De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Nieuwsarchief 2011 jan t/m juni

Grootste zonnepanelendak van Berlijn

Donderdag 30 juni 2011

Vandaag opent op Nederlands initiatief het grootste zonnepanelendak in Berlijn, op het dak van het grootste Duitse verhuisbedrijf Zapf. Het idee voor het enorme solarproject komt van First Green Capital, een nieuwe joint venture tussen energieleverancier Greenchoice, financieel consultant Zanders, Eurosol en drie Duitse ondernemers.

Op het dak van Zapf ligt vanaf nu het grootste Berlijnse zonnesolarproject, een installatie van 4.536 zonnepanelen op 22.500 m2 dakoppervlak met een vermogen van 1,1 megawattpiek (MWp). Greenchoice investeert in Duitsland omdat de Duitse overheid duurzame energie met succes stimuleert.

Jurjen Algra van Greenchoice: ‘In Duitsland worden per dag net zoveel zonnepanelen gelegd als in Nederland in een jaar. Daar kan Nederland een voorbeeld aan nemen als het gaat om duurzame energie.’

First Green Capital huurt het dak van Zapf voor 25 jaar. De opgewekte stroom van 1,0 miljoen kilowattuur (KWh) wordt teruggeleverd aan het net tegen het vaste teruglevertarief van € 0,258 per KWh ofwel een omzet van circa € 250.000,- per jaar. Het bedrijf heeft nog grotere ambities: in totaal wil het binnen vier jaar 100MWp aan vermogen installeren.

Greenchoice is als investeerder en als energieleverancier een strategische partner in First Green Capital. De JV werd afgelopen december opgericht en ontwikkelt en investeert in solarprojecten met als uitgangspunt dat iedere installatie een minimaal vermogen van 1 MWp moet hebben. Zanders is verantwoordelijk voor financieel advies en risicomanagement. De ambitie is om steeds grotere zonnepanelenprojecten te starten in het buitenland.


deA kan al stroom leveren

Woensdag 29 juni 2011

Het duurzaam energiebedrijf deA in Apeldoorn is startklaar om groene stroom te gaan leveren aan leden en klanten.
Tijdens een bijeenkomst voor aspirant-leden in het hoofdkantoor van de Rabobank meldde het bestuur van deA gisteravond dat er afspraken zijn gemaakt met leveranciers van groene stroom. Alles is in gereedheid om aan de eerste huishoudens stroom te kunnen leveren.

Die groene stroom kan vooralsnog geleverd worden door afvalbedrijf VAR. De vergisting van het gft-afval van Apeldoornse huishoudens levert genoeg elektriciteit op om 450 huishoudens van stroom te voorzien.

Als tweede leverancier is deA in gesprek met het Waterschap Veluwe. Het Waterschap is van plan op twee plaatsen via stuwen gezuiverd rioolwater te gaan lozen op het oppervlaktewater. Elk lozingspunt levert stroom voor veertig huishoudens.

Een derde bron van groene stroom kan ook van het Waterschap komen. Via vergisting van afvalslib kan het Waterschap ook groene stroom opwekken.

Het bedrijf deA is qua organisatie nog niet zover dat de stroomleveranties al kunnenworden uitgevoerd. Het was het voornemen van het bestuur om deA pas als coöperatief bedrijf op te richten wanneer er 600 aspirant-leden zijn (één procent van het totaal aantal huishoudens in Apeldoorn). Op dit moment hebben zich 346 aspirant-leden aangemeld. De verwachting is dat nog voor het eind van 2011 zich 600 aspirant-leden hebben aangemeld.

Het bestuur beraadt zich komende vrijdag in een bestuursvergadering wat verstandig is: wachten tot er daadwerkelijk 600 aspirant-leden zijn, of nu het bedrijf van start laten gaan.

Duurzaam energiebedrijf deA wil groene stroom leveren tegen marktconforme prijzen (niet duurder dan concurrenten), aan huishoudens in de gemeente Apeldoorn.
Het gaat dan om stroom die in Apeldoorn is geproduceerd. Op dit moment zijn de productiemogelijkheden nog beperkt.

Een werkgroep heeft gezocht naar mogelijkheden om stroom op te wekken via zonnepanelen op daken van Apeldoornse bedrijven. De zonnestroom is voor een bedrijf als deA niet rendabel te maken. Wel voor individuele leden die via deA zonnepanelen kopen.
Op korte termijn hoopt deA namelijk zonnepanelen aan leden te kunnen aanbieden.


Verhagen zet in op elektrische auto

Woensdag 29 juni 2011

Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken wil dat er veel meer elektrische auto’s op de Nederlandse weg gaan rijden. Als het aan de bewindsman ligt, is in 2025 een op de tien auto’s voorzien van een elektromotor.

Tijdens de huidige kabinetsperiode al 15.000 tot 20.000 elektrische wagens op de weg moeten komen. Momenteel rijden er slechts 700 van deze voortuigen rond.
Het kabinet zal vandaag de plannen presenteren.

Verhagen hoopt het rijden in elektrische wagens aantrekkelijk te maken door gunstige fiscale regelingen te behouden die voor gewone auto’s inmiddels zijn vervallen. De regelingen zouden betekenen dat elektrische wagens tot ten minste 2018 zullen worden vrijgesteld van fiscale bijtelling, motorrijtuigenbelasting en bpm.

Daarnaast wil de minister dat het gebruik van elektrische leaseauto’s openbaar vervoer en taxi’s sterk toeneemt. Afspraken met ondernemers, regio’s en steden moeten ertoe leiden dat aanschaf van oplaadpunten voor de wagens eenvoudiger wordt. Volgens bronnen zou de minister ook bereid zijn om financiële regelingen te treffen.


Trekt Delta na BioValue ook de stekker uit Solland Solar?

Zaterdag 25 juni 2011

De duurzame experimenten van Delta, Nuon, Essent en Eneco hebben de afgelopen twee jaar niets anders opgeleverd dan vele honderden miljoenen Euro’s verlies voor de vier grootste Nederlandse energiebedrijven.
Eneco ligt nog vers in het geheugen nadat het bedrijf zich in 2009 schielijk uit BioShape terugtrok vanwege aanhoudend gerommel rondom BioShape in Tanzania.
Essent sloot de biomassacentrale in Cuijk, Delta trok eind vorig jaar plotseling de stekker uit BioValue en Nuon ligt al een tijd overhoop met het bezit van Helianthos, een maker van zonnefolie.
Als oorzaak van de problemen in de sector wordt gezegd dat allerlei subsidies beëindigd zijn. Als dat inderdaad zo is dan zou men haast geneigd zijn te denken dat de energiebedrijven slechts uit waren op de volle subsidiepotten en dat het woord duurzaam voor hen slechts een loze kreet is.

Het Zeeuwse Delta verwacht op korte termijn duidelijkheid over de toekomst van zijn verlieslatende zonneceldochter Solland Solar. Volgens een woordvoerder van het bedrijf is de kans groot dat de komende dagen de knoop wordt doorgehakt of de zonneceltak geheel of gedeeltelijk wordt verkocht. Als dat niet lukt rest niets anders dan de activiteiten van Solland Solar te beëindigen.

Aanstaande maandag, 27 juni, zullen de aandeelhouders van Delta, waaronder de provincie Zeeland (50%) en de gemeentes Terneuzen en Middelburg, onder meer worden bijgepraat over de stand van zaken bij Solland Solar. De zonneceldochter staat al acht maanden in de etalage, maar het is zakenbank Macquirie sindsdien nog niet gelukt om het bedrijf onder te brengen bij een nieuwe eigenaar.

Bij de bekendmaking van de jaarcijfers in april gaf Delta-topman Peter Boerma aan te verwachten vóór 1 juli een nieuwe eigenaar te hebben gevonden voor Solland Solar. Een snelle afwikkeling van het hoofdpijndossier Solland Solar is belangrijk voor Delta, want de markt voor zonnepanelen verslechtert nog steeds.

In Azië kunnen zonnecellen goedkoper worden geproduceerd dan in Europese landen, zoals de Solland Solar-fabriek in Heerlen. Bovendien heeft de sector last van het besluit van de Nederlandse overheid om de subsidiekraan dicht te draaien.

Vorig jaar schreef Delta daarom ruim € 250 miljoen af op Solland Solar. Het Zeeuwse concern denkt dat Solland Solar dit jaar nog maximaal € 30 miljoen aan investeringen en verliezen zal opslokken. Er werken ongeveer 300 mensen bij het onderdeel.

Delta is niet het enige bedrijf dat probeert af te komen van zijn duurzame energiedochter. Ook Nuon heeft Helianthos, een maker van zonnefolie, al bijna anderhalf jaar tevergeefs in de etalage staan. Waar Nuon-topman Huib Morelisse eerder nog in het eerste kwartaal van dit jaar een oplossing voorzag, is daar een concrete deadline inmiddels losgelaten. Net als Solland Solar lukt het Helianthos niet om op te boksen tegen voornamelijk Aziatische concurrenten. De hoop is gevestigd op de kennis die de afgelopen jaren door het bedrijf is vergaard en die mogelijk interessant kan zijn voor een Chinese branchegenoot.

Helianthos, waar circa 65 mensen werken, moet volgens betrokkenen slechts een symbolisch bedrag opleveren voor Nuon, maar een koper zou zich wel moeten verplichten een substantieel bedrag te investeren om het bedrijf tot wasdom te laten komen, volgens sommigen tegen de € 100 miljoen.

Update 2 juli 2011

In de Provinciale Zeeuwse Courant staat een discussie tussen enkele lezers en mensen die kennelijk dichtbij het Delta, BioValue en Solland Solar vuur zitten.
Te lezen op deze link die u naar de PZC doorstuurt en opent in een nieuw venster.

Update 4 juli 2011

Er is nog geen verder nieuws bekend omtrent een mogelijke verkoop van Solland Solar.


Nederland, van gasrotonde tot biohub

Vrijdag 24 juni 2011

Nederland heeft gezien de huidige infrastructuur, de gunstige ligging en hoogwaardige kennis, de ambitie om voor Noordwest-Europa een belangrijk logistiek knooppunt te worden en blijven voor de opslag en het transport van deze gasstromen uit de verschillende aanvoerrichtingen.

Hiertoe wil men onder andere gas in lege gaskoepels pompen die als reserve worden aangehouden tijdens strenge koude of andere calamiteiten. Bergen in Noord Holland is het spraakmakende voorbeeld wat de overheid wil, maar ook in het noorden van het land beginnen bestaande gasvoorraden te slinken en wil men met het inpompen van gas de lege gaskoepels weer vullen.
Door de te verwachte Europese schaarste in produceerbare olie- en gasreserves zal op langer termijn een groter beroep worden gedaan op de gastoevoer uit andere landen.

De Europese vraag naar gas zal in de komende jaren, los van de korte termijn schommelingen als gevolg van de crisis,  naar verwachting blijven stijgen terwijl de gasvoorraden in Europa slinken. Tegelijkertijd neemt de vraag uit landen zoals China exponentieel toe. Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen wordt Europa steeds afhankelijker van de gastoevoer uit landen buiten Europa met grote gasreserves, zoals Rusland en landen in het Midden-Oosten.
Nederland heeft hierbij de ambitie om zich te positioneren als ‘gasrotonde’.
Een goed functionerende gasrotonde draagt bij aan het ontstaan van een liquide gasmarkt en een beter geborgde voorzieningszekerheid van Nederland in de toekomst. Nederland als logistiek knooppunt is ook gunstig voor de strategische waarde van bedrijven in vooral de ‘midstream’- en ‘downstreamsector’. De omstandigheden van Nederland zijn gunstig voor het vervullen van de logistieke rol, niet alleen qua huidige infrastructuur maar ook vanwege de in Nederland aanwezige hoogwaardige kennis, in toenemende mate een exportproduct.

Behalve ontwikkelingen op gasgebied laat ook de biobrandstof sector van zich horen. Vooral het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart heeft de laatste tijd aandacht.

Zo maakte de KLM afgelopen woensdag bekend dat het bedrijf dit najaar op Parijs gaat vliegen op afgewerkt frituurvet, inclusief interviews met KLM directeur Camiel Eurlings en reportages vanuit een patatkraam. ,,En het mooie is: we stoten er de Derde Wereld niet het brood mee uit de mond”, zei Eurlings, ,,want het is oud vet, er is geen nieuwe landbouwgrond voor nodig.”

De KLM gaat op Parijs vliegen met een Boeing 737 die voor 50 procent opgewerkt frituurvet door zijn kerosine mengt. De ‘biokerosine’ wordt geleverd door het Amerikaanse bedrijf Dynamic Fuels dat de olie sinds een jaar produceert in Geismar, Louisiana. De grondstof is afgewerkt vet, ‘used cooking oil’, maar aan het eindproduct, dat de volledige specificatie van vliegtuigkerosine (Jet A-1) heeft, is dat niet te merken. Het oude vet ondergaat in de moderne raffinaderij van Geismar bewerkingen en omzettingen die aanmerkelijk verder gaan dan de eenvoudige bewerking waarmee in Nederland door bedrijven als Greenmills, Sunoil en Biodiesel Kampen biodiesel uit oud frituurvet wordt gemaakt. De biokerosine voor de KLM komt per schip naar Europa en wordt in Amsterdam opgeslagen. Hoeveel (fossiele) energie raffinage en transport kosten is niet bekend. Dat zal men niet bekend willen maken om het verhaal rond de CO2 besparing niet al te negatief te maken, maar vast staat dat een olietanker vanuit de VS naar Nederland een paar duizend ton stookolie verbruikt die de nodige (zwavel) vervuiling en CO2 uitstoot veroorzaakt en dan moet de tanker ook nog terug.

Hoeveel baat heeft het milieu er dan van?
Het probleem is dat er niet veel afgewerkt frituurvet is. De universiteit Groningen becijferde in 2009 dat in Nederland jaarlijks zo’n 113.000 ton frituurvet en -olie vrijkomt. Dat is ongeveer 8,4 liter per hoofd van de bevolking. Ongeveer 40 procent is niet herwinbaar, omdat veel frituurvet in huisvuil of riool belandt. Er is dus per hoofd 5 liter vet en olie voor verwerking beschikbaar. Dat zal elders op de wereld niet veel beter zijn. En er ìs op dit moment al een goede bestemming voor: de fabrieken die er biodiesel voor het wegtransport van maken.

Terug naar de frituurvlucht van de KLM. Bedoelde Boeing 737 verstookt zo’n 5 liter brandstof per kilometer. Zijn er 150 passagiers dan is dat 0,033 liter per passagierskilometer. Bij een bezettingsgraad van 80 procent: 0,042. Eén passagier verstookt op een retour Amsterdam-Parijs (1.000 km) dan 42 liter kerosine. Pas na 8 jaar is voor die passagier weer genoeg oud vet vrijgekomen om opnieuw naar Parijs te gaan. Al die tijd kunnen de biodieselfabrieken het vet niet gebruiken voor het wegtransport. Conclusie: de wereld wordt er niet beter van, alleen de KLM verbetert zijn imago.

De Paris Air Show
De Paris Air Show is een wedstrijd tussen Boeing en Airbus. Maar dit jaar speelt ook een heel andere wedstrijd: die over biofuels voor de luchtvaartindustrie.
Voor het eerst is een paviljoen ingericht voor bedrijven, die bezig zijn met alternatieve brandstoffen.
Nederland speelt daarin een rol van betekenis, met de start-up SkyNRG, de eerste Europese leverancier van een duurzame brandstof voor de luchtvaart.
SkyNRG is een joint venture tussen KLM, North Sea Group en Sping Associates om de markt voor biokerosine te ontwikkelen en krijgt steun van van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, om van Schiphol de biohub van Europa te maken.
Tijdens de show maakte Boeing met haar nieuwste 747-8 naar Parijs een testvlucht op een mengsel van bio- en fossiele kerosine. Binnenkort vindt dus ook de eerste commerciële vlucht plaats op biokerosine, die van de KLM naar Parijs, op basis van afvalvetten, zoals frituurvet.

Jatropha als vliegtuigbrandstof?
Al in maart 2009 vloog een Boeing 747 van Air New Zealand op jathropa-olie. De brandstof werd geleverd door het Nederlandse bedrijf Diligent dat in Tanzania ongeveer 5000 hectare land in gebruik heeft waar jatropha wordt geteeld. Het gaat niet om grote uitgestrekte plantages. Diligent heeft met ongeveer 5000 kleine boeren een contract dat zij de jatropha telen en de zaden aan Diligent leveren. De boeren hebben de jatropha struiken meestal als afscheiding om hun erf staan.
Diligent heeft in 2008 17.000 liter jatropha olie aan Boeing geleverd met de vraag van Boeing om nog eens 60.000 liter te leveren. Dat klinkt als een forse hoeveelheid, maar een Boeing 747 met 400 passagiers verbruikt 10.000 liter brandstof per uur. Die 60.000 liter  is dus goed voor 6 uur vliegen. Per hectare jatropha kan ongeveer 800 liter olie worden geproduceerd. Per uur vliegen heb je dus ruim 10 hectare nodig.
Als je niet wilt dat de jatropha productie ten koste gaat van de voedselproductie of leidt tot ontbossing moet je het aanplanten in droge gebieden. In Tanzania bijvoorbeeld komt daar 200.000 hectare voor in aanmerking. Dat is dus 20.000 uur vliegen met een Boeing 747. Bij KLM maakt een 747 ongeveer 5000 vlieguren per jaar. Dus de maximale duurzame productie van Jatropha in Tanzania is zo toereikend voor maar vier 747’s.

Het is duidelijk dat wanneer de luchtvaart over zou gaan op jatropha olie als brandstof er tientallen miljoenen hectares met jatropha gekweekt moeten worden. Die hoeveelheid grond is er niet, dus zal het bij enkele experimenten blijven die vooral PR waarde moeten hebben, zoals KLM directeur Eurlings in een patatkraam.

Er is al uitgerekend dat de eisen zoals de EU voor ogen heeft om in 2020 10% biobrandstoffen bij fossiele brandstoffen te mengen, volstrekt onhaalbaar zijn.
Er zijn te weinig grondstoffen om die enorme plas bio-olie te produceren.
Dat geldt niet alleen voor jatropha, maar ook voor frituurvet en afvalhout waar biobrandstof van wordt gemaakt.
Over enkele jaren zal blijken dat er een groot tekort is aan deze grondstoffen.

Tenzij er op grote schaal voedingsmiddelen zoals palmolie, maïs, suikerriet en soja wordt gebruikt. Maar dat is een ander verhaal.
Zo zien we bijvoorbeeld dat in de VS de prijs voor maïs het afgelopen jaar geëxplodeerd is. Van de totale maïsproductie in de VS wordt al 30% gebruikt voor de fabricage van biobrandstof en zolang de Amerikaanse overheid de ogen voor het voedselprobleem gesloten houdt en voor elke geproduceerde liter maïsolie $ 0.40 subsidie betaalt zullen boeren geneigd zijn maïs te gaan telen en hun oogst aan biobrandstof bedrijven leveren.
Gezien de eveneens sterk gestegen prijs van normale benzine lijkt het erop dat de bijdrage van  bio-olie in de VS niet voor lagere prijzen aan de pomp zorgt. Dat klopt want een groot deel van deze biobrandstof vindt z’n weg naar West Europa, dat tandenknarsend toekijkt hoe deze rijkelijk gesubsidieerde biobrandstof vanuit de VS wordt ingevoerd, waardoor het in de EU bijna onmogelijk is om te concurreren en vele biobrandstofbedrijven er de brui aan geven.


Proefboren schaliegas op Veluwe uitstellen

Donderdag 23 juni 2011

De Gelderse Milieufederatie heeft 22 gemeenten op de Veluwe (waaronder Apeldoorn, Epe en Brummen) en in de Achterhoek  een brief gestuurd met een oproep bij het Rijk aan te dringen op een voorlopig verbod op proefboringen naar  steenkool- of schaliegas.

Het gaat om proefboringen die het Australische bedrijf Queensland Gas Company wil doen in de Achterhoek en op de Veluwe. Daarvoor heeft het ministerie van Economische Zaken in 2009 toestemming verleend, maar de Provincie Gelderland en de Gelderse Milieufederatie hebben daar bezwaar tegen aangetekend.

De Gelderse Milieufederatie wil een uitstel van de proefboringen zolang er onduidelijkheid is over nut en noodzaak ervan en over de effecten op de ondergrond en het grondwater. Dat heeft te maken met het feit dat bij het boren naar dit gas veel boorgaten worden gemaakt. Als gevolg daarvan kunnen lagen die ondermeer grondwater tegenhouden lek worden geprikt, wat weer gevolgen voor de grondwaterstand kan hebben.

Verder is de winning van schaliegas omstreden door het vrijkomen van grote hoeveelheden methaan die weglekken tijdens de winning en het gebruik van chemicaliën.


Mogelijk krijgt heel Drenthe windenergie

Woensdag 22 juni 2011

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) begint een onderzoek naar de effecten van een mogelijk windmolenpark in de Drentse gemeente Borger-Odoorn. Het park moet een vermogen krijgen tussen de 300 en 450 Megawatt. Hiermee kunnen alle inwoners van Drenthe van elektriciteit worden voorzien.

Windenergieprojecten van nationaal belang vallen onder de Rijkscoördinatieregeling. Daarbij besluiten de ministers van EL&I en van Infrastructuur en Milieu over de totstandkoming. Daarbij worden eerst effecten op de leefomgeving, gezondheid en natuur in kaart gebracht. De startnotitie over de opzet van het onderzoek door EL&I ligt vanaf 24 juni voor inspraak ter inzage op het gemeentehuis van Borger-Odoorn.

Het kabinet kiest voor een evenwichtige mix van verschillende vormen van energie. Dat verzekert de betrouwbare aanvoer van energie, zadelt mensen en bedrijven niet op met onnodig hoge energiekosten en mobiliseert de kracht van de energiesector.

Goedkoopste technieken
EL&I-minister Maxime Verhagen windparken op land van groot belang. Volgens hem maakt een Drents windmolenpark dan ook kans op uitvoering. ‘We steunen als eerste de relatief goedkoopste technieken. Wind op land is daar één van. Zo wordt er per euro belastinggeld meer groene energie opgewekt.’

LOFAR
Naast het rijksonderzoek onderzoekt Astron, eigenaar van de Lofar-sterrenwacht bij Exloo, al mogelijke storing door de vestiging van windmolens rond de sterrenwacht. Dit onderzoek wordt deze zomer afgesloten.

Zie hier een eerder artikel over Lofar en windmolens.


Voorlopig geen proefboringen naar schaliegas in Brabant

Woensdag 22 juni 2011

De komende maanden vinden er in Brabant geen proefboringen naar schaliegas plaats. Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft dit besloten.

Eerst moeten volgens de bewindsman alle risico’s van deze activiteiten zijn weggenomen.

Aardbevingen
De beslissing van Verhagen komt twee weken na aardbevingen, begin deze maand in Engeland waar Cuadrilla al naar schaliegas boort. Vanuit ons land is het bedrijf om opheldering gevraagd. Cuadrilla wil ook in Boxtel en Haaren gaan boren.

‘Ik kan u verzekeren,’ zo schrijft Verhagen aan de Tweede Kamer, dat indien blijkt dat er sprake is van onacceptabele risico’s, er geen boringen naar schaliegas zullen plaatsvinden.’ Hij wil het licht pas op groen zetten wanneer de veiligheid is verzekerd en ‘afdoende rekening is gehouden met de onderzoeksresultaten van de aardbevingen in het Verenigd Koninkrijk.’

Onlangs pleitten Gedeputeerde Staten nog vergeefs voor een zogeheten moratorium. Jules Iding noemde het toen uitermate teleurstellend dat Verhagen niet rustiger aan wil doen met de proefboringen. De provinciebestuurder vindt dat de bewindsman zich schuldig maakt aan minachting van de Brabanders.

BGS
De Britse geologische dienst BGS heeft over de laatste aardbeving op 27 mei in Blackpool gezegd dat het epicentrum lag op 500 meter van de plek waar Cuadrilla boort. De diepte werd bepaald op ongeveer 2 kilometer.

De schokgolven waren vergelijkbaar met de zwaardere beving op 1 april. Kort voor beide bevingen werd water in de grond geïnjecteerd, een bekende oorzaak voor kleinere bevingen.

De omstandigheden ‘suggereren’ dat er een verband mogelijk is, aldus de voorzichtige eerste conclusie van de BGS.


Vliegen op frituurvet

Woensdag 22 juni 2011

Als eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld opent KLM in september een lijndienst op frituurvet. De toestellen vliegen op afgedankte olie uit restaurants en friteuses tussen Amsterdam en Parijs.

“Een wereldprimeur voor Nederland en een enorme doorbraak voor de luchtvaart”, aldus KLM-directeur Camiel Eurlings. „De vergunning is nagenoeg rond en we zijn er helemaal klaar voor”, stelt de ex-minister vanaf de gisteren gestarte luchtvaartshow in Parijs.

KLM denkt dit najaar zeker al tweehonderd vluchten uit te kunnen voeren tussen Schiphol en de Franse hoofdstad, tevens de thuisbasis van partner Air France.

De Boeings 737 zullen daarbij straks nog maar voor de helft met kerosine en voor de andere helft met frituurvet worden volgetankt. „Daardoor zijn geen aanpassingen aan de motoren of de brandstoftanks nodig, maar vliegen we wel een stuk schoner en wordt veel minder CO2 uitgestoten”, aldus Eurlings.

Eurlings hoopt met de doorbraak ook de discussie in Europa over de omstreden nieuwe energieheffing open te breken.


Windenergie op zee zal Belgische consument 14 miljard euro extra kosten

Dinsdag 21 juni 2011

De Vlaamse oppositiepartij LDD heeft nagerekend hoeveel geld de overheid wil (laten) besteden aan de nieuwe duurzame energie. Over enkele maanden wordt de zevende concessie voor een windmolenpark in de Noordzee toegewezen. Voor LDD is het duidelijk waarom drie kandidaten zo ijverig de buit binnen willen halen.

Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD: “Volgens de CREG, de federale reguleringscommissie voor gas en elektriciteit, zullen de zeven geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn. De oudste concessiehouder, C-Power zegt daarmee ieder jaar 1075 GWh (Gigawattuur) of 1.075.000 megawattuur stroom te kunnen opwekken. Tegen een gemiddelde prijs van 102 euro per MWh zal C-power 109.650.000 euro incasseren aan groenestroomcertificaten. Elk windmolenbedrijf zal dus 100 miljoen euro per jaar kosten aan groene stroomcertificaten. Met 7 parken levert dat jaarlijks een extra kostenplaatje op van 700 miljoen euro voor de consument.”

Wettelijke woekerwinsten
LDD wijst er op dat de concessies worden verleend voor een periode van twintig jaar met een vaste prijsgarantie. In de komende 2 decennia zullen de windmolenaars voor 14 miljard euro certificaten op zak steken, bovenop de normale elektriciteitsprijs, want de consument betaalt dubbel: éénmaal voor groenstroomcertificaten en éénmaal voor de elektriciteit.
Jean-Marie Dedecker: “De zeven windmolenparken zullen naast 14 miljard euro voor de certificaten nog minimum 7 miljard euro incasseren voor hun productie. Twintig jaar subsidies betalen voor een project dat na acht jaar is afbetaald, afgeschreven en winstgevend , wekt de indruk van Siciliaanse toestanden of gelegaliseerde diefstal. Voor die 14 miljard euro kan de privé twee kerncentrales bouwen met een veelvoud van de capaciteit van onze off-shorewindmolens, en zonder certificaten!”

Extraatjes van overal
Als toemaatje hebben de producenten van windenergie nog bedongen dat de groene stroom betaald wordt op de nettoproductie vòòr tranformatie bovenaan in de windmolen en niet wanneer ze aan land komt in de elektriciteitscentrales. Door de grote afstand naar de windmolens van 30 tot 66 km is er een vermogensverlies van 4 tot 5 procent op de voedingskabel.. Dat verlies wordt ook gedekt met groenestroomcertificaten, en doorgerekend aan de consument, voor stroom die in zee verdwijnt.
Jean-Marie Dedecker: “De subsidiedrift van de regering kent geen grenzen: voor de voedingskabel van de Thorntonbank die 27 km diep in de Noordzee ligt, heeft de federale overheid via netwerkbeheerder Elia 25 miljoen euro opgehoest, voor amper 6 windmolens. Elia moet ook het hoogspanningsnet van 380kv (kilovolt) doortrekken van Eeklo tot Zeebrugge, omdat het huidig netwerk van 150 Kv dat uit Brugge en Bredene vertrekt schromelijk tekort om de capaciteit van de zeven geplande windmolenparken op te vangen. Weer een kost van 800 miljoen tot 1 miljard euro voor werken die 12 jaar in beslag nemen. Het geld van de belastingbetaler is het fundament van de energieluchtkastelen.”


VS bouwen ‘s werelds grootste zonnecentrale

Dinsdag 21 juni 2011

LOS ANGELES – In de Amerikaanse staat Californië is de eerste spade de grond ingegaan voor ‘s werelds grootste energiecentrale op zonne-energie. de installatie moet evenveel stroom opleveren als een kerncentrale.

Het project in de woestijn bij Blythe, 350 kilometer ten oosten van Los Angeles, moet in 2013 bijna 1000 Megawatt aan stroom gaan leveren: genoeg voor 300.000 tot 750.000 huishoudens.

De centrale krijgt enorme paraboolspiegels om het zonnelicht te bundelen. De installatie is een initiatief van de Duitse firma Solar Millennium en kost circa 3 miljard euro.

De bouw is een grote stap in het Amerikaanse voornemen te komen tot meer hernieuwbare energie en een stabielere economie, zei de minister Ken Salazar van Binnenlandse Zaken. President Barack Obama heeft gezegd dat in 2035 80 procent van de Amerikaanse stroom uit hernieuwbare bronnen moet komen.


VS behoudt subsidies voor bio-ethanolproductie uit maïs

Dinsdag 21 juni 2011

De Verenigde Staten handhaaft de subsidie op de productie van bio-ethanol uit maïs. De Amerikaanse Senaat heeft een wetsvoorstel om de subsidies te schrappen, weggestemd. De overheid geeft 45 dollarcent per liter subsidie op de productie van bio-ethanol uit maïs.
Bovendien gelden invoerheffingen op de import van bio-ethanol. De subsidie is wettelijk geregeld tot eind dit jaar.

Begin dit jaar is in de VS een coalitie gevormd door milieuorganisaties, veehouders en veevoederfabrikanten. Zij vinden dat maïs onnodig duur is geworden door het subsidiebeleid van de overheid. Republikeinse senatoren hebben daarop een wetsvoorstel ingediend om de subsidie te schrappen. Het voorstel is onlangs weggestemd met 59 tegen 40 stemmen.

De VS wil met met behulp van het subsidiebeleid voor de productie van bio-ethanol uit maïs minder afhankelijk worden van de import van aardolie. Door dit beleid is vorig jaar ruim een derde van alle maïs in de VS verwerkt tot bio-ethanol. Het heeft de maïsprijs vorige maand opgedreven tot een recordhoogte.


Mestvergistinginstallaties ingezet om afval om te katten

Dinsdag 21 juni 2011

Staatssecretaris Joop Atsma (CDA, Infrastructuur en Milieu) gaat extra toezicht houden op de stoffen die in mestvergistinginstallaties worden verwerkt. Uit onderzoek van het ministerie is namelijk gebleken dat er het nodige schort aan deze controle.

De aanleiding voor Atma’s plan is dat bij inspectie door VROM-medewerkers is gebleken dat op grote schaal wordt gefraudeerd bij het vullen van de biogas-installaties.
“Regelmatig werden producten omgekat of weggemengd in andere partijen, administraties bleken vaak niet volledig of inzichtelijk”, aldus de staatssecretaris.

Het blijkt dat in de zogeheten co-vergisters vaak ook schadelijk afval van niet organische oorsprong wordt verbrand. Volgens de wet moet minstens de helft van de inhoud bestaan uit mest aangevuld met stoffen van plantaardige of dierlijke herkomst. Voor de toegevoegde co-stoffen gelden strenge voorwaarden. Alleen de bijproducten die door de overheid op een ‘positieve lijst’ zijn gezet mogen worden gebruikt. Deze lijst is zeer beperkt. Om de vergisters gevuld te krijgen worden vaak ook geïmporteerde co-stoffen gebruikt. Deze kunnen echter niet worden gecontroleerd.

De indruk bestaat dat eigenaren en toeleveranciers steeds vaker verboden stoffen verbranden. De bio-installaties worden zo illegale ‘afvalovens’. Vermenging kan gevaar opleveren voor de eigenaar, de volksgezondheid en het milieu.

Staatssecretaris Bleker(ook CDA) wil veehouders juist toestaan om naast mest, acht nieuwe producten in de mestvergister te verwerken. Hij denkt daarbij aan onder andere aardappelpersvezel, bieten- en uienpulp, bierborstel (restproduct van bierbrouwerijen) en brood- en deegresten. Op zichzelf is dat weer vreemd, want deze reststoffen worden tot dusver gebruikt als veevoer.

Bleker wil zelfs nog een stapje verder gaan en boeren de ruimte geven om zelf producten te testen of deze geschikt zijn voor vergisting. De kans is niet ondenkbaar dat mestvergistingsinstallaties daardoor ingezet gaan worden om op een goedkope manier af te komen van allerlei restafval. Extra toezicht is om die reden wenselijk en noodzakelijk.


Minder kernenergie, meer windmolens goed voor werkgelegenheid in Nederland

Zaterdag 18 juni 2011

De regio Eemshaven is blij met het Duitse halt tegen kernenergie. Hierdoor is de aandacht voor duurzame energie gegroeid. De aandacht gaat niet alleen uit naar projecten in Duitsland, maar ook projecten in de buurlanden, met name Nederland.
Zo heeft Duitsland grote interesse in het bedienen van de bouw van windparken vanuit de Eemshaven.

Terminalbedrijf Orange Blue
Het in Hamburg gevestigde Buss Ports zal in de Eemshaven het terminalbedrijf Orange Blue Terminals vestigen. Hier wordt de lading overgeslagen voor bouw van windparken.
De locatie beslaat een oppervlakte van 22 hectare.
Buss zal een gedute concurrent worden voor de al gevestigde bedrijven in de Eemshaven, zoals Wagenborg en Wijnne & Barends.

Duitse Noordzee vol windparken
Er zijn vele tientallen windpaken gepland in het Duitse deel van de Noordzee. Hierdoor wordt een extra werkgelegenheid in Duitsland gecreëerd van 10.000 banen de komende 10 jaar.
Vanaf de Eemshaven zijn die windparken makkelijk te bereiken.
Omdat alle grote Duitse windparken binnen het verzorgingsgebied liggen, is de Eemshaven een zeer geschikte uitvalsbasis.
Enercon, Bard en Vestas, drie grote Europese windmolenbouwers zijn alle drie actief in de Eemshaven.

Uitbreiding windpark Bard
Op 18 juni werd bekend, dat de concessie voor Bard wordt uitgebreid. Oorspronkelijk was ruimte voor 120 windmolens noordelijk van Schiermonnikoog van totaal 600 megawatt.
Dat is uitgebreid met 80 windmolens tot totaal 1000 megawatt.


Kadaster en Ecofys helpen bij energiebesparing in wijken

Vrijdag 17 juni 2011

Apeldoorn – Het Kadaster gaat samen met Ecofys gemeenten helpen met het besparen van energie in woonwijken.

De twee instellingen hebben daartoe een wijkgerichte energiecampagnescan ontwikkeld. Daarmee kan inzicht worden verkregen in potentiële besparingen van koopwoningen per wijk.

De scan is voor het eerste toegepast in Apeldoorn, tot grote tevredenheid van de gemeente. “Met behulp van de scan zijn we in staat om ons te focussen op de meest kansrijke buurten en te kiezen voor de juiste energiebesparingsmaatregelen. Verschillende wijken vereisen namelijk verschillende stimuleringsactiviteiten van de gemeente”, aldus een woordvoerder.


Ondernemers met aardwarmte in de put

Vrijdag 17 juni 2011

De aardwarmteprojecten bij potplantenkwekerij Ammerlaan en tomatenkwekerij Duijvestijn mogen pas weer in gebruik worden genomen als de ‘wellhead’, een soort afsluiter, is aangepast. Dat stelt Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Ook moet er speciale gas- en oliescheidingsapparatuur worden ontwikkeld en aangeschaft. Bovendien zullen de vervuilde bronnen moeten worden schoongemaakt. Dit  alles brengt enorme kosten met zich mee.

Er is daarom een verzoek tot financiering ingediend bij Kas als Energiebron. Tijdens de vergadering van de Sectorcommissie Energie is besloten om bij te dragen in de kosten van de ontwikkeling van een nieuwe wellhead. Voor de scheidingsapparatuur wordt nog onderzocht hoe de financiering plaats gaat vinden, maar ook daaraan zullen het Productschap Tuinbouw (PT) en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) bijdragen. Het schoonmaken van de bronnen is een private aangelegenheid. Het Programma Kas als Energiebron stelt dat Ammerlaan en Duijvestijn  pioniers zijn, die de weg vrijmaken voor een bredere toepassing van aardwarmte. Steun wordt daarom reëel geacht.

Wellhead
Bij het ontwikkelen van de nieuwe wellhead zijn de specificaties van de olie- en gasindustrie maatgevend. De twee tuinbouwbedrijven moeten een plan van aanpak indienen voor het realiseren van de vereiste aanpassingen. SodM toetst vervolgens deze plannen. SodM gaat er vanuit dat bij alle nieuw te ontwikkelen aardwarmteprojecten ook olie en/of gas naar boven kan komen. De nieuwe specificaties en het nieuwe programma van eisen voor de winningslocatie zal daarom voor alle toekomstige projecten gaan gelden.

Als de winning is herstart moet er nog een oplossing komen voor het vraagstuk van het scheiden van olie en gas van de waterstroom. Dit om vervuiling van de warmtewisselaars tegen te gaan. Er zijn hiervoor installaties op de markt, maar het is niet bekend of deze toereikend zijn. Mogelijk moet er nieuwe apparatuur worden ontwikkeld.

Ondernemers die binnenkort een aardwarmteproject op stapel hebben staan, zijn gevraagd om deel te nemen in een klankbordgroep.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Het Staatstoezicht op de Mijnen gaat er nu van uit dat bij alle nieuw te ontwikkelen aardwarmteprojecten ook olie en/of gas naar boven kan komen en dat alle nieuwe installaties aangepast moeten worden.

Het is opmerkelijk dat een dergelijk orgaan niet eerder op het idee is gekomen dat er behalve warm water, ook olie en gas omhoog kan komen.
Of leven deze mensen nog in het Limburgse kolen tijdperk?

Eén ding is zeker, het gaat weer miljoenen aan gemeenschapsgeld kosten om de problemen op te lossen.


Nederland loopt met CO2-vulpunt voorop

Vrijdag 17 juni 2011

In Apeldoorn werd gisteren het eerste onbemande CO2-vulstation van Nederland geopend en zeven andere locaties volgen op afzienbare tijd. De vraag is slechts hoe snel ‘de wereld’ aanhaakt.

Daarmee loopt Nederland internationaal voorop.

Tijdens de feestelijke ingebruikname op het duurzame bedrijventerrein Ecofactorij werd direct al naar het buitenland gekeken. Met het CO2-vulpunt bedient Thermo King de transportsector, die de CO2 gebruikt als koelstof. Daardoor wordt het gebruik van diesel teruggedrongen, ontstaan stillere wagens en krijgen de koelmachines meer vermogen. De units zijn CO2-neutraal.

Bij de opening werd voorgerekend dat iedere koeling pakweg drieduizend werkuren per jaar heeft. Per uur wordt er 2,6 liter brandstof gebruikt. In de wetenschap dat er pakweg vijfduizend koelauto’s in Nederland rondrijden, kan dankzij de CO2-koeling 39 miljoen liter brandstof per jaar worden bespaard. De uitstoot van die diesel staat ongeveer gelijk aan de CO2-uitstoot van 7500 huishoudens.

De grote supermarktketens zijn in Nederland de voorlopers bij het gebruik van de CO2-koeling. In de wetenschap dat er jaarlijks in Nederland 640 miljoen kilometer vervoer naar de supermarkten is, speelt het hygiëne-aspect van de CO2-koeling een belangrijke rol. “Denk bijvoorbeeld aan die bacterie die niet te traceren was (EHEC, red.)”, zei presentator Robert Goevaers. “Voedselveiligheid staat ook in het transport bovenaan en ook in dat opzicht is de CO2-koeling een stap vooruit.”

Volgens Cor van Bergen Bravenboer van Thermo King Transportkoeling zullen binnen afzienbare tijd ook internationale distributeurs op de CO2 gaan terugvallen. Er is bijvoorbeeld al interesse getoond vanuit Marokko en ook de Duitse supermarktketen Edeka overweegt het. “Ik ben er van overtuigd dat we hiermee een belangrijke bijdrage leveren voor een schoner en stiller milieu en dat we hiermee de transportbranche als groen op de kaart gaan zetten.”

De Apeldoornse wethouder Olaf Prinsen is blij met de primeur. “Om onze ambities in 2020 energieneutraal te worden te kunnen verwezenlijken zullen we bedrijven en inwoners mee moeten krijgen. Ik ben blij met een bedrijf dat z’n nek durft uit te steken.”


Persbericht Waste4Energy

Mega opdracht voor Waste4Energy

Vrijdag 17 juni 2011

Amsterdam – Na ruim een halfjaar onderhandelen is het Waste4Energy VOF gelukt om een megaopdracht met een waarde van € 300 miljoen voor een periode van 3 jaar binnen te halen, waardoor een doorstart van Biovalue direct gerealiseerd kan worden.

Het betreft een exclusieve overeenkomst met Waste4Energy voor het persen van koolzaad en het verwerken tot koolzaadkoek en biodiesel en andere producten op de locatie van Delta Biovalue voor een van de grootste spelers in de wereld van edible Oils met een omzet van US$ 5.3 miljard.

Met deze opdracht kan Biovalue een probleemloze doorstart maken, elke 14 dagen wordt er een schip met 7500 ton koolzaad geleverd, de biodiesel, en andere producten worden na verwerking weer opgehaald.

Per ton verwerkte koolzaad ontvangt Waste4Energy een meer dan kosten dekkend bedrag.

Hierdoor is de werkgelegenheid voor alle (ex)werknemers gegarandeerd.

Helaas heeft Waste4Energy te maken met een curator die om onduidelijke redenen steeds de boot af houdt, terwijl een doorstart al in januari plaats had kunnen vinden.


Realisatie windparken op zee kan en moet goedkoper

Donderdag 16 juni 2011

De ontwikkeling en realisatie van windparken op zee kan en moet veel goedkoper. De overheid moet duidelijke randvoorwaarden scheppen en beter samenwerken met het bedrijfsleven om Nederland een thuishaven te maken voor een florerend offshore windsector. Dat stellen Nederlandse bedrijven uit de offshore windsector in een oproep die vanavond aan het Ministerie van EL&I wordt aangeboden.

De bedrijven stellen in de oproep dat het Nederlandse duurzame energiebeleid vanuit kostenperspectief vooral gericht is op de meest rendabele technieken op korte termijn, zoals inzet van biomassa en ontwikkeling van windparken op land. Toch zijn juist offshore windparken noodzakelijk om de transitie naar een duurzame energievoorziening te laten slagen. Bovendien levert een sterke offshore windsector veel hoogwaardige werkgelegenheid op en draagt het bij aan de energieonafhankelijkheid van Nederland.

Nederland heeft in alle opzichten baat bij een sterke offshore windsector en het is de taak van de overheid om de juiste randvoorwaarden te scheppen, zo stellen de bedrijven in de oproep die wordt aangeboden in het kader van de internationale Winddag.

Reactie van de redactie van Fibronot.nl

Het begint er steeds meer op te lijken dat bedrijven die in deze sector de dienst uitmaken getroffen worden door de bezuinigingen.
Men aast op de subsidiepotten (lees belastingeld) die nagenoeg leeg zijn.

Zie ook het artikel Regering bezorgt Nederland slechtste vestigingsklimaat voor windenergie


Heeft Typhoon de wind tegen?

Woensdag 15 juni 2011

Met veel tamtam werd vorig jaar november het partnerschap tussen Bard en Typhoon Capital aangekondigd.
Bard gaat twee windmolenparken ten noorden van de Waddeneilanden bouwen en heeft daar naar schatting twee tot twee en een half miljard Euro financiering voor nodig. Typhoon Capital is daarbij aangetrokken om die € 2,5 miljard te vinden.
Maar loopt het allemaal wel zo lekker? Gezien de ontwikkelingen lijkt de financiering maar moeilijk op gang te komen.

Typhoon is het jonge Amsterdamse bedrijf van Dirk Berkhout en Dennis Lange, twee voormalige bestuurders van het ten onder gegane duurzame energiebedrijf Econcern. Het tweetal heeft, terecht of onterecht, een omstreden reputatie.
Nadat in 2009 voor Econcern het doek viel gingen twee aangestelde curatoren aan de slag met het verkopen van onderdelen uit de boedel. Het consortium Typhoon van Lange en Berkhout werd door de curatoren om onbekende redenen geweerd uit de biedingsrondes. Bij Econcern-projecten onder de verantwoordelijkheid van Lange en Berkhout zijn vraagtekens gezet, overigens alleen op basis van anonieme bronnen in de media.

Typhoon heeft de opdracht om een bedrag van € 2 mrd tot € 2,5 mrd aan te trekken, zodat de bouwplannen van Bard realiteit kunnen worden. Daar is enige haast bij geboden, want Bard hoopt er op om in 2012 aan de slag te kunnen gaan met het park. Het is de bedoeling dat de turbines op zee vanaf 2015 stroom leveren. Het lijkt erop dat andere energiebedrijven kunnen instappen als aandeelhouder van de Bard-parken. De helft van het kapitaal moet komen van beleggingsfondsen, verzekeraars en pensioenfondsen en mogelijk grote (nuts) bedrijven. Ook denken de initiatiefnemers dat er gemeenten zijn die misschien slapende gelden die ze met de verkoop van aandelen van NUON hebben verdiend, kunnen inzetten.

Kennelijk loopt het allemaal niet zo soepel als verwacht. Gemeenten houden de hand op de knip waar de NUON miljarden inzitten. Investeerders kijken de kat uit de boom en ook banken zijn huiverig om in het huidige klimaat rondom de Euro en Griekenland honderden miljoenen te investeren waar het enkele ex medewerkers van Econcern betreft, ook al hebben ze niet direct schuld aan het faillissement van Econcern.

Wie nu wil investeren in de offshore windmolenparken van Bard, krijgt een keuzemenu voorgeschoteld. Al naar gelang je voorkeuren kan je je geld steken in het windmolenpark, in het hoogspanningsstation plus exportkabel, of in beide delen.

De twee windmolenparken van Bard van ieder 600 MWatt, hebben ieder een ander risicoprofiel gekregen. Een woordvoerder van Typhoon Capital zegt dat het daarom logisch is om ze op te knippen.
Er is niet zozeer sprake van een hoger of lager risico, maar van een ‘ander’ risico.
Volgens de woordvoerder van Typhoon Capital zijn er investeerders die zich specialiseren in infrastructuur.
Er is meer kans om zulke partijen binnenboord te krijgen als je het project uit elkaar haalt. Deze partijen zien de exportkabel als een soort tolweg, waarbij betaald wordt al naar gelang het gebruik.

In het windparkgedeelte zijn weer andere partijen geïnteresseerd. Grote bedrijven die invulling willen geven aan hun beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, kunnen investeren in de meer ‘sexy’ turbines. Zo’n bedrijf kan dan mooi zijn logo op zo’n windmolen schilderen.
Namen van mogelijke investeerders worden uiteraard niet genoemd, maar volgens de woordvoerder is Typhoon  in vergevorderd onderhandelingsstadium met ongeveer vier grote bedrijven die zich groener willen profileren of die hun CO2-voetafdruk willen verkleinen. Ze zijn in de eerste plaats gedreven door CO2-reductie en een beter imago, zegt de woordvoerder van Typhoon Capital.

De verschillen van beide delen komen tot uiting in de manier waarop ze gefinancierd worden. Bij het windpark moet de helft van het geld komen in de vorm van bancaire leningen, 35% komt in de vorm van achtergestelde leningen, mezzanine wordt dit in financieel jargon genoemd. Het zijn een soort kredieten met hoog risico en een hoger rentepercentage dan bancaire leningen, maar een lager risico dan eigen vermogen.
Mezzanineverschaffers zijn ook geen eigenaren van het project. De laatste 15% bestaat uit eigen vermogen. Duurzaam beleggingsfonds Meewind maakte in maart bekend EUR 150 mln van de beoogde EUR 700 mln mezzanine voor zijn rekening te nemen. “Bij windparken is er een bredere maatschappelijke interesse om deel te nemen. Daarom bouwen we daar de mezzanine-optie in”, zegt de woordvoerder van Typhoon.

Voor het gedeelte ‘stopcontact’ ziet  de woordvoerder van Typhoon in principe geen rol weggelegd voor mezzanine-geld. Daar wordt alleen gebruik gemaakt van bancaire leningen en eigen vermogen. Bij grids zijn investeerders veel meer geïnteresseerd in eigendom.
Typhoon verwacht dat de financiering eind dit jaar rond is en dat er in de zomer van 2012 gebouwd kan gaan worden. “Dit kan sowieso niet eerder omdat er in het eerste helft van het jaar niet geheid mag worden, om de onderwaterrust te bewaren.” Maar er zijn tot die tijd nog wel wat financiële gaatjes te vullen.

Er is uiteraard de subsidie. Bard won de tender voor wind op zee en krijgt over 15 productiejaren uitgesmeerd maximaal € 4,3 mrd SDE-subsidie. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) verwacht echter eerder € 3,5 mrd kwijt te zijn, op basis van de huidige energieprijsprognoses. Maar om de twee windparken plus stopcontact te bouwen, is er ook geld nodig. Typhoon Capital heeft zelf een belang van 30% in het project. “Maar het is de bedoeling om het gehele project te plaatsen bij investeerders”, zegt de woordvoerder van Typhoon, “als we een paar miljoen op de plank hadden liggen, zouden we nog een klein belang kunnen houden, maar dat is niet het geval.”

De windparken kosten naar schatting € 2 mrd om te bouwen, en het stopcontact € 500 mln. Van die € 2 mrd moet dus € 1 mrd komen van banken. Typhoon zegt wel dat het in Zuid-Europa rustig moet blijven. “Als Griekenland failliet gaat hebben we een probleem.” Overigens kunnen we er volgens de financiële man van Typhoon van uit gaan dat “de Europese investeringsbank ook een rol gaat spelen in het project”.

Het mezzanine deel van 35% is ook nog niet geheel gedekt. Meewind participeert dus voor € 150 mln, maar dan blijft er nog € 550 mln over. Volgens Typhoon  wordt hier aan gewerkt. Ten slotte is er het deel eigen vermogen van 15%. Afvalverwerker en energiebedrijf HVC heeft onlangs een belang van 15% genomen in het taartpunt ‘eigen vermogen’ in zowel het windpark als in het stopcontact. De bedrijven waar Typhoon momenteel mee in gesprek is, die van hun logo op de windmolen, moeten samen ook een flink deel van taartpuntje eigen vermogen voor windmolens voor hun rekening nemen.

Dan het stopcontact.
Zoals gezegd hier geen mezzanine-deel. Hoe de verdeling tussen bancair geld en eigen vermogen ligt, kan Typhoon  nog niet zeggen. Ook niet over de bedrijven waarmee momenteel gesprekken worden gevoerd. Al ligt het volgens Typhoon wel in de lijn der verwachting dat het aantal partijen hier een stuk kleiner is.


Ferm-O-Feed: mogelijk geen herbouw

Dinsdag 14 juni 2011

Het is onduidelijk of het door brand verwoeste Ferm-O-Feed in Zeeland herbouwd kan worden. De mestverwerker kampt naar eigen zeggen met ellenlange procedures voor een mogelijke doorstart. Dat meldt het Brabants Dagblad zaterdag.

Vergunningen
Zo zou het aanvragen en verkrijgen van vergunningen minstens een jaar duren, stelt advocaat C. van Steen na de rechtszaak tussen het bedrijf en de gemeente Landerd. De twee liggen met elkaar in de clinch over een eerder opgelegde dwangsom van 500.000 euro. De mestverwerker bouwde voor de brand zonder toestemming van de gemeente een nieuwe luchtwasser.

‘Geen faillissement’
Bij het jaar moeten vanwege de herbouw negen maanden opgeteld worden, zegt Van Steen. De advocaat ontkent in de krant echter dat het bedrijf daardoor afstormt op een faillissement.

Zwaarwegende redenen
Wethouder Harrie van Dongen verwacht niet dat de procedures lang in beslag nemen. Er moeten wel heel ‘zwaarwegende redenen’ zijn waarom het terrein niet op dezelfde manier vergund kan worden, stelt hij.

Zie ook het artikel: Kippenmestverwerker Ferm-O-Feed en de wet


Regering bezorgt Nederland slechtste vestigingsklimaat voor windenergie

Zondag 12 juni 2011

De energie- en offshorebedrijven geven het Nederlandse vestigingsklimaat voor offshore wind het laagste cijfer van alle landen in Noordwest-Europa, ondanks dat ons land een uitstekende uitgangspositie kent.

Ook vindt een ruime meerderheid van hen dat een sterke thuismarkt onontbeerlijk is voor de kennisontwikkeling en innovatie in deze sector. De Nederlandse overheid zou moeten zorgen voor een stabiele lange termijnvisie en zelf actief moeten participeren om het potentieel van wind op zee als duurzame energiebron te benutten. Dit blijkt uit een onderzoek van PwC in opdracht van coöperatie Zeekracht.

Groot-Britannië en Duitsland komen als beste uit de bus wat betreft het vestigingsklimaat. Groot-Britannië scoort vooral goed vanwege de sterke visie en actieve betrokkenheid van de overheid bij de sector en de eenvoudige vergunningverlening voor windparken. Het stimuleren van de nationale offshore windsector is noodzakelijk voor innovatie, het opbouwen van kennis en economische activiteit. Dolf Elsevier van Griethuysen van Ballast Nedam: ‘Het werkgelegenheidseffect van Offshore Wind voor de hele Nederlandse industrie wordt zwaar onderschat. Denemarken, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, en nu ook Frankrijk halen ons links en rechts in en we hebben weer het nakijken als we achterover blijven leunen.’

De rol van de overheid
De overheid heeft een belangrijke rol te spelen door het vastleggen van een heldere lange termijnvisie en beleid voor offshore wind. Deze ontbreken nu. Ook kan de overheid de kosten van kapitaal voor windparken fors verlagen door publiek-private participatieconstructies op te zetten. Pieter Tavenier, directeur Offshore Wind van Eneco: ‘Bedrijven staan te popelen om verder aan de slag te gaan met wind op zee in Nederland. We beschikken over topcondities met onze havens, de geschikte zeebodem van de windvaste Noordzee en een sector die potentieel tot de wereldtop behoort met onze kennis en expertise van waterbouw. Als we dit slim uitbouwen heeft Nederland er een duurzame economische groeisector bij met enorme perspectieven.

Wind op zee onmisbaar voor halen duurzame energiedoel
Volgens 89% van de geinterviewde bedrijven is forse groei vanwind op zee noodzakelijk om de 14% duurzame energiedoelstelling in 2020 te halen. Bovendien vindt de helft van de bedrijven dat nu geinvesteerd moet worden om de doelstellingen in 2020 tijdig te kunnen realiseren. Doorschuiven van aanbestedingen van windparken naar een ander kabinet is geen optie vanwege de termijn van minimaal 5 jaar die nodig is om windparken te bouwen. Ron Wit, voorzitter van Zeekracht: ‘Zonder een sterke thuismarkt in Nederland voor offshore wind gaan bedrijven op den duur naar het buitenland. Dit is al met een aantal bedrijven gebeurd, zo blijkt uit het PwC-onderzoek.’

Rapportcijfers vestigingsklimaat
Groot-Britannië 7.9
Duitsland 7.6
Scandinavië 6.8
België 6.6
Nederland 4.9

Het onderzoek
Het onderzoek door PwC bestond uit interviews met 25 directeuren en senior managers van de offshore industrie (o.a. Ballast Nedam, Fugro, Van Oord), energiebedrijven (o.a. Essent, Eneco, EON, Delta) en andere instellingen (Rabobank, Kema, Energie-Nederland).

Download hier het PwC rapport

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Opmerkelijk in het bovenstaande rapport is dat alle managers van de genoemde bedrijven die commentaar hebben op het door de overheid gevoerde beleid stuk voor stuk afhankelijk zijn van grote sommen overheidssubsidie (belastinggeld) om hun plannen te verwezenlijken.

Als offshore windenergie voor hen zo belangrijk is, waarom dragen ze dan zelf niet het ondernemersrisico? Waarom moet in dit land altijd de overheid voor dit soort risico’s opdraaien?
Waarom moeten de Nederlandse burgers met miljarden Euro’s belastinggeld bijdragen aan de hobby’s van een kleine groep mensen die denken dat de wereld vergaat zonder het gebruik van duurzame energie?

Het voorstel van de redactie van Fibronot.nl aan de overheid is dan ook om alle subsidies voor duurzame energieopwekking per direct af te schaffen en te wachten tot het beste bedrijf dat bereid is zelf risico te dragen, boven komt drijven.
En anders gaan ze toch gewoon naar het buitenland?


Verhagen: “duurzame energie moet betaalbaar blijven”

Zaterdag 11 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (EL&I) wil in het energiebeleid vasthouden aan de milieudoelen van het kabinet en de Europese Unie, maar streeft wel naar ,,zo laag mogelijke kosten voor consument en bedrijven.”

In een toelichting op zijn energierapport, waarmee het kabinet vrijdag instemde, komt de CDA-bewindsman met twee concrete nieuwe maatregelen.

Verhagen is met de energiebedrijven in gesprek om te komen tot een ,,verplicht aandeel duurzame energie’’, maar stelt hen nu al in het vooruitzicht dat kolencentrales in de toekomst verplicht worden om biomassa mee te stoken of bij te stoken.

Bovendien wijst de vicepremier erop dat de marsroute naar een duurzame energievoorziening gepaard zal gaan met miljardeninvesteringen in de landelijke energienetten. Hij wil dat particuliere beleggers hieraan ook bijdragen en wil dat bevorderen door hen een minderheidsaandeel te gunnen in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de hoogspanningsnetten en de pijpleidingen. De zeggenschap over die bedrijven moet dan bij de overheid blijven.

De Gasunie, de beheerder van het landelijke gasnetwerk die voor 100 procent in handen is van de staat, reageerde positief. Topman Paul van Gelder stelt tevreden vast dat de overheid aan gas een belangrijke rol toekent in de overgangsperiode naar een duurzame energievoorziening. Het kabinet houdt vast aan de gasrotonde ofwel aan Nederland als een spil in de gasvoorziening in Noord-West-Europa. Daarvoor moet gas uit andere landen hier worden opgeslagen en verder worden getransporteerd. Daarvoor zijn grote investeringen nodig en een gedeeltelijke privatisering van het netwerk kan dat dichterbij brengen.

TenneT, de landelijk beheerder van het elektriciteitsnet, geeft geen oordeel over het energierapport. TenneT raamt de investeringen die nodig zijn voor het landelijke net op 4 tot 5 miljard in de komende tien jaar. De Nederlandse netbeheerder heeft ook een groot deel van het Duitse stroomnet in handen en opperde eerder de mogelijkheid om bij de oosterburen te komen tot een gedeeltelijke privatisering. Het gaat dan om een belang in de verbindingen tussen windparken voor de Duitse kust en het vasteland.

Energie-Nederland, de organisatie van producenten en leveranciers van energie, denkt in september met Verhagen tot overeenstemming te komen over een verplicht aandeel duurzame energie. Dat zou dan op termijn geleidelijk de toeslag moeten vervangen die huishoudens en bedrijven moeten betalen voor de subsidies om duurzame energie op te wekken.

,,Daaraan zitten veel haken en ogen,’’ aldus Verhagen en dat zijn de bedrijven met hem eens. De minister wil voorkomen dat een systeem met groene certificaten niet goed blijkt te werken en dat het leidt tot beperking van concurrentie tussen bedrijven of tot oneerlijke concurrentie.

Verhagen blijft van mening dat kernenergie noodzakelijk is om te komen tot vermindering van uitstoot van CO2, ook al heeft Duitsland besloten dat alle kerncentrales in 2022 dicht moeten.


Apeldoorn optie voor opslag radioactief afval

Donderdag 9 juni 2011

Apeldoorn is een van de gemeenten die in aanmerking komen voor de ondergrondse opslag van radioactief afval, als minister Verhagen plannen hiertoe doorzet.

Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Greenpeace.

Met het oog op de bouw van een tweede kerncentrale in Nederland, komt Verhagen in 2014 met een plan voor de opslag.

Behalve in de zoutkoepels zou dat kunnen in gebieden met een bepaalde bodemstructuur. De zogenaamde ‘Boomse kleilaag’ die zich over heel Nederland en een deel van België uitstrekt moet dan minimaal honderd meter dik zijn en de top van de kleiformatie moet minimaal vijfhonderd meter diep liggen.

Apeldoorn ligt centraal in een van de vier gebieden die aan de voorwaarden voldoen, zo blijkt uit onderzoek van geologisch onderzoeksbureau T&A Survey in opdracht van Greenpeace. Ook Epe, Voorst en Brummen liggen in het deelgebied, dat loopt tot aan Nijmegen.

Greenpeace zegt de inwoners van de gemeentes in de betreffende gebieden te zullen informeren over de gevaren die volgens de organisatie kleven aan het ondergronds opslaan van radioactief kernafval.

De burgemeester van de gemeente Ermelo heeft minister Verhagen inmiddels gemeld geen radioactief afval in ‘zijn’ bodem te willen. Zijn Apeldoornse collega Fred de Graaf ziet daar nog geen aanleiding toe. Volgens woordvoerder Toon Schuiling heeft de gemeente Apeldoorn kennisgenomen van het onderzoek. Het betreft echter geen onderzoek van het ministerie of de provincie, maar van Greenpeace, benadrukt hij. De conclusie dat de Veluwe een potentiële locatie is voor de ondergrondse opslag van radioactief afval, is eveneens voor rekening van Greenpeace, aldus Schuiling.

Apeldoorn volgt samen met de provincie wat er qua landelijk beleid op komst is, zegt Schuiling. Een standpunt nemen over onwenselijkheid van opslag onder Apeldoornse bodem is niet aan de orde, zegt hij; ,,we nemen alleen standpunten in op basis van reële perspectieven en Greenpeace is voor zover wij weten niet het bevoegd gezag.” Wel stelt de gemeentewoordvoerder dat dit ‘geen prettige zaken zijn’.


Proefboringen schaliegas gaan door

Woensdag 8 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) ziet vooralsnog geen reden om een proefboring naar schaliegas in Noord-Brabant tegen te houden. Voor eventueel definitieve boringen, moet opnieuw toestemming worden verleend.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij woensdag dat in ons land ruime kennis en ervaring aanwezig is met het boren naar gas en de veiligheid voor mens en milieu gewaarborgd is.

Onderzoek gevolgen
Het Britse bedrijf Cuadrilla liet juist woensdag weten de ingenieursbureaus Haskoning en Oranjewoud onderzoek te laten doen naar gevolgen van een proefboring naar schaliegas in Boxtel.

Andere bodem
De bureaus hebben de opdracht gekregen om de overwegend positieve resultaten van een Engels onderzoek te vertalen naar de situatie in Boxtel, waar de geologische samenstelling van de bodem anders is en bovendien relatief diep geboord moet worden.

Onrust
Over de proefboring naar schaliegas is recentelijk veel onrust ontstaan. In Duitsland en Frankrijk wordt pas op de plaats gemaakt met de boringen. Onder meer de provincie Noord-Brabant en de gemeente Boxtel vroegen minister Verhagen om een onafhankelijk onderzoek.

2 vergunningen
Volgens Verhagen zijn proefboringen en testen nodig om duidelijk te krijgen hoeveel gas er is en waar het zit. Ook kan dan duidelijk worden of het gas in de toekomst goed gewonnen kan worden. Tot op heden zijn er 2 vergunningen verleend voor het opsporen van schaliegas.

Verhagen wijst erop dat als er later sprake is van winning van het gas, hij daar eerst apart toestemming voor moet verlenen.

Wethouder Peter van de Wiel van Boxtel is nog niet tevreden en laat desgevraagd weten dat alle schijn van partijdigheid moet worden vermeden om het publiek te overtuigen en gerust te stellen. De wethouder mist in het Engelse rapport bovendien de risico’s van aardbevingen die zich kortgeleden hebben voorgedaan in de regio van de proefboring in Engeland.


AKZO vecht tegen windmolens

Dinsdag 7 juni 2011

Het chemiebedrijf AkzoNobel in Delfzijl heeft bij de Raad van State met succes een  verzoek gedaan voor het treffen van een voorlopige voorziening tegen de bouw van twintig windturbines.
De windmolens van Millenergy moeten op de Schermdijk en de Pier van Oterdum komen. Volgens Akzo is het risico te groot. De molens zouden te dicht bij het Chemiepark komen te staan.

Millenergy kwam in 2010 eerder in het nieuws toen het bedrijf geen subsidie voor de bouw van twintig windmolens in Delfzijl kreeg. De ontwikkelaar voldeed niet aan de voorwaarden van subsidiegever Senternovem, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, zie hier .

Millenergy wist ook de aandacht op zich te vestigen door aan de gemeente Delfzijl een bedrag van € 45.000 te betalen in de hoop de aanvraagprocedure te versnellen. Voor dat geld konden dan extra medewerkers worden ingeschakeld.
De gemeente Delfzijl nam echter alle tijd en veranderde en passant in december 2010 het bestemmingsplan, zodat energiebedrijf Millenergy met de bouw van het windpark kon starten.

Volgens Akzo echter levert  het windpark op deze plaats gevaar op, omdat onderdelen, als ze losraken, op chloortanks van het chemiepark kunnen terecht komen. Dat risico is onaanvaardbaar en daarom maakte het bedrijf de gang naar de Raad van State.
Op 25 mei 2011 diende de zaak bij de Raad van State en schorste de voorzitter  bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Delfzijl van 16 december 2010.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State.

Voor Millenergy zijn de druiven extra zuur. Het bedrijf wilde voor 1 juli 2011 de benodigde vergunningen binnen hebben om een aanvraag voor de SDE+ in te dienen.


Persbericht: Wethouder Prinsen aspirant-lid van deA

Dinsdag 7 juni 2011

Wethouder Olaf Prinsen heeft zich ingeschreven als 285ste aspirant-lid van deA. deA is een energiecoöperatie in oprichting en wil duurzame energie in Apeldoorn produceren en leveren aan inwoners van Apeldoorn. De inschrijving vond plaats op het stadhuis, in aanwezigheid van twee kernteamleden van deA, Michael Boddeke uit Apeldoorn en Hanneke Stegeman uit Oosterhuizen.

Wethouder Olaf Prinsen tekent voor deA
Wethouder Prinsen tekent voor deA

Wethouder Prinsen benadrukte nogmaals dat hij dit soort initiatieven graag in de samenleving ziet ontstaan. ‘Mensen met passie voor een belangrijk onderwerp als energie. Die anderen mee weten te krijgen om iets van de grond te krijgen. In een groene gemeente als Apeldoorn moet een initiatief als deA zeker slagen, daar ben ik van
overtuigd’, aldus wethouder Prinsen.

Om deA echt van de grond te krijgen heeft deA 600 aspirant-leden nodig. Michael Boddeke: ‘Een groep van 600 aspirant-leden is 1% van de Apeldoornse huishoudens, Dat geeft voldoende draagvlak om te starten. We hebben er nu bijna 300 en hopen uiteraard dat meer mensen zich aanmelden op www.de-A.nl’

Inmiddels hebben ook een aantal maatschappelijke organisaties uitgesproken dat ze het initiatief steunen zoals woningcorporaties de ‘Goede Woning’ en de ‘Woonmensen’, het Waterschap Veluwe en de Rabobank. Ook zijn er gesprekken met organisaties die straks de duurzame energie gaan leveren. ‘Als we samen de schouders eronder zetten, is het een hele reële gedachte dat inwoners straks duurzame energie afnemen die ook echt in Apeldoorn is geproduceerd. Er zijn diverse voorbeelden in Nederland waar dit al zo gebeurt’, aldus Michael Boddeke.

deA is sinds de start eind vorig jaar al twee keer onderscheiden. Op 13 april 2011 met de PNuts Award en op 24 mei 2011 met de duurzame 100 stedendriehoek.


Duitsland straks propvol windmolens?

Maandag 6 juni 2011

Duitsland wil over elf jaar de laatste kerncentrale sluiten. Als de grootste economie van Europa het wegvallen van kernstroom wil compenseren met duurzame alternatieven, moet Duitsland pakweg het equivalent van Nederland overzetten op ecostroom.

De kernramp in Japan heeft tot een ommekeer geleid in de Duitse politiek. Bondskanselier Angela Merkel wil van kernenergie af.

De ommezwaai van de belangrijkste economie van Europa moet niet licht worden opgevat. Het tijdsschema, uitfaseren in elf jaar, is zeer ambitieus. Te meer daar het gros van de vervanging moet komen van duurzame alternatieven.

Meer ecostroom
De uitfasering van kernenergie moet in Duitsland gepaard gaan met een verhoging van de productie van duurzame bronnen van 17 naar 35 procent van de Duitse stroommix.

Ten minste, dat is de opzet. Duitsland heeft ook andere opties, zoals meer steen- en bruinkoolcentrales, die al 42 procent van het elektriciteitsverbruik dekken. Die brengen echter hun eigen milieubezwaren mee.

Vergelijking Nederland
Het aandeel van kernenergie in de Duitse energiemix is bij de stroomproductie 22,5 procent. Dat komt neer op 140 miljard kilowattuur per jaar. Het idee is om in ieder geval zo’n 112 miljard kilowattuur te vervangen door stroom gebaseerd op wind, zon en waterkracht. Let wel: dat is ongeveer evenveel als het jaarlijkse stroomverbruik in Nederland.

Maar is dit realistisch?

Windmolens voor de kust
Duitsland wil vooral inzetten op windparken voor de kust. Dat zal echter een hele toer worden.

Om een idee te geven: een moderne windturbine van zo’n 7 megawatt met een diameter van circa 125 meter voor de wieken, produceert zo’n 20 miljoen kilowattuur stroom per jaar. Reken je op wat extra technologische verbetering, dan zou één moderne zeeturbine wellicht 25 miljoen kilowattuur stroom per jaar kunnen leveren.

Afgezet tegen de 112 miljard kilowattuur aan ecostroom die Duitsland nodig heeft, heb je het dan over zo’n 4.500 megawindmolens. Als je die, met telkens een tussenruimte van 625 meter (vijf keer een rotordiameter van 125m), naast elkaar zet, dan kom je op ruim 2.800 kilometer lengte uit. Dat is meer dan de volledige lengte van de Duitse kustlijn.

Natuurlijk is dit wat zwaar aangezet. Windmolens op zee hoeven niet allemaal naast elkaar te staan en, zoals gezegd, zon, waterkracht, kolen en aardgas zijn ook alternatieven. Maar het geeft wel een beeld het revolutionaire karakter van de vereiste eco-omwenteling.

Meer gas
Addertje onder het gras is dat de Duitse regering ook extra elektriciteitscentrales wil bijplaatsen die draaien op fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Dit om schommelingen in het stroomaanbod die inherent zijn aan windenergie, op te vangen.

De investering in windmolenparken betekent kassa voor bouwers zoals het Deense Vestas. Maar er valt dus ook een flinke stijging van de Duitse vraag naar aardgas te verwachten. Die kan op korte termijn het makkelijkst vervuld worden door Rusland. Zo wordt Duitsland afhankelijker van een land waar het al eenderde van zijn aardgas vandaan haalt.


Wind – en zonne-energie nog niet rendabel

Maandag 6 juni 2011

Er moet jaarlijks 200 miljoen euro worden vrijgemaakt voor de ontwikkeling van duurzame energietoepassingen. Dit adviseert het Topteam Energie aan minister Verhagen van Economische Zaken.

Marktstimulans
Het topteam Energie, onder leiding van voormalig Shell-topman Jeroen van der Veer, moest onderzoeken hoe duurzame energie in Nederland meer concurrerend kan zijn. Energie is een van de negen sectoren die Verhagen vanaf 2015 jaarlijks met anderhalf miljard euro wil ondersteunen. De markt moet het voortouw nemen om de duurzame technologie te stimuleren in plaats van de overheid.

Wind – en zonne-energie
Saillant detail is dat Shell onder leiding van Van der Veer gestopt is met projecten voor wind – en zonne-energie. Ook nu oordeelt het Topteam Energie dat wind – en zonne-energie nog niet rendabel is. De technologieën moeten nog verder ontwikkeld worden.


SDE+ open vanaf 1 juli

Maandag 6 juni 2011

Een ondernemer die energie produceert en daarbij het milieu niet of nauwelijks belast, kan vanaf 1 juli 2011 in aanmerking komen voor subsidieregeling duurzame energieproductie (SDE+).

Deze regeling vervangt de oude subsidieregeling duurzame energieproductie. De SDE + stimuleert de productie van duurzame energie (elektriciteit of gas), die relatief goedkoop is op te wekken.

SDE+ is bedoeld voor bedrijven. Doel van de regeling is om zo veel mogelijk duurzame energie op te wekken per euro, door de goedkoopste vormen te subsidiëren. Ofwel: betaalbare, betrouwbare en schone energie.  Zo wil de Rijksoverheid de Europese doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 halen.

Subsidie aanvragen
Aanvragen voor SDE+ kunnen vanaf 1 juli 2011 worden ingediend bij  Agentschap NL. Dat kan schriftelijk en in de meeste gevallen ook via internet.

Voorwaarden
De voorwaarden van de SDE+ regeling zijn:

  • Alle subsidie voor duurzame energieopwekking wordt uit dezelfde subsidiepot betaald. Er is in totaal 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld.
  • De subsidie wordt in vier fases opengesteld. In de eerste fase is het mogelijk subsidie aan te vragen voor projecten met een basisbedrag dat lager of gelijk is aan 9 ct/kWh. Bij elke volgende fase stijgt dit basisbedrag tot een maximum van 15 ct/kWh in de laatste fase.
  • Er worden vrije categorieën ingesteld. Produceer je energie voor een prijs onder het basisbedrag, dan maak je kans op een subsidie die gelijk staat aan het maximum bedrag van die fase. Hierdoor is het mogelijk om toch subsidie aan te vragen voor energieopwekking die normaal gesproken niet rendabel genoeg is om subsidie te mogen aanvragen, zoals windenergie op zee en geothermie.

In de tabel (op de tabel klikken voor grote weergave) hieronder is te zien hoeveel subsidie per technologie aangevraagd kan worden, en onder welke voorwaarde. Subsidie voor de vrije categorie wordt hierbij aangegeven met blauwe vlakken.

Subsidie voor duurzame energie


Drie windmolens erbij in Nieuwleusen?

Zondag 5 juni 2011

Burgemeester en wethouders gaan maandag 6 juni in de raadsvergadering opperen om toch drie extra windmolens in Nieuwleusen te plaatsen. Die turbines komen dan bij de vier windmolens waarover al besloten is om ze te plaatsen, naast de spoorlijn tussen de Koedijk en het Westeinde.

In februari van dit jaar wees het college een verzoek voor extra windmolens nog resoluut af. “Nu ligt dat anders”, verdedigt wethouder Klaas Agricola, die overigens als minderheid tegen het voorstel is, toch het collegestandpunt. “De raad heeft ons een doelstelling opgelegd om in 2025 CO2-neutraal te zijn. Alle energie die we gebruiken wekken we dan zelf op. Dat lijkt financieel onhaalbaar te zijn. Om toch in 2017 al een uitstootbeperking van dertig procent te realiseren moeten we extra maatregelen treffen. Het is kiezen tussen meer windmolens of zonnepanelen. We willen de raad graag een keuze laten maken.” Burgemeester Han Noten, als onderdeel van het college wel voorstander van het gebruik van windenergie, vindt de plaatsing van drie nieuwe molens geen bezwaar. “Als ze maar in lijn worden geplaatst met de vier die er al komen. Niet her en der in de gemeente. Als de politiek het hier niet mee eens is, moeten ze de CO2-ambitie maar bijstellen.”

De komst van drie nieuwe turbines in Nieuwleusen-West leidt ongetwijfeld tot flink wat onrust in de omgeving. Actiegroepen staan klaar om opnieuw naar de raadszaal te trekken. Jos Ramaker, fractievoorzitter van Gemeentebelangen, vindt het dan ook onbegrijpelijk dat het college alsnog extra windmolens wil plaatsen. “Onbespreekbaar ook, windmolens zijn definitief passé.” Verontruste inwoners die eerder uitspraken dat het niet bij vier stuks zou blijven worden volgens hem in het gelijkgesteld. “Niemand in de provincie wil windmolens hebben, dan moeten ze maar in Dalfsen komen te staan. Daar lijkt het althans wel op. Ik zie veel meer in de komst van zonnepanelen. Gebruik ze op woningen, zet op de nieuwe Trefkoele. Van windmolens hebben we afscheid genomen.” Ook Jan Uitslag, fractieleider van het CDA, geeft de komst van extra windmolens weinig kans. “Ik heb nog niet met mijn fractiegenoten overlegd, maar wij zullen hier niet mee instemmen. Er zijn alternatieven, misschien moeten we onze eigen opgelegde CO2-doelstelling juist bijstellen. Nieuwe windmolens zien wij in ieder geval niet zitten.”


De routekaart naar een energieneutraal Apeldoorn in 2020

Zondag 5  juni 2011

De gemeente Apeldoorn hanteert al vele jaren lang een routekaart naar een energieneutrale gemeente in 2020.
De redactie van Fibronot.nl heeft daar vaak problemen mee gehad in die zin dat de doelstelling van de gemeente Apeldoorn om in 2020 net zoveel energie op te wekken als de gehele gemeente gebruikt, niet realistisch is. Het is financieel gezien namelijk volstrekt onhaalbaar.

De meest recente  routekaart dateert van oktober 2010 en is nu onder verantwoordelijkheid van de nieuwe wethouder, Olaf Prinsen,  herschreven.
De oude dateerde uit 2007 en was aan verandering toe vanwege voortschrijdend inzicht door uitvoering van projecten, een nieuw bestuurscollege dat meer nadruk legt op een terugtredende overheid die meer een regisserende en faciliterende rol wil vervullen dan een regelende en investerende rol. Dat betekent dat marktpartijen de concrete realisatie van complete projecten moeten overnemen. Ook is er sinds 2007 nogal wat veranderd aan de technologische en rendementsontwikkelingen van duurzame technologiën.

De routekaart van oktober 2010 baseert zich op drie duurzame fundamenten, te weten, zonne-energie, windenergie en biomassa en geeft een duidelijke tijdsfasering aan waarbinnen de diverse projecten gerealiseerd moeten zijn.

Doelstellingen
Opvallend is dat de doelstellingen om in 2020 energieneutraal te zijn iets uitgerekt zijn.
Doelstelling 1 is een energieneutrale gebouwde omgeving in 2020.
Doelstelling 2 is een energieneutrale gebouwde omgeving en bedrijvigheid in 2025.
Doestelling 3 is een energieneutraal Apeldoorn (gebouwde omgeving, bedrijvigheid en verkeer en vervoer) in (streefdatum) 2035.
Energieneutraal = de duurzame energieopwekking, lokaal en regionaal als het qua schaalniveau beter past, is even groot als de energie die verbruikt wordt in Apeldoorn.
Gebouwde omgeving = woningen, scholen en gemeentelijke gebouwen (inclusief openbare voorzieningen)

Huidige energiesituatie in Apeldoorn
Om in 2020 een energieneutrale gebouwde omgeving te realiseren moet eerst gekeken worden naar het huidige energieverbruik van de gemeente Apeldoorn.

In totaal is er in 2009 19.840 TJ aan energie verbruikt in de gemeente Apeldoorn. Iets minder dan de helft, 44% van deze energie wordt verbruikt door bedrijven, 29% door huishoudens (wonen), één kwart door verkeer en vervoer en 2% door de gemeente en scholen.
Het totale energieverbruik is gebaseerd voor bedrijvigheid (inclusief onderwijs en gedeelte gemeente) op basis van verbruiksgegevens van Liander (Energieatlas Apeldoorn 2009), het huidige woningbestand van Apeldoorn en CBS cijfers (verkeer en vervoer)

Hoeveel energie is 19.840 TJ?
19.840 TJ komt overeen:
met ongeveer 3,25 miljoen vaten olie (1 vat olie = 159 liter = 6100 MJ)
de energie die ongeveer 400 windmolens van ieder 5 MW per jaar kunnen produceren
de energie die met ruim 9 km² aan zonnepanelen opgewekt kan worden.

Volgens de milieumonitor van het CBS was het aandeel van de duurzame opgewekte energie in Apeldoorn in 2008 0,5%. Het landelijk gemiddelde aandeel duurzame energie was in 2008 3,4%.
De belangrijkste projecten die aan het aandeel van 0,5% bijdroegen waren de zonne projecten in Sluisoord/ de Mheen en de aansluiting van 400 woningen in Zuidbroek op het warmtenet dat gevoed wordt met duurzame warmte vanuit de Riool Waterzuivering Installatie in Apeldoorn Noord.
Uit de berekeningen van de CBS milieumonitor van 2009 blijkt dat het aandeel duurzame energie opwekking in 2009 gestegen is naar 0,6%.
Als de 0,6% van de totale energievoorziening doorgetrokken wordt naar de gebouwde omgeving dan is het aandeel duurzame energie ten opzichte van het totale energieverbruik van de gebouwde omgeving 2,3%.

Windenergie
Apeldoorn is al bijna tien jaar bezig met pogingen om op de Ecofactorij 5 windmolens met een gezamenlijke capaciteit van 14.5 MW te bouwen.
Vanwege allerlei procedurefouten, fouten in vergunningen, faillissementen en een reeks van juridische procedures is het nog steeds niet gelukt om deze 5 windmolens te bouwen.
De meest recente uitspraak van de bestuursrechter in Zutphen was half mei en hield in dat de 150 meter hoge molens niet op de Ecofactorij gebouwd  mogen worden, omdat er mogelijk gevaar is voor vliegverkeer van en naar Teuge.

Opvallend is dat wethouder Olaf Prinsen nu minder enthousiast is over windenergie dan hij in zijn routekaart naar 2020 van oktober 2010 doet voorkomen.
Hij zegt naar aanleiding van de uitspraak van de rechter in Zutphen dat Apeldoorn veel minder waarde hecht aan windenergie en dat Apeldoorn niet de goede plaats is voor het opwekken van energie met grote windmolens. Hij vindt zonne-energie logischer.
De wethouder erkent dat Apeldoorn zeer terughoudend is om nog werk te maken van nieuwe windmolenparken. Als dat geen duidelijk signaal is naar de bouwer van het windmolenpark, Evelop, waarvan inmiddels de naam veranderd is in Windpark Ecofactorij B.V.

Zonne-energie
Om Apeldoorn in 2020 volledig energieneutraal te maken is naar schatting een oppervlakte van ruim 9 km² aan zonnepanelen nodig.
Afgezien van de problemen om deze oppervlakte ergens te vinden klinkt zoiets leuk als je in een omgeving woont waar de zon meer dan gemiddeld schijnt.
Nu is elke vierkante meter zonnepaneel meegenomen, maar 9 km² is meer dan de oppervlakte van alle daken in Apeldoorn bij elkaar.
In de praktijk zou tien procent van die oppervlakte al aardig zijn, maar dan moeten wel de voorwaarden voor teruglevering aan het openbare net voor de burger aanzienlijk versoepeld worden.

Bio-energie, de vergister
Bio-energie onderscheidt zich in het vergisten van biomassa en het verbranden van biomassa.
Op dit moment levert de Riool Waterzuivering Installatie de grootste bijdrage met het vergisten van biomassa. Naar verwachting zal de RWZI in 2015 ongeveer 2500 woningen in Zuidbroek van energie voorzien. Dit komt overeen met een bijdrage van 4% in de doelstelling om in 2020 energieneutraal te zijn.
Op dit moment zijn er plannen voor de bouw van enkele mestvergisters in de omgeving van Apeldoorn, in Klarenbeek en Hoenderloo. Deze biomassavergisters zijn betrekkelijk klein en zullen slechts een marginale bijdrage aan de doelstelling leveren.
De gemeente bekijkt de optie om op de Ecofactorij een opwerkingsinstallatie te bouwen die het door de vergisters opgewekte methaangas omzet naar aardgaskwaliteit.
Om pakweg tien tot twintig procent van de doelstelling te halen zijn naar verwachting 8 grote biomassavergisters nodig.

Bio-energie, de verbrander
Behalve vergisters zijn er ook biomassa verbranders.
Het bedrijf Fibroned is al vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw bezig met de realisatie van een kippenmestverbrander op de Ecofactorij.
Diverse rechtszaken en even zo vele uitspraken verder waarbij telkens de verstrekte milieuvergunningen door de Raad van State werden vernietigd, ziet de gemeente kennelijk ook weinig heil meer in de bouw van een kippenmestverbrander. Het was vroeger de bedoeling opgewarmd water met behulp van kostbare lange leidingen vanaf de Ecofactorij naar de nieuwbouwwijk Zuidbroek te transporteren. Een nieuw leidingennet zou in die tijd tegen minder kosten inpasbaar zijn geweest dan naar bestaande woningen een nieuw warm water netwerk aan te leggen.
De wethouder is duidelijk wat betreft Fibroned.
In de routekaart naar 2020 zegt hij dat zowel de eigenaar en investeerders in Fibroned ter discussie staan, evenals de toegepaste technologie waarbij kippenmest wordt verbrand.
Een duidelijker antwoord is niet mogelijk en een stil signaal aan de eigenaren om dit zinloze en sterk milieuvervuilende project te stoppen.

Het lijkt er bovendien sterk op dat de huidige eigenaren en directie van Fibroned af willen. Men is op zoek naar een nieuwe eigenaar, kennelijk in de hoop dat ze van een geldverslindend en sterk vervuilend project verlost zijn en in de wetenschap dat een nieuwe alles omvattende vergunningsaanvraag niet ongeschonden door de wet BIBOB komt.

Doodlopende weg
Het lijkt erop dat het huidige gemeentebestuur met de huidige bio-energie oplossingen op een doodlopende weg is beland en er nieuwe initiatieven nodig zijn om Apeldoorn op te stuwen in de vaart van duurzaam opgewekte energie.

deA
Wat dat betreft had deA, de duurzame energiecoöperatie Apeldoorn in oprichting niet snel genoeg kunnen komen.
deA wil met behulp van zonnepanelen en biomassa groene energie opwekken en die dan ter beschikking stellen aan de inwoners van Apeldoorn.
Om een lang verhaal kort te maken, kijk voor nadere informatie over deA op www.de-a.nl


Wellicht nieuwe regels winning aardwarmte

Vrijdag 3 juni 2011

De vondst van olie en gas bij het oppompen van aardwarmte maakt het wellicht noodzakelijk om regels aan te passen. Dit heeft Jan de Jong, inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gezegd.

Volgens De Jong beraadt de overheid beraadt zich op aanpassing van de regelgeving met betrekking tot veiligheid en milieu rond aardwarmtewinning.
Volgens inspecteur-generaal kunnen er uiteenlopende aanpassingen komen. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld directe maatregelen om de winning veilig te stellen, maar ook organisatorische maatregelen. Wanneer eventuele aanpassingen van kracht worden, zijn nog niet aan te geven.

SodM valt onder het ministerie van EL&I. Over eventuele aanpassingen voert SodM overleg met dit ministerie. De uiteindelijke uitspraak over aanpassingen ligt bij de minister van EL&I.


Stroomtekort dreigt in Duitsland

Vrijdag 3 juni 2011

Duitsland stevent af op een enorm elektriciteitstekort, dat stelt het Financieel Dagblad. Het besluit om alle kerncentrales te sluiten heeft grote gevolgen. Alternatieven zijn voorlopig niet voorhanden en kosten veel geld om te ontwikkelen.

De ramp in Japan heeft de stemming ten aanzien van kernenergie in Duitsland sterk verslechterd. Op dit moment haalt Duitsland nog bijna een kwart van zijn elektriciteit uit kernenergie. “’Technisch gezien is het mogelijk de productiecapaciteit in tien jaar te vervangen, maar in de praktijk vrees ik dat het lastig wordt”, zegt energie-expert Laurens de Vries van de TU Delft in het FD. “Kolencentrales kunnen rekenen op maatschappelijk verzet. Of er genoeg ruimte op het gasnet is om een reeks nieuwe gascentrales aan te sluiten, is ook nog maar de vraag. En met windenergie lukt het zeker niet in zo’n korte tijd zo veel vermogen in te passen op het net.”


Verhagen vreest hogere stroomprijs

Donderdag 2 juni 2011

Minister Maxime Verhagen (CDA) van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vreest dat de stroom in Nederland duurder wordt als gevolg van de sluiting van de kerncentrales in Duitsland.

Dat zei Verhagen woensdag na afloop van de ministerraad.

Volgens Verhagen is er sprake van een Europese elektriciteitsmarkt en zal de sluiting van de Duitse kerncentrales leiden tot een lager aanbod van stroom. Hij verwacht dat dit ook in Nederland tot hogere prijzen zal leiden.

Verhagen gelooft niet dat Duitsland erin slaagt om voor 2022, als de laatste kerncentrale sluit, een kwart van zijn elektriciteitsbehoefte op een andere wijze op te wekken. ‘Daarvoor is de termijn erg kort’, aldus de minister.


Stijgende lijn voor bio-energie in Nederland

Woensdag 1 juni 2011

Hernieuwbare energie is verder in opmars, dat concludeert het Agentschap NL  in het ‘statusdocument Bio-energie 2010’. 75 procent van de hernieuwbare energie is afkomstig van biomassa. Vorig jaar kwamen twintig bio-energie installaties erbij in Nederland. In totaal is in 2010 met bio-energie 68 PJ geproduceerd.

Door de stimulering vanuit de overheid signaleert Agentschap NL grote stijgers in de productie van bio-elektriciteit, de productie van biogas en het gebruik van biomassa in de transportsector. Gemiddeld over 2009 en 2010 was het aandeel hernieuwbare energie 3,9 procent. Daarmee worden stappen gezet in de realisatie van de doelstelling van 14 procent hernieuwbare energie in 2020.

Opvallende ontwikkeling
De productie van groen gas is in de afgelopen periode sterk ontwikkeld, ondermeer door de opname van groen gas in de stimuleringsregeling SDE. Groen gas, gemaakt uit biogas, wordt in het bestaande aardgasnetwerk ingevoed en zo naar de eindgebruikers getransporteerd. De jaarlijkse productiecapaciteit van alle groen gas productielocaties is in 2010 gegroeid met ongeveer 16 miljoen kubieke meter naar totaal 37 miljoen kubieke meter.
Bewerking van biomassa
Door biomassa (zoals hout) voor te behandelen kan deze beter getransporteerd en in installaties gebruikt worden. Met één zo’n bewerkingstechniek –torrefactie- is Nederland in 2010 een koploper geworden. In 2011 komt naar verwachting de Nederlandse productiecapaciteit van getorreficeerd hout boven de 100.000 ton/jaar uit.
(Bron: Agentschap NL)


De gemeente Hoogeveen besteedt werkzaamheden uit

Dinsdag 31 mei 2011

De gemeente Hoogeveen heeft een oud industriegebied, de Wieken, dat opgeknapt moet worden.
Omdat opknappen goedkoper is dan nieuwbouw is Hoogeveen enkele jaren geleden een revitaliseringsprogramma voor dit industriegebied begonnen.
Voor de fase 2 van het programma huurt Hoogeveen projectmedewerkers in ten behoeve van de revitalisering van het bedrijventerrein De Wieken.
Behalve een projectmedewerker civiel en een toezichthouder is er ook een medewerker klimaatbeheer aangetrokken, Bleucourt, eigendom van de heer Wilbert Hermans, ex CEO van Fibroned en de BioShape Holding B.V..

De heer Hermans is een jaar geleden via zijn financieringsmaatschappij Bleucourt Beheer B.V. als projectleider duurzame energie bij de gemeente Hoogeveen in dienst gekomen.

Zijn financieringsmaatschappij Bleucourt Beheer B.V. is nu één van de drie gegadigden die in aanmerking is gekomen om de werkzaamheden uit te voeren.
Bleucourt Beheer B.V. , honder procent eigendom van de heer Hermans, ontvangt als Projectmedewerker Klimaat beheer een bedrag van € 300.000,00 ex BTW, het hoogste bedrag dat werd gegund.

De overige medewerkers krijgen voor hun werkzaamheden resp. € 287.500,00 en € 180.000,00 ex BTW.

Begin dit jaar zei de heer Hermans in een interview in de Stentor, naar aanleiding van de vertraging van de bouw van de kippenmestverbrander Fibroned, dat zijn persoonlijke inkomsten uit zijn BioShape en Fibroned activiteiten terug liepen en dat hij op zoek moest naar een nieuwe baan, die hij als Projectleider Duurzame Energie bij de gemeente Hoogeveen vond.

Nu hij daar een jaar zit weet hij op de typische Hermans manier opnieuw de nodige hoge bedragen zijn kant op te laten vloeien.

Lokaal Duurzaam Energie Bedrijf
De Projectleider Duurzame Energie in Hoogeveen zit niet stil.
Van zijn hand verscheen een rapport over het oprichten van een Lokaal Duurzaam Energie Bedrijf in Hoogeveen, de LDEB.
In het rapport worden een achttal voorbeelden genoemd van bedrijven die binnen een LDEB zouden passen en u raadt het al, alle bedrijven zijn winstgevend zodat de gemeente Hoogeveen geen financiële strop lijdt als het mis gaat.
In het rapport wordt ook een mogelijk lokaal energie bedrijf in Apeldoorn genoemd, maar zoals het er nu uitziet zal dat initiatief dood bloeden door gebrek aan interesse van het bedrijfsleven.
Lees hier het rapport dat Bleucourt (de heer Hermans) opstelde.


Kippenmestverwerker Ferm-O-Feed en de wet

Maandag 30 mei 2011

De brand die de kippenmestverwerker Ferm-O-Feed afgelopen vrijdagnacht vrijwel volledig verwoestte was geen op zichzelf staand feit.
Bij branden in 1999 en 2006 werd het bedrijf ook gedeeltelijk verwoest.
Behalve deze branden trekken meerdere recente gebeurtenissen rondom Ferm-O-Feed de aandacht.

Eind december 2009 maakt de provincie Brabant bekend dat het onderzoek doet naar de mate van stankoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen.
Kennelijk heeft de provincie beet, want in maart 2010 werd Ferm-O-Feed gesommeerd zich aan de regels te houden, met de mededeling dat het bedrijf bij een overtreding een boete zou krijgen.
In juni 2010 was het zover, de provincie Brabant constateert een overtreding van de milieuregels en legt Ferm-O-Feed een dwangsom van 35.000 Euro op. Het mestverwerkingsbedrijf voldeed niet aan de stank- en ammoniaknormen. Ferm-O-Feed loost namelijk illegaal afvalwater met hoge concentraties ammonium op het riool.
In juli 2010 betaalt het bedrijf de dwangsom van 35.000 Euro aan de provincie die het in juni kreeg opgelegd.
Desondanks blijven omwonenden over stank klagen die Ferm-O-Feed veroorzaakt.

Het gaat verder
Op 5 november 2010 constateert de gemeente Landerd waarin Ferm-O-Feed het bedrijf uitoefent dat een luchtfilter zonder vergunning wordt gebouwd. De gemeente sommeert het bedrijf de werkzaamheden direct te staken op straffe van een dwangsom van 50.000 Euro per dag bij het niet voldoen aan de sommatie.
Ferm-O-Feed legt echter diverse sommaties naast zich neer.
Het bedrijf plaatst het nieuwe luchtbehandelingssysteem vanwege de dwangsom van 35.000 Euro die de provincie in juni  oplegde. Om een nieuwe boete te voorkomen is Ferm-o-Feed begonnen met het vervangen van het luchtfilter. Voor het vervangen van een luchtfilter is geen vergunning nodig, maar Ferm-O-Feed bouwde alvast een compleet nieuwe filterinstallatie.  Dit zonder eerst een bouwvergunning aan te vragen, zoals  de gemeente op 5 november constateerde. Daarop werd Ferm-O-Feed gesommeerd de werkzaamheden per direct te staken op straffe van een dwangsom van 50.000 Euro per dag.

De gemeente constateert echter dat de bouwactiviteiten na 5 november 2010 onverminderd doorgaan en legde nu een dwangsom op van 150.000 Euro.
Volgens burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd lapt het bedrijf alle regels aan zijn laars.

Inmiddels is Ferm-O-Feed de gemeente Landerd begin april 2011 nog steeds een dwangsom van 500.000 Euro schuldig. Het bedrijf vocht het innen door de gemeente van de eerder opgelegde dwangsom tevergeefs aan bij de bezwarencommissie van Landerd.
(Wordt vervolgd)

De redactie van Fibronot.nl schreef al eerder op deze website dat je in deze mestverwerkings- en biomassa sector de vreemdste dingen kunt verwachten zoals branden waar nooit een oorzaak van te achterhalen valt, ontploffingen, een regen van faillissementen en plaatst om die reden vraagtekens bij de grote brand die Ferm-O-Feed afgelopen vrijdagnacht vrijwel compleet verwoestte.


Aardwarmte lijkt leuk, maar de problemen nemen toe

Maandag 30 mei 2011

Eind vorige week is de aardwarmte-installatie bij tomatenkwekerij Duijvestijn in Pijacker tijdelijk uitgeschakeld vanwege de aanwezigheid van aardgas in het water, nadat enkele weken eerder bij buurman Ammerlaan aardolie in het opgepompte water zat. De productie uit beide putten bij Duijvenstijn voldoen aan de verwachting maar de totale opbrengst van het systeem blijft echter achter omdat het terug injecteren van het water moeizaam verloopt. Dit is daarmee ook direct de beperking van het totale systeem.

Na verschillende onderzoeken blijkt dat er opgelost gas in het water bevindt. Bij het omhoog pompen van water verminderd de druk waarbij de gasmoleculen in volume toenemen. Om het water met het opgeloste gas vervolgens weer te injecteren, moet de druk op het systeem worden verhoogd om zo het gas te comprimeren. Dit kost veel energie en beperkt naar alle waarschijnlijkheid de terugpompcapaciteit van het systeem. De oplossing die door deskundigen wordt aangedragen, is scheiden van gas en water. Dit gas kan vervolgens verbrand worden in een ketel, zodat ook deze energie nuttig ingezet kan worden in de kas. Deze oplossing moet nader worden onderzocht.

Niet ongebruikelijk
Het meekomen van een bepaalde hoeveelheid gas is niet ongebruikelijk en de putten zijn ook ontworpen en gebouwd om hiermee om te gaan. Technisch is het mogelijk om dit op te lossen. Echter, vooraf werd totaal niet verwacht dat er gas in het water zat. Daardoor is dit een tegenvaller. Er moeten extra investeringen gedaan worden, waarbij de vraag is voor welke periode deze nodig zijn. Deskundigen zijn ervan overtuigd dat de hoeveelheid gas zal verminderen en wellicht verdwijnt na verloop van tijd. Maar of deze periode twee of twintig jaar behelst, is niet bekend.

De komende periode zullen de verschillende opties met de diverse deskundigen worden doorgenomen. Hieruit zal een verantwoorde oplossing gekozen worden. Binnen afzienbare tijd moet de installatie weer draaien.


Tennet voelt zich plotsklaps politieagent in Duitse stroommarkt

Maandag 30 mei 2011

Netbeheerder Tennet heeft in Duitsland plotseling een heel andere rol gekregen in de stroommarkt. Van hoogspanningsnetbeheerder die hoofdzakelijk moest monitoren, is Tennet nu genoodzaakt om op “dagelijkse basis aan het interveniëren” te slaan. Dat zei hoofd public affairs van Tennet Duitsland Christian Schneller afgelopen donderdag tijdens de European Energy Days van Montel, die in Berlijn gehouden werd. Tennet lijkt wel een “politieagent”, stelt Schneller.

Oorzaak is volgens Schneller de “U-bocht” die de Duitse regering neemt. Na de ramp in Japan besloot Bondskanselier Angela Merkel (CDU) om de zeven oudste kerncentrales voorlopig stil te leggen. Dat vraagt van Tennet om heel veel sturing. Zeven, acht jaar terug hoefde Tennet (toen nog Eon Transpower) hooguit een of twee keer per jaar in te grijpen in de stroommarkt. In 2010 was dat 290 keer, wegens hogere fluctuaties in verband met invoer van schone energievormen. “In de eerste vijf weken van het moratorium moesten we al 523 keer ingrijpen”, aldus Schneller. Dat is dus gemiddeld 100 keer per week, 15 keer per dag. Tennet moet stroomproducenten aanwijzingen geven om hun productie zo aan te passen dat de stabiliteit van het net gewaarborgd is.

Voor de komende maanden denkt Schneller dat er een risico kan ontstaan voor black-outs in Zuid-Duitsland. “We hebben hier de laatste weken veel analyses over gemaakt en de situatie kan kritiek worden.” De zekerheid ontbreekt volgens Schneller dat er genoeg elektriciteit voor de regio is, als de oude kerncentrales van het net blijven –iets waar de energiemarkt ernstig rekening mee houdt.

Ook managing director Michael Ritzau van consultancybureau Bet Aachen ziet het risico voor het elektriciteitsnet bij de geplande versnelde nucleaire uitstap. Volgens hem kunnen de oude kerncentrales (goed voor 7 GW) offline blijven en is het in het snelste scenario mogelijk dat alle kerncentrales in 2018 dichtgaan. Zowel op korte als lange termijn ziet Ritzau grote uitdagingen voor behoud van netstabiliteit, vooral omdat schone energie met het wegvallen van kernenergie een belangrijkere rol toebedeeld krijgt.

Volgens parlementariër Hans Josef Fell (de Groenen) is de vroegtijdige sluiting iets waar alle politieke partijen in Duitsland nu achter staan. Schone energie gaat daardoor volgens hem nog een grotere vlucht nemen dat het al deed in Duitsland. Een megadoorbraak is volgens hem realistisch. “In 2000 voorspelden we voor 2010 een aandeel van 12,7% duurzaam, maar dat is nu 17%”, zegt hij om aan te geven dat schone energie verwachtingen kan overtreffen. Fell pleit voor inzet op energieopslag om de fluctuaties die schone energie met zich meebrengt op te vangen. Andere aanwezigen in Berlijn zijn sceptisch over energieopslag. Te ingewikkeld en te duur, verwoordt managing director Jann Mosgaard van Eurowind Trade het deze donderdag.

Omdat het de bedoeling is dat schone energievormen zoals wind en zon het gat gaan vullen wordt de “systeemdynamiek lastig” wegens de grote volatiliteit, aldus Ritzau. Nieuwe fossiele centrales zijn volgens hem nodig om een goede basis te vormen, zeker 10 tot 12 GW aan capaciteit. “Zoals we allemaal weten, het waait niet altijd en de zon schijnt niet altijd.”

Lastig is volgens Ritzau dat het voor de energiemarkt niet aantrekkelijk is om te investeren in nieuwe kolen- en gascentrales. “De prijssignalen zeggen: je moet nu niet bouwen. Het systeem heeft ze wel nodig, maar prijzen demotiveren voor investeringen”, zegt hij over fossiele centrales. Voor de komende winter ziet hij vooral voor het zuiden van Duitsland een risico voor black-outs, omdat de meeste oude kerncentrales die van het net gaan daar staan en er geen goede stroomlijn is van noord naar zuid.

“Stel je een koude winterdag voor met weinig wind, dan kan er echt een probleem ontstaan voor het net.” De export verlagen richting Zwitserland en Oostenrijk kan volgens Ritzau een manier zijn om te voorkomen dat Zuid-Duitsland niet genoeg stroom krijgt om op zo’n piekmoment aan de vraag te kunnen voldoen. Zwitserland besloot overigens woensdag ook om een versneld einde te maken aan de nucleair gedreven nationale energiemarkt.


Steenlagen Limburgse bodem maken bouw pompaccumulatiecentrale mogelijk

Zondag 29 mei 2011

De onvermijdelijke opmars van windenergie vestigt ook de aandacht op de problemen die deze flexibele vorm van elektriciteitsopwekking veroorzaakt op het stroomnet. De onvoorspelbaarheid van windrichting en -kracht en de decentrale ligging van windmolens zijn volstrekt tegenstrijdig aan de uitgangspunten, waarmee ooit de Europese hoogspanningsnetten werden ontworpen.
Dit heeft al enkele malen geleid tot blackouts, die grote delen van Europa troffen.

Een minder bekend gevolg is dat regelmatig opgewekte windenergie simpelweg afgeschakeld wordt omdat de hoogspanningsnetten de stroom nergens kwijt kunnen. Zonde van de duurzame energie én zonde van de overheidssubsidie, die voor de opgewekte stroom wel betaald is. Er zou een oplossing moeten zijn, die de onverwachte pieken en dalen van de windproductie kan opvangen, zonder dat de opgewekte energie verloren gaat. De huidige werkwijze van netbeheerder Tennet is hiervoor onvoldoende. Nederland heeft — net als alle andere landen in Noordwest-Europa — behoefte aan een grootschalige energieopslag.

Tennet dacht jarenlang zonder eigen opslag te kunnen, voornamelijk dankzij het uitbouwen van de interconnecties met omringende landen. Zeker de Nornedkabel naar Noorwegen zou vanwege de opslagcapaciteit in de Noorse fjorden een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Norned functioneert uitstekend, maar de balanceringscapaciteit is nu al onvoldoende. Mede debet hieraan is de interconnectie met Duitsland en de betere kwaliteit van de hoogspanningsnetten in Nederland. Een electron zoekt de weg van de minste weerstand en tussen Bremen en Stuttgart is dat vaak via het Nederlandse net.

De mogelijkheden voor energieopslag zijn in Nederland in de afgelopen vijf jaar regelmatig onderzocht.
Grofweg zijn er vier mogelijkheden: een tweede Nornedkabel, een energie-eiland op zee, kleinschalige opslag door middel van compressed air technologie of een ondergrondse opslag met een pompaccumulatiecentrale.
Een tweede Norned is een optie, maar hangt vooral af van de capaciteit in Noorwegen. Het is inmiddels bekend dat Noorwegen capaciteitsafspraken heeft gemaakt met Duitsland en niet meer zo hard trekt aan Norned 2.
Bovendien zou deze kabel een oplossing kunnen bieden voor de balancering van de windenergie op de Noordzee, maar veel minder voor de problemen veroorzaakt door (Duitse) landwindmolens.

Het energie-eiland behelst innovatieve technologieën, maar deze moeten nog volledig ontwikkeld worden. Vooral doorontwikkelen dus, maar voor de relatief korte termijn biedt het geen soelaas.
Compressed air is waarschijnlijk te kleinschalig.
Blijft over de pompaccumulatiecentrale.

Deze technologie is al meer dan honderd jaar bekend en toegepast in nagenoeg alle Europese landen. De gedachte is simpel: je bouwt twee waterbekkens, één bovenop een berg en één beneden. In tijden van te veel elektriciteit pomp je het water van beneden naar boven en bij een tekort laat je hetzelfde water door turbines naar beneden storten.

Maar waarom doet Tennet er niets mee? Al in de jaren tachtig werden de eerste initiatieven genomen om in Nederland een pompaccumulatiecentrale te bouwen. Het gebrek aan bergen werd opgelost door gebruik te maken van een ander Nederlands talent, het boren van tunnels.

Door het boren van een ingenieus netwerk van tunnels op anderhalve kilometer diepte in de juiste steenlaag is een ondergrondse pompaccumulatiecentrale (opac) realiseerbaar. Vijf jaar geleden werd in Zuid Limburg (waar de juiste steenlagen aanwezig zijn) de handschoen opnieuw opgepakt en werden de twintig jaar oude plannen geactualiseerd naar de laatste stand der techniek.

En wat nog mooier is, ruim tweeënhalf jaar geleden sprak de Tweede Kamer in een motie de wens uit bij de regering om ‘te bevorderen dat netbeheerder Tennet omwille van de balancering van het net zal participeren binnen een project om een grootschalige elektriciteitsbuffer aan te leggen’.
Inmiddels heeft de provincie Limburg zich bereid verklaard te participeren in de eerste fase van het project. Het gaat dan om een investering van enkele miljoenen.

Gesprekken met grote private partijen zijn veelbelovend, maar veel hangt af van de inzet en intenties van de overheid. Van de zijde van Tennet en/of het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie komt tot op heden echter geen schot in de zaak. Dat is jammer, want de verliezen die binnen enkele jaren zullen optreden door het gemis van opac zullen vele malen groter zijn dan de initiële investering in deze buffer. Snel handelen is geboden om duurzame energieopwekking niet te laten smoren in een onvolledig stroomnet.
(Bron: Jos Hessels)
Jos Hessels was energiewoordvoerder van de CDA-Tweede Kamerfractie en gedeputeerde economische zaken en internationalisering van Limburg.

Reactie van de redactie van Fibronot.nl

Lezen we over 30 jaar ook over het Plan Hessels?

Analoog aan het Plan Lievense?
De oudere lezers zullen zich ongetwijfeld het Plan Lievense uit 1981 herinneren.

Het Plan Lievense was een plan voor energieopslag met behulp van een waterbuffer in het Markermeer toen het voornemen tot inpoldering tot Markerwaard van de baan was. In 1981 presenteerde ingenieur L.W. Lievense een alternatief plan voor de Markerwaard. De kern van het plan bestond eruit van het Markermeer een buffer te maken voor de productie van elektriciteit. Dit meer zou gevuld met water moeten worden in tijden van weinig vraag en veel aanbod van elektriciteit. De overcapaciteit die er dan bestaat aan elektriciteitsproductie diende aangewend te worden om de waterstand in het meer omhoog te brengen. Wanneer er weinig aanbod was en veel vraag zouden de turbines van het meer stroom leveren. Dit plan was uitgedacht in verband met de problemen rond elektriciteitsopwekking met windenergie. Het aanbod van elektriciteit door windturbines is door de sterk variërende windsnelheden grillig en heeft weinig verband met de vraag. Door de aanleg van dit spaarbekken hoopte Lievense dit probleem te ondervangen.

Het is opmerkelijk dat wanneer dit soort plannen niet rechtstreeks uit de koker van Rijkswaterstaat of het ministerie komen, je er nooit meer wat over hoort.

Gezien de slappe houding van Tennet en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie zal ook dit Plan Hessels waarschijnlijk mislukken.


Groenlinks: bouw kolencentrales ontmoedigen

Zaterdag 28 mei 2011

Het Europese Hof heeft besloten dat de milieuvergunningen voor kolencentrales in strijd zijn met EU-regelgeving maar het is het aan de Nederlandse politiek om die regelgeving in nationale wetgeving om te zetten. De Nederlandse rechter mag de vergunningen niet vernietigen. Wel benadrukt het Europese Hof dat Nederland de Europese luchtkwaliteitsnormen moet halen. GroenLinks komt daarom opnieuw met het initiatiefwetsvoorstel kolen.

De initiatiefwet van GroenLinks geeft energiebedrijven door een belastingprikkel de zekerheid dat CO2-uitstoot van kolencentrales na 2012 minstens 50 euro per ton gaat kosten. Daarmee wordt het voor energiebedrijven onrendabel om in ouderwetse kolencentrales te investeren.

GroenLinks Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren: “De bouw van nieuwe kolencentrales is een aanslag op het klimaat. Bovendien vertragen ze de doorbraak van schone energie. Dat terwijl schone energie banen oplevert en ons minder afhankelijk maakt van het buitenland. Hoe minder kolenmonsters, hoe beter.”

Diverse milieuorganisaties stapten naar de rechter omdat de milieuvergunningen in strijd zijn met de Europese regels voor schone lucht. Het Europese Hof oordeelde 27 mei dat deze vergunningen inderdaad niet overeenkomen met Europese regels en benadrukt dat de luchtkwaliteitsnormen door Nederland gehaald moeten worden.

Nieuwe kolencentrales
NUON heeft inmiddels zelf besloten om voorlopig geen nieuwe kolencentrales te bouwen. GroenLinks is blij hiermee. Helaas zitten er nog zeker drie andere kolencentrales in de pijplijn.

Van Tongeren: “GroenLinks ziet al jaren de noodzaak in van een nieuwe kolenwet. Nu de Nederlandse politiek weer aan zet is ga ik verder met ons initiatiefwetvoorstel kolen. En zal ik deze opnieuw in de Tweede Kamer behandelen.”

De redactie van Fibronot.nl heeft wat opmerkingen

De energiebehoefte neemt in de toekomst alleen maar toe. Daar is iedereen het over eens.
Een gedeelte van die toename zal opgewekt worden met behulp van duurzame energie zoals zonne- en windenergie.
Nederland ontkomt er echter niet aan ook via de traditionele weg met kolen- en/of gascentrales in de toenemende behoefte te voorzien.
Immers, waar halen we de stroom vandaan op een windstille winterdag zonder zon als we de plannen van Groenlinks uitvoeren?

Uit Duitsland, dat met vergevorderde plannen rondloopt om alle 22 kerncentrales in 2020 te sluiten?

Duitsland krijgt naar verwachting de komende winter al last van tekorten terwijl het land vol staat met windmolens, biomassacentrales en zonnepanelen.
De oorzaak is een gebrek aan transportcapaciteit.
De meerderheid van de zeven kerncentrales die al dan niet tijdelijk zijn stilgelegd staan in het zuiden van het land terwijl de meeste windmolenparken in het noorden staan. De transportcapaciteit van noord naar zuid is onvoldoende om alle windenergie richting zuid te transporteren en wat doet het land in een windstille periode?
Netwerkbeheerder Tennet ligt met de autoriteiten overhoop over uitbreiding van het transportnetwerk die naar schatting enkele miljarden gaat kosten. De partijgenoten van Groenlinks in Duitsland liggen bovendien dwars bij de uitbreiding van het netwerk. Men wil geen bovengrondse 380 KV kabels, alles moet in de grond.

Als Duitsland inderdaad overgaat tot sluiting van alle kerncentrales dan moet het land stroom importeren uit het buitenland. Dat zal voornamelijk uit Frankrijk komen en zal met kernenergie opgewekt zijn…of Duitsland moet snel met de bouw van ongeveer 12 conventionele kolencentrales beginnen.
Het land volzetten met windmolens is ook geen optie omdat dit nog meer blackouts oplevert dan er nu al zijn.

Het is opvallend dat Tennet ook in Nederland niet in staat is voldoende transportcapaciteit te bouwen. Tuinders in het Westland kunnen nu al regelmatig hun met WKK’s opgewekte energie niet kwijt.
Tennet wil om die reden graag minstens een half miljard van minister Verhagen hebben, maar zijn potjes laten bijna allemaal de bodem zien.

De rekening zal uiteindelijk weer bij de Nederlandse burgers neergelegd worden in de vorm van hogere energiebelastingen en hogere transportkosten en of je nu een eigen windmolen of zonnepanelen op je dak hebt of niet, je moet er aan meebetalen.


Grote brand verwoest mestverwerkingsbedrijf Ferm O Feed in Zeeland

Zaterdag 28 mei 2011

Bij het bedrijf Ferm-O-Feed in het Noord-Brabantse plaatsje Zeeland is in de nacht van vrijdag op zaterdag om half twee een grote brand uitgebroken. Het bedrijf aan De Peel is onderdeel van de Den Ouden Groep en verwerkt kippenmest tot organische meststoffen.

In de gebouwen liggen stoffen opgeslagen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Het is nog niet bekend of er daadwerkelijk schadelijke stoffen zijn vrijgekomen. Om half zeven zaterdagochtend was de brand onder controle.

Volgens een woordvoerder van de politie is de brand ontstaan in de bewassingsstraat. De oorzaak is nog onbekend. Vanwege de rook, die naar Mill trok, mocht niemand in een omtrek van een kilometer stil blijven staan. De Middenpeelweg is tijdelijk afgesloten voor doorgaand verkeer. Metingen moesten uitwijzen of en hoeveel gevaarlijke stoffen er waren vrijgekomen. Even is overwogen om enkele woningen in de omgeving te ontruimen, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. Vanwege vrijliggende elektriciteitskabels startte de brandweer pas later met bluswerkzaamheden. Voor zover bekend zijn er bij de brand geen gewonden gevallen.

De brand wordt bestreden door brandweerkorpsen uit Veghel, Uden, Mill, Haps, Zeeland en Oss.

Bij branden in 1999 en 2006 werd het bedrijf gedeeltelijk verwoest.

Update maandag 30 mei 2011

De brand die in de nacht van vrijdag op zaterdag uitbrak bij mestverwerker Ferm-O-Feed in het Brabantse plaatsje Zeeland in nog steeds niet helemaal geblust. In twee silo’s smeulen nog brokken materiaal na, meldde de brandweer maandag.

De brandweer waarschuwt dat later op maandag de rook weer kan toenemen als het brandend materiaal uit de silo’s is gehaald om definitief te worden gedoofd.
Het bedrijf in Zeeland verwerkt kippenmest tot organische meststoffen. De brand is op grotere afstand nog steeds te ruiken. De concentraties schadelijke stoffen in de lucht zijn zo laag dat er geen reden is voor zorg, aldus de brandweer.


TNO: “Grootschalige winning schaliegas pas over 5 jaar aan de orde”

Vrijdag 27 mei 2011

Afgelopen woensdag, 25 mei, werden inwoners van Boxtel ingelicht over de plannen om in hun gemeente een eerste proefboring naar schaliegas te doen.
Het grootschalig winnen van schaliegas is nog niet aan de orde en wordt pas over 5 tot jaar 10 jaar verwacht. Dit blijkt uit een eerste verkennend onderzoek van TNO.

Huidige alternatieve energie technologieën zijn nog onvoldoende ontwikkeld om fossiele brandstoffen te vervangen. Tot het moment dat we volledig kunnen overgaan op duurzame alternatieven zijn we afhankelijk van olie, kolen en gas. Hiervan is gas de schoonste en bovendien flexibel in te zetten om piekbelasting op te vangen. Gas is voor Nederland al 50 jaar belangrijk als energiebron, maar ook voor inkomsten in de vorm van aardgasbaten.

Nederland kent een aantal grote gasreservoirs zoals het Slochteren gasveld in Groningen. De hoeveelheid gas in deze reservoirs is echter eindig. Voor de energievoorziening is het mogelijk om buitenlands gas te importeren, maar hierdoor wordt Nederland afhankelijker van gasleverende landen, zoals Rusland. Om dit zo lang mogelijk uit te stellen wordt er gezocht naar nieuwe mogelijkheden om gas te winnen. Een van deze nieuwe voorraden zou het zogenaamde schaliegas kunnen zijn.
Schaliegas
Schaliegas is aardgas dat “opgesloten” zit in kleisteenlagen in de ondergrond. Deze lagen worden ook wel ‘schalies’ genoemd. Uit een eerste verkennend onderzoek van TNO voor Energie Beheer Nederland blijkt dat de Nederlandse ondergrond potentieel veel schaliegas bevat. Deze lagen bevinden zich in de Nederlandse ondergrond op veelal meer dan twee kilometer diepte. Het winnen van gas hieruit is lastiger dan het winnen uit zandsteen zoals in Groningen, omdat de structuur veel compacter is.
Winning van schaliegas
Op dit moment is grootschalige winning van schaliegas in Nederland nog niet aan de orde. De verwachting is dat dit nog minimaal 5-10 jaar op zich laat wachten. De techniek die wordt gebruikt om schaliegas te winnen wordt ‘fraccing’ of kraken genoemd. Bij het kraken wordt het gesteente waar het gas in zit, gebroken door onder hoge drukwater en zand in de schalielaag te pompen. Hierbij worden mogelijk ook chemicaliën gebruikt, die onder andere noodzakelijk zijn om het zand en water in oplossing te houden gedurende transport, de put open te houden en corrosie van de put tegen te gaan. Iedere producent bepaalt zelf of en zo ja welke chemicaliën daarvoor worden gebruikt.
Boringplaatsen
In de Verenigde Staten wordt al meerdere jaren geboord naar schaliegas. Op dit moment komt 20% van de gaswinning in de VS uit schaliegas. Hiervoor zijn veel putten nodig. In de VS kan dat, maar omdat ruimte in Nederland zeer beperkt is, is het hier niet mogelijk noch wenselijk om zoveel boorputten te maken. Mocht het gericht zoeken naar schaliegas succesvol zijn, dan kan in Nederland schaliegas wellicht geproduceerd worden. Daarvoor zijn hoogwaardige technieken, zoals het plaatsen van meerdere boringen vanaf één locatie noodzakelijk, en de nodige kennis.
(Bron: TNO, Drs. Inès van Arkel)


Alleen met duurzame biobrandstof bijmengen

Vrijdag 27 mei 2011

Voortaan mogen alleen nog duurzaam geproduceerde biobrandstoffen worden gebruikt voor de verplichte bijmenging in brandstof voor vervoersdoeleinden. Voor 2011 is die verplichte bijmenging 4,25%; dit percentage wordt de komende jaren langzaam opgevoerd. Duurzaam betekent in dit verband dat de biobrandstoffen moeten voldoen aan de Europese duurzaamheidseisen, zoals neergelegd in de Europese Richtlijn hernieuwbare energie.

‘Grote stap voorwaarts’
Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu): “Dit is een grote stap voorwaarts. Met deze wet waarborgen we de duurzaamheid van in Nederland gebruikte biobrandstoffen in het vervoer. Tegelijkertijd bieden we het Nederlandse bedrijfsleven duidelijkheid en een gelijk speelveld in Europa. Bedrijven en de transportsector weten waar ze de komende jaren aan toe zijn als het gaat om de geleidelijke verhoging van het percentage hernieuwbare energie in brandstof voor vervoer.”

De eerstkomende jaren wordt het volume hernieuwbare energie met kleine stappen verhoogd (4,5% in 2012, 5% in 2013 en 5,5% in 2014). Nederland werkt op deze wijze toe naar de Europese doelstelling van minimaal 10% hernieuwbare energie in het vervoer in 2020. Die doelstelling wordt niet alleen bereikt door biobrandstoffen bij te mengen; ook de inzet van duurzame elektriciteit en groen gas telt mee.

Duurzaamheidseisen
Bij biobrandstoffen moet, over de hele keten van productie tot gebruik, de uitstoot van CO2 in 2011 met 35% verminderen ten opzichte van benzine en diesel. Dat percentage loopt op tot 60% in 2018. Ook mogen de voor biobrandstof geteelde gewassen niet ten koste gaan van biodiversiteit, oerbossen en gebieden met een hoge koolstofvoorraad, zoals veenbossen.

Aanscherping duurzaamheid
Nederland heeft zich sterk ingezet om de duurzaamheidcriteria Europees te verankeren. “We mogen trots zijn op de Nederlandse bijdrage aan de totstandkoming van de duurzaamheidcriteria”, aldus Atsma. “Met deze wet zorgen we dat de Europees gemaakte afspraken in Nederland ook daadwerkelijk worden toegepast. Het product biobrandstoffen loopt daarmee voorop en kan als voorbeeld dienen voor verdere verduurzaming van de economie.” Tegelijkertijd dringt Atsma er in Brussel op aan om deze duurzaamheidseisen verder aan te scherpen. Met name de effecten van indirecte verschuiving in landgebruik zouden moeten worden meegenomen.


Milieuclubs teruggefloten in strijd tegen kolencentrales

Donderdag 26 mei 2011

Een groep milieuorganisaties heeft een harde nederlaag geleden in haar strijd tegen de bouw van drie kolencentrales in Nederland.

Het Europese Hof van Justitie zegt in een advies aan de Raad van State dat de milieuvergunningen voor de centrales niet ten onrechte zijn verstrekt.

Het Hof legt daarmee het advies van zijn eigen advocaat-generaal van december vorig jaar naast zich neer. Het is nu aan de Raad van State om zich weer over de zaak te buigen.

Er zijn in Nederland drie kolencentrales in aanbouw. E.on en Electrabel bouwen kolengestookte energiecentrales op de Maasvlakte en RWE bouwt er een in de Groningse Eemshaven.

Slepende zaak
Naast deze procedures tegen de milieuvergunningen lopen hebben de milieuorganisaties zoals Greenpeace en stichting Natuur en Milieu ook zaken lopen bij de Raad van State tegen de natuurvergunningen.


Verbruik elektriciteit gelijk, duurzaam wint terrein

Donderdag 26 mei 2011

Het elektriciteitsverbruik in Nederland is in april 2011 wederom gelijk gebleven aan de voorgaande vier maanden. Dit blijkt uit de verbruikscijfers die TenneT maandelijks publiceert.

Na een periode van een sterk dalend verbruik en vervolgens een stijging, blijft het energiegebruik zeer stabiel met ruim 104 duizend gigawattuur. Tegelijk zijn de jaarcijfers bekend geworden over productie, verbruik en import van duurzam elektriciteit in het jaarverslag 2010 van TenneT-dochter CertiQ. Daarin staat dat er sprake is van een stijgend aantal productie-installaties voor duurzame elektriciteit en een toenemend verbruik van duurzame elektriciteit.

Zowel in 2008, 2009 als in 2010 was er sprake van een toename in het aantal productie-installaties voor duurzame elektriciteit en het totaal opgesteld vermogen. Het aantal bij CertiQ ingeschreven productie-installaties groeide van 4.837 in 2009 naar 7.599 in 2010, een stijging van bijna 60 procent. Deze groei wordt bijna volledig veroorzaakt door nieuwe zonne-installaties van particulieren. Eind 2010 bedroeg het totaal opgesteld vermogen van bij CertiQ ingeschreven installaties ruim 9.000 megawatt.


Electrawinds Italië opent solarpark in Toscane

Donderdag 26 mei 2011

PONTEDERA – ITALIE – Het groenestroombedrijf Electrawinds opende op vrijdag 20 mei 2011 haar eerste solarpark buiten België. Het gaat om een project in de Italiaanse stad Pontedera waarbij een open parkeerterrein overdekt is met 1416 zonnepanelen. Voor Electrawinds is dit de tweede realisatie in Pontedera. In september 2008 opende de Belgische hernieuwbare energieproducent er al een windpark van 4 turbines.

Het eerste zonneproject van Electrawinds in Italië is gerealiseerd in samenwerking met het gemeentebestuur van Pontedera dat eigenaar is van de parkeergarage. Van de 4500 m2 dakoppervlakte is 2100 m2 overdekt met photovoltaïsche panelen. Er is rekening gehouden met de lichtinval op de panelen maar ook met de lichtinval op het parkeerterrein zelf.

De 1416 panelen van het solarpark Pontedera zullen een jaarlijkse elektriciteitsopbrengst genereren van 357.000 kWh wat overeenkomt met het jaarverbruik van zo’n 102 gezinnen. In vergelijking met de klassieke (fossiele) energieproductie zal het park jaarlijks 162.79 ton CO2 besparen. Electrawinds is volle eigenaar van het solarpark en heeft er 1.3 miljoen euro in geïnvesteerd.

Zonnepanelen in Pontedera

Voor Electrawinds is het zonnepark in Pontedera het 14de gerealiseerde solarproject. Het geïnstalleerd vermogen van alle installaties samen bedraagt momenteel 2.4 MW. Naast de ontwikkeling, bouw en financiering is Electrawinds ook verantwoordelijk voor de exploitatie.
(Bron: Persbericht Electrawinds België)


Gemeente Boxtel wil nader onderzoek naar proefboring schaliegas

Donderdag 26 mei 2011

De gemeente Boxtel, die al een bouwvergunning heeft gegeven voor een proefboring naar schaliegas op gemeentegrond, wil nog een onafhankelijk onderzoek naar de risico’s.

Het verzoek om een extra onderzoek is neergelegd bij het Britse bedrijf Cuadrilla, dat de proefboring gaat uitvoeren, en bij het ministerie van Economische Zaken.

Wethouder Peter van de Wiel heeft dat woensdagavond gezegd op een drukbezochte bijeenkomst voor inwoners, georganiseerd door de lokale politiek. Eerder deze maand vroeg een ruime meerderheid van Provinciale Staten in Noord-Brabant al om een onafhankelijk onderzoek.

Proefboring
Boxtel heeft vorig jaar reeds ingestemd met de proefboring op een industrieterrein. “Publiek draagvlak is aan corrosie onderhevig en we hebben dat signaal opgepikt”, verklaarde de wethouder over de onrust die nadien is ontstaan over de geplande proefboringen in Brabant.

Moratorium
Tweede Kamerlid Diederik Samsom (PvdA) die in Boxtel aanwezig was, verliet de avond met het plan om in de Tweede Kamer een hoorzitting te houden. De kans op een moratorium (opschorting van de proefboring) acht hij klein.

Plan doorzetten
Voor zover tot nu toe bekend heeft Cuadrilla het plan voor een extern onderzoek nog in beraad. Het bedrijf zet het plan door om na de zomer in Boxtel met boren te beginnen. Een woordvoerder benadrukte dat deze week in Engeland juist een uitgebreid parlementair onderzoek is afgerond.


Advocatenkantoor Blenheim sleept directie CIG Biodiesel voor de rechter

Woensdag 25 mei 2011

Advocaten van het Amsterdamse advocatenkantoor Blenheim hebben het Openbaar ministerie gevraagd een strafzaak tegen vader en zoon Breur, de hoofdpersonen in de CIG Biodieselaffaire, te beginnen.

‘Het heeft er volgens de gedupeerde beleggers alle schijn naar dat dit hele project van het begin af aan is opgezet om iedereen op te lichten. Vrijwel niemand in deze zaak, zowel beleggers, leveranciers als uitvoerders, heeft ooit gekregen wat de familie Breur heeft beloofd. Dat was voor ons aanleiding om strafrechtelijk aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM) te doen.’ Willem-Jan Tielemans en Jasper Hagers van advocatenkantoor Blenheim zien het als een extreem maar noodzakelijk middel. ‘Civielrechtelijk komen we nauwelijks verder. Maar hoe je het ook bekijkt: er is €4,1 miljoen verdwenen bij CIG, en dat geld moet ergens zijn.

Vader en zoon Pieter en Arnold Breur, mislukte projectontwikkelaars, wilden met hun CIG Biodiesel in Oostenrijk een fabriek bouwen die brandstof maakt uit landbouwproducten. Ze haalden ruim 200 obligatiehouders binnen door te schermen met een rendement van 15%. Daarbij logen de Breurtjes over een investering van een Quote 500-lid, schermden zij met een investering van €52 miljoen door een Luxemburgse venture capitalist maar vertelden beleggers daar niet bij dat het een vehikel van vader en zoon zelf betrof. Vorig jaar ging het hele project brandend ten onder, een lange rij schuldeisers achterlatend.

Tielemans en zijn collega Jasper Hagers treden namens zo’n 150 schuldeisers op. Dat was volgens hen voor het OM voldoende reden om tot vervolging over te gaan: ‘Half april kregen we het telefoontje dat ze de molen in gang zetten, dus dat is goed nieuws. Binnen vier maanden zou er een dagvaarding uit moeten gaan.’ Wat hopen de Blenheimadvocaten te bereiken? ‘We willen weten waar het geld is en dat terughalen natuurlijk. En dan is er de genoegdoening voor de slachtoffers. Want die twee lijken de dans te kunnen ontspringen. Dat willen de gedupeerde beleggers niet laten gebeuren.’


Roland Berger: kies voor groen gas en niet voor bioethanol

Woensdag 25 mei 2011

Eén van de grootste en betere adviesbureaus, Roland Berger Strategy Consultants, heeft geadviseerd dat we in Nederland beter op groen gas kunnen gaan rijden dan op het omstreden bio-ethanol.

Voor de verduurzaming van transportbrandstoffen laat Nederland groen gas vooralsnog links liggen. Vaak wordt gekozen voor een duur en omstreden alternatief: bio-ethanol. Onterecht volgens Roland Berger Strategy Consultants. Met de studie ‘Potentiële rol van groen gas in transport’ maakt het strategisch adviesbureau hard dat brandstof winnen uit mest- en reststoffen uit eigen land (groen gas) niet alleen een ethischer alternatief is dat geen aanspraak maakt op andermans potentiële voedselvoorraad (bio-ethanol). Het is ook een goedkoper alternatief dat tegelijk de Nederlandse economie stimuleert.

Ingegeven door de verplichtingen die vanuit de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie opgelegd worden, groeit het aandeel biobrandstoffen gestaag. De inzet van biomassa is essentieel voor het halen van de verplichting van 14% hernieuwbare energie. Daarnaast is Nederland verplicht om in 2020 ten minste 10% van het energieverbruik in verkeer en vervoer te verduurzamen. Dit is tot op heden vooral gerealiseerd door bijmenging van bio-ethanol/ETBE en biodiesel. Bij stabiele prijzen en ongewijzigd beleid lopen tot 2020 de jaarlijkse maatschappelijke meerkosten van verduurzaming van transport met de huidige biobrandstoffen op tot naar schatting 400 miljoen euro.

Volgens Roland Berger vormt groen gas een aantrekkelijk alternatief voor de huidige biobrandstoffen. Met zijn agro- en chemiesector, infrastructuur en gunstige ligging, aanwezige kennis en ervaring op het gebied van biomassa in allerlei processen is Nederland volgens het strategisch adviesbureau bij uitstek een land waarin een economie gericht op groene grondstoffen succesvol kan worden. Door in te zetten op groen gas in transport kan optimaal aan de Nederlandse economie worden bijgedragen.

Roland Berger noemt de verschillende voordelen van de inzet van groen gas voor de Nederlandse economie. Door gericht in te zetten op groen gas als biobrandstof gaan niet alleen de kosten van duurzaam transport voor Nederland met (een bescheiden) 25 miljoen euro per jaar omlaag, het beperkt bovendien de import van buitenlandse biobrandstoffen en daarmee het weglekken van middelen uit de Nederlandse economie. Ook creëert het een secundaire inkomstenstroom en werkgelegenheid voor onder andere de agrarische sector en de afvalverwerkende industrie. Het reduceert de omvang van residustromen en daarmee kosten voor verwerking. Tenslotte biedt het mogelijkheden voor kennisvalorisatie en uitbouw van (exporteerbare) industriële activiteiten rondom groen gas. “Met de investering in groen gas leg je meteen een solide basis voor een biobased economy, waarbij de inzet van groen gas verder gaat dan alleen als transportbrandstof,” aldus Jeroen Althoff, project manager bij Roland Berger in Nederland.

Naast de kostenbesparing biedt groen gas ook een alternatief in de ‘food vs. fuel’ discussie die is ontstaan rondom de inzet van bio-ethanol. De biomassa die bij de productie van ‘eerste generatie’ bio-ethanol wordt gebruikt, is namelijk ook in te zetten als voedsel. De productie van deze biobrandstof op grote schaal kan dan ook significante gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en prijzen van voedsel wereldwijd. Groen gas biedt een alternatief voor dit dilemma. Bij de productie van groen gas wordt immers vooral gebruik gemaakt van vergisting van mest- en reststoffen, waarbij niet met de voedselvoorziening wordt geconcurreerd.

Om de duurzaamheidsdoelstellingen voor transport in Nederland enkel met groen gas te realiseren is in theorie 660 miljoen kubieke meter (mcm) per jaar nodig. De inzet van 660 mcm groen gas in transport bespaart maximaal 120 miljoen euro op verduurzaming van transportbrandstoffen in 2020. Ondanks de economische en maatschappelijke voordelen van groen gas zal de inzet in transport in 2020 echter door beperkingen in de infrastructuur laag zijn. Het aantal voor (groen) gas geschikte voertuigen is in Nederland vergeleken met andere landen beperkt. Vooral het geringe aantal CNG/LNG tankstations weerhoudt particulieren en bedrijven er van over te stappen. Zelfs bij sterke groei van het aantal geschikte voertuigen bedraagt de maximale vraag in 2020 in de praktijk minder dan 400 mcm. Een belangrijke drempel voor het grootschalig omschakelen op groen gas zijn de benodigde investeringen in infrastructuur. “Dit is waar de overheid moet inspringen en de juiste randvoorwaarden moet scheppen,” aldus Althoff.
(Bron: Persbericht Roland Berger)


Meer restproducten toegelaten bij co-mestvergisting in Nederland

Dinsdag 24 mei 2011

Zo’n 100 boeren in ons land hebben op dit ogenblik een co-mestvergister, d.w.z. dat zij hun mengmest, samen met andere producten, vergisten om er biogas, elektriciteit en warmte uit te halen. Nederland telde eind 2010 180 operationele biomassavergsisters.

Er wordt in Nederland al netto 470 miljoen kWh opgewekt door het vergisten van mest. Het vergistingsproces verbetert als naast mest ook andere natuurlijke producten worden toegevoegd, zoals resten uit de voedingsindustrie. Op die manier wordt er ook nuttig gebruik gemaakt van afval. Het toegevoegde product mag geen schadelijke stoffen opleveren in het eindproduct. Het mengsel wordt namelijk na vergisting gebruikt als meststof op het land. Vandaar dat daar strenge regels voor zijn.

De staatssecretaris voor Landbouw, Bleker, heeft nu beslist 8 nieuwe producten toe te laten die bij de mest kunnen worden gevoegd om een hogere gasopbrengst te krijgen. Er staan nog zo’n 13 producten op de nominatie om ook goedkeuring te krijgen.

De 8 nieuwe producten zijn onder andere brood- en deegresten, bierbostel (restant dat overblijft in de bierbrouwerij), aardappelpersvezel, bietenpulp en uienpulp.

Daarnaast gaat staatssecretaris Bleker nieuwe regels maken waardoor het voor boeren met een co-mestvergister mogelijk wordt om (rest)producten zelf te testen op veiligheid en zuiverheid zodat die – onder voorwaarden – ook in de vergister kunnen. Daarmee wordt het mogelijk om veel meer reststoffen te gebruiken in de co-vergisters.


Verzet tegen BioShape groeit in Tanzania

Zaterdag 21 mei 2011

Een groep van 18 studenten die op de Universiteit van Dar es Salaam in Tanzania studeren  is een actie begonnen tegen de landroof (land grabbing) door BioShape.

De studenten komen uit landen als Kenia, Denemarken, Tanzania, Nigeria, Sierra Leone, Zambia en Zuid Afrika en hebben één gemeenschappelijk doel: te proberen een wereld te maken waar geen honger heerst. Hun eerste actie is gericht op de landroof in het district Kilwa door BioShape.

De studenten zijn begin mei in Mavuji in het district Kilwa op bezoek geweest om de effecten van de landroof door BioShape te onderzoeken. BioShape had in Mavuji het basiskamp.

De studenten  spraken uitgebreid met de inwoners van Mavuji en met (ex) werknemers van BioShape die uit alle macht een mogelijke doorstart van BioShape in het gebeid zullen verhinderen.

Uit eigen ervaring weet een lid van de redactie van Fibronot.nl hoe vijandig de inwoners van Mavuji tegenover verschillende managers van BioShape staan. De handgebaren die enkele inwoners maakten bij het horen van de naam Cor Vaes lieten aan duidelijkheid niets te raden over.

De studenten  maakten video opnames als basis voor een open dag op de Universiteit van Dar es Salaam, die vandaag, zaterdag 21 mei 2011 gehouden werd.
Ze gingen  onder het motto Don’t sell our future in debat met vertegenwoordigers van verschillende NGO’s en met politici. Uiteraard werd ook de korte film vertoond.
Kijk hieronder naar het filmpje van de studenten dat ze in Mavuji maakten en luister naar de slachtoffers van de landroof, hoe ze lijden, door BioShape zijn opgelicht en geen loon kregen uitbetaald hoewel ze in dienst van BioShape waren.

Link naar
De film over Mavuji

Bezoek aan Mavuji
Studenten uit Dar es Salaam lichten
de bewoners van Mavuji in hoe ze tegen
BioShape in verzet moeten komen.

Interview met slachtoffers van de landroof door BioShape
Interview in Mavuji met slachtoffers van de landgrab
door BioShape


Groen gas niet altijd duurzaam

Zaterdag 21 mei 2011

Groen gas, gemaakt uit biomassa, is niet per definitie ‘groen’. Dat concludeert de organisatie Natuur & Milieu in het rapport ‘Heldergroen gas’ dat onlangs verscheen.

Gas is pas groen als de gebruikte biomassa niet concurreert met de voedselproductie voor mens en dier. Bovendien moet de biomassa gegarandeerd leiden tot klimaatwinst om de stempel duurzaam te verdienen. Dat is de stelling van organisatie Natuur & Milieu.

Reststromen
Het  rapport van Natuur & Milieu concludeert dat sommige vormen van groen gas volgens die criteria inderdaad niet duurzaam zijn. Zo kan maïs beter voor voedsel of veevoer worden ingezet dan voor de productie van biogas. Maar ook veel reststromen uit de voedselverwerkende industrie kunnen beter als veevoer worden gebruikt. Andere reststromen,  zoals GFT-afval, kunnen wel duurzaam worden vergist voor de productie van groen gas.

Goed of fout
In het  rapport is een lijst opgenomen met goede en foute grondstoffen voor de productie van groen gas. Goed zijn gft-afval of zuiveringsslib van rioolwater, slecht zijn landbouwgewassen of reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie.

Overheid
Natuur & Milieu wil graag dat er in Nederland duurzaamheidseisen worden opgesteld voor elektriciteit, warmte of gas uit biomassa. De overheid zou alleen subsidie moeten verstrekken voor duurzame energieproductie als het gas voldoet aan die duurzaamheidseisen. De Tweede Kamer vergadert op 19 mei over het beleid voor hernieuwbare energie in Nederland.


Bouw windmolenpark Ecofactorij op losse schroeven

Vrijdag 20 mei 2011

Het is onduidelijk of Apeldoorn nog werk gaat maken van de komst van windmolens aan de oostkant van Apeldoorn.

Deze week bepaalde de rechter in Zutphen dat de 150 meter hoge molens niet op die plek kunnen komen, omdat er mogelijk gevaar is voor vliegverkeer van en naar Teuge. De gemeente heeft de kans in hoger beroep te gaan, maar is daar nog niet over uit, zegt wethouder Olaf Prinsen (D66). Daarvoor moet eerst de uitspraak bestudeerd worden en een inschatting gemaakt van de kans op succes.

Apeldoorn hecht sinds een jaar veel minder waarde aan windenergie. Deze gemeente is niet de goede plek voor die energiebron; bijvoorbeeld zonne-energie is logischer, is het idee. Prinsen erkent dat Apeldoorn (zeer) terughoudend is om nog werk te maken van nieuwe windmolenparken. Hij stelt evenwel dat die principiële keus geen rol speelt bij de overweging om voor deze specifieke locatie al dan niet in beroep te gaan. ,,Die afweging maken we met een puur juridische benadering.” Overigens is Apeldoorn in dit geval niet de initiatiefnemer, maar ‘slechts’ vergunningverlener.

Lees hier de uitspraak


Olie in aardwarmteput kost veel geld

Vrijdag 20 mei 2011

Vijf weken ligt de aardwarmteput bij de Gebroeders Ammerlaan inmiddels stil door het aantreffen van olie in het opgepompte water. Verwarming van de kassen, het zwembad, de sporthal, het fitnesscentrum en het scholencomplex gebeurt nu weer met aardgas. Ammerlaan zoekt naar een technische oplossing.

“Het aantreffen van olie in de aardwarmteput is niet onverwacht. Er wordt immers geboord in dezelfde aardlaag als waar olie en gas worden gewonnen,” aldus Victor van Heekeren van het Platform Geothermie. “De olievondst zal zeker geen bron van inkomsten zijn zoals her en der wordt gesuggereerd. Het aantreffen van aardolie in de put betekent in eerste instantie vooral dat er allerlei extra technische voorzieningen moeten worden getroffen.”

De hoeveelheid olie is naar verwachting niet groot. Van Heekeren: “Het is nog niet duidelijk om hoeveel olie het gaat. Olie en gas zitten bovenin de laag en het warme water komt van dieper. Er is waarschijnlijk wat rest olie in de pompen gekomen. Dit kan met een week of met drie maanden weer zijn opgelost.”
Het warme water wordt vanaf een diepte van 2100 meter omhoog omhoog gebracht.

Niet retour pompen
Het probleem van olie in het systeem is dat het niet in de warmtewisselaars terecht mag komen. Ook mag olie beslist niet in de retourput worden teruggebracht. Olie kan dan voor verstoppingen zorgen waardoor het hele systeem vastloopt. Van Heekerene: “Er zal een oplossing gevonden moeten worden om de olie te scheiden van het water. Technisch is dat niet zo’n probleem, maar de ondernemer moet niet weten of hij voor een week of voor drie maanden machines moet regelen. Dat zijn lastige beslissingen omdat het over flinke investeringen gaat.”


Provincie Friesland zette krant onder druk inzake Omrin

Vrijdag 20 mei 2011

De provincie Friesland heeft ten onrechte de Harlinger Courant onder druk gezet om een rectificatie van een artikel gedaan te krijgen. Dat heeft de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) donderdag gezegd.

Een woordvoerder van de provincie wilde dat de krant een artikel in december vorig jaar over de omstreden verbrandingsoven van Omrin in Harlingen rechtzette.

”Zonder aantoonbaar te maken dat de inhoud van het artikel niet zou kloppen”, aldus de NVJ.

Het kritische artikel over Omrin klopte volgens de provincie op een aantal punten niet. De woordvoerder viel chef-redactie Jeroen Pietersma van de Harlinger Courant vervolgens meerdere malen telefonisch en per mail lastig.

Pietersma moest van de provincie het artikel rectificeren, maar weigerde dat. ”Pietersma heeft zeer veel standvastigheid moeten tonen om niet onder druk van de woordvoerder te bezwijken’’, aldus de NVJ.


Britten maken Brabantse geesten rijp voor schaliegas

Donderdag 19 mei 2011

Het Britse bedrijf Cuadrilla, dat in Brabant wil gaan boren naar schaliegas, heeft communicatiebureau Van Luyken in de arm genomen om ‘de juiste informatie’ te verspreiden. Volgens adviseur Hans Weijel van Van Luyken hebben tegenstanders van de boringen, waaronder Brabant Water en Provinciale Staten, een informatieachterstand en wordt er veel foute informatie verspreid.

Journalisten
Iedereen is welkom in Blackpool (Engeland) om met eigen ogen te kijken hoe Cuadrilla naar schaliegas boort, zegt Weijel. ‘Daar kun je de beelden zien die bij ons verhaal horen.’ Tot nu toe heeft een aantal journalisten van dit aanbod gebruik gemaakt, zegt Weijel.

Cowboys
De weerstand tegen de gasboringen komt volgens Weijel voort uit verhalen uit de Verenigde Staten en de film Gasland. Die concentreert zich op fouten die zijn gemaakt bij schalieboringen in de VS. Weijel: ‘Op een totaal van 400 duizend putten is het bij 15 tot 20 behoorlijk fout gegaan. Die film heeft veel stof doen opwaaien. De suggestie is: dit krijg je als je naar schaliegas boort. Maar daar waren cowboys aan het werk, die film geeft een verkeerd beeld.’ Volgens Weijel neemt Cuadrilla strenge veiligheidsmaatregelen in acht, die voorkomen dat het drinkwater vervuilt. ‘Dit soort verhalen wordt niet verteld. Die vertellen wij nu aan Brabant Water, Provinciale Staten, journalisten en het publiek.’

Bang gemaakt
Weijel erkent dat het ‘verschrikkelijk moeilijk’ is nuances aan te brengen in een vastgezet beeld dat mensen hebben. ‘Maar ze kunnen in ieder geval luisteren naar het verhaal van Cuadrilla. We kunnen laten zien dat de manier waarop Cuadrilla boort niet schadelijk is. De mensen zijn bang gemaakt. Als  mensen tegen het gebruik van fossiele brandstoffen zijn, heb ik geen argumenten, want ook schaliegas is een fossiele brandstof.’

Hieronder staat een bedrijfsfilm van Cuadrilla waarin het principe van de boring wordt uitgelegd.


Is Nederland klaar voor een nieuwe hype?

Donderdag 19 mei 2011

Nadat we in Nederland jaren lang door bedrijven als BioShape en Fibroned voor de gek zijn gehouden hoe we het energieprobleem, als dat er al was, op moesten lossen, worden we langzaam warm gemaakt voor de volgende hype, geothermische energie.

Fibroned zou door het verbranden van kippenpoep op de Ecofactorij in Apeldoorn elektriciteit en warmte opwekken.
Wetenschappelijk is op de TU Delft aangetoond dat het verbranden van kippenmest om energie op te wekken tot de meest vervuilende technieken wordt gerekend. Bekijken we de kippenmestverbrander in Minnesota (VS), FibroMinn, dan klopt dit onderzoek. Na jaren is gebleken dat FibroMinn in z’n eentje het milieu meer vervuilt dan de drie kolencentrales die in Minnesota staan.
Inmiddels wordt een nieuwe eigenaar voor Fibroned gezocht. Het huidige management rekent er kennelijk niet meer op dat ze ongeschonden door de BIBOB screening zullen komen. Een onderzoek dat door de Commissaris van de Koningin in Gelderland al bijvoorbaat is aangekondigd. De redactie van Fibronot.nl is in het bezit van de brief van de Commissaris waarin hij het integriteitsonderzoek naar Fibroned heeft toegezegd.
Bovendien zijn er waarschijnlijk geen banken te vinden die de financiering, die geschat wordt op een bedrag van € 150 miljoen tot € 200 miljoen, van een omstreden project als een kippenmestverbrander, voor hun rekening willen nemen.

De BioShape Holding B.V. wilde met behulp van een wonderplantje ook helpen het energieprobleem in Nederland op te lossen. Dit wonderplantje,jatropha geheten, produceert zaden die, wanneer ze uitgeperst worden, een giftige substantie produceren, waarvan beweert wordt dat het op dieselolie lijkt.
Internationaal was al jaren bekend dat de bedrijfsvoering zoals BioShape voor ogen stond op grote weerstand stuitte. De mislukte avonturen in Tanzania hebben aangetoond dat deze internationale kritiek terecht was.
Uiteindelijk hebben de plannen van de BioShape Holding B.V. tot een faillissement van het bedrijf geleid, Eneco achterlatend met een verlies van meer dan € 8 miljoen, zakenbank Kempen & Co, heeft nog een bedrag van € 5.5 miljoen uit de failliete tegoed en veel bewoners in het district Kilwa in Tanzania zijn hun grond, waar ze al decennia lang hun eigen voedsel konden verbouwen, kwijt. Internationaal wordt dit aangeduid als ‘land grabbing’. Nog afgezien van de (illegale) kap van grote hoeveelheden tropisch bos waaraan BioShape zich schuldig heeft gemaakt.

Nu is er dus een nieuwe hype: geothermische energie in Nederland.
De kranten staan er de laatste maanden bol van en de ene na de andere boortoren verschijnt in streken waar men meent zonder problemen warm water uit de grond te kunnen pompen.

Met het toepassen van geothermische energie beoogt men fossiele brandstoffen te besparen, maar de dagelijkse praktijk is heel anders dan men zich heeft voorgesteld: er wordt hoofdzakelijk aardolie,  vermengd met water,  opgepompt. Of het water is zo zout dat de filters verstopt raken en de installatie in de soep draait.

De pogingen van een groot tuinbouwbedrijf in het Zuid Hollandse Pijnacker om warm water op te pompen liggen op dit moment stil omdat er zoveel aardolie omhoog komt dat men met de handen in het haar zit.

In Nederland is het bij wet geregeld dat de concessie om aardolie uit de grond te halen bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij ligt.
De tuinbouwers zitten dus met een levensgroot probleem opgezadeld. Niet alleen moet de olie van het water in een kostbare scheidingsinstallatie worden gescheiden, men weet niet of de olie opgeslagen moet worden of weer teruggepompt moet worden. In alle gevallen is dat zo duur dat het maar de vraag is of het gebruik van geothermische energie nog lonend is.

Uit jarenlang onderzoek is  algemeen bekend dat Nederland als het ware op olie drijft. Waar de olie in grote winbare hoeveelheden aanwezig was, heeft de NAM in de afgelopen 40 jaar enkele honderden miljoenen vaten aardolie weten te winnen. Gebieden als Schoonebeek in Drente, Pijnacker, Naaldwijk, Nootdorp, Delft en Rijwijk in Zuid Holland zijn de toonaangevende plaatsen waar winbare hoeveelheden olie in de grond zat.
Schoonebeek was bij de ontdekking zelfs het grootste olieveld in West Europa. De NAM haalde er tot 1996 ruim 250 miljoen vaten ruwe olie uit de grond die dagelijks met lange olietreinen naar Rotterdam werden vervoerd.
Historisch is de gebeurtenis uit 1976 toen Schoonebeek met een echte spuiter te maken had. De olie spoot met zo’n grote kracht uit een put dat een groot gedeelte van Schoonebeek met een dun laagje olie werd bedekt. De NAM heeft alles netjes schoon laten maken en de mensen schadeloos gesteld. In 1996 werd bij Schoonebeek de winning van de aardolie gestaakt, omdat deze te onrendabel was geworden. De opgepompte olie bestond namelijk voor 95% uit zout water en 5% olie.
Echter, nieuwe winningstechnieken hebben de NAM doen besluiten om eind 2010 opnieuw met het winnen van olie bij Schoonebeek te beginnen. Er wordt hete stoom de grond in gepompt waardoor de stroperige oliemassa wat meer vloeibaar wordt. De omhoog geperste olie wordt niet meer in Nederland verwerkt maar gaat met een pijpleiding naar een olieraffinaderij in Lingen, net over de grens.

Geothermische energie dus.
Nu zijn er in Nederland enkele gebieden waar zich op een diepte van ongeveer drie kilometer warm water bevindt. Dit water wordt opgewarmt met energie die vanuit de binnenste aardlagen komt. Er zijn in Nederland enkele gebieden die daarvoor in aanmerking komen. Niet toevallig zijn dat ook de gebieden waar olie in de grond zit, dus de Achterhoek,  Drente,  Zuid Holland en een streek ten zuiden van Rotterdam en onder de Zuid Hollandse eilanden. Geologisch gezien zijn dat dus oeroude grondformaties.

Hoe moeten we ons dat nu voorstellen? Zit er als het ware een grote waterbel in de grond?
Nee.
Het water dat een temperatuur heeft van ongeveer 60 graden,  zit tussen zand- en kleikorrels. Het moet dus omhoog gepompt worden.
Aan de vele boorpogingen die op dit moment links en rechts in Nederland worden uitgevoerd zou je denken dat dit omhoog pompen een peuleschil is. Niets is minder waar.

Ten eerste is de capaciteit van de hoeveelheid water volstrekt onvoldoende om op grote schaal warm water uit de grond te halen en het koude water enkele kilometers verderop weer terug te pompen.
Een middelgroot land- of tuinbouwbedrijf heeft al gauw 150 m³ warm water per uur nodig om allerlei WKK installaties te voeden.
De aanvoer van aardwarmte uit de diepere bodemlagen is in Nederland volstrekt onvoldoende om binnen enkele uren het water weer te verwarmen naar 60 graden. Dit is een van de grote misvattingen bij de voorstanders van geothermische energie.
We zitten namelijk niet op IJsland, waar de vulkanische ondergrond voor voldoende opwarming binnen korte tijd zorgt. Daar is het dus wel  mogelijk om zeer grote hoeveelheden heet water op te pompen.

Bovendien hebben we in Nederland te maken met een mengsel van al dan niet zout water met aardolie. Er zijn peperdure scheidingsinstallaties nodig om het water van de olie te scheiden en waar laat je de olie?
De aanwezigheid van hoge ijzergehaltes in het water zorgt voor nieuwe problemen. Het ijzer slaat in de vorm van pyriet, of ijzerdisulfide neer in de filters waardoor deze verstopt raken en er nauwelijks nog water omhoog komt.
Wie de problemen wil bekijken moet maar eens gaan kijken in het gemeentehuis in Rijssen. Daar ligt de grondwaterinstallatie die het gemeentehuis van warmte en koude moest voorzien al lange tijd stil.
Nu was dit nog maar een kleine installatie en is de schade beperkt gebleven tot ongeveer € 400.000, maar de schadepost bij het tuinbouwbedrijf in Pijnacker kan al snel oplopen naar enkele miljoenen Euro’s als er geen oplossing voor de aanwezige olie wordt gevonden. Dat betekent dus onderhandelen met minister Verhagen wie de olie omhoog mag pompen en wie daarna de opbrengst van de olie mag hebben.

Er wordt in Nederland maar al te gauw naar de subsidiepot gekeken bij het ontwikkelen van nieuwe technieken. Ook het toepassen van geothermische energie kost op een termijn van een jaar of tien tegen de € 100 miljoen aan gemeenschapsgeld.

De redactie van Fibronot.nl is van mening dat er bij de toepassing van geothermische energie overhaast te werk wordt gegaan en dat ‘Den Haag’ en de Provinciebesturen veel te snel naar de subsidiebuidel grijpen.
De aanwezigheid van een warme (zout) water laag, vermengd met olie op een diepte van ongeveer drie kilometer met een temperatuur van ongeveer 60 graden wil niet zeggen dat iedereen nu maar ineens dit warme water omhoog moet gaan pompen. Wie betaalt de rekening als na een jaar lang warm water pompen blijkt dat de temperatuur een graad of tien gezakt is? Als daar een hele woonwijk aan hangt zijn de rapen gaar.
De capaciteit van de warmtebron, de aardwarmte dus, is onder Nederland volstrekt onvoldoende om grote hoeveelheden water te verwarmen.
Dat houdt in dat negen van de tien projecten waar geothermische energie in het spel is zullen mislukken, ten koste van grote hoeveelheden gemeenschapsgeld.

Geothermisch Nederland
Verleende vergunningen in geothermisch Nederland
(klik om te vergroten)


De gifbelt die Harlingen heet

Woensdag 18 mei 2011

Wie vroeger naar Harlingen ging deed dat met maar één doel voor ogen, een vaart met de veerpont naar één van de Waddeneilanden, Terschelling of Vlieland.
Tegenwoordig is het is drukker  in de haven.

De olie- en gaswinning op zee heeft van Harlingen een drukke havenplaats gemaakt. De vissersvloot van Urk heeft in Harlingen een soort tweede ligplaats gevonden, met een eigen visafslag omdat dit goedkoper was dan helemaal naar Urk door te varen.

De reizigers naar Terschelling en Vlieland blijven komen, de vissers uit Urk ook, de bevooraadingsschepen voor de olie- en gaswinning ook.

Wat nieuw is in Harlingen is de vuilverbrandingsinstallatie van Omrin. Een twintigtal Friese gemeenten en ruim 5000 bedrijven en instellingen laten er hun afval verbranden.
De Friese Provinciale Staten hebben in al hun wijsheid besloten dat deze vuilverbrander het best aan de rand van de Waddenzee bij Harlingen gebouwd kon worden.

Waar vooraf uitvoerig voor werd gewaarschuwd, blijkt heden ten dage maar al te waar zijn geweest. De massale uitstoot van levensgevaarlijke uitlaatgassen van de vuilverbrander, waaronder dioxine.

De provincie Friesland zegt stellig dat er in de aanloopfase geen dioxine is vrijgekomen.
Een woordvoerder van de vuilverbrander zegt dat de uitstoot van dioxine niet continue te meten is en dat een periodieke meting eens in de zoveel tijd afdoende is.
Nu gaat het er in deze afvalverbrandingswereld af en toe vreemd aan toe en lapt men de milieuregels vaak aan de laars.
Zo werd Omrin in 2006 door de Provincie gevoelig op de vingers getikt omdat het bedrijf zich niets van de regels in de milieuvergunning aantrok. Omrin verwerkte op het bedrijvenpark Heerenveen Noord allerlei soorten afval. Klachten van omwonenden wezen er uiteindelijk op dat het bedrijf een aanzienlijk hogere geuremissie had dan in de milieuvergunning was vermeld. Ook hier was Vernooij directeur.

Kenners beweren dat periodiek meten in Harlingen nutteloos is. Men kan vooraf te verbranden materialen selecteren die weinig vervuilen. De meting zegt niets over de jaarlijks uitgestoten hoeveelheid. Een staaltje van arglistig samenwerken van ondernemer en provincie. Transparantie is kennelijk ongewenst. Vervolgens teert men een jaar lang op de gunstige uitslag.

Begin april van dit jaar steeg een gele wolk zwaveldioxide uit het bedrijf omhoog. De concentratie was zo groot dat twee medewerkers van een scheepswerf in de buurt irritatie aan de luchtwegen opliepen. Ze waren als kraanmachinist werkzaam.

Volgens de Provincie zweeg de eigenaar van de oven, afvalverwerkingsbedrijf Omrin, over de gele wolk. En ook de gemeente Harlingen werd pas veel later over het incident geïnformeerd. Uit metingen die in opdracht van de Provincie zijn gedaan blijkt dat de rookwolk veel te grote hoeveelheden giftige stoffen bevatte. Onder meer zestien keer het toegestane zoutzuurgehalte.
Het milieu-onderzoeksbureau MOB van Johan Vollenbroek uit Nijmegen, die ook de Bezorgde Burgers in Apeldoorn met succes bijstond in hun juridische strijd tegen de komst van kippenmestverbrander Fibroned, heeft in Harlingen metingen verricht waarvan de uitkomst op z’n zachtst gezegd, alarmerend is.
Lees hier zijn bevindingen.

Door de provincie Friesland en het afvalverbrandingsbedrijf Omrin worden aantoonbaar wetten overtreden.
Je zou van een provinciebestuur beter verwachten, maar kennelijk spelen partijpolitieke belangen in deze zaak een hoofdrol, immers een twintigtal Friese steden en dorpen en naar schatting 5000 bedrijven en instellingen kunnen nu hun afval kwijt. Geld speelt dus een hoofdrol.

De Friese gemeenten vergeten echter dat met de overwegend heersende noordwesten wind zij zelf al het gif over hun landerijen krijgen uitgestort.

We kunnen er dus van uitgaan dat we over enkele jaren ook in Friesland alarmerende berichten lezen over met dioxine verontreinigde melk, zoals in het verleden in de omgeving van Vlaardingen ook is gebeurd.
Of over met dioxine vergiftigde vis uit de Waddenzee, zoals recent in de Biesbosch werd gesignaleerd.

Krijgen we over tien jaar weer de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek van een promovendus dat kinderen in een wijde cirkel rondom een vuilverbrander allerlei afwijkingen hebben, zoals recent is aangetoond in een onderzoek van een kinderarts aan het AMC?

Het is beschamend dat een provinciebestuur als dat van Friesland zo met de belangen van de eigen bevolking solt.

De milieugedeputeerde van Friesland, Sjoerd Galema, verschuilt zich achter de normen.
Deze milieugedeputeerde doet de redactie van Fibronot.nl denken aan de toenmalige milieugedeputeerde in de provincie Gelderland, Henk Aalderink, die in 2002/2003 eigenhandig de milieueisen waaraan Fibroned moest voldoen, versoepelde omdat Fibroned het allemaal wat te duur vond worden.
De Raad van State wist er wel raad mee en vernietigde de verleende milieuvergunning.
Henk Aalderink is sinds 2005 burgemeester van Bronckhorst.

De directeur van Omrin, John Vernooij, verschuilt zich achter de normen en grenswaarden. Het is het bekende spelletje van verstoppertje spelen omdat ze geen verantwoordelijkheid durven nemen.
Deze mensen weten toch wel, althans dat mag men hopen, dat je je niet achter de normen en grenswaarden van dioxine mag verschuilen?
Dioxine wordt nauwelijks in het menselijk lichaam afgebroken. Het verzamelt zich in de lichaamsvetten.
Je verschuilen achter grenswaarden is de ogen sluiten voor dit feit. Hoe klein de dioxine uitstoot ook is, de hoeveelheid dioxine neemt in de loop van de tijd steeds verder toe. De concentratie in het lichaam wordt dus steeds groter en daarmee gevaarlijker.
Ondanks de grenswaarde en de ´normen´.

Vernooij zegt in een interview in Noordnieuws, het blad van het VNO/NCW in 2009 dat er een hoop verwarring bestaat over de uitstoot van dioxine. Hij zegt ondermeer: “Op jaarbasis hebben we het over 0,02 gram dioxine dat bij ons vrijkomt. Waar hebben we het dan over? Niet meer dan een suikerkorreltje.”

Vernooij weet niet waar hij het over heeft. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat zelfs de kleinste hoeveelheden dioxine voor met name kleine kinderen schadelijk zijn.
Het sluipende gevaar van dioxine is juist de kleine hoeveelheid die uitgestoten wordt.

Vernooij zet in het artikel de burger weg als een onnozel iemand die je van alles wijs kunt maken. Het is tekenend voor de mentaliteit in deze sector.

John Vernooij was tussen 2000 en 2005 als manager afvalscheiding werkzaam bij de Afvalverwerking Rijnmond (AVR).
In 2004 werd de installatie door de autoriteiten stilgelegd nadat gebleken was dat de omgeving van de installatie sterk met dioxine was verontreinigd. Dit was trouwens niet de eerste keer dat de AVR werd stilgelegd.
Ook toen verklaarden de autoriteiten dat de dioxine uitstoot onder de norm lag, maar boeren in de omgeving van Vlaardingen konden jarenlang de melk van hun koeien niet kwijt vanwege het hoge dioxine gehalte. Ook werd afgeraden schapenvlees uit de besmette polder te eten.
Staat Friesland eenzelfde ramp te wachten?
Kennelijk moet de Friese bevolking eerst goed wakker geschud worden als het over dioxine gaat en laat ze zich liever in slaap sussen door de directie van Omrin en de Provincie.

Zie hieronder de uitzending van Nieuwsuur van dinsdag 17 mei 2011 om 22:00 uur.


Veel mis met verbrandingsoven Harlingen

Woensdag 18 mei 2011

Er is veel mis met de nieuwe verbrandingsoven Omrin in Harlingen. Apparatuur om de uitstoot van schadelijke stoffen te meten is niet op orde, waardoor in de opstartfase mogelijk hoge concentraties dioxine en koolwaterstoffen zijn vrijgekomen.
Dat meldde het tv-programma Nieuwsuur dinsdag op basis van een evaluatie van meetgegevens door het onderzoeksbureau MOB in Nijmegen.

Ook de provincie Friesland schiet volgens het onderzoeksbureau te kort. Het provinciaal bestuur zou veel te afhankelijk zijn van Omrin in plaats van zelf eisen te stellen.

Het baart MOB vooral grote zorgen dat er tot eind april mogelijk hoge concentraties dioxine zijn vrijgekomen.
De provincie Friesland heeft verzuimd Omrin te verplichten de uitstoot van schadelijke stoffen voortdurend in de gaten te houden, zoals in andere landen verplicht is.

Bemonstering

”Onze conclusie is dat deze weinig robuuste installatie van een continue bemonstering moet worden voorzien. Het is onbegrijpelijk dat een provincie dit niet voorschrijft aan een verbrandingsoven die aan de rand van de stad ligt”, aldus MOB.

De onderzoekers zeggen verder dat Omrin zich gedraagt ”als een weinig verantwoordelijke ondernemer”.

Er is te vroeg gestart met het verbranden van afval, zonder dat de meetapparatuur op orde was, aldus MOB.Verder constateert het bureau dat de provincie Friesland ”over de wettelijke grenzen” gaat.

Dioxine

Woordvoerder Sape Jan Terpstra van Omrin zegt in een reactie dat de uitstoot van dioxine niet continue is te meten. ”Dat doe je enkele keren per jaar. We hebben een eerste meting gedaan en dat wordt nu in een laboratorium bekeken.’’

De provincie Friesland stelt er geen dioxine is vrijgekomen. Volgens een woordvoerder had de provincie een continue bemonstering niet hoeven op te leggen. ”Omrin is verplicht om periodiek metingen te verrichten, niet continue”, aldus de zegsman.

De verbrandingsoven in Harlingen verwerkt huishoudelijk afval voor Friese gemeenten en vijfduizend bedrijven en instellingen. De Friese gemeenten zijn aandeelhouder.


Komen de vijf windmolens nu wel of niet op de Ecofactorij?

Dinsdag 17 mei 2011

De Provincie Gelderland heeft op 8 april 2011 een brief naar minister Verhagen van E, L en I gestuurd waarin de Provincie aandacht vraagt voor de problematiek met vastgelopen projecten op het gebied van zonne-  wind- en biogasprojecten in de Provincie Gelderland.

Deze Provinciale brief kwam  als antwoord op een brief van 22 maart 2011 van de minister aan de Tweede Kamer, waarin hij aangaf  te willen helpen energieprojecten die in de realisatiefase vastlopen, vlot te trekken.
De minister stuurde vervolgens een e-mail naar gemeenten en provincies om relevante initiatieven aan te dragen.
De Provincie klaagde in de brief over de trage voortgang van de voorgenomen bouw van vijf windmolens op de Ecofactorij in Apeldoorn. De Provincie klaagde dat de procedure al meer dan 10 jaar  loopt en dat het project inmiddels in de vergunningsfase zit.

Door recente veranderingen van de luchtvaartwetgeving is de veiligheidszone rond vliegveld Teuge groter geworden. De EU biedt de keus voor twee afstandszones. Nederland kiest voor de grotere veiligheidszone.
In het kort komt het er op neer dat er in de veiligheidszone van 5100 meter rondom Teuge geen objecten mogen worden gebouwd die hoger zijn dan 100 meter.
De masten van de vijf windmolens worden 105 meter hoog en de rotordiameter wordt 90 meter, zodat de totale hoogte 150 meter wordt.

De Provincie schrijft in de brief aan de minister dat vanwege deze bepaling het kan zijn dat vier van de vijf windmolens niet meer gerealiseerd kunnen worden, hetgeen het einde betekent voor dit langlopende project.

De Provincie pleit ervoor dat Nederland, in navolging van andere Europese landen, kiest voor de kleinere afstandszone, zodat het project op de Ecofactorij kan worden gerealiseerd.

De mening van de Provincie lijkt een andere te zijn dan de mening van de gemeente Apeldoorn, die zegt dat de nieuwe luchtvaartwetgeving een bepaling bevat die aangeeft dat de hoogtebeperking tot 100 meter binnen de 5100 meter niet geldt indien voor de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit een bouwvergunning is verleend.

De Provincie gaat er dus van uit dat wanneer de afstandszone van 5100 meter in de Luchtvaartwet gehandhaafd blijft, de windmolens niet gebouwd mogen worden.

Overigens ziet het er voor de bouwplannen beroerd uit. De Raad van State heeft op 9 februari 2011 voor de tweede keer een streep gezet door de voorgenomen bouw van de vijf windmolens. De hoogste bestuursrechter oordeelde in een voorlopige voorziening dat  voor het windpark van Evelop Netherlands BV op de Ecofactorij vrijwel zeker een milieu- effect-rapport (MER) moet worden gemaakt.
De bestuursrechter schorste daarop bij wijze van voorlopige voorziening, de door Apeldoorn op 29 oktober 2010 verleende milieuvergunning.

Een bodemprocedure tegen de verleende milieuvergunning wordt tegen het einde van dit jaar behandeld.


Maak eigen energie belastingvrij

Maandag 16 mei 2011

Als het aan de PvdA ligt, komt er een einde aan belasting op zelf opgewekte zonne-energie.

Kamerlid Diederik Samson zei dit vanmorgen op BNR. Hij vindt het gek dat mensen die zelf voor hun energie zorgen, toch belasting moeten betalen.
Hij probeert dan ook een Kamermeerderheid te krijgen voor zijn plan de belasting te laten vervallen. Samson is erg hoopvol dat het kans van slagen heeft. Hij verwacht dat onder meer het CDA hem gaat steunen.

Overigens lanceerde Samson in november vorig jaar ook al dit plan. VVD en CDA meldden toen niet afwijzend tegenover het voorstel te staan, maar wilden de mogelijkheden eerst verder onderzoeken.


Windmolens ontsieren het landschap

Maandag 16 mei 2011

De vier grote windmolens in de polder bij Sint-Maartensdijk zijn zelfs vanaf Schouwen-Duiveland te zien. Volgens veel mensen ontsieren de windmolens het landschap.

Een aantal jaar terug besloot de gemeente om verspreid over het eiland windmolens te plaatsen. Bij Sint-Annaland, Sint-Maartensdijk en Sint Philipsland staan ze inmiddels al. Nu wil Zeeuwind, de coöperatie voor windenergie ook windmolens plaatsen bij Stavenisse. Maar daar is veel verzet tegen vanuit het dorp. Een besluit is door de gemeenteraad nog niet genomen.

Windmolens in Sint Maartensdijk
Windmolens in Sint Maartensdijk


Toch akkoord over biogas

Maandag 16 mei 2011

Op bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld wordt de komende jaren een biogasinstallatie gevestigd. De provincie Gelderland heeft hierover een akkoord bereikt met de gemeente Oude IJsselstreek.

De biogasinstallatie is een initiatief van de Biogasvereniging Achterhoek (BVA). Die zoekt al tijden naar een geschikte locatie, maar tot nu toe wilde geen enkele gemeente in de Achterhoek de installatie binnen de eigen gemeentegrenzen hebben.

Een eerder verzoek van de BVA om in Varsseveld te mogen starten werd afgewezen, omdat volgens de gemeente Oude IJsselstreek de installatie niet op het terrein zou passen.

Eerder kreeg de vereniging nul op rekest in Aalten en Groenlo.

De provincie heeft samen met de Regio Achterhoek een locatie-onderzoek gehouden. Uit dat onderzoek blijkt dat er in deze regio zo veel mestaanbod is dat op termijn ruimte is voor circa acht biovergistingsinstallaties.


Windenergie gaat verloren door krapte op het hoogspanningsnet

Maandag 16 mei 2011

Het Financieele Dagblad schrijft vandaag dat er veel windenergie verloren gaat door krapte op het hoogspanningsnet. FD journalist en energiedeskundige Gijs den Brinker schrijft dat de Nederlandse netbeheerder Tennet dit jaar al zeven keer stroom die afkomstig is van windmolens op zee heeft moeten afkoppelen omdat het hoogspanningsnet de toevoer van zoveel windenergie niet aan kon.

Dat zegt Lex Hartman, directeur corporate development van Tennet, vandaag in de energiebijlage van het FD. Tennet is verantwoordelijk voor het transport van stroom via het hoogspanningsnet in Nederland en grote delen van Duitsland.
Den Brinker schrijft dat er in  Nederland feitelijk verbindingen nodig zijn voor 2000 MW van wind op zee. Maar af en toe leveren de energieparken op zee wel 6000 MW vermogen. Het vorige kabinet besloot immers ook dat er windparken op zee moeten komen die 6000 MW vermogen leveren.
Hartman van Tennet zegt: ” Dus moet het net die hoeveelheid stroom aankunnen”.

Hartman zegt verder dat het economisch gezien niet erg handig is. Het kan wel, maar is erg kostbaar. Het is aan de maatschappij en de politiek om aan te geven of we dat willen. Wind heeft nu eenmaal geen aan- en uitknop. Een windmolen op zee levert twee derde van de tijd niet zijn volle capaciteit.
Hartman vervolgt: “Een paar procent wind die fluctueert, is geen probleem, dat regelen we wel weg, maar 6000 MW aan de rand van ons systeem in plaats van verspreid aangeleverd, is wel een uitdaging”.

Het capaciteitsprobleem in Duitsland is in eerste instantie een lokaal probleem.  De Duitsers verliezen de windenergie waar ze zelf veel subsidie aan hebben verstrekt.
Maar het dreigt inmiddels ook een Nederlands probleem te worden, want het staatsbedrijf Tennet moet de Duitse netten die het vorig jaar kocht verzwaren. Om het geld voor deze miljardeninvesteringen bijeen te krijgen, is een deel van Tennets Duitse netten in de etalage gezet, zo werd onlangs bekend.

De capaciteitsproblemen in Duitsland dreigen door het verdwijnen van kernenergie alleen maar nijpender te worden, omdat het verkeer van stroom van Noord- naar Zuid-Duitsland hierdoor fors toeneemt. Volgens sommige Duitse energiebedrijven dreigt grootschalige stroomuitval.
Ook in Nederland moet Tennet miljarden steken in het verzwaren van het hoogspanningsnet. Dit omdat er veel nieuwe kolen- en gascentrales bij komen. Hiervoor vraagt Tennet € 500 mln extra eigen vermogen van de Staat. De Staat is de enige aandeelhouder.

In december 2009 schreef de redactie van Fibronot.nl onderstaande stukje op de website:

Door de directie van Fibroned werd in 2001 het argument gebruikt dat er binnen tien jaar een energietekort gaat optreden en dat er dus zoveel mogelijk elektriciteitscentrales, het liefst duurzaam natuurlijk, moeten worden gebouwd.
Dit is volstrekte onzin.
Sinds oktober 2009 is Nederland notabene een exporteur van elektriciteit geworden. Er wordt overmatig veel elektriciteit geproduceerd.
Er wordt in Nederland zelfs zoveel elektriciteit geproduceerd dat tuinders in het Westland nu al regelmatig hun door WKK’s opgewekte elektriciteit niet meer aan het netwerk van Tennet kwijt kunnen, maar dat heeft eerder te maken met te weinig capaciteit van de netwerkbeheerder. Jarenlang is er te weinig in netwerkcapaciteit geïnvesteerd, de ene na de andere duurzame energie-opwekker komt erbij, met bovenstaande gevolgen. Niemand garandeert dat de netwerkcapaciteit zover uitgebreid gaat worden dat alle duurzame energieprojecten van de komende decennia ongestoord hun energie kwijt kunnen.


Broeikasgasemissie bij de teelt van jatropha

Maandag 16 mei 2011

Twee recente onafhankelijke van elkaar gehouden studies aan enkele gezaghebbende Amerikaanse universiteiten hebben aangetoond dat wanneer jatropha wordt gekweekt op land waar bos is gekapt, de CO2 uitstoot meer bedraagt dan wanneer jatropha op kale grond waar nooit bos heeft gestaan, gekweekt wordt.

Het eerste onderzoek werd uitgevoerd aan de Yale Universiteit, faculteit Bosbouw en Milieukunde door onderzoekers onder leiding van professor Robert Bailis. Het onderzoek nam twee jaar in beslag en werd in oktober 2010 gepubliceerd.
De onderzoekers concentreerden zich op de hoogte van de CO2 uitstoot in een bepaald gebied waar jatropha werd gekweekt. Er is ook onderzoek gedaan naar de sociaal-economische impact bij de productie van het gewas.
De studie van de Yale Universiteit werd uitgevoerd in Brazilië. Er werden honderden bedrijven onderzocht waar jatropha werd gekweekt. De boerderijen varieerden in grootte van 10 ha tot duizenden ha.

De analyse geeft een vergelijking van de life-cycle GHG emissie van synthetische paraffine kerosine geproduceerd als vliegtuigbrandstof uit jatropha en conventionele vliegtuigbrandstof.
De life-cycle GHG emissie is de broeikasgasemissie gedurende alle facetten die bij de kweek van jatropha om de hoek komen kijken, dus vanaf de allereerste spade die de grond in gaat tot en met de geproduceerde brandstof waarmee het vliegtuig vertrekt.
Professor Bailis en zijn medewerkers vonden dat het type land waarop de jatropha plant groeit een directe relatie met de carbon footprint had in vergelijking met op aardolie gebaseerde vliegtuigbrandstof.
Als jatropha geplant werd op volledig kale grond die nog nooit ergens voor gebruikt was werd de uitstoot van broeikasgassen met 55% tot 60% verminderd. Uitgaande van een opbrengst van 4 ton droge jatropha zaden per hectare resulteerde dit in een CO2 uitstoot van 40 kg per eenheid GigaJoule geproduceerde brandstof, wat een verlaging met 55% ten opzichte van conventionele biobrandstof betekende. Opgemerkt dient te worden dat jatropha niet of nauwelijks op schrale grond groeit. Er moeten om nog enige opbrengst te krijgen grote hoeveelheden water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen toegevoegd worden.
Echter, werd de jatropha geteeld in gebieden die voorheen uit bossen en struiken bestonden nam de broeikasgasemissie sterk toe. Zo nam de CO2 uitstoot met meer dan 50 ton per hectare toe wanneer de grond uit voormalie cerrado woodlands bestond.  Een winst van 10 tot 15 ton koolstof per hectare werd behaald wanneer jatropha op grond werd geteeld die voorheen door herders werd gebruikt.
De totale CO2 emissie varieerde van een dieptepunt van 13 kg CO2 per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie tot 145 kg CO2 uitstoot per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie die geplant was op voormalige cerrado woodlands, wat een stijging van 60% ten opzichte van het referentie scenario betekende.

De tweede studie, waarvan de resultaten op 11 mei 2011 werden gepubliceerd,  werd gemaakt door het Massachusetts Institute of Technology, Department of Aeronautics and Astronautics.
Deze luchtvaartdeskundigen wilden nu wel eens weten wat er van de sprookjes die al jaren over jatropha de ronde doen, waar was.  Principal research engineer, en professor op het  Department of Aeronautics and Astronautics at MIT, James Hillman deed met zijn medewerkers drie jaar lang onzerzoek. Ze kwamen tot dezelfde conclusie als hun collega’s op Yale University: jatropha die op volstrekt kale grond groeit heeft een positieve CO2 balans terwijl hun soortgenoten die groeien op land waar bos en struiken zijn gekapt, heeft een sterk negatieve CO2 balans.
De onderzoekers van het MIT wezen er op dat deze negatieve CO2 balans in de afgelopen vier jaar nooit door de voorstanders van biobrandstoffen naar buiten is gebracht.  De nadruk werd altijd op de positieve CO2 balans gelegd.
Het onderzoek bij het MIT werd gefinancierd door de Federal Aviation Administration (FAA) en het  Air Force Research Lab.

De onderzoeken door Yale en het MIT betroffen land in Midden Amerika en Brazilië, maar zijn herleidbaar naar andere landen op de wereld, waaronder Tanzania.

De situatie rondom BioShape in Tanzania

Het is frappant dat ook bij de activiteiten van BioShape in Tanzania luidkeels werd verkondigd dat de CO2 balans in het voordeel van BioShape uitviel. Het rapport dat onder supervisie van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van BioShape werd gemaakt, spreekt wat dat betreft boekdelen.
Door verschillende internationale organisaties is aangetoond dat BioShape massaal tropisch bos heeft gekapt om de plantages geschikt te maken voor de teelt van jatropha. Bij het kappen van deze bomen en de nabewerking van de grond door zware buldozers zijn grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer terecht gekomen.
Naar schatting van de Forestry and Beekeeping Division van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Toerisme in Tanzania is er bij de kap door BioShape gemiddeld 100 ton CO2 per ha de lucht ingevlogen. Volgens opgave van BioShape is er tot aan het faillissement ongeveer 400 ha plantage plantrijp gemaakt. Dit zou betekenen dat er alleen daar voor al 40.000 ton CO2 is uitgestoten.
Een groot deel van het al dan niet illegaal gekapte tropisch bos is in de vorm van wat men noemt safari meubelen vanuit Kilwa via Arusha naar Nederland vervoerd. Daarbij zijn ook de nodige tonnen CO2 uitgestoten en bovendien zou er tijdens het toekomstige transport van jatropha zaden naar Europa ook de nodige tonnen CO2 worden uitgestoten.
Aangezien BioShape van plan was ruim 80.000 ha vruchtbaar tropisch gebied geschikt te maken voor de productie van jatropha is het niet moeilijk uit te rekenen dat de CO2 uitstoot gigantische vormen zou aannemen.
Er valt vooralsnog niet aan te nemen dat van de nieuwe eigenaren/aandeelhouders van de BioShape activiteiten in Tanzania, waaronder Cor Vaes, een andere werkwijze wordt verwacht.

Ook in Kenia is de situatie alarmerend

In maart van dit jaar verscheen er van de organisaties Niza/ActionAid, de Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya een rapport waarin stond dat het duurzame jatropha plantje tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan fossiele brandstoffen.


Biokolenproducent Topell Energy wint WNF-Cleantech Star

Vrijdag 13 mei 2011

De WNF-Cleantech Star Award 2011 is toegekend aan Topell Energy. Het bedrijf zet biomassa uit reststromen, zoals snoeihout, om in een hoogwaardige brandstofkorrel die probleemloos gebruikt kan worden als vervanger van steenkool in energiecentrales.

Gebruik van deze brandstof, ook wel biokolen genaamd, leidt tot een CO2-reductie van ruim 80 procent bij de productie van elektriciteit en warmte.

Het winnende bedrijf ontwikkelde een procedé waarbij biologisch restmateriaal in enkele minuten wordt gedroogd en via een thermochemisch proces wordt omgezet in een hoogwaardige brandstofkorrel. Dit proces wordt bij voorkeur uitgevoerd op de plaats waar de biomassa beschikbaar is, omdat het product ruim de helft minder weegt (door het drogen) dan de natte grondstof. Het vervoer wordt daarmee goedkoper en minder vervuilend. De brandstof is overigens niet alleen toepasbaar om warmte en elektriciteit op te wekken, maar op termijn ook bij de productie van cement en staal.

De WNF-Cleantech Star is de prijs voor het meest veelbelovende bedrijf dat nu en in de toekomst een grote bijrage levert aan de overgang naar een duurzame energiehuishouding. Met deze prijs wil het WNF een positieve bijdrage leveren aan de positie van de cleantech-sector. De uitreiking van de prijs wordt ondersteund door de werkgeversorganisatie FME-CWM, die ook in de jury zit. (De jury bestond verder uit deskundigen van Rabobank, ECN, Ecofys en de vorige winnar: Priva.) De jury kijkt niet alleen naar de klimaat-effecten van het product, maar ook naar de financiële basis van het bedrijf en de bedrijfsvoering. Topell Energy heeft op dit moment één fabriek waar de brandstof wordt vervaardigd. Het plan is om in 2015 minstens 10 fabrieken wereldwijd operationeel te hebben.
Bron: WNF

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl
Het is niet alleen interessant om te weten dat er een CO2 reductie van 80% gehaald wordt bij de productie van elektriciteit en warmte, het is minstens zo interessant om te weten hoeveel CO2 er wordt uitgestoten in de hele productieketen van deze ‘biokolen’. Helaas wordt dat nooit vermeld.


Wordt Harlingen het tweede Seveso¹?

Vrijdag 13 mei 2011

Wie in Harlingen de naam Omrin uitspreekt krijgt letterlijk een vieze smaak in de mond.
De afvaloven in Harlingen blijft gewoon open. De provincie ziet geen aanleiding om eigenaar Omrin te dwingen de oven uit te schakelen.
De Harlingse wethouder De Boer heeft er bij de provincie op aangedrongen actie te ondernemen tegen Omrin, dit naar aanleiding van een aantal incidenten de laatste tijd.

Ondanks de  grote bestuurlijke zorgen in Harlingen over de activiteiten van Omrin, ziet de provincie geen reden om in te grijpen.
Op 11 mei meldde de provincie woordvoerder zelf in een lange gemeenteraadsvergadering dat Omrin de maximaal toegestane 60 storingsuren al gepasseerd is. Daarnaast kon Omrin niet vertellen hoe het stond met de verspreiding en uitstoot van een aantal giftige en kankerverwekkende stoffen, waaronder dioxine.

Eerder deze week verscheen het advies van de StAB.
De StAB, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, is een onpartijdige deskundige, die de bestuursrechter desgevraagd adviseert over geschillen op het gebied van het omgevingsrecht.

De StAB meldde onomwonden dat voor de verspreidingsberekeningen niet het juiste rekenmodel was gehanteerd. Onduidelijk is dus hoe het precies zit met de giftige stoffen en hoe de verspreiding hiervan is.
Lees hier het advies van de StAB.

Milieuadviseur Vollenbroek meldde tijdens dezelfde raadsvergadering dat de provincie zich niet boven de wet mag plaatsen. En dat doet de provincie wel als men nu niet ingrijpt vanwege de overschrijding van het aantal storingsuren.
De provincie legt de zorgen en de kritiek vooralsnog naast zich neer waardoor de afvaloven kan blijven draaien.

¹) Seveso is een stadje in Noord-Italië, dat bekend is vanwege een chemische ramp in juli 1976. Bij dit ongeval werd een toxische stof, dioxine, uitgestoten. Er vielen geen dodelijke slachtoffers, maar een groot deel van de bevolking werd ernstig verminkt door het gifgas. De ramp trok wel aandacht van de Europese Gemeenschap, waardoor actie werd ondernomen om de wetgeving uit te werken zodat de mens en zijn omgeving beter zijn beschermd tegen de gevaren van industriële ongevallen.
De hierop uitgewerkte Europese richtlijn, ook wel  Seveso-richtlijn genoemd, stelt de drempel vast van de hoeveelheden gevaarlijke stoffen waarboven een bedrijf onderworpen is aan de Europese reglementering.

Ondanks de grote maatschappelijke onrust die er in Harlingen en wijde omgeving heerst lijkt het er op dat de autoriteiten zich blijven verschuilen achter de reglementen en grenswaarden.
Legio experts hebben in de aanloopfase naar de bouw van Omrin al gewaarschuwd voor de problemen waar Harlingen nu mee te maken heeft.
Ze waren aan dovemansoren gericht.
Tot het een keer echt mis gaat en dan zijn de autoriteiten niet thuis.


Windparken op zee binnen 15 jaar rendabel

Donderdag 12 mei 2011

Windparken op zee worden binnen 10 tot 15 jaar rendabel. Dit blijkt donderdag uit een rondgang langs onder andere internationale overheidsinstanties van advies- en accountancybureau PwC.

Meer dan de helft van de overheidsinstanties verwacht dat offshore windenergie binnen 10 tot 15 jaar zonder overheidssubsidies gewonnen kan worden.

17 procent verwacht dat het in minder dan 10 jaar rendabel kan zijn. De belangrijkste factor hierin is het kostenniveau, volgens PwC.

Veel producenten van windmolens verwachten dat de kosten voor de bouw van een windmolenpark binnen vijf jaar gaat dalen.Nu kost energie uit offshore windmolens 3 tot 5 miljoen dollar per megawatt. Een groot deel van de ondervraagden denkt dat de kosten 10 tot 20 procent gaan dalen.

Nucleaire ramp

Een andere belangrijke oorzaak voor het optimisme in de windenergiesector is de nucleaire ramp in Japan. “Wat de uitkomst van de situatie in Fukushima ook zal zijn, waarschijnlijk wordt energiebeleid positiever tegenover duurzame energie”, aldus PwC in een persbericht.

Naast overheidsinstanties interviewde PwC belangrijke spelers in de windenergiemarkt in 12 verschillende landen.


Zonder MER geen milieuvergunning voor biogasinstallatie in Heerenveen

Donderdag 12 mei 2011

De gemeente Heerenveen heeft ten onrechte een milieuvergunning voor de bouw van een mestvergistingsinstallatie verleend.
De Raad van State vernietigde gisteren, 11 mei, de verleende milieuvergunning.

De milieuvergunning was bedoeld voor de bouw van een mestvergistingsinstallatie aan de Komeet in Heerenveen. Het biogas wordt vervolgens gebruikt in een warmtekrachtinstallatie om elektriciteit op te wekken.
Volgens de gemeente Heerenveen was er geen MER nodig omdat de installatie minder dan 100 ton dierlijke of overige organische meststoffen per dag zou verwerken.

Twee inwoners zijn tegen de milieuvergunning in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens deze inwoners had het gemeentebestuur moeten beoordelen of er een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld. Zij vrezen namelijk dat er te veel biogas zal worden verwerkt. Hierdoor zullen ze geluidsoverlast ondervinden. Ook zal de installatie stank veroorzaken en ongedierte aantrekken.

De Raad van State heeft op 11 mei 2011 de verleende vergunning vernietigd. De Raad is van oordeel dat er wel een MER gemaakt had moeten worden omdat niet is gewaarborgd dat de verwerkingscapaciteit van de inrichting onder de 100 ton dierlijke of overige organische meststoffen, groenafval en GFT per dag blijft.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State.


PS Brabant ongerust om gasboringen

Woensdag 11 mei 2011

Een ruime meerderheid van Provinciale Staten in Brabant heeft ernstige bedenkingen bij proefboringen naar schaliegas in de provincie.

Risico’s in beeld
D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA en de coalitiepartijen CDA en SP willen dat eerst de risico’s in beeld worden gebracht en dat tot die tijd bij de overheid wordt aangedrongen op uitstel van proefboringen. Ze bespreken het onderwerp vrijdag in een commissievergadering.

Schaliegas
Het Britse bedrijf Cuadrilla wil op locaties in Boxtel en Haaren met proefboringen onderzoek doen naar mogelijk permanente winning van schaliegas. De gemeente Boxtel heeft al een vergunning voor de proefboring gegeven.

Scheuren in gesteente 
Schaliegas is aardgas dat met een nieuwe methode te winnen is uit leisteenlagen in de ondergrond, op ruim 4 kilometer diepte. Er worden met hoge waterdruk scheurtjes gemaakt in het gesteente. Via de scheurtjes stroomt het gas naar de boorput.

Chemicaliën in water
Cuadrilla heeft toegegeven dat aan het testwater chemicaliën worden toegevoegd. In Haaren bestaat onder de lokale bevolking weerstand en ook de gemeente begint te twijfelen. Ook drinkwaterbedrijf Brabant Water eiste eerder meer duidelijkheid over de proefboringen.


Groen gas is hot in Wijster

Woensdag 11 mei 2011

Groen gas is niet alleen bij Attero een hot item. Ook ondernemers, boeren en de overheid tonen interesse. Dat bleek op woensdagavond 26 april.

Attero organiseerde die dag op zijn locatie Wijster een informatieavond voor agrariërs over de aanleg van een biogasleiding.

Attero, de afvalverwerker uit Wijster wil het biogas van agrarische vergistingsinstallaties in het gebied centraal opwerken tot groen gas van aardgaskwaliteit en invoeren op het netwerk van Enexis. Dat gebeurt op het complex van Attero in Wijster, waar al langer stortgas wordt afgevangen, opgewerkt in in het openbare gasnet wordt ingevoerd.

Carlijn Lahaye, projectontwikkelaar bij het bedrijfsonderdeel Markt & Technologie van Attero, informeerde de twintig belangstellenden over de geplande biogasleiding. Zij maakte duidelijk dat Attero graag in contact wil komen met boeren die interesse hebben in het leveren van biogas voor opwerking tot groen gas.

Schaalgrootte

Schaalgrootte is van belang. Zó kan Attero – naast de eigen te bouwen ONF-vergister – ook biogas vanuit de omgeving en van toekomstige vergisters op het Energie Transitie Park opwerken tot groen gas en injecteren in het aardgasnet. Dat is de opzet van een ‘groengashub’, een centraal gelegen opwerkingsinstallatie voor de productie en injectie van groen gas.

De provincie Drenthe stelt ter stimulering van duurzaam ondernemen geld beschikbaar voor de aanleg van een biogasleiding. Boeren die biogas uit bijvoorbeeld de vergisting van mest produceren, kunnen dit gas invoeden op deze leiding. Het traject van de leiding moet zo gekozen worden, dat er zoveel mogelijk boeren gebruik van kunnen maken.


Drie Nederlandse energieprojecten in de race voor Europese subsidie

Woensdag 11 mei 2011

Drie energieprojecten zijn door minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) voor subsidie voorgedragen bij de Europese Investeringsbank en de Europese Commissie. De Commissie neemt in 2012 een besluit over de toekenning van de subsidies.

Eén van de projecten betreft Woodspirit.
Woodspirit is een consortium van samenwerkende bedrijven, te weten Siemens, Visser & Smit Hanab, Linde en BioMCN.
Woodspirit aast op een Europese subsidie van € 360 miljoen om jaarlijks in de biobrandstoffabriek aan de Eemshaven 516 miljoen liter biobrandstof te produceren.

De biobrandstof wordt geproduceerd door het drogen, torrificeren (een manier van verkolen) en vergassen van hout uit onder andere Canada en Scandinavië.

Overigens zet menigeen grote vraagtekens bij de duurzaamheid van dit soort projecten. Een gezonde dosis achterdocht is op z’n plaats.
Er moeten miljoenen bomen gekapt worden. Wordt er nieuwe aanplant gezet?
Het hout moet per schip uit Scandinavië en Canada naar de Eemshaven vervoerd worden. Het zou pas echt duurzaam zijn als er zeilschepen zouden worden gebruikt maar het zal er wel op uitdraaien dat de oliegestookte schepen een flinke lading CO2 en vieze zwavelverbindingen uitstoten.

Bij de teelt van jatropha werd immers luid verkondigd dat die teelt CO2 neutraal zou zijn, sterker nog, de CO2 balans zou ten gunste van jatropha doorslaan. De twijfelachtige rapporten die daarover zijn gemaakt zijn inmiddels door diverse internationale rapporten volledig onderuit gehaald.

Een ander project betreft een nieuwe waterstoffabriek van Air Liquide in Rozenburg waar een CO2 afvanginstallatie wordt gebouwd. De opgevangen CO2 wordt per pijpleiding naar de tweede Maasvlakte vervoerd, waar het vloeibaar wordt gemaakt. Daarna wordt het per schip naar offshore olievelden bij Denemarken getransporteerd, waar de CO2 wordt geïnjecteerd. Gedurende tien jaar (2015-2025) kan dankzij dit project jaarlijks 0,5 Megaton CO2 worden afgevangen en opgeslagen.

Is er al uitgerekend hoeveel CO2 de schepen die de vloeibare CO2 vervoeren naar de Deense wateren vervoeren, gedurende 1 jaar uitstoten?

Het is aan te bevelen dat er naast de rapporten van de genoemde bedrijven, onder internationaal toezicht onderzoek wordt gedaan naar de werkelijke besparing van de hoeveelheid CO2 bij alle activiteiten die deze bedrijven ontplooien.


Polderwijk in Zeewolde wint internationale prijs voor duurzaamheid

Dinsdag 10 mei 2011

De Polderwijk in Zeewolde heeft de Award of Excellence als volledig duurzame nieuwbouwwijk ontvangen. De prijs werd uitgereikt in Parijs tijdens het congres van de Europese organisatie Euroheat & Power. Het is de eerste keer dat een Nederlands project tot winnaar is verkozen in de categorie nieuwbouw.

Melkveehouderij Van Beek transporteert vanuit een mestvergister op zijn erf via een 5 kilometer lange leiding ruw biogas naar een warmtekrachtinstallatie bij de Polderwijk. Essent Local Energy Solutions transporteert de warmte die vrijkomt bij de opwekking van groene stroom naar de ongeveer duizend woningen in de Polderwijk: warmte vers van de koe!

Het innovatieve concept en de opmerkelijke samenwerking tussen gemeente, energiebedrijf en melkveehouderij zijn niet de enige redenen voor de toekenning van de Award of Excellence. Zo moesten de resultaten over twee volledige jaren worden ingeleverd. De duurzame energievoorziening voor de Polderwijk heeft in 2009 en 2010 opmerkelijk goed gepresteerd. In 2010 werd er 7,5 miljoen kWh duurzame elektriciteit bij de wijk opgewekt en werd met de groene warmte uit het biogas bijna 800.000 m3 aardgas bespaard. Het elektrisch rendement van de warmtekrachtinstallatie op biogas was met 41% iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse elektriciteitscentrales, terwijl het totale energetisch rendement in de winter op 90% kwam en gemiddeld over het jaar bijna 80%. De Polderwijk bewijst daarmee dat decentrale opwekking van warmte en stroom met biogas in de praktijk prima werkt.


Eneco overweegt houtverbrandings biomassa centrale in Nederland te bouwen

Maandag 9 mei 2011

Eneco onderzoekt de mogelijkheden voor een houtverbrandings biomassa centrale in Nederland omdat het uit kostenoogpunt concurrerender is dan andere vormen van duurzame energie.

Eneco onderzoekt de mogelijkheid om een houtverbrandingscentrale te bouwen. Dat blijkt uit een bericht uit de eigen Eneco-nieuwsbrief. “Qua kosten zijn de centrales zeer competitief vergeleken met andere vormen van duurzame energie”, staat daar te lezen. Het verst is Eneco in Delfzijl, waar het in 2013 een centrale hoopt te openen met een vermogen van 49 MW.

“Dit speelt al heel lang”, licht Eneco-woordvoerder Cor de Ruijter de interesse in het verbranden van hout toe. Het energiebedrijf wilde graag verder met deze populaire vorm van biomassa en duurzame energie. “Wij hebben -gelukkig!- geen grote steenkolencentrale om hout als bijstook in te verbranden. Dus zijn we gaan kijken naar andere mogelijkheden voor een biomassacentrale.” Het energiebedrijf gaat daarbij niet over één nacht ijs, volgens De Ruijter, en dat verklaart waarom het nu pas naar buiten komt met de plannen.

Toch laat het bedrijf ook nu nog niet veel los. De beoogde locaties zijn Delfzijl, Rotterdam en Utrecht. Die eerste twee hebben een haven, wat handig is voor aanvoer en opslag van de houtpellets, de laatste twee hebben stadsverwarming, wat een goede afzetmarkt betekent voor de warmte die de centrale zou genereren. “Warmte is de reden om daar de centrale neer te zetten”, zegt De Ruijter.

“Houtverbrandingscentrales komen het best tot hun recht op plekken waar zowel energie als warmte nodig is”, zegt Eneco’s ontwikkelaar biomassa Robert Eikelenboom in de nieuwsbrief. In Utrecht, geeft hij als voorbeeld, zou op het industrieterrein Lage Weide een centrale kunnen worden gebouwd met een vermogen van 20 MW voor stroomproductie en een vermogen van 60 MW voor warmteproductie. In Utrecht zou Eneco samenwerken met Bonder Recycling en Overslag, dat zich nu nog voornamelijk bezig houdt met het reinigen en recyclen van spoorballast, aldus de eigen site.

Waar het te verstoken hout vandaan zal komen is nog niet bekend. “Zo schoon mogelijk”, is volgens de Eneco-woordvoerder het voornaamste criterium. “Maar we moeten nog een keuze maken.” Eneco verkoopt voor het Braziliaanse Tanac houtsnippers in Europa en onderzoekt de mogelijkheid om afvalhout uit Vietnam te importeren. Of één van deze twee houtstromen aangewend zal worden om de houtverbrandingscentrale van brandstof te voorzien, is volgens De Ruijter nog niet te zeggen.

De plannen voor de biomassacentrale in Delfzijl zijn het verst gevorderd, maar een definitieve investeringsbeslissing is nog niet genomen. “Draaien in 2013 is nu nog een kwestie van verwachtingen en hoop”, aldus De Ruijter, om over de andere twee locaties nog maar te zwijgen. Wanneer meer duidelijk zal worden, kon de woordvoerder niet zeggen.

Enkele opmerkingen van de redactie van Fibronot.nl

Met de import van houtschilfers uit Brazilië en afvalhout uit Viëtnam klinkt het hele project al aanzienlijk minder duurzaam.
Waar haalt Eneco nog meer hout vandaan?

Kent Eneco het biobrandstof project van BioMCN uit Delfzijl?
Voor de meer dan honderd miljoen Euro kostende plannen van BioMCN om per jaar ruim 500 miljoen liter biobrandstof te maken voor bijmenging bij benzine en diesel, heeft BioMCN meer dan anderhalf miljoen ton afval- en sloophout per jaar nodig.
Dat wordt rondom de Eemshaven straks vechten om een pallet.


Elektrische vuilniswagens in steeds meer grote binnensteden ingezet

Maandag 9 mei 2011

Afvalverwerker Van Gansewinkel maakt steeds meer gebruik van elektrische voertuigen. Vanaf deze maand worden er in diverse steden elektrische vuilniswagens ingezet, die naar aanleiding van een succesvolle proef in Rotterdam.

In 2009 is de eerste 100% elektrische vuilniswagen geïntroduceerd in Rotterdam. De proef krijgt navolging in de binnensteden van Tilburg, Breda, Zutphen, Den Haag, Amsterdam (Schiphol), Rotterdam, Groningen en Utrecht.

Als een elektrische vuilniswagen opgeladen is, kan deze 50 tot 70 kilometer rijden. Dit maakt deze voertuigen uitermate geschikt om in te zetten in binnensteden. Deze voertuigen kunnen zowel papier- en kartonafval inzamelen als ook restafval. Wat betreft dienstverlening verandert er voor bedrijven niets: men behoudt dezelfde type containers en de inzamelfrequentie blijft gelijk. De inzameling wordt alleen duurzamer zonder meerprijs, aldus Van Gansewinkel.
Bron: van Gansewinkel


Nederland verliest terrein schone technologie

Zaterdag 7 mei 2011

Nederland raakt verder achterop in de schone technologiesector. Bekleedde Nederland in 2009 wereldwijd nog de zeventiende plaats, vorig jaar is het gedaald naar de achttiende plaats, gerekend naar relatieve omzet en investeringen.

Dat blijkt uit onderzoek van Roland Berger Strategy Consultants, in opdracht van het Wereld Natuur Fonds (WNF), dat zaterdag is gepubliceerd.

Denemarken staat nog steeds op de eerste plaats en China maakt de grootste stappen de goede kant op.

Denemarken heeft zijn eerste plaats vooral te danken aan het grote windmolenpark. Wereldwijd groeide de ‘cleantech’ met 31 procent, aldus het onderzoek. En dat is 19 procent meer dan verwacht.

Omzet

De Nederlandse omzet is wel met 15 procent gestegen, maar omdat die in andere landen harder groeide, zakte Nederland een plaats. Hier zijn ongeveer 280 bedrijven actief in de schone technologie, vooral in de duurzame energieproductie en energie-efficiency.

Op dit moment is die sector in Nederland goed voor zo’n 1,8 miljard euro aan waarde. Dat zou in 2015 kunnen uitkomen op 8,6 miljard euro.

China is in alle opzichten recordhouder. De absolute waarde daar komt uit op 45 miljard euro, de ‘winstgroei’ bedroeg 77 procent. De sector groeide in de VS met 28 procent. Duitsland behoudt de derde plaats.


Uw portemonnee wil zonne-energie

Donderdag 5 mei 2011

Zonne-energie, dat is toch iets voor hardcore eco-hobbyisten? Voor mensen die bereid zijn ingewikkelde subsidieaanvragen in te vullen, in de hoop het tijdens een hittegolf in juli eens een dagje zonder grijze stroom te doen? Voor iedereen die dit nog steeds denkt, is er nieuws.

Zonne-energie staat ook in Nederland op het punt van doorbreken. Big time. Het enthousiasme over de potentie van zonne-energie is de laatste tijd sterk toegenomen. Dit heeft niets te maken met een spontane groene bewustzijnsgolf, een mooi voorjaar of een nieuw subsidieregime. Hier leest u waarom ook uw dak binnenkort vol ligt met panelen en die nieuwe kerncentrale helemaal niet nodig is.


Green deal installateur Unica: 300 tot 500 MW duurzame energie

Donderdag 5 mei 2011

Installateur Unica wil de komende 3 jaar echt ‘het verschil’ maken met duurzame lokale energie. Het bedrijf wil met een groot aantal lokale duurzame energiebedrijven een Green Deal met Minister Verhagen.

300-500 MW aan duurzame energie

De voorgestelde Green Deal betreft een experimenteerruimte van 300-500 MW aan geïnstalleerd vermogen van zon, wind en biomassa. Op basis hiervan kan op termijn passende wetgeving geformuleerd worden. De betrokken partijen, onder meer Unica, Alliander en Eneco, willen per 1 juli 2011 gaan starten. Ze willen afspreken geen aanspraak te maken op de nieuwe SDE+ subsidieregeling. Ze willen er naartoe dat het kabinet toestemming geeft om te salderen (energierekening verlagen met het vermogen aan zelf opgewekte energie) alsof de opwekinstallatie op eigen dak of op eigen terrein staat.

14% duurzame energie in 2020

Daarmee willen de deelnemende partijen bijdragen aan de klimaatdoelstelling van 14% duurzame energie opwekking in 2020 (anno 2010 zitten we op 9%). Voor de Staat betekent dit een ‘cashflow’ van tussen de 1 en 3 miljard euro, door BTW-inkomsten uit investeringen in energie opwek installaties, minder administratieve lasten, aanvullende inkomstenbelasting en minder claims op werkloosheidsuitkeringen.

Salderen

De huidige wet voorziet nog niet in de mogelijkheid om te salderen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland. De deelnemers stellen de eindgebruiker als co-producent van energie centraal. Als iemand kan aantonen dat hij of zij mede-eigenaar is van een duurzame lokale opwekinstallatie en een vaste hoeveelheid elektriciteit opwekt, moet deze elektriciteit van de energierekening in mindering worden gebracht.

Lees hier de brief aan minister Verhagen


Elektrische auto loont niet

Donderdag 5 mei 2011

Bijna niemand heeft er baat bij om zijn gewone auto in te ruilen voor een elektrisch exemplaar. Voor 95 procent van de automobilisten is de actieradius van elektrische auto’s te beperkt. Ook hebben verreweg de meeste autobezitters geen mogelijkheden om de wagen op te laden.

Dit blijkt uit onderzoek van het verkeersadviesbureau Goudappel Coffeng. Het grootste struikelblok is de te beperkte actieradius van de nieuwe generatie auto’s. De beste modellen komen op een volle accu volgens de fabrikant maximaal 150 kilometer ver.

Airco

Onderzoeker Wim Korver stelt dat met elektrisch rijden veel minder kilometers gemaakt kunnen worden dan fabrikanten stellen. „Files, rijden op de snelweg en het gebruik van de verwarming en airco worden niet meegerekend”, legt Korver uit.

Het tweede probleem is het opladen. Uit de studie blijkt dat in het sterk verstedelijkte Nederland het een groot probleem is de auto op eigen terrein of voor de deur aan het verlengsnoer te hangen. Critici van de elektrische auto wezen er eerder al op dat ze helemaal niet zo groen zijn als de overheid doet voorkomen. Wanneer iedereen zou overstappen, zouden er dertig nieuwe elektriciteitscentrales moeten komen. Die draaien op hun beurt op fossiele brandstoffen als kolen en gas.


Experts in Tanzania waarschuwen tegen commerciële jatropha investeringen

Dinsdag 3 mei 2011

Deskundigen in Tanzania waarschuwen dat jatropha geen voedingsgewassen mag vervangen en in plaats daarvan alleen geteeld mag worden door kleine boeren als afscheiding van hun landjes.
Dit zei de co-directeur van Pamoja Inc., Johnatan Otto, vorige week in Dar es Salaam.
Jatropha als bron van energie is door de internationale gemeenschap slecht ontvangen en heeft in de media een slechte reputatie opgelopen als gevolg van het feit dat grootschalige commerciële investeerders als BioShape boeren van hun land hebben verdreven om plaats te maken voor de teelt van jatropha als bron voor het maken van biobrandstof.

Pamoja Inc. is een initiatief van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw om kleine boeren in Tanzania en Kenia te helpen met de ontwikkeling van hun land.
Grootschalige investeringen in de aanleg van jatropha plantages zijn onjuist en om meerdere redenen een slecht idee voor Afrika.

“We hoeven er niet nogmaals een dure studie aan te wijden”, zegt Otto, “we moeten nog steeds tegen landroof en het kappen van bossen blijven vechten en tegen de aanleg van grootschalige jatropha plantages.”

De minister van Landbouw, Voedselzekerheid en Coöperaties, Prof. Maghembe zei op dezelfde bijeenkomst dat grootschalige teelt van jatropha in zijn land niet haalbaar is gebleken en dat de vrees dat jatropha de voedselzekerheid heeft aangetast, terecht is.
“Over de hele wereld is het inmiddels duidelijk dat je geen geld kunt verdienen met het kweken van jatropha, het is geen winstgevende business,” voerde Prof. Maghembe aan.
Hij hekelde de grootschalige investeringen zoals die door BioShape zijn gedaan en waarschuwde dat nieuwe grootschalige jatropha projecten weer zullen mislukken.
Prof. Maghembe zei dat zijn ministerie er voor zal zorgen dat er niet opnieuw vruchtbaar land voor de productie van biobrandstoffen zal worden gebruikt.

“De voedselprijzen rijzen de pan uit en dat zal ook in de nabije toekomst zo blijven. Ons doel is de voedselproductie te stimuleren en daar kunnen we grootschalige jatropha plantages niet bij gebruiken.”

De minister steunt het idee om alle grootschalige jatropha plantages die door buitenlandse commerciële investeerders zijn aangelegd, op te zeggen.
Hij uitte ook scherpe kritiek op de EU Richtlijn uit 2008, waarin staat dat 10% van alle brandstoffen die in het verkeer en vervoer worden gebruikt, afkomstig moeten zijn uit hernieuwbare bronnen. Deze EU Richtlijn druist rechtstreeks in tegen de voedselzekerheid in zijn land.

De Europese Commissie heeft echter afstand genomen van deze kritiek door er op te wijzen dat hernieuwbare energiebronnen niet alleen uit jatropha bestaan.

De co-directeur van Pamoja Inc. is het eens met de stelling dat jatropha alleen als haag rondom het erf van kleine boeren moet worden geteeld, waarbij jatropha dus niet de veldgewassen vervangt.
Hij verwoordde zijn optimisme door te zeggen dat de grootschalige jatropha plantages zoals BioShape, SEKAB en anderen in Tanzania hebben aangelegd, in verband met de negatieve media aandacht en de beschuldigingen van landroof, vanzelf zullen verdwijnen.

“In een land waar meer dan 90% van alle verbruikte brandstof voor de binnenlandse energie opwekking bestemd is, ligt alle prioriteit bij het opwekken van energie en niet bij het kweken van jatropha waarvan de zaden of de biodiesel bovendien ook nog eens naar het buitenland getransporteerd wordt.”

Mr. Otto rekende voor dat wanneer drie miljoen kleine boeren in Tanzania jatropha kweken op de manier zoals de minister en hij hebben voorgesteld, Tanzania zelfvoorzienend in biodiesel kan zijn en dat er dan geen grote commercieel aangelegde jatropha plantages nodig zijn.
“Het is niet een keuze van voedsel versus brandstof. We hebben zowel voedsel als brandstof nodig om te overleven.”

Mr. Otto haalde een recent rapport van ActionAid waarin staat dat de door velen geroemde teelt van de ‘wonderplant’ jatropha tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan de CO2 uitstoot bij het verbranden van fossiele brandstoffen.
ActionAid noemt in het rapport dat de opmerkingen van sommige zichzelf benoemde deskundigen, dat biobrandstoffen die op basis van jatropha geteeld zijn het CO2 gehalte zouden terugdringen, nutteloos en zelfs misleidend.
Rekening houdend met de CO2 uitstoot die vrijkomt bij de productie en het consumptie proces, bleek in de studie van ActionAid dat de grootschalige teelt van jatropha tussen de 2,5 en 6 keer meer broeikasgas uitstoot, afhankelijk van hoe het land werd gebruikt voordat het met jatropha werd beplant.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl

Het is duidelijk dat de pogingen van een viertal investeerders, waaronder Cor Vaes, om de activiteiten van BioShape in Tanzania nieuw leven in te blazen bijvoorbaat gedoemd zijn te mislukken, nu er op ministerieel niveau in Tanzania in de gaten wordt gehouden dat er geen grootschalige teelt van jatropha meer moet plaats vinden.

Het Nederlandse bedrijf Diligent dat in het noorden van Tanzania werkzaam is produceert biobrandstof uit jatropha zaden op de manier die hierboven voorgesteld is: kleine boeren kweken de jatropha plant als erfafscheiding.
Op die manier zorgt Diligent ervoor dat duizenden kleine boeren met het kweken van jatropha op hun eigen grond een aanvullend inkomen hebben. Daarnaast kunnen deze boeren voor een groot deel voorzien in hun eigen voedsel behoefte omdat ze veelal de groenten op eigen grond kweken.
Diligent rekent de opbrengsten direct met de boeren af, boter bij de vis dus en geen gerommel met het niet betalen van lonen, zoals BioShape er een handje van heeft gehad.
Het direct afrekenen stimuleert de boeren bovendien om geld in nieuwe jatropha planten te stoppen zodat de opbrengst, en dus het inkomen, telkens groter wordt.


Waste4Energy op zoek naar olie

Maandag 2 mei 2011

Sinds enkele weken is Waste4Energy op zoek naar katoenzaadolie.
Waste4Energy is het bedrijf dat graag een bod over heeft voor het failliete biodiesel bedrijf BioValue.

Het is bekend dat Waste4Energy het failliete BioValue een doorstart wil laten maken. Kosten nog moeite worden daarbij gespaard. Zelfs de vorige eigenaar, het Zeeuwse energiebedrijf Delta, wordt via een rechtszaak aangepakt omdat Waste4Energy meent dat Delta onrechtmatig te werk is gegaan.

Waste4Energy heeft kennelijk grote plannen met BioValue en is zich terdege aan het voorbereiden om de productielijnen bij BioValue snel weer te laten draaien.

Waste4Energy heeft daartoe in India offertes aangevraagd voor de levering van 100.000 ton katoenzaadolie per jaar. Aldus blijkt uit een aanvraag van Waste4Energy op een website in India.

De curator in het faillissement van BioValue start een nieuwe biedingsronde om de 4 overgebleven kandidaat kopers een kans te geven het failliete BioValue over te nemen.

Overigens kan het nog een interessante strijd worden wie de uiteindelijke winnaar wordt, immers, het bedrijf Sunoil uit Emmen beweert dat het al in augustus 2010 een voorlopig koopcontract heeft gesloten met Delta, het moederbedrijf van BioValue.


Miljoenenorders HoSt in Letland

Vrijdag 29 april 2011

HoSt uit Enschede, bouwer van biogasinstallaties, heeft donderdagmiddag in Letland een nieuw contract getekend ter waarde van 2,2 miljoen euro. Dit werd bekendgemaakt bij de opening van een grote vergistingsinstallatie bij de Letse plaats Dobele. Deze order heeft HoSt al voor vier miljoen euro aan werk opgeleverd en daar komt mogelijk nog eens 3 miljoen aan uitbreidingen bij.

HoSt maakt in Europa een flinke opmars met installaties waarin mest, mais, gras en voedingsresten vergist worden, wat energie in de vorm van warmte en stroom oplevert. Alleen al in Letland staan dit jaar mogelijk nog twee grote projecten op stapel. Door de groei is HoSt in twee jaar tijd van 28 naar 60 werknemers gegroeid. Van de opdrachten profiteert ook een tiental andere Twentse bedrijven, waarmee HoSt een vaste toeleveringsrelatie heeft.


Besprekingen doorstart BioValue tijdelijk afgebroken

Vrijdag 28 april 2011

Curator Harm Jan Meijer heeft de besprekingen met een buitenlandse overnamekandidaat voor BioValue in de Eemshaven vorige week zonder resultaat afgebroken.

De redactie van Fibronot.nl heeft vanuit Israël vernomen dat een Israëlisch biobrandstof bedrijf met belangen in Japan niet in staat was de financiering rond te krijgen. De impact van de aardbeving in Japan op de bedrijfsactiviteiten was zo groot dat alle aandacht van het bedrijf naar Japan uitging.

De komende weken gaat de curator in gesprek met vier andere partijen die zich gemeld hebben voor een doorstart. Dat gebeurt nadat de vier eerst een nieuw bod hebben uitgebracht op de failliete biodieselfabriek.

Een van de gegadigden is het bedrijf Waste 4 Energy, dat bereid is alle dertig personeelsleden weer in dienst te nemen en de productie uit te breiden.

De productie van biodiesel in de Eemshaven ligt al sinds de zomer van vorig jaar stil.


Energiecoöperatie deA en de kippenmestverbrander

Donderdag 28 april 2011

De Stichting ter bevordering van duurzame energie van, voor en door Apeldoorners, deA, is op 11 november 2010 opgericht. Van de stichting maken diverse werkgroepen deel uit.
Naast de werkgroepen Communicatie, Zonnepanelen en Financieel, maakt de werkgroep Biomassa onderdeel uit van deA.

Binnenkort zal de werkgroep Biomassa met één of meerdere uitgewerkte ideeën  komen over de wijze waarop en hoe biomassa uit Apeldoorn ingezet kan worden om energie te leveren, inclusief de partijen die daarbij nodig zijn.

Op de website van deA, www.de-A.nl wordt binnenkort aangegeven aan welke biomassa-opties men denkt.

De bestuursvoorzitter van de stichting, oud wethouder Michael Boddeke, liet de redactie van Fibronot.nl weten dat er bij de voorstellen géén kippenmestverbrander zal zitten.

Dit is goed nieuws voor de inwoners van Apeldoorn en omgeving, want een  kippenmestverbrander, Fibroned, heeft geen enkel draagvlak onder de inwoners.

Nu er langzaam wat meer plannen van deA bekend worden wil de redactie van Fibronot.nl nogmaals de aandacht vestigen op het lidmaatschap van de energiecoöperatie Apeldoorn.
De coöperatie streeft er naar om op 6 juni aanstaande 600 aspirant leden te hebben. Dit aantal is noodzakelijk om een zinvolle start te kunnen maken.
Het aantal aspirant leden nadert de 200. Met vandaag, 28 april 2011 meegeteld, duurt het nog 39 dagen voordat het 6 juni is.

Nu bekend is dat er voor een kippenmestverbrander bij de energiecoöperatie Apeldoorn  geen plaats is moet het voor de inwoners van Apeldoorn die het met de doelstellingen van deA eens zijn, geen bezwaar meer zijn om zich aan te melden als aspirant lid. Dat kan via deze link .

In de loop van de afgelopen twee jaar zijn er steeds meer wetenschappelijke rapporten verschenen waarvan de uitkomst ten aanzien van het verbranden van kippenmest zonder meer negatief is. De nadelen van het verbranden van kippenmest zijn groter dan de voordelen, zo die er al zijn.

In Nederland wordt al veel kippenmest verbrand. De enige plaats waar dat gebeurt is de Biomassa Centrale in Moerdijk.
Energie uit het verbranden van mest is groene energie. Maar niet duurzaam volgens de Stichting Natuur en Milieu. Verbranden suggereert ten onrechte dat de mestproductie gerust kan groeien: des te meer groene energie. Maar volgens de Stichting Natuur en Milieu hoort kippenmest op het land, bij de kippenfarm.
Kippenmest is zo ongeveer de beste natuurlijke mest die er in Nederland te vinden is. Het bevat veel hoogwaardige stoffen zoals fosfaat en stikstof. De Stichting Natuur en Milieu vindt dat de voer-mestkringloop zoveel mogelijk gesloten moet blijven. Juist om die waardevolle voedingsstoffen op het land te houden.

En dan hebben we het nog niet gehad over het kippenvoer.
Het voer van kippen bestaat voornamelijk uit maïs, granen en sojaschroot. Soja wordt geteeld in Brazilië op grond waar vroeger bossen stonden. Het moet dus van ver naar Nederland gehaald worden. Dat is niet duurzaam. Behalve dat zorgt de massale ontbossing ten behoeve van de teelt van soja er voor dat er een overmaat aan CO2 in de atmosfeer terecht komt.
Nederland voert alleen al ten behoeve van kippenvoer per jaar ruim 5 miljoen ton soja uit Brazilië in.

De redactie van Fibronot.nl ondersteunt de plannen van de energiecoöperatie Apeldoorn van harte.

Cerrado in Brazilie
De streek Cerrado in Brazilië bevat het grootste savanne bos ecosysteem ter wereld.
Ze worden gekapt voor de aanleg van soja plantages. Deze soja gaat onder andere
naar Nederland om in kippenvoer verwerkt te worden.


Minder hernieuwbare energie gebruikt

Woensdag 27 april 2011

Het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik daalde van 4,2 procent in 2009 naar 3,8 procent in 2010. Dit komt enerzijds doordat het totale verbruik van energie is gestegen en anderzijds door de afname van het verbruik van biobrandstoffen voor het wegverkeer.

Totale energieverbruik gestegen
Het totale energetische eindverbruik steeg in 2010 met 7 procent ten opzichte van 2009. Niet eerder is in ons land in één jaar zoveel energie verbruikt. Daarentegen werd er minder hernieuwbare energie verbruikt en nam het aandeel in het totale verbruik dus af. De stijging van het totale energieverbruik is toe te schrijven aan de koude winter in 2010 en aan het economisch herstel. Het verbruik van hernieuwbare energie wordt slechts beperkt beïnvloed door deze twee factoren.

Afname verbruik biobrandstoffen voor wegverkeer
Het aandeel hernieuwbare energie daalde ook door een lager verbruik van biobrandstoffen in het wegverkeer. In 2009 was vervoer nog goed voor 18 procent van alle eindverbruik van hernieuwbare energie. In 2010 liep dit terug tot 11 procent. In 2007 werden leveranciers van motorbrandstoffen verplicht om biobrandstoffen te leveren. Het gaat daarbij vooral om het bijmengen van biobrandstoffen in gewone benzine en diesel.

Nederlander bouwt grootste windpark van Afrika

Vrijdag 22 april 2010

Hoewel Afrika zijn elektriciteit nog steeds voor het grootste deel opwekt uit fossiele brandstoffen zoals steenkool, lopen steeds meer overheden in met name het oosten van het continent warm voor duurzame energiebronnen.

Het Turkana-district is een van de onherbergzaamste gebieden in Kenia. Het is er kurkdroog, intens heet, en afgezien van wat acaciabomen en lage struiken groeit er vrijwel niets. Kortgeleden stond deze verlaten woestenij van lava, zand en stenen te boek als ‘waste land’: waardeloze grond die in de ogen van de overheid niet meetelde.

De bouw van een windpark ter waarde van €617 mln heeft bij de overheid een andere kijk gegeven op het tot nu toe achtergebleven gebied. En dat terwijl de bouw van de windturbines nog moet beginnen. ‘Ondernemers die nú grond willen leasen in het Turkana-district moeten er tien keer meer voor betalen dan wij indertijd’, aldus Carlo van Wageningen. Hij is een van de breinen achter de Lake Turkana Wind Farm, het grootste windpark van Afrika.

Het project zal bestaan uit 365 windturbines, met een gezamenlijke stroomcapaciteit van 300 megawatt. ‘Dat is iets meer dan 20% van de totale elektriciteitproductie in dit land’, vertelt de in Nederland geboren en in Kenia getogen ondernemer. ‘Wij verwachten eind dit jaar met de bouw van de turbines te kunnen beginnen en over een jaar of twee stroom te produceren’, zegt Van Wageningen.

‘Deze energie zal worden opgekocht door de overheid. Het contract over de tarieven die wij hiervoor ontvangen, is ondertekend en staat voor twintig jaar vast.’ Het plan voor het windpark, dat voor het grootste gedeelte wordt gefinancierd door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, kreeg vijf jaar geleden vorm. ‘Het begon allemaal met een ingeving van een Nederlandse boer, Willem, die net als ik al meer dan zijn halve leven in Kenia woont’, aldus Van Wageningen.

‘Elke keer wanneer Willem terugkwam van een weekend vissen aan het Turkana- meer draaide het gesprek om de wind, die er volgens hem altijd waaide. Volgens Willem moesten we er wat mee doen.’ ‘Omdat wij beiden niets afwisten van windenergie, besloot Willem een vriend, een Nederlandse windenergieontwikkelaar, uit te nodigen. Een droom voor elke windontwikkelaar, zo noemde onze gast het Turkana-district tijdens zijn bezoek. Niet alleen omdat de wind er altijd waait, maar omdat deze sterk en enorm voorspelbaar is. De gemiddelde windsnelheid ligt op meer dan 11 meter per seconde. Dat is enorm. In Nederland ligt de gemiddelde snelheid rond de 7,5 meter per seconde.’

Het plan in de praktijk brengen was geen gemakkelijke opgave, zo herinnert Van Wageningen zich: ‘Omdat het Turkana-district niet is aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, moest er een transmissielijn komen van de locatie van de toekomstige windfarm naar het dichtstbijzijnde punt van het stroomnetwerk. Dat ligt ruim 427 kilometer verderop. De lijn zou ons €110 mln kosten. Uiteindelijk zijn de Spaanse en Keniaanse overheden ons tegemoetgekomen.’

Naast Kenia, dat al verschillende kleine windparken telt, lopen ook andere Afrikaanse landen zich warm voor duurzame energie. Zo wordt er in Ethiopië gewerkt aan een windpark van 120 megawatt. Het project ter waarde van €210 mln moet eind volgend jaar elektriciteit produceren. ‘Ook Oeganda en Rwanda hebben plannen voor verschillende wind- en zonneprojecten’, zegt Mark Hankins, internationaal energieconsultant. Sinds de jaren negentig was Hankins nauw betrokken bij verschillende wind en zonne-energieprojecten in het oosten van Afrika. ‘Daarnaast wil de Tanzaniaanse overheid haar huidige windkrachtcapaciteit van 50 megawatt de komende twee jaar verdubbelen.’ De hoge elektriciteitprijzen zijn volgens Hankins de belangrijkste drijfveer voor de belangstelling in Oost-Afrika voor groene energie. ‘In deze regio liggen de stroomprijzen twee tot vijf keer zo hoog als in bijvoorbeeld Zuid-Afrika. Dat komt omdat de stroomnetwerken in het oosten van Afrika de honger naar elektriciteit niet langer aankunnen.

De grotere stroombehoefte houdt verband met de zich ontwikkelende economie. Sectoren als mijnbouw, commerciële landbouw en industrie zijn zeer energie-intensief. Ook de bevolkingsgroei en de urbanisatie dragen bij aan de toenemende vraag naar stroom. Verder zijn overheden zich steeds meer bewust van de overdaad aan wind en zon binnen hun landsgrenzen en de gevolgen van klimaatverandering.’ heeft het continent op het gebied van duurzame energie nog een lange weg te gaan, zegt Hankins.


Besluit over biogas Salland in de zomer

Donderdag 21 april 2011

Op 1 juli wordt de knoop doorgehakt: kan er in de gemeenten Raalte, Olst-Wijhe en Deventer een netwerk komen waarin op grote schaal biogas oftewel ‘groen gas’ wordt geproduceerd?

Zo ja, dan begint op 1 januari 2013 de aanleg van dit netwerk, een zogenoemd ‘groen gas hub’. Op boerderijen wordt dan mest vergist en het gas dat daarbij vrij komt, gaat vervolgens naar een centraal punt. Daar wordt het opgewerkt tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas en dan kan het worden gebruikt in de huizen. Ook andere biomassa kan voor vergisting worden gebruikt.

Deze tijdslijn staat in het plan van aanpak dat onlangs is vastgesteld. Een document van 15 A4-tjes waaruit blijkt dat er nog heel veel onderzoek nodig is voordat er biogas naar de huizen in Raalte, Olst-Wijhe en Deventer stroomt. De planning wordt dan ook ‘zeer ambitieus’ genoemd en ‘is alleen haalbaar indien alle partijen binnen de projectorganisatie zich hieraan daadwerkelijk committeren’.

De redactie van Fibronot.nl heeft twee jaar geleden al voorgesteld om op de Ecofactorij in Apeldoorn ook een opwerkings installatie te bouwen die het door biomassavergisters in de omgeving van Apeldoorn opgewekte methaangas opwerkt naar aardgas kwaliteit.
Helaas faciliteert de gemeente Apeldoorn slechts initiatieven van particulieren en/of bedrijven om een dergelijke gasnet aan te leggen, omdat Apeldoorn op een oor na bankroet is. Financiële ondersteuning van allerlei initiatieven is niet te verwachten.
Met de ontwikkeling van biomassavergisters gaat het ook niet bijster snel in Apeldoorn en omgeving.
De bouw van de biomassavergister aan de Kleinedijk in Klarenbeek is nog steeds niet begonnen, hoewel de bouw al in november 2010 zou moeten beginnen.
Verder zijn er geen initiatieven in de omgeving van Apeldoorn bekend, behalve dan dat er ook plannen in Hoenderloo zijn om een biomassavergister te bouwen.

Het initiatief van ex wethouder Boddeke van Apeldoorn om een lokaal energiebedrijf op te richten krijgt volop aandacht in de pers, maar het loopt nog niet echt storm met aanmeldingen van aspirant leden voor deze coöperatie. Vandaag, 21 april, zijn er slechts 153 mensen die zich hebben aangemeld. Op 14 april jl. waren het er 129.
De bedoeling is dat er op 6 juni 2011 600 aspirant leden zijn om een zinvolle start van deze coöperatie te maken.
Deze coöperatie zou de nodige initiatieven kunnen nemen om tot een opwerkingsfabriek op de Ecofactorij te komen en om de bouw van biomassavergisters in Apeldoorn en omgeving te pushen.


Brabant Water vreest proefboring aardgas

Woensdag 20 april 2011

Drinkwaterbedrijf Brabant Water zal zich verzetten tegen mogelijke proefboringen naar schaliegas als er niet meer duidelijkheid komt over de gevolgen voor het drinkwater. Dat liet de directeur van het waterbedrijf, Guiljo van Nuland, weten.

Schaliegas
Het Britse bedrijf Cuadrilla wil op locaties in Boxtel en Haaren de mogelijke winning van schaliegas onderzoeken. Daarvoor zijn chemicaliën nodig. De aard en omvang van de chemische middelen worden door de Britten niet prijsgegeven uit concurrentieoverwegingen.

Bezwaar
De gemeente Boxtel heeft begin dit jaar een bouwvergunning aan Cuadrilla verleend. Alleen de Rabobank, met een datacentrum, in de buurt, heeft bezwaar aangetekend. Een vergunningsaanvraag voor Haaren wordt binnenkort verwacht. Brabant Water denkt dat een bezwaar tegen die locatie ook een remmend effect zal hebben op de situatie in Boxtel.

Mijnwet
Dat Brabant Water niet eerder bezwaar aantekende, ligt volgens Van Nuland aan de wijze waarop de bouwvergunning is geregeld. ‘Alle informatie wordt op rijksniveau door Economische Zaken verschaft en is gebaseerd op de Mijnwet. De nadruk ligt op de economische aspecten en veel minder op de gevolgen voor het milieu en drinkwater. Hierdoor zijn we als regionale belanghebbende niet in staat gesteld om tijdig een standpunt te bepalen’.

Nieuwe methode
Schaliegas is aardgas dat met een nieuwe methode te winnen is uit leisteenlagen in de ondergrond, op ruim 4 kilometer diepte. Er worden met hoge waterdruk scheurtjes gemaakt in het gesteente. Via de scheurtjes stroomt het gas naar de boorput.


Geschil over windmolens op Noordzee

Maandag 18 april 2011

Verschillende energiebedrijven dreigen hun vergunning voor windmolenparken op de Noordzee te verliezen door een geschil met de scheepvaart en visserij.
Vandaag treffen de twistende belanghebbenden elkaar voor een gesprek achter gesloten deuren.

Als de vergunninghouders niet binnen een jaar beginnen met de aanleg van de windmolens, verloopt hun concessie. Door een conflict met de havens van Rotterdam en Amsterdam, de scheepvaart, de offshore-industrie en de visserij dreigen de energiebedrijven niet tijdig te kunnen starten.

Vier windmolenparken van Nuon, Eneco en SSE die gezamenlijk ruim 1000 megawatt moeten opleveren, stuiten op bezwaren omdat zij de scheepvaart, visserij en olie- en gaswinning zouden belemmeren.
Bovendien verstoren de windmolens het zicht op de radar, waardoor de veiligheid op de drukst bevaren zee ter wereld in gevaar komt, aldus de branchevereniging van de Nederlandse koopvaardij (KVNR). Met de aanstaande ingebruikneming van de Tweede Maasvlakte zou de manoeuvreerruimte voor de haven juist vergroot moeten worden.

Het ministerie voor Infrastructuur en Milieu wil de vergunning van energiebedrijven tot 2020 verlengen, maar alleen als zij aanstalten maken met de aanleg van windmolens. Zolang de toekenning van subsidie op zich laat wachten en zolang de tegenstanders met rechtszaken bezwaar blijven maken tegen de vier gewraakte windmolenparken, zullen de energiebedrijven echter niet tot de bouw willen overgaan.
Geen van de energiebedrijven wil vooruitlopen op een verhuizing naar een andere locatie op de Noordzee. ‘Het is daar nog veel te vroeg voor’, aldus een woordvoerder van branchevereniging NWEA.


Bredenoord bouwt eerste biogasinstallatie Turkije

Maandag 18 april 2011

De Turkse zuivelfabrikant Sütaş neemt dinsdag 19 april de eerste biogasinstallatie van Turkije gebaseerd op mestvergisting officieel in gebruik. De locatie Karacebey gaat daarmee over op groene stroom. Het Apeldoornse Bredenoord leverde de biogas warmte kracht koppeling (WKK) installatie voor dit project.
Bredenoord nam daarnaast ook de opleiding van de Turkse onderhoudsmonteurs voor haar rekening. Met de overgang op groene stroom bespaart Sütaş 10.000 ton CO2 uitstoot per jaar.

Sütaş is de grootste zuivelproducent van Turkije met een eigen veestapel. De biogasinstallatie staat op het melkveebedrijf Tarfas, dat onderdeel is van de Sütaş-groep. De mest van het bedrijf en groente- en fruitafval zorgen voor het biogas. De 345 kW generator zet het biogas om in groene stroom. De installatie wordt met software gemonitord vanuit Apeldoorn, terwijl Turkse monteurs van Sütaş het onderhoud doen. Zij volgden hiervoor een meerdaagse Engelstalige training bij Bredenoord. Kees Boone, salesmanager Bredenoord BioEnergy: “Dit project vroeg om een klantgerichte aanpak. Van engineering en turn-key oplevering tot training en service: Bredenoord BioEnergy ontzorgt haar klanten, zowel in Nederland als ver daarbuiten.”

Bredenoord WKK in Turkije
Bredenoord WKK in Turkije

Het Nederlandse BGP Engineers en haar partner Biogas Plus zijn de initiators van de Turkse biogasinstallatie. De installatie is in maart dit jaar opgeleverd en is op dit moment volop in productie. Het project is uitgevoerd onder het Programma Samenwerking Opkomende Markten van toenmalige ministerie van EZ (tegenwoordig EL&I). Dat programma heeft tot doel business-to-businesscontact in o.a. opkomende markten te stimuleren. Maaskant: “De verwachting van de projectpartners is dat dit project een brug zal vormen naar verdere projectrealisaties in Turkije.”
Bron: Bredenoord


Biomassa vergisters op bedrijventerrein  zuidkant A1 Apeldoorn?

Zaterdag 16 april 2011

De kans op een regionaal bedrijventerrein aan de zuidkant van de A1 bij Apeldoorn wordt steeds kleiner.
De gemeente Apeldoorn stelt dat dat nog wel het streven is, maar houdt tegelijk vanaf nu alle mogelijkheden open voor de invulling van de grond.

Naar het bedrijventerrein wordt al jaren toegewerkt. Onderzoeken toonden aan dat er behoefte was aan een locatie voor zowel bedrijven van elders, als ondernemingen in de Stedendriehoek die willen verhuizen. Tegenstanders trokken die behoefte in twijfel en protesteerden hevig, vooral toen bekend werd dat er een fabriek zou komen die plastic van koperkabels gaat afbranden.

De gemeente kocht, al dan niet via derden, grote percelen grond aan in het betreffende gebied. De ontwikkeling ervan is echter nog steeds niet op gang gekomen. Dat is volledig te wijten aan de economische crisis, stellen burgemeester en wethouders. Wat de reden ook is, feit is dat de gemeente in de maag zit met grond die is gekocht tegen een (veel) hogere prijs dan die van weiland. Enige tijd geleden moest al een deel daarvan worden teruggeboekt naar de waarde van agrarische grond. Dat leverde een verlies van € 11 miljoen op. Om te voorkomen dat zoiets ook nodig is voor de rest van het gebied, gaat de gemeente bekijken of het ook op een andere manier in ontwikkeling kan worden gebracht.
Wethouder Olaf Prinsen (D66) stelt dat er volledig ‘out of the box’ wordt gedacht, oftewel dat weinig op voorhand wordt uitgesloten.

Het is algemeen bekend dat Apeldoorn in 2020 energieneutraal wil zijn.

De tijd gaat dringen, want de paar procent groene energie die Apeldoorn nu verstookt zet geen zoden aan de dijk.
Nagenoeg alle opties voor een bestemming van dit gebied liggen open.

De redactie van Fibronot.nl stelt dan ook voor om op de helft van de ruim 150 ha grasland die Apeldoorn nu in bezit heeft, een hoeveelheid biomassa vergisters te bouwen, die de doelstelling, energieneutraal in 2020, voor een groot deel kunnen ondersteunen.
Aangevuld met een windpark met een stuk of 20 windmolens, moet het mogelijk zijn om de doelstellingen in 2020 nagenoeg te halen.

De gemeente Apeldoorn moet de komende jaren fors bezuinigen. Er is dus geen geld voor dit soort projecten. Particuliere bedrijven staan ook niet te springen om een investering van tientallen miljoenen in enkele biomassa vergisters te doen, maar de gemeente Apeldoorn kan wel alle faciliteiten bieden om de bouw van biomassa vergisters mogelijk te maken.

“Woningbouw is niet realistisch,”  zegt de wethouder, “wat er dan wel mogelijk is, is op dit moment onduidelijk. Vast gegeven is hoe dan ook dat we daar een heleboel grond hebben liggen, waar we wel wat mee moeten.”

Wellicht is het een optie dat de duurzame energiecoöperatie Apeldoorn in oprichting, deA van ex wethouder Boddeke, een invulling kan geven.
De Apeldoornse politieke partijen hebben er in de afgelopen tien jaar op gehamerd dat Apeldoorn in 2020 energieneutraal moet zijn.
De bouw van een energiepark met biomassa vergisters en windmolens op dit terrein hoeft dan ook geen onoverkomelijke bezwaren van die kant op te leveren.

Toekomstig bedrijventerrein Apeldoorn ten zuiden van de A1

Het toekomstig bedrijventerrein ten zuiden van de A1 bij Apeldoorn


“Stop met financiële ondersteuning biomassa-meestook in kolencentrales”

Vrijdag 15 april 2011

Als Nederlands werk wil maken met het ontwikkelen van de biobased economy, dan moet het ophouden met het financieel stimuleren van het verstoken van biomassa in kolencentrales. Dat zegt Frits de Groot van VNO-NCW, die namens de werkgeversorganisatie in de SER-commissie zat die vorig jaar het advies schreef Meer chemie tussen groei en groen.

De Groot zegt dat in een interview met het weekblad SC Online.

In het advies doen werkgevers, werknemers en vertegenwoordigers van de milieubeweging aanbevelingen hoe de Nederlandse economie verduurzaamd kan worden en wat de rol van biobased productie hierin kan zijn. Ondernemingen moeten volgens het advies minder gebruik maken van fossiele grondstoffen die steeds schaarser en duurder worden. In het toekomstscenario van de SER is de chemische industrie onafhankelijker van olie en maakt ze haar kunststoffen ook van restproducten uit de agrarische sector.

Het kabinet moet nog officieel reageren op het SER-advies. Minister Verhagen (EL&I) gaf in februari wel al een eerste positieve reactie, zonder nog met concrete maatregelen te komen. ‘Het kabinet kan de vergunningverlening voor innovatieve ontwikkelingen versnellen,’ oppert De Groot. ‘Ik stel me voor dat het kabinet zorgt voor een maximale termijn van zes maanden. Nog mooier zou het zijn als een bedrijf binnen zes weken de toezegging krijgt van een vergunning, en dat die er dan ook binnen drie maanden ligt.’
Door financiële garantstellingen kan de overheid de transitie naar een biobased economy ook versnellen, verwacht De Groot. ‘Het probleem met innovaties is dat banken een hogere rente in rekening brengen. Ze hebben een hekel aan risico’s, maar die zijn natuurlijk wel aan innovaties verbonden. Met garantstellingen neemt de overheid risico’s over en kan de kredietverstrekker een lagere rente rekenen, waardoor de financieringskosten flink omlaag gaan. Vervolgens kunnen wij als bedrijfsleven grote slagen gaan maken in de biobased economy.’

De Groot kijkt met grote zorg naar de gesprekken die de overheid voert met de energiesector over financiële stimulering van het bijstoken van biomassa in kolencentrales. ‘Dat is niet bevorderlijk voor de biobased economy. De toegevoegde waarde die biomassa kan hebben, verdwijnt als we het meteen verbranden in een oven. Wij moeten niet teruggaan naar de fouten die op dit punt zijn gemaakt in het verleden, met het bijstoken van palmolie in energiecentrales. De overheid zou haar financiële instrumenten zo moeten inzetten dat de biomassa eerst een leven heeft als hoogwaardig materiaal.’
Bron: SC Online


De duurzame energiecoöperatie Apeldoorn in oprichting

Donderdag 14 april 2011

Alhoewel de redactie van Fibronot.nl het niet altijd eens was met de zienswijze van ex wethouder Boddeke van Milieu in Apeldoorn over zijn ideeën een kippenmestverbrander op de Ecofactorij te bouwen, ondersteunt de redactie het initiatief van de heer Boddeke van harte om een lokaal energiebedrijf op te richten.
Deze coöperatie is een eerste aanzet daartoe.

Een coöperatie zonder leden stelt niets voor.
Vóór 6 juni 2011 moeten er minstens 600 leden zijn. Op dit moment zijn het er 129.

De redactie van Fibronot.nl roept dan ook de bewoners van Apeldoorn die achter het idee staan, op, om zich aan te melden.
Om de daad bij het woord te voeren heeft een redacteur van Fibronot.nl zich vandaag als aspirant lid van de energiecoöperatie aangemeld
Dat kan op de website http://www.de-a.nl

Voor alle duidelijkheid, de redactie van Fibronot.nl noch deze website hebben belangen bij de coöperatie.
We ondersteunen slechts dit initiatief en brengen het graag onder de aandacht van de lezers.


Energieplan levert deA Mooiste idee award op

Donderdag 14 april 2011

De Apeldoornse energiecoöperatie deA moet nog beginnen, maar heeft haar eerste prijs al binnen. Woensdag ontving bestuursvoorzitter Michael Boddeke in Amsterdam de P-Nuts Award voor het mooiste energie-idee uit handen van de jury, die werd voorgezeten door Herman en Herma Wijffels.

Verdeeld over 40 inzendingen werden zeven verschillende awards uitgereikt.

DeA, een initiatief van onder meer oud-milieuwethouder Boddeke, verkeert nog in de oprichtingsfase. Bedoeling is met een lokale Apeldoornse coöperatie niet alleen duurzame energie te gebruiken maar die ook in deze gemeente op te wekken. DeA wil eerst beginnen met zonne-energie op grote schaal en met biomassa als brandstof.

Juist dat lokale karakter heeft de jury gecharmeerd en die waardeert het initiatief omdat ‘het haalbaar lijkt en zonder poespas’ wordt opgezet.

DeA spreekt van ‘een mooie opsteker’ voor zichzelf en voor Apeldoorn.

Boddeke zei vorige maand dat de coöperatie levensvatbaar is als zich in juni minimaal 500 tot 600 leden hebben gemeld.
Bron: de Stentor

Jury rapport van de zeven verschillende awards


Amerikaans landbouwministerie promoot E85-brandstof

Donderdag 14 april 2011

De Amerikaanse bio-ethanolindustrie heeft een nieuwe partner gevonden in het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Minister van Landbouw Tom Vilsack kondigde aan dat pomphouders ondersteund worden indien zij E85-pompen plaatsen zodat automobilisten kunnen kiezen voor brandstof met een hoger gehalte (tot 85%) bio-ethanol. Dit past in het plan om de afhankelijkheid van buitelandse olie te verminderen.

De Amerikaanse overheid beloond pomphouders voor het plaatsen van de dure ‘flexible fuel’-pompen door subsidies en garanties op leningen te verstrekken. Hiermee wil USDA bevorderen dat automobilisten vaker kiezen voor brandstof op basis van een hoger gehalte uit maïs gewonnen bio-ethanol. De meest verkochte brandstof in Amerika bestaat voor 10 procent uit bio-ethanol, maar een groeiend aantal voertuigen kan brandstof tanken die voor 85 procent uit ethanol bestaat, de zogenaamde E85.

Slechts 2.350 van de ruim 167.000 tankstations bieden deze brandstof aan, meldt het landbouwministerie USDA. Het aantal voertuigen dat op E85 loopt, is tussen 2008 en 2011 gestegen van 6,1 naar 8 à 8,5 miljoen. Dat komt overeen met 3,2 tot 3,5 procent van het totaal aantal voertuigen in de VS (250 miljoen). De komende vijf jaar moet het aantal E85-pompen met 10.000 stuks uitbreiden. Dit past in het plan van president Obama om in 2025 de Amerikaanse afhankelijkheid van buitenlandse olie met een derde te verminderen.

Tegenstanders van de industrie, waaronder veehouders zijn bang dat de overheidssteun de maïsprijzen verder zullen doen stijgen. Verwacht wordt dat de ethanolindustrie dit jaar 5 miljard bushel (1 bushel is circa 25 kg) maïs zal verbruiken, dat is bijna gelijk aan de 5,2 miljard bushel die de veehouderij nodig heeft voor veevoeder, zo blijkt uit cijfers van USDA. Amerikaanse boeren produceerden vorig jaar 12,4 miljard bushel maïs.

USDA lanceert het plan op het moment dat er bezorgdheid is ontstaan over de sterke vraag naar maïs en de krappe voorraad. De maïsprijs is naar een recordhoogte gestegen, prijzen op de termijnmarkten zijn meer dan verdubbeld sinds afgelopen zomer. Volgens het USDA-rapport van afgelopen vrijdag zal het gebruik van maïs dit jaar hoger uitvallen dan verwacht was.

Vilsack maakte deze week ook bekend dat geld uitgetrokken wordt voor onderzoek dat de productie van groene energie en het ontwikkelen van biobased producten stimuleert. De projecten die gesubsidieerd worden, doen onderzoek naar gewasbescherming, het valoriseren van bijproducten voor veevoeder, CO2-opslag en duurzame productie van groene energie.


Essent heeft vergunning voor opschroeven biomassa in Amercentrale naar 50%

Dinsdag 12 april 2011

Essent gaat de duurzame energieproductie op de Amercentrale opschroeven. Het percentage biomassa meestook van de unit Amer 9 wordt verhoogd van 35% naar 50%. Op deze manier vervangt Essent op steeds grotere schaal steenkool door biomassa voor het maken van duurzame energie.

Daarvoor heeft Essent een omgevingsvergunning ontvangen. Essent verwacht ook een andere belangrijke vergunning, de definitieve vergunning voor de Natuurbeschermingswet, binnenkort te verkrijgen. Daarmee ligt de omschakeling van de Amercentrale van een van oorsprong steenkolen gestookte centrale naar een grotendeels duurzame energiecentrale op schema. Peter Terium, CEO van Essent: “Ons ultieme doel is dat we voor de volle 100 procent overschakelen van steenkool op biomassa, maar de stap naar 50% is al ongekend in Nederland en Europa. Met de Amercentrale zijn wij nu al veruit de grootste productielocatie voor duurzame energie in Nederland.”

Essent verbindt wel voorwaarden aan het verder sterk verhogen van het aandeel meestook van biomassa. Het energiebedrijf wil dat de overheid ondersteuning hiervoor biedt. De huidige subsidie (MEP) voor het op grote schaal meestoken van biomassa loopt de komende jaren af. Essent wil een vervangende regeling zien, al hoeft dat wat het energiebedrijf betreft in de vorm van subsidies te zijn. Essent wil graag leveranciersverplichting, waarbij alle leveranciers van stroom verplicht zijn een bepaald percentage duurzame stroom aan hun klanten te leveren. De leveranciers gaan vervolgens de markt op om te kijken waar zij die groene stroom tegen de meest gunstige voorwaarden kunnen inkopen en/of produceren. Op die manier bepaalt de markt dus wel manieren van duurzame stroomproductie het meest (kosten)efficiënt zijn. Op dit moment zijn in Nederland biomassa, wind op land en wind op zee (in deze volgorde) de meest (kosten)efficiënte oplossingen.
Bron: Essent


Biomassa-erf Putten van de baan

Dinsdag 12 april 2011

Putten ziet af van een verdere ontwikkeling van een biomassa-erf. Een amendement hiervoor is donderdagavond 7 april in de gemeenteraad van Putten met unanieme stem aangenomen.

Het amendement werd ingediend door de collegefracties van ChristenUnie, Wij Putten en de SGP en kwam als een volslagen verrassing. Het draagt het college op in de regio te onderzoeken welke initiatieven voor groene energie er mogelijk zijn. De raad nam bovendien een motie van de collegefracties aan waarin het college wordt opgeroepen in te zetten op milieuvriendelijke energie. Het college moet initiatieven van zowel gemeente als burgers ondersteunen. Gedacht wordt aan zaken als zonnepanelen en aardwarmte.

Volgens Wij Putten zou daar een bijdrage van 100.000 tot 200.000 euro per jaar voor moeten komen. Alleen de VVD fractie stemde tegen de motie. De liberalen willen eerst meer duidelijkheid over de dekking van deze groen initiatieven.
In een eerste reactie reageerde de Belangengroep Stenenkamer opgelucht over het afblazen van het bio-erf. De bewoners maakten zich al lange tijd grote zorgen over de stank- en verkeersoverlast.


SGP vraagt provincie terughoudendheid bij windmolenpark

Maandag 11 april 2011

Het SGP-statenlid Eppie Klein vraagt de provincie Gelderland om terughoudendheid waar het gaat om het oprichten van het Windturbinepark Hattemerbroek.

Klein vindt dat eerst de betrokken gemeenten op een lijn moeten komen, en dat daarna pas de provincie aan bod is.

De gemeente Oldebroek is voorstander van het project, terwijl buurman gemeente Hattem tegen de realisatie van het project is. Zo’n jaar geleden heeft de Raad van State zowel het bestemmingsplan als de natuurbeschermingswetvergunning voor de aanleg van het windturbineplan vernietigd.

Op dit moment worden de mogelijkheden tot het opnieuw opstarten van de benodigde procedures voor het op te richten Windmolenpark Hattemerbroek tussen de verschillende hierbij betrokken overheden besproken. “Wij menen te begrijpen dat het college van GS van Gelderland hierin een actieve houding aanneemt”, stelt Eppie Klein. Omdat provinciale staten in het verleden hebben aangegeven dat zij op het punt van windenergie de gemeentelijke autonomie en de lokale gedragenheid belangrijke zaken vinden, vindt de SGP het niet voor de hand liggen dat de provincie nu het voortouw neemt.


Tachtig keer toets BIBOB

Maandag 11 april 2011

De gemeente Apeldoorn wil de toepassing van de wet BIBOB uitbreiden naar delen van de omgevingsvergunning en growshops. Daardoor kunnen nog meer risicovolle branches getoetst worden.

De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om bouw-, gebruiks- en exploitatievergunningen niet te verlenen of in te trekken als de aanvragers verdacht worden van betrokkenheid bij criminele activiteiten of geen verklaring kunnen geven voor de herkomst van de geldstromen binnen hun bedrijf. BIBOB staat voor bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur. Binnen Apeldoorn vallen vergunning voor drank- en horeca, seksinrichtingen, speelautomatenhallen en alcoholvrije bedrijven (waaronder coffeeshops) onder de toetsing.

Daar moeten straks ook de growshops onder vallen, maar ook bedrijven in de bouw- en milieubranche die mogelijk een faciliterende rol voor criminele activiteiten hebben.

Tot nu toe wordt gemiddeld bij tachtig vergunningaanvragen per jaar aan de indiener gevraagd een verkorte BIBOB-lijst in te vullen. Daarna is bij een op de vier aanvragen aanleiding om door te vragen. Zij moeten een uitgebreide screeningslijst invullen.

In het afgelopen jaar is het vervolgens vijf à zes keer gebeurd dat een aanvraag volledig werd ingetrokken. Voor de gemeente is daarmee dan de kous af. Het is niet bekend wat zo’n aanvragen dan verder gaat doen.

De gemeenteraad moet nu toestemming geven voor de uitbreiding van het aantal vergunningen dat onder BIBOB valt. Voor het uitgebreidere beleid is 35.000 euro nodig.
Bron: De Stentor


Opening eerste agrarische Groen Gas-installatie

Zondag 10 april 2011

De groen gas-installatie van Bouwhuis Biovergisting BV in Witteveen is op woensdag 7 april officieel in gebruik genomen door gedeputeerde Rein Munniksma en wethouder Jannes Pit van de gemeente Midden-Drenthe.
Het is in de agrarische sector de eerste installatie in Nederland waar biogas wordt opgewerkt naar groen gas en wordt ingevoed in het aardgasnet. De opening ging vergezeld van een minisymposium Groen Gas. Tijdens het minisymposium stond het proces van biomassa naar groen gas centraal. In de afsluitende forumdiscussie kwam verschillende stellingen aan bod over regelgeving, beloning en randvoorwaarden.

BioGast, Norit Haffmans, gemeente Midden-Drenthe en de provincie Drenthe leverden een bijdrage aan de totstandkoming.

Groen gas
Aardgas is een belangrijke fossiele brandstof die echter niet onuitputtelijk is. Daarom zijn alternatieven noodzakelijk. Eén van deze alternatieven is het opwaarderen van biogas tot groen gas.

Biogas is een algemene term voor gas dat wordt geproduceerd in een anaeroob vergistingsproces. Dit is een proces waarbij biologisch materiaal afgebroken wordt in een zuurstofloze omgeving. Biogas bestaat voornamelijk uit een mengsel van methaan en koolstofdioxide (CO2) en kan direct omgezet worden in (groene) elektriciteit en warmte, maar als de warmte niet direct gebruikt wordt, gaat deze verloren. Een beter alternatief is het opwaarderen tot groen gas waarbij géén verliesstromen ontstaan.

Aangezien groen gas dezelfde specificaties heeft als aardgas, is het mogelijk om deze voor de bestaande aardgasinfrastructuur en -toepassingen te gebruiken. De verwachting is dat in 2030 zo’n 20% van de aardgasbehoefte ingevuld wordt met groen gas. Groen gas is daarom een belangrijke energiebron voor nu en voor de toekomst.
Bron: Provincie Drenthe


Nog geen koper voor BioValue

Zaterdag 9 april 2011

Biovalue-curator Harm Jan Meijer gaat niet eindeloos zitten wachten op de partij uit het Midden-Oosten die bereid is een doorstart met de biodieselfabriek in de Eemshaven te maken. “De eerste bieding van die partij was zo substantieel hoger dan alle andere biedingen, dat ik die niet kon laten lopen”, meent hij. Aldus het Dagblad van het Noorden in een artikel.
DvhN vervolgt: Maar inmiddels is er ruis op de lijn. De kandidaatkoper heeft ook belangen in Japan en de beslommeringen na de tsunami schijnen heel veel aandacht op te slokken, zo vermoedt Meijer. “Maar daar kan ik niet eindeloos op gaan zitten wachten”, zegt hij. “Eventueel ga ik met andere partijen rond de tafel.”

Sinds donderdag is het eerste faillissementsverslag van Biovalue gepubliceerd. Tot dusverre heeftWaste4Energy (W4E), een kandidaatkoper, steeds aan de bel getrokken over het bankroet dat in december 2010 werd uitgesproken. Maar de ellende begon precies een jaar geleden toen Biovalue op 1 april uit de boeken van moedermaatschappij, het Zeeuwse energieconcern Delta,werd geschreven. De totale vordering van 47 miljoen op Biovalue werd in een keer afgeschreven en Biovalue was daarmee Delta niet langer tot last, zo werd destijds gezegd.

De krant gaat verder: Het faillissementsverslag vertelt nu anders. Delta heeft ineens een vordering van dik 20 miljoen op Biovalue. Delta had zich garant gesteld voor dat bedrag richting ASN Bank en Bank Nederlandse Gemeenten en die banken hebben die garantie opgeëist. Meijer: “Die vordering is er en daar wil ik nog goed naar kijken. Maar het is een vordering op de holding en de werkmaatschappij hoeft daar geen last van te hebben. Die kan er wel om door.”
Waste4Energy heeft aangifte gedaan tegen Delta wegens faillissementsfraude. De genoemde vordering van 20 miljoen speelt daarin een rol, maar ook zou Biovalue nog 12,5 miljoen euro tegoed hebben van moedermaatschappij Delta en volgens Waste4Energy was die weggepoetst. Die vordering staat wel in het failissementsverslag maar wordt door Delta betwist. Meijer: “Het bedrag staat in het verslag, ik heb schriftelijk opheldering aan Delta gevraagd en laat er een accountant naar kijken.” Uit het verslag blijkt overigens dat Biovalue over 2008 en 2009 in totaal 56 miljoen euro verlies heeft geleden.

Waste4Energy wil graag
Waste4Eenergy wil nog maar al te graag Biovalue overnemen. “Als de curator nu belt, hebben we vanavond een deal”, zei directeur John van Nikkelen Kuiper deze week.


Energieraad: EU-doel duurzame energie technisch niet te behalen

Vrijdag 8 april 2011

Het Europese duurzame energie doel voor 2020 is voor Nederland onhaalbaar. Dat doel van 14% vertaalt zich in een duurzaam elektriciteitsaandeel van 37% (nu is dat 9%). Daarvoor is 40 miljard euro tot 2020 nodig. Het is “niet voorstelbaar” dat dit investeringstempo, van dus 4,5 miljard euro per jaar voor alleen al duurzame elektriciteit, technisch te realiseren is.

Dat zegt de Algemene Energieraad in een briefadvies over beleidsinstrumenten voor hernieuwbare elektriciteit.

De Energieraad waarschuwt in haar briefadvies dat “los van de vraag of het financierbaar is, het niet haalbaar lijkt om in een tijdsbestek van nog geen 10 jaar deze investeringen technisch te realiseren.” De raad vergelijkt deze investeringen met bijoorbeeld het “tot 2020 gelijktijdig in uitvoering hebben van 20 Noord/Zuidlijnprojecten.” Ook herinnert de Energieraad fijntjes aan de investeringen aan de Deltawerken, waaraan ruim 50 jaar is gewerkt. “Die bedroegen in totaal 10 miljard gulden.”

Maar hoe dan wel? Meer bij- en meestook van biomassa – en dan wel duurzaam, dus gecertificeerd – helpt het duurzame elektriciteitsaandeel van 7% verder. De totale investeringen worden teruggebracht naar 35 miljard euro; “nog steeds een investeringsniveau dat niet realiseerbaar lijkt”, aldus de raad, die nog wel een lans breekt voor meer energiebesparing en het stellen van de CO2-emissiereductie als centrale doelstelling.

Maar de EU verlangt een duurzame energieaandeel. Dus, analyseert de Raad, de investeringen in duurzame-elektriciteitsproductie moeten worden gedaan door marktpartijen in een open energiemarkt en op basis van marktconforme business cases. Om investeringen voldoende aantrekkelijk te maken zijn goede stimuleringsregelingen essentieel. Een andere mogelijkheid is de markt te verplichten tot meer duurzame energie te produceren, met een sanctie als drukmiddel, zegt de Energieraad opnieuw, want ook eerder pleitte de Raad hier al voor.

De onlangs aangepaste stimuleringsregeling in Nederland tot SDE+ noemt de Energieraad een belangrijke verbetering omdat deze meer ruimte biedt voor concurrentie tussen de verschillende opties. Maar volgens de Energieraad is het “nog onzeker of de markt de subsidie interessant genoeg vindt om aanvragen in te dienen”. De Energieraad wijst er bovendien op dat de markt na toekenning van SDE+-subsidie alsnog kan afzien van de investering. “Dit leidt tot minder of tragere groei in productie.” Als oplossing stelt de raad voor om meer subsidie toe te kennen dan feitelijk beschikbaar is, “in de wetenschap dat statisch gezien een bepaald percentage onbenut blijft.”

Een leveranciersverplichting geeft die zekerheid wel, maar daarbij wordt aan de leveranciers overgelaten welke duurzame optie men kiest. En er moet voldoende keuze zijn voor de markt. Dat kan bereikt worden door bijvoorbeeld met een of meerdere EU-landen samen te werken, vindt de Energieraad. Het ministerie van EL&I denkt overigens al over na.

Naast marktwerking vindt de Energieraad bovendien een goed innovatieprogramma, mits zeer gericht, van groot belang.
Lees hier het hele advies van de Energieraad


De jatropha bubbel staat op barsten

Donderdag 7 april 2011

Niet alleen in Tanzania is de overheid en de bevolking voor de gek gehouden met de sprookjes over de mogelijkheden die jatropha voor hen zou bieden. Ook in Ghana is de ellende groot.
In Ghana hebben ontwikkelingsorganisaties gemeld dat de teelt van jatropha boeren en hun gezinnen van het land hebben verjaagd.
Daarbij zijn waardevolle voedselbronnen zoals shea noten (een soort amandel) en dawadawa bomen gekapt om plaats te maken voor jatropha plantages.

Ongeveer 50% van de Ghanese bevolking werkt op het land en is hoofdzakelijk bezig met het verbouwen van voedsel voor de plaatselijke consumptie.

Buitenlandse bedrijven, zoals Agroils (Italië), Galten Global Alternative Energy (Israël), Gold Star Farms (Ghana), Jatropha Africa (UK/Ghana), Biofuel Africa (Noorwegen), Scanfuel (Noorwegen) en Kimminic Corporation (Canada) hebben 769.000 ha grond gekocht.
Ghana heeft ruim 3.99 miljoen ha bouwland dat geschikt is voor de teelt van voedselgewassen. Dat betekent dat meer dan 37% van de landbouwgrond in Ghana door bovenstaande bedrijven in bezit is genomen.

Boeren hebben vastgesteld dat het veelbesproken wondergewas jatropha in plaats van welvaart en een gegarandeerd inkomen, alleen maar ellende heeft gebracht.
Waardevolle watervoorraden zijn bijna uitgedroogd en grote hoeveelheden pesticiden hebben de bodem ernstig verontreinigd. Voedselgewassen hebben plaats gemaakt voor jatropha planten waardoor veel boeren geen enkele vorm van inkomen meer hebben.

Bovenstaande situatie schetst de toestand in mei 2009 zoals die beschreven is door Emmanuel Dogbevi, editor van ghanabusinessnews.com  in samenwerking met medewerkers van de Universiteit van Ghana, waarbij hij tevens de vraag stelde of de mislukking van jatropha projecten in India geen wijze les voor Ghana zijn geweest.

Jatropha werd door de voorstanders van deze plant gezien als de plant bij uitstek om biobrandstoffen te kweken, omdat jatropha in tegenstelling tot andere grondstoffen vanwege zijn giftige eigenschappen geen voedselbron is.
De voorstanders zeiden ook dat jatropha derhalve niet met gewone voedselgewassen concurreert en dat het niet bijdraagt aan voedseltekorten.
Volgens dezelfde deskundigen zou jatropha op marginale grond in relatief droge gebieden uitstekend gedijen, waardoor het bij uitstek in door grote droogte getroffen gebieden zou groeien.

In 2006 zei D1 Oil uit Engeland dat het van plan was met het nieuwe jatropha ras E1 ongeveer 2.7 ton olie per hectare te gaan maken, vergeleken met de 1.7 ton olie die de gewone jatropha plant produceerde.

Dit staat gelijk aan ongeveer 8 ton en 5 ton zaad per hectare, of 3.5 kg en 2 kg per plant.
Rapporten uit India, waar men al vele jaren geleden in de jatropha geloofde, tonen echter aan dat zelfs 1 kg zaad per plant moeilijk bereikbaar is.

De Ghanese organisatie Food Security Ghana spreekt nu openlijk van een niet commercieel levensvatbare productie van biobrandstof uit jatropha in Ghana en zegt zelfs dat de jatropha hype een grote zeepbel is die op het punt van barsten staat.

Vorige week schreef Emmanuel Dogbevi een nieuw artikel waarin hij schreef dat biobrandstoffen uit de non-food plant jatropha gevaarlijk zijn voor het milieu.
Deze biobrandstoffen die gezien werden als een alternatieve energiebron, zijn volgens de Royal Society for the Protection of Birds, ActionAid en Nature Kenya, de oorzaak  dat er bij de teelt van jatropha tot zes keer meer CO2 uitstoot  vrij komt dan bij het gebruik van fossiele  brandstoffen.


Waste4Energy vof nog steeds klaar voor een doorstart Biovalue

Donderdag 7 april 2011

Persbericht Waste4Energy – Waste4Energy vof is nog steeds bereid om een snelle doorstart van Biovalue te realiseren.

Alles is gereed voor een nieuwe start van de bestaande activiteiten, het persen van koolzaad en het produceren van biodiesel.

Een doorstart van Biovalue had al in december 2010 plaats kunnen vinden, waardoor de daadwerkelijke aanvang van de productieactiviteiten in januari 2011 gestart konden worden. Bijna alle toeleveranciers hebben zich al bereid verklaard om samen met Waste4Energy de activiteiten snel te hervatten.

Uit de reacties van de (ex) medewerkers van Biovalue, blijkt overduidelijk dat ook zij alle vertrouwen hebben in een doorstart met W4E. 2/3 van deze (ex) medewerkers hadden al in een vroeg stadium hun CV en sollicitatie opgestuurd.

Inmiddels is het alweer een jaar geleden (1 april 2010) dat Delta NV heeft besloten om met de biodiesel activiteiten te stoppen, en daardoor haar medewerkers in een onoverzichtelijk en onzeker avontuur heeft gestort, waardoor sommige medewerkers nu in zware financiële problemen verkeren mede veroorzaakt door het niet willen uitvoeren van een sociaalplan. Er is door diverse partijen respectloos omgegaan met de belangen van de medewerkers van Biovalue, en gedane toezeggingen worden niet uitgevoerd.

Ook verbaast het W4E, en met haar ook insolventiespecialisten, dat er – 4 maanden  na dato – nog steeds geen 1e faillissementsverslag is gerealiseerd.

Het wordt de hoogste tijd dat aan deze situatie een einde komt.


IEA pleit voor meer groei groene stroom

Woensdag 6 april 2011

De groeiende honger naar fossiele brandstoffen om energie op te wekken overschaduwt de vooruitgang die wordt geboekt bij het opwekken van alternatieve energie.

Dit staat in een rapport (pdf) van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), dat woensdag werd gepresenteerd tijdens een vergadering van ministers in Abu Dhabi.

Volgens het rapport moeten de regeringen meer gaan doen om te voorkomen dat de klimaatdoelstellingen steeds verder buiten bereik komen. De afgelopen tien jaar is de capaciteit aan zonne-energie fors toegenomen en die aan windenergie is zelfs vertienvoudigd. Toch moet het gebruik van alternatieve energie in de komende tien jaar nog eens verdubbelen om de klimaatdoelstellingen te kunnen halen, aldus het rapport.

Uitstoot

Tegelijkertijd moeten andere maatregelen worden getroffen om de inzet van kolen, olie en gas te verminderen en zo de uitstoot van het broeikasgas CO2 te beperken. Gepleit wordt voor meer efficiënte kolencentrales en voor meer inzet van aardgas, omdat daarbij minder CO2 vrijkomt dan bij kolen. Ook moet meer gedaan worden aan het ondergronds opslaan van CO2.

In ons land werd zo’n project, in Barendrecht, geschrapt onder druk van de publieke opinie. Ook pleit het IEA voor het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van de elektrische auto.


Eneco bouwt twee windparken

Woensdag 6 april 2011

Energiebedrijf  Eneco bouwt in Tilburg en Middelharnis twee windparken. Beide parken krijgen een totale capaciteit van 10 MW en zullen samen genoeg stroom leveren voor 14.500 huishoudens. Aan het eind van het jaar zullen beide windparken operationeel zijn.

De planning van de bouw van de twee nieuwe windparken loopt min of meer gelijk. Op beide locaties wordt nu gegraven om er later (mei/juni) de funderingen te kunnen storten. In de zomer (Fuji Film) en vlak na de zomer (Martina Cornelia) worden de masten geplaatst en de gondels met de generatoren en rotorbladen gehesen.

Ook in België realiseert Eneco in dit jaar nieuwe windparken: Arendonk (16,1 MW), Fosses (9,2 MW) en Puurs (4,6 MW).


Man overlijdt na val in biomassa vergistingssilo

Maandag 4 april 2011

Bij een landbouwbedrijf in Luttelgeest (Noordoostpolder) is maandagochtend een man om het leven gekomen nadat hij in een vergistingssilo viel. Dat meldde de politie. Het slachtoffer was bezig met werkzaamheden aan het dak toen hij door onbekende oorzaak tien meter naar beneden viel.

De hulpdiensten zijn al uren druk bezig om het lichaam van de man uit de silo te halen. Voordat het lichaam geborgen kan worden, moet eerst de mest uit de silo worden gepompt.

In de metershoge silo op het terrein van Peters Biogas wordt onder meer compost en mest opgeslagen om biogas mee op te wekken. Het van oorsprong akkerbouwbedrijf wekt sinds 2006 energie op middels een biogasinstallatie.

“Onze brandweermensen hangen nu vanwege de veiligheid met gasmaskers en ademluchtapparatuur boven de silo om het lichaam te lokaliseren. Op dit moment hebben we nog geen idee waar in de silo het lichaam zich bevindt.”

Pas als het lichaam aangetroffen is en het mest een aanvaardbaar veiligheidsniveau heeft bereikt, dalen duikers van de Brandweer Flevoland af naar de bodem van de silo.

De verwachting is dat de gehele bergingsactie nog zeker enkele uren in beslag zal nemen.

De Arbeidsinspectie onderzoekt de toedracht van het ongeval.

Luttelgeest

Update woensdag 4 mei 2011

Fatale val in silo door nalatigheid

LUTTELGEEST -  De werkgever van de man die vorige maand bij een landbouwbedrijf in Luttelgeest in een vergistingssilo viel en om het leven kwam, had onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen. Dat heeft een woordvoerster van de Arbeidsinspectie vandaag gezegd.

Het slachtoffer was bezig met werkzaamheden toen hij door het dak van de silo viel en 10 meter naar beneden stortte. In de opslagplaats werd compost omgezet in gassen. De Arbeidsinspectie bekijkt welke maatregelen er genomen moeten worden. „Wat er gaat gebeuren, is nog niet zeker, maar de inspectie is van plan er een sanctie op te zetten”, aldus de woordvoerster. De werkgever moet beschermingsmaatregelen nemen om een dergelijk ongeval te voorkomen.

Voor alle duidelijkheid, het is dus niet de eigenaar van de vergistingsinstallatie die nalatig is geweest.


TIC moet BioShape verbieden

Maandag 4 april 2011

De TIC, het Tanzanian Investment Centre, moet de werkzaamheden van BioShape in Tanzania beëindigen.

Zo luidt een aanbeveling van Dr. Opportuna Kweka van de Universiteit van Dar es Salaam.
Zij deed in 2010 een uitvoerig onderzoek naar de omstandigheden waaronder honderden dorpsbewoners in de districten Kisarawe, Bagamoyo, Rufiji en Kilwa door de biobrandstof bedrijven Sun Biofuels, SEKAB en BioShape van hun village land zijn beroofd.
Haar bevindingen zijn gepubliceerd in een rapport ‘Biofuel Investment in Tanzania: Awareness and Participation of the Local Communities’, dat zij in maart jl. op de 16e jaarlijkse workshop van de REPOA, de Research on Poverty Alleviation, in Dar es Salaam heeft gepresenteerd in aanwezigheid van de premier van Tanzania Mizengio Pinda.

De TIC zal weinig moeite hebben haar aanbeveling op te volgen. De Algemeen directeur van de TIC heeft immers vorig jaar in de pers geklaagd dat BioShape niet via zijn dienst de benodigde vergunning om grond aan te kopen heeft verkregen, maar in plaats daarvan via frauderende en corrupte ambtenaren van het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development in bezit is gekomen van de nodige papieren.

Een tweede aanbeveling die dr. Kweka deed was gericht aan de regering van Tanzania en houdt in dat de regering al het land dat van de dorpsberwoners is afgepakt en in bezit is gekomen van de drie genoemde biobrandstof bedrijven, aan de oorspronkelijke eigenaren moet worden teruggegeven.


Biobrandstof investeringen in Tanzania

Zaterdag 2 april 2011

Een uitgebreid onderzoek naar de handel en wandel van drie biobrandstof bedrijven in Tanzania, Sun BioFuels, SEKAB en BioShape.

Dorpsbewoners werden door de autoriteiten tot het laatste moment buiten cruciale beslissingen gehouden. In plaats van de normale dorpsvergaderingen werden in ingelaste spoedvergaderingen de dorpsbewoners bedreigd door de districts politici en onder druk gezet om akkoord te gaan met het afstaan van hun village land aan buitenlandse biobrandstof bedrijven zoals BioShape uit Nederland en SEKAB uit Zweden.

Bovenstaande is slechts een bloemlezing uit het rapport, ‘Biofuel Investment in Tanzania: Awareness and Participation of the Local Communities’, geschreven door Dr. Opportuna Kweka van de Universiteit van Dar es Salaam.
Ze deed in 2010 onderzoek in de regio’s Kisarawe, Bagamoyo, Rufiji en Kilwa naar het ‘landgrabben’ van de bedrijven Sun Biofuels, SEKAB en BioShape.

Het rapport werd door Dr. Kweka vorige maand op de 16e jaarlijkse workshop van de REPOA, de Research on Poverty Alleviation, in Dar es Salaam gepresenteerd in aanwezigheid van de premier van Tanzania Mizengio Pinda.
Ze heeft honderden dorpelingen geïnterviewd en opvallend was dat het overgrote deel van de dorpsbewoners in het geheel niet op de hoogte was van de plannen van de buitenlandse biobrandstof bedrijven om hun land in handen te krijgen.
Volgens Dr. Kweka was er te weinig betrokkenheid van de dorpsbewoners in de besluitvorming voor biobrandstof investeringen.
Cruciale beslissingen zoals het overdragen van hun land aan biobrandstof bedrijven worden geacht te zijn genomen in de algemene dorpsvergaderingen. Echter, heel weinig mensen woonden deze vergaderingen bij.
Het rapport toont aan dat 57.8% van de ondervraagde personen niet was ingelicht over het besluit om hun land over te dragen aan de biobrandstof bedrijven, terwijl deze mensen ook niet in de gelegenheid werden gesteld om de notulen van de vergaderingen over deze kwestie te bekijken.

Slechts 23.5% van de mensen zei dat ze op de dorpsvergaderingen werden geïnformeerd over de investeringen, 12.7% van de dorpsbewoners werd door andere politici en ambtenaren ingelicht en 4.8% kreeg de informatie via informele kanalen.
In dergelijke situaties, waarin dorpsbewoners beslissingen moeten nemen om grote hoeveelheden land af te staan, zou men verwachten dat de overheid, in dit geval de Districts politici en ambtenaren, via massale campagnes de dorpsbewoners van de grote veranderingen in hun leefbestaan, op de hoogte zouden worden gesteld.

De mening van Dr. Kweka is dat er vooraf onderzoek zou zijn gedaan naar de investeringen en dat de dorpsbewoners van te voren op de hoogte zouden zijn geweest van het afstaan van hun grond aan de biobrandstof bedrijven.

Het stond bij voorbaat vast dat het kopen van grote stukken land door de biobrandstof bedrijven grote gevolgen zou hebben voor de sociaal-economische situatie in de dorpen, maar er was totaal geen inspanning van de Districts ambtenaren en politici of van het Tanzania Investment Centre (TIC) om de dorpsbewoners in het besluitvormingsproces te betrekken en om ze op de gevolgen van de investeringen voor te bereiden.
Dr. Kweka zei dat het nalezen van de notulen van de dorpsvergaderingen in de gebieden waar ze haar studie verrichtte aantoonde dat de dorpsbewoners werden gedwongen beslissingen te nemen over niet van te voren aangekondigde acties van de Districts ambtenaren en politici over de verkoop van hun village land en dat ze in sommige gevallen zelfs werden gedwongen om beslissingen te nemen in spoedvergaderingen in plaats van in de normale dorpsvergaderingen.

Politieke druk
Er waren vergaderingen waar de dorpsbewoners zwaar onder druk werden gezet om beslissingen ten gunste van de biobrandstof bedrijven te nemen. In deze gevallen maakte de autoriteiten gebruik van het gegeven dat de dorpen op het laagste niveau in het besluitvormingsproces lagen.

De meeste dorpsbewoners, toch al behorend tot de armste bevolkingsgroep in Tanzania, accepteerden de druk van de politici en ambtenaren nadat hen wat lekkers was beloofd en dat ze tevens een kans zouden krijgen om hun eigen eisen aan de biobrandstof bedrijven te stellen en dat ze voorwaarden aan deze bedrijven konden stellen.
Dr. Kweka zei tijdens de workshop dat het merendeel van de besluiten om land toe te kennen aan de biobrandstof bedrijven al op een hoger niveau was genomen en dat de betrokkenheid van de dorpsbewoners slechts een formaliteit was om aan te tonen dat de dorpsbewoners hadden deelgenomen aan het besluitvormingsproces.
De biobrandstof bedrijven kregen vervolgens van de politici en ambtenaren een kopie van de notulen van de vergaderingen als bewijs dat ze gerechtigd waren om village land te verwerven.

Dr. Kweka zei tijdens de presentatie van haar rapport op de workshop dat nu, 4 jaar na de eerste dorpsvergaderingen, er niet één belofte die door de politici, ambtenaren en biobrandstof bedrijven aan de dorpsbewoners was gegeven, was nagekomen.
Dr. Kweka ontkende ook beweringen dat het lage onderwijsniveau van de dorpsbewoners de oorzaak van de landroof door de biobrandstof bedrijven was, maar dat het volledig te wijten was aan gebrek aan goed bestuur van de politici en ambtenaren in de Districten.
Dr. Kweka wijst met een beschuldigende vinger naar de politieke leiders op districtsniveau. Zij waren het immers die de dorpsbewoners onder zware druk hebben gezet om hun land weg te geven met de toezegging dat ze welvaart zouden krijgen en dat hun armoede tot het verleden zou behoren.

Het feit dat de landbouw in de genoemde districten niet meer zo veelbelovend was als in vroegere jaren, dachten dorpsbewoners dat de teelt van jatropha als een alternatieve vorm van levensonderhoud zou dienen.
De politici en ambtenaren lieten zich volledig voor het karretje van de biobrandstof bedrijven spannen in plaats dat zij opkwamen voor hun eigen dorpsgenoten.

Tonnen geld verdwenen
In dit verband is het tekenend dat de kosten die BioShape heeft gemaakt voor het in bezit krijgen van ruim 31.000 hectare village land in het District Kilwa, bijna $ 400.000, slechts voor een deel bij de dorpsbewoners is terecht gekomen in de verhouding 40% voor de dorpsbewoners en 60% voor de Districts ambtenaren en politici.
Dat de directie van BioShape vervolgens zegt dat ze niet weet wat er vervolgens met die 60% is gebeurd is tekenend voor de situatie in een land waar ambtenaren en politici nog slechts bereid zijn om werkzaamheden te verrichten na het betalen van steekpenningen en smeergeld.

Uit de honderden interviews die Dr. Kweka heeft gehouden is gebleken dat de dorpsbewoners vrijwel unaniem tegen de investeringen door de biobrandstof bedrijven waren, maar hebben ze zich over laten halen door de vele valse beloftes die zijn gedaan. Veel dorpsbewoners dachten dat als alle beloftes werden vervuld zij de baten van de investeringen konden realiseren.

Dorpelingen hebben tijdens de interviews vorig jaar alternatieve vormen van investeringen voorgesteld, zoals investeringen in irrigatie projecten voor de landbouw, het ontwikkelen van vaardigheden en hulp bij het verstrekken van micro kredieten aan dorpsbewoners. Dit zijn de onderdelen die in hun ogen de armoede in de dorpen kunnen bestrijden.

Aanbevelingen
Dr. Kweka deed tijdens de presentatie van haar rapport op de workshop ook enkele aanbevelingen.
Zo beveelt zij de regering aan al het land dat door de biobrandstof bedrijven is geroofd aan de dorpsbewoners terug te geven en dat in het vervolg de wetten van Tanzania worden gerespecteerd, wat inhoudt dat de dorpsbewoners inspraak moeten krijgen in de besluitvorming wat er met hun village land gaat gebeuren en we niet de schijnvertoning zien zoals rondom de drie biobrandstof bedrijven is gebeurd.

Dr. Kweka stelde ook voor dat het Tanzania Investment Centre (TIC) ingrijpt bij biobrandstof bedrijven waar massaal over is geklaagd en dat het TIC een einde maakt aan de werkzaamheden van de hierboven genoemde bedrijven, Sun Biofuels, SEKAB en BioShape.
De TIC moet tevens toezien op buitenlandse directe investeringen (FDI) in Tanzania en er op toezien dat de in 2005 aangenomen wet om de strategie voor groei en vermindering van armoede te regelen wordt nageleefd.
Dr. Kweka beveelt de regering van Tanzania sterk aan om grootschalige investeringen in biobrandstof projecten te ontmoedigen en in plaats daarvan beleggers moet aanmoedigen om te investeren in alternatieve energiebronnen zoals zonne-energie.

De aanwezigheid van de Premier van Tanzania tijdens deze workshop zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de drie biobrandstof bedrijven die hier genoemd zijn.


Fabriek ‘biokolen’ van Stramproy ligt stil

Zaterdag 2 april 2011

De productiefabriek voor getorrificeerde biomassapellets van Stramproy in Steenwijk is voor onbepaalde tijd stilgelegd op last van de gemeente. Stramproy heeft onvoldoende aangetoond dat er bij de productie van de zogenoemde ‘schone kolen’ geen regels voor maximale emissie worden geschonden.
Onderzoek moet uitwijzen of Stramproy de zaken op orde heeft en zolang dat niet bewezen is, ligt het productiedeel stil. Essent heeft een afnamecontract met het bedrijf, maar is volgens woordvoerder Jeroen Brouwers niet van slag van de stillegging.

De gemeente Steenwijk had Stramproy begin maart een dwangsom opgelegd, omdat het bedrijf niet op tijd met gegevens over de emissies op de proppen kwam. Toen Stramproy emissiedata aanleverde trok de gemeente dat financiële dreigement weer in. Maar omdat de gegevens niet tevredenstellend bleken, werd besloten de fabriek te sluiten tot de emissiesituatie in kaart is gebracht. Wethouder Jos van Nouland van Steenwijk zegt dat eerst moet worden nagegaan of aan alle milieueisen wordt voldaan. De GGD is ook betrokken, op de punten waar het gaat om gezondheid van omwonenden.

Stramproy is een van de weinige bedrijven die zich in Nederland bezighoudt met het verhogen van de energiedichtheid van houtpellets door middel van de techniek die torrefactie heet. Torreficeren komt in het kort neer op het verhitten van biomassa in afwezigheid van zuurstof. Daardoor moet de kwaliteit van de houtkorrels zo worden verbeterd dat het dezelfde kwaliteit als die van steenkool wordt. Stramproy speekt daarom zelf van Coolcoals: “een hernieuwbare kosteneffectieve vervanging van steenkool voor elektriciteitscentrales”.
Stramproy stond in oktober 2010 in de aandacht omdat het een eerste vrachtwagen vol Coolcoals leverde aan Essent, om mee te stoken in de kolencentrale. Wij zijn er helemaal klaar voor, wilde Stramproy laten zien. Essent-man Brouwers liet toen al weten dat er nog wel tests nodig zouden zijn om te bekijken of de kwaliteit van de hoogwaardige biomassa al goed genoeg was. “We hebben die lading toen wel meegestookt”, laat de zegsman deze vrijdag weten. Toch voldeden de ‘schone kolen’ nog niet aan de specificaties om ze al grootschalig in te kunnen zetten, zegt hij.

Na de eerste wagen is tot op heden niks meer aangeleverd en werkt Stramproy verder aan de torrefactietechniek. Essent heeft wel een contract voor de afname van 90.000 ton per jaar als alles bij de fabriek in Steenwijk zo draait als de bedoeling is, aldus Brouwers. “We verwachten dat dit wel dit jaar zo zal zijn.” Is het voor Essent dan niet zorgelijk dat de boel nu stilligt? Niet direct, zegt Brouwers. “We hebben biomassa genoeg, dat is het probleem niet. Maar we willen wel graag met de biocoal aan de gang, omdat het een hogere energiedichtheid heeft.”

Brouwers verwacht dat Stramproy het voor elkaar krijgt om de fabriek weer snel draaiende te hebben. In het theoretische geval dat dit niet lukt, zit Essent alsnog niet helemaal zonder getorrificeerde houtpellets. “Ook met Topell in Duiven hebben we een afnamecontract.” Essent-moederbedrijf RWE is aandeelhouder van Topell. Agentschap NL verwacht dat 2011 het jaar van de torrefactie wordt.

De redactie van Fibronot.nl heeft geen hoge dunk van de kennis over torrefactie die bij Agentschap NL aanwezig is.
Het is een sterk (lucht) vervuilende techniek. De gemeente Steenwijk sluit niet voor niets deze fabriek.

Een ander voorbeeld hoe dramatisch het met de kennis bij het Agentschap NL gesteld is.
Het rommelde in Duitsland al meer dan een week over de financiële zorgen bij windmolenfabrikant BARD, maar bij Agentschap NL wist niemand er iets van.


Subsidie voor windpark naar Eneco en Nuon

Donderdag 31 maart 2011

Het nog resterende subsidiebedrag voor windparken op de Nederlandse zee, 900 miljoen euro, gaat zo goed als zeker naar een samenwerking van Eneco en Nuon. Dat heeft minister Verhagen (CDA) van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) woensdagmorgen gezegd in de Tweede Kamer, zo meldt het Financieele Dagblad.

De toezegging is het gevolg van een deal tussen Eneco en Nuon met de derde gegadigde de Duitse windmolenbouwer Bard. Deze was ook nog in de race voor de subsidie, maar trekt zich nu terug. Dat doet Bard op voorwaarde van Eneco en Nuon dat beide energiebedrijven afzien van verdere rechterlijke stappen naar aanleiding van de eerdere tender voor de twee zeewindparken ten noorden van Schiermonnikoog. De twee bedrijven vonden de subsidietoekenning van € 4,4 miljard niet eerlijk, omdat er volgens hen te weinig rekening is gehouden met de financiële draagkracht van de bedrijven.

Verhagen zei over de reden voor BARD om zich terug te trekken, dat het bedrijf na beëindiging van de juridische procedures zijn handen vrij heeft om de financiële problemen aan te pakken waarmee het kampt.

Verhagen stelde ook dat de gebeurtenissen bij BARD geen negatief effect hebben op de windparken die het bedrijf in Nederland gaat bouwen. Het subsidiegeld wordt pas betaald op het moment dat er stroom wordt geleverd. De overheid loopt dus geen risico.

Eneco en Nuon willen nu samen een windmolenpark op zee bouwen, waarbij innovatie extra aandacht krijg zonder dat dit stroomopbrengst omlaag haalt. Dat is ook een belangrijke voorwaarde die Verhagen vandaag stelde. Ook moet de afspraak tussen de drie partijen niet in strijd zijn met subsidie- en mededingingssregels. Verhagen verwacht over deze eisen binnen een maand uitsluitsel te kunnen geven.

Tijdens het debat kwam ook het windmolenpark aan de orde dat gepland staat in de Noordoostpolder. Volgens sommige inwoners van Urk komen sommige molens te dicht bij het voormalige eiland te staan. SGP-Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf vroeg Verhagen een klein deel van het plan te herzien om bewoners tegemoet te komen. Maar daar kon de minister niet aan voldoen omdat hij ook beloften naar andere partijen moet nakomen. Ook loopt er een procedure bij de Raad van State over de kwestie, aldus de minister.


Shell gaat schade door biobrandstof gratis verzekeren

Woensdag 30 maart 2011

In Duitsland gaat brandstoffenproducent Shell een gratis verzekering aanbieden die automobilisten moet dekken wanneer de motor van hun wagen schade oploopt na het tanken van biobrandstof E10.

Onlangs werd bekend dat Duitse, Franse, maar ook Belgische wagens beschadigd kunnen worden door biobrandstoffen. Vooral bij oudere auto’s die nog veel rubber bevatten, bestaat de kans op aantasting.

Nadat een aantal Duitse automobilisten de motor van hun voertuig opblies, ontstond er een boycot van consumenten. De problemen doken vooral op wanneer de E10-brandstof gedurende lange tijd wordt getankt. Daarom besloten de Duitse bestuurders de E10-brandstof, een mengsel van 90 procent benzine en 10 procent biologisch gewonnen ethanol, niet meer te tanken.

Om het tij te keren, gaat Shell een gratis verzekering aanbieden aan iedereen die 30 liter heeft getankt en zich binnen de drie dagen online registreert. Een andere voorwaarde is dat de autoconstructeur moet bevestigen dat het voertuig de E10-brandstof verdraagt.


BARD op het randje

Woensdag 30 maart 2011

De Duitse windmolenbouwer BARD die vorig jaar in Nederland een miljardensubsidie in de wacht sleepte voor twee grote windparken, heeft zware tegenwind. Het bedrijf staat te koop nadat de huisbankier onlangs meer dan € 400 miljoen moest afboeken op een krediet voor een Duits windpark.

De complete top van het bedrijf heeft de afgelopen maanden het veld moeten ruimen en bovendien wil de Russische oprichter van BARD al zijn aandelen verkopen. De verkoop van BARD zal tegen het einde van dit jaar zijn afgerond.
Het is te verwachten dat het bedrijf wordt opgesplitst en in onderdelen zal worden verkocht.

Er was na de toekenning van de subsidie van ruim € 4 miljard aan BARD nogal wat ophef ontstaan. Met name Eneco en NUON maakten zich behoorlijk boos en gingen tegen de subsidie toewijzing in beroep bij de bestuursrechter. Eneco en NUON oordeelden dat het Duitse BARD niet kapitaal krachtig genoeg zou zijn om de windparken te bouwen.
De bestuursrechter verwierp het beroep van Eneco en NUON.

Eind vorig jaar trok Bard de Amsterdamse investeringsmaatschappij Typhoon aan om de financiering van de Nederlandse parken te realiseren. Typhoon, onder leiding van de oud Econcern managers Dennis Lange en Dirk Berkhout, zal het nog lastig krijgen om investeerders te vinden voor de € 2.5 miljard die het zoekt, nu het met BARD niet zo voorspoedig meer gaat. De onzekerheid rondom BARD zal potentiële investeerders afschrikken ondanks de sussende woorden van Typhoon.

Gezien de reeks faillissementen rondom Econcern en diverse windparken waarbij steeds dezelfde mensen betrokken zijn geweest ziet de redactie van Fibronot.nl de bouw van nieuwe windparken door BARD op de Noordzee aan een zijden draadje hangen.

De woordvoerder van BARD zegt dat het verkoopproces is ingegeven door het feit dat er meer eigen vermogen nodig is. ‘We hebben kapitaal nodig om de volle pijplijn te kunnen financieren. We hebben meer dan tien parken gepland, waarvan drie in Nederland.’ Bard dingt nog mee naar een restsubsidie voor een derde park in Nederland.


Doorstart activiteiten BioShape in Tanzania aanstaande?

Dinsdag 29 maart 2011

Sinds 17 maart 2011 is de BioShape Holding B.V. geen eigenaar meer van Fuel 4 Energy, de holding voor BioShape Tanzania Ltd.
Fuel 4 Energy is voor € 50.000 verkocht aan de hoogste bieder.

De nieuwe bestuurders zijn sinds 17 maart 2011, AP Beheer; VP Beheer; SP Beheer en Vaes Beheersmaatschappij.
Het is aannemelijk dat deze bestuurders ook de nieuwe eigenaren van Fuel 4 Energy zijn.
De verkoop aan zogenaamde geïnteresseerden in Italië, het Midden Oosten en de VS was, zoals eerder werd vermoed, slechts een dwaalspoor.
Uiteindelijk zijn er van de vier geïnteresseerden twee serieuze kopers overgebleven, waarvan de hoogste bieder heeft toegehapt voor € 50.000.

Afgelopen weekend zou er een veiling van BioShape goederen zijn om met de opbrengst daarvan de achterstallige lonen van 94 werknemers van BioShape in Tanzania uit te betalen.
Via de rechter heeft BioShape opschorting van de veiling kunnen afdwingen met de belofte dat de achterstallige lonen nu echt werkelijk zouden worden uitbetaald.
Gezien de nieuwe bestuurders van Fuel 4 Energy lijkt het aannemelijk dat zij opdraaien voor de ruim € 100.000 die nog aan de werknemers moeten worden uitbetaald.


Te weinig geinformeerd over windmolens Deventer

Maandag 28 maart 2011

Omwonenden van het gebied bij Deventer, waar drie windmolens moeten komen, zijn amper of zelfs helemaal niet geïnformeerd over de plannen. Dat bleek vorige week woensdagavond tijdens de raadsvergadering waar de plannen zijn besproken.

Hen is beloofd dat ze de komende weken meer te horen krijgen over de plannen. Er lijkt in de raad een kleine meerderheid voor de plannen, maar ook veel raadsleden willen eerst meer informatie voor dat ze een beslissing willen nemen. De windmolens moeten langs de A1 tussen de afslag Deventer-Oost en Deventer komen. Volgende week wordt er verder gesproken over de plannen.

Veel bewoners zijn bang dat ze niet voldoende inspraak hebben.
Tenminst één van de windmolens ligt in een sportpark. Volgens de wethouder levert dat geen gevaar op, maar veel bewoners zien onderstaande scenario’s ook in Deventer mogelijk.


Brand in windmolen


Afgebroken wiek langs A6


Groen licht bestuursrechter negen windparken op zee

Maandag 28 maart 2011

De Bestuursrechter Rotterdam heeft de vergunning van negen windparken op zee in stand gehouden. Een snelle doorstart van wind op zee wordt daarmee mogelijk. Aldus constateert de Nederlandse Wind Energie Associatie, NWEA verheugd in een persbericht.

De bestuursrechter deed de uitspraak eind maart in zaken die waren aangespannen door onder meer het Productschap Vis en havenbedrijven tegen de door de Rijksoverheid verleende vergunningen van negen windparken op de Noordzee. Al deze vergunningen zijn in stand gebleven.

Op dit moment wordt gewerkt aan de bouw van offshore windparken ten noorden van de Waddenzee, samen goed voor ongeveer 600 MW opgesteld vermogen. Op korte termijn maakt de Rijksoverheid bekend welk vergund windpark aanspraak kan maken op een restbudget voor de bouw van ongeveer 100 MW. Voor de korte termijn ziet de overheid af van het nog verder stimuleren van windenergie op zee. Wel werkt de overheid aan ruimtelijk beleid om op wat langere termijn meer offshore windparken mogelijk te maken.

Met de nu door de bestuursrechter in stand gehouden windparken, is ruim 2600 MW gemoeid. Een snelle doorstart van wind op zee wordt daarmee mogelijk, constateert NWEA: ‘Op het moment dat Nederland weer gaat inzetten op windparken op zee, liggen kant-en-klare locaties met vergunningen klaar. Procedures en milieuonderzoeken zijn doorlopen. De bouw kan als het ware direct beginnen’, aldus NWEA-directeur Ton Hirdes.

Naar de mening van NWEA is inzetten op offshore windenergie voor Nederland van groot belang. Hirdes: ‘Nederland kent een grote offshore (wind)sector met een enorm groeipotentieel. Inzetten op offshore wind zorgt voor meer banen en een sterke concurrentiepositie. Daarnaast is windenergie op zee absoluut noodzakelijk om de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 te halen.’

Vergunningen voor offshore windparken hebben een beperkte looptijd. Ze vervallen indien niet binnen enkele jaren met de bouw wordt begonnen. De Tweede Kamer nam onlangs een motie aan om de looptijd van de vergunningen te verlengen, omdat van deze locaties zeker is dat windenergie er mogelijk is en door zowel bedrijfsleven als overheid fors in de vergunningen is geïnvesteerd. Laten verlopen betekent kapitaalvernietiging en tempoverlies. Nu de meeste vergunningen door de rechter akkoord zijn bevonden, staat niets verlengen van de looptijd meer in de weg.

Tegen drie andere windparken loopt de procedure nog. Uitspraken zijn hier over enkele weken te verwachten.

De negen uitspraken zijn via de hieronder getoonde LJN nummers na te lezen. De links verwijzen naar rechtspraak.nl

BP8955
BP8957
BP8958
BP8961
BP8962
BP8963
BP8965
BP8967
BP8972


Rechtbank schort veiling BioShape goederen op

Zondag 27 maart 2011

Een geplande veiling van BioShape goederen in Kilwa dit weekend is afgelast. De afdeling Arbeid van de rechtbank in het District Lindi schortte de veiling die bedoeld was om met de opbrengst de achterstallige salarissen van 94 BioShape werknemers te betalen, op.
In een alles of niets poging de zaak te traineren schreef de heer Cor Vaes enkele weken geleden aan de directeur van het veilinghuis een e-mail met daarin de belofte om binnen enkele weken de achterstallige salarissen te betalen.

In een verklaring zei de Directeur van Yono, het veilighuis, de heer Kevela, dat de geplande veiling in Mavuji van BioShape goederen door de rechtbank opgeschort was in afwachting van een beroepszaak die BioShape heeft aangespannen. BioShape heeft 94 van haar werknemers sinds november 2009 geen loon meer uitbetaald.

Het veilinghuis Yono was in januari naar aanleiding van een uitspraak van de Commissie voor Bemiddeling en Arbitrage van arbeidsgeschillen aangesteld om de veiling van BioShape goederen te leiden.

Yono had voor dit weekend de geplande veiling in de media aangekondigd nadat een rechter in Lindi twee weken geleden een vergunning voor de weiling had afgegeven.

BioShape heeft de afgelopen jaren ruim 30.000 Ha land in het kustgebied bij Kilwa verworven om de jatropha plant te kweken voor de productie van biodiesel.

Na het planten van ongeveer 300 Ha met jatropha werd het project in november 2009 plotseling opgeschort als gevolg van financiële beperkingen die werden toegeschreven aan de wereldwijde kredietcrisis.
Vorige week zei de heer Kevela dat hij van de heer Cor Vaes een e-mail had ontvangen met daarin de belofte om de uitbetaling van de achterstallige lonen binnen enkele weken te ‘regelen’.
De directeur van het veilinghuis Yono weigerde op de belofte van de heer Vaes in te gaan en zei dat hij op grond van strikte juridische procedures de veiling door zou zetten.

“We kunnen dit juridische proces niet opschorten op basis van vage beloftes, dus gaan we door met de veiling”, zei de directeur.

De voorzitter van de Commissie voor Bemiddeling en Arbitrage van arbeidsgeschillen in Lindi, de heer Kachenje, oordeelde in december 2010 in het voordeel van de 94 werknemers, nadat BioShape niet op de rechtszitting was verschenen.

De vakbond van Industriële en Commerciële Arbeiders diende vorig jaar namens de werknemers met succes een klacht bij de Commissie voor Bemiddeling en Arbitrage van arbeidsgeschillen in Lindi in.

In zijn beslissing gaf de de voorzitter van de Commissie voor Bemiddeling en Arbitrage van arbeidsgeschillen BioShape op 6 december 2010 veertien dagen de tijd om de achterstallige lonen te betalen of binnen 30 dagen een beroep in te stellen bij de afdeling Arbeid van de rechtbank, wat BioShape heeft nagelaten.

De 24 uurs bewaking van Camp Mavuji door de werknemers van BioShape blijft gehandhaaft in een poging een nieuwe diefstal van apparatuur door managers van BioShape te voorkomen.


Voedselschaarste leidt tot mondiale landhonger

Zaterdag 26 maart 2011

De grote vraag naar voedsel, palmolie en biodiesel leidt tot een stijgende vraag naar landbouwgrond in ontwikkelingslanden. Veel aandacht krijgen de grote megadeals tussen regeringen, maar we moeten niet vergeten dat de meeste aankopen klein zijn en op lokaal niveau de bestaanszekerheid van de bevolking kunnen ondermijnen, waarschuwen verschillende wetenschappers.

Vorige week was het raak in Guatemala, in Valle del Polochic in het noordoosten van het land. “Achthonderd inheemse families in veertien dorpen zijn met traangas van hun land verdreven”, zegt Duncan Pruett van Oxfam Novib. “Er is een dode gevallen, verschillende mensen zijn gewond geraakt en een paar duizend mensen zijn hun huis kwijt.” De boeren bewerken het land al dertig jaar, maar volgens de rechter is de grond van een palmoliebedrijf.

Dit voorbeeld laat zien dat het niet alleen gaat om grote lappen grond die worden opgekocht door multinationals of regeringen uit Azië. Heel veel grondaankopen gebeuren op kleine schaal en vaak buiten het formele proces om, zo bleek gisteren op een symposium voor wetenschappers in Utrecht. Door het neoliberale klimaat zijn er voor internationale investeerders steeds minder barrières om mee te doen op deze markt.

Schaarste

In 2009, net na de explosie van prijzen in 2008, werd er maar liefst 45 miljoen hectare grond verhandeld, schatte de Wereldbank in een rapport, een half jaar geleden. Het grootste deel daarvan was in Afrika. De Wereldbank zag vooral kansen voor ontwikkelingslanden om hun landbouw te moderniseren en geld te verdienen. Critici wijzen er echter op dat deze baten vaak aan de arme bevolking voorbij gaan. Waarom zou hun land moeten worden gebruikt om voedsel of biobrandstof te verbouwen voor rijke consumenten?

De negatieve gevolgen zijn vaak voor de inheemse bevolking, zoals in het beboste noorden van Cambodja, vertelde ontwikkelingsgeograaf Guus van Westen. “De Khmer, de grootste bevolkingsgroep van het land, dringen steeds meer door, kappen het woud en planten er rubber. Ze krijgen de concessies omdat het land toch als ‘leeg’ is bestempeld.”

De oorspronkelijke bewoners zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van het bos en hebben de ruimte nodig voor hun veeteelt en hun wisselbouw. Dat verliezen ze. “Kortom: ze worden afhankelijker en het aantal mogelijkheden om te overleven neemt af.” Van Westen ziet wel een dilemma: “Moeten we proberen met alle macht hun traditionele levensstijl te verdedigen? De druk van de demografie en de commercialisering van landbouw is niet tegen te houden.”

“Het is onvermijdelijk”, vindt ook Rita Esimu Sewornu, landeconoom in Ghana. “De maatschappij verandert en moderniseert. Het hangt er dus vanaf hoe het wordt gedaan en of de rechten van de bevolking worden gerespecteerd. Mensen moeten voldoende gecompenseerd worden, zodat ze in hun bestaanszekerheid kunnen voorzien.”

Lokale autoriteiten

Dat kan alleen als de lokale autoriteiten sterk genoeg zijn om eisen te stellen aan grote spelers, blijkt uit onderzoek in het district Berau in het oosten van Kalimantan, waar oerwoud moet plaatsmaken voor palmolie of steenkoolmijnen. Dat heeft niet alleen directe gevolgen voor de bevolking, die haar leefmilieu aangetast ziet, maar ook indirecte. De ontginning trekt veel migranten aan, die ook weer grond kopen. Bovendien gaan mensen steeds meer producten voor de handel verbouwen, in plaats van rijst, waardoor de voedselzekerheid afneemt.

“Het leidt vaak tot conflicten met de lokale bevolking, maar ik zie ook kansen”, zegt Rizki Pandu Permana, die vanuit Nederland en Indonesië deelneemt aan dit onderzoek. “Lokale autoriteiten kunnen er bijvoorbeeld geld mee verdienen. Die stellen ook echt eisen aan bedrijven. Ze zijn verplicht tot een dialoog met de bewoners. Het is nog te vroeg om te zien hoe dat uitpakt. Wat we al wel kunnen zien is dat grootschalige investeringen niet de banen opleveren die worden beloofd. Kleinschalige landbouw moet dus altijd worden gesteund.”

Europeanen

We moeten het opkopen van landbouwgrond niet te snel veroordelen, vindt Josh Maiyo, een Keniaanse docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam. “De verontwaardiging hier richt zich vaak op die Aziaten die Afrika opkopen. Maar Europeanen hebben een blinde vlek. Zij hebben nog steeds veel meer grond in Afrika dan in totaal wordt aangekocht. Er is niets mis met het duur verkopen van je hulpbronnen. Er is alleen wel iets mis als het land daardoor wordt uitgeput.”

Volgens Maiyo mogen we wel eens naar onze eigen bedrijven kijken. Zoals de Nederlandse bloementelers die op een zeer intensieve manier landbouw bedrijven in Kenia. “Er wordt veel mest gebruikt, de bodem wordt uitgeput en er wordt heel veel water onttrokken. Ze exporteren water van Kenia naar Nederland. Op een dag is het uitgeput en dan gaan ze naar een ander land. Dat soort praktijken keur ik wel af.”


‘Doe geen zaken met Finse biobrandstofproducent Neste Oil’

Zaterdag 26 maart 2011

Greenpeace roept op geen zaken te doen met de Finse biobrandstoffengigant Neste Oil. ‘De biobrandstoffen van Neste Oil leiden tot grootschalige kap van het tropisch regenwoud.’

Het bedrijf gebruikt palmolie als basis voor zijn biodiesel NEXtBTL. Voor de aanleg van palmolie plantages worden in Indonesië omvangrijke bosgebieden gekapt. Dit veroorzaakt niet alleen extra broeikasgasuitstoot, maar vernietigt ook het leefgebied van beschermde diersoorten als de orang-oetan en de tijger.

‘Neste Oil claimt duurzame biobrandstoffen te produceren’, zegt Michiel van Geelen, campageleider bossen voor Greenpeace. ‘Maar biodiesel van palmolie is geen oplossing voor klimaatverandering. Integendeel, het verergert het probleem: regenwouden worden gekapt om plaats te maken voor palmolie voor auto’s. Greenpeace roept bedrijven op geen zaken te doen met Neste Oil.’

In mei opent Neste Oil een palmoliefabriek op de Rotterdamse Maasvlakte. Naast een identieke fabriek in Singapore, die afgelopen maand in gebruik werd genomen, is dit de grootste biodieselfabriek ter wereld. Beide fabrieken gaan zo’n 800.000 ton biodiesel produceren met palmolie als voornaamste grondstof. Neste Oil verwerkt dan zo’n 5 procent van de wereld palmolieproductie, en streeft hiermee Unilever (1,5 miljoen ton per jaar) voorbij als grootste palmolieverbruiker ter wereld.
De aanleg van palmolie plantages gaat ten koste van regenwouden en veengebieden, die extreem veel koolstof bevatten. De ontginning van die veengebieden veroorzaakt veel extra CO2-uitstoot. Door de boskap staat Indonesië derde op de wereldwijde lijst van broeikasgas uitstotende landen. ‘Biodiesel van palmolie lijkt misschien groen, maar is het absoluut niet. Om klimaatwinst te boeken moeten bedrijven inzetten op echt schone opties, zoals elektrisch rijden en biobrandstoffen die worden gemaakt van organisch afval als biogas’, zegt van Geelen. ‘Rijden op palmolie uit regenwoud: dat is echt géén optie!’
Bron: Greenpeace


Gemeenten tegen winning schaliegas

Zaterdag 26 maart 2011

Na Boxtel zouden er ook in Helvoirt proefboringen naar schaliegas moeten komen. Grote voorraad in de Brabantse bodem ontketent goudkoortssymptomen… Overheid drukt zin door.

De overheid wil proefboringen naar schaliegas, ook wel moeilijk winbaar gas genoemd, doen in het Brabantse Helvoirt. Helvoirt moet de tweede plek in Nederland worden waar de proefboringen plaatsvinden, in Boxtel is dit al het geval. De overheid ziet grote voordelen in de winning van schaliegas, maar gaat volgens critici voorbij aan de even zo grote risico’s en de wensen van de bewoners. Gemeente Haaren wil allereerst zekerheid over de risico’s van de boringen, maar een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie laat weten dat zij geen inspraak heeft. De uiteindelijke beslissing ligt bij de overheid.

Niet alleen wordt het landelijk uitzicht door de 26 meter hoge boortorens verpest, belangrijker nog is dat er vrij weinig bekend is over de gevolgen van de winning. En wat wel bekend is baart zorgen.

Uit documenten van de EPA (de milieuwaakhond van de Amerikaanse regering) blijkt dat door de gaswinning verhoogde concentraties radioactieve stoffen, zoals radon, in het grondwater zitten.

Wethouder Erik van den Dungen van de gemeente Haaren is nog terughoudend. In Trouw zegt hij:

‘We hebben nog geen officiële vergunningaanvraag gehad. Er is slechts gekeken waar de boring moet plaatsvinden. Maar ik ben zelf nog niet overtuigd. Zolang de gezondheid en de veiligheid van de mensen niet gegarandeerd is, neig ik naar een nee.’

Wat de wethouder er van vindt doet er eigenlijk niet toe. Voorlichter van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Jan van Diepen, laat duidelijk weten dat de gemeente er niets over te zeggen heeft: ‘Het nationaal belang prevaleert. De vergunningen voor opsporing en winning voor gas worden op nationaal niveau afgegeven. Een gemeente kan weliswaar vertragen, maar niet tegenhouden.’

De bewoners hoeven zich volgens Van Diepen geen zorgen te maken: ‘Er zijn in Nederland tot nu toe zo’n 3200 boringen geweest naar olie en gas dat zich diep onder de grond bevindt. In één geval is dat misgegaan. In de begintijd, in 1965, is er een ontploffing geweest in het Drentse Sleen. Daarna nooit meer. Voor het gebruik van chemicaliën in boorgaten gelden zeer strenge regels in Europa.’
Bron: Trouw


Essent dreigt te stoppen met groene stroom

Vrijdag 25 maart 2011

Essent dreigt volgend jaar met de productie van groene stroom uit biomassa te stoppen, omdat de subsidieregeling dan afloopt.

De overheid moet met extra subsidie over de brug komen, zegt bestuursvoorzitter Peter Terium van Essent. Aldus meldt De Gelderlander vanmorgen op de voorpagina.

Ook kan de overheid ervoor kiezen de uitstoot van CO2 duurder te maken. Hierdoor wordt de stroom die uit kolen en gas wordt opgewekt duurder. Als dat gebeurt is productie van stroom uit biomassa wel rendabel. Essent produceert nu groene stroom in de kolencentrale van Geertruidenberg door biomassa bij te stoken. Vorig jaar besloot Essent al de biomassacentrale in Cuijk stil te leggen wegens wegvallende subsidie.
Bron: Gelderlander

Reactie van de redactie van Fibronot.nl:

Eén ding staat vast, als de overheid wil dat we minder CO2 gaan uitstoten dan kost dat de consument aanzienlijk meer geld de komende jaren.
Behalve de premies voor de zorgverzekering zal ook de energienota voor veel mensen onbetaalbaar worden als gevolg van allerlei ondoordachte groene plannen.


Verplichte groene stroom kost gezin 1.000 euro extra

Vrijdag 25 maart 2011

De verplichte levering van (Nederlandse) groene stroom door elektriciteitsbedrijven zou een huishouden op termijn jaarlijks rond 1.000 euro kunnen gaan kosten. Dat geld zou paradoxaal genoeg vooral naar kolencentrales toe vloeien. Aldus meldt de Volkskrant.

De krant baseert de conclusie op een nog vertrouwelijk conceptrapport van Energie Nederland. Het definitieve rapport zou volgende week verschijnen.

Het rapport is opgesteld door Frontier Economics, een Brits consultancybureau.
De uitkomst van het onderzoek is opmerkelijk omdat Energie Nederland, de vereniging van energiebedrijven, zelf voorstander is van de ’leverancierverplichting’ die stroomleveranciers gaat verplichten een minimum perecentage groene stroom in hun levering op te nemen.

De Volkskrant meldt de bezwaren die Frontier Economics ziet: ’Ten eerste is er waarschijnlijk zo weinig groene stroom, dat de prijzen van de certificaten omhoog schieten. Ten tweede zal de regeling de goedkoopste vorm van groenestroomproductie stimuleren, waardoor veelbelovende langetermijnopties (zoals zonne-energie) vergeten worden. Die twee factoren spelen de eigenaren van kolencentrales in de kaart, met name Essent (RWE), Nuon (Vattenfall), Electrabel en Eon.’
Dat de kolencentrales erbij gebaat zijn, komt doordat het bijstoken van biomassa in kolencentrales goedkoper is en ook groene stroom oplevert. Toch kunnen de prijzen veel hoger oplopen daardat de groene certificaten schaars worden.
De Volkskrant: ’Volgens Frontier zouden de eigenaren van kolencentrales jaarlijks enkele miljarden euro’s winst kunnen maken met hun groencertificaten. Per huishouden kunnen de extra kosten oplopen tot 1.000 euro.’
De uitkomsten zijn ook opmerkelijk omdat nog onlangs het ECN in een rapport concludeerde dat het werken met een leveranciersverplichting de goedkoopste manier is om het aandeel van 35 procent duurzame stroom in 2020 te halen (EU-verplichting). (Nu is in Nederland het aandeel van groene stroom 9 procent).
De Volkskrant interviewt naar aanleiding van het nog niet gepubliceerde rapport van Energie Nederland Edward Sigar van het Deense Dong Energy.
Sigar is zeer stellig over de kwaliteit van het plan voor een leveranciersverplichting. ’Met deze regeling houd je de kolencentrales onbedoeld langer in de lucht. (…) Met die certificaten voor biomassabijstook zorg je ervoor dat de centrales kunnen blijven draaien.’

Sigar vindt dat er in plaats van naar het percentage groene stroom gekeken moet worden naar de feitelijke CO2-reductie. ’De CO2-winst die je boekt met biomassa wordt volledig teniet gedaan door die steenkool. Terwijl je wel kunt zeggen dat je 20 procent groene stroom produceert. Dat is toch merkwaardig?’
Bron: Volkskrant


‘Zijn alle andere energiebronnen dan zo veilig?’

Vrijdag 25 maart 2011

Vanwege de tegenwind die kernenergie nu ondergaat, heeft Newsweek incidenten rond andere energiebronnen op een rij gezet.

Olie
De Golf van Mexico is in april, mei en juni 2010 vervuild met vijf miljoen vaten olie. De oorzaak was een explosie op een platform. Oliemaatschappij BP en de autoriteiten kregen het verwijt te veel risico genomen te hebben met moeilijke zeeboringen. Het ongeluk kostte elf mensen hun leven en schaadde de gezondheid van duizenden. Het toerisme in de regio kelderde.

Kolen
In april 2010 werd een explosie in een mijn in West Virginia 29 mijnwerkers fataal. En een aantal Amerikaanse kolenbedrijven liggen momenteel onder vuur wegens vermeende besmetting van het drinkwater. Dit staat nog los van de zorgen om luchtvervuiling.
In China zijn de afgelopen 20 jaar tussen de 15.000 en 20.000 mijnwerkers tijdens de uitvoering van hun werkzaamheden om het leven gekomen.

Wind
Dieren zijn geen voorstanders van windenergie, schrijft Newsweek. Spitssnuitdolfijnen zouden stranden door windparken op zee. En op het land worden duizenden vogels, waaronder steenarenden en haviken, onthoofd door windmolens. De bijdrage aan CO2-reductie is volgens critici minimaal.

Biobrandstof
Ethanol onttrekken aan maïs lijkt een aardig alternatief voor olie. Maar ondertussen drijft het volgens Newsweek de voedselprijzen “tot in de stratosfeer”. Volgens de Verenigde Naties heeft de prijs voor graan een recordhoogte bereikt en zou een miljard mensen op de rand van de hongerdood leven. Landbouwgrond inzetten voor brandstof heeft dus zo zijn nadelen.

Gas
 ‘Hydrofracking‘ is in de VS een veelgebruikte techniek om gas uit de grond te halen. Daartoe wordt een mengsel van water, zand en chemicaliën in de bodem gespoten. Tegenstanders, waaronder acteur Mark Ruffalo, beweren dat de grond hierdoor giftig, radioactief en kankerwekkend wordt. De verontreinigende stoffen zouden ook uitlogen in de watervoorziening. Josh Fox, maker van de documentaire Gåsland, waarschuwt voor schade aan de hersenen, ademhalingsproblemen en kanker.


Shell zet in op schaliegas in China

Vrijdag 25 maart 2011

Shell boort op zeventien plekken in China naar zogenaamd ‘schaliegas’. Dit meldde het Financiele Dagblad gisteren. Als uit de boringen blijkt dat dit gas gewonnen kan worden in China, gaat Shell in het land ongeveer één miljard dollar uitgeven aan deze vorm van gaswinning.

 In de VS wordt dit gas al op grote schaal geëxploiteerd. In Nederland onderzoekt onder andere TNO wat de mogelijkheden van deze nieuwe gaswinning zijn.

Schaliegas wordt ook wel onconcentieel gas genoemd en wordt gewonnen uit de schalielaag in de bodem. Schalie bestaat uit kleideeltjes waartussen zich gas bevindt.  Lagen schalie in de aardkorst moeten worden benaderd door horizontaal boren en tijdens de winning moet het gesteente worden verhit tot 400°C. Wel moeten oplossingen worden gevonden om milieuschade tegen te gaan, bijvoorbeeld omdat veel van deze oliehoudende schalie in natuurgebieden wordt gevonden.

Eind vorig jaar begon Shell samen met de Chinese partner PetroChina te experimenteren met het Fushun-gasblok in de Sichuan-provincie.


Windmolen moet wijken voor kolenoverslag

Donderdag 24 maart 2011

Hèt duurzame baken aan de kust bij Newcasle in New South Wales in Australië, de windmolen, moet wijken voor de uitbreiding van de kolenhaven.
De toegenomen export van Australische kolen naar China noopt het havenbedrijf de windmolen af te breken en de kolenterminal fors uit te breiden.

Een eigenschap van deze windmolen was dat hij 90% van de tijd stilstond vanwege windgebrek en ‘s nachts volop werd verlicht door de nabijgelegen kolencentrale omdat hij een gevaar vormde voor de luchtvaart.

In de voorlopige MER van de uitbreiding van het 4 miljard kostende havenproject staat de verijdering van de windmolen centraal.
Bewoners van de streek zijn er blij mee dat dit duurzame baken eindelijk verdwijnt. De scheepvaart is echter minder te spreken omdat ze nu hun nachtelijk verlichte baken kwijt raken.

windmolen in newcastle, australië
De windmolen met op de achtergrond de huidige kolenterminal

verlichte windmolen bij newcastle, australië
Gedurende de nacht wordt de windmolen verlicht door stroom van de
nabijgelegen kolencentrale


Biobrandstof: wonderplantje jatropha valt door de mand

Dinsdag 22 maart 2011

Duurzaam wonderplantje jatropha veroorzaakt zes keer meer CO2 uitstoot dan fossiele brandstoffen

In Kenia blijken aan biobrandstoffen gewonnen uit jatropha grote nadelen te kleven. Ze veroorzaken tot zes keer meer CO2 uitstoot dan fossiele brandstoffen. Dit staat in het vandaag verschenen rapport van de organisaties Niza/ActionAid, Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya. Bovendien gaat de aanleg van grootschalige plantages gepaard met landuitzetting en gevolgen voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking.

Lees hier het hele persbericht van Niza/ActionAid

Lees hier het complete rapport van Niza/ActionAid

Van de redactie van Fibronot.nl:

Vorig jaar augustus heeft deze website al uitvoerig aandacht besteed aan de Dakatscha Woodlands in Kenia en de praktijken van een stel Italiaanse jatropha maffioso.
Lees hier het artikel
Ook het feit dat jatropha zeer klimaatonvriendelijk is werd de afgelopen jaren uitvoerig behandeld.

Zo werd ten tijde dat BioShape nog in Tanzania actief was onder supervisie van de toenmalige voorzitter van de Raad van Commissarissen van de BioShape Holding, de heer J.P. van Soest, door zijn vroegere werkgever een frauduleus rapport in elkaar gedraaid waarvan de uitkomst luidde dat de teelt van jatropha CO2 neutraal zou zijn.
Door allerlei feiten weg te laten, zoals de kap van oerwoud in het gebied waar BioShape actief was, werden duizenden tonnen CO2 gemakshalve buiten de berekeningen gehouden.

De conclusie van Niza/ActionAid, de Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya luidt dat dit Dakatcha project direct moet stoppen en dat alle subsidies aan biobrandstof bedrijven en doelstellingen voor biobrandstoffen in ontwikkelingslanden moeten worden herzien.

Met dit advies van bovenstaande organisaties in de hand kan een eventuele koper van de failliete BioShape boedel zijn voordeel doen in de wetenschap dat als er een doorstart komt hij wereldwijd tegengas van deze organisaties kan verwachten. Nog afgezien van het feit of lokale overheden bereid zijn fasciliteiten voor een eventuele doorstart te verlenen.


Nieuwe kaper op kust voor overgebleven deel van windpark Amalia

Dinsdag 22 maart 2011

Een nieuwe geïnteresseerde heeft zich aangediend voor overname van 25% van het offshore windpark Amalia. Daarmee heeft Eneco, dat over het volledige eigendom van Amalia wil beschikken, er een concurrent bijgekregen. Dat blijkt uit het vijfde curatorenverslag over de Econcernboedel dat gisteren is verschenen.

Eneco is momenteel al eigenaar van de helft van het offshore windpark Amalia (dat voorheen met Q7 werd aangeduid), het 120 MW park voor de kust van IJmuiden dat in 2008 in gebruik is genomen. De andere helft was het bezit van de Windpark Q7 Holding BV, een holding die in april 2010 failliet ging in de nasleep van het faillissement van duurzaam energiebedrijf Econcern. De aandelen van die Q7 holding zijn weer verdeeld: voor ongeveer de helft zijn zij het eigendom van ING (49,9%), en voor de andere helft van de voormalige Econcern-onderdelen Evelop Capital en Ecoventures (samen 50,1%).

Nu had energiebedrijf Eneco vorig jaar al laten weten voorlopig het hele bezit van windpark Amalia na te streven. Dit bedrijf is zowel geïnteresseerd in overname van het ING-deel als van het Econcern-deel, dus in de andere twee kwarten van het windpark. Eneco was daarover in gesprek met de curatoren die de faillissementsafhandeling van Econcern onder hun hoede hebben. Eneco wil overigens uiteindelijk niet voor eeuwig het hele eigendom in handen houden, maar streeft volledig eigendom vooral na om zelf weer een geschikte partner te kunnen zoeken.

Maar inmiddels is er dus een andere gegadigde die zich bij curatoren Willem Jan van Andel en Louis Deterink heeft gemeld voor mogelijk overname van het oud-Econcernbelang in Windpark Q7 Holding, dus voor een kwart van windpark Amalia. Het enige dat de curatoren er in dit stadium over kunnen melden is dat gesprekken met zowel Eneco als de “geïnteresseerde koper” gaande zijn, en dat zij “niet in de positie verkeren om hierover nadere mededelingen te doen”.

Over de oorzaak van het uit 2009 daterende faillissement van Econcern kunnen de curatoren in hun laatste verslag ook nog niks melden. De beantwoording van de vraag “of bestuurders (de raad van commissarissen daaronder begrepen) en de externe accountant hun taak behoorlijk hebben vervuld” vergt volgens de curatoren een “omvangrijk onderzoek” dat een “periode van vele jaren beslaat”. De resultaten van dat onderzoek zullen op zijn vroegst “in het vierde kwartaal van 2011 of het eerste kwartaal van 2012″ kunnen worden gepubliceerd, zo verwachten zij.


‘Amerikaanse winningsmethode schaliegas is geen optie’

Dinsdag 22 maart 2011

Kan Nederland binnen eigen grenzen met nieuwe mijnbouwtechnieken een alternatief ‘Slochteren’ aanboren in de vorm van schaliegas? Het Technisch Weekblad zet er wat kanttekeningen bij.

Komt na 2024 ons gas met lng-schepen uit Qatar, Algerije, of via een pijpleiding uit Rusland?

Of kan Nederland binnen eigen grenzen met nieuwe mijnbouwtechnieken een alternatief ‘Slochteren’ aanboren in de vorm van schaliegas? Dat is de inzet van proefboringen die binnenkort van start gaan in Noord-Brabant en de Peel.

Grote investeerders en oliemaatschappijen houden de bedrijven die nu in Nederland een exploratievergunning hebben nauwlettend in de gaten. Een potentieel aan aardgas ter grootte van Slochteren kan natuurlijk zeer winstgevend zijn. Echter, de risico’s zijn eveneens groot. Ervaringen in de VS duiden zowel op een toenemende hoeveelheid gas die te winnen is uit schalielagen, als op het risico van ernstige milieuschade.

Het Department of Energy in de VS schat dat men in 2030 voor de helft van de gasbehoefte in de VS kan voorzien door winning van ‘onconventioneel’ of schaliegas. TNO stelt dat een dergelijk exploratiepotentieel ook geldt voor Europa. Zeer voorzichtige schattingen van het Nederlandse onderzoeksinstituut wijzen op een mogelijk voorkomen in Nederland van 1,4 tot 3,0 TCM ofwel 1,4 tot 3,0 x 1012 m3 aardgas in schalie of kleisteen, van oorsprong de modder van ondiepe zeeën die tot ongeveer 325 miljoen jaar oud kan zijn. Waarbij vervolgens de grote vraag is: hoeveel daarvan is winbaar? Dat wordt bepaald door technische inventiviteit.

Zoals onze correspondent in de VS Teake Zuidema al eerder beschreef (zie Technisch Weekblad 9, pagina 21), gaat de schaliegaswinning in de VS en met name in Pennsylvania gepaard met grote schade aan het milieu. Om het methaan vrij te maken uit het schaliegesteente, is hydraulic fracturing of ‘fracking’ nodig, een techniek die ook bij conventionele olie- of gaswinning wordt toegepast om meer fossiele brandstof naar boven te halen. Het behelst de inspuiting, in een horizontaal boorgat, van grote hoeveelheden zand en water – per put zo’n 15.000 kubieke meter – en vaak een chemische stof, zodat in een schalielaag een druk ontstaat – 50 MPa is niet ongewoon – waardoor scheurtjes in het gesteente komen en het gas vrijkomt. Het ingespoten zand dient om de ‘poriën’ open te houden.

 Door toevoeging van stoffen als chloor, kerosine, tolueen of formaldehyde is de kraakvloeistof na gebruik chemisch afval, dat zowel in de put (doordat het in contact komt met grondwater) of aan de oppervlakte schadelijk kan zijn. In de VS is het afvalwater in grote hoeveelheden afgevoerd naar rioolwaterzuiveringsinstallaties, die niet in staat blijken die stoffen adequaat te verwijderen, zodat veel van de schadelijke stoffen in rivieren terecht komen.

TNO: nog tot 2025 om betere winningsmethoden te ontwikkelen

Drie onderzoekers van TNO benadrukken dat, wil schaliegas in Europa een kans maken, die milieueffecten uitgebannen dienen te worden. Zij staan dus voor de opgaaf ofwel de fracking-techniek te verbeteren, bijvoorbeeld door de gebruikte vloeistof in een gesloten systeem te houden en te herinjecteren, ofwel door een alternatief te vinden voor fracking. ‘Het is geen optie de Amerikaanse methoden klakkeloos over te hevelen naar Europa’, zegt Yvonne Schavemaker van TNO. ‘Of we zoeken een alternatief voor water, zand en chemicaliën’, zegt collega Oscar Abbink. ‘Misschien moeten we een andere vloeistof dan water gebruiken.’ Welke vloeistof daarvoor in aanmerking komt, wil hij nog niet zeggen.

Het Engelse bedrijf Cuadrilla Resources gaat het eerst proefboren, 3.400 tot 4.000 m diep onder industrieterrein De Vorst in Boxtel (Noord-Brabant). Ook het Australische bedrijf Queensland Gas heeft een exploratievergunning en gaat boren in Noord-Brabant, Gelderland of Overijssel. DSM heeft een licentie in de Peel (Limburg), waar ook schalielagen aanwezig zijn. Cuadrilla hoopt al na drie jaar daadwerkelijk schaliegas te kunnen winnen, al wijst Frank van Bergen (ook TNO) erop dat het bedrijf dan eerst zijn exploratievergunning moet omzetten in een winningsvergunning.

 Publieke acceptatie

Abbink benadrukt dat de Nederlandse conventionele aardgasreserves nog tot 2025 meegaan en er dus nog tijd is voor onderzoek naar schaliegas om te voorkomen dat milieueffecten zoals in de VS hier optreden. ‘De winningsmethode moet beslist beter dan wat nu in de VS gebeurt. En het is hier sowieso onmogelijk om elke vijfhonderd tot achthonderd meter een boorinstallatie neer te zetten, zoals in Amerika. Dus dat is nog een grote technische uitdaging. En we hebben aan de discussie over de koolstofdioxideopslag in lege aardgasvelden gezien hoe belangrijk publieke acceptatie is.’

De Energieraad heeft op dat laatste punt al aan de minister geadviseerd (op 9 februari) om eigenaren en gebruikers van land waaronder schaliegas gewonnen wordt, mee te laten delen in de opbrengst van dat gas en zo hun positieve grondhouding te stimuleren. De Energieraad wijst er ook op, dat als meer gas beschikbaar is voor energiecentrales, er minder steenkool nodig is, er dus minder koolstofdioxide wordt uitgestoten en de noodzaak om koolstofdioxide af te vangen en ondergronds op te slaan minder dringend is.
Bron: technischweekblad.nl


Ex voorzitter Raad van Commissarissen BioShape spreekt

Vrijdag 18 maart 2011

De vraag was niet of, maar wanneer de ex voorzitter van de Raad van Commissarissen van de BioShape Holding weer van zich zou laten horen.
Als klimaatalarmist zag Jan Paul van Soest z’n kans eindelijk schoon om na de kernramp in Japan zijn mening over de rol van kernenergie in Nederland te spuien.

Nadat minister Cramer van milieu 2 jaar geleden van het toneel verdween werd het stil rondom de voormalig adviseur van de minister.
Maar nu moeten we na ‘Japan’ praten, aldus J.P. van S. Over kernenergie dus.

In het dagblad Trouw verscheen donderdag 17 maart een bijdrage waarin hij vooral kritiek heeft op de rol van de Nederlandse overheid rond kernenergie.
Het is kennelijk even wennen voor de adviseur dat er een andere politieke wind door Den Haag waait.

Net als de directeur van Fibroned en de BioShape Holding die vorig jaar projectleider duurzame energie bij de gemeente Hoogeveen werd,  moest er bij J.P. van S. ook brood op de plank dus werd er een nieuw adviesbureau opgericht, de Gemeynt Coöperatie u.a.
Als lid van de coöperatie zijn een aantal partners in dienst getreden.

Met het verzamelen van enkele vriendjes en vriendinnetjes klimaatalarmisten is getracht het adviesbureau wat gezicht te geven.
Eén van de partners is Prof. Steven de Bie, buitengewoon hoogleraar Sustainable Use of Living Resources aan de Wageningen Universiteit en voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht van de BioShape Holding.

Uit hoofde van hun functies, voorzitter van de Raad van Commissarissen en voorzitter van de Raad van Toezicht van de failliete BioShape Holding moeten zij op de hoogte zijn geweest van de wantoestanden die BioShape als spoor van vernieling in Tanzania achter liet.
Tot nu toe, want de redactie van Fibronot.nl is ervan overtuigd dat binnen afzienbare tijd ook zij verantwoording over hun toezichthoudende taak bij de BioShape Holding moeten afleggen.
Deze website zal daar uitvoerig aandacht aan besteden.

Na het uitspreken van twijfel omtrent het vertrouwen in de neutraliteit van de overheid en over kernenergie in het algemeen is de trend van het artikel duidelijk: bij de bouw van meer conventionele en/of kerncentrales komt de ontwikkeling van duurzame energie in de knel. De boterham van de leden van de Coöperatie dus.

De redactie van Fibronot.nl denkt dat het met al die centrales die op dit moment gebouwd worden en nog in de planning zitten wel meevalt. In de nabije toekomst zal blijken dat de opgewekte energie van die kolen- en gascentrales hard nodig is om de tekorten op te vangen van kerncentrales in de EU die gesloten gaan worden.
De angst omtrent kernenergie die met dit soort artikelen bij veel mensen wordt opgewekt is koren op de molen van dit soort adviesbureaus.
Je ziet de laatste weken vaker dat dit soort linkse eliteclubjes over de ruggen van de slachtoffers in Japan reclame voor de eigen toko maakt.
In dit geval is het helemaal walgelijk gezien het feit dat twee partners van dit bureau mede verantwoordelijk zijn voor de chaos die BioShape in Tanzania heeft achtergelaten en de ellende die onder de plaatselijke bevolking in het district is aangericht.

De groene taliban

Zo wordt een categorie mensen genoemd die zo groen en wijs zijn omdat ze alles beter weten.
Vroeger had men het ook wel over de “groene maffia”, maar “groene taliban” is een betere term, omdat die de link legt met fundamentalisme. Het gaat om lieden die zich ongevraagd met van alles en nog wat bemoeien aangaande duurzame energie en de oplossing van het klimaat probleem.
Deze mensen schrijven artikelen waarin ze hun “visie” voorleggen. Die visie is uiteraard de enig juiste, en wordt bovendien gesteund door ‘wetenschappelijk” onderzoek, waarbij alleen dat onderzoek wetenschappelijk is dat de door hen gewenste uitkomst heeft.
Soms opereren zulke mensen als individu, maar vaker gaat het om clubjes die zich op het gebied van adviezen over duurzame energie opwerpen.


Noorse Lofoten: de natuur gaat voor olie en gas

Vrijdag 18 maart 2011

Noorwegen – Geen olie- en gasboringen in de Lofoten. Deze belangrijke beslissing werd enkele dagen geleden genomen door de Noorse regering. Het besluit betekent goed nieuws voor de unieke natuur op en rond deze eilandengroep in het noorden van Noorwegen.

Het Wereld Natuur Fonds (WNF), dat al bijna tien jaar campagne voert voor behoud van de Lofoten, prijst de Noorse regering omdat voorrang geeft aan natuurbehoud in plaats van de exploitatie van olie en gas. Het besluit is in ieder geval geldig tot de verkiezingen voor een nieuwe regering in 2013.

Het gebied rond de Lofoten biedt onderdak aan unieke koudwaterriffen, groepen orka’s, potvissen en aan de grootste kolonies zeevogels in Europa. Daarnaast is het een voortplantingsgebied voor de grootst overgebleven kabeljauwpopulatie. Het WNF voert al sinds 2003 campagne voor de bescherming van de Lofoten. Het was in dat jaar dat de Noorse overheid het moratorium op olie- en gasexploitatie in het leven riep. Een mogelijke opheffing van dit verbod zou rampzalig zijn voor het natuurgebied.

De grootste bedreiging van de olie- en gasindustrie is het risico op olielekkages uit bijvoorbeeld schepen en pijpleidingen. Op dit moment is er geen adequate technologie om de olie in gebieden met ijs op te ruimen. Een grote olielekkage zou dramatische gevolgen hebben voor zeevogels en andere dieren uit de Lofoten.
Daarnaast worden bij seismisch onderzoek vis, larven en eitjes gedood door explosies, waardoor de visvangst met 80% kan verminderen. Wetenschappelijke studies hebben bovendien aangetoond dat door boren grote hoeveelheden zware metalen uit modder vrijkomen. Dit zorgt voor langdurige beschadiging aan dieren die op de zeebodem leven zoals koraal, schelpdieren en viseitjes.
De olieindustrie vormt een extra bedreiging voor het Arctisch gebied omdat het de CO2-uitstoot van het gebied nog hoger maakt. Noorwegen is op dit moment nummer vier op de lijst van landen die de meeste broeikasgassen uitstoten.

Plaatselijke bevolking
Op de eilanden van de Lofoten leven in totaal 24.000 mensen. Ruim 1500 mensen zijn werkzaam in de visindustrie en zijn daarmee afhankelijk van de visstand. Het gebied heeft een extreem hoge biologische productiviteit, zo komt ruim 25% van de vis in Rusland van oorsprong uit de Lofoten. Voor de plaatselijke bevolking is het dan ook van groot belang dat het verbod op olie- en gasexploitatie gehandhaafd blijft.
Bron: WWF


Hernieuwbare elektriciteit, 1990-2010

Vrijdag 18 maart 2011

In 2010 is de productie van hernieuwbare elektriciteit gelijk gebleven op ongeveer 9 procent (voorlopig cijfer) van het binnenlands elektriciteitsverbruik. Vergeleken met 2009 is er meer elektriciteit geproduceerd uit biomassa en minder uit windenergie. De doelstelling van de overheid is 9 procent hernieuwbare elektriciteit voor 2010 en is dus precies gehaald.

productie alle bronnen
Productie alle bronnen

Minder windenergie

De productie van elektriciteit uit windenergie was in 2010 13 procent minder (voorlopig cijfer) dan in 2009. Dat komt omdat het weinig waaide. De toename van de capaciteit van het windmolenpark was niet voldoende om het verminderde windaanbod te compenseren.

productie windenergie

Productie windenergie

Meer biomassa in elektriciteitscentrales

Er is in 2009 meer elektriciteit geproduceerd uit het verbranden van biomassa in elektriciteitscentrales. Na een sterke groei in de jaren 2003-2005 is het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales in 2006 iets gedaald en in 2007 zelfs gehalveerd. In 2008 en 2009 werd er weer meer meegestookt en 2010 was de meestook weer terug op het oude, hoge, niveau uit 2005 en 2006. Het meestoken was in 2010 verantwoordelijk voor 30 procent (voorlopig cijfer) van de productie van hernieuwbare elektriciteit.

Nog steeds veel hernieuwbare elektriciteit uit buitenland

De binnenlandse vraag naar hernieuwbare elektriciteit is in 2010 verder gestegen tot 28 miljard kWh (CertiQ, 2011). Dat is ongeveer een kwart van het elektriciteitsverbruik. De binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit is niet voldoende om aan deze vraag te voldoen. Dat verklaart de aanzienlijke invoer van hernieuwbare elektriciteit in de vorm van Garanties van Oorsprong. In 2010 was dit 16 miljard kWh. De invoer van hernieuwbare elektriciteit telt overigens niet mee voor de Nederlandse beleidsdoelstelling van 9 procent hernieuwbare elektriciteit in 2010.

in- en uitvoer
In- en uitvoer

Alle meetdata in Excel formaat


Grootschalige winning onconventioneel gas in Europa zeker niet voor 2020

Vrijdag 18 maart 2011

In een studie concludeert het Oxford Institute for Energy Studies dat de grootschalige winning van onconventioneel gas in Nederland en Europa zeker niet voor 2020 zal plaatsvinden.

Daarmee zal de invloed van dit soort nieuwe gasbronnen op de gasmarkt in Europa vooralsnog minimaal zijn, anders dan in de Verenigde Staten. Maar het is wel zaak een nationaal en Europees business model te maken om een eigen alternatief te hebben wanneer rond 2030 het Groningenveld uitgeput zal raken.

De onderzoekster Florence Gény heeft met haar studie duidelijkheid willen creëren op basis van welke omstandigheden de winning van onconventioneel gas (‘coal bed methane’, ‘tight gas sands’ en ‘gas shales’) in de USA zo succesvol is en erin geslaagd is de gasmarkt significant te beïnvloeden, om op basis daarvan het potentieel van dit soort gasbronnen voor Europa in te kunnen schatten. Die winbare hoeveelheden in Europa worden op basis van studies in 2007 en 2009 geschat op zo’n 4.000 – 5.500 mrd m3 gas, vergelijkbaar met zo’n 1,5 tot 2 maal de omvang van het Groningenveld.

De redenen waarom de onderzoekster geen significante productie voor 2020 verwacht is gebaseerd op het feit dat deze tak van sport in Europa nog niet gerijpt is, er nog maar weinig boringen zijn aangemeld voor de komende drie jaar, en het exploratie-gereed maken van een veld minimaal 5 jaar tijd vergt.

De twee belangrijkste drempels die genomen moeten worden zijn toegang tot het land (ruimtelijke en regulerings-aspecten, acceptatie door de burger) en het kostenniveau, dat vooralsnog hoger is dan de – reeds beschikbare – alternatieven. Belangrijke verschillen tussen Europa en de Verenigde Staten zijn de boorkosten (2-3 maal hoger in Europa) en de waterregulering en –kosten (10 keer hoger).

De onderzoekster stelt dat voor het significant beïnvloeden van de marktuitkomsten in de Europese Unie een hoeveelheid onconventioneel gas op de markt moet komen van minimaal zo’n 30 mrd m3/jaar gedurende enkele decennia, uitgaande van een goed functionerende Europese gasmarkt. Zolang de gasmarkten een meer nationaal karakter hebben is onconventioneel gas in een enkele lidstaat een potentiële ‘game-changer’.

Op 21 april 2011 houdt de KVGN in Arnhem een themamiddag over onconventioneel gas.
Bron + download rapport: Oxford Institute for Energy Studies


Meer WKK-rendement door bijmenging waterstof

Donderdag 17 maart 2011

Het bijmengen van waterstof in aardgas geeft bij WKK een hoger rendement. Kwekers kunnen zo ook minder afhankelijk worden van prijsschommelingen op de gasmarkt.

Onderzoek van KEMA heeft duidelijk gemaakt dat de bijmenging perspectief biedt. Het elektrisch rendement van warmtekrachtkoppeling (WKK) stijgt. Een ander effect is dat de CO2-emissie daalt omdat waterstof niet uit een koolstofverbinding bestaat.

Op verzoek van LTO Groeiservice en gesteund door Rabo voerde KEMA het onderzoek uit. Aanleiding is de technologie-ontwikkeling om uit tuinbouwafval waterstofrijk biogas te produceren. Voor de glastuinbouw kan dit een goed alternatief voor of aanvulling op de inkoop van gas zijn. Hierdoor worden de energiekosten minder afhankelijk van prijsschommelingen op de gasmarkt.

Laboratorium en praktijk
KEMA heeft een laboratorium met een kleine WKK ingezet om het onderzoek uit te voeren. Rijnplant en Telersvereniging Prominent werkten vanuit de praktijk mee aan het onderzoek. Duidelijk werd welke aanpassingen nodig zijn en wat nog nader onderzocht moeten worden in samenwerking met WKK-leveranciers. De volgende stap in het project is een praktijkproef met een moderne grote WKK-gasmotor. De eerste gesprekken met WKK-leveranciers zijn gevoerd.
Bron: Vakblad voor de bloemisterij


Toch heeft kernenergie de toekomst

Donderdag 17 maart 2011

Door: Rutger Schuil

Vanwege de natuurramp in Japan komt kernenergie nogmaals in een slecht daglicht te staan. De termen Tsjernobyl en meltdown vallen steeds vaker terwijl die niet te vergelijken zijn met de huidige situatie in Japan.

Verwarring
Ook de Volkskrant doet hier aan mee: ‘20 keer meer straling gemeten in de omgeving’. Dit klinkt heel erg, maar omdat er niet staat om hoeveel het gaat en wat het normale stralingsniveau is, schept het vooral verwarring.

Tot nu toe zijn in Japan ongeveer 190 mensen blootgesteld aan straling, deze straling was hooguit 3 keer meer dan waar een normaal mens in een jaar aan wordt blootgesteld. Eigenlijk ongeveer evenveel als enkele röntgenfoto’s of een vliegreis.

Bij Tsjernobyl zijn uiteindelijk zo’n 4.000 mensen gestorven. Maar sinds 2002 zijn alleen al in de Chinese kolenmijnen tussen de 15.000 en 20.000 mensen omgekomen.

Reactionair
Maar de ongelukken in de Japanse kerncentrales, het gevolg van een onwaarschijnlijke reeks natuurrampen, geeft de anti-kernenergielobby wereldwijd een impuls. Zwitserland, een land dat zelden door aardbevingen en tsunami’s wordt opgeschrikt, zal voorlopig niet nadenken over nieuwe kerncentrales. Duitsland sluit zijn oude kerncentrales.

Vooralsnog doet Nederland niet mee met dit reactionaire beleid en zet het zijn plannen voor de bouw van een nieuwe kerncentrale bij Borssele door.

Wat wel een optie is, is dat in die nieuwe centrale thorium in plaats van uranium wordt gebruikt. Dat is nauwelijks radioactief, kan geen meltdown veroorzaken en produceert ook geen radioactief materiaal dat gebruikt kan worden voor kernwapens. Verder is er veel meer thorium beschikbaar dan uranium.

Het duurt nog tientallen jaren voordat we met alternatieve energiebronnen in onze behoeften kunnen voorzien. Op dit moment is de technologie aanwezig om schone en relatief veilige energie op te wekken. De ongelukkige gebeurtenissen in Japan doen hier niets aan af.
Rutger Schuil is student American Studies en Internationale Betrekkingen en Organisaties aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Kamer steunt vangstverbod vervuilde paling

Woensdag 16 maart 2011

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft zich woensdag achter staatssecretaris Henk Bleker (Visserij) geschaard, die per 1 april de palingvangst in met dioxine vervuilde wateren wil verbieden.

VVD, CDA, PVV, ChristenUnie, SP en ChristenUnie dringen aan op goede compensatie voor de naar schatting 85 getroffen vissers.

Dit is een mokerslag voor de palingvissers, aldus Arie Slob (ChristenUnie), die wil dat een speciale adviescommissie naar de compensatie kijkt. Slob wees erop dat spruitjestelers die de dupe werden van de brand in een chemisch bedrijf in Moerdijk, ook zijn gecompenseerd.

D66 en PvdA menen juist dat Bleker niet te ruimhartig moet zijn, aangezien sommige vissers bewust jarenlang paling vingen in vervuilde gebieden en die ook op de markt brachten.


Verdubbeling capaciteit zonne-energie in de VS

Woensdag 16 maart 2011

Washington – De capaciteit om zonne-energie op te wekken is in de Verenigde Staten in het afgelopen jaar verdubbeld. Ook dit jaar wordt er weer een verdubbeling verwacht. Dat blijkt uit een rapport van de brancheorganisatie Solar Energy Industries Association (SEIA). De verwachtingen voor dit jaar zijn gebaseerd op de extra investeringen van de verschillende Amerikaanse overheden in deze wijze van energieopwekking.

Ook een grotere vraag en dalende prijzen voor dergelijke apparatuur spelen volgens de groep een grote rol. De totale capaciteit haalde vorig jaar 956 megawatt. In 2009 ging het nog om 441 megawatt.

De kosten daarvoor waren zes miljard dollar. Vergeleken met het jaar daarvoor was dat een toename van 67 procent.

De extra investeringen vorig jaar aan geïnstalleerd vermogen komen neer op het stroomverbruik van een half miljoen huishoudens in Amerika, aldus het rapport.

SEIA vertegenwoordigt ongeveer duizend bedrijven die betrokken zijn in de zonne-energie-industrie, met inbegrip van installateurs, fabrikanten, ontwikkelaars en financiële ondernemingen.


Stijgende lijn voor bio-energie in Nederland

Maandag 14 maart 2011

Agentschap NL concludeert in het ‘statusdocument Bio-energie 2010’ dat hernieuwbare energie verder in opmars is. 75 procent van de hernieuwbare energie is afkomstig van biomassa.

Vorig jaar kwamen 20 bio-energie installaties erbij in Nederland. In totaal is in 2010 met bio-energie 68 PJ geproduceerd. Hiermee kan het huishoudelijk aardgasgebruik van zo’n 1,3 miljoen gezinnen vervangen worden.

Door de stimulering vanuit de overheid signaleert Agentschap NL grote stijgers in de productie van bio-elektriciteit, de productie van biogas en het gebruik van biomassa in de
transportsector. Gemiddeld over 2009 en 2010 was het aandeel hernieuwbare energie 3,9 procent. Daarmee worden stappen gezet in de realisatie van de doelstelling van 14 procent hernieuwbare energie in 2020.

Opvallende ontwikkeling
De productie van groen gas is in de afgelopen periode sterk ontwikkeld, ondermeer door de opname van groen gas in de stimuleringsregeling SDE. Groen gas, gemaakt uit biogas, wordt in het bestaande aardgasnetwerk ingevoed en zo naar de eindgebruikers getransporteerd. De jaarlijkse productiecapaciteit van alle groen gas productielocaties is in 2010 gegroeid met ongeveer 16 miljoen kubieke meter naar totaal 37 miljoen kubieke meter.

Bewerking van biomassa
Door biomassa (zoals hout) voor te behandelen kan deze beter getransporteerd en in installaties gebruikt worden. Met één zo’n bewerkingstechniek –torrefactie- is Nederland in 2010 een koploper geworden. In 2011 komt naar verwachting de Nederlandse productiecapaciteit van getorreficeerd hout boven de 100.000 ton/jaar uit.


Een groene zeepbel

Zondag 13 maart 2011

Groen beleggen is tegenwoordig hip. Sinds 2005 zijn er wereldwijd tientallen fondsen opgericht die zich helemaal toeleggen op groene investeringen. Overheden juichen dit fenomeen toe: deze private investeringen verschaffen het nodige kapitaal om de economie te vergroenen. Maar het fenomeen heeft een keerzijde – we blazen gezamenlijk een grote, groene zeepbel.

Economische hausses zijn van alle tijden. Nederland maakte in 1637 op twijfelachtige wijze geschiedenis met de allereerste moderne economische bubbel, de tulpenmanie. Sindsdien hebben handel, spoorwegen, vastgoed, en aandelenbeurzen talloze malen tot hausses geleid. Waarom bubbels precies bestaan, is voor veel economen nog steeds een raadsel. Eén verklaring is dat deze onstaan wanneer teveel geld een hele specifieke investering najaagt. Net als in elke andere markt, stuwt de enorme toename in vraag de prijs omhoog.

Bij duurzaam beleggen is dit zeker het geval. Sinds 2005 pompten investeerders meer dan 30 miljard dollar in fondsen die specifiek in duurzame bedrijven beleggen. Tel hierbij de miljarden van individuën, bedrijven, en andere fondsen op, en je komt al snel tot honderd miljard. Dat is een hoop geld voor een sector die eigenlijk nog in de kinderschoenen staat. De totale marktwaarde van de vijftig grootste, beursgenoteerde, duurzame bedrijven was hoger dan dit bedrag, maar niet heel veel hoger. Het is dan ook nauwelijks verbazingwekkend dat de beurskoers van firma’s als zonnecelproducent FirstSolar, batterijenproducent A123, wind turbinefabrikant Vestas of dienstverlener EnerNOC in een paar jaar tijd tot enorme hoogtes gestuwd werden.

In theorie kunnen investeerders overwaarderingen beperken door “short” te gaan – een vorm van beleggen waarbij je kunt profiteren van een daling in de beurskoers. Beleggers die short gaan drukken door hun negatieve beeld de waarde van een overgewaardeerd bedrijf weer omlaag. Maar shorters verdienen ook veel geld als de beurskoersen onverwacht instorten, zoals na de aanslag op het World Trade Center in 2001 of de beurscrash in 2008. Politici bestempelen daarom shorten als onetisch, en leggen soms zelfs restricties op. Gevoelsmatig valt er natuurlijk iets te zeggen voor dit argument. Maar de mogelijke negatieve publiciteit die hoort bij het shorten, schrikt zeker de duurzame investeerders af, met als gevolg dat de bubbel blijft groeien.

Het is niet duidelijk of overheden veel kunnen doen om deze bubbel te voorkomen. Maar de overheid zou de vorming van bubbels in geen geval moeten stimuleren. Op dit moment krijgen Nederlandse beleggers tot meer dan duizend euro per jaar belastingvoordeel wanneer ze groen investeren. Meer geld voor groen klinkt natuurlijk prachtig – maar juist het land van de tulpenmanie zou beter moeten weten.


Provincies: ‘Meer steun voor windenergie nodig’

Zaterdag 12 maart 2011

Een productie van 6000 MW aan windenergie in 2020 is alleen mogelijk als het rijk belemmeringen wegneemt en daarmee de provincies ruimte biedt, aldus het IPO, het Interprovinciaal Overleg.

De provincies hebben ruimte gereserveerd voor een groei in windenergie naar 6000 Megawatt (MW) in 2020. Dit is noodzakelijk om 14 procent duurzame energieproductie in 2020 te halen. De provincies verwachten nu, op grond van concrete projecten, dat er in 2020 een vermogen van 3.350 MW is gerealiseerd. Een extra groei naar 6000 MW in 2020 is mogelijk, maar hangt af van de invulling van een aantal randvoorwaarden.

Randvoorwaarden voor groei naar 6.000 MW
De beoogde groei naar 6000 MW is gebaseerd op de analyse in het Energieakkoord tussen IPO en rijk van januari 2009. Een productie van 6000 MW in 2020 is alleen mogelijk als het rijk belemmeringen wegneemt en daarmee de provincies ruimte biedt. Het gaat dan om onder meer over:

  • wetgeving die het beter mogelijk maakt om bestaande windparken te herstructureren en te moderniseren;
  • het oplossen van knelpunten voor windmolens rond radar, waterkeringen en infrastructuur en voorrang geven voor duurzame energie op het elektriciteitsnet;
  • een reële vergoedingssystematiek voor windmolens op rijksgronden;
  • een betrouwbare stimulering in de SDE+ (Stimuleringsregeling Duurzame Energie Plus) die tot 2020 geldt.

Op 1 maart 2011 heeft het IPO een brief gestuurd naar de ministers Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) en Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) met een overzicht van de ruimtelijke reserveringen en de vragen aan het rijk.

Verdeling over de provincies
Op de landelijke windenergiekaart is te zien waar de ruimtes zijn gereserveerd voor windenergieparken voor de groei naar 6000 MW. De nu al te realiseren productie van 3350 MW in 2020 is als volgt verdeeld:

Minimum opgesteld vermogen in 2020 per provincie
Fryslân – 174 MW
Groningen – 750 MW
Drenthe – 200 MW
Noord-Holland – 500 MW
Flevoland – 720 MW
Overijssel – 80 MW
Gelderland – 102 MW
Zuid-Holland – 230 MW
Utrecht – 50 MW
Zeeland – 300 MW
Noord Brabant – 220 MW
Limburg – 30 MW

Totaal 3.356 MW


Meewind investeert 150 miljoen in BARD-Nederland windpark

Zaterdag 12 maart 2011

Beleggingsfonds Meewind investeert 150 miljoen euro in het grootste duurzame energieproject van Nederland, het BARD-Nederland windpark.

Dit maakten Willem Smelik, directeur van Meewind, een beleggingsfonds in duurzame energieprojecten en Michael van der Heijden, managing director van Typhoon Offshore en verantwoordelijk voor de financiering van het windpark, vandaag bekend bij de ondertekening van de intentieverklaring.

 ’Dit windpark is hét duurzame energieproject van de komende jaren. Wij wilden al eerder investeren in een groot Nederlands project. Maar dat bestond eenvoudig niet. Nu hebben wij deze unieke kans en daar maken wij graag gebruik van’, zegt Smelik.

Van der Heijden: ‘Deze overeenkomst met Meewind levert een belangrijke bijdrage aan de realisatie van het windpark. Meewind is de tweede Nederlandse vermogensverschaffer in het windpark. Energie- en afvalnutsbedrijf HVC nam recent een belang van 15%, waarmee 52 Nederlandse gemeenten een financieel belang hebben bij de bouw van Nederlands grootste windpark op zee.’

 Grijs geld, groene energie

Meewind heeft een nieuw subfonds ‘Zeewind 2’ opgericht om provincies en gemeenten de mogelijkheid te bieden deel te nemen in het windpark. Via ‘Zeewind 2’ kunnen lokale overheden beleggen in een vastrentende achtergestelde lening met een looptijd van tien jaar. Smelik: ‘We hebben twaalf provincies die naar verwachting gemiddeld 10 tot 20 miljoen euro willen investeren. De meeste provincies hebben nog gelden liggen vanuit de verkoop van de oude ‘grijze’ energiebedrijven. Met deze investering maken zij van het ‘grijze’ energiegeld ‘groen’ geld. En met de productie van minimaal 600MW, en mogelijk meer, zet dat echt zoden aan de dijk. Veel meer dan op korte termijn met lokale initiatieven mogelijk is.’

Lokale initiatieven

Meewind adviseert de revenuen te storten in een revolving fund voor duurzame lokale projecten. ‘De jaarlijkse afbetalingen en rente kunnen worden gebruikt om de lokale initiatieven die op termijn tot wasdom komen te financieren. Zo bereik je twee doelen: je maakt een grote stap in het behalen van de duurzaamheids-doelstellingen en je hebt straks meer geld om lokale initiatieven te ondersteunen.’

Innovatief financieringsmodel

Het team van Typhoon Offshore zette eerder de internationale standaard voor de financiering van offshore windparken. Van der Heijden: ‘Wij hebben ons innovatieve projectfinancieringsmodel verder ontwikkeld, als antwoord op de toenemende behoefte van windparken aan financiën en het feit dat banken onmogelijk aan deze enorme vraag kunnen voldoen. Dit model biedt maatschappelijke organisaties, bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel hebben staan en financiële instellingen de mogelijkheid in een groot offshore windpark te participeren.’

Van der Heijden: ‘Wij werken nu met drie financieringslagen. Bedrijven kunnen hierdoor investeren in het aandelenkapitaal, zoals HVC voor een gedeelte heeft gedaan. Lokale overheden kunnen via het nieuwe fonds van Meewind investeren in een deel van het achtergesteld vermogen, zoals Meewind nu doet. De vergoeding hierop is, gezien het risico profiel, dan ook lager dan die op het eigen vermogen. De derde financieringslaag wordt gevormd door de banken, die voor 50% van de totale investering aan bancaire leningen zullen verstrekken.’

 Meewind

Meewind is een maatschappelijk beleggingsfonds dat tot doel heeft duurzame energieproductie financieel mogelijk te maken door te investeren in grote projecten die op korte termijn een flinke bijdrage kunnen leveren aan de CO2-reductie. Het is een paraplufonds, dat nu twee subfondsen heeft en een derde in ontwikkeling. Meewind investeerde eerder in het windpark Belwind voor de Belgische kust. Het heeft een aandeel van 11,8% in het park en een zetel in het bestuur.

Het fonds heeft een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten en heeft via de Bank Nederlandse Gemeenten al eerder de mogelijkheid geboden om aan de eisen van de Wet Financiering Deelnemingen Overheidsinstellingen te voldoen.

 Typhoon Offshore

Typhoon Offshore B.V. is de groene investeringsmaatschappij die is gespecialiseerd in de realisatie van offshore windparken in de Noordzee. Typhoon Offshore verzorgt de structurering en financiering van de BARD-Nederland windparken in de Noordzee, 80 kilometer ten noordwesten van de Eemshaven.

Het team van Typhoon Offshore legde eerder de basis voor het windpark Belwind en voor het Prinses Amalia windpark. Typhoon Offshore is onderdeel van Typhoon Capital B.V. dat in 2009 werd opgericht door Dennis Lange en Dirk Berkhout.

Naschrift van de redactie van Fibronot.nl

Uit bovenstaande tekst geplukt:

Ons innovatieve projectfinancieringsmodel
Revolving fund
Paraplufonds
Subfonds
Banken kunnen onmogelijk aan deze enorme vraag voldoen
Drie financieringslagen: de eerste, tweede en derde financieringslaag
Lokale initiatieven die tot wasdom komen
Grijs geld, groene energie

Waar hebben we deze mooie woorden eerder gehoord?
Bij Econcern misschien?

Typhoon is het jonge Amsterdamse bedrijf van Dirk Berkhout en Dennis Lange, twee voormalige bestuurders van het ten onder gegane duurzame energiebedrijf Econcern. Het tweetal heeft, terecht of onterecht, een omstreden reputatie.
Nadat voor Econcern het doek viel gingen twee aangestelde curatoren aan de slag met het verkopen van onderdelen uit de boedel. Het consortium Typhoon van Lange en Berkhout werd door de curatoren om onbekende redenen geweerd uit de biedingsrondes. Bij Econcern-projecten onder de verantwoordelijkheid van Lange en Berkhout zijn vraagtekens gezet, overigens alleen op basis van anonieme bronnen in de media.

Opmerkelijk is dat men in deze sector altijd haast heeft om zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld binnen te halen.
Het is net alsof men beleggers wil zeggen, stap nu maar snel in voordat je de boot mist.

Typhoon heeft de opdracht om een bedrag van EUR 2 mrd tot EUR 2,5 mrd aan te trekken, zodat de bouwplannen van Bard realiteit kunnen worden. Daar is enige haast bij geboden, want Bard hoopt er op om in 2012 aan de slag te kunnen gaan met het park.

De redactie van Fibronot.nl is van mening dat er van het geld dat de provincie Gelderland aan de verkoop van de NUON aandelen heeft verdiend, we spreken over meer dan € 4 miljard, geen cent in dit windproject gestoken moet worden.
De € 4 miljard op een bankrekening is pas echt duurzaam. Het levert een massa rente op zonder er iets voor te hoeven doen. Waarschijnlijk zelfs aanzienlijk meer rente dan het geld, dat in feite eigendom is van alle inwoners van Gelderland, in een bodemloze put te storten.
Het zou beter zijn dat dit geld ten goede komt aan projecten in Gelderland in plaats van te investeren in een vehicle waarvan de curatoren van Econcern grote twijfels hadden.

Natuurlijk kunnen de banken met gemak aan deze enorme vraag voldoen. Het punt is alleen dat banken erg huiverig zijn om zoveel geld in dit project te stoppen met in het achterhoofd het Econcern debacle.
Het lijkt een steek onder water van de ex-Econcern medewerkers naar de banken toe omdat de banken uiteindelijk de stekker uit Econcern hebben getrokken nadat er met de boekhouding van Econcern gesjoemeld was.

Mooie woorden en gladde praatjes. Het blijft een hinderlijk bijverschijnsel in deze zogenaamde duurzame sector.

Gelukkig zijn een heleboel financiers bij het lezen van al dit moois erg achterdochtig na een groot aantal faillissementen in deze sector te hebben meegemaakt.


Ministerie breidt lijst van co-vergistingsproducten voor biogas eindelijk uit

Vrijdag 11 maart 2011

De rigide regels van de witte lijst voor co-vergistingsproducten worden eindelijk versoepeld. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) hoopt door het vereenvoudigen van de systematiek het vergisten van biomassa tot biogas een flinke zet in de goede richting te geven. “Er waren niet zo vreselijk veel aanvragen voor”, verwoordt ministeriewoordvoerder Murco Mijnlieff de huidige animo voorzichtig. Op 1 april wordt de nieuwe lijst openbaar gemaakt -”maar pin me er niet op vast”, hield woordvoerder Mijnlieff een slag om de arm.

Het nieuws lekte uit na een gesprek tussen staatssecretaris Henk Bleker en de Friese gedeputeerde Piet Adema. “Maken van biogas wordt gemakkelijker” kopte de provincie na het overleg op de eigen website. Friesland is vooral blij met de uitbreiding van de lijst. “Vanuit bioboeren werd daar al jaren om gevraagd”, zegt Herman Buikema, de Friese woordvoerder. In de provincie ijvert men voor de aanleg van een groengasnetwerk. De inzet van de gedeputeerde om de ‘witte lijst’ uit te breiden, heeft “daar wel mee te maken”, aldus de woordvoerder.

De witte lijst of ‘positieflijst’, zoals die door EL&I wordt genoemd, bepaalt welke producten mee de vergister in mogen om te worden verwerkt tot biogas, naast het hoofdingrediënt voor vergisting. Het probleem was dat de lijst slechts een beperkt aantal producten toestond. Vooral afvalproducten waren taboe. Wanneer “een blaadje sla uit de afvalstroom” mee de vergister in verdween, legde Peter Oei van het Sign-project eerder al eens uit, veranderde de status van de vergister in die van een afvalverwerker. En die moet aan hele andere regels voldoen dan biovergisters. Het is overigens maar de vraag of dat slablaadje na 1 april wel in een biovergister mag verdwijnen.

Nu is niet alleen de lijst met producten uitgebreid, maar ook de systematiek erachter vereenvoudigd. Het ministerie wil het potentiële vergisters makkelijker maken en meer biogas produceren. Dat gas kan enerzijds worden opgewerkt tot groen gas en terug het gasnet in worden geïnjecteerd of omgezet worden in elektriciteit in bijvoorbeeld warmtekrachtkoppelingsinstallaties. De mogelijke problemen die oud-minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven zag bij het uitbreiden van de lijst, zoals gevoeligheid voor misbruik, lijken niet te worden gedeeld door de huidige minister Maxime Verhagen.


Maria van der Hoeven directeur Internationale Energie Agentschap

Vrijdag 11 maart 2011

Oud-minister Maria van der Hoeven wordt de nieuwe directeur van het Internationale Energie Agentschap (IEA). Zij volgt daar per 1 september de Japanner Nobuo Tanaka op.

Onder andere de Tsjechische oud-premier Mirek Topolánek was ook in de race voor de topfunctie.

Van der Hoeven (61) was minister van Onderwijs van 2002 tot en met 2007 en daarna minister van Economische Zaken tot oktober vorig jaar.

De Governing Board, afgevaardigden van de 28 lid-staten van het IEA, stemde vrijdag in Parijs in met de benoeming.


OrangeGas: “Autorijden hoeft helemaal niet duur te zijn”

Vrijdag 11 maart 2011

De benzine en dieselprijzen zijn skyhigh en dit lijkt structureel te worden. Particulieren en bedrijven klagen steen en been. En terecht! Maar rijden hoeft helemaal niet duur te zijn, het kan zelfs goedkoop. De oplossing is overschakelen op groengas/aardgas.

Voor een liter/kg groengas wordt gemiddeld 0,85 Euro aan de pomp betaald en hier kunt u tussen de 15 en 20 km mee rijden. Naast dat het verreweg de goedkoopste brandstof is, is het ook nog de schoonste brandstof van dit moment. Dus goed voor portemonnee en milieu!

Er zijn veel aardgasauto’s af fabriek verkrijgbaar. Merken als Fiat, VW, Mercedes en Opel investeren al jaren in aardgasauto’s. Beschikbare modellen van Fiat zijn de Doblo, Punto en Panda. VW heeft de Passat en Touran. Mercedes de E200 en B180 en Opel de Zafira. Alle merken verkopen bedrijfsauto’s op aardgas. Het mooie is dat deze auto’s af fabriek, dus met behoud van fabrieksgarantie worden verkocht en de aardgastanks weggewerkt zijn in de carrosserie. Dit betekent behoud van de volledige bagageruimte!

2e hands en inbouw
Voor particulieren is het heel interessant om een 2e hands aardgasauto te kopen in Nederland of te importeren uit Duitsland. Deze auto’s zijn goedkoper in aanschaf en de brandstof is goedkoper. Dus alleen maar voordelen. Een aardgasinstallatie kan ook achteraf nog worden ingebouwd in een 2e hands of nieuwe auto. Dit is een andere installatie dan LPG, maar werkt wel op dezelfde manier. Steeds meer LPG-inbouwers gaan nu ook aardgas inbouwen.

Landelijk dekkend netwerk
OrangeGas heeft eind 2011 een landelijk dekkend netwerk van meer dan 50 groengas tankstations in Nederland en België. Eind 2011 zullen er totaal bijna 100 groengas tankstations in Nederland zijn.

Internationaal
In Duitsland zijn er meer dan 900 aardgastankstations en in Italië meer dan 700. In Italië rijden ongeveer 800.000 auto’s op aardgas! Ook in Oostenrijk, Zwitserland en België worden er netwerken gerealiseerd. In België is DATS 24 hiermee gestart.


VS boeken doorbraak in productie biobrandstoffen

Vrijdag 11 maart 2011

Het Amerikaanse ministerie van Energie kondigt een wetenschappelijke doorbraak aan voor de productie van biobrandstof.

Een team van wetenschappers heeft een goedkope manier gevonden om houtachtige planten om te zetten in isobutanol, een beter alternatief voor ethanol.
Houtachtige planten en grassen zijn interessant materiaal voor biobrandstoffen, omdat ze de voedselproductie minder bedreigen dan gewassen als suikerriet of maïs. Maar het bleek niet makkelijk om het taaie cellulose af te breken tot een bruikbare bron van biobrandstoffen.

Het Amerikaanse team is daar nu wel in geslaagd op een relatief goedkope manier, met de microbe Clostridium celluloyticum. De microbe had al haar diensten bewezen bij het zuiveren van vervuild water en als energieleverancier in brandstofcellen. De onderzoekers konden de microbe via genetische manipulatie in staat stellen om in één stap organisch materiaal af te breken en isobutanol te produceren. Dat is opmerkelijk, want tot nog toe waren altijd meerdere, dure fases nodig met verschillende bacteriën om het materiaal om te zetten in bruikbare brandstof.

Bovendien is het verkregen resultaat, isobutanol, een beter alternatief dan het gangbare ethanol. De energiedichtheid, het octaangehalte en de vluchtigheid komen dichter bij die van benzine.

‘In tegenstelling tot ethanol kan isobutanol in elke verhouding met benzine gemengd worden, en is er geen behoefte meer aan speciale infrastructuur in tankstations of voertuigen’, zegt James Liao van de University of California die het onderzoek leidde. ‘Mogelijk kan isobutanol zelfs rechtstreeks in de huidige motoren gebruikt worden, zonder aanpassingen.’

De Amerikaanse minister van Energie Steven Chu juicht de ontdekking toe. ‘De aankondiging is opnieuw een signaal dat de snelle vooruitgang die we boeken in de ontwikkeling van een nieuwe generatie biobrandstoffen, onze afhankelijkheid van olie kan verminderen’, zegt Chu.
De minister ziet ook een potentieel voor nieuwe banen op het Amerikaanse platteland. ‘Dit is een perfect voorbeeld van een beloftevolle kans om een enorme nieuwe industrie op te zetten’, zegt hij. Die banen zouden niet zozeer in het verbouwen van gewassen te vinden zijn, maar wel in het verwerken van het organisch materiaal, zoals maaiafval, stro en houtafval.


BioShape project in Tanzania: loze beloftes

Donderdag 10 maart 2010

Vorig jaar september schreef het NRC een artikel genaamd, Bioshape trekt spoor van vernieling in Tanzania, van de Italiaanse journalist Stefano Valentino.
Op de website van Inter Press Service News Agency is gisteren een nieuw artikel van de hand van Stefano Valentino verschenen, aangevuld met nieuw onderzoek en commentaren van advocaten.
Om vertaalfouten te voorkomen volgt hieronder het artikel in het Engels.

Tanzania Biofuel Project’s Barren Promise

By Stefano Valentino

BRUSSELS and DAR ES SALAAM, Mar 9, 2011 (IPS/Freereporter) – An ambitious project to produce clean energy for the Netherlands and Belgium has degenerated into a controversial abuse of natural resources in Africa.

Bioshape, a clean energy company based in Neer, the Netherlands, is going through bankruptcy proceedings after spending 9.6 million dollars on a failed biofuel project in Tanzania. In 2006, the company agreed to lease 80,000 hectares of coastal woodland in the southern district of Kilwa to grow jatropha, a shrub whose seeds contain an oil that can be processed into green fuel.

Bioshape planned to employ thousands of local farmers and export seeds from Tanzania to the Netherlands, where they would be processed to produce electricity, heat and biodiesel. Jatropha is one of the preferred feedstocks for fuel produced from plant material. Commonly called biofuel – agrofuel to its critics – such fuel is supposed to be less polluting than traditional fossil fuels.

BioShape invested 25 million euros in a facility intended to process 45,000 tonnes of vegetable oil per annum, and generate 25 megawatt hours, enough to power 50,000 households. The plant in Lommel was just one component of an ambitious network of refineries and co-generation plants that Bioshape planned to build across Belgium and the Netherlands.

The project was backed by big investors such as the Dutch merchant bank Kempen & Co and the utility Eneco.

Things go wrong

“Bioshape managed to acquire land through the complicity of local authorities which breached the rules on land lease,” explains Stanislaus Nyembea, expert at the organization Lawyer Environmental Action Network.

Nyembea says villagers relied on their plots to grow food, mainly maize and fruit, as well as for firewood. They agreed to give their land away with the expectation of receiving fair financial compensation based on the value of the allocated land.

According to Tanzanian law, only the central government can lease a parcel of land larger than 200 hectares directly to foreign investors. So ownership of the land in Kilwa was first transferred to the central government, then the Tanzanian Investment Centre authorised the lease to Bioshape.

“We have found out that villages were not properly informed about the terms of the law,” Nyembea explains. “They didn’t know that they would definitively lose ownership of the land allocated to Bioshape. They naively thought that they would get it back at the end of the lease period that usually lasts 99 years.”

Worse, only 40 percent of the compensation paid by Bioshape went to farmers, Nyembea continues. “The rest went to the District Office which had persuaded local villages to sign up to the deal. The District Office has the power to approve the transfer of land from the village level to the district level, before it is eventually transferred to the state level, but has no legal right to receive a share [of the money].”

Wilfried Hermans, Bioshape CEO, replies: “Out of the total concession of 81,000 hectares approved by the Tanzanian Investment Centre, we only acquired an initial 34,000 hectares for our kick-off plantation as for which we paid 490,000 euro (676,000 dollars) to the local authorities which was then supposed to be distributed among the villagers. We don’t know what happened afterwards.”

Investors unhappy

Local farmers were not the only ones misled by Bioshape.

The company had announced that the plantation would reach a size of 1,000 hectares by the end of 2007, but high costs slowed progress.

“The [Bioshape] company board feared that its shareholders would pull out from the venture”, says Annick Miya-Verstraelen, former head of the Sustainability and Monitoring Department at Bioshape.

Miya-Verstraelen left the company in February 2008, but in November, she found out that Bioshape’s website claimed the jatropha trial plantation covered 350 hectares; but she knew from field reports regularly sent to the board in the Netherlands that it was not yet even 100 ha.

“I believe that the Board resolved to mention a higher figure to convince the shareholders to keep or even increase their investments,” she said.

Hermans is defensive: “We just made a mistake. After conducting the GPS measurement we realized that we had over-counted the number of hectares and that the exact figure was 285 hectares.”

The miscalculations proved fatal. In February 2010, the company suspended its field operations and salaries to local employees. This followed the withdrawal of its major investor, Eneco, which had lost confidence in both the economics and the environmental sustainability of Bioshape’s plans.

Profit by any means

The 285 hectare trial plot cleared by Bioshape in Kilwa is still there. The jatropha shrubs have been left without water and are slowly drying out. But the trees cut down to make room for them have disappeared.

“We needed to find a way to use the timber,” Hermans says, “So we made a deal with a company based in Arusha, called Artif which bought part of it.”

Artif does have a factory in Arusha, in Northern does have factory in Arusha, in northern Tanzania, which produces and exports furniture to the Netherlands; but its listed headquarters share the same Dutch address as Bioshape in Neer. The company is owned by Chris Pilley, whose girlfriend is the daughter of Cor Vaes, one of Bioshape’s Holland-based managers.

According to its confidential business plan, which IPS is in possession of, Bioshape expected to earn up to 6.7 million dollars in profits from logging and to use this money to partly subsidize its biofuel project. Around 225 cubic metres of valuable miombo hardwood timber was harvested from just the first 70 hectares to be cleared. The Bioshape concession includes between 200,000 and 800,000 cubic metres of valuable hardwood, worth 50-150 million dollars.

According to a WWF study published in 2009, the project’s Environmental Impact Assessment failed to mention that the concession falls within the Namateule/Namatimbili Forest, an important reserve of biodiversity. The plantation thus poses a risk to seven threatened vertebrate species, according to the Tanzania Forest Conservation Group.

The report also asserts that the claimed reduction of greenhouse gas emissions reported in the EIA in order to fulfill EU directives is not supported by any scientific evidence.

The EIA, required by both the Tanzanian government and the European Directive on the Promotion of Renewable Energy, was conducted by the Tanzanian consultancy company Environmental Management Consultants.

But the provenance of the document itself is in question: one of its authors is identified as Canisius Kayombo, a botanist based at the National Herbarium in Tanzania. But Kayombo denies taking part in the assessment. He sent an official complaint to the competent authority, the National Environmental Management Council, but the council nevertheless approved the EIA.

In 2009, REM, a British organisation monitoring the use of natural resources worldwide, conducted an investigation and concluded that, Bioshape cut and sold timber without prior permission. REM recommended that Bioshape be held accountable for its illegal activities.

“In order to cover the gaps that emerged in the EIA, we commissioned two complementary studies on biodiversity and carbon in 2007/2008,” says Jan Paul van Soest, former Chair of Bioshape supervisory board.

“Following the Strategic Impact Assessment conducted by Aid Environment, we decided to preserve the native forests which occupied 50 percent of the leased land, while the CO2 cycle analysis conducted by CE Delft estimated that our project would generate a net sequestration which was even beyond the European standards which set a threshold of 35 percent compared to fossil fuels.”

Looking ahead

Five years after its ambitious launch, Bioshape’s plantaion has produced only a scar on the landscape. Jobs promised to villagers have not materialised, and they have seen only a fraction of the promised compensation for the land they were persuaded to give up.

For the moment, they are able to resume farming within the concession, but they have signed away their title to it and remain vulnerable to the project’s resumption.

Despite the long list of doubtful practices in the Bioshape project, a number of new investors from the Netherlands, the UK, the U.S. and Italy have expressed interest in taking over its business.

“Their names cannot be disclosed at this point, because we have not signed an agreement with any of the parties yet,” says Hanneke Lamers, attorney at Boels Zanders, the legal firm which is in charge of Bioshape bankruptcy.


Productie schaliegas in VS verdubbeld

Donderdag 10 maart 2011

Het belang van schaliegas blijft de komende jaren in de Verenigde Staten fors stijgen. In 2035 zal schaliegas
45% van de totale Amerikaanse gasconsumptie voor zijn rekening nemen. Vorig jaar was dat nog maar 14%.

Dat blijkt uit de Annual Energy Outlook 2011 van de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA).
De groei is mogelijk door de grote nieuwe gasreserves die in de Amerikaanse ondergrond gevonden zijn. De EIA heeft in het eind 2010 verschenen jaarbericht de technisch haalbare onbewezen reserves van schaliegas bijna verdubbeld ten opzichte van het jaar ervoor. De import van aardgas door de Verenigde Staten zal door de toegenomen binnenlandse beschikbaarheid de komende decennia afnemen.

Naar verwachting zal de productie van schaliegas de komende 25 jaar verdubbelen. De groei van de binnenlandse aardgasproductie heeft wel gevolgen voor de prijs, die weliswaar zal stijgen maar achterblijft bij de prognose die de EIA vorig jaar nog voor 2035 af gaf. Schaliegas wint wereldwijd de laatste periode sterk aan populariteit.
Nieuwe boortechnieken hebben de ontsluiting van de voorheen onbruikbare reserves mogelijk gemaakt. In de Verenigde Staten steeg de productie in 2008 naar 56 miljard kubieke meter, een stijging met 71% ten opzichte
van het jaar daarvoor.

Boren naar schaliegas
A – Conventioneel aardgas
B – Afsluitende laag/zegel
C – Gasrijk schalie
D – ‘Tight gas’ opgesloten in hard gesteente
E – Olie
F – Geassocieerd aardgas
G – Menthaan in steenkool

In Europa staat de ontwikkeling van schaliegasvoorraden nog in de kinderschoenen, ondanks het feit dat er inmiddels grote hoeveelheden gas zijn aangetroffen in de ondergrond. Een deel daarvan zit in Nederland
(bijvoorbeeld Twente), al zitten de grootste aangetoonde schaliegasreserves in Duitsland, Polen, Groot-Brittannië, Zweden en Hongarije. Probleem is wel dat Europa over het geheel genomen veel dichter bevolkt is dan de Verenigde Staten, wat de ontsluiting van de nieuwe gasreserves kan bemoeilijken. Schalie is een andere benaming voor kleisteen, een “platig” gesteente, ontstaan door eeuwenlange samendrukking van klei. Het bevat
net als leisteen – dat uit schalie kan ontstaan – oliën en gas die tussen de platen of in de poriën zitten.
Bron: SHELL Venster met toestemming van SHELL geplaatst


Faillissementsverslagen

Donderdag 10 maart 2011

In de loop van de afgelopen jaren zijn op verschillende pagina’s op de website faillissementsverslagen gepubliceerd.
Om het geheel wat overzichtelijker te maken heeft de redactie van Fibronot.nl een nieuwe pagina aan de website toegevoegd: Faillissementsverslagen.
Op deze pagina zullen alle faillissementsverslagen van de bedrijven geplaatst worden waar we de afgelopen jaren op Fibronot.nl aandacht aan hebben besteed.

De pagina is bereikbaar in bovenstaand menu Algemeen onder Faillissementsverslagen of rechtstreeks:

http://www.fibronot.nl/faillissementsverslagen.php


Duitse vooroordelen over biobenzine E10

Donderdag 10 maart 2011

In een alles of niets poging probeert het Duitse ministerie van Milieu het tij te keren door op vooroordelen tegen de biobenzine E10 te reageren.
In een 7 punten tellend persbericht probeert het ministerie de Duitse automobilist weer naar de E10 pomp te laten lopen. E10 dreigt in Duitsland te floppen door terughoudendheid bij de consument.

De Duitse automobilist reageert zoals verwacht, het persbericht van het ministerie is een reden te meer om E10 volledig te mijden.
Het Duitse milieuministerie geft toe dat in ongeveer 10% van de gevallen schade aan de motor op kan treden. Daarbij gaat het om meer dan 3 miljoen auto’s.
Het ministerie vergeet echter dat zolang het om dat aantal gaat de Duitse automobilist z’n buik vol heeft van allerlei argumenten die gebruikt worden om hem weer naar E10 te laten grijpen.
De redactie van Fibronot.nl heeft met eigen ogen geconstateerd en onderzocht dat pomphouders in Emmerich de laatste weken geen druppel E10 meer hebben verkocht en dat ze dat voorlopig ook niet meer zullen doen. Verschillende pomphouders hebben al dreigementen gehad vanwege beschadigde motoren en één pomphouder is zelfs al aansprakelijk gesteld voor geleden motorschade aan een vrij nieuwe Alfa.

Inmiddels is de productie van biobrandstoffen bij enkele grote Duitse biobrandstof fabrieken stil komen te liggen omdat men de olie niet meer kwijt kan.
Er dreigt nu een ramp voor deze met miljarden subsidie overeind gehouden industrie.

Maar niet alleen in Duitsland weigert de automobilist E10 te tanken.
Uit Frankrijk, vooral uit de grensstreek met Duitsland komen signalen dat Franse automobilisten geen E10 meer tanken, zelfs niet als hun auto daar geschikt voor zou zijn.
Het feit dat de auto minder zuinig rijdt en de prijs hoger ligt is voor hen een reden geen E10 meer te tanken.

Zo zien we in de EU een tegenbeweging onstaan tegen het brandstofbeleid dat vanuit Brussel gedicteerd wordt.

Hieronder het persbericht van het Duitse ministerie van Milieu. Het bericht wordt in de oorspronkelijke taal weergegeven om mogelijke vertaalfouten te voorkomen.

7 Vorurteile über Bio-Sprit E10

Am 08.03.2011 veröffentlichte die Bild Zeitung sieben Vorurteile gegen gegen den Bio-Sprit E10. Nachstehend die Fakten:

Vorurteil 1: “Schadet vielen Motoren!”

Das gilt nur für eine kleine Minderheit der Fahrzeuge. Für mehr als 90 % der in Deutschland zugelassenen Pkw ist E10 nach Aussagen der Automobilhersteller ohne jede Einschränkungen verträglich.

Welche Autos E10 vertragen, lässt sich über eine Liste feststellen, die an den Tankstellen ausliegt und über das Internet erhältlich ist ( www.bmu.de/e10). Die Liste enthält auch Servicenummern, über die man die Hersteller telefonisch direkt kontaktieren kann. Auch die Werkstätten halten entsprechende Informationen vor. All diesen Motoren schadet E10 ausdrücklich NICHT.

Vorurteil 2: “Erhöht Verbrauch!”

Aber nur minimal: Alkohol liefert etwas weniger Energie als Benzin, in der Beimischung beträgt der Unterschied im Energiegehalt zwischen E10 und E5 aber weniger als 2 Prozent. Das Fahrverhalten, oder etwa ein geöffnetes Seitenfenster haben einen weitaus größeren Einfluss auf den Kraftstoffverbrauch als die Verwendung von E10 oder E5. Selbst bei einem – bei ansonsten gleicher Fahrweise – Mehrverbrauch von knapp 2% lohnt sich das Tanken von E10, da Super-E10-Kraftstoff 5 bis 8 Cent billiger als Super-E5 und Super Plus E5 ist.

Vorurteil 3: “Lässt Preise steigen!”

Andere Faktoren sind wichtiger: Die Preise für Getreide und andere landwirtschaftliche Erzeugnisse bilden sich durch Wechselwirkungen einer Reihe von unterschiedlichen Faktoren. Auf kurze Sicht spielen insbesondere wetterbedingte Produktionsausfälle in wichtigen Erzeugerländern, steigende Rohölpreise und abnehmende Lagerbestände zu Preisschwankungen eine Rolle. Auf lange Sicht wirken sich insbesondere geänderte Ernährungsgewohnheiten aus: Mit steigendem Wohlstand in Schwellenländern bevorzugen mehr Menschen eiweißreiche tierische Lebensmittel, die mit dem Einsatz eines Vielfachen an Getreide erzeugt werden. Ebenso wirkt sich die wachsende Weltbevölkerung und die damit verbundene steigende Nachfrage nach landwirtschaftlicher Produktion für die Ernährung stärker auf die Preise aus. Die Bioenergieerzeugung spielt hier nur eine Nebenrolle: Nach Schätzungen der Welternährungsorganisation FAO erfolgt der Anbau für Biodiesel und Bioethanol auf rund 2 % der Weltackerfläche (Stand 2007). In Deutschland werden ebenfalls etwa 2% der Ackerfläche für Bioethanol verwendet. Dabei muss bedacht werden, dass bei der Biokraftstoffherstellung in erheblichem Maße Nebenprodukte entstehen, die für die Verfütterung oder als Dünger eingesetzt werden.

Vorurteil 4: “Verschlimmert Hungersnöte!”

Andere Faktoren sind auch hier viel bedeutender. Wo Konflikte nicht auszuräumen sind, vertritt die Bundesregierung den Grundsatz, dass die Ernährungssicherung Vorrang vor anderen Nutzungen der Agrarerzeugnisse hat. Das ist ein wichtiges Kriterium zur Beurteilung der Nachhaltigkeit.

Vorurteil 5: “Schadet dem Klima!”

Das stimmt nicht. Denn es wird nur Bioethanol als Beimischung für E10 akzeptiert, der im Vergleich zu herkömmlichen Mineralöl-Kraftstoffen mindestens 35 % weniger Treibhausgase emittiert als fossile Kraftstoffe. Das wird auch kontrolliert. Je nach dem, aus welchen Pflanzen Bioethanol hergestellt wurde, kann diese Treibhausgas-Ersparnis auch noch deutlich höher ausfallen: Bei Ethanol aus Zuckerrüben beträgt sie beispielsweise 61%! Und die Berechnung umfasst auch Nebenwirkungen: Zum Beispiel fließt das beim Einsatz von Kunstdünger entstehende Lachgas, ein wirksames Treibhausgas, in die Berechnung ein.

Vorurteil 6: “Zerstört Regenwald!”

Das stimmt nicht. Bioethanol für E10 wird zu 90% aus Getreide und Zuckerrüben hergestellt, die in Deutschland und der EU angebaut und auch verarbeitet werden. Weitere 10% werden aus Zuckerrohr hergestellt, der auf Plantagen außerhalb des Regenwaldes angebaut wird.

Vorurteil 7: “Verteuert Sprit!”

Nicht zwingend und auf längere Sicht schon gar nicht. Super-E10 ist billiger als jetziges Super-E5 und Super-Plus-E5. Super-E10 wird nach Angaben der Mineralölindustrie etwa zum selben Preis wie das frühere Super angeboten. Jeder, dessen Auto E10 verträgt – und das sind mehr als 90 % der Pkw -, kann im Interesse der Umwelt und des eigenen Geldbeutels das neue Benzin tanken. Auf längere Sicht ist damit zu rechnen, dass die Kraftstoffpreise aufgrund des immer knapper und teurer werdenden Erdöls steigen. Die Beimischung von Bioethanol kann dazu beitragen, diesen Preisanstieg zu dämpfen. Denn 10 Prozent Bioethanol machen uns auch 10 Prozent unabhängiger von Erdöl.


Delta beticht van faillissementsfraude

Woensdag 9 maart 2011

De directie van het bedrijf Waste4Energy heeft aangifte gedaan van faillissementsfraude tegen het Zeeuwse concern Delta.

Delta was het moederbedrijf van de failliet verklaarde biodieselfabriek BioValue in de Eemshaven. Waste4Energy had deze fabriek graag over willen nemen, maar de curator praat met een andere partij.

Volgens directeur John van Nikkelen van Waste4Energy had BioValue helemaal niet failliet hoeven worden verklaard. Delta zou zich op deze manier hebben onttrokken aan de uitvoering van een sociaal plan. Bovendien zou er met de boeken zijn geknoeid. Volgens Van Nikkelen zijn dit strafbare feiten en restte hem niets anders dan aangifte doen.
BioValue had volgens Van Nikkelen niet failliet hoeven worden verklaard.


Biobenzine E10 flopt in Duitsland

Dinsdag 8 maart 2011

Slechts enkele weken na invoering van de biobrandstof E10 overweegt Duitsland zijn beleid voor milieuvriendelijke benzine grondig te herzien. Vandaag moet een ‘benzinetop’ van regering, autofabrikanten en oliemaatschappijen duidelijk verschaffen over de toekomst van E10, een mix van gewone super met 10% bio-ethanol.

Het zijn vooral de oliemaatschappijen die aandringen op terugdraaiing van de invoering. De voorzitter van hun branchevereniging, de Shell-man Klaus Picard, sloeg vorige week alarm. Het probleem is volgens hem is dat er vrijwel niemand is die E10 koopt.

Voor de pomphouders heeft dat twee gevolgen. Ten eerste dreigt een tekort aan ‘gewone’ superbenzine, omdat E10 een deel van de capaciteit wegneemt. Daarnaast lopen de oliemaatschappijen vermoedelijk tegen een boete aan van honderden miljoenen. Zij zijn namelijk wettelijk verplicht vanaf dit jaar ten minste 6,25% bio-ethanol te verkopen. Op basis van de huidige verkopen is dat volgens Picard onmogelijk.

De discussie werd dit weekend nog extra gevoed door een ingenieur van autoproducent BMW die stelde dat vrijwel alle motoren extra slijten door E10. Maandag nam de directie van BMW dit weer terug, maar toch lijkt inmiddels ook de twijfel binnen de bondsregering te hebben toegeslagen.

Vooral de twee kleinere regeringspartijen FDP en CSU vinden dat er niet zomaar voorbij mag worden gegaan aan de wensen van de consument. ‘Indien nodig moet de hele strategie met betrekking tot biobrandstof op de schop’, stelt partijsecretaris Christian Lindner. De CDU van bondskanselier Angela Merkel is voorlopig nog op de hand van milieuminister Norbert Röttgen, die niets wil weten van een ander beleid.

Duitsland is het tweede EU-land na Frankrijk dat E10 invoert. Zij voldoen hiermee aan een Europese richtlijn die stelt dat voor 2020 alle verkochte benzine voor 10% uit biologische brandstof moet bestaan.

In Nederland is E10 vooralsnog niet of nauwelijks verkrijgbaar. ‘Nederland kiest voor de geleidelijke route’, aldus Gijs Bosman van branchevereniging Bovag. ‘Pomphouders kunnen er voor kiezen om nu al E10 aan te bieden, maar het animo hiervoor is zeer klein. Om het aantrekkelijk te maken zou de overheid accijnskorting moeten geven en dat is nu niet aan de orde.’

Motorslijtage Voor oude auto’s

E10 is iets minder krachtig dan gewone superbenzine. Ook kan de nieuwe benzine schadelijk zijn voor oudere motoren. In Duitsland gaat men ervan uit dat het voor 7% van de auto’s slecht is. Te veel, vinden veel Duitsers.

In Frankrijk lijkt men er minder moeite te hebben. Daar ligt het marktaandeel van E10 op 13%.


Grote Duitse twijfels over biobenzine

Dinsdag 8 maart 2011

Paniek in Duitsland over de nieuwe brandstof E10. Nu veel Duitsers weigeren om het te tanken, probeert de overheid de gemoederen tot bedaren te brengen.

De onzekerheid over de effecten van E10, een mengsel van negentig procent Euro 95 en tien procent bio-ethanol, is groot.

De brandstof moet volgens afspraken met de EU de komende jaren geleidelijk in alle lidstaten ingevoerd worden.

Ongeschikt

In Duitsland wil dat nu maar niet lukken. Naar schatting drie miljoen auto’s in Duitsland zijn niet geschikt voor de nieuwe brandstof, bijvoorbeeld door ouderdom.

Welke modellen dat precies zijn, is bij de meeste benzinerijders onduidelijk.

Rust

Dinsdag verzoekt de Duitse minister van Economische Zaken, Rainer Brüderle, iedereen om zich niet te druk te maken over E10.

In het Duitse dagblad Bild zegt hij het volgende: ”De opwinding komt vooral door slechte voorlichting van de oliemaatschappijen. Daardoor heerst er wantrouwen onder de consumenten. Maar het is nog niet te laat om dat te veranderen.”

Benzinetop

Veel politici wijten de ophef aan de regering, en vinden dat deze de benzinerijders beter had moeten informeren. Dinsdag treffen de regering en de oliemaatschappijen elkaar, tijdens een zogenoemde benzinetop, om de kwestie verder te bespreken.


Duitsers weigeren biobenzine te tanken

Dinsdag 8 maart 2011

In Duitsland zijn grote problemen met de invoering van biobenzine E10. Duitse automobilisten weigeren massaal om de brandstof te tanken. Betrokkenen spreken over een kopersstaking.

De autobezitters zijn in onzekerheid geraakt door berichten dat ongeveer 3 miljoen auto’s in het land de speciale benzine niet verdragen. De benzine bestaat voor 10 procent uit ethanol van granen en suikerriet.

De benzine kan schadelijk zijn voor de motoren van onder meer bepaalde Audi A2′s, Ford Mondeo’s, Opel Vectra’s en oude Volkswagen Lupo’s. Voor de zekerheid mijden ook bezitters van andere automodellen de pompen met E10-benzine. De E10 is bovendien niet goedkoper dan de gebruikelijke superbenzine. Auto’s hebben er per kilometer zelfs 2 procent meer van nodig dan wie super tankt.

Om de problemen aan te pakken, houdt de Duitse regering dinsdag een ‘benzinetop’ met de oliebedrijven. Bij de topontmoeting komen onder anderen de ministers van Verkeer, Consumentenbeleid en Economische Zaken.

Politici van het liberale FDP verwijten milieuminister Norbert Röttgen slechte uitleg aan de automobilisten. Maar hij geeft de schuld aan de oliebedrijven, die onwillig zouden zijn.

De biobenzine E10 is tot dusver ingevoerd in zevenduizend van de vijftienduizend tankstations in Duitsland. De uitbreiding naar andere pompstations is gestopt, omdat de raffinaderijen kampen met volle opslagtanks met E10.

De Duitse regering had tot de biologische brandstof besloten om het klimaat te beschermen en Duitsland minder afhankelijk te maken van olie. Andere EU-landen mengen ook olie van gewassen in de benzine en diesel. Maar dat is veelal minder dan 10 procent.

Reactie van Fibronot.nl:

Zolang er geen gedegen onafhankelijk onderzoek komt naar de schadelijke bijwerkingen van het gebruik van biobrandstoffen in auto’s en motoren zullen we dit soort berichten blijven zien. Het gevolg zal zijn dat biobrandstof niet meer geaccepteerd wordt, hoe groot de druk uit Brussel ook is.
Nu staat deze biobrandstof en biomassa sector er in veel gevallen om bekend dat er niet altijd voor 100% eerlijk zaken wordt gedaan.
Menig handelaar ziet deze biobrandstof als een uitgelezen middel om van z’n kwalijke en vaak giftige stoffen af te komen.

De houding van de Duitse milieuminister is slap. In plaats van juist stelling te nemen tegen de slechte kwaliteit biobrandstof die bijgemengd wordt geeft hij de oliemaatschappijen de schuld door ze van onwilligheid  te beschuldigen.
Dat is natuurlijk de wereld op z’n kop zetten.
De oliemaatschappijen doen hun uiterste best om via uitgekiende raffinage technieken de beste kwaliteit brandstof voor de huidige generatie gevoelige motoren te maken en dan komt de minister vertellen dat ze onwillig zijn.

Langzamerhand ontwaakt de Duitse automobilist. Ze hebben al veel te lang de mooie praatjes over biobrandstoffen moeten slikken. In plaats van goedkopere brandstof die hen beloofd is, betalen ze juist meer en ook op de beloofde zuinigheid valt af te dingen. Gemiddeld genomen rijden auto’s op biobrandstof twee procent minder zuinig dan wanneer op niet bijgemengde benzine wordt gereden.
Nu er aantoonbaar ernstige schade optreedt vanwege het gebruik van biobrandstoffen, rubber slangen lossen op en rubber pakkingen slijten overmatig waardoor inwendig lekkage ontstaat, geven de automobilisten een passende reactie. Die reactie kon wel eens het einde van het huidige Duitse biobrandstof  beleid inluiden, want het vertrouwen in Duitsland is volledig verdwenen. Er is namelijk niemand die garandeert dat nieuwe auto’s voor 100% geen last hebben van de bijgemengde biobrandstof.

Voor de productie van deze biobrandstof worden granen en suikerriet gebruikt. Dit zijn voedingsgewassen waarvan de prijzen het afgelopen jaar schrikbarend zijn gestegen vanwege schaarste.
Je vraagt je af wie dit verzint om voedingsgewassen om te zetten in brandstof. Het is het zoveelste voorbeeld dat de arme bevolking van landen in Afrika, Azië en Zuid Amerika de dupe is van het Europese biobrandstof beleid.
Elke politicus die dit beleid ondersteund, of hij nu in Berlijn, Brussel of Den Haag zit, moet zich diep schamen.


Uitvinding: ondergrondse windmolen

Maandag 7 maart 2011

Puttenaar Jack Hage wacht met spanning op het haalbaarheidsonderzoek dat wordt uitgevoerd naar zijn uitvinding: een windmolen die voor het grootste deel ondergrond is geplaatst.

Want deze toepassing kan echt, benadrukt Hage. Een door de wind aangedreven turboventilator zorgt voor luchtcirculatie in een ondergrondse ruimte. Daar zet je dan een rotor met dynamo neer die elektriciteit opwerkt. Hage zegt dat zijn vinding zowel thuis als op grote schaal door bedrijven en bijvoorbeeld de scheepvaart te gebruiken is. Ingenieursbureau Trinergy en het Veluws Centrum voor Technologie (VCT) in Nunspeet voeren nu een haalbaarheidsonderzoek uit. Een positieve beoordeling kan de weg vrij maken voor toepassing van zijn uitvinding. Hij kan bijna niet wachten op de uitslag van het onderzoek.
Bron: destentor

Op Youtube is een mooie animatie van dit systeem te zien.

Lees hier een wat uitgebreider stukje


Shell trekt stekker uit algen biodiesel project

Zaterdag 5 maart 2011

Biodiesel uit algen. Het leek zo’n mooi project van Shell, maar het bedrijf heeft de stekker eruit getroken omdat er niet voldoende commerciële levensvatbaarheid is.

Zelfs het Amerikaanse ministerie van Energie zag het project tussen Shell en HR Biopetroleum aanvankelijk als veelbelovend en stak er $ 9 miljoen in. HR Biopetroleum en Shell Oil zouden specifiek kijken naar de vooruitzichten van deze alternatieve energiebron.
Het lijkt er echter op dat de vooruitzichten voor Shell Oil niet langer aantrekkelijk waren. Het bedrijf heeft aangekondigd dat het niet langer het algen biodiesel project wil voortzetten omdat Shell vindt dat er niet voldoende commerciële levensvatbaarheid is.
Partner HR Biopetroleum heeft gezegd dat het niet langer op eigen gelegenheid met het project verder kan gaan.
Shell op zijn beurt zegt dat het andere biobrandstof initiatieven met andere bedrijven gaat onderzoeken.


‘Neem geen risico met goedkope benzine E10′

Zaterdag 5 maart 2011

“Neem geen risico met E10-benzine.”
Dat advies geeft de ANWB aan Nederlanders die in Duitsland de tank van de auto volgooien. Terwijl in Nederland prijsrecords worden gebroken, is bij steeds meer Duitse tankstations de nieuwe brandstof E10 te krijgen, tegen een extra lage prijs.

De Duitse overheid stimuleert deze milieuvriendelijkere brandstof met een accijnskorting van zo’n vijf cent. Bovenop de al zo’n 14 cent lagere Duitse benzineprijs vergeleken met Nederland.

E10 bevat tien procent bio-ethanol (alcohol). Beter voor het milieu, maar niet goed voor sommige auto’s.

Alleen veel nieuwere wagens kunnen E10 verdragen. Bij oudere auto’s en sommige nieuwe modellen lost E10 kunststof slangen en afdichtringen op, waardoor heel de motor in de soep kan draaien.

Check dus eerst of uw auto er tegen kan, zegt de ANWB. Dat kan op de website www.jebentalsnelduurzaamopweg.nl/E10


De biomassa ballon wordt doorgeprikt en loopt langzaam leeg

Vrijdag 4 maart 2011

Uit de twee onderstaande artikelen blijkt dat de argwaan tegen
biomassa toeneemt.
Het promoten van biomassa door Brussel en Den Haag begint nog net niet de vorm aan te nemen als het bedrog door leden van het Klimaat Panel van de Verenigde Naties, het IPCC, maar de boodschap is duidelijk: er stevent een enorm tekort aan biomassa op ons af en de toepassingen zijn op z’n zachtst gezegd, twijfelachtig.

De redactie van Fibronot.nl heeft het herhaaldelijk geschreven: als we ons door massa’s niet-deskundigen uit onder andere Brussel en Den Haag wijs laten maken dat het energieprobleem alleen door het gebruik van biomassa kan worden opgelost, het einde van de wereld nadert.
Het gevolg was een voorschrift uit Brussel dat in 2020 10% biobrandstoffen in de reguliere benzine en diesel moet worden bijgemengd.
Afgezien van het feit dat Brussel stelselmatig rapporten over het massaal gebruik van biomassa negeert, is de 10% regel volstrekt uit de lucht gegrepen.
Het resultaat laat zich raden: er komt een gigantisch tekort aan biomassa op ons af met als gevolg grote prijsstijgingen waar de burgers voor moeten betalen. De redactie van Fibronot.nl heeft dit twee jaar geleden al op deze website geschreven.

Het resultaat van dit beleid dat ons door Brussel wordt voorgeschreven is dat er in de afgelopen twee jaar in de EU duizenden biomassa installaties voor verbranding en vergisting zijn gebouwd die zo verschrikkelijk veel biomassa nodig hebben, dat je kunt wachten op grote prijsstijgingen voor biomassa en een naderend tekort van biomassa. De vraag is allang niet meer of ze zich zullen voordoen, maar wanneer het begint. De eerste tekenen van een tekort zijn nu aangetoond in een proefschrift van een wetenschappelijk onderzoekster van de TU Eindhoven, waardoor het Brusselse 10% plan volledig onderuit wordt gehaald.
Zij heeft aangetoond dat de doelstelling van Brussel niet haalbaar is omdat er gewoon te weinig biomassa voorhanden is.
Ze verdedigde haar proefschrift tegenover prof. dr. Hubert Veringa, hoogleraar Biomassa Conversie aan de TUE.

De redactie van Fibronot.nl is dan ook huiverig voor de meer dan honderd miljoen Euro kostende plannen van BioMCN in Groningen om uit een hoeveelheid van meer dan anderhalf miljoen ton afval- en sloophout ruim 500 miljoen liter biobrandstof te maken voor bijmenging bij benzine en diesel.
Na verloop van enige tijd zal blijken dat er niet genoeg afval- en sloophout meer zal zijn. En wat dan? De meer dan honderd miljoen Euro aan subsidie, belastinggeld van Europese burgers is in ieder geval verdwenen.

De redactie van Fibronot.nl voorspelt dan ook dat er de komende jaren opmerkelijk veel faillissementen in deze sector gaan vallen.
De grondstoffen worden aanzienlijk duurder en schaarste zal ontstaan waardoor de bedrijfsvoering spaak gaat lopen.

Als we de lijst van recente faillissementen bekijken dan blijkt nog iets, namelijk de  kennis die aanwezig, of beter nog, afwezig is bij het management van veel bedrijven. Hun procedé is meestal nog unieker dan dat van de concurrent.
Ineens weten ze alles over jatropha, maar gemakshalve wordt voorbijgegaan aan de giftie dampen die resteren bij het verbranden van jatropha olie.
Je mag verwachten dat er bij het management kennis aanwezig is omtrent de toepassingen van biomassa.
Helaas blijkt maar al te vaak dat mensen helemaal niet afkomstig zijn uit de biomassa sector, maar in plaats daarvan hun wortels hebben liggen in de zand- en grindhandel, de veevoederindustrie, de geneesmiddelen industrie, voedingssupplementen, aannemers, personeelsfunctionarissen, etc.
Het is dan ook geen wonder dat juist deze bedrijven als eerste failliet gaan, de kennis ontbreekt en die vul je niet even aan door een biotechnoloog, scheikundige of chemicus in dienst te nemen. Vaak zie je ook dat ruzie met een aandeelhouder over het te voeren beleid de oorzaak van een faillissement is, de aandeelhouder vertrekt namelijk.
Het aantal agrariërs dat bij hun vergistingsinstallatie staat te tobben met de hoeveelheid toegevoerde biomassa en de juiste temperatuur om de zaak te vergisten, is nauwelijks te tellen. En wat levert het op? In veel gevallen wordt geen winst gemaakt en vormt de hoge kostprijs van de aangeleverde biomassa een struikelblok voor een rendabele bedrijfsvoering.

Het lijkt er dus op dat de tot voor kort volle potten met subsidiegelden uit Brussel en Den Haag als lokaas hebben gediend. Dit is in ieder geval de trend die zichtbaar is bij veel faillissementen in de biomassasector gedurende de afgelopen drie jaar.
De redactie van Fibronot.nl verwacht dan ook dat we de komende drie tot vijf jaar opvallend veel faillissementen zullen zien die met biomassa te maken hebben.

En wat doen de niet door enige biomassa kennis behepte dames en heren politici in Den Haag? Niets, ze lopen ja-knikkend achter de meute waarzeggers uit Brussel aan.


EU-doelstelling voor biobrandstof blijkt niet haalbaar

Vrijdag 4 maart 2011

De EU wil dat in 2020 tien procent van de autobrandstof bestaat uit biobrandstof; brandstof gemaakt uit plantenresten. Maar er zijn daarvoor niet genoeg plantenresten, blijkt uit een onderzoek.

Uit het werk van TU/e-onderzoeker Anna Sues blijkt echter dat in Europa niet genoeg plantenresten zijn om dit doel te halen. Sues promoveerde deze week.
Zelfs wanneer alle beschikbare plantenresten in Europa op de meest efficinte manier worden gebruikt in de transportsector, komen we niet verder dan 9,5 procent, stelt Sues in haar proefschrift. Maar ook die 9,5 procent zal in de praktijk verre van haalbaar zijn. ‘Het lukt nooit om werkelijk alle residuen verzamelen’, legt Sues uit. ‘Bijkomend probleem is dat het overgrote deel van de Europese bossen privbezit is, wat betekent dat met talloze partijen contracten moeten worden onderhandeld. De ambitie van de Europese Commissie is onrealistisch’, concludeert de promovenda van de faculteit Scheikundige Technologie.

Sues onderzocht hoeveel biomassa er op een duurzame wijze uit de Europese natuur is te halen. Dat betekent zonder bossen te kappen en zonder nieuwe aanplant, maar door bladeren en takken te verzamelen, zoals voorgeschreven in de EU-plannen. Ze verzamelde hiervoor statistische gegevens van alle EU-landen.

De oplossing zit wat haar betreft niet in het importeren van biomassa, bijvoorbeeld uit Zuid-Amerika. Door het vervoer van de relatief zware biomassa komt extra CO2 vrij en stijgt de prijs te veel. Ook het vergroten van de hoeveelheid biomassa, door nieuwe aanplant van zogeheten energy crops is geen voor de hand liggende keuze. Energy crops, planten die louter worden aangeplant om ze om te zetten in energie, zijn omstreden in deze tijd van stijgende voedselprijzen en voedseltekorten.

Liever elektrische auto’s
Ook keek de promovenda of het efficinter is om een biobrandstof te maken voor gebruik in autos met een verbrandingsmotor of dat het beter is om van de biomassa elektriciteit te maken en het gebruik van elektrische autos te stimuleren. Ze beoordeelde op drie criteria: efficintie van energieomzetting, winstgevendheid en de gevolgen voor het milieu. Ze simuleerde productiefabrieken op de computer en met de massa- en energiebalansen berekende ze genoemde indicatoren.

De beste optie bleek het omzetten van biomassa naar elektriciteit en dat gebruiken voor elektrische autos. Het is op de eerste plaats efficint om biomassa om te zetten in elektriciteit. Elektriciteit kan verder met kleinere installaties worden opgewekt, waardoor er minder transport nodig is. En elektriciteit is een schone en efficinte energiebron voor de auto.

Verder bekeek Sues welk type biobrandstof zich het best leent om de EU-doelen te verwezenlijken. Ze vergeleek synthetic natural gas (SNG), methanol, Fischer-Tropsch brandstoffen, waterstof en bio-elektriciteit. SNG komt als beste uit de bus, en kan direct in het aardgasnet gebruikt worden. Helaas is de maximaal haalbare productie slechts vier procent van het aardgasverbruik. Methanol en waterstof bleken geen optie: ze zijn duur en geven meer verontreiniging.

 Een nieuw belastingsysteem
Anna Sues introduceert in haar proefschrift ook een nieuw belastingssysteem dat de verdere introductie van biobrandstoffen kan helpen. Haar uitgangspunten zijn dat de verbruiker aan de pomp geen verschil moet voelen in de portemonnee bij de keuze tussen biobrandstoffen en fossiele brandstoffen, en dat de overheidsinkomsten gelijk blijven. Zolang de productie van biobrandstof duurder is dan die van fossiele brandstoffen, subsidieert de afnemer van fossiele brandstoffen de biofuels. Uit de berekeningen van Sues blijkt dat deze subsidie altijd binnen de perken blijft: de prijs van brandstof aan de pomp loopt hooguit een paar centen per liter op. Door introductie van dit systeem zou elke gebruiker bijdragen aan de reductie van CO2-emissie.

Sues verdedigde op dinsdag 1 maart haar proefschrift Are European Bioenergy Targets Achievable?. Haar eerste begeleider is prof. dr. Hubert Veringa, hoogleraar Biomassa Conversie.


‘Verspil geen biomassa in oude steenkoolcentrales’

Vrijdag 4 maart 2011

De bijstook van biomassa in oude steenkoolcentrales is verspilling’, vindt Argus, de milieupoot van een Belgische financiële instelling. De bijstook is ‘nodeloos inefficiënt’. Dit meldt VILT, het Vlaams Informatiepunt Land- en Tuinbouw.

Zo’n 6,7 procent van alle Europese energie is momenteel afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Twee derde van die energie wordt opgewekt uit biomassa. ‘Biomassa is daarmee met stip de belangrijkste hernieuwbare energiebron, voor zonne- en windenergie en waterkracht’, weet freelancejournalist Jan Bosteels. Ook in België maakt biomassa het grootste deel van de hernieuwbare energie uit , wat ‘vooral te danken is aan Electrabel’.

Bij het winnen van energie uit biomassa komen door verbranding CO2 en schadelijke stoffen vrij. De CO2 die vrijkomt werd tijdens de groeifase van de planten gecapteerd zodat het in principe een nuloperatie is. Bosteels merkt wel op dat er vanuit gezondheidsoogpunt schadelijke effecten te verwachten zijn door het vrijkomen van stoffen als zwaveloxiden, koolstofmonoxide, stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen. ‘Ook de fijne stofdeeltjes die bij de verbranding vrijkomen, kunnen schadelijk zijn’, aldus Bosteels.

Reden te meer volgens ARGUS kenniscentrum om niet nodeloos inefficiënt om te springen met biomassa. ‘Dat is nochtans wat Electrabel doet door zijn zwaar vervuilende, inefficiënte en vaak meer dan 35 jaar oude steenkoolcentrales te “vergroenen” met het bijvoegen van biomassa’, meldt ARGUS. Electrabel verbrandt sinds 2005 meer dan twee miljoen ton biomassa per jaar in zijn centrales in België, Nederland en Polen.

Ongeveer twee derde van de bijgestookte biomassa zou bestaan uit houtpellets, samengeperst zagemeel afkomstig uit 30 landen. Deze ‘vergroening’ wordt volgens het milieupunt sterk bekritiseerd door de milieubeweging én door de milieuadviesraad van de Vlaamse regering. ARGUS citeert de MINA-raad die in 2009 schreef: ‘De bijstook van biomassa is een suboptimaal gebruik van schaarse biomassa. Deze biomassa zou meer energie opwekken en meer CO2 besparen als ze zou worden ingezet in nieuwe 100 % biomassa-energiecentrales. De steenkoolcentrales waarin biomassa wordt bijgestookt, blijven bovendien veel meer NOx, stof en SO2 uitstoten dan milieuvriendelijker alternatieven zoals aardgascentrales.’

Bosteels besluit daaruit dat de bijstook van biomassa in oude steenkoolcentrales in feite een schandalige verspilling van biomassa vormt. ‘Deze centrales zetten maar 34 tot 40 procent van de primaire energie in elektriciteit om. De rest gaat verloren in de vorm van warmte, voornamelijk via koeltorens en schoorstenen’, verklaart hij. Hij noemt het extra cynisch dat de groene certificaten die Electrabel op deze manier verdient, de investeringen ondermijnen in efficiëntere oplossingen met hoger rendement, zoals warmtekrachtkoppeling (wkk). Hij voegt er wel aan toe dat Vlaams minister Crevits de steun voor bijstook van biomassa in steenkoolcentrales inmiddels gehalveerd heeft.

Om aan te tonen dat biomassa verbranden wél efficiënt kan, grijpt Bosteels terug naar het voorbeeld van de wkk’s. ‘De gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte kan het rendement doen oplopen tot 80 procent of meer’, illustreert Bosteels. Ook aan de vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen wordt ondertussen hard gewerkt. Een internationale norm voor duurzame bio-energie zou nog enkele jaren op zich laten wachten. Wanneer het werk van de projectcommissie afgerond is, zal de ISO-norm duurzaamheidscriteria vastleggen, onafhankelijk van gewas, regio en toepassing. ‘In afwachting krijgt hopelijk het gezond verstand de bovenhand, ook in ons land’, lost Bosteels een schot voor de boeg.

‘Biomassa kan pas echt een duurzame brandstof genoemd worden als het niet concurreert met voedselproductie’, besluit het kenniscentrum van ARGUS . ‘Bovendien moeten vanuit het levenscyclusdenken hergebruik en recyclage van biomassa voorrang krijgen op verbranding of vergisting. Die laatste moeten voorbehouden blijven voor organische reststromen.’ ARGUS hoopt dat er voorts rekening wordt gehouden met de (milieu)kosten van het oogsten, transporteren, opslaan en verwerken van de biomassa en dat de energie-uitkomst van deze processen een positieve balans laat zien. ’Wat betreft de verbranding van biomassa, is het daarom aangewezen om te kiezen voor super-efficiënte 100% biomassacentrales met wkk’, luidt het advies.


Eneco-windpark baart Engelse pleziervaarders zorgen

Donderdag 3 maart 2011

Eneco heeft weerstand te duchten van de Britse watersportorganisatie Royal Yachting Association (RYA) bij de realisatie van een groot windpark onder de Britse kust.

Eneco heeft laten weten waar het precies denkt een minstens 900 MW groot offshore windpark neer te zetten, en de RYA maakt zich zorgen over deze keuze: Eneco’s voorkeurlocatie ligt volgens de club midden in een voor Britse recreatievaart populair gebied.

Eneco maakte vorige week bekend waar in het concessiegebied voor de Engelse kust het bedrijf in 2016 een offshore windpark wil bouwen. Het gaat om een veld van zo’n 200 vierkante kilometer, westelijk van het Isle of Wight en zuidelijk van havenstad Bournemouth, waar Eneco een nog onbekend aantal turbines van nog onbekend vermogen wil neerzetten. Eneco heeft permissie om in een gebied van 724 vierkante kilometer tussen de 900 en 1.200 MW aan windenergie op te trekken.

De Britse botenbelangenorganisatie RYA komt op voor de belangen van de Britse recreatievaart, zowel voor gemotoriseerde boten als zeiljachten en windsurfers. De organisatie, waar zo’n 130 mensen werken en die naar eigen zeggen een kleine half miljoen watersporters vertegenwoordigt, stelt onder andere de Britse wedstrijdregels vast en begeleidt bijvoorbeeld Olympische sporters. In Groot-Brittannië is zeilen onder groter publiek populair dan in Nederland.

De club heeft dan ook een jaar lang met smart zitten wachten op de mededeling van Eneco in welk deel van het concessiegebied het Nederlandse energiebedrijf aan de slag wilde gaan. Het gekozen deel is van groot belang voor de recreatievaart, maar ook voor de commerciële scheepvaart, stelt RYA. Recreatieschippers lopen weliswaar geen echt gevaar als ze tussen turbines door moeten zeilen, erkent de RYA, maar heeft toch moeite met Eneco’s keuze vanuit navigatieperspectief: het wordt een stuk lastiger pleziervaren als je continu tussen allerlei turbinemasten door moet laveren. De RYA zegt daarom nog eens met Eneco om tafel te willen.

Voor allerlei belanghebbenden heeft Eneco inmiddels acht publieke informatieavonden in Engeland georganiseerd. Om het Britse publiek op een luchtige manier bij de plannenmakerij te betrekken, is gevraagd om een naam te verzinnen voor het nog in te vullen park. Uit de bijna honderd suggesties die inmiddels bij Eneco zijn binnengekomen, is een shortlist van tien namen opgesteld. De Britten mogen tot 22 maart hun stem uitbrengen op hun voorkeur, en Eneco maakt dan 31 maart de uiteindelijke naam bekend. Voor degene die de winnende naam heeft voorgesteld, ligt een citytrip klaar: naar Rotterdam, “thuis van Eneco”.


Geen windmolens in Nationaal Park de Weerribben

Donderdag 3 maart 2011

Nationaal Park de Weerribben krijgt definitief geen tien windmolens. De gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland heeft dit plan van het college naar de prullenbak verwezen.
Een grote meerderheid vindt de molens niet wenselijk vanwege het landschap en de aanwezigheid van de purperreiger, een internationaal beschermde vogelsoort. Er was geen draagvlak, aldus een gemeentewoordvoerder woensdag.

Over de windmolens, die inclusief wiek tussen de 130 en 160 meter hoog zouden moeten worden, wordt al jarenlang gesteggeld. De windmolens liggen in de samenleving zeer gevoelig. Toch wilde het college de plaatsing ervan doordrukken. Maar daarin ging de raad dus niet mee.

Kortom, een raad met ballen die zich niet door het college het moeras in laat sturen. Daar kan de gemeenteraad van Apeldoorn een voorbeeld aan nemen.


Consortium wil honderden miljoenen steken in bioraffinaderij

Donderdag 3 maart 2011

Op het Chemiepark in Delfzijl moet de grootste en de meest duurzame bioraffinaderij te wereld komen. Dat wil een consortium aan bedrijven en organisaties, bestaande uit BioMCN, N.V. NOM, Linde Benelux, Siemens Nederland en Visser & Smit. Het consortium hoopt enkele honderden miljoenen euro’s subsidie van de Europese Commissie te krijgen. Energy Valley, de provincie Groningen, Groningen Seaports en de Gasunie steunen het plan.

De raffinaderij moet per jaar anderhalf miljoen ton afvalhout verwerken tot 500 miljoen liter biomethanol. Die biomethanol kan worden gebruikt als bijmengsel voor benzine.

In het Dagblad van het Noorden zegt Rob Voncken, directeur van BioMCN en aanjager van het plan, dat biomethanol de toekomst heeft. Temeer omdat het vanaf 2020 in Europa verplicht is dat tien procent van autobrandstof duurzaam is en de brandstof dus aangelengd moet worden met biomethanol. Er zou ook meer vraag naar biomethanol kunnen komen door de stijgende prijs van aardolie. Biomethanol kan ook worden toegepast in onder andere coatings, lijm en verf.

Op 7 mei wordt bekend of minister Maxime Verhagen het plan voordraagt aan de Europese Commissie. Dan wordt ook duidelijk of het kans maakt op de miljoenensubsidie uit Brussel.

Redactie Fibronot.nl: Het consortium bezit zelf kennelijk geen kapitaal en laat de Europese belastingbetalers er voor opdraaien.
Ook is het opmerkelijk dat met alle gemak van de wereld voorbij wordt gegaan aan een behoorlijk probleem: de gezondheidsaspecten van dit soort brandstoffen. Lees hier


‘Duurzame-energiedoelstellingen onhaalbaar’

Woensdag 2 maart 2011

Een bliksemonderzoek onder duurzame-energiebedrijven maakt duidelijk dat zij menen dat de Nederlandse duurzame-energiedoelstellingen onhaalbaar zijn bij het huidige kabinetsbeleid.

De Duurzame Energie Koepel heeft in een online bliksemonderzoek onder haar achterban helaas moeten vaststellen dat 90% van de respondenten in de duurzame energiesector er geen vertrouwen in heeft dat de Europese taakstelling voor Nederland om in 2020 14% hernieuwbare energie op te wekken wordt gehaald. Aanvullend beleid en aanvullende maatregelen zijn urgent.

De respondenten uit de duurzame energiesector, waarin bedrijven werkzaam zijn op het gebied van windenergie, zonne-energie, bio-energie, energie uit water, warmtepompen en ondergrondse energieopslag behaalden tezamen met hun duurzame energieactiviteiten in 2010 een omzet van circa 2,5 miljard Euro, uitgevoerd met circa 15.000 fte. Dit toont de contouren van de aanzienlijke nieuwe economische sector die de komende jaren alleen maar zal groeien indien Nederland zich sterk maakt om de 2020 doelstellingen te behalen. De sector is bijna unaniem in de uitspraak dat de grote investeringsonzekerheid voor duurzame energieprojecten een belangrijke oorzaak is in het achterblijven van de groei.

70% van de bedrijven realiseert circa 25% van de omzet in het buitenland, terwijl 15% van de respondenten 75% van de omzet in het buitenland realiseert. Dit illustreert het belang van export voor de duurzame energie sector.

Veel bedrijven geven aan door het wel aankondigen maar nog niet uitvoeren van de SDE+ regeling een gat in hun omzet te zien. Vooral technologieën met een relatief kortere doorlooptijd zijn de dupe van dit beleid en zien hun verkoop soms zelfs helemaal stilvallen. Het stop & go beleid op duurzame energiebeleid gaat onder dit Kabinet versterkt verder.

Van de voorgenomen Green Deal is nog onvoldoende bekend welke kaders, criteria en middelen zullen worden ingezet. Ten aanzien van het innovatiebeleid via de topgebieden Energie en Water is eveneens onzekerheid en bestaat er sterke ongerustheid over de rol die het innovatieve midden- en kleinbedrijf krijgt toebedeeld in het nieuwe beleid. Met de huidige maatregelen valt de ontwikkeling van de innovatieve en nieuwe technieken vrijwel stil en wordt gevreesd voor vertrek uit Nederland van de kennis en van de investeerders.

Massaal spreken de respondenten uit dat zij onafhankelijk onderzoek nodig vinden naar het (on)gelijke speelveld tussen fossiele energie, kernenergie en duurzame energie om financiële en andere bevoordelingen (b.v. op gebied van vergunningen en garanties) gelijk te trekken. De sector verwacht dat zolang er geen gelijk speelveld is, er ondersteunende maatregelen nodig blijven de komende paar jaar.

De sector ervaart de keuze die deze regering maakt voor kolencentrales en kernenergie als een regelrechte bedreiging voor de transitie in Nederland naar duurzame energie. De burger wordt hiervan de dupe doordat zij op termijn hogere prijzen zullen gaan betalen voor energie en zal worden overgeleverd aan de grilligheid van de internationale energiemarkt.

De Duurzame Energie Koepel, met de daarbinnen samenwerkende brancheorganisaties (circa 400 bedrijven/organisaties en 400 exploitanten), ziet wel degelijk kansen en mogelijkheden voor een beleid dat de groei zal ondersteunen zodat de doelen kunnen worden gehaald, zoals dat ook door onze buurlanden wordt ontwikkeld en zal hierover graag het gesprek aangaan met ministers, ambtenaren, politici en kennisinstituten.

Naschrift van de redactie van Fibronot.nl

Het is duidelijk dat de bedrijven uit deze zwaar gesubsidieerde sector aan de bel trekken en piepen. Er komt minder subsidie binnen om leuke dingen te doen. In deze tijden waarin bezuinigingen centraal staan is het feest met de zilvervloot dat mevrouw Cramer met geld van de burgers organiseerde, voorbij en moet iedereen de tering naar de nering zetten, ook de duurzame energiebedrijven.
De redactie is het niet eens met de opmerking dat bij een keuze voor kolen- en kerncentrales alléén de door die sector opgewekte energie duurder zal worden voor de burgers.
De redactie voorziet op de langere termijn namelijk een groot tekort aan biomassa in Europa waardoor ook de door biomassa opgewekte energie aanzienlijk in prijs zal stijgen.
Bij veel biomassa vergistingsinstallaties in Nederland wordt nu al fraude gepleegd en wordt allerlei rommel meevergist vanwege tekorten aan biomassa en hogere prijzen omdat veel biomassa over de grens duur wordt verkocht.


Biobrandstoffen niet per se ‘gezonder’ dan gewone diesel

Dinsdag 1 maart 2011

Uit een TNO-onderzoek is gebleken dat het vervangen van fossiele brandstoffen door biobrandstoffen niet per se betekent dat dat goed is voor de gezondheid.

Persbericht TNO
Onlangs heeft het tijdschrift ‘Atmospheric Environment’ een studie van TNO gepubliceerd waarin de uitstoot en toxiciteit van motoremissies bij gebruik van diverse fossiele en biobrandstoffen is onderzocht. TNO concludeert dat er voor efficiënte regelgeving omtrent fijn stof niet alleen naar de massa, maar ook naar de biologische reactiviteit van de uitlaatemissies van nieuwe brandstoffen gekeken moet worden. Het ontbreekt op dit moment echter aan uniforme testmethoden.

In onze (stedelijke) leefomgeving worden we blootgesteld aan hoge concentraties verkeersemissies. In het Europese beleid voor biobrandstoffen is gesteld dat in 2020 tien procent van de in het wegvervoer gebruikte conventionele brandstoffen vervangen moet zijn door duurzame brandstoffen. TNO deed een verkennend onderzoek naar de samenstelling en de gezondheidsaspecten van de uitlaatgassen van biobrandstoffen. Belangrijkste vraag: hoeveel ‘gezonder’ zijn deze uitlaatgassen eigenlijk ten opzicht van die van diesel? In het onderzoek is alleen naar (bio)diesel gekeken, niet naar benzines met bijgemengde biobrandstof.

Minder deeltjes niet hetzelfde als minder effecten. In de Power Train Test faciliteit van TNO in Helmond is onder gestandaardiseerde condities een typische vrachtwagenmotor getest. Er zijn drie verschillende brandstoffen getest, alsook de toepassing van een roetfilter. De uitlaatemissies zijn onderzocht op massa en op aantallen deeltjes én chemisch en biologisch gekarakteriseerd ten opzichte van diesel. Het bleek dat vervanging van diesel door biodiesel weliswaar resulteert in een sterke vermindering van meer dan 80 procent van massa en aantallen deeltjes per kubieke meter lucht, maar dat emissiedeeltjes van biodiesel potentieel meer celdood veroorzaken. Celdood is het proces waarbij cellen afsterven, bijvoorbeeld als gevolg van de aanwezigheid van giftige stoffen in die cellen. Bovendien zijn emissiedeeltjes van biodiesel en van puur plantaardige olie meer in staat erfelijke veranderingen (mutaties) te veroorzaken. Welke risico’s dat daadwerkelijk oplevert is uit het verkennende onderzoek nog niet af te leiden.

De bevindingen van TNO worden ondersteund door internationaal onderzoek. Zo constateerden Braziliaanse onderzoekers bij muizen die aan uitlaatemissies van biodiesel blootgesteld waren een verhoogde hartslag en bloeddruk. Ook waren de ontstekingsreacties die in het bloed werden gemeten sterker bij biodiesel dan bij gewone diesel.

Internationaal geharmoniseerde en geaccepteerde testmethodes nodig. Het TNO-onderzoek toont aan dat verlaging van de massa niet altijd een verlaging van het biologisch effect betekent en dat ten behoeve van regelgeving en eventuele filters van fijn stof ook deze biologische effecten in kaart gebracht moeten worden. TNO pleit samen met het RIVM, ondersteund door het ministerie van I&M, voor internationale harmonisatie en acceptatie van testmethodes alsook voor formulering van een richtlijn voor de interpretatie van de resultaten. Dit om uiteindelijk tot betere specificaties van nieuwe brandstoffen en motortechnologieën te komen. Het maatschappelijk belang daarvan is helder: niet alleen willen we blootgesteld worden aan minder emissies maar ook aan minder schadelijke emissies. Ook hier is meten weten.

Voetnoot van de redactie van Fibronot.nl

Het rapport van TNO moet een waarschuwing zijn voor de politici in Brussel en Den Haag, die denken dat het bijmengen van biodiesel een oplossing voor het energieprobleem is.
De schadelijke bijwerkingen zijn niet diepgaand onderzocht.
Om nog maar niet te spreken over jatropha olie die uiterst giftig is.
Deze website meldde al eerder dat nog nergens is onderzocht wat de schadelijke bijwerking voor de mens is als de giftige jatropha olie wordt bijgemengd.


Bezwaren tegen proefboring schaliegas Boxtel

Dinsdag 1 maart 2011

De gemeente Boxtel heeft meerdere bezwaren ontvangen tegen de bouwvergunning die is verleend voor een proefboring naar schaliegas. Aldus meldt Binnenlands Bestuur.

Een gemeentewoordvoerder heeft dat maandag gemeld nadat de beroepstermijn afgelopen vrijdag was gesloten. Het was maandag nog niet volledig duidelijk wie precies officieel bezwaar maakt tegen het plan. Wel staat vast dat de Rabobank beroep heeft ingesteld.

Aardgas
Schaliegas is aardgas dat met een nieuwe methode te winnen is uit leisteenlagen in de ondergrond, op ruim 4 kilometer diepte. Er worden met hoge waterdruk scheurtjes gemaakt in het gesteente. Via de scheurtjes stroomt het gas naar de boorput.

Nieuw datacentrum
De Rabobank wil van de gemeente weten wat de risico’s voor haar nieuwe datacentrum in Boxtel zijn als de proefboring slaagt en er gas uit de bodem wordt gewonnen. Een woordvoerder van de bank heeft dat maandag bevestigd.

Laag risico
De Rabobank telt drie datacentra in Nederland. In het datacentrum liggen de gegevens van alle klanten opgeslagen en worden alle betalingen verwerkt. Het nieuwste datacentrum is vanwege de lage risico’s gebouwd op het bedrijventerrein in Boxtel dat de gemeente nu ook heeft uitgekozen voor de proefboring.

Vervolg
Het beroep van de Rabobank is niet per se gericht tegen de proefboring maar wel tegen een mogelijk vervolg, aldus de woordvoerder. Eerder reageerden ook enkele omwonenden verontrust op het plan.

Brabant Resources
De vergunning voor de proefboring is verleend aan Brabant Resources, de Nederlandse tak van het bedrijf Cuadrilla.


KN Light wordt tLichthuis

Dinsdag 1 maart 2011

De naam KN Light, van de verlichtingszaak in Neer, verdwijnt en wordt tLichthuis.
Een nieuwe eigenaar en een nieuw management moeten er kennelijk voor zorgen dat de naam KN Light snel vergeten wordt en geen associatie met de BioShape Holding B.V. of de BioOne Group B.V. meer oproept.

KN Light in Neer is met een oppervlakte van 3300 m2 de grootste in Nederland en al jaren een bekend begrip in de omgeving. Met een nieuw management is een nieuwe tijd aangebroken. Niet alleen de naam verandert, maar ook de styling van de winkel krijgt een geheel nieuwe eigentijdse uitstraling.

KN Light werd bekend vanwege de verkoop van onder andere meubelen die in Arusha, Tanzania bij Artif van al dan niet illegaal gekapt tropisch hardhout werden gemaakt.
Dat er veranderingen op til waren werd al snel duidelijk toen in januari bleek dat de website van KNLight al enige tijd niet meer bereikbaar was.

De nieuwe eigenaar/directeur sinds 1 januari van dit jaar is Frank Mols. Hij heeft z’n sporen in de bouw en met adviesbureaus verdiend. Zijn ervaring en zeker die van zijn partner zullen van pas komen om de zaak weer enige uitstraling te geven.

De website, www.tlichthuis.nl, is op 22 januari 2011 geregistreerd door één van de bedrijven van de directeur, maar nog niet actief.
(Meer volgt)


‘Boren naar Brabants gas is schadelijk’

Maandag 28 februari 2011

Het boren naar schaliegas, zoals wordt overwogen in Noord-Brabant, is veel schadelijker voor het milieu dan gedacht. Aldus meldt de Volkskrant vanmorgen op de voorpagina.

Het water dat vrijkomt bij het winnen van schaliegas bevat radioactief radium, meldt de krant op basis van documenten van Amerikaanse milieubeschermingsinstanties. Gisteren werden deze documenten gepubliceerd door The New York Times.
De Volkskrant: ’ Hoewel de straling niet direct schadelijk is voor mens en dier, waarschuwen de onderzoekers voor het risico dat het radium in het drinkwater of in de voedselketen terechtkomt. Bij opname in het lichaam kan het onder meer kanker veroorzaken.’

In Nederland is alleen een vergunning voor een proefboring afgegeven. Het Staatstoezicht op de Mijnen ziet toe op de milieueffecten. Het ministerie van EL&I tegenover de Volkskrant: ’ Als de berichten uit de VS daartoe aanleiding geven, zal het onderzoek naar de milieueffecten worden aangepast.’


Windmolens lijden onder gebrek aan wind

Maandag 28 februari 2011

De Nederlandse windmolens hebben het afgelopen jaar 13 procent minder elektriciteit geproduceerd als gevolg van de zeer geringe hoeveelheid wind.

”De groei van het windmolenpark was niet groot genoeg om het verminderde windaanbod te compenseren”, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag.

Het windaanbod voor windmolens wordt ook wel uitgedrukt met een zogenaamde Windex.
Het cijfer 100 weerspiegelt de gemiddelde hoeveelheid wind over de periode 1996-2005.
Over heel 2010 kwam de Windex uit op 77. ”Nog nooit was de Windex zo laag”, aldus het CBS, dat de Windex sinds 1988 meet.

Productie
De totale productie van hernieuwbare elektriciteit bleef het afgelopen jaar min of meer gelijk en was goed voor ongeveer 9 procent van het binnenlandse elektriciteitsgebruik. De binnenlandse vraag naar duurzame elektriciteit nam toe tot ongeveer een kwart van het totale elektriciteitsverbruik.

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl:

Weet het CBS ook of er misschien teveel windmolens op de verkeerde plaats staan? Links en rechts worden sommige stukken land volgezet met windmolens zonder dat er gekeken wordt naar de windopbrengst ter plaatse.
Heeft de door velen genoemde klimaatverandering misschien invloed op de windkracht en de windrichting? Staan daardoor misschien duizenden windmolens op de verkeerde plaats?
En hoe zit het met de defecte windmolens? In elk windpark staat tenminste 25% van de windmolens stil vanwege technische storingen.


Antwerpse haven plant bouw van grote biomassacentrale

Maandag 28 februari 2011

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen heeft plannen voor de bouw van een biomassacentrale in de Antwerpse haven. De centrale zou een capaciteit hebben tussen 200 en 400 MW en groene stroom kunnen leveren aan 500.000 tot 1 miljoen gezinnen, meldt De Morgen. Electrabel zou één van de drie kandidaten zijn voor de bouw van zo’n centrale.

De plannen van het Havenbedrijf lekten uit bij de voorstelling van de nieuwe warmtekrachtcentrale bij chemiebedrijf Evonik Degussa. Het was Sophie Dutordoir van Electrabel die aangaf dat daarover besprekingen zijn gestart en dat Electrabel één van de drie kandidaten is voor de bouw van een grote biomassacentrale in de Antwerpse haven.

“De biomassacentrale zou op de rechteroever komen, tussen de Schelde en het Kanaaldok”, bevestigt havenschepen Marc Van Peel de plannen. Het Havenbedrijf heeft in het najaar van 2010 een Europese oproep gelanceerd voor kandidaten. Naast Electrabel en Ackermans & Van Haren – in de Gentse haven al partners bij de bouw van een biomassacentrale – is ook E.ON kandidaat. Dat bevestigde woordvoerder Tom De Bruyckere aan persagentschap Belga. De derde kandidaat zou Electrawinds zijn.

Binnenkort start het Havenbedrijf gesprekken met bedrijven om de haalbaarheid van het concept te toetsen. Voorlopig geeft het Havenbedrijf zelf geen informatie over de kandidaten, maar liet wel weten dat biomassa volgens haar nog aan belang zal winnen als energiebron omdat de verbranding ervan een CO2-neutraal proces kan zijn. “Inzetten op dergelijke energiebronnen is noodzakelijk om de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen, iets wat Europa zijn lidstaten tegen 2020 verplicht”, luidde het.


Dioxine in Duits diervoer kwam uit Nederland

Zondag 27 februari 2011

WIESBADEN – Een toeleverancier van de diervoederindustrie in de Duitse deelstaat Hessen heeft ingrediënten met een te hoog dioxinegehalte uit Nederland gekocht. Dat meldde het ministerie van consumentenbescherming in Hessen afgelopen vrijdag.

Duitsland is sinds het recente dioxineschandaal waarbij de giftige stof werd aangetroffen in eieren, kip en varkensvlees, extra alert op overschrijdingen van de norm.

Het is de tweede keer dat de beschuldigende vinger naar een Nederlands bedrijf wijst. De producent in kwestie, waarvan de naam niet bekend is, leverde cacaobotervetzuur, waarin bijna drie keer meer dioxine zat dan is toegestaan. De zaak kwam aan het licht tijdens een controle bij een Duits diervoederbedrijf.

De vergiftigde ingrediënten zijn uit de roulatie genomen. Ook als de Nederlandse vetzuren in veevoer zijn terechtgekomen, is de gezondheid van mens en dier niet in gevaar, meldde het ministerie, omdat het maar om kleine hoeveelheden gaat.

Waarschuwingssysteem

Nederlandse autoriteiten waren vrijdag nog niet op de hoogte. Het Hessische ministerie heeft inmiddels het Europese waarschuwingssysteem in werking gezet.

Dat betekent dat Europa is ingeseind. De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) liet weten binnen korte tijd een melding vanuit Brussel te verwachten. Als dat gebeurt, komt de nVWA in actie. De autoriteit onderzoekt dan welke bedrijven betrokken zijn bij de kwestie en of zij producten die mogelijk een te hoog dioxinegehalte hebben, moet blokkeren.

Afgelopen januari viel ook al de naam van een Nederlands bedrijf in een Duits onderzoek naar vergiftigd diervoer. Nader onderzoek wees echter uit dat dit bedrijf geen blaam trof.


Niet zo duurzaam

Vrijdag 25 februari 2011

Hoezeer de vervanging van fossiele energiedragers door hernieuwbare bronnen ook valt toe te juichen, de omzetting van hoogwaardig eiwit in laagwaardige energie is geen toonbeeld van duurzaamheid.

De (bio-based) Ecopiramide verlangt van ons dat we groene grondstoffen zo hoog mogelijk in de waardeketen benutten. Wat bovenin deze keten (bijvoorbeeld in de farmacie, (dier)voedingssector of chemie) overblijft, kan altijd nog worden vergist of verbrand.

Dat geldt niet alleen voor visafval, maar zelfs voor bermmaaisel.

Evenals vissenkoppen zijn onze wegbermen meer dan geconcentreerde energie. Als je dat maaisel uit elkaar peutert door middel van pyrolyse of bioraffinage, levert dat vezels en eiwitten op waar diverse sectoren om zitten te springen. Ook kunnen we bermgras gebruiken voor het vervaardigen van bodemverbeteraars, zoals biochar.

Waarom moet alles dat gist of brandbaar is direct de oven in?

We hebben, om het gebruik van fossiele, CO2-rijke nevenproducten terug te brengen, dringend groene bouwstenen nodig voor hoogwaardige materialen en chemicaliën.

Met deze biogene grond-, rest- en afvalstoffen kunnen we weer kringlopen sluiten en daar is het klimaatbeleid uiteindelijk op gericht. Daarvoor hebben zich inmiddels nieuwe technologieën aangediend, die onder andere de eiwit- en vezeltransitie verder helpen. Bovendien valt hiermee per saldo een grotere CO2-winst te behalen dan met een biogasfabriek in Spakenburg (FD 8 en 12 februari). Met alle respect voor de lokale vishandelaar, het is penny wise maar pound foolish.


Fibroned of Fibronot?

Dinsdag 22 februari 2011

Het lijkt een gewoonte van Fibroned te worden om aan het begin van het jaar een positief woordje te spreken over de voortgang van Fibroned. Een soort verlate nieuwjaarsboodschap.
Sprak de heer Hermans in januari 2009 en januari 2010 de verlossende woorden dat de bouw nu toch echt zou beginnen, op 22 februari 2011 lezen we opnieuw dat alles op een oor na gevild is.

Nu gaat het dus echt lukken met de MER rapportage lezen we. Een MER die de afgelopen twee keer door de Raad van State werd vernietigd.
De nieuwe directie vestigt alle hoop op de MER, denkt dat wanneer de MER maar klopt, alles verder op rolletjes verloopt, maar vergeet dat er nog meer zaken spelen.
Zo zal een aanvraag van een bouw- en milieuvergunning bij de Provincie in Arnhem getoetst worden met de wet BIBOB in de hand. De Commissaris van de Koningin in Gelderland heeft dit schriftelijk aan de redactie van Fibronot.nl laten weten.

De oude directie, de heer Wilbert Hermans, zag vorig jaar de mogelijk opkomende bui al hangen en koos eieren voor zijn geld door zich uit te laten kopen. Hij werd projectleider duurzame energie in de gemeente Hoogeveen. Hem werd, en  dat schreef de redactie van Fibronot.nl vorig jaar mei al, naar aanleiding van het faillissement van de BioShape Holding B.V. en de gebeurtenissen in Tanzania, de grond kennelijk te heet onder de voeten.
Maar wie het onderstaande artikel goed leest merkt dat het in feite niet om de MER rapportage gaat. De (nieuwe) directie is echter vol goede moed en ziet geen reden om de stekker eruit te trekken.

Dat klink wat tegenstrijdig als je verderop in het artikel leest dat een verkoop van het hele project wordt overwogen en dat er gesprekken met mogelijke geïnteresseerden plaats vinden en, het belangrijkste, dat er nog een financier gevonden moet worden die zich in deze mestvaalt wil storten.

Dat vindt de redactie van Fibronot.nl het echte nieuws in het artikel.
Het water staat Fibroned kennelijk tot de lippen en er moet hulp komen van een suikeroom die zakken vol gouden dukaten heeft.
Het lijkt wat dat betreft een herhaling van zetten, immers de BioShape Holding B.V. was vlak voor het faillissement ook op zoek naar financiers om zaken in Tanzania te kunnen betalen. Nederlandse banken en het FMO gaven niet thuis toen BioShape aanklopte, waarna het bedrijf met een louche firma als EMS Beheer B.V. in zee ging. EMS Beheer B.V., dat nauw betrokken was bij het inmiddels failliet verklaarde CIG Biodiesel B.V., beloofde gouden bergen die afkomstig zouden moeten zijn van een suikeroom uit Luxemburg. We weten allemaal hoe dat afgelopen is.

Het kan er op duiden dat er tot nu toe nog geen financier gevonden is die bereid is meer dan € 150 miljoen in een kippenmestverbrander te stoppen, waarvan nergens bewezen is dat een dergelijke milieu vervuilende fabriek rendabel kan draaien. Zowel in de VS, Nederland en Engeland draaien kippenmestverbranders, waarvan nog niemand ooit één cent winst heeft gezien. Integendeel, ten koste van vele miljoenen aan subsidies worden deze fabrieken open gehouden omdat men bij sluiting gezichtsverlies lijdt.

Bovendien, een mogelijke investeerder kijkt met een schuin oog vast, maar zeker naar de reeks van faillissementen die zich in deze kleine kring met de regelmaat van de klok voor doen.

Een mogelijke Nederlandse bank zal zich bewust zijn van zijn maatschappelijke plicht om mede te zorgen voor een goede en gezonde leefomgeving, immers, zijn klanten wonen in het gebied.

Een investeerder wil graag zijn investering er binnen tien jaar uit hebben, omdat dit meestal de periode is dat er heel veel belastinggeld in de vorm van subsidie op de opgewekte stroom gegeven wordt. Na het beëindigen van de subsidie trekt de investeerder zich schielijk terug. Denk aan de biomassacentrale van Essent in Cuyk, waar na het aflopen van de subsidie Essent in 2010 de benen nam en aan Delta, dat na het afboeken van bijna € 100 miljoen verlies de biobrandstof fabriek BioValue in december 2010 failliet liet gaan.

We mogen veronderstellen dat een investeerder per jaar ongeveer 10% van zijn investering terug wil zien in de vorm van rendement. Dat betekent minimaal € 15 miljoen per jaar. Maar zo hoog is waarschijnlijk zelfs de omzet per jaar van Fibroned niet eens.

De redactie van Fibronot.nl kent geen filantropische instellingen die op basis van deze cijfers minimaal € 150 miljoen willen investeren in een fabriek die zich nog nergens op deze wereld heeft bewezen.
De redactie van Fibronot.nl denkt ook dat er na het debacle van Econcern in 2009 geen Nederlandse banken meer zijn die een wild avontuur aangaan, waarvan bovendien Prof. Willem Vermeend zegt, dat je dit niet moet doen omdat het verbranden van kippenmest een omstreden techniek is en niet anders tot doel strekt dan het verminderen van een mestoverschot.

Bovendien is in 2010 in een afstudeerproject aan de TU Delft voor het eerst in de geschiedenis wetenschappelijk onderzocht welke soorten mest geschikt zijn voor verbranding om energie op te wekken. De wetenschapper kwam tot het oordeel dat kippenmest ongeschikt was om energie via verbranding op te wekken omdat het zo vervuilend is.

Met het bluffen over een mogelijke verkoop van Fibroned en het schermen met potentiële overname kandidaten en financiers wordt een typische BioShape truc van stal gehaald. Immers, de Rechtbank in Roermond is ook 8 maanden lang aan het lijntje gehouden dat er nu toch echt een financier voor BioShape en de activiteiten in Tanzania zou zijn.

Resumerend kunnen we zeggen dat er zonder gedegen financier geen bouw- en milieuvergunning wordt afgegeven.
Met alleen een MER doet de Provincie niets.

Kortom, het zou de redactie van Fibronot.nl niet verbazen als binnenkort de stekker toch uit het gehele project Fibroned getrokken gaat worden en dit het zoveelste faillissement in een lange reeks van faillissementen rondom de directie van Fibroned wordt.


Kippenmestcentrale Fibroned sleept zich voort; investeerders gezocht

Dinsdag 22 februari 2011

APELDOORN - Na tien lange jaren is er nog geen schop de grond in gegaan voor kippenmestcentrale Fibroned in Apeldoorn, maar toch houdt aandeelhouder Vincent Paes de moed erin. Ditmaal gaat het echt lukken met de milieu-effectrapportage (Mer). Hij echoot daarmee de woorden die voormalig bedrijfsleider Wilbert Hermans vorig jaar februari sprak.

Fibroned is ruim tien jaar geleden begonnen met de plannen voor een centrale die elektriciteit opwekt door het verbranden van vergistingsgas uit kippenmest. De restwarmte die daarbij vrij komt, zou worden geleverd aan het nabij gelegen duurzame bedrijventerrein Ecofactorij. Inmiddels zijn daar andere oplossingen voor gevonden, maar Fibroned zou de warmte kwijt kunnen aan twee nog op te leveren nieuwbouwwijken.

Maar dan moet de centrale wel worden gebouwd. Het grote struikelblok is de milieu-effectrapportage. Die is inmiddels al twee maal vernietigd door de Raad van State. Hermans en investeerder Paes benadrukken dat die vernietiging op formele gronden plaatsvond, en niet om inhoudelijke redenen. De gemeente zou een fout hebben gemaakt in de geluidsnota en de cirkel waarbinnen bezwaar mocht worden gemaakt, was niet groot genoeg getrokken, vond de bestuursrechter.

Inhoudelijk is er niks mis met de centrale, aldus Paes en Hermans. Politieke ontwikkelingen en besluiten rondom subsidiëring en regelgeving van biomassa hebben Fibroned de afgelopen tien jaar parten gespeeld, zegt Paes. Maar nu zijn de regels helder, ligt de nieuwste milieu-effectrapportage vrijwel klaar en zijn er potentiële afnemers voor de stroom en warmte van de centrale. Dus gaan de aandeelhouders stug door met hun pogingen een kippenmestcentrale van de grond te tillen. “Wij zien geen reden om de stekker eruit te trekken.”

“Ze investeren nog maar beperkt”, nuanceert Hermans, die ondanks dat hij niet meer direct betrokken is de zaak nog wel volgt. Hermans koos eieren voor zijn geld en werkt als projectleider Duurzame Energie bij de gemeente Hoogeveen. Hermans heeft zich als kleine aandeelhouder uit laten kopen: “Ik kon de schoorsteen niet rokend houden, dus ben ik wat anders gaan doen.”

“Ze willen met zo min mogelijk kosten het vergunningstraject afmaken en zoeken dan een partner voor de realisatie”, schat Hermans in. Dat laatste beaamt Paes. Maar verkoop is ook mogelijk. “Er zijn gesprekken met geïnteresseerden, maar het is nog prematuur om daarover te spreken.” Paes gelooft nog steeds dat de centrale er zal komen.


Provincie Groningen houdt duurzaam energieproject tegen

Dinsdag 22 februari 2011

Het Groningse dorp Zijldijk mag van de provincie niet overschakelen op een energievoorziening gebaseerd op biovergisting. ‘Het plan past niet in het landschap’, vindt de provincie.

Inwoners van het Groningse dorpje Zijldijk krijgen geen toestemming om het hele dorp over te laten schakelen op duurzame energie. Ze willen graag een biovergistingsinstallatie bouwen. Daarmee kan het hele dorp van duurzame energie worden voorzien. Maar de provincie Groningen heeft besloten er een stokje voor te steken ‘omdat het plan niet past in het landschap’.
De kwestie kwam aan de orde tijdens een werkbezoek van D66-lijsttrekker Roger van Boxtel aan de provincie Groningen.

In Zijldijk hoorde de D66-delegatie onder andere de duurzaamheidsplannen van de dorpsbewoners aan. De inwoners van Zijldijk willen een biovergistingsinstallatie bouwen, waarmee zij hun hele dorp van duurzame energie kunnen voorzien. Tot hun teleurstelling kregen zij van de Provincie geen toestemming voor de bouw, omdat een vergistingsinstallatie niet in het open landschap zou passen.

De Provincie heeft inmiddels wel toegezegd een onderzoek te gaan doen naar mogelijke locaties van biovergisters. Er zal echter weer een tijd verstrijken, voordat het onderzoek is afgerond en waarin de inwoners van Zijldijk niet verder kunnen werken aan hun plan.

Van Boxtel: ‘Daarom ga ik me er hard voor maken dat we voor krimpregio’s ook de crisis en herstelwet kunnen gebruiken. Dat maakt een versnelde soepele procedure mogelijk.’ De inwoners van Zijldijk zitten ondertussen ook niet stil, maar werken alweer aan een nieuw project om hun huizen te verduurzamen.

De Vey Mestdagh voegde daaraan toe: ‘Als Provinciale regels dorpsinitiatief blijven blokkeren verandert de Provincie Groningen in een openluchtmuseum. D66 wil daarom dat Groningers veel meer zelf kunnen bepalen wat er in hun dorp gebeurt.’


Nieuwe benzine duurder en milieu-onvriendelijk

Dinsdag 22 februari 2011

De nieuwe eco-brandstof E10, die over enkele jaren in Nederland gelanceerd zal worden als de opvolger van Euro loodvrij 95, is helemaal niet zo milieuvriendelijk als beweert wordt.

E10 (mengsel van negentig procent Euro 95 en tien procent ethanol) verbruikt op een afstand van honderd kilometer 1,2 liter meer dan ‘gewone benzine’. De benzine kan dan leiden tot een lagere uitstoot van broeikasgassen, maar stoot vele malen meer uit. Duitse tankstations zijn begin 2011 overgestapt op de nieuwe brandstof E10. In Frankrijk zijn al eerder veel tankstations overgegaan op de nieuwe brandstof.

Een test van het Duitse tijdschrift AutoBild wijst uit dat de automobilist per jaar vele malen duurder uit is. De test werd gedaan met een VW Golf en een Seat Ibiza, elk een keer gevuld met E10 en Euro loodvrij 95.

Bij de tankstations in Duitsland en Frankrijk is naast E10 ook nog Euro loodvrij 95 verkrijgbaar. De ANWB waarschuwt de automobilisten alleen E10 te tanken als hun auto daar geschikt voor is.

De EU-plannen voor meer biobrandstof vereisen plantages op een gebied van 69.000 vierkante kilometers, bijna tweemaal de oppervlakte van Nederland. Het zal de klimaatverandering verergeren, beweert een groep milieuorganisaties waaronder Greenpeace, de Europese Milieudefensie en de internationale Vogelbescherming.

Europa wil dat brandstof veel vaker gedeeltelijk is geproduceerd uit gewassen zoals koolzaad. In 2020 moet 9,5 procent van alle transportbrandstof deze biologische delen bevatten. Daarvoor zijn wereldwijd veel nieuwe akkers nodig.

„Biobrandstof is geen klimaatvriendelijke oplossing voor onze energiebehoeften”, zegt Laura Sullivan van ontwikkelingsorganisatie ActionAid. „De EU wil bedrijven eigenlijk een blanco cheque geven om grond te graaien van de armsten van de wereld, zodat onze benzinetanks worden gevuld in plaats van hun maag.”
Omdat vooral oerwouden tegen de grond gaan voor de nieuwe plantages, zorgen de biobrandstoffen per saldo voor een extra uitstoot van 27 tot 56 miljoen ton broeikasemissies per jaar. Omgerekend is dat de uitstoot van een extra 12 à 26 miljoen auto’s op de Europese wegen.


Gasboringen in Brabant aanstaande

Zaterdag 19 februari 2011

In Noord-Brabant wordt binnenkort waarschijnlijk intensief geboord naar moeilijk winbaar gas.

De gemeente Boxtel heeft al een vergunning gegeven voor proefboringen en ook in Haaren wil het Britse bedrijf Cuadrilla proefboren, zegt bestuursvoorzitter Marc Miller zaterdag in de Volkskrant.

Miller is optimistisch over de mogelijke opbrengsten van het gas dat vastzit in het ondergrondse gesteente. “De ondergrond ziet er veelbelovend uit.”

Het gas is lastiger uit de grond te halen dan ‘gewoon’ gas omdat het nog in gesteente zit waarin het gevormd is. In tegenstelling tot gewone gasboringen, wordt niet alleen verticaal maar ook horizontaal geboord.

Bovendien zijn meerdere boorputten nodig en chemicaliën om het gesteente onder de grond te breken.

Landschap

Tegenstanders vrezen voor aantasting van het landschap door de vele boorputten. Miller schat dat als het na de proeven tot echt boren komt, dat in Brabant honderd putten nodig zijn. “We zullen proberen niet in de natuurgebieden te zitten.”

Volgens het Internationaal Energieagentschap zijn de wereldwijde gasreserves twee keer zo groot als gedacht, door het moeilijk winbare gas.


‘Onconventioneel gas zorgt voor energierevolutie’

Vrijdag 18 februari 2011

‘Weinig mensen beseffen dat er een revolutie in de energiewereld gaande is’, zegt Kees Wiechers, lid van de Energieraad, over de opkomst van onconventioneel gas vanmorgen in Trouw.

‘Tot vijf jaar geleden kwam het woord onconventioneel niet voor. Met een relatief eenvoudige boortechniek zo’n omslag in zo’n korte tijd bewerkstelligen, is spectaculair. Het is een revolutie en relatief weinig mensen beseffen dat deze gaande is.’

Trouw interviewde Wiechers (oud-topman Essent)  over het advies dat de Energieraad vorige week uitbracht. In dat advies bepleit de Raad bij het opwekken van stroom voorrang aan gas te geven boven steenkool.

Vanwege de spectaculaire ontwikkeling van de winning van onconventioneel gas (moeilijk winbaar gas uit gekraakt poreus gesteente) besloot de Energieraad het inmiddels vijf jaar oude gasadvies van de Raad bij te stellen.
Over de aanwezigheid van het gas in Nederland (vooral in Limburg, Brabant en onder de Noordzee) zegt Wiechers in het interview van Trouw: ‘Er circuleren schattingen van één tot een paar keer het veld van Slochteren.’
En over het nadeel (veel zichtbare boorputten in het landschap) zegt Wiechers: ‘Omwonenden gaan zich suf procederen. Dat gebeurt al in Brabant. Je moet er als overheid voor zorgen dat omwonenden lol beleven aan het opboren van het gas. Daarom adviseren wij dat mensen een deel van de opbrengst krijgen.’
Wiechers verwacht overigens niet dat minister Verhagen het advies van de Eneregieraad zal opvolgen. ‘Daarvoor is de lobby van de gevestigde orde in Den Haag te groot.’


Boeren en tuinders krikken belang in BMC Moerdijk op

Donderdag 17 februari 2011

De Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) koopt een extra aandeel van 10% in de Biomassacentrale (BMC) Moerdijk (36,5 MW). Daarmee komt het belang van de ondernemersclub van boeren en tuinder op 33% te liggen. ZLTO neemt de 10% over van aandeelhouder Austrian Energy & Environment Group (AE&E), die failliet is gegaan. Dat meldde woordvoerder Maarten Leseman van ZLTO deze week. Financiële details wil hij niet geven.

De Oostenrijkse aandeelhouder AE&E zou naar verluidt in een schuldenpositie zijn beland, in navolging van moederbedrijf A-tec. De technische leverancier viel om waardoor het belang op tafel kwam te liggen en werd aangeboden aan de andere aandeelhouders. Leseman zegt dat er nog wel wat juridische zaken moeten worden afgrond voordat de 10% in de BMC Moerdijk echt overgedragen is.

Maar zolang er geen hele gekke dingen meer gebeuren, komt dat volgens hem snel rond. “We nemen de 10% over, de curator heeft ingestemd met ons bod”, zegt de woordvoerder. “De kogel is door de kerk.” Volgens Leseman had aandeelhouder Delta ook wel interesse in het belang, maar is in goed overleg tijdens een aandeelhoudersvergadering besloten dat Delta het huidige belang van 50% niet verder verhoogt.

“Er is wel over gesproken, maar we vonden dit de beste verhouding.” Delta-woordvoerder Mirjam van Zuilen bevestigt dat Delta geen aanspraak heeft gemaakt op de vrijgekomen aandelen in de kippenmestcentrale. Delta heeft op deze manier de helft van de centrale in handen. De andere helft is eigendom van ZLTO (via dochterbedrijf NCB Participatie) met 33% en pluimveevereniging Dep met 17%. De ruim 620 kippenhouders die Dep vormen leveren de kippenmest aan waarop de centrale draait.

Leseman zegt dat het niet de bedoeling is dat ZLTO de 10% van AE&E nu “tot in de eeuwigheid” blijft bezitten. “We willen het belang op termijn weer aan een andere relevante strategische partner overdoen.”


Rathenau bestudeert beleidsvragen biobrandstoffen

Donderdag 17 februari 2011

Het Rathenau Instituut zal in het seizoen 2011-2012 onderzoek doen rond de beleidsvragen die spelen m.b.t. biobrandstoffen. Dat blijkt uit het nieuwe werkprogramma van het onderzoeksinstituut.

Het toekomstperspectief van een energievoorziening die is gebaseerd op hernieuwbare bronnen krijgt steeds meer concrete maatschappelijke en economische betekenis. Zon en wind zijn hiervoor de meest genoemde bronnen. Maar de afgelopen jaren is internationaal de aandacht sterk gegroeid voor een economie die gebruik maakt van natuurlijke grondstoffen in plaats van fossiele brandstoffen: de bio-based economy. Op de korte termijn gaat het hierbij om een grotere inzet van natuurlijke materialen en het optimaliseren van raffinageprocessen. Op de langere termijn gaat deze visie gepaard met een verdergaande vertechnologisering van de natuur. Zie de synthetische biologie, die van algen en micro-organismen ‘levende fabrieken’ wil maken die maatschappelijk gewenste producten maken, zoals biobrandstoffen.

Het Rathenau Instituut wil de politieke en beleidsvragen verkennen die door de biobased economy en synthetische biologie worden opgeroepen. Daarbij willen we nadrukkelijk aandacht besteden aan internationale kwesties. Om een voorbeeld te geven: als rijkere landen massaal overstappen op biobrandstoffen voor vervoer, kan dat grote gevolgen hebben voor de voedselvoorziening in armere delen van de wereld. Hoe regelen we het mondiale overleg over dergelijke exercities?


‘Omschakeling kolencentrales op biomassa is toekomstmuziek’

Donderdag 17 februari 2011

De kolencentrales in de Eemshaven kunnen niet volledig over op biomassa. Dat zegt eigenaar RWE van één van de kolencentrales in reactie op een voorstel van PvdA-Kamerlid Diederik Samsom. Aldus meldt RTV Noord.

Samsom zei dinsdag voor Radio 1 dat de kolencentrales duurzame energie moeten gaan maken of er helemaal niet moeten komen. Volgens RWE zou een omschakeling naar biomassa veel te duur zijn, waardoor de energieprijs enorm omhoog gaat. Hij sluit niet uit dat een gedeeltelijke omschakeling in de toekomst wel mogelijk is.

De provincie Groningen ziet ondertussen kansen voor het bedrijfsleven in de Eemshaven. Nu de CO2 niet ondergronds wordt opgeslagen, vindt de provincie dat bedrijven het broeikasgas moeten gebruiken als grondstof. CO2 kan bijvoorbeeld worden omgezet in biomethanol, waardoor een chemiebedrijf als BioMCN het kan gebruiken. Ook kan het nuttig zijn bij de algenteelt.


Astron: ‘Windmolenpark funest voor LOFAR’

Woensdag 16 februari 2011

‘Een groot windmolenpark in de Veenkoloniën is funest voor de radiotelescoop Lofar.’ dat zegt Peter Bennema van Astron, initiatiefnemer van Lofar.

Twee particuliere stichtingen, Duurzame Energieproductie Exloërmond en Raedthuys Windenenergie willen op één kilometer afstand van de telescoop zeventig windmolens neerzetten.

“Ze geven een elektromagnetisch signaal af en dat stoort op de ontvangst. De dynamo zorgt voor storing als we signalen uit de ruimte willen opvangen,” zegt Bennema. “We zouden graag willen dat de windmolens verder van het Lofar -project gezet worden.” Hij pleit ervoor de windmolens op een afstand van vier tot zes kilometer van radiotelescoop Lofar te bouwen.

De provincie Drenthe wil de bouw van windmolens bij de LOFAR-radiotelescoop in Exloo tegenhouden. Als het windmolenpark er komt zijn, volgens gedeputeerde Anneke Haarsma, de miljoenen die in de telescoop zijn gestoken kapitaalvernietiging.


Ontmanteling windmolenpark A6 begonnen

Dinsdag 15 februari 2011

Energiemaatschappij Nuon is dinsdag begonnen met de afbraak van achttien windmolens langs de rijksweg A6 bij Lelystad. De molens vormden jarenlang een duidelijk herkenningspunt voor veel automobilisten, maar werden niet meer gebruikt, omdat bijna twee jaar geleden een wiek van een van de turbines door blikseminslag afbrak en op de snelweg belandde.

Bij dat incident (zie hier) werden geen auto’s geraakt, maar Nuon durfde het niet meer aan om de molens nog langer te laten draaien. De windwieken waren bovendien verouderd en moderniseren zou te veel geld kosten. Vorig jaar december werd daarom besloten het park te ontmantelen.

De windmolens werden in 1997 geplaatst en voorzagen vierduizend huishoudens van stroom. De afbraak zal vier tot zes maanden duren. Of er daarna nieuwe molens worden geplaatst, is nog niet bekend.


Geen CO2-opslag in noorden van het land

Maandag 14 februari 2011

De omstreden plannen van opslag van CO2 in lege gasvelden in het noorden van het land zijn van de baan. Het kabinet kiest in plaats daarvan voor de opslag van het broeikasgas onder zee.

Dat heeft minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) vandaag bekendgemaakt. Het vorige kabinet had drie lege aardgasvelden (Boerakker en Sebaldeburen op de grens van Groningen en Friesland en Eleveld bij Assen in Drenthe) aangewezen voor opslag.

Het besluit van Verhagen om hiervan af te zien, is een grote meevaller voor tegenstanders daarvan. Het kabinet mikt nu op een demonstratieproject onder zee. Momenteel wordt er in de regio Rijnmond gewerkt aan een voorstel hiervoor. Daarnaast zijn er volgens Verhagen nog enkele ”interessante” voorstellen ingediend. De minister heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd over het besluit.

Klimaatverandering

”We willen maatregelen treffen om klimaatverandering tegen te gaan. Opslag van CO2 kan daarbij een nuttig middel zijn. Dat kan nu gebeuren onder zee. Op deze manier veroorzaakt CO2-opslag geen onnodige onrust”, aldus Verhagen. De laatste tijd groeide het verzet in de drie noordelijke provincies tegen de opslag, bij bestuurders, milieugroeperingen en omwonenden. De afvang en ondergrondse opslag van het broeikasgas, afkomstig van drie kolencentrales die gebouwd worden in de Eemshaven, is niet bewezen ongevaarlijk, stellen de critici.

Emoties

Begin deze maand had Verhagen, na een werkbezoek in Noord-Nederland, al gezegd dat de emoties en twijfels in het noorden zwaar zouden meewegen bij een besluit. Verhagen blies in november vorig jaar al een proefproject voor CO2-opslag in Barendrecht af wegens ”een volledig gebrek aan lokaal draagvlak”.

Vergunning

Volgens Verhagen kan voor opslagprojecten onder zee relatief snel een vergunning worden verstrekt. De ingediende voorstellen lijken op korte termijn commercieel aantrekkelijk te zijn en kunnen veel ervaring opleveren met CO2-opslag op industriële schaal. Het kabinet hoopt financiële steun te krijgen vanuit de EU voor opslag onder zee.

Nuttige techniek

Het kabinet ziet CO2-opslag nog steeds als ”een nuttige techniek bij het tegengaan van klimaatverandering terwijl Nederland overschakelt naar andere vormen van energie”. Eerder zei Verhagen te verwachten dat in Nederland in 2015 kan worden begonnen met de bouw van een nieuwe kerncentrale.
Lees hier de brief die minister Verhagen over de CO2 opslag naar de Tweede Kamer stuurde.


Biomassa voor energie in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen

Maandag 14 februari 2011

De Stadsregio Arnhem-Nijmegen kan heel goed biomassa uit natuur en landschap ’oogsten’ voor duurzame energie-opwekking. Alterra, onderdeel van Wageningen UR, onderzocht de mogelijkheden.

De Stadsregio Arnhem-Nijmegen heeft behoefte aan een strategie voor de optimale inzet van biomassa uit natuur en landschap voor duurzame energie-opwekking. Volgens Alterra, onderdeel van Wageningen UR, zijn er legio kansen voor oogst van biomassa uit het landschap, waarbij de onderzoekers wel wijzen op het belang van cascadering. Dat houdt in dat biomassa zo hoogwaardig mogelijk wordt weggezet, en dus pas in laatste instantie voor de opwekking van energie. Grote kansen doen zich voor bij reststromen die nu nog als afval kunnen worden beschouwd. De laagwaardige houtige reststromen kunnen worden ingezet voor warmte-opwekking, de grassige reststromen voor vergisting. Het rapport sluit af met specifieke aanbevelingen voor de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.

De belangrijkste aanbeveling is het onderwerp bio-energie te beleggen bij een regiomanager, bij voorkeur met een bedrijfsachtergrond. Deze regiomanager zou namens de Stadregio en/of onderliggende gemeenten actief matches moeten maken tussen stakeholders. Rond de twee speerpunten (houtstromen voor energieopwekking en biogas als transportbrandstof) zou het goed zijn startconferenties te organiseren, die de klokken gelijk zetten en als brainstorm dienen voor vervolgacties, zoals consortiumvorming en faciliterende acties bij lokale overheden. Deze startconferenties kunnen ook helpen politiek, maatschappelijk en commercieel draagvlak te bevorderen. Van groot belang is ten slotte de totstandkoming van een warmtevraag van duurzame warmte. De Stadsregio kan daarbij een coördinerende rol vervullen in het bevorderen dat houtverbrandingsinstallaties en bedrijven met een warmteoverschot worden gekoppeld aan warmtevragende partijen, bijv. zwembaden verzorgingstehuizen en bedrijven.
Download hier het rapport van Alterra.


BioMCN wil productiecapaciteit verdrievoudigen

Zondag 13 februari 2011

De grootste biobrandstoffenfabriek ter wereld, BioMCN in Delfzijl, wil de productiecapaciteit verdrievoudigen. Daartoe heeft het een consortium opgericht met de Noord Nederlandse Ontwikkelingsmaatschappij, bouwbedrijf Visser & Smit Hanab, gassenleverancier Linde en industrieel concern Siemens.

De nieuwe fabriek moet naast de bestaande in Delfzijl komen te staan. Als hij over vier jaar klaar is kan er jaarlijks 1,5 miljoen ton afvalhout worden verwerkt tot 500 miljoen liter tweedegeneratie bio-methanol. De huidige fabriek, die afgelopen zomer in gebruik werd genomen, gebruikt glycerine als grondstof en heeft een maximale productiecapaciteit per jaar van 250 miljoen liter bio-methanol.

Voor de nieuwe fabriek moeten ‘meerdere honderden miljoenen euro’s worden geïnvesteerd’, liet het bedrijf vrijdag weten.

BioMCN heeft de afgelopen week daarom een subsidieaanvraag ingediend bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het gaat om de Europese NER300 subsidie. Dat is dezelfde subsidiepot waar ook de Europese proefprojecten voor het afvangen en opslaan van CO2 (ccs) uit gefinancierd gaan worden.


Verhagen stelt reeks eisen voor bouw kerncentrale

Vrijdag 11 februari 2011

Minister Maxime Verhagen heeft vrijdag een reeks eisen bekendgemaakt waaraan de bouwers van een nieuwe kerncentrale in Nederland moeten voldoen.

Zo moeten de veiligheidseisen zo streng zijn dat de kans op een zogenoemd kernsmeltongeval „minder is dan eens in de miljoen jaar”, zo laat hij de Tweede Kamer weten.

Een nieuwe kerncentrale moet gebaseerd zijn op de laatste stand van de techniek. De omhulling van de kern moet bijvoorbeeld bestand zijn tegen een ongeval met een verkeersvliegtuig van buitenaf. De partij aan wie een vergunning is afgegeven voor de bouw zal de kosten moeten dragen voor afvalbeheer en voor het treffen van een voorziening voor de opslag.

Verder moet de vergunninghouder geld storten in een fonds voor onderzoek naar de eindbestemming van radioactief afval.

Ook draagt de vergunninghouder de kosten als de kerncentrale buiten gebruik moet worden gesteld, voldoende financiële garanties moeten hierover worden gegeven aan de regering. Verder moet een exploitant aan alle relevante verdragen en wetgeving voldoen.

„Er is geen ruimte voor experimenten”, stelde Verhagen in een toelichting.
De eisen staan in een brief van de minister aan de Tweede Kamer. Hiermee wil Verhagen „helderheid geven over de voorwaarden voor alle betrokkenen, waaronder burgers, lokale overheden en bedrijven”.

Borssele
Zoals bekend overwegen momenteel twee energiebedrijven een vergunning aan te vragen voor de bouw van een kerncentrale. Beide kijken daarbij naar de locatie Borssele in Zeeland, waar al een kerncentrale staat. De Rijksoverheid zal niet bijdragen aan de kosten voor de bouw, aldus de minister.

Delta
Het energiebedrijf Delta, dat de bestaande kerncentrale exploiteert en een vergunning heeft ingediend voor een nieuwe, kan zich goed vinden in de eisen die het kabinet vandaag stelde aan een nieuwe centrale. Verhagen schrijft dat de bouw van een nieuwe kerncentrale omstreeks 2015 kan beginnen. Voor Delta is dat van belang in verband met het aanvragen van de benodigde vergunning. Delta verwacht dat die medio volgend jaar kan worden ingediend.

Wereldwijd zijn er 441 kerncentrales. Binnen de Europese Unie zorgen kerncentrales voor de opwekking van ongeveer een derde van alle energie. Er zijn vier kerncentrales in aanbouw en er bestaan plannen voor nog vijftien tot twintig centrales binnen de EU, aldus Verhagen.


Vorig jaar dramatisch slechte windoogst

Vrijdag 11 februari 2011

Voor eigenaren van windmolens was 2010 een dramatisch slecht jaar. De windmolens oogstten slechts 77 procent van de energie van het langjarig gemiddelde.

Het jaar 2010 was zelfs slechter dan het rampjaar 2003. Noordoostpolder lag iets boven de 77 procent, namelijk 79 procent. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland zaten er iets onder, 75 procent. Voor een boer met een eenvoudige turbine van 850 kilowatt scheelt dat al snel 10.000 tot 30.000 euro aan inkomsten. “Er zijn allerlei filosofieën hoe het komt. Voor geen enkele is er bewijs”, zegt Rense van Dijk van de Windunie. Eén van de theorieën zegt dat er sprake is van een incident, een andere noemt meer bebouwing waardoor de wind minder vrij spel heeft en weer een andere theorie noemt de opwarming van de aarde als mogelijke oorzaak.

Dat landbouwers nu direct in de problemen komen doordat hun veelal gefinancierde windmolen minder oplevert dan gedacht, gelooft Van Dijk niet. “Maar het kan wel gaan om een optelsom. Stel je bent varkenshouder en dat gaat al niet zo goed, dan moet je daar de lagere opbrengst van de turbine bij optellen.”


Lokaal verzet tegen boring schaliegas

Woensdag 9 februari 2011

In de Brabantse gemeente Haaren groeit het verzet tegen de geplande proefboringen naar zogeheten schaliegas, aardgas in kilometers diepe kleisteenlagen. Bezorgde burgers, die zich hebben verenigd in de stichting Schaliegas Vrij Haaren, zijn bang dat het landschap vervuild raakt als er op een later moment op commerciële schaal naar gas wordt geboord.

In een voorstel van de Energieraad aan het kabinet, dat vandaag wordt gepubliceerd, staat dat de overheid lokale grondeigenaren moet laten meedelen in de winsten uit de gasboringen. Dit om meer draagvlak te creëren.
De zorgen in Haaren zijn ingegeven door de problemen met deze nieuwe vorm van gaswinning in de Verenigde Staten, aldus voorzitter Willem-Jan Atsma van het actiecomité Schaliegas Vrij. ‘Als er schaliegas wordt gewonnen, zijn er honderden boortorens nodig. Dat heeft een verwoestend effect op de omgeving.’
Brabant Resources, de Nederlandse dochter van het Canadese exploratiebedrijf Cuadrilla, mag van de overheid in Brabant proefboringen doen naar schaliegas in de gemeenten Haaren en Boxtel.
Schaliegas, of ‘shale gas’, heeft de afgelopen jaren voor een revolutie gezorgd op de gasmarkt. Door nieuwe technieken zijn in de VS enorme, voorheen niet-economisch winbare gasreserves ontsloten. Wereldwijd zal onconventioneel gas gewonnen gaan worden waardoor de gasvoorraden ten minste verdubbelen, zo verwacht het Internationaal Energie Agentschap.
Bij het winnen wordt onder hoge druk vloeistof in de boorputten gespoten. Daardoor verbrijzelt de harde gashoudende grond en komt het gas vrij. Voor deze techniek zijn wel meer boorlocaties nodig. Om de paar kilometer moet er een nieuwe put worden geslagen.
In de Verenigde Staten zijn ook problemen ontstaan met drinkwater, dat op veel plekken nog lokaal wordt gewonnen. Op internet circuleert een filmpje van een gootsteenkraan waar behalve water ook gas uit komt. Verder zitten er in de Verenigde Staten giftige chemicaliën in de vloeistof die wordt gebruikt om de bodem te kraken.
Ken Lowe, die namens Cuadrilla in Nederland de proefboring leidt, deed de gruwelverhalen uit de Verenigde Staten enkele weken geleden op een informatieavond af als ‘Harry Potterachtig’. De Nederlandse milieuwetgeving is volgens hem vele malen strenger, waardoor de situatie in Nederland onvergelijkbaar is.
De informatieavond, waar ruim 300 omwonenden op afkwamen, heeft de zorgen niet weg kunnen nemen. Ook bij de Haarense VVD-wethouder Eric van den Dungen leven nog zorgen, vooral over het behoud van het landschap.
In buurgemeente Boxtel lijken de zorgen minder groot. De vergunning is er al vergeven, al loopt er nog een inspraakprocedure. ‘Er zijn tot nog toe geen bezwaren binnen’, zegt een woordvoeder van de gemeente. ‘Maar ik sluit niet uit dat die wel komen.’
Lees hier het rapport van de stichting Schaliegas Vrij Haaren.

Fibronot.nl schreef al eerder over de enorme gasreserves in West Europa en de VS, lees hier.


Energieraad: ‘Minder zorgen om voorzieningszekerheid aardgas’

Woensdag 9 februari 2011

Er komt wereldwijd en ook in Nederland veel meer gas beschikbaar. Reden om te overwegen gas meer in te zetten bij de opwekking van elektriciteit. Aldus de Energieraad in een brief aan Verhagen.

In nauwelijks vijf jaar is het aanbod van aardgas in de wereld structureel veranderd door de commerciële ontginning van onconventionele aardgasreserves in de Verenigde Staten. Er is momenteel geen sprake meer van een verkopersmarkt. En mits er voldoende wordt geïnvesteerd in de productie van onconventioneel aardgas, naast de investeringen in conventioneel gas en LNG, zal een nieuw omslagpunt (naar een verkopersmarkt) vele jaren op zich laten wachten.
Doordat de aardgasreserves zo fors zijn toegenomen en geografische diversificatie in voldoende mate gerealiseerd kan worden, is er geen belemmering meer voor het realiseren van een groter (Europees) marktaandeel voor gas met name in de elektriciteitsopwekking. Hierdoor wordt het ook mogelijk aardgas de rol te laten spelen die nodig is om een effectieve transitie naar een duurzame energievoorziening te realiseren.
Dit is de hoofdlijn van het briefadvies dat de Energieraad dinsdag 8 februari heeft verzonden aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

De belangrijkste aanbevelingen die de Raad maakt in dit briefadvies zijn:

  • Maak de winning van onconventioneel gas aantrekkelijk voor eigenaren van land en bewoners op percelen (bv. huurders), waaronder zich onconventioneel gas bevindt. Voor een actieve medewerking aan de winning van onconventioneel gas van het vereiste grote aantal landeigenaren en -gebruikers is het op enigerlei wijze verkrijgen van een aandeel in de opbrengsten van de overheid uit de winning onontbeerlijk;

  • Maak duidelijk dat de bestaande wetgeving en regulering adequaat is;

  • Bevorder de ontwikkeling en benutting van technologieën voor het zowel in economische als in milieutechnische zin optimaal winnen van onconventioneel gas, met vooral aandacht voor de waterhuishouding onder de grond en de behandeling van afvalwater;

  • Inventariseer mogelijke kwaliteitsverschillen in onconventioneel gas;

  • Stimuleer de inzet van gas in Europa als onderdeel van de transitie naar een duurzame energiehuishouding onder andere door gasverbruik in elektriciteitsproductie te verkiezen boven kolen, ook gas in te zetten in kolencentrales in combinatie met duurzame biomassa in kolencentrales. Dit maakt de snelle grootschalige implementatie van CCS (Carbon Capture and Storage) minder dwingend door de sterk lagere CO2-uitstoot van gas.

Wat is onconventioneel gas?
Dit gas zit ‘opgesloten’ in het gesteente in dichte bodemlagen waardoor het alleen te winnen is met behulp van nieuwere boortechnieken. Het stroomt dus niet direct uit een boorput zoals bij conventioneel gas, dat een grote ondergrondse gasbel vormt. Onconventioneel gas is in het algemeen moeilijker en minder economisch rendabel om te winnen, omdat de technologie om het te winnen nog niet volledig ontwikkeld is of omdat het te duur is om te winnen. Als die technologie beschikbaar komt en productiekosten dalen of bij hogere gasprijzen, kan het wel economisch rendabel worden om onconventioneel gas te winnen. Met name de productie van shale gas heeft een sterke vlucht genomen in de Verenigde Staten (VS). Shale gas zit opgesloten in verschillende soorten kleisteen- en schalielagen, gevormd uit de modder van ondiepe zeeën die ongeveer 350 miljoen jaar geleden bestonden.


Rechter zet opnieuw streep door windmolens Ecofactorij

Woensdag 9 februari 2011

De Raad van State heeft opnieuw op verzoek van omwonenden de bouw van vijf windmolens op bedrijventerrein Ecofactorij geblokkeerd.
Volgens een voorlopige uitspraak van de hoogste bestuursrechter van ons land moet voor het windpark van Evelop Netherlands BV vrijwel zeker een milieu- effect-rapport (MER) worden gemaakt.

Ook moet er een vergunning worden verleend. Die was volgens de gemeente niet meer nodig door veranderde wetgeving.

Tegen de bouw van de windmolens werd op 19 januari bij de Raad van State een rechtszaak gevoerd.

De windmolens komen dicht bij de ecologische hoofdstructuur te staan, in de buurt van woningen en op 4,5 kilometer afstand van vliegveld Teuge. De eventuele gevolgen voor milieu en veiligheid moeten in MER-rapportage worden onderzocht, vermoedt de Raad van State. In de bodemprocedure die later dit jaar in Den Haag zal dienen, komt daarover meer duidelijkheid.

In 2010 zette de Raad van State ook al een streep door de vijf windturbines. Daarna gaf de gemeente Evelop opnieuw toestemming om te gaan bouwen.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl :

Keer op keer blijkt uit elke uitspraak van de Raad van State in deze zaak dat de gemeente Apeldoorn niet in staat is de juiste regels toe te passen en de Europese regelgeving omtrent de bouw van deze installaties, niet kent.

Keer op keer heeft de redactie van Fibronot.nl de gemeente geadviseerd deskundigen in dienst te nemen die van wanten (en wetten) weten.
Helaas is dit advies telkens aan dovemansoren gericht en betaalt de Apeldoornse burger de extra kosten die dit soort juridische procedures nu eenmaal met zich meebrengt.


Biogasfabriek Spakenburg werkt op visafval en oud brood

Dinsdag 8 februari 2011

In Spakenburg is gisteren een biogasfabriek opgestart. Het bedrijf verzamelt zo veel mogelijk organisch afval, en zet het om in groen gas, als duurzame variant van aardgas. Netbeheerder Stedin ontwikkelde een ‘poortewachter’, een installatie die garandeert dat het gas alleen het net opgaat als het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.

 Stedin en A. van de Groep & Zn BV voorzien 3.500 Spakenburgse huishoudens van groen gas. Het gas wordt opgewekt door de biovergistinginstallatie van A. van de Groep & Zn BV, een lokale vishandelaar. Deze installatie is de grootste van Nederland en maakt het gas uit onder meer visafval en afval uit de voedingsindustrie. Dit gas wordt toegevoegd aan het aardgasnet van netbeheerder Stedin.

Bij Van de Groep wordt afval, visafval, brood, gevulde koeken en banket dat over de datum is, vergist en omgezet in groen gas. Via de mede door Stedin ontwikkelde ‘poortwachter’, de Bio2Net, wordt uitsluitend gas van aardgaskwaliteit toegelaten tot het gasnet van Stedin. Op jaarbasis produceert Van de Groep circa 6 miljoen m³ gas. Dit is genoeg om meer dan 3.500 huishoudens van groen gas te voorzien. Ariean van de Groep, directeur van A. van de Groep & Zn BV: ‘Het opwekken van groen gas voor het openbare gasnet verhoogt de rentabiliteit van ons bedrijf. Vroeger betaalden wij om ons afval af te laten voeren, nu levert het geld op.’

Duurzame energie
Albert van der Molen, groen gas expert van Stedin: ‘Aardgas speelt een belangrijke rol in de Nederlandse energiehuishouding. Ons land is voor zijn energievoorziening voor circa 50 % afhankelijk van aardgas. Het is noodzakelijk dat er gezocht wordt naar nieuwe manieren om duurzame energie op te wekken. Groen gas levert een essentiële bijdrage aan de overgang naar een duurzame energiehuishouding.’


Stevige daling overslag biobrandstoffen

Maandag 7 februari 2011

De overslag van biobrandstoffen in de Rotterdamse haven is in 2010 met 12 procent afgenomen ten opzichte van 2009. Dat heeft het Havenbedrijf Rotterdam maandag gemeld.
De overslag in 2010 was 4,6 miljoen ton. Het ging om 1,5 miljoen ton biodiesel en 2,2 miljoen ton bio-ethanol.

Daarnaast werd nog 0,9 miljoen ton ETBE (dat aan motorbrandstoffen wordt toegevoegd) behandeld in de Rotterdamse haven. De cijfers worden vertekend door de grote toevloed van gesubsidieerde Amerikaanse biodiesel, meldt het Havenbedrijf.


Fabriek SolarExcel in Noord-Limburg

Vrijdag 4 februari 2011

De Nederlandse onderneming SolarExcel gaat met hulp van het Innovatiefonds van de Provincie Limburg en Industriebank LIOF in Limburg een proeffabriek in Noord-Limburg vestigen die een folie voor zonnecellen gaat produceren.
De folie is ontwikkeld door de ondernemers Ben Slager, Bart Kranz en Ko Hermans, ondersteund door een aantal investeerders. LIOF neemt een belang van circa 8 procent in het aandelenkapitaal van SolarExcel. Het innovatiefonds van de Provincie Limburg neemt een belang van circa 2,5 procent en verstrekt daarnaast een achtergestelde lening.

Kunststof folie
De unieke kunststof folie van SolarExcel is geschikt voor toepassing op alle nieuwe en bestaande typen zonnepanelen. In het productieproces van panelen levert toepassing van de folie kostenvoordelen op doordat bepaalde (milieuonvriendelijke) stappen in het proces kunnen worden weggelaten.

Werkgelegenheid
In de proeffabriek zal de massaproductie van de folie getest en geoptimaliseerd worden. De totale investering voor deze fase wordt geraamd op circa 5 miljoen euro en biedt werk aan ongeveer 20 mensen. Gedeputeerde Jos Hessels gedeputeerde is blij met het nieuwe bedrijf: “Limburg wil koploper zijn op het gebied van zonne-energie. Deze proeffabriek past prima in dat streven.”

Uitvinding
Ben Slager (44) is de uitvinder van een folie die ervoor zorgt dat er veel minder licht wordt weerkaatst door een zonnepaneel. Het folie houdt het zonlicht als het ware gevangen waardoor een zonnepaneel 5 tot 25% efficiënter wordt. Momenteel lopen er negen aanvragen voor patenten om de uitvinding tegen namaak te beschermen.
Slager, een chemisch ingenieur, heeft het afgelopen jaar naar diverse regio’s gekeken om zijn fabriek te vestigen. De keuze viel uiteindelijk op Limburg omdat ‘zij het snelst schakelden en tot actie overgingen’, aldus Slager.


Toch windparken in Zijpe en Wervershoof (NH)

Woensdag 2 februari 2011

Nadat de betrokken gemeenten de omstreden plannen voor twee windparken afwezen, wil de provincie Noord-Holland ze toch opnemen in de provinciale windplannen.

Het gaat om het windmolenplan van Top-Wind bv bij Zwaagdijk-Oost in Wervershoof en om de opschaling van het windpark van Kennemerwind in Zijpe. Beide plannen zijn door de gemeenten afgewezen, na protesten vanuit de bevolking tegen de grootschalige windturbines.

De parken maken echter een nieuwe kans door de Crisis- en Herstelwet, die in maart van kracht werd. Deze wet zorgt voor kortere procedures bij bouwprojecten, met als doel de bevordering van de Nederlandse economie. Ook windparken vallen onder deze wet. Op grond van deze wet kan een provincie worden verplicht om door gemeenten afgewezen initiatieven toch te faciliteren.

TopWind en Kennemerwind hebben inderdaad dit verzoek gedaan. Gedeputeerde Bart Heller (GroenLinks) wil nu een regionaal windplan opstellen, dat als basis kan dienen om de twee windparken alsnog in te passen.


CO2ntramine lanceert stemwijzer gebaseerd op CO2-opslag

Woensdag 2 februari 2011

De stichting Co2ntramine (tegen ondergrondse CO2-opslag) lanceert een stemwijzer voor de Provinciale Statenverkiezingen.

De politieke partijen in het Noorden zijn zeer verdeeld over CO2-opslag.
RTV Drenthe: ‘Zo kan een partij in de ene provincie voor opslag zijn en in een andere provincie tegen. Ook denken veel provinciale fracties er anders over dan hun collega’s in Den Haag. Om de kiezer te helpen, heeft Co2ntramine op haar website een stemwijzer gezet, die is gebaseerd op de verkiezingsprogramma’s.’
Stemwijzer Con2ntramine


Schrijf Verhagen: wel of geen CO2-opslag in het Noorden

Dinsdag 1 februari 2011

Het Dagblad van het Noorden is een brievenactie begonnen. ‘Schrijf minister Verhagen of er wel of geen CO2-opslag in het Noorden moet komen.’ Verhagen gaat donderdag naar Groningen.
Minister Maxime Verhagen van economische zaken komt donderdag naar het Noorden om met voor- en tegenstanders te praten over de opslag van CO2 in lege gasvelden. ‘Ik wil erachter komen wat het Noorden nu echt wil’, zei hij zaterdag in Dagblad van het Noorden.
De redactie van Dagblad van het Noorden biedt lezers de mogelijkheid om hun reactie kenbaar te maken aan de minister. Schrijf in enkele alinea’s op wat hij moet doen: wel of geen vergunning verlenen om het broeikasgas op te slaan in lege gasvelden bij Eleveld, Boerakker en Sebaldeburen. Dat kan per e-mail naar redactie@dvhn.nl.
Uw bericht moet woensdagochtend, voor 12.00 uur binnen zijn bij de redactie. In de krant van donderdag staat een bloemlezing die onder de aandacht van de minister wordt gebracht.


Subsidie windpark is ongeoorloofde staatssteun

Dinsdag 1 februari 2011

Diverse actiegroepen die zich tegen de komst van een windmolenpark voor de kust van de Noordoostpolder verzetten, noemen de subsidies voor het park in een brief aan de Europese Commissie ‘ongeoorloofde staatssteun’. Dat zei een woordvoerster van actiegroep Tegenwind maandag.

In de brief, die werd verzonden door Stichting Rotterdamse Hoek, Urk Briest, Stichting Erfgoed Urk en Tegenwind, wordt onder meer het toekennen van een innovatiesubsidie gehekeld, omdat er niks innovatiefs zou zijn aan de plannen voor de 86 te plaatsen windturbines. Ook een verhoogde bijdrage uit de subsidieregeling Duurzame Energie zou tegen de regels zijn.

Voor het windmolenpark is een miljard euro subsidie vrijgemaakt. Opmerkelijk, volgens de zegsvrouw, omdat het geld naar een kleine groep ondernemers gaat en er geen openbare aanbesteding is geweest.


Overtreders biobrandstof richtlijnen in Tanzania aangepakt

Vrijdag 28 januari 2011

Eigenaren van bestaande biobrandstof projecten in de regio’s Bagamoyo, Kisarawe en Kilwa die de richtlijnen voor duurzame ontwikkeling van vloeibare biobrandstoffen aan hun laars hebben gelapt zullen worden gestraft en volgens de geldende wetten worden gecorrigeerd.
De bedrijven zijn SEKAB AB, Sun Biofuels Plc en BioShape.

De minister van Energie en Mineralen, William Ngeleja, heeft dit eind vorige week aan vertegenwoordigers van de bevolking uit de drie genoemde regio’s verzekerd. Hij had een gesprek met hen over de ontstane situatie, nu enkele bedrijven in Bagamoyo en Kilwa failliet zijn verklaard.
De minister heeft ook verschillende NGO’s en natuur- en milieuorganisaties in Tanzania en daarbuiten gezegd dat zijn ministerie de problemen in deze sector gaat corrigeren.
De National Biofuels Task Force in Tanzania heeft zojuist een onderzoek van vijf jaar in de drie genoemde regio’s afgerond en het ministerie geadviseerd hoe nu verder te handelen.
Alle projecten die voor de datum van het eindadvies van de National BioFuels Task Force waren gestart zullen opnieuw beoordeeld worden of ze voldoen aan de nieuwe set van richtlijnen.

De drie hierboven genoemde bedrijven worden ervan beschuldigd dat ze bouwland en  uitgestrekte bosgebieden langs de kust, die onder beschermd gebied vallen, hebben gebruikt voor hun plannen.

De minister zei dat hij de teelt van biobrandstof gewassen in de genoemde gebieden niet meer zal toestaan en eventuele toekomstige projecten zullen door één instantie worden begeleid. Deze instantie is het Tanzania Investment Centre. Het TIC werd in het verleden nogal eens gepasseerd, zoals bij BioShape is gebeurd, waar frauderende ambtenaren van een ministerie voor de benodigde papieren hebben gezorgd, terwijl dit de taak van de TIC was.
Eén van de voorwaarden in de nieuwe richtlijnen is dat er een maximum van 25 jaar op te pachten grond wordt gesteld, waarbij de autoriteiten nauwlettend erop zullen toezien dat de pachtsom netjes aan de juiste instanties wordt betaald.
De biobrandstofbedrijven in Bagamoyo en Kilwa krijgen de opdracht zich aan de nieuwe richtlijnen te conformeren of anders een verbod op de afzet van hun producten te riskeren.


Urk blijft zich verzetten tegen windmolenpark

Vrijdag 28 januari 2011

Op Urk is afgelopen woensdag het startsein gegeven voor een ‘tegenwindmanifestatie’ tegen het windmolenpark dat voor de deur van het voormalige eiland moet verschijnen.
De Urkers willen dat mensen beseffen hoe hoog de windturbines gaan worden.

Met een imitator van Mark Rutte aan het roer werd een protestbord onthuld, waarop de toekomstige molens vergeleken worden met de vijf hoogste torens van Nederland. De windwieken die voor de kust van de Noordoostpolder moeten verrijzen hebben een maximale hoogte van 198,5 meter en zijn daarmee hoger dan bijvoorbeeld de Euromast.
Op 5 februari vindt een grote manifestatie plaats op Urk tegen het windpark. Volgens een woordvoerder van Actiecomité Urk Briest wordt dat een groot spektakel, maar over het precieze programma kon hij nog geen duidelijkheid geven.


Jatropha: geld groeit niet aan de bomen

Vrijdag 28 januari 2011

Deze week heeft één van de grootste natuur- en milieuorganisaties, Friends of the Earth Europe, een vernietigend rapport over Jatropha gepubliceerd.
Het rapport beschrijft tien punten waarom de teelt van jatropha bijvoorbaat gedoemd is te mislukken.
Friends of the Earth Europe schaart zich met dit rapport in de lange rij met negatieve publicaties over jatropha.
Lees of download hier het rapport, 18 pagina’s PDF, 3MB.

Het is opvallend dat ook in dit rapport geschreven wordt dat de teelt van jatropha niet CO2 neutraal is of zelfs maar CO2 bespaart, zoals BioShape beweert. Dit rapport is een bevestiging van het feit dat BioShape met haar CO2 rapport, dat geschreven werd door de ex voorzitter van de Raad van Commissarissen van de BioShape Holding B.V., tevens klimaatalarmist, al dan niet opzettelijk fraude heeft gepleegd teneinde de publieke opinie te beïnvloeden of te misleiden, of ten minste niet de ware cijfers heeft genoemd.
De biobrandstofbedrijven die in Tanzania actief waren, waaronder BioShape, komen er in het rapport niet ongeschonden vanaf.

In het rapport worden veel teksten van Fibronot.nl geciteerd. Fibronot.nl is dan ook bij de referenties opgenomen.


Waterschap levert nu ook elektra

Woensdag 26 januari 2011

APELDOORN – De zuiveringsinstallatie van Waterschap Veluwe leverde het afgelopen jaar niet alleen warm water maar ook elektriciteit.

Naast de opwekking van stroom voor eigen gebruik bleef er – voor het eerst – nog voldoende ‘over’ om terug te laten vloeien naar het net. Van de teruggeleverde stroom konden 1068 huishoudens profiteren.
Daarnaast leverde de installatie in 2010 voldoende warmte om 283 woningen van warm kraanwater en verwarmingswater te voorzien. In 2009 stond de teller nog op 20 woningen.

Met een drietal vergistingsinstallaties haalt het waterschap energie uit zuiveringsslib.
Bij vergisting van het slib door middel van bacteriën ontstaat biogas. Gas dat vervolgens als brandstof dient voor een motor die elektriciteit opwekt. De hitte die deze motor ook produceert wordt gebruikt om water te verwarmen dat via een zogeheten warmtenet de waterleiding (voor kraanwater en cv-installatie) opwarmt.
Waterschap Veluwe experimenteert als een van de eerste waterschappen met het opwekken van energie uit zuiveringsslib.

De extra energie kon worden geleverd doordat het vergistingsproces in 2010 efficiënter is ingericht. Er is meer meer energie per kubieke meter slib gewonnen.
De stroom gaat terug naar Nuon, de warmte levert het waterschap aan Essent dat daarmee woningen in Zuidbroek verwarmt.
Vorig jaar verbeterde het waterschap het vergistingsproces al door levensmiddelen als cola en appelmoes en slachtafval aan het rioolwater toe te voegen. Dat leverde een betere gasproductie op.

Om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen spraken waterschappen in 2008 met de rijksoverheid af voor 2020 dertig procent efficiënter te gaan werken.
Waterschap Veluwe is zo goed op streek dat het waterschap verwacht dat in 2011 al te halen.
De aanleg van een warmtenet in Zuidbroek speelt een belangrijke rol bij de ambitie van gemeente Apeldoorn in 2020 energieneutraal te zijn.
Bron: de Stentor


Enorme gasreserves vlak om de hoek

Zondag 23 januari 2011

Volgens het International Energie Agency (IEA) is er voor de komende paar honderd jaar aardgas voldoende.
Een project vlak om de hoek ligt langs de Nederlands – Duitse grens waar de Duitsers inmiddels proefboringen zijn begonnen.

Het trefwoord is leisteen, ook wel schalie genoemd, in het Engels shale geheten, dat de hoofdmoot vormt van de samenstelling van de bodem in West Europa. De leisteen bodem zit boordevol met aardgas.
Shale gas is in grote hoeveelheden beschikbaar en lijkt door recente ontwikkelingen ook economisch winbaar. In de VS wordt deze gaswinning al op grote schaal toegepast, waardoor de VS tot de grootste gasproducent ter wereld is gaan behoren. Dat terwijl het land tot voor enkele jaren geleden enorme hoeveelheden aardgas moest importeren. De VS is op die manier volledig onafhankelijk geworden ten aanzien van de gasvoorziening en niet meer afhankelijk van politieke grillen van olieproducerende landen.

Maar eerst dit: Voor wie het nog niet wist, Nederland wordt geregeerd bij EU decreet, subsidies en een rigoreus boetesysteem en daarom gaat ons land door met het het bouwen van windparken, dit ondanks het feit dat zelfs onze nieuwe Minister President niets van windenergie moet hebben.
Nu de bouw van een megawindmolenpark ondanks een nuchtere rechtse regering een besloten zaak is en de eerste grootschalige proeven met electrische auto’s van start zijn gegaan moet u weten dat wij een enorme energie-reserve en dito economische mogelijkheden laten liggen.

In de bodem van Nederland en Duitsland bevinden zich enorme hoeveelheden shale gas.

Onze Duitse buren weten dat ook en die zijn, tot ongenoegen van de Russen en de EU, met de eerste proefboringen begonnen langs de Nederlandse grens, van Kleve tot Bocholt.
Volgens TNO ligt hier één van de grotere gasreserves in de wereld.
Waarom is dit gegeven van belang?

In de eerste plaats ter geruststelling van al die mensen die geloven dat we binnenkort zonder energie komen te zitten. Peak Oil is een minstens zo grote misconceptie als klimaatverandering.

In de tweede plaats omdat de ‘spielerei’ met electrische autootjes en windmolentjes ons hardstikke arm maakt. Deze projecten verslinden honderden milioenen aan subsidies, lees belastinggeld en leveren behalve een enorme deuk in ons concurrentievermogen en een handjevol rijke boeren absoluut niets op.

Shale gas daarentegen maakt ons schathemeltje rijk.

Beter EU groen dan steenrijk is het nieuwe motto, een zéér vertandig beleid in tijden van begrotingstekorten.

Waren Nederlandse politici als het om EU zaken gaat niet altijd al het beste jongetje van de klas?

De als altijd pragmatische Duitsers denken daar duidelijk heel anders over maar daar staat EU dan ook ‘klein geschrieben’.
TNO heeft er een stel mooie kaarten bijgemaakt.
Een Engels research instituut besteedt er ook aandacht aan in een rapport.
Bron: Climatgate.nl


Wereldwijde gasvoorraad wellicht dubbel zo groot

Zondag 23 januari 2011

De wereldwijde voorraden natuurlijk gas zijn mogelijk dubbel zo groot. Dat zegt het International Energie Agency (IEA). Mogelijk nog is er nog voor tweeënhalve eeuw gas.
Dankzij zogenaamde onconventionele bronnen, zoals shale-gas of coalbed-methaan, zou de wereld volgens Anne-Sophie Corbeau, gaspexpert bij het energie-agentschap, mogelijk nog voor tweeënhalve eeuw gasvoorraden hebben. Corbeau voegt er aan toe dat de ramingen mogelijk zelfs nog zouden kunnen worden opgedreven.

“Enkele jaren geleden stonden de Verenigde Staten op het punt om gas te importeren, maar zijn ondertussen de grootste gasproducent van de wereld geworden,” merkt Anne-Sophie Corbeau op tegenover BBC News. ‘Dat was mogelijk door een aantal technologische doorbraken, die het onder meer mogelijk maakten om met kleine explosies gas vrij te maken dat in rotsformaties zit gevangen. Andere landen proberen die technologie inmiddels te imiteren.’

De huidige conventionele gasvoorraden voldoen volgens Corbeau nog voor een periode van zestig jaar. Indien er nog een aantal nieuwe voorraden kunnen worden aangeboord, zou daar volgens haar nog eens zestig jaar kunnen worden aan toegevoegd. Met inbegrip van onconventionele voorraden zijn er volgens haar echter 920 triljoen kubieke meter gasreserves. Dat is driehonderd keer meer dan de jaarlijkse vraag. Corbeau gaf toe dat wellicht niet alle voorraden zullen kunnen worden ontgonnen, maar merkt op dat elke nieuwe ontginning een impact zal hebben op de reserves en prijzen.


Rioolwaterzuivering Apeldoorn produceert meer energie dan het verbruikt

Donderdag 20 januari 2011

In 2010 leverde de rioolwaterzuiveringsinstallatie Apeldoorn voor het eerst meer stroom dan het zelf verbruikt. Stroom voor 1.068 huishoudens kon aan het elektriciteitsnet worden teruggeleverd.

Bij de vergisting van zuiveringsslib – bacteriemassa – uit de zuiveringsinstallatie ontstaat biogas. Dat gas wordt verbrand in een motor die elektriciteit opwekt. Bij die verbranding ontstaat ook warmte. De warmte levert het waterschap aan de wijk Zuidbroek voor de verwarming van verwarmings- en kraanwater. Afgezet tegen het gemiddeld gasverbruik in ons land kunnen met de ontstane warmte 283 huizen een jaar lang van warmte en warmwater worden voorzien.

Productieproces werd in 2010 efficiënter

Waterschap Veluwe experimenteert als één van de eerste waterschappen in ons land met het opwekken van energie uit zuiveringsslib. In 2010 verdubbelde de biogasproductie in Apeldoorn. Een medewerker van het waterschap hierover: ‘In 2010 hebben we het vergisten nog beter onder de knie gekregen. We leren het proces nu nog beter voeden. Daardoor verloopt het vergistingsproces efficiënter en halen we meer energie uit een m3 zuiveringslib. Dit zijn belangrijke stappen in het terugdringen van het gebruik van fossiele energie in ons land.’

Maatregelen

De Nederlandse waterschappen maakten in 2008 afspraken met de Rijksoverheid over het terugdringen van hun energieverbruik. Daarbij legden zij vast in de periode 2005-2020 30% efficiënter te gaan werken. Met de huidige biogasproductie in Apeldoorn zal het waterschap die doelstelling al in 2011 kunnen halen.
Bron: Waterschap Veluwe
Zie ook Zuidbroek


Eigendommen BioShape in Tanzania (Mavuji) worden geveild

Woensdag 19 januari 2011

Het High Court in Dar es Salaam heeft het Veilinghuis Yono Auction Mart in Dar es Salaam als makelaar benoemd en opdracht gegeven de eigendommen van BioShape Tanzania Ltd. in Mavuji te veilen.

De opbrengst wordt gebruikt voor de uitbetaling van de achterstallige lonen van 94 werknemers van BioShape die al sinds november 2009 geen loon meer hebben gekregen.

Alle eigendommen komen in principe in aanmerking om geveild te worden. Dat betekent dat opstallen, materiaal en alle overige goederen onder de hamer komen.
Mocht de opbrengst onvoldoende zijn dan wordt ook land verkocht.
Een rechter van de afdeling Arbeid van het High Court heeft vorige week een bezoek gebracht aan Mavuji om een inventarisatie te maken, waarna hij direct uitspraak heeft gedaan.

De veiling moet binnen één maand na woensdag 12 januari 2011 plaats vinden waarna het veilinghuis een verslag van de verkoop aan de Rechtbank moet sturen.

De rechter deed uitspraak na afloop van een ultimatum dat aan BioShape Tanzania Ltd. was gegeven. Dit ultimatum verliep op 20 december 2010.
De zaak was door de Commission for Mediation and Arbitration in Lindi na afloop van het ultimatum naar het High Court doorverwezen.
94 werknemers van BioShape Tanzania Ltd. zaten sinds november 2009 van de één op de andere dag zonder werk, nadat een manager hen had medegedeeld maar naar huis te gaan en af te wachten.

Deze opmerking van de manager gaat BioShape nog aardig wat geld kosten, want de 94 werknemers zijn nooit ontslagen en staan dus nog steeds legaal op de loonlijst van BioShape Tanzania Ltd.

De uitbetaling van de achterstallige lonen betreft de periode van november 2009 tot september 2010. De werknemers bouwen inmiddels weer een aardig bedrag aan achterstallig loon vanaf september 2010 op. BioShape kan dus opnieuw een vordering tegemoet zien.
De vraag is echter of het zover komt, want inmiddels lijkt het er op dat het faillissement van BioShape Tanzania Ltd. aangevraagd gaat worden.
BioShape Tanzania Ltd. reageert niet op dagvaardingen om voor de rechter te verschijnen en niemand van het bedrijf schijnt beschikbaar te zijn als er om commentaar wordt gevraagd.

In de 8 pagina’s dikke uitspraak staat ook dat deze uitspraak geen invloed heeft op andere wettelijke rechten als legitieme werknemers van BioShape Tanzania Ltd.
Met de veiling in het vooruitzicht hebben de werknemers vorige week besloten om de 24 uurs bewaking van Camp Mavuji te handhaven en zelfs uit te breiden. Men vertrouwt het management van BioShape niet en de werknemers zijn bang dat BioShape nogmaals een poging gaat doen om, ondanks de inmiddels door de rechtbank verzegelde deuren van de opstallen en containers in Camp Mavuji, materiaal weg te halen.
Gezien de grote hoeveelheid medewerkers in Camp Mavuji die met allerlei middelen zijn uitgerust om desnoods gewapend op te treden, lijkt het uitgesloten dat medewerkers van BioShape nogmaals een poging zullen wagen een voetstap in Camp Mavuji te zetten.


Duurzaam boegbeeld Duracar in Chinese handen

Woensdag 19 januari 2011

Duracar, de elektrische bestelwagen die geplaagd werd door een lange serie tegenslagen, blijkt in Chinese handen terecht te zijn gekomen.

Het bedrijf Sino EV Tech, gevestigd in Nanchang, heeft het Nederlandse bedrijf gekocht van de Belgische familie Voeten. De bestelwagen, ooit verkozen tot Auto van de Toekomst, zal nog dit voorjaar in China in productie worden genomen. Dat zegt de zaakwaarnemer van Sino EV Tech, Harm Prins. Het is de bedoeling dat de productie volgend jaar oploopt naar 50.000 stuks.
Tot anderhalf jaar geleden gold Duracar als een grote belofte binnen ‘groen’ Nederland. Toenmalig minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven maakte een ritje op een bedrijfsterrein en verkondigde: ‘Het is geweldig dat een Nederlands product van dit niveau beschikbaar is.’

Het is anders gelopen. Van der Hoeven had het nog niet gezegd of Duracar werd meegezogen in een maalstroom van faillissementen, ruzies en rechtszaken. Sinds midden 2009 stond de ontwikkeling van de bestelwagen volledig stil.

Duracar werd vier jaar geleden opgericht door de Limburgse serieondernemer Paul Hamm. Hij bracht zijn bedrijf later onder in Econcern. Toen deze onderneming in het voorjaar van 2009 kopje- onder ging, was dat het begin van een onwaarschijnlijke soapopera. Op een gegeven moment waren er maar liefst drie partijen die claimden eigenaar van het bedrijf te zijn. Dit machtsvacuüm leidde ertoe dat crediteuren niet betaald kregen.

Begin 2010 volgde het bankroet.

Toen dat eenmaal was uitgesproken, aarzelde Sino EV Tech niet. ‘Ze stonden binnen een week op de stoep’, zegt Prins. ‘Ze hebben kennisgemaakt, een proefritje gemaakt en ze waren meteen enthousiast.’ De ruzies rond Duracar leidden tot vertraging bij de overname, maar naar nu blijkt was er afgelopen zomer al een deal. De Chinezen hebben ¤7 mln gestopt in het productierijp maken van de wagen. De voormalige directeur van Duracar, Wim Steenbakkers, is inmiddels teruggetreden. ‘Ik had niet veel zin om naar China te verhuizen.’ Steenbakkers betreurt het niet dat ‘zijn’ bedrijf Nederland gaat verlaten. ‘Het is misschien niet prettig voor de bv Nederland, maar het bedrijf is nu wel in een veilige haven terechtgekomen.’


TNO schrikt van mogelijk CO2-lek Canada

Dinsdag 18 januari 2011

TNO-onderzoeker Jan Brouwer is geschrokken van het mogelijke lek bij een CO2-opslag in Canada. Hij benadrukt wel dat de opslag in Canada niet te vergelijken is met de Nederlandse plannen. RTV Drenthe interviewde hem.

Het CO2 opslagveld in de provincie Saskatchewan lekt volgens omwonenden al jaren. Ook wordt er gesproken over explosies en dode dieren als gevolg van de lekkages.

Ook in Nederland wordt overwogen CO2 ondergronds op te slaan, bijvoorbeeld in Drenthe. TNO onderzoekt voor het Ministerie van VROM of er opslag in gasreservoirs in Noord-Nederland mogelijk is en wat de risico’s daarvan zijn.

De Canadese overheid en het lokale energiebedrijf hebben tot nu toe geen actie ondernomen, aldus Ecojustice. Een onafhankelijk bedrijf heeft in opdracht van het adviesbureau onderzoek gedaan naar de problemen. Zij constateerde een hoger gehalte CO2 in de bodem dan normaal. Omwonenden van de opslag hebben ook gezondheidsproblemen maar een direct verband met het CO2 in de bodem heeft Ecojustice nog niet kunnen leggen.
Bron: RTV Drenthe


‘Biobrandstoffen zijn wél goed voor boer en milieu’

Dinsdag 18 januari 2011

Trouw brengt vanmorgen een reportage over boeren die in de omgeving van Venray biobrandstoffen telen. ’Biobrandstoffen zitten ten onrechte in het verdomhoekje.’ Ze tonen het met cijfers aan.

Een aantal boeren richtte in 2004 de coöperatie Carnola op om koolzaad te gaan telen. Voor biobrandstof. Ze richtten zich op de ervaringen in Duitsland en kregen, net als in Duitsland, in Nederland accijnsvrijstellingen. De boeren draaiden prima, tot er opeens allerlei negatieve informatie over biobrandstof kwam en hun omzet inzakte. En dat op grond van cijfers die volgens de boeren absoluut niet klopten.  Een van de boeren tegen Trouw: ’Gevestigde energiebelangen probeerden ons in een kwaad daglicht te stellen door met cijfers te schermen die zouden aantonen dat biobrandstoffen helemaal het milieu niet sparen.’
Ze besloten zelf hun cijfermateriaal te verzamelen in een initiatief dat de naam ’de Energieboerderij’ kreeg. En wat bleek? De boeren rond Venray scoren met hun teelt aanzienlijk beter dan de norm die de EU stelt. Die eist een CO2-reductie van 35% (nu) tot 50% (in 2017). De biobrandstofproductie rond Venray scoort flink beter: voor brandstof uit maïs tot 70% tot 85%, voor suikerbieten 70%  en voor koolzaad 50% tot 65%.

Reactie van de redactie van Fibronot.nl:
Jammer dat voedingsgewassen als maïs en suikerbieten als bron voor biobrandstoffen worden gebruikt.
De stijgende prijzen voor dit soort gewassen op de wereldmarkt zijn voor de inwoners van de arme landen een blok aan het been.
Misschien is dat wel de oorzaak van de negatieve informatie waar de boeren over spreken.


Dioxineschandaal in Duitsland breidt zich uit

Zaterdag 15 januari 2011

BERLIJN -  Het dioxineschandaal in Duitsland is uitgebreid met de verdenking dat weer een fabrikant van diervoer besmet voer in omloop heeft gebracht. Het Duitse ministerie van landbouw maakte zaterdag bekend dat nog eens 934 veebedrijven op slot gaan.
Het voer is terechtgekomen in onder meer de deelstaten Noordrijn-Westfalen, Brandenburg en Beieren. Het gaat om 110 leghenbedrijven en om varkensbedrijven.

De autoriteiten gaan ervan uit dat gedurende een periode van tien dagen producten, vooral eieren, op de markt zijn gekomen, die mogelijk besmet zijn. Het veevoerbedrijf is gevestigd in Damme in de deelstaat Nedersaksen.


‘Binnen afzienbare tijd duidelijkheid omtrent doorstart BioValue’

Zaterdag 15 januari 2011

EEMSHAVEN – Volgens de vakbonden komt er binnen enkele weken duidelijkheid over de doorstart van biodieselfabriek BioValue in de Eemshaven.

Vanaf komend weekend kunnen overnamekandidaten een bod uitbrengen op het failliete bedrijf. Inmiddels zijn er al 20 gegadigden. Curator Meijer wil de onderhandelingen de komende weken afronden. De 25 werknemers, die al sinds de zomer geen werk meer hadden, zijn eind vorig jaar ontslagen. De meesten hopen na een doorstart weer bij BioValue aan het werk te kunnen.
Bron: RTV Noord


Bouw windmolenpark Borkum Riffgat op lossen schroeven

Vrijdag 14 januari 2011

Nederland en Duitsland zijn met elkaar in gesprek over de zeegrens, aldus een woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken vrijdag.
De zaak is van groot belang voor de geplande bouw van een windmolenpark bij Borkum, een Duits eiland recht boven de provincie Groningen.

Het grensgeschil kan leiden tot uitstel van de bouw die deze zomer moet beginnen. Het Duitse energiebedrijf EWE heeft van de Duitse overheid inmiddels vergunningen gekregen, maar het is onzeker of het wel Duits zeegebied is.
De windmolens van het miljoenenproject Riffgat zouden al volgend jaar stroom moeten leveren die genoeg is voor honderdduizend Duitse huishoudens.


Het faillissement van BioShape Powerplants

Dinsdag 11 januari 2011

Op 3 november 2010 werd de BioShape Powerplants failliet verklaard. Inzake dit faillissement is vorige maand het faillissementsverslag door de curator bij de rechtbank Roermond ingediend.

In het faillissementsverslag staan enkele interessante opmerkingen. Zo zou het bestuur van de enige aandeelhouder, de failliete BioShape Holding B.V. dat bestaat uit de heren Hermans, Cor Vaes en S. Paes, over 2009 geen jaarrekening hebben opgemaakt.
Het niet deponeren van de jaarrekening 2009 leidt in beginsel tot bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 lid 2 BW.
Lees hier het faillissementsverslag.


Fabrikanten veevoer beloven maatregelen

Dinsdag 11 januari 2011

BRUSSEL – Fabrikanten van veevoer in Europa hebben maatregelen aangekondigd waardoor ze nieuwe vervuiling met dioxine willen voorkomen.

De Europese Organisatie van de Veevoerindustrie Fefac heeft dat maandag gezegd tijdens een crisisgesprek in Brussel, aldus een woordvoerder van de Europese Commissie.

De fabrikanten willen vooral concrete voorstellen doen voor een sectorbrede dioxine-monitoring. Daarbij moeten er regels komen voor testen op de totale toevloed van oliën en vetten in het veevoer.
Zie hier verder

Opmerking van de redactie van Fibronot.nl:

Een merkwaardige gang van zaken. Het lijkt op de slager die zijn eigen vlees keurt, of Wij van WC Eend adviseren WC Eend.

Het zou beter zijn wanneer er een onafhanklijke onderzoeks commissie onderzoek gaat doen naar de kwaliteit van het veevoer, in plaats dat deze sector zelf de kwaliteit van het veevoer gaat onderzoeken en monitoren.
Er is bijna geen sector waar zoveel afval verwerkt wordt als de veevoedersector. De vuile was moet kennelijk binnen gehouden worden. Deze sector duldt daarbij geen externe pottenkijkers die allerlei giftige rommel in opslagloodsen zien liggen.

Er wordt al decennia lang gerommeld met het veevoer. Menige directie van veevoederbedrijven is zo frauduleus als het maar zijn kan.
Dioxine, illegale groeihormonen zoals bij Profarm indertijd, waar dezelfde directie zetelde die het nu voor het zeggen heeft bij BioShape Tanzania Ltd.. Niemand heeft nog een greintje vertrouwen in dit soort lieden.
Dit soort mensen moet nu de eigen werkzaamheden gaan controleren?

De redactie van Fibronot.nl heeft in het verleden menige voorspelling gedaan die is uitgekomen en voorspelt nu dat eigen controle door de veevoeder sector niet zal werken en gedoemd is te mislukken.
Het is slechts een kwestie van tijd voordat zich het volgende schandaal openbaart.

De redactie van Fibronot.nl vraagt zich ook af waarom niemand onderzoekt of de biodiesel die Petrotec maakt gegarandeerd dioxine vrij is. Of rijdt half Duitsland inmiddels op met dioxine vervuilde biodiesel?
De vraag is niet uitzonderlijk, per slot van rekening gebeuren er in deze sector de vreemdste dingen.


Biobrandstof industrie in Tanzania op slot

Maandag 10 januari 2011

De productie van biobrandstoffen in Tanzania is een opeenstapeling van mislukkingen. Beloftes van biobrandstof bedrijven waaronder  BioShape om in de infrastructuur te investeren zijn op niets uitgelopen. Het bouwen van diepe waterputten voor de bevolking, de bouw van ziekenhuizen, scholen en verbetering van wegen, er is niets van de plannen uitgekomen.

De politiek stond erbij en keek er naar.
Behalve de Voorzitter van het dorp Muhaga in het Kisaware District, Mkambala. Hij trekt ten strijde tegen de biobrandstof bedrijven en hun loze beloftes.
De door de biobrandstofbedrijven genoemde beloftes zijn zelfs nooit gedeeltelijk waargemaakt, zegt hij.
Het verschil tussen de dorpen en de sites waar de biobrandstofbedrijven zijn gehuisvest is dat deze bedrijven wel de beschikking hebben over schoon water, medische voorzieningen en een goede infrastructuur met ondermeer goede wegen.

Lokale ambtenaren en politici hebben zich voor het karretje van de biobrandstof bedrijven laten spannen en hebben de dorpelingen ervan proberen te overtuigen dat wanneer ze betere sociale voorzieningen en middelen om de armoede te bestrijden wilden hebben, zij hun land maar aan de investeerders moesten geven.
Zelfs een lokaal lid van het parlement in Dar es Salaam probeerde dorpelingen ervan te overtuigen hun land weg te geven zonder aan de gevolgen te denken.

We hebben vragen aan de investeerders gesteld waarom de beloftes niet zijn nagekomen, zegt Mkambala, maar de investeerders blijven zwijgen.
Het lagere kader van de biobrandstof bedrijven zegt dat de gedane beloftes over de bouw van scholen en ziekenhuizen een complexe zaak zijn omdat de budgetaire zaken van die toezeggingen in het buitenland worden gedaan.

Een team van deskundigen van de Sokoine Landbouw Universiteit in Tanzania, heeft een studie uitgevoerd en de streken Kisawara, Rufiji, Lindi en Kilwa uitvoerig onder de loep genomen op de productie van biobrandstoffen.
De studie bracht een cruciaal probleem aan het licht. De investeringen door de buitenlandse biobrandstof bedrijven in de genoemde gebieden was ‘blind’ of ‘haastig’.
Dit betekent dat Tanzania groen licht gaf aan biobrandstof bedrijven zonder dat er een goed beleidskader was hoe men deze sector moest ontwikkelen.
De gevolgen van het ontbeken van richtlijnen over hoe de investeringen eigenlijk zouden moeten worden gedaan, hebben als resultaat gehad dat er meer problemen zijn ontstaan dan er aanvankelijk in de onderzochte gebieden waren.

Zo is de schaarste aan goede landbouwgrond toegenomen, is er in veel gebieden een groot tekort aan voedsel ontstaan en is de werkloosheid enorm toegenomen, niet in het minst vanwege enkele faillissementen onder de biobrandstof bedrijven.

Ook de hulporganisatie Action Aid Tanzania heeft ondanks een veldonderzoek in Kisaware, Rufiji en Kilwa gedaan en komt tot dezelfde conclusie als de wetenschappers aan de Sokoine Landbouw Universiteit.
Vanwege het feit dat in de drie genoemde districten vrijwel al het land van de dorpelingen is afgepakt heeft Action Aid Tanzania de regering geadviseerd te stoppen met het uitgeven van grond aan biobrandstof bedrijven en dat er eerst een beleid wordt ontwikkeld dat voedselzekerheid garandeert.

Opmerkelijk is dat de voormalige minister van het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development, John Chiligati, scherp tegen de inhoud van het rapport van Action Aid Tanzania heeft geprotesteerd.
Opmerkelijk?
Inderdaad.
John Chiligati is door de President van Tanzania na de jongste verkiezingen in november  2010 gepasseerd om opnieuw het ministerie te leiden, omdat hij geen brandschoon verleden heeft en verdacht wordt van fraude en corruptie.
Chiligati wordt er onder meer van beschuldigd dat zijn ministerie onterecht de instantie die in Tanzania land aan investeerders uitgeeft, de TIC, heeft gepasseerd bij het uitgeven van land aan BioShape in het District Kilwa.
De algemeen secretaris van het ministerie, Patrick Rutabanzibwa, heeft de betrokkenheid van ambtenaren van zijn ministerie bij de verkoop van grond, toegegeven. Zij deden dat in samenspraak met lokale politici.

De nieuwe minister van het ministerie van Lands, Housing and Human Settlements Development verklaarde dat het nu hoog tijd is geworden de rijke buitenlanders aan te pakken die de lokale bevolking intimideren en met behulp van corrupte politici en ambtenaren hun land afpakken. De eerste daadwerkelijke actie is al door haar uitgevoerd. Een hele rij ambtenaren van het ministerie is eind november 2010 door de minister op non actief gezet om de weg te effenen voor het uitvoeren van een grondig onderzoek naar de fraude en corruptie die er de afgelopen jaren op het ministerie heeft plaats gevonden.


Dioxine en Fibroned, door de redactie van Fibronot.nl

Zaterdag 8 januari 2011

Op deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan dioxine en de gevolgen ervan op het menselijk lichaam. Zie hier.
We hebben dit jaren geleden al geschreven omdat de beoogde kippenmestverbrander Fibroned een zodanig gevaarlijke hoeveelheid dioxine gaat uitstoten, die z’n weerga niet kent.

Maar wat zeggen de autoriteiten?

Zij roepen in koor, er is niets aan de hand, de dioxine uitstoot valt binnen de normen en gaat u maar rustig slapen hoor, inwoners van Apeldoorn en omstreken.

En daar zit het venijn. In de normen.
De autoriteiten verschuilen zich telkens achter de normen en grenswaarden.
Waarom toch?
Om van het gezemel af te zijn?
Om geen verantwoordelijkheid meer te hoeven dragen?
Of omdat ze misschien niet weten waar ze over spreken?

Om een lang verhaal kort te maken, niemand mag zich achter de normen en grenswaarden verschuilen, omdat dioxine zich in het menselijk lichaam verzameld en zich ophoopt in de lichaamsvetten.
De kleine dosis die u per dag binnen krijgt, u weet wel, die van onder de norm van de autoriteiten, wordt namelijk elke dag groter.
Dat komt omdat dioxine nauwelijks afbreekt. De dagelijkse inname van dioxine doet de norm op een gegeven moment vervagen.
U krijgt op termijn namelijk aanzienlijk meer binnen dan de zogenaamde veilige norm.

Nu dioxine weer in het nieuws is met de ongelooflijke vervuiling van veevoer in Duitsland, kan het geen kwaad nogmaals op de gevaren van de dioxine uitstoot door Fibroned te wijzen.
Hoe klein en onder de norm de dioxine uitstoot volgens de autoriteiten ook is, op termijn loopt u een groot risico dat de hoeveelheid dioxine in uw lichaam zover is toegenomen dat u er last van krijgt.
En anders uw kinderen en kleinkinderen wel.

De autoriteiten die zich stelselmatig achter de normen verschuilen zijn geen haar beter dan de criminelen in de veevoederindustrie en biomassasector die op dit moment in Duitsland vele honderdduizenden tonnen veevoer met dioxine besmet industrieëel afval als veevoer hebben gemaakt.


Duits ‘dioxinebedrijf’ ook verdacht van fraude

Zaterdag 8 januari 2011

KIEL – Het Duitse bedrijf Harles und Jentzsch, dat onder vuur ligt omdat het vergiftigd veevoer op de markt heeft gebracht, wordt nu ook beschuldigd van belastingontduiking. Een woordvoerder van het ministerie van Landbouw van de deelstaat Nedersaksen heeft vrijdag berichtgeving hierover in Duitse media bevestigd.

Eerder nam Ilse Aigner, de federale minister van Landbouw de woorden ”crimineel” en ”volstrekt onverantwoordelijk” in de mond toen zij over het bedrijf sprak.

Zij reageerde geschokt op nieuwe informatie die vrijdag naar buiten kwam. Het bedrijf zou in maart 2010 al hebben geweten dat de dioxinewaardes dubbel zo hoog waren als toegestaan. Maar Harles und Jentzsch verzuimde toen de autoriteiten op de hoogte te stellen.

Het dioxineschandaal werd vrijdag met het uur omvangrijker. Dat kwam mede door een onderzoek dat de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein naar buiten bracht.

Overschrijding

Vetten die Harles und Jentzsch voor de veevoederindustrie produceerde, hebben de toegestane dioxinewaarde in veel grotere mate mate overschreden dan werd gedacht. De overschrijding bij de geteste monsters liep op tot bijna 78 keer zo veel als de maximale geoorloofde hoeveelheid.

Harles und Jentzsch bracht de dioxinekwestie pas eind december naar buiten. Volgens de Duitse regering is het kankerverwekkende gif in maximaal 150.000 ton pluimvee- en varkensvoer terechtgekomen. Inmiddels zijn meer dan 4700 boerderijen in Duitsland, voornamelijk varkenshouderijen, uit voorzorg op slot gedaan.

Veevoervet

Hoe de dioxine in het veevoervet terechtkwam, is nog onduidelijk. Mogelijk was het vet dat Harles und Jentzsch van biodieselproducent Petrotec kocht giftig. Dit laatste bedrijf verwerkt onder meer oud frituurvet uit snackbars. De komende weken wordt onderzocht of Petrotec gebruikte vetten heeft gekocht die een te hoog dioxinegehalte hadden.


Bijna 78 keer te veel dioxine in veevoervet

Zaterdag 8 januari 2011

KIEL – Vetten die het Duitse bedrijf Harles und Jentzsch voor de veevoederindustrie produceerde, hebben de toegestane dioxinewaarde in extreme mate overschreden. De overschrijding liep op tot bijna 78 keer zo veel als de maximale geoorloofde hoeveelheid.

Dat heeft het ministerie van Landbouw in de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein vrijdag bekendgemaakt.
Het ministerie heeft monsters onderzocht op dioxine. In negen van de tien gevallen was het vet vergiftigd.

Maart 2010

Vrijdag werd ook bekend dat het dioxineschandaal zich al veel langer voortsleept dan gedacht. In maart 2010 zou Harles und Jentzsch al hebben geweten dat de dioxinewaardes dubbel zo hoog waren als toegestaan.
Het bedrijf verzuimde echter de autoriteiten op de hoogte te stellen. Ilse Aigner, de federale minister van Landbouw, reageerde geschokt. Als deze verdenking klopt, is dat ”uiterst crimineel en volstrekt onverantwoordelijk”, aldus Aigner.

150.000 ton

Harles und Jentzsch bracht de dioxinekwestie pas eind december naar buiten. Volgens de Duitse regering is het kankerverwekkende gif in maximaal 150.000 ton pluimvee- en varkensvoer terechtgekomen.
Inmiddels zijn meer dan 4700 boerderijen in Duitsland, voornamelijk varkenshouderijen, uit voorzorg op slot gedaan.
Dioxine is giftig en kan door consumptie van bijvoorbeeld besmette eieren of besmet vlees leiden tot ziekten als kanker.

Frituurvet

Hoe de dioxine in het veevoervet terechtkwam, is nog onduidelijk. Mogelijk was het vet dat Harles und Jentzsch van biodieselproducent Petrotec kocht giftig. Dit laatste bedrijf verwerkt onder meer oud frituurvet uit snackbars.
De komende weken wordt onderzocht of Petrotec gebruikte vetten heeft gekocht die een te hoog dioxinegehalte hadden.


Fibronot.nl nu ook op de iPad

Woensdag 5 januari 2011

De redactie van Fibronot.nl heeft de laatste maanden verschillende verzoeken van lezers gekregen of het niet mogelijk zou zijn om de website ook voor de iPad geschikt te maken.
We hebben na intern overleg besloten om aan die verzoeken gehoor te geven.
De eerste pagina’s van de website speciaal voor gebruik op de iPad zijn inmiddels gereed. U kunt daarbij volledig profiteren van de landscape en portrait mogelijkheden van de iPad.
De komende weken zullen de overige pagina’s van de normale website overgezet worden naar iPad layout.
Bezoekt u met de iPad (met Safari browser) de website fibronot.nl dan wordt u automatisch doorgeschakeld naar de fibronot iPad website. De inhoud van beide website’s verschilt niet.

Fibronot.nl op de iPad


Groot dioxineschandaal met biodiesel in Duitsland via Nederlandse tussenhandel

Dinsdag 4 januari 2011

Het nieuwe jaar is amper enkele uren oud of het eerste grote milieuschandaal met biodiesel dient zich aan.
Eén van de grootste Duitse biodieselproducenten, Petrotec, heeft met dioxine verontreinigde biodiesel gemaakt dat in de voedselketen terecht is gekomen. Via een Nederlandse tussenhandel is de zwaar met dioxine verontreinigde biodiesel bij een pluimveevoeder bedrijf terecht gekomen, waarna de eieren en het kippenvlees van de met het vergiftigde voer gevoerde pluimvee met dioxine verontreinigd zijn.
De directie van Petrotec weet natuurlijk van niets en de Nederlandse nVWA probeert uit alle macht de hele zaak te bagatelliseren, maar inmiddels loopt het aantal door de autoriteiten in Duitsland gesloten pluimveebedrijven richting 10.000.
Inmiddels zijn al vele duizenden besmette leghennen afgemaakt. Eén pluimveebedrijf in Nordrhein-Westfalen heeft gezegd dat het 120.000 met dioxine besmette eieren aan enkele grote supermarkten heeft geleverd. Volgens berichten in de Duitse pers zou het verontreinigde voer ook aan varkensmesterijen en enkele kalkoenfarmers geleverd zijn.

De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) stelt een onderzoek in naar het Nederlandse bedrijf dat mogelijk een rol heeft gespeeld in de Duitse dioxine-affaire.
Het onderzoek is puur uit voorzorg; het bedrijf is niet verdacht, benadrukte een woordvoerster van de nVWA. De naam van de firma maakte zij niet bekend.

Duitsland werd vorige week opgeschrikt door de vondst van de kankerverwekkende stof dioxine in eieren en gevogelte. Maandag blokkeerde de deelstaat Nedersaksen zo’n duizend boerderijen die veevoer hebben gebruikt dat mogelijk besmet was.
Ook in andere delen van Duitsland zijn pluimvee- en varkenshouderijen uit voorzorg op slot gedaan.

Harles & Jentzsch

Het Duitse veevoederbedrijf Harles & Jentzsch uit Uetersen in Sleeswijk Holstein, dat het betreffende veevoer heeft gemaakt, wijst met de beschuldigende vinger naar biodieselproducent Petrotec. Deze laatste werpt de beschuldiging van zich af en wijst naar een Nederlandse tussenhandelaar.

Petrotec leverde grondstoffen aan het veevoederbedrijf, maar deed dat met de uitdrukkelijke vermelding aan de Nederlandse tussenhandelaar dat de grondstoffen voor technische doeleinden bestemd waren, en niet als ingrediënt van veevoer.
De Nederlandse tussenhandelaar heeft de grondstof vervolgens aan een Duitse leverancier van veevoeders geleverd. Dit bedrijf, Wulfa Mast in Niedersaksen zou verontreinigde vetzuren die voor de papierindustrie bestemd waren, vermengd hebben met de vetten die afkomstig waren van Petrotec.
Andere bronnen zeggen dat het juist Harles & Jentzsch zelf is geweest die verontreinigde vetzuren heeft gebruikt.
Kortom, de nodige rookgordijnen zijn gelegd en de directies van alle bedrijven doen gewoon of hun neus bloedt. Niemand heeft wat gedaan.

Volgens een woordvoerder van de minister in de deelstaat Nedersaksen is de verontreiniging al zes weken aan de gang en kan niet gesproken worden van een vergissing of incident. Met dioxine besmette eieren en kippenvlees zijn in grote getale in Duitse winkels verkocht.

Geen consequenties Nederlandse boerderijen

Voor boerderijen in Nederland heeft de dioxineaffaire geen consequenties, stelt de nVWA. De Duitse overheid heeft de afgelopen tijd in kaart gebracht welke bedrijven mogelijk gevaar lopen.

Vooralsnog is niet bekend dat het veevoederbedrijf in kwestie aan Nederlandse veehouderijen leverde. ”Het is een Duitse aangelegenheid”, aldus de zegsvrouw.

Update:

Olie -en vetbedrijf Olivet uit Poortugaal nabij Rotterdam blijkt het Nederlandse bedrijf te zijn dat betrokken is bij het Duitse dioxineschandaal dat eerder deze week aan het licht kwam.

De nieuwe Voedsel en Warenautoriteit (nVWA) en het betrokken bedrijf hebben dit dinsdag bevestigd.

Zowel het Nederlandse bedrijf als nVWA benadrukt dat Olivet geen enkele blaam treft in de transactie met ‘technische grondstoffen’. Dat zijn ingrediënten bestemd voor onder meer de productie van zeep die uitdrukkelijk niet mogen worden aangewend voor veevoer of voedsel, zo licht een woordvoerder van nVWA toe.

Tussenhandelaar

Olivet was ‘slechts’ de tussenhandelaar zegt de nVWA in de verkoop van een partij grondstoffen van de Duitse biodieselproducent Petrotec uit Emden in Nedersaksen aan vetveredelingsbedrijf Harles & Jentzsch in Uetersen in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein.


Vergunning windmolenpark Eneco terecht geweigerd

Maandag 3 januari 2011

Eneco heeft terecht geen vergunning gekregen om 238 windmolens in de Noordzee te bouwen. Minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz (VVD) heeft de weigering echter niet helemaal goed onderbouwd.

Dat blijkt uit het oordel van de rechtbank in Rotterdam in een maandag gepubliceerd vonnis.

Eneco wil 101 windmolens zo’n veertig kilometer uit de kust bij Callantsoog bouwen en 137 windmolens voor de kust van Helmveld in Zuid-Holland. Minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz (VVD) weigerde die vergunning echter.

Mantelmeeuwen

Ze vreesde dat een kolonie beschermde kleine mantelmeeuwen op Texel door de bouw wordt bedreigd. Ook zouden olieboorplatforms door de windmolenparken moeilijker bereikbaar worden voor helikopters. Eneco stapte daarop naar de rechter om de weigering aan te vechten.

De methode die is gebruikt om te onderzoeken of het park invloed heeft op de meeuwen doet volgens de rechtbank geen recht aan de ‘biologische werkelijkheid’. Uit deskundigenrapporten van Eneco zou blijken dat de berekeningen niet goed zijn. Op grond hiervan had de vergunning daarom ook niet mogen worden geweigerd.

Olieboorplatforms

Toch mag de bouw van de rechter niet doorgaan omdat olieboorplatforms inderdaad moeilijker bereikbaar worden voor helikopters als het windmolenpark wordt gebouwd.

Bij verkeer tussen twee platforms blijven de helikopters doorgaans laag vliegen omdat niemand er last van heeft en omdat stijgen en dalen veel brandstof zou verspillen. Door een windmolenpark zou dat niet meer mogelijk zijn.

De nadelen voor de uitbaters van de platforms zijn volgens de rechtbank te groot als de windmolenparken worden gebouwd. Het zou geen realistische optie zijn om hun te vragen over of om de parken heen te vliegen.