in Nederland

Dinsdag 24 mei 2011

Zo’n 100 boeren in ons land hebben op dit ogenblik een co-mestvergister, d.w.z. dat zij hun mengmest, samen met andere producten, vergisten om er biogas, elektriciteit en warmte uit te halen. Nederland telde eind 2010 180 operationele biomassavergsisters.

Er wordt in Nederland al netto 470 miljoen kWh opgewekt door het vergisten van mest. Het vergistingsproces verbetert als naast mest ook andere natuurlijke producten worden toegevoegd, zoals resten uit de voedingsindustrie. Op die manier wordt er ook nuttig gebruik gemaakt van afval. Het toegevoegde product mag geen schadelijke stoffen opleveren in het eindproduct. Het mengsel wordt namelijk na vergisting gebruikt als meststof op het land. Vandaar dat daar strenge regels voor zijn.

De staatssecretaris voor Landbouw, Bleker, heeft nu beslist 8 nieuwe producten toe te laten die bij de mest kunnen worden gevoegd om een hogere gasopbrengst te krijgen. Er staan nog zo’n 13 producten op de nominatie om ook goedkeuring te krijgen.

De 8 nieuwe producten zijn onder andere brood- en deegresten, bierbostel (restant dat overblijft in de bierbrouwerij), aardappelpersvezel, bietenpulp en uienpulp.

Daarnaast gaat staatssecretaris Bleker nieuwe regels maken waardoor het voor boeren met een co-mestvergister mogelijk wordt om (rest)producten zelf te testen op veiligheid en zuiverheid zodat die – onder voorwaarden – ook in de vergister kunnen. Daarmee wordt het mogelijk om veel meer reststoffen te gebruiken in de co-vergisters.


Verzet tegen BioShape groeit in Tanzania

Zaterdag 21 mei 2011

Een groep van 18 studenten die op de Universiteit van Dar es Salaam in Tanzania studeren  is een actie begonnen tegen de landroof (land grabbing) door BioShape.

De studenten komen uit landen als Kenia, Denemarken, Tanzania, Nigeria, Sierra Leone, Zambia en Zuid Afrika en hebben één gemeenschappelijk doel: te proberen een wereld te maken waar geen honger heerst. Hun eerste actie is gericht op de landroof in het district Kilwa door BioShape.

De studenten zijn begin mei in Mavuji in het district Kilwa op bezoek geweest om de effecten van de landroof door BioShape te onderzoeken. BioShape had in Mavuji het basiskamp.

De studenten  spraken uitgebreid met de inwoners van Mavuji en met (ex) werknemers van BioShape die uit alle macht een mogelijke doorstart van BioShape in het gebeid zullen verhinderen.

Uit eigen ervaring weet een lid van de redactie van Fibronot.nl hoe vijandig de inwoners van Mavuji tegenover verschillende managers van BioShape staan. De handgebaren die enkele inwoners maakten bij het horen van de naam Cor Vaes lieten aan duidelijkheid niets te raden over.

De studenten  maakten video opnames als basis voor een open dag op de Universiteit van Dar es Salaam, die vandaag, zaterdag 21 mei 2011 gehouden werd.
Ze gingen  onder het motto Don’t sell our future in debat met vertegenwoordigers van verschillende NGO’s en met politici. Uiteraard werd ook de korte film vertoond.
Kijk hieronder naar het filmpje van de studenten dat ze in Mavuji maakten en luister naar de slachtoffers van de landroof, hoe ze lijden, door BioShape zijn opgelicht en geen loon kregen uitbetaald hoewel ze in dienst van BioShape waren.

Link naar
De film over Mavuji

Bezoek aan Mavuji
Studenten uit Dar es Salaam lichten
de bewoners van Mavuji in hoe ze tegen
BioShape in verzet moeten komen.

Interview met slachtoffers van de landroof door BioShape
Interview in Mavuji met slachtoffers van de landgrab
door BioShape


Groen gas niet altijd duurzaam

Zaterdag 21 mei 2011

Groen gas, gemaakt uit biomassa, is niet per definitie ‘groen’. Dat concludeert de organisatie Natuur & Milieu in het rapport ‘Heldergroen gas’ dat onlangs verscheen.

Gas is pas groen als de gebruikte biomassa niet concurreert met de voedselproductie voor mens en dier. Bovendien moet de biomassa gegarandeerd leiden tot klimaatwinst om de stempel duurzaam te verdienen. Dat is de stelling van organisatie Natuur & Milieu.

Reststromen
Het  rapport van Natuur & Milieu concludeert dat sommige vormen van groen gas volgens die criteria inderdaad niet duurzaam zijn. Zo kan maïs beter voor voedsel of veevoer worden ingezet dan voor de productie van biogas. Maar ook veel reststromen uit de voedselverwerkende industrie kunnen beter als veevoer worden gebruikt. Andere reststromen,  zoals GFT-afval, kunnen wel duurzaam worden vergist voor de productie van groen gas.

Goed of fout
In het  rapport is een lijst opgenomen met goede en foute grondstoffen voor de productie van groen gas. Goed zijn gft-afval of zuiveringsslib van rioolwater, slecht zijn landbouwgewassen of reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie.

Overheid
Natuur & Milieu wil graag dat er in Nederland duurzaamheidseisen worden opgesteld voor elektriciteit, warmte of gas uit biomassa. De overheid zou alleen subsidie moeten verstrekken voor duurzame energieproductie als het gas voldoet aan die duurzaamheidseisen. De Tweede Kamer vergadert op 19 mei over het beleid voor hernieuwbare energie in Nederland.


Bouw windmolenpark Ecofactorij op losse schroeven

Vrijdag 20 mei 2011

Het is onduidelijk of Apeldoorn nog werk gaat maken van de komst van windmolens aan de oostkant van Apeldoorn.

Deze week bepaalde de rechter in Zutphen dat de 150 meter hoge molens niet op die plek kunnen komen, omdat er mogelijk gevaar is voor vliegverkeer van en naar Teuge. De gemeente heeft de kans in hoger beroep te gaan, maar is daar nog niet over uit, zegt wethouder Olaf Prinsen (D66). Daarvoor moet eerst de uitspraak bestudeerd worden en een inschatting gemaakt van de kans op succes.

Apeldoorn hecht sinds een jaar veel minder waarde aan windenergie. Deze gemeente is niet de goede plek voor die energiebron; bijvoorbeeld zonne-energie is logischer, is het idee. Prinsen erkent dat Apeldoorn (zeer) terughoudend is om nog werk te maken van nieuwe windmolenparken. Hij stelt evenwel dat die principiële keus geen rol speelt bij de overweging om voor deze specifieke locatie al dan niet in beroep te gaan. ,,Die afweging maken we met een puur juridische benadering.” Overigens is Apeldoorn in dit geval niet de initiatiefnemer, maar ‘slechts’ vergunningverlener.

Lees hier de uitspraak


Olie in aardwarmteput kost veel geld

Vrijdag 20 mei 2011

Vijf weken ligt de aardwarmteput bij de Gebroeders Ammerlaan inmiddels stil door het aantreffen van olie in het opgepompte water. Verwarming van de kassen, het zwembad, de sporthal, het fitnesscentrum en het scholencomplex gebeurt nu weer met aardgas. Ammerlaan zoekt naar een technische oplossing.

“Het aantreffen van olie in de aardwarmteput is niet onverwacht. Er wordt immers geboord in dezelfde aardlaag als waar olie en gas worden gewonnen,” aldus Victor van Heekeren van het Platform Geothermie. “De olievondst zal zeker geen bron van inkomsten zijn zoals her en der wordt gesuggereerd. Het aantreffen van aardolie in de put betekent in eerste instantie vooral dat er allerlei extra technische voorzieningen moeten worden getroffen.”

De hoeveelheid olie is naar verwachting niet groot. Van Heekeren: “Het is nog niet duidelijk om hoeveel olie het gaat. Olie en gas zitten bovenin de laag en het warme water komt van dieper. Er is waarschijnlijk wat rest olie in de pompen gekomen. Dit kan met een week of met drie maanden weer zijn opgelost.”
Het warme water wordt vanaf een diepte van 2100 meter omhoog omhoog gebracht.

Niet retour pompen
Het probleem van olie in het systeem is dat het niet in de warmtewisselaars terecht mag komen. Ook mag olie beslist niet in de retourput worden teruggebracht. Olie kan dan voor verstoppingen zorgen waardoor het hele systeem vastloopt. Van Heekerene: “Er zal een oplossing gevonden moeten worden om de olie te scheiden van het water. Technisch is dat niet zo’n probleem, maar de ondernemer moet niet weten of hij voor een week of voor drie maanden machines moet regelen. Dat zijn lastige beslissingen omdat het over flinke investeringen gaat.”


Provincie Friesland zette krant onder druk inzake Omrin

Vrijdag 20 mei 2011

De provincie Friesland heeft ten onrechte de Harlinger Courant onder druk gezet om een rectificatie van een artikel gedaan te krijgen. Dat heeft de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) donderdag gezegd.

Een woordvoerder van de provincie wilde dat de krant een artikel in december vorig jaar over de omstreden verbrandingsoven van Omrin in Harlingen rechtzette.

”Zonder aantoonbaar te maken dat de inhoud van het artikel niet zou kloppen”, aldus de NVJ.

Het kritische artikel over Omrin klopte volgens de provincie op een aantal punten niet. De woordvoerder viel chef-redactie Jeroen Pietersma van de Harlinger Courant vervolgens meerdere malen telefonisch en per mail lastig.

Pietersma moest van de provincie het artikel rectificeren, maar weigerde dat. ”Pietersma heeft zeer veel standvastigheid moeten tonen om niet onder druk van de woordvoerder te bezwijken’’, aldus de NVJ.


Britten maken Brabantse geesten rijp voor schaliegas

Donderdag 19 mei 2011

Het Britse bedrijf Cuadrilla, dat in Brabant wil gaan boren naar schaliegas, heeft communicatiebureau Van Luyken in de arm genomen om ‘de juiste informatie’ te verspreiden. Volgens adviseur Hans Weijel van Van Luyken hebben tegenstanders van de boringen, waaronder Brabant Water en Provinciale Staten, een informatieachterstand en wordt er veel foute informatie verspreid.

Journalisten
Iedereen is welkom in Blackpool (Engeland) om met eigen ogen te kijken hoe Cuadrilla naar schaliegas boort, zegt Weijel. ‘Daar kun je de beelden zien die bij ons verhaal horen.’ Tot nu toe heeft een aantal journalisten van dit aanbod gebruik gemaakt, zegt Weijel.

Cowboys
De weerstand tegen de gasboringen komt volgens Weijel voort uit verhalen uit de Verenigde Staten en de film Gasland. Die concentreert zich op fouten die zijn gemaakt bij schalieboringen in de VS. Weijel: ‘Op een totaal van 400 duizend putten is het bij 15 tot 20 behoorlijk fout gegaan. Die film heeft veel stof doen opwaaien. De suggestie is: dit krijg je als je naar schaliegas boort. Maar daar waren cowboys aan het werk, die film geeft een verkeerd beeld.’ Volgens Weijel neemt Cuadrilla strenge veiligheidsmaatregelen in acht, die voorkomen dat het drinkwater vervuilt. ‘Dit soort verhalen wordt niet verteld. Die vertellen wij nu aan Brabant Water, Provinciale Staten, journalisten en het publiek.’

Bang gemaakt
Weijel erkent dat het ‘verschrikkelijk moeilijk’ is nuances aan te brengen in een vastgezet beeld dat mensen hebben. ‘Maar ze kunnen in ieder geval luisteren naar het verhaal van Cuadrilla. We kunnen laten zien dat de manier waarop Cuadrilla boort niet schadelijk is. De mensen zijn bang gemaakt. Als  mensen tegen het gebruik van fossiele brandstoffen zijn, heb ik geen argumenten, want ook schaliegas is een fossiele brandstof.’

Hieronder staat een bedrijfsfilm van Cuadrilla waarin het principe van de boring wordt uitgelegd.


Is Nederland klaar voor een nieuwe hype?

Donderdag 19 mei 2011

Nadat we in Nederland jaren lang door bedrijven als BioShape en Fibroned voor de gek zijn gehouden hoe we het energieprobleem, als dat er al was, op moesten lossen, worden we langzaam warm gemaakt voor de volgende hype, geothermische energie.

Fibroned zou door het verbranden van kippenpoep op de Ecofactorij in Apeldoorn elektriciteit en warmte opwekken.
Wetenschappelijk is op de TU Delft aangetoond dat het verbranden van kippenmest om energie op te wekken tot de meest vervuilende technieken wordt gerekend. Bekijken we de kippenmestverbrander in Minnesota (VS), FibroMinn, dan klopt dit onderzoek. Na jaren is gebleken dat FibroMinn in z’n eentje het milieu meer vervuilt dan de drie kolencentrales die in Minnesota staan.
Inmiddels wordt een nieuwe eigenaar voor Fibroned gezocht. Het huidige management rekent er kennelijk niet meer op dat ze ongeschonden door de BIBOB screening zullen komen. Een onderzoek dat door de Commissaris van de Koningin in Gelderland al bijvoorbaat is aangekondigd. De redactie van Fibronot.nl is in het bezit van de brief van de Commissaris waarin hij het integriteitsonderzoek naar Fibroned heeft toegezegd.
Bovendien zijn er waarschijnlijk geen banken te vinden die de financiering, die geschat wordt op een bedrag van € 150 miljoen tot € 200 miljoen, van een omstreden project als een kippenmestverbrander, voor hun rekening willen nemen.

De BioShape Holding B.V. wilde met behulp van een wonderplantje ook helpen het energieprobleem in Nederland op te lossen. Dit wonderplantje,jatropha geheten, produceert zaden die, wanneer ze uitgeperst worden, een giftige substantie produceren, waarvan beweert wordt dat het op dieselolie lijkt.
Internationaal was al jaren bekend dat de bedrijfsvoering zoals BioShape voor ogen stond op grote weerstand stuitte. De mislukte avonturen in Tanzania hebben aangetoond dat deze internationale kritiek terecht was.
Uiteindelijk hebben de plannen van de BioShape Holding B.V. tot een faillissement van het bedrijf geleid, Eneco achterlatend met een verlies van meer dan € 8 miljoen, zakenbank Kempen & Co, heeft nog een bedrag van € 5.5 miljoen uit de failliete tegoed en veel bewoners in het district Kilwa in Tanzania zijn hun grond, waar ze al decennia lang hun eigen voedsel konden verbouwen, kwijt. Internationaal wordt dit aangeduid als ‘land grabbing’. Nog afgezien van de (illegale) kap van grote hoeveelheden tropisch bos waaraan BioShape zich schuldig heeft gemaakt.

Nu is er dus een nieuwe hype: geothermische energie in Nederland.
De kranten staan er de laatste maanden bol van en de ene na de andere boortoren verschijnt in streken waar men meent zonder problemen warm water uit de grond te kunnen pompen.

Met het toepassen van geothermische energie beoogt men fossiele brandstoffen te besparen, maar de dagelijkse praktijk is heel anders dan men zich heeft voorgesteld: er wordt hoofdzakelijk aardolie,  vermengd met water,  opgepompt. Of het water is zo zout dat de filters verstopt raken en de installatie in de soep draait.

De pogingen van een groot tuinbouwbedrijf in het Zuid Hollandse Pijnacker om warm water op te pompen liggen op dit moment stil omdat er zoveel aardolie omhoog komt dat men met de handen in het haar zit.

In Nederland is het bij wet geregeld dat de concessie om aardolie uit de grond te halen bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij ligt.
De tuinbouwers zitten dus met een levensgroot probleem opgezadeld. Niet alleen moet de olie van het water in een kostbare scheidingsinstallatie worden gescheiden, men weet niet of de olie opgeslagen moet worden of weer teruggepompt moet worden. In alle gevallen is dat zo duur dat het maar de vraag is of het gebruik van geothermische energie nog lonend is.

Uit jarenlang onderzoek is  algemeen bekend dat Nederland als het ware op olie drijft. Waar de olie in grote winbare hoeveelheden aanwezig was, heeft de NAM in de afgelopen 40 jaar enkele honderden miljoenen vaten aardolie weten te winnen. Gebieden als Schoonebeek in Drente, Pijnacker, Naaldwijk, Nootdorp, Delft en Rijwijk in Zuid Holland zijn de toonaangevende plaatsen waar winbare hoeveelheden olie in de grond zat.
Schoonebeek was bij de ontdekking zelfs het grootste olieveld in West Europa. De NAM haalde er tot 1996 ruim 250 miljoen vaten ruwe olie uit de grond die dagelijks met lange olietreinen naar Rotterdam werden vervoerd.
Historisch is de gebeurtenis uit 1976 toen Schoonebeek met een echte spuiter te maken had. De olie spoot met zo’n grote kracht uit een put dat een groot gedeelte van Schoonebeek met een dun laagje olie werd bedekt. De NAM heeft alles netjes schoon laten maken en de mensen schadeloos gesteld. In 1996 werd bij Schoonebeek de winning van de aardolie gestaakt, omdat deze te onrendabel was geworden. De opgepompte olie bestond namelijk voor 95% uit zout water en 5% olie.
Echter, nieuwe winningstechnieken hebben de NAM doen besluiten om eind 2010 opnieuw met het winnen van olie bij Schoonebeek te beginnen. Er wordt hete stoom de grond in gepompt waardoor de stroperige oliemassa wat meer vloeibaar wordt. De omhoog geperste olie wordt niet meer in Nederland verwerkt maar gaat met een pijpleiding naar een olieraffinaderij in Lingen, net over de grens.

Geothermische energie dus.
Nu zijn er in Nederland enkele gebieden waar zich op een diepte van ongeveer drie kilometer warm water bevindt. Dit water wordt opgewarmt met energie die vanuit de binnenste aardlagen komt. Er zijn in Nederland enkele gebieden die daarvoor in aanmerking komen. Niet toevallig zijn dat ook de gebieden waar olie in de grond zit, dus de Achterhoek,  Drente,  Zuid Holland en een streek ten zuiden van Rotterdam en onder de Zuid Hollandse eilanden. Geologisch gezien zijn dat dus oeroude grondformaties.

Hoe moeten we ons dat nu voorstellen? Zit er als het ware een grote waterbel in de grond?
Nee.
Het water dat een temperatuur heeft van ongeveer 60 graden,  zit tussen zand- en kleikorrels. Het moet dus omhoog gepompt worden.
Aan de vele boorpogingen die op dit moment links en rechts in Nederland worden uitgevoerd zou je denken dat dit omhoog pompen een peuleschil is. Niets is minder waar.

Ten eerste is de capaciteit van de hoeveelheid water volstrekt onvoldoende om op grote schaal warm water uit de grond te halen en het koude water enkele kilometers verderop weer terug te pompen.
Een middelgroot land- of tuinbouwbedrijf heeft al gauw 150 m³ warm water per uur nodig om allerlei WKK installaties te voeden.
De aanvoer van aardwarmte uit de diepere bodemlagen is in Nederland volstrekt onvoldoende om binnen enkele uren het water weer te verwarmen naar 60 graden. Dit is een van de grote misvattingen bij de voorstanders van geothermische energie.
We zitten namelijk niet op IJsland, waar de vulkanische ondergrond voor voldoende opwarming binnen korte tijd zorgt. Daar is het dus wel  mogelijk om zeer grote hoeveelheden heet water op te pompen.

Bovendien hebben we in Nederland te maken met een mengsel van al dan niet zout water met aardolie. Er zijn peperdure scheidingsinstallaties nodig om het water van de olie te scheiden en waar laat je de olie?
De aanwezigheid van hoge ijzergehaltes in het water zorgt voor nieuwe problemen. Het ijzer slaat in de vorm van pyriet, of ijzerdisulfide neer in de filters waardoor deze verstopt raken en er nauwelijks nog water omhoog komt.
Wie de problemen wil bekijken moet maar eens gaan kijken in het gemeentehuis in Rijssen. Daar ligt de grondwaterinstallatie die het gemeentehuis van warmte en koude moest voorzien al lange tijd stil.
Nu was dit nog maar een kleine installatie en is de schade beperkt gebleven tot ongeveer € 400.000, maar de schadepost bij het tuinbouwbedrijf in Pijnacker kan al snel oplopen naar enkele miljoenen Euro’s als er geen oplossing voor de aanwezige olie wordt gevonden. Dat betekent dus onderhandelen met minister Verhagen wie de olie omhoog mag pompen en wie daarna de opbrengst van de olie mag hebben.

Er wordt in Nederland maar al te gauw naar de subsidiepot gekeken bij het ontwikkelen van nieuwe technieken. Ook het toepassen van geothermische energie kost op een termijn van een jaar of tien tegen de € 100 miljoen aan gemeenschapsgeld.

De redactie van Fibronot.nl is van mening dat er bij de toepassing van geothermische energie overhaast te werk wordt gegaan en dat ‘Den Haag’ en de Provinciebesturen veel te snel naar de subsidiebuidel grijpen.
De aanwezigheid van een warme (zout) water laag, vermengd met olie op een diepte van ongeveer drie kilometer met een temperatuur van ongeveer 60 graden wil niet zeggen dat iedereen nu maar ineens dit warme water omhoog moet gaan pompen. Wie betaalt de rekening als na een jaar lang warm water pompen blijkt dat de temperatuur een graad of tien gezakt is? Als daar een hele woonwijk aan hangt zijn de rapen gaar.
De capaciteit van de warmtebron, de aardwarmte dus, is onder Nederland volstrekt onvoldoende om grote hoeveelheden water te verwarmen.
Dat houdt in dat negen van de tien projecten waar geothermische energie in het spel is zullen mislukken, ten koste van grote hoeveelheden gemeenschapsgeld.

Geothermisch Nederland
Verleende vergunningen in geothermisch Nederland
(klik om te vergroten)


De gifbelt die Harlingen heet

Woensdag 18 mei 2011

Wie vroeger naar Harlingen ging deed dat met maar één doel voor ogen, een vaart met de veerpont naar één van de Waddeneilanden, Terschelling of Vlieland.
Tegenwoordig is het is drukker  in de haven.

De olie- en gaswinning op zee heeft van Harlingen een drukke havenplaats gemaakt. De vissersvloot van Urk heeft in Harlingen een soort tweede ligplaats gevonden, met een eigen visafslag omdat dit goedkoper was dan helemaal naar Urk door te varen.

De reizigers naar Terschelling en Vlieland blijven komen, de vissers uit Urk ook, de bevooraadingsschepen voor de olie- en gaswinning ook.

Wat nieuw is in Harlingen is de vuilverbrandingsinstallatie van Omrin. Een twintigtal Friese gemeenten en ruim 5000 bedrijven en instellingen laten er hun afval verbranden.
De Friese Provinciale Staten hebben in al hun wijsheid besloten dat deze vuilverbrander het best aan de rand van de Waddenzee bij Harlingen gebouwd kon worden.

Waar vooraf uitvoerig voor werd gewaarschuwd, blijkt heden ten dage maar al te waar zijn geweest. De massale uitstoot van levensgevaarlijke uitlaatgassen van de vuilverbrander, waaronder dioxine.

De provincie Friesland zegt stellig dat er in de aanloopfase geen dioxine is vrijgekomen.
Een woordvoerder van de vuilverbrander zegt dat de uitstoot van dioxine niet continue te meten is en dat een periodieke meting eens in de zoveel tijd afdoende is.
Nu gaat het er in deze afvalverbrandingswereld af en toe vreemd aan toe en lapt men de milieuregels vaak aan de laars.
Zo werd Omrin in 2006 door de Provincie gevoelig op de vingers getikt omdat het bedrijf zich niets van de regels in de milieuvergunning aantrok. Omrin verwerkte op het bedrijvenpark Heerenveen Noord allerlei soorten afval. Klachten van omwonenden wezen er uiteindelijk op dat het bedrijf een aanzienlijk hogere geuremissie had dan in de milieuvergunning was vermeld. Ook hier was Vernooij directeur.

Kenners beweren dat periodiek meten in Harlingen nutteloos is. Men kan vooraf te verbranden materialen selecteren die weinig vervuilen. De meting zegt niets over de jaarlijks uitgestoten hoeveelheid. Een staaltje van arglistig samenwerken van ondernemer en provincie. Transparantie is kennelijk ongewenst. Vervolgens teert men een jaar lang op de gunstige uitslag.

Begin april van dit jaar steeg een gele wolk zwaveldioxide uit het bedrijf omhoog. De concentratie was zo groot dat twee medewerkers van een scheepswerf in de buurt irritatie aan de luchtwegen opliepen. Ze waren als kraanmachinist werkzaam.

Volgens de Provincie zweeg de eigenaar van de oven, afvalverwerkingsbedrijf Omrin, over de gele wolk. En ook de gemeente Harlingen werd pas veel later over het incident geïnformeerd. Uit metingen die in opdracht van de Provincie zijn gedaan blijkt dat de rookwolk veel te grote hoeveelheden giftige stoffen bevatte. Onder meer zestien keer het toegestane zoutzuurgehalte.
Het milieu-onderzoeksbureau MOB van Johan Vollenbroek uit Nijmegen, die ook de Bezorgde Burgers in Apeldoorn met succes bijstond in hun juridische strijd tegen de komst van kippenmestverbrander Fibroned, heeft in Harlingen metingen verricht waarvan de uitkomst op z’n zachtst gezegd, alarmerend is.
Lees hier zijn bevindingen.

Door de provincie Friesland en het afvalverbrandingsbedrijf Omrin worden aantoonbaar wetten overtreden.
Je zou van een provinciebestuur beter verwachten, maar kennelijk spelen partijpolitieke belangen in deze zaak een hoofdrol, immers een twintigtal Friese steden en dorpen en naar schatting 5000 bedrijven en instellingen kunnen nu hun afval kwijt. Geld speelt dus een hoofdrol.

De Friese gemeenten vergeten echter dat met de overwegend heersende noordwesten wind zij zelf al het gif over hun landerijen krijgen uitgestort.

We kunnen er dus van uitgaan dat we over enkele jaren ook in Friesland alarmerende berichten lezen over met dioxine verontreinigde melk, zoals in het verleden in de omgeving van Vlaardingen ook is gebeurd.
Of over met dioxine vergiftigde vis uit de Waddenzee, zoals recent in de Biesbosch werd gesignaleerd.

Krijgen we over tien jaar weer de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek van een promovendus dat kinderen in een wijde cirkel rondom een vuilverbrander allerlei afwijkingen hebben, zoals recent is aangetoond in een onderzoek van een kinderarts aan het AMC?

Het is beschamend dat een provinciebestuur als dat van Friesland zo met de belangen van de eigen bevolking solt.

De milieugedeputeerde van Friesland, Sjoerd Galema, verschuilt zich achter de normen.
Deze milieugedeputeerde doet de redactie van Fibronot.nl denken aan de toenmalige milieugedeputeerde in de provincie Gelderland, Henk Aalderink, die in 2002/2003 eigenhandig de milieueisen waaraan Fibroned moest voldoen, versoepelde omdat Fibroned het allemaal wat te duur vond worden.
De Raad van State wist er wel raad mee en vernietigde de verleende milieuvergunning.
Henk Aalderink is sinds 2005 burgemeester van Bronckhorst.

De directeur van Omrin, John Vernooij, verschuilt zich achter de normen en grenswaarden. Het is het bekende spelletje van verstoppertje spelen omdat ze geen verantwoordelijkheid durven nemen.
Deze mensen weten toch wel, althans dat mag men hopen, dat je je niet achter de normen en grenswaarden van dioxine mag verschuilen?
Dioxine wordt nauwelijks in het menselijk lichaam afgebroken. Het verzamelt zich in de lichaamsvetten.
Je verschuilen achter grenswaarden is de ogen sluiten voor dit feit. Hoe klein de dioxine uitstoot ook is, de hoeveelheid dioxine neemt in de loop van de tijd steeds verder toe. De concentratie in het lichaam wordt dus steeds groter en daarmee gevaarlijker.
Ondanks de grenswaarde en de ´normen´.

Vernooij zegt in een interview in Noordnieuws, het blad van het VNO/NCW in 2009 dat er een hoop verwarring bestaat over de uitstoot van dioxine. Hij zegt ondermeer: “Op jaarbasis hebben we het over 0,02 gram dioxine dat bij ons vrijkomt. Waar hebben we het dan over? Niet meer dan een suikerkorreltje.”

Vernooij weet niet waar hij het over heeft. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat zelfs de kleinste hoeveelheden dioxine voor met name kleine kinderen schadelijk zijn.
Het sluipende gevaar van dioxine is juist de kleine hoeveelheid die uitgestoten wordt.

Vernooij zet in het artikel de burger weg als een onnozel iemand die je van alles wijs kunt maken. Het is tekenend voor de mentaliteit in deze sector.

John Vernooij was tussen 2000 en 2005 als manager afvalscheiding werkzaam bij de Afvalverwerking Rijnmond (AVR).
In 2004 werd de installatie door de autoriteiten stilgelegd nadat gebleken was dat de omgeving van de installatie sterk met dioxine was verontreinigd. Dit was trouwens niet de eerste keer dat de AVR werd stilgelegd.
Ook toen verklaarden de autoriteiten dat de dioxine uitstoot onder de norm lag, maar boeren in de omgeving van Vlaardingen konden jarenlang de melk van hun koeien niet kwijt vanwege het hoge dioxine gehalte. Ook werd afgeraden schapenvlees uit de besmette polder te eten.
Staat Friesland eenzelfde ramp te wachten?
Kennelijk moet de Friese bevolking eerst goed wakker geschud worden als het over dioxine gaat en laat ze zich liever in slaap sussen door de directie van Omrin en de Provincie.

Zie hieronder de uitzending van Nieuwsuur van dinsdag 17 mei 2011 om 22:00 uur.


Veel mis met verbrandingsoven Harlingen

Woensdag 18 mei 2011

Er is veel mis met de nieuwe verbrandingsoven Omrin in Harlingen. Apparatuur om de uitstoot van schadelijke stoffen te meten is niet op orde, waardoor in de opstartfase mogelijk hoge concentraties dioxine en koolwaterstoffen zijn vrijgekomen.
Dat meldde het tv-programma Nieuwsuur dinsdag op basis van een evaluatie van meetgegevens door het onderzoeksbureau MOB in Nijmegen.

Ook de provincie Friesland schiet volgens het onderzoeksbureau te kort. Het provinciaal bestuur zou veel te afhankelijk zijn van Omrin in plaats van zelf eisen te stellen.

Het baart MOB vooral grote zorgen dat er tot eind april mogelijk hoge concentraties dioxine zijn vrijgekomen.
De provincie Friesland heeft verzuimd Omrin te verplichten de uitstoot van schadelijke stoffen voortdurend in de gaten te houden, zoals in andere landen verplicht is.

Bemonstering

”Onze conclusie is dat deze weinig robuuste installatie van een continue bemonstering moet worden voorzien. Het is onbegrijpelijk dat een provincie dit niet voorschrijft aan een verbrandingsoven die aan de rand van de stad ligt”, aldus MOB.

De onderzoekers zeggen verder dat Omrin zich gedraagt ”als een weinig verantwoordelijke ondernemer”.

Er is te vroeg gestart met het verbranden van afval, zonder dat de meetapparatuur op orde was, aldus MOB.Verder constateert het bureau dat de provincie Friesland ”over de wettelijke grenzen” gaat.

Dioxine

Woordvoerder Sape Jan Terpstra van Omrin zegt in een reactie dat de uitstoot van dioxine niet continue is te meten. ”Dat doe je enkele keren per jaar. We hebben een eerste meting gedaan en dat wordt nu in een laboratorium bekeken.’’

De provincie Friesland stelt er geen dioxine is vrijgekomen. Volgens een woordvoerder had de provincie een continue bemonstering niet hoeven op te leggen. ”Omrin is verplicht om periodiek metingen te verrichten, niet continue”, aldus de zegsman.

De verbrandingsoven in Harlingen verwerkt huishoudelijk afval voor Friese gemeenten en vijfduizend bedrijven en instellingen. De Friese gemeenten zijn aandeelhouder.


Komen de vijf windmolens nu wel of niet op de Ecofactorij?

Dinsdag 17 mei 2011

De Provincie Gelderland heeft op 8 april 2011 een brief naar minister Verhagen van E, L en I gestuurd waarin de Provincie aandacht vraagt voor de problematiek met vastgelopen projecten op het gebied van zonne-  wind- en biogasprojecten in de Provincie Gelderland.

Deze Provinciale brief kwam  als antwoord op een brief van 22 maart 2011 van de minister aan de Tweede Kamer, waarin hij aangaf  te willen helpen energieprojecten die in de realisatiefase vastlopen, vlot te trekken.
De minister stuurde vervolgens een e-mail naar gemeenten en provincies om relevante initiatieven aan te dragen.
De Provincie klaagde in de brief over de trage voortgang van de voorgenomen bouw van vijf windmolens op de Ecofactorij in Apeldoorn. De Provincie klaagde dat de procedure al meer dan 10 jaar  loopt en dat het project inmiddels in de vergunningsfase zit.

Door recente veranderingen van de luchtvaartwetgeving is de veiligheidszone rond vliegveld Teuge groter geworden. De EU biedt de keus voor twee afstandszones. Nederland kiest voor de grotere veiligheidszone.
In het kort komt het er op neer dat er in de veiligheidszone van 5100 meter rondom Teuge geen objecten mogen worden gebouwd die hoger zijn dan 100 meter.
De masten van de vijf windmolens worden 105 meter hoog en de rotordiameter wordt 90 meter, zodat de totale hoogte 150 meter wordt.

De Provincie schrijft in de brief aan de minister dat vanwege deze bepaling het kan zijn dat vier van de vijf windmolens niet meer gerealiseerd kunnen worden, hetgeen het einde betekent voor dit langlopende project.

De Provincie pleit ervoor dat Nederland, in navolging van andere Europese landen, kiest voor de kleinere afstandszone, zodat het project op de Ecofactorij kan worden gerealiseerd.

De mening van de Provincie lijkt een andere te zijn dan de mening van de gemeente Apeldoorn, die zegt dat de nieuwe luchtvaartwetgeving een bepaling bevat die aangeeft dat de hoogtebeperking tot 100 meter binnen de 5100 meter niet geldt indien voor de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit een bouwvergunning is verleend.

De Provincie gaat er dus van uit dat wanneer de afstandszone van 5100 meter in de Luchtvaartwet gehandhaafd blijft, de windmolens niet gebouwd mogen worden.

Overigens ziet het er voor de bouwplannen beroerd uit. De Raad van State heeft op 9 februari 2011 voor de tweede keer een streep gezet door de voorgenomen bouw van de vijf windmolens. De hoogste bestuursrechter oordeelde in een voorlopige voorziening dat  voor het windpark van Evelop Netherlands BV op de Ecofactorij vrijwel zeker een milieu- effect-rapport (MER) moet worden gemaakt.
De bestuursrechter schorste daarop bij wijze van voorlopige voorziening, de door Apeldoorn op 29 oktober 2010 verleende milieuvergunning.

Een bodemprocedure tegen de verleende milieuvergunning wordt tegen het einde van dit jaar behandeld.


Maak eigen energie belastingvrij

Maandag 16 mei 2011

Als het aan de PvdA ligt, komt er een einde aan belasting op zelf opgewekte zonne-energie.

Kamerlid Diederik Samson zei dit vanmorgen op BNR. Hij vindt het gek dat mensen die zelf voor hun energie zorgen, toch belasting moeten betalen.
Hij probeert dan ook een Kamermeerderheid te krijgen voor zijn plan de belasting te laten vervallen. Samson is erg hoopvol dat het kans van slagen heeft. Hij verwacht dat onder meer het CDA hem gaat steunen.

Overigens lanceerde Samson in november vorig jaar ook al dit plan. VVD en CDA meldden toen niet afwijzend tegenover het voorstel te staan, maar wilden de mogelijkheden eerst verder onderzoeken.


Windmolens ontsieren het landschap

Maandag 16 mei 2011

De vier grote windmolens in de polder bij Sint-Maartensdijk zijn zelfs vanaf Schouwen-Duiveland te zien. Volgens veel mensen ontsieren de windmolens het landschap.

Een aantal jaar terug besloot de gemeente om verspreid over het eiland windmolens te plaatsen. Bij Sint-Annaland, Sint-Maartensdijk en Sint Philipsland staan ze inmiddels al. Nu wil Zeeuwind, de coöperatie voor windenergie ook windmolens plaatsen bij Stavenisse. Maar daar is veel verzet tegen vanuit het dorp. Een besluit is door de gemeenteraad nog niet genomen.

Windmolens in Sint Maartensdijk
Windmolens in Sint Maartensdijk


Toch akkoord over biogas

Maandag 16 mei 2011

Op bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld wordt de komende jaren een biogasinstallatie gevestigd. De provincie Gelderland heeft hierover een akkoord bereikt met de gemeente Oude IJsselstreek.

De biogasinstallatie is een initiatief van de Biogasvereniging Achterhoek (BVA). Die zoekt al tijden naar een geschikte locatie, maar tot nu toe wilde geen enkele gemeente in de Achterhoek de installatie binnen de eigen gemeentegrenzen hebben.

Een eerder verzoek van de BVA om in Varsseveld te mogen starten werd afgewezen, omdat volgens de gemeente Oude IJsselstreek de installatie niet op het terrein zou passen.

Eerder kreeg de vereniging nul op rekest in Aalten en Groenlo.

De provincie heeft samen met de Regio Achterhoek een locatie-onderzoek gehouden. Uit dat onderzoek blijkt dat er in deze regio zo veel mestaanbod is dat op termijn ruimte is voor circa acht biovergistingsinstallaties.


Windenergie gaat verloren door krapte op het hoogspanningsnet

Maandag 16 mei 2011

Het Financieele Dagblad schrijft vandaag dat er veel windenergie verloren gaat door krapte op het hoogspanningsnet. FD journalist en energiedeskundige Gijs den Brinker schrijft dat de Nederlandse netbeheerder Tennet dit jaar al zeven keer stroom die afkomstig is van windmolens op zee heeft moeten afkoppelen omdat het hoogspanningsnet de toevoer van zoveel windenergie niet aan kon.

Dat zegt Lex Hartman, directeur corporate development van Tennet, vandaag in de energiebijlage van het FD. Tennet is verantwoordelijk voor het transport van stroom via het hoogspanningsnet in Nederland en grote delen van Duitsland.
Den Brinker schrijft dat er in  Nederland feitelijk verbindingen nodig zijn voor 2000 MW van wind op zee. Maar af en toe leveren de energieparken op zee wel 6000 MW vermogen. Het vorige kabinet besloot immers ook dat er windparken op zee moeten komen die 6000 MW vermogen leveren.
Hartman van Tennet zegt: ” Dus moet het net die hoeveelheid stroom aankunnen”.

Hartman zegt verder dat het economisch gezien niet erg handig is. Het kan wel, maar is erg kostbaar. Het is aan de maatschappij en de politiek om aan te geven of we dat willen. Wind heeft nu eenmaal geen aan- en uitknop. Een windmolen op zee levert twee derde van de tijd niet zijn volle capaciteit.
Hartman vervolgt: “Een paar procent wind die fluctueert, is geen probleem, dat regelen we wel weg, maar 6000 MW aan de rand van ons systeem in plaats van verspreid aangeleverd, is wel een uitdaging”.

Het capaciteitsprobleem in Duitsland is in eerste instantie een lokaal probleem.  De Duitsers verliezen de windenergie waar ze zelf veel subsidie aan hebben verstrekt.
Maar het dreigt inmiddels ook een Nederlands probleem te worden, want het staatsbedrijf Tennet moet de Duitse netten die het vorig jaar kocht verzwaren. Om het geld voor deze miljardeninvesteringen bijeen te krijgen, is een deel van Tennets Duitse netten in de etalage gezet, zo werd onlangs bekend.

De capaciteitsproblemen in Duitsland dreigen door het verdwijnen van kernenergie alleen maar nijpender te worden, omdat het verkeer van stroom van Noord- naar Zuid-Duitsland hierdoor fors toeneemt. Volgens sommige Duitse energiebedrijven dreigt grootschalige stroomuitval.
Ook in Nederland moet Tennet miljarden steken in het verzwaren van het hoogspanningsnet. Dit omdat er veel nieuwe kolen- en gascentrales bij komen. Hiervoor vraagt Tennet € 500 mln extra eigen vermogen van de Staat. De Staat is de enige aandeelhouder.

In december 2009 schreef de redactie van Fibronot.nl onderstaande stukje op de website:

Door de directie van Fibroned werd in 2001 het argument gebruikt dat er binnen tien jaar een energietekort gaat optreden en dat er dus zoveel mogelijk elektriciteitscentrales, het liefst duurzaam natuurlijk, moeten worden gebouwd.
Dit is volstrekte onzin.
Sinds oktober 2009 is Nederland notabene een exporteur van elektriciteit geworden. Er wordt overmatig veel elektriciteit geproduceerd.
Er wordt in Nederland zelfs zoveel elektriciteit geproduceerd dat tuinders in het Westland nu al regelmatig hun door WKK’s opgewekte elektriciteit niet meer aan het netwerk van Tennet kwijt kunnen, maar dat heeft eerder te maken met te weinig capaciteit van de netwerkbeheerder. Jarenlang is er te weinig in netwerkcapaciteit geïnvesteerd, de ene na de andere duurzame energie-opwekker komt erbij, met bovenstaande gevolgen. Niemand garandeert dat de netwerkcapaciteit zover uitgebreid gaat worden dat alle duurzame energieprojecten van de komende decennia ongestoord hun energie kwijt kunnen.


Broeikasgasemissie bij de teelt van jatropha

Maandag 16 mei 2011

Twee recente onafhankelijke van elkaar gehouden studies aan enkele gezaghebbende Amerikaanse universiteiten hebben aangetoond dat wanneer jatropha wordt gekweekt op land waar bos is gekapt, de CO2 uitstoot meer bedraagt dan wanneer jatropha op kale grond waar nooit bos heeft gestaan, gekweekt wordt.

Het eerste onderzoek werd uitgevoerd aan de Yale Universiteit, faculteit Bosbouw en Milieukunde door onderzoekers onder leiding van professor Robert Bailis. Het onderzoek nam twee jaar in beslag en werd in oktober 2010 gepubliceerd.
De onderzoekers concentreerden zich op de hoogte van de CO2 uitstoot in een bepaald gebied waar jatropha werd gekweekt. Er is ook onderzoek gedaan naar de sociaal-economische impact bij de productie van het gewas.
De studie van de Yale Universiteit werd uitgevoerd in Brazilië. Er werden honderden bedrijven onderzocht waar jatropha werd gekweekt. De boerderijen varieerden in grootte van 10 ha tot duizenden ha.

De analyse geeft een vergelijking van de life-cycle GHG emissie van synthetische paraffine kerosine geproduceerd als vliegtuigbrandstof uit jatropha en conventionele vliegtuigbrandstof.
De life-cycle GHG emissie is de broeikasgasemissie gedurende alle facetten die bij de kweek van jatropha om de hoek komen kijken, dus vanaf de allereerste spade die de grond in gaat tot en met de geproduceerde brandstof waarmee het vliegtuig vertrekt.
Professor Bailis en zijn medewerkers vonden dat het type land waarop de jatropha plant groeit een directe relatie met de carbon footprint had in vergelijking met op aardolie gebaseerde vliegtuigbrandstof.
Als jatropha geplant werd op volledig kale grond die nog nooit ergens voor gebruikt was werd de uitstoot van broeikasgassen met 55% tot 60% verminderd. Uitgaande van een opbrengst van 4 ton droge jatropha zaden per hectare resulteerde dit in een CO2 uitstoot van 40 kg per eenheid GigaJoule geproduceerde brandstof, wat een verlaging met 55% ten opzichte van conventionele biobrandstof betekende. Opgemerkt dient te worden dat jatropha niet of nauwelijks op schrale grond groeit. Er moeten om nog enige opbrengst te krijgen grote hoeveelheden water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen toegevoegd worden.
Echter, werd de jatropha geteeld in gebieden die voorheen uit bossen en struiken bestonden nam de broeikasgasemissie sterk toe. Zo nam de CO2 uitstoot met meer dan 50 ton per hectare toe wanneer de grond uit voormalie cerrado woodlands bestond.  Een winst van 10 tot 15 ton koolstof per hectare werd behaald wanneer jatropha op grond werd geteeld die voorheen door herders werd gebruikt.
De totale CO2 emissie varieerde van een dieptepunt van 13 kg CO2 per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie tot 145 kg CO2 uitstoot per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie die geplant was op voormalige cerrado woodlands, wat een stijging van 60% ten opzichte van het referentie scenario betekende.

De tweede studie, waarvan de resultaten op 11 mei 2011 werden gepubliceerd,  werd gemaakt door het Massachusetts Institute of Technology, Department of Aeronautics and Astronautics.
Deze luchtvaartdeskundigen wilden nu wel eens weten wat er van de sprookjes die al jaren over jatropha de ronde doen, waar was.  Principal research engineer, en professor op het  Department of Aeronautics and Astronautics at MIT, James Hillman deed met zijn medewerkers drie jaar lang onzerzoek. Ze kwamen tot dezelfde conclusie als hun collega’s op Yale University: jatropha die op volstrekt kale grond groeit heeft een positieve CO2 balans terwijl hun soortgenoten die groeien op land waar bos en struiken zijn gekapt, heeft een sterk negatieve CO2 balans.
De onderzoekers van het MIT wezen er op dat deze negatieve CO2 balans in de afgelopen vier jaar nooit door de voorstanders van biobrandstoffen naar buiten is gebracht.  De nadruk werd altijd op de positieve CO2 balans gelegd.
Het onderzoek bij het MIT werd gefinancierd door de Federal Aviation Administration (FAA) en het  Air Force Research Lab.

De onderzoeken door Yale en het MIT betroffen land in Midden Amerika en Brazilië, maar zijn herleidbaar naar andere landen op de wereld, waaronder Tanzania.

De situatie rondom BioShape in Tanzania

Het is frappant dat ook bij de activiteiten van BioShape in Tanzania luidkeels werd verkondigd dat de CO2 balans in het voordeel van BioShape uitviel. Het rapport dat onder supervisie van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van BioShape werd gemaakt, spreekt wat dat betreft boekdelen.
Door verschillende internationale organisaties is aangetoond dat BioShape massaal tropisch bos heeft gekapt om de plantages geschikt te maken voor de teelt van jatropha. Bij het kappen van deze bomen en de nabewerking van de grond door zware buldozers zijn grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer terecht gekomen.
Naar schatting van de Forestry and Beekeeping Division van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Toerisme in Tanzania is er bij de kap door BioShape gemiddeld 100 ton CO2 per ha de lucht ingevlogen. Volgens opgave van BioShape is er tot aan het faillissement ongeveer 400 ha plantage plantrijp gemaakt. Dit zou betekenen dat er alleen daar voor al 40.000 ton CO2 is uitgestoten.
Een groot deel van het al dan niet illegaal gekapte tropisch bos is in de vorm van wat men noemt safari meubelen vanuit Kilwa via Arusha naar Nederland vervoerd. Daarbij zijn ook de nodige tonnen CO2 uitgestoten en bovendien zou er tijdens het toekomstige transport van jatropha zaden naar Europa ook de nodige tonnen CO2 worden uitgestoten.
Aangezien BioShape van plan was ruim 80.000 ha vruchtbaar tropisch gebied geschikt te maken voor de productie van jatropha is het niet moeilijk uit te rekenen dat de CO2 uitstoot gigantische vormen zou aannemen.
Er valt vooralsnog niet aan te nemen dat van de nieuwe eigenaren/aandeelhouders van de BioShape activiteiten in Tanzania, waaronder Cor Vaes, een andere werkwijze wordt verwacht.

Ook in Kenia is de situatie alarmerend

In maart van dit jaar verscheen er van de organisaties Niza/ActionAid, de Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya een rapport waarin stond dat het duurzame jatropha plantje tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan fossiele brandstoffen.


Biokolenproducent Topell Energy wint WNF-Cleantech Star

Vrijdag 13 mei 2011

De WNF-Cleantech Star Award 2011 is toegekend aan Topell Energy. Het bedrijf zet biomassa uit reststromen, zoals snoeihout, om in een hoogwaardige brandstofkorrel die probleemloos gebruikt kan worden als vervanger van steenkool in energiecentrales.

Gebruik van deze brandstof, ook wel biokolen genaamd, leidt tot een CO2-reductie van ruim 80 procent bij de productie van elektriciteit en warmte.

Het winnende bedrijf ontwikkelde een procedé waarbij biologisch restmateriaal in enkele minuten wordt gedroogd en via een thermochemisch proces wordt omgezet in een hoogwaardige brandstofkorrel. Dit proces wordt bij voorkeur uitgevoerd op de plaats waar de biomassa beschikbaar is, omdat het product ruim de helft minder weegt (door het drogen) dan de natte grondstof. Het vervoer wordt daarmee goedkoper en minder vervuilend. De brandstof is overigens niet alleen toepasbaar om warmte en elektriciteit op te wekken, maar op termijn ook bij de productie van cement en staal.

De WNF-Cleantech Star is de prijs voor het meest veelbelovende bedrijf dat nu en in de toekomst een grote bijrage levert aan de overgang naar een duurzame energiehuishouding. Met deze prijs wil het WNF een positieve bijdrage leveren aan de positie van de cleantech-sector. De uitreiking van de prijs wordt ondersteund door de werkgeversorganisatie FME-CWM, die ook in de jury zit. (De jury bestond verder uit deskundigen van Rabobank, ECN, Ecofys en de vorige winnar: Priva.) De jury kijkt niet alleen naar de klimaat-effecten van het product, maar ook naar de financiële basis van het bedrijf en de bedrijfsvoering. Topell Energy heeft op dit moment één fabriek waar de brandstof wordt vervaardigd. Het plan is om in 2015 minstens 10 fabrieken wereldwijd operationeel te hebben.
Bron: WNF

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl
Het is niet alleen interessant om te weten dat er een CO2 reductie van 80% gehaald wordt bij de productie van elektriciteit en warmte, het is minstens zo interessant om te weten hoeveel CO2 er wordt uitgestoten in de hele productieketen van deze ‘biokolen’. Helaas wordt dat nooit vermeld.


Wordt Harlingen het tweede Seveso¹?

Vrijdag 13 mei 2011

Wie in Harlingen de naam Omrin uitspreekt krijgt letterlijk een vieze smaak in de mond.
De afvaloven in Harlingen blijft gewoon open. De provincie ziet geen aanleiding om eigenaar Omrin te dwingen de oven uit te schakelen.
De Harlingse wethouder De Boer heeft er bij de provincie op aangedrongen actie te ondernemen tegen Omrin, dit naar aanleiding van een aantal incidenten de laatste tijd.

Ondanks de  grote bestuurlijke zorgen in Harlingen over de activiteiten van Omrin, ziet de provincie geen reden om in te grijpen.
Op 11 mei meldde de provincie woordvoerder zelf in een lange gemeenteraadsvergadering dat Omrin de maximaal toegestane 60 storingsuren al gepasseerd is. Daarnaast kon Omrin niet vertellen hoe het stond met de verspreiding en uitstoot van een aantal giftige en kankerverwekkende stoffen, waaronder dioxine.

Eerder deze week verscheen het advies van de StAB.
De StAB, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, is een onpartijdige deskundige, die de bestuursrechter desgevraagd adviseert over geschillen op het gebied van het omgevingsrecht.

De StAB meldde onomwonden dat voor de verspreidingsberekeningen niet het juiste rekenmodel was gehanteerd. Onduidelijk is dus hoe het precies zit met de giftige stoffen en hoe de verspreiding hiervan is.
Lees hier het advies van de StAB.

Milieuadviseur Vollenbroek meldde tijdens dezelfde raadsvergadering dat de provincie zich niet boven de wet mag plaatsen. En dat doet de provincie wel als men nu niet ingrijpt vanwege de overschrijding van het aantal storingsuren.
De provincie legt de zorgen en de kritiek vooralsnog naast zich neer waardoor de afvaloven kan blijven draaien.

¹) Seveso is een stadje in Noord-Italië, dat bekend is vanwege een chemische ramp in juli 1976. Bij dit ongeval werd een toxische stof, dioxine, uitgestoten. Er vielen geen dodelijke slachtoffers, maar een groot deel van de bevolking werd ernstig verminkt door het gifgas. De ramp trok wel aandacht van de Europese Gemeenschap, waardoor actie werd ondernomen om de wetgeving uit te werken zodat de mens en zijn omgeving beter zijn beschermd tegen de gevaren van industriële ongevallen.
De hierop uitgewerkte Europese richtlijn, ook wel  Seveso-richtlijn genoemd, stelt de drempel vast van de hoeveelheden gevaarlijke stoffen waarboven een bedrijf onderworpen is aan de Europese reglementering.

Ondanks de grote maatschappelijke onrust die er in Harlingen en wijde omgeving heerst lijkt het er op dat de autoriteiten zich blijven verschuilen achter de reglementen en grenswaarden.
Legio experts hebben in de aanloopfase naar de bouw van Omrin al gewaarschuwd voor de problemen waar Harlingen nu mee te maken heeft.
Ze waren aan dovemansoren gericht.
Tot het een keer echt mis gaat en dan zijn de autoriteiten niet thuis.


Windparken op zee binnen 15 jaar rendabel

Donderdag 12 mei 2011

Windparken op zee worden binnen 10 tot 15 jaar rendabel. Dit blijkt donderdag uit een rondgang langs onder andere internationale overheidsinstanties van advies- en accountancybureau PwC.

Meer dan de helft van de overheidsinstanties verwacht dat offshore windenergie binnen 10 tot 15 jaar zonder overheidssubsidies gewonnen kan worden.

17 procent verwacht dat het in minder dan 10 jaar rendabel kan zijn. De belangrijkste factor hierin is het kostenniveau, volgens PwC.

Veel producenten van windmolens verwachten dat de kosten voor de bouw van een windmolenpark binnen vijf jaar gaat dalen.Nu kost energie uit offshore windmolens 3 tot 5 miljoen dollar per megawatt. Een groot deel van de ondervraagden denkt dat de kosten 10 tot 20 procent gaan dalen.

Nucleaire ramp

Een andere belangrijke oorzaak voor het optimisme in de windenergiesector is de nucleaire ramp in Japan. “Wat de uitkomst van de situatie in Fukushima ook zal zijn, waarschijnlijk wordt energiebeleid positiever tegenover duurzame energie”, aldus PwC in een persbericht.

Naast overheidsinstanties interviewde PwC belangrijke spelers in de windenergiemarkt in 12 verschillende landen.


Zonder MER geen milieuvergunning voor biogasinstallatie in Heerenveen

Donderdag 12 mei 2011

De gemeente Heerenveen heeft ten onrechte een milieuvergunning voor de bouw van een mestvergistingsinstallatie verleend.
De Raad van State vernietigde gisteren, 11 mei, de verleende milieuvergunning.

De milieuvergunning was bedoeld voor de bouw van een mestvergistingsinstallatie aan de Komeet in Heerenveen. Het biogas wordt vervolgens gebruikt in een warmtekrachtinstallatie om elektriciteit op te wekken.
Volgens de gemeente Heerenveen was er geen MER nodig omdat de installatie minder dan 100 ton dierlijke of overige organische meststoffen per dag zou verwerken.

Twee inwoners zijn tegen de milieuvergunning in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens deze inwoners had het gemeentebestuur moeten beoordelen of er een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld. Zij vrezen namelijk dat er te veel biogas zal worden verwerkt. Hierdoor zullen ze geluidsoverlast ondervinden. Ook zal de installatie stank veroorzaken en ongedierte aantrekken.

De Raad van State heeft op 11 mei 2011 de verleende vergunning vernietigd. De Raad is van oordeel dat er wel een MER gemaakt had moeten worden omdat niet is gewaarborgd dat de verwerkingscapaciteit van de inrichting onder de 100 ton dierlijke of overige organische meststoffen, groenafval en GFT per dag blijft.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State.


PS Brabant ongerust om gasboringen

Woensdag 11 mei 2011

Een ruime meerderheid van Provinciale Staten in Brabant heeft ernstige bedenkingen bij proefboringen naar schaliegas in de provincie.

Risico’s in beeld
D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA en de coalitiepartijen CDA en SP willen dat eerst de risico’s in beeld worden gebracht en dat tot die tijd bij de overheid wordt aangedrongen op uitstel van proefboringen. Ze bespreken het onderwerp vrijdag in een commissievergadering.

Schaliegas
Het Britse bedrijf Cuadrilla wil op locaties in Boxtel en Haaren met proefboringen onderzoek doen naar mogelijk permanente winning van schaliegas. De gemeente Boxtel heeft al een vergunning voor de proefboring gegeven.

Scheuren in gesteente 
Schaliegas is aardgas dat met een nieuwe methode te winnen is uit leisteenlagen in de ondergrond, op ruim 4 kilometer diepte. Er worden met hoge waterdruk scheurtjes gemaakt in het gesteente. Via de scheurtjes stroomt het gas naar de boorput.

Chemicaliën in water
Cuadrilla heeft toegegeven dat aan het testwater chemicaliën worden toegevoegd. In Haaren bestaat onder de lokale bevolking weerstand en ook de gemeente begint te twijfelen. Ook drinkwaterbedrijf Brabant Water eiste eerder meer duidelijkheid over de proefboringen.


Groen gas is hot in Wijster

Woensdag 11 mei 2011

Groen gas is niet alleen bij Attero een hot item. Ook ondernemers, boeren en de overheid tonen interesse. Dat bleek op woensdagavond 26 april.

Attero organiseerde die dag op zijn locatie Wijster een informatieavond voor agrariërs over de aanleg van een biogasleiding.

Attero, de afvalverwerker uit Wijster wil het biogas van agrarische vergistingsinstallaties in het gebied centraal opwerken tot groen gas van aardgaskwaliteit en invoeren op het netwerk van Enexis. Dat gebeurt op het complex van Attero in Wijster, waar al langer stortgas wordt afgevangen, opgewerkt in in het openbare gasnet wordt ingevoerd.

Carlijn Lahaye, projectontwikkelaar bij het bedrijfsonderdeel Markt & Technologie van Attero, informeerde de twintig belangstellenden over de geplande biogasleiding. Zij maakte duidelijk dat Attero graag in contact wil komen met boeren die interesse hebben in het leveren van biogas voor opwerking tot groen gas.

Schaalgrootte

Schaalgrootte is van belang. Zó kan Attero – naast de eigen te bouwen ONF-vergister – ook biogas vanuit de omgeving en van toekomstige vergisters op het Energie Transitie Park opwerken tot groen gas en injecteren in het aardgasnet. Dat is de opzet van een ‘groengashub’, een centraal gelegen opwerkingsinstallatie voor de productie en injectie van groen gas.

De provincie Drenthe stelt ter stimulering van duurzaam ondernemen geld beschikbaar voor de aanleg van een biogasleiding. Boeren die biogas uit bijvoorbeeld de vergisting van mest produceren, kunnen dit gas invoeden op deze leiding. Het traject van de leiding moet zo gekozen worden, dat er zoveel mogelijk boeren gebruik van kunnen maken.


Drie Nederlandse energieprojecten in de race voor Europese subsidie

Woensdag 11 mei 2011

Drie energieprojecten zijn door minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) voor subsidie voorgedragen bij de Europese Investeringsbank en de Europese Commissie. De Commissie neemt in 2012 een besluit over de toekenning van de subsidies.

Eén van de projecten betreft Woodspirit.
Woodspirit is een consortium van samenwerkende bedrijven, te weten Siemens, Visser & Smit Hanab, Linde en BioMCN.
Woodspirit aast op een Europese subsidie van € 360 miljoen om jaarlijks in de biobrandstoffabriek aan de Eemshaven 516 miljoen liter biobrandstof te produceren.

De biobrandstof wordt geproduceerd door het drogen, torrificeren (een manier van verkolen) en vergassen van hout uit onder andere Canada en Scandinavië.

Overigens zet menigeen grote vraagtekens bij de duurzaamheid van dit soort projecten. Een gezonde dosis achterdocht is op z’n plaats.
Er moeten miljoenen bomen gekapt worden. Wordt er nieuwe aanplant gezet?
Het hout moet per schip uit Scandinavië en Canada naar de Eemshaven vervoerd worden. Het zou pas echt duurzaam zijn als er zeilschepen zouden worden gebruikt maar het zal er wel op uitdraaien dat de oliegestookte schepen een flinke lading CO2 en vieze zwavelverbindingen uitstoten.

Bij de teelt van jatropha werd immers luid verkondigd dat die teelt CO2 neutraal zou zijn, sterker nog, de CO2 balans zou ten gunste van jatropha doorslaan. De twijfelachtige rapporten die daarover zijn gemaakt zijn inmiddels door diverse internationale rapporten volledig onderuit gehaald.

Een ander project betreft een nieuwe waterstoffabriek van Air Liquide in Rozenburg waar een CO2 afvanginstallatie wordt gebouwd. De opgevangen CO2 wordt per pijpleiding naar de tweede Maasvlakte vervoerd, waar het vloeibaar wordt gemaakt. Daarna wordt het per schip naar offshore olievelden bij Denemarken getransporteerd, waar de CO2 wordt geïnjecteerd. Gedurende tien jaar (2015-2025) kan dankzij dit project jaarlijks 0,5 Megaton CO2 worden afgevangen en opgeslagen.

Is er al uitgerekend hoeveel CO2 de schepen die de vloeibare CO2 vervoeren naar de Deense wateren vervoeren, gedurende 1 jaar uitstoten?

Het is aan te bevelen dat er naast de rapporten van de genoemde bedrijven, onder internationaal toezicht onderzoek wordt gedaan naar de werkelijke besparing van de hoeveelheid CO2 bij alle activiteiten die deze bedrijven ontplooien.


Polderwijk in Zeewolde wint internationale prijs voor duurzaamheid

Dinsdag 10 mei 2011

De Polderwijk in Zeewolde heeft de Award of Excellence als volledig duurzame nieuwbouwwijk ontvangen. De prijs werd uitgereikt in Parijs tijdens het congres van de Europese organisatie Euroheat & Power. Het is de eerste keer dat een Nederlands project tot winnaar is verkozen in de categorie nieuwbouw.

Melkveehouderij Van Beek transporteert vanuit een mestvergister op zijn erf via een 5 kilometer lange leiding ruw biogas naar een warmtekrachtinstallatie bij de Polderwijk. Essent Local Energy Solutions transporteert de warmte die vrijkomt bij de opwekking van groene stroom naar de ongeveer duizend woningen in de Polderwijk: warmte vers van de koe!

Het innovatieve concept en de opmerkelijke samenwerking tussen gemeente, energiebedrijf en melkveehouderij zijn niet de enige redenen voor de toekenning van de Award of Excellence. Zo moesten de resultaten over twee volledige jaren worden ingeleverd. De duurzame energievoorziening voor de Polderwijk heeft in 2009 en 2010 opmerkelijk goed gepresteerd. In 2010 werd er 7,5 miljoen kWh duurzame elektriciteit bij de wijk opgewekt en werd met de groene warmte uit het biogas bijna 800.000 m3 aardgas bespaard. Het elektrisch rendement van de warmtekrachtinstallatie op biogas was met 41% iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse elektriciteitscentrales, terwijl het totale energetisch rendement in de winter op 90% kwam en gemiddeld over het jaar bijna 80%. De Polderwijk bewijst daarmee dat decentrale opwekking van warmte en stroom met biogas in de praktijk prima werkt.


Eneco overweegt houtverbrandings biomassa centrale in Nederland te bouwen

Maandag 9 mei 2011

Eneco onderzoekt de mogelijkheden voor een houtverbrandings biomassa centrale in Nederland omdat het uit kostenoogpunt concurrerender is dan andere vormen van duurzame energie.

Eneco onderzoekt de mogelijkheid om een houtverbrandingscentrale te bouwen. Dat blijkt uit een bericht uit de eigen Eneco-nieuwsbrief. “Qua kosten zijn de centrales zeer competitief vergeleken met andere vormen van duurzame energie”, staat daar te lezen. Het verst is Eneco in Delfzijl, waar het in 2013 een centrale hoopt te openen met een vermogen van 49 MW.

“Dit speelt al heel lang”, licht Eneco-woordvoerder Cor de Ruijter de interesse in het verbranden van hout toe. Het energiebedrijf wilde graag verder met deze populaire vorm van biomassa en duurzame energie. “Wij hebben -gelukkig!- geen grote steenkolencentrale om hout als bijstook in te verbranden. Dus zijn we gaan kijken naar andere mogelijkheden voor een biomassacentrale.” Het energiebedrijf gaat daarbij niet over één nacht ijs, volgens De Ruijter, en dat verklaart waarom het nu pas naar buiten komt met de plannen.

Toch laat het bedrijf ook nu nog niet veel los. De beoogde locaties zijn Delfzijl, Rotterdam en Utrecht. Die eerste twee hebben een haven, wat handig is voor aanvoer en opslag van de houtpellets, de laatste twee hebben stadsverwarming, wat een goede afzetmarkt betekent voor de warmte die de centrale zou genereren. “Warmte is de reden om daar de centrale neer te zetten”, zegt De Ruijter.

“Houtverbrandingscentrales komen het best tot hun recht op plekken waar zowel energie als warmte nodig is”, zegt Eneco’s ontwikkelaar biomassa Robert Eikelenboom in de nieuwsbrief. In Utrecht, geeft hij als voorbeeld, zou op het industrieterrein Lage Weide een centrale kunnen worden gebouwd met een vermogen van 20 MW voor stroomproductie en een vermogen van 60 MW voor warmteproductie. In Utrecht zou Eneco samenwerken met Bonder Recycling en Overslag, dat zich nu nog voornamelijk bezig houdt met het reinigen en recyclen van spoorballast, aldus de eigen site.

Waar het te verstoken hout vandaan zal komen is nog niet bekend. “Zo schoon mogelijk”, is volgens de Eneco-woordvoerder het voornaamste criterium. “Maar we moeten nog een keuze maken.” Eneco verkoopt voor het Braziliaanse Tanac houtsnippers in Europa en onderzoekt de mogelijkheid om afvalhout uit Vietnam te importeren. Of één van deze twee houtstromen aangewend zal worden om de houtverbrandingscentrale van brandstof te voorzien, is volgens De Ruijter nog niet te zeggen.

De plannen voor de biomassacentrale in Delfzijl zijn het verst gevorderd, maar een definitieve investeringsbeslissing is nog niet genomen. “Draaien in 2013 is nu nog een kwestie van verwachtingen en hoop”, aldus De Ruijter, om over de andere twee locaties nog maar te zwijgen. Wanneer meer duidelijk zal worden, kon de woordvoerder niet zeggen.

Enkele opmerkingen van de redactie van Fibronot.nl

Met de import van houtschilfers uit Brazilië en afvalhout uit Viëtnam klinkt het hele project al aanzienlijk minder duurzaam.
Waar haalt Eneco nog meer hout vandaan?

Kent Eneco het biobrandstof project van BioMCN uit Delfzijl?
Voor de meer dan honderd miljoen Euro kostende plannen van BioMCN om per jaar ruim 500 miljoen liter biobrandstof te maken voor bijmenging bij benzine en diesel, heeft BioMCN meer dan anderhalf miljoen ton afval- en sloophout per jaar nodig.
Dat wordt rondom de Eemshaven straks vechten om een pallet.


Elektrische vuilniswagens in steeds meer grote binnensteden ingezet

Maandag 9 mei 2011

Afvalverwerker Van Gansewinkel maakt steeds meer gebruik van elektrische voertuigen. Vanaf deze maand worden er in diverse steden elektrische vuilniswagens ingezet, die naar aanleiding van een succesvolle proef in Rotterdam.

In 2009 is de eerste 100% elektrische vuilniswagen geïntroduceerd in Rotterdam. De proef krijgt navolging in de binnensteden van Tilburg, Breda, Zutphen, Den Haag, Amsterdam (Schiphol), Rotterdam, Groningen en Utrecht.

Als een elektrische vuilniswagen opgeladen is, kan deze 50 tot 70 kilometer rijden. Dit maakt deze voertuigen uitermate geschikt om in te zetten in binnensteden. Deze voertuigen kunnen zowel papier- en kartonafval inzamelen als ook restafval. Wat betreft dienstverlening verandert er voor bedrijven niets: men behoudt dezelfde type containers en de inzamelfrequentie blijft gelijk. De inzameling wordt alleen duurzamer zonder meerprijs, aldus Van Gansewinkel.
Bron: van Gansewinkel


Nederland verliest terrein schone technologie

Zaterdag 7 mei 2011

Nederland raakt verder achterop in de schone technologiesector. Bekleedde Nederland in 2009 wereldwijd nog de zeventiende plaats, vorig jaar is het gedaald naar de achttiende plaats, gerekend naar relatieve omzet en investeringen.

Dat blijkt uit onderzoek van Roland Berger Strategy Consultants, in opdracht van het Wereld Natuur Fonds (WNF), dat zaterdag is gepubliceerd.

Denemarken staat nog steeds op de eerste plaats en China maakt de grootste stappen de goede kant op.

Denemarken heeft zijn eerste plaats vooral te danken aan het grote windmolenpark. Wereldwijd groeide de ‘cleantech’ met 31 procent, aldus het onderzoek. En dat is 19 procent meer dan verwacht.

Omzet

De Nederlandse omzet is wel met 15 procent gestegen, maar omdat die in andere landen harder groeide, zakte Nederland een plaats. Hier zijn ongeveer 280 bedrijven actief in de schone technologie, vooral in de duurzame energieproductie en energie-efficiency.

Op dit moment is die sector in Nederland goed voor zo’n 1,8 miljard euro aan waarde. Dat zou in 2015 kunnen uitkomen op 8,6 miljard euro.

China is in alle opzichten recordhouder. De absolute waarde daar komt uit op 45 miljard euro, de ‘winstgroei’ bedroeg 77 procent. De sector groeide in de VS met 28 procent. Duitsland behoudt de derde plaats.


Uw portemonnee wil zonne-energie

Donderdag 5 mei 2011

Zonne-energie, dat is toch iets voor hardcore eco-hobbyisten? Voor mensen die bereid zijn ingewikkelde subsidieaanvragen in te vullen, in de hoop het tijdens een hittegolf in juli eens een dagje zonder grijze stroom te doen? Voor iedereen die dit nog steeds denkt, is er nieuws.

Zonne-energie staat ook in Nederland op het punt van doorbreken. Big time. Het enthousiasme over de potentie van zonne-energie is de laatste tijd sterk toegenomen. Dit heeft niets te maken met een spontane groene bewustzijnsgolf, een mooi voorjaar of een nieuw subsidieregime. Hier leest u waarom ook uw dak binnenkort vol ligt met panelen en die nieuwe kerncentrale helemaal niet nodig is.


Green deal installateur Unica: 300 tot 500 MW duurzame energie

Donderdag 5 mei 2011

Installateur Unica wil de komende 3 jaar echt ‘het verschil’ maken met duurzame lokale energie. Het bedrijf wil met een groot aantal lokale duurzame energiebedrijven een Green Deal met Minister Verhagen.

300-500 MW aan duurzame energie

De voorgestelde Green Deal betreft een experimenteerruimte van 300-500 MW aan geïnstalleerd vermogen van zon, wind en biomassa. Op basis hiervan kan op termijn passende wetgeving geformuleerd worden. De betrokken partijen, onder meer Unica, Alliander en Eneco, willen per 1 juli 2011 gaan starten. Ze willen afspreken geen aanspraak te maken op de nieuwe SDE+ subsidieregeling. Ze willen er naartoe dat het kabinet toestemming geeft om te salderen (energierekening verlagen met het vermogen aan zelf opgewekte energie) alsof de opwekinstallatie op eigen dak of op eigen terrein staat.

14% duurzame energie in 2020

Daarmee willen de deelnemende partijen bijdragen aan de klimaatdoelstelling van 14% duurzame energie opwekking in 2020 (anno 2010 zitten we op 9%). Voor de Staat betekent dit een ‘cashflow’ van tussen de 1 en 3 miljard euro, door BTW-inkomsten uit investeringen in energie opwek installaties, minder administratieve lasten, aanvullende inkomstenbelasting en minder claims op werkloosheidsuitkeringen.

Salderen

De huidige wet voorziet nog niet in de mogelijkheid om te salderen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland. De deelnemers stellen de eindgebruiker als co-producent van energie centraal. Als iemand kan aantonen dat hij of zij mede-eigenaar is van een duurzame lokale opwekinstallatie en een vaste hoeveelheid elektriciteit opwekt, moet deze elektriciteit van de energierekening in mindering worden gebracht.

Lees hier de brief aan minister Verhagen


Elektrische auto loont niet

Donderdag 5 mei 2011

Bijna niemand heeft er baat bij om zijn gewone auto in te ruilen voor een elektrisch exemplaar. Voor 95 procent van de automobilisten is de actieradius van elektrische auto’s te beperkt. Ook hebben verreweg de meeste autobezitters geen mogelijkheden om de wagen op te laden.

Dit blijkt uit onderzoek van het verkeersadviesbureau Goudappel Coffeng. Het grootste struikelblok is de te beperkte actieradius van de nieuwe generatie auto’s. De beste modellen komen op een volle accu volgens de fabrikant maximaal 150 kilometer ver.

Airco

Onderzoeker Wim Korver stelt dat met elektrisch rijden veel minder kilometers gemaakt kunnen worden dan fabrikanten stellen. „Files, rijden op de snelweg en het gebruik van de verwarming en airco worden niet meegerekend”, legt Korver uit.

Het tweede probleem is het opladen. Uit de studie blijkt dat in het sterk verstedelijkte Nederland het een groot probleem is de auto op eigen terrein of voor de deur aan het verlengsnoer te hangen. Critici van de elektrische auto wezen er eerder al op dat ze helemaal niet zo groen zijn als de overheid doet voorkomen. Wanneer iedereen zou overstappen, zouden er dertig nieuwe elektriciteitscentrales moeten komen. Die draaien op hun beurt op fossiele brandstoffen als kolen en gas.


Experts in Tanzania waarschuwen tegen commerciële jatropha investeringen

Dinsdag 3 mei 2011

Deskundigen in Tanzania waarschuwen dat jatropha geen voedingsgewassen mag vervangen en in plaats daarvan alleen geteeld mag worden door kleine boeren als afscheiding van hun landjes.
Dit zei de co-directeur van Pamoja Inc., Johnatan Otto, vorige week in Dar es Salaam.
Jatropha als bron van energie is door de internationale gemeenschap slecht ontvangen en heeft in de media een slechte reputatie opgelopen als gevolg van het feit dat grootschalige commerciële investeerders als BioShape boeren van hun land hebben verdreven om plaats te maken voor de teelt van jatropha als bron voor het maken van biobrandstof.

Pamoja Inc. is een initiatief van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw om kleine boeren in Tanzania en Kenia te helpen met de ontwikkeling van hun land.
Grootschalige investeringen in de aanleg van jatropha plantages zijn onjuist en om meerdere redenen een slecht idee voor Afrika.

“We hoeven er niet nogmaals een dure studie aan te wijden”, zegt Otto, “we moeten nog steeds tegen landroof en het kappen van bossen blijven vechten en tegen de aanleg van grootschalige jatropha plantages.”

De minister van Landbouw, Voedselzekerheid en Coöperaties, Prof. Maghembe zei op dezelfde bijeenkomst dat grootschalige teelt van jatropha in zijn land niet haalbaar is gebleken en dat de vrees dat jatropha de voedselzekerheid heeft aangetast, terecht is.
“Over de hele wereld is het inmiddels duidelijk dat je geen geld kunt verdienen met het kweken van jatropha, het is geen winstgevende business,” voerde Prof. Maghembe aan.
Hij hekelde de grootschalige investeringen zoals die door BioShape zijn gedaan en waarschuwde dat nieuwe grootschalige jatropha projecten weer zullen mislukken.
Prof. Maghembe zei dat zijn ministerie er voor zal zorgen dat er niet opnieuw vruchtbaar land voor de productie van biobrandstoffen zal worden gebruikt.

“De voedselprijzen rijzen de pan uit en dat zal ook in de nabije toekomst zo blijven. Ons doel is de voedselproductie te stimuleren en daar kunnen we grootschalige jatropha plantages niet bij gebruiken.”

De minister steunt het idee om alle grootschalige jatropha plantages die door buitenlandse commerciële investeerders zijn aangelegd, op te zeggen.
Hij uitte ook scherpe kritiek op de EU Richtlijn uit 2008, waarin staat dat 10% van alle brandstoffen die in het verkeer en vervoer worden gebruikt, afkomstig moeten zijn uit hernieuwbare bronnen. Deze EU Richtlijn druist rechtstreeks in tegen de voedselzekerheid in zijn land.

De Europese Commissie heeft echter afstand genomen van deze kritiek door er op te wijzen dat hernieuwbare energiebronnen niet alleen uit jatropha bestaan.

De co-directeur van Pamoja Inc. is het eens met de stelling dat jatropha alleen als haag rondom het erf van kleine boeren moet worden geteeld, waarbij jatropha dus niet de veldgewassen vervangt.
Hij verwoordde zijn optimisme door te zeggen dat de grootschalige jatropha plantages zoals BioShape, SEKAB en anderen in Tanzania hebben aangelegd, in verband met de negatieve media aandacht en de beschuldigingen van landroof, vanzelf zullen verdwijnen.

“In een land waar meer dan 90% van alle verbruikte brandstof voor de binnenlandse energie opwekking bestemd is, ligt alle prioriteit bij het opwekken van energie en niet bij het kweken van jatropha waarvan de zaden of de biodiesel bovendien ook nog eens naar het buitenland getransporteerd wordt.”

Mr. Otto rekende voor dat wanneer drie miljoen kleine boeren in Tanzania jatropha kweken op de manier zoals de minister en hij hebben voorgesteld, Tanzania zelfvoorzienend in biodiesel kan zijn en dat er dan geen grote commercieel aangelegde jatropha plantages nodig zijn.
“Het is niet een keuze van voedsel versus brandstof. We hebben zowel voedsel als brandstof nodig om te overleven.”

Mr. Otto haalde een recent rapport van ActionAid waarin staat dat de door velen geroemde teelt van de ‘wonderplant’ jatropha tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan de CO2 uitstoot bij het verbranden van fossiele brandstoffen.
ActionAid noemt in het rapport dat de opmerkingen van sommige zichzelf benoemde deskundigen, dat biobrandstoffen die op basis van jatropha geteeld zijn het CO2 gehalte zouden terugdringen, nutteloos en zelfs misleidend.
Rekening houdend met de CO2 uitstoot die vrijkomt bij de productie en het consumptie proces, bleek in de studie van ActionAid dat de grootschalige teelt van jatropha tussen de 2,5 en 6 keer meer broeikasgas uitstoot, afhankelijk van hoe het land werd gebruikt voordat het met jatropha werd beplant.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Het is duidelijk dat de pogingen van een viertal investeerders, waaronder Cor Vaes, om de activiteiten van BioShape in Tanzania nieuw leven in te blazen bijvoorbaat gedoemd zijn te mislukken, nu er op ministerieel niveau in Tanzania in de gaten wordt gehouden dat er geen grootschalige teelt van jatropha meer moet plaats vinden.

Het Nederlandse bedrijf Diligent dat in het noorden van Tanzania werkzaam is produceert biobrandstof uit jatropha zaden op de manier die hierboven voorgesteld is: kleine boeren kweken de jatropha plant als erfafscheiding.
Op die manier zorgt Diligent ervoor dat duizenden kleine boeren met het kweken van jatropha op hun eigen grond een aanvullend inkomen hebben. Daarnaast kunnen deze boeren voor een groot deel voorzien in hun eigen voedsel behoefte omdat ze veelal de groenten op eigen grond kweken.
Diligent rekent de opbrengsten direct met de boeren af, boter bij de vis dus en geen gerommel met het niet betalen van lonen, zoals BioShape er een handje van heeft gehad.
Het direct afrekenen stimuleert de boeren bovendien om geld in nieuwe jatropha planten te stoppen zodat de opbrengst, en dus het inkomen, telkens groter wordt.


Waste4Energy op zoek naar olie

Maandag 2 mei 2011

Sinds enkele weken is Waste4Energy op zoek naar katoenzaadolie.
Waste4Energy is het bedrijf dat graag een bod over heeft voor het failliete biodiesel bedrijf BioValue.

Het is bekend dat Waste4Energy het failliete BioValue een doorstart wil laten maken. Kosten nog moeite worden daarbij gespaard. Zelfs de vorige eigenaar, het Zeeuwse energiebedrijf Delta, wordt via een rechtszaak aangepakt omdat Waste4Energy meent dat Delta onrechtmatig te werk is gegaan.

Waste4Energy heeft kennelijk grote plannen met BioValue en is zich terdege aan het voorbereiden om de productielijnen bij BioValue snel weer te laten draaien.

Waste4Energy heeft daartoe in India offertes aangevraagd voor de levering van 100.000 ton katoenzaadolie per jaar. Aldus blijkt uit een aanvraag van Waste4Energy op een website in India.

De curator in het faillissement van BioValue start een nieuwe biedingsronde om de 4 overgebleven kandidaat kopers een kans te geven het failliete BioValue over te nemen.

Overigens kan het nog een interessante strijd worden wie de uiteindelijke winnaar wordt, immers, het bedrijf Sunoil uit Emmen beweert dat het al in augustus 2010 een voorlopig koopcontract heeft gesloten met Delta, het moederbedrijf van BioValue.


Miljoenenorders HoSt in Letland

Vrijdag 29 april 2011

HoSt uit Enschede, bouwer van biogasinstallaties, heeft donderdagmiddag in Letland een nieuw contract getekend ter waarde van 2,2 miljoen euro. Dit werd bekendgemaakt bij de opening van een grote vergistingsinstallatie bij de Letse plaats Dobele. Deze order heeft HoSt al voor vier miljoen euro aan werk opgeleverd en daar komt mogelijk nog eens 3 miljoen aan uitbreidingen bij.

HoSt maakt in Europa een flinke opmars met installaties waarin mest, mais, gras en voedingsresten vergist worden, wat energie in de vorm van warmte en stroom oplevert. Alleen al in Letland staan dit jaar mogelijk nog twee grote projecten op stapel. Door de groei is HoSt in twee jaar tijd van 28 naar 60 werknemers gegroeid. Van de opdrachten profiteert ook een tiental andere Twentse bedrijven, waarmee HoSt een vaste toeleveringsrelatie heeft.


Besprekingen doorstart BioValue tijdelijk afgebroken

Vrijdag 28 april 2011

Curator Harm Jan Meijer heeft de besprekingen met een buitenlandse overnamekandidaat voor BioValue in de Eemshaven vorige week zonder resultaat afgebroken.

De redactie van Fibronot.nl heeft vanuit Israël vernomen dat een Israëlisch biobrandstof bedrijf met belangen in Japan niet in staat was de financiering rond te krijgen. De impact van de aardbeving in Japan op de bedrijfsactiviteiten was zo groot dat alle aandacht van het bedrijf naar Japan uitging.

De komende weken gaat de curator in gesprek met vier andere partijen die zich gemeld hebben voor een doorstart. Dat gebeurt nadat de vier eerst een nieuw bod hebben uitgebracht op de failliete biodieselfabriek.

Een van de gegadigden is het bedrijf Waste 4 Energy, dat bereid is alle dertig personeelsleden weer in dienst te nemen en de productie uit te breiden.

De productie van biodiesel in de Eemshaven ligt al sinds de zomer van vorig jaar stil.

Energiecoöperatie deA en de kippenmestverbrander

Donderdag 28 april 2011

De Stichting ter bevordering van duurzame energie van, voor en door Apeldoorners, deA, is op 11 november 2010 opgericht. Van de stichting maken diverse werkgroepen deel uit.
Naast de werkgroepen Communicatie, Zonnepanelen en Financieel, maakt de werkgroep Biomassa onderdeel uit van deA.

Binnenkort zal de werkgroep Biomassa met één of meerdere uitgewerkte ideeën  komen over de wijze waarop en hoe biomassa uit Apeldoorn ingezet kan worden om energie te leveren, inclusief de partijen die daarbij nodig zijn.

Op de website van deA, www.de-A.nl wordt binnenkort aangegeven aan welke biomassa-opties men denkt.

De bestuursvoorzitter van de stichting, oud wethouder Michael Boddeke, liet de redactie van Fibronot.nl weten dat er bij de voorstellen géén kippenmestverbrander zal zitten.

Dit is goed nieuws voor de inwoners van Apeldoorn en omgeving, want een  kippenmestverbrander, Fibroned, heeft geen enkel draagvlak onder de inwoners.

Nu er langzaam wat meer plannen van deA bekend worden wil de redactie van Fibronot.nl nogmaals de aandacht vestigen op het lidmaatschap van de energiecoöperatie Apeldoorn.
De coöperatie streeft er naar om op 6 juni aanstaande 600 aspirant leden te hebben. Dit aantal is noodzakelijk om een zinvolle start te kunnen maken.
Het aantal aspirant leden nadert de 200. Met vandaag, 28 april 2011 meegeteld, duurt het nog 39 dagen voordat het 6 juni is.

Nu bekend is dat er voor een kippenmestverbrander bij de energiecoöperatie Apeldoorn  geen plaats is moet het voor de inwoners van Apeldoorn die het met de doelstellingen van deA eens zijn, geen bezwaar meer zijn om zich aan te melden als aspirant lid. Dat kan via deze link .

In de loop van de afgelopen twee jaar zijn er steeds meer wetenschappelijke rapporten verschenen waarvan de uitkomst ten aanzien van het verbranden van kippenmest zonder meer negatief is. De nadelen van het verbranden van kippenmest zijn groter dan de voordelen, zo die er al zijn.

In Nederland wordt al veel kippenmest verbrand. De enige plaats waar dat gebeurt is de Biomassa Centrale in Moerdijk.
Energie uit het verbranden van mest is groene energie. Maar niet duurzaam volgens de Stichting Natuur en Milieu. Verbranden suggereert ten onrechte dat de mestproductie gerust kan groeien: des te meer groene energie. Maar volgens de Stichting Natuur en Milieu hoort kippenmest op het land, bij de kippenfarm.
Kippenmest is zo ongeveer de beste natuurlijke mest die er in Nederland te vinden is. Het bevat veel hoogwaardige stoffen zoals fosfaat en stikstof. De Stichting Natuur en Milieu vindt dat de voer-mestkringloop zoveel mogelijk gesloten moet blijven. Juist om die waardevolle voedingsstoffen op het land te houden.

En dan hebben we het nog niet gehad over het kippenvoer.
Het voer van kippen bestaat voornamelijk uit maïs, granen en sojaschroot. Soja wordt geteeld in Brazilië op grond waar vroeger bossen stonden. Het moet dus van ver naar Nederland gehaald worden. Dat is niet duurzaam. Behalve dat zorgt de massale ontbossing ten behoeve van de teelt van soja er voor dat er een overmaat aan CO2 in de atmosfeer terecht komt.
Nederland voert alleen al ten behoeve van kippenvoer per jaar ruim 5 miljoen ton soja uit Brazilië in.

De redactie van Fibronot.nl ondersteunt de plannen van de energiecoöperatie Apeldoorn van harte.

Cerrado in Brazilie
De streek Cerrado in Brazilië bevat het grootste savanne bos ecosysteem ter wereld.
Ze worden gekapt voor de aanleg van soja plantages. Deze soja gaat onder andere
naar Nederland om in kippenvoer verwerkt te worden.