De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

nieuwsartikel2012-310 Belangrijke jurisprudentie rondom mestvergisters

Belangrijke jurisprudentie rondom mestvergisters

Zaterdag 27 oktober 2012

Bij iedere aanvraag voor een allesomvattende vergunning voor de bouw van een mestvergister  hebben inwoners van een gemeente de mogelijkheid om een ‘zienswijze’ of bezwaar in te dienen op de aangevraagde of verleende vergunningen. Meestal worden de inwoners door een gemeente aangeduid als belanghebbenden die dan niet verder dan een paar honderd meter van de te bouwen mestvergister mogen wonen.
Zienswijzen of bezwaren van belanghebbenden die verder dan een paar honderd meter wonen werden door gemeenten steevast als niet-ontvankelijk verklaard.

Aan die houding is door een uitspraak van de Raad van State op 12 september 2012 in een zaak die inwoners van Coevorden tegen de gemeente hadden aangespannen, een einde gekomen. De inwoners hadden een handhavingsverzoek ingediend omdat ze meenden dat er een overtreding van de milieuvergunning werd verondersteld door een veehouder die tevens een mestvergister in gebruik had.

B&W van Coevorden wezen het handhavingsverzoek af  waar de bewoners bezwaar tegen maakten. Dit bezwaar werd vervolgens niet in behandeling genomen. Dat noopte de bewoners naar de Raad van State te stappen.

Reden voor het College van B&W van Coevorden om de bewoners niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar was omdat “de milieugevolgen niet noemenswaardig of niet noemenswaardig merkbaar zijn”. Het College van B&W heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewoners woonachtig zijn op grote afstand van de mestvergister en dat het niet aannemelijk is dat ter plaatse van hun woningen milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden. Zij zouden daardoor geen belanghebbenden zijn. Hun woningen liggen 370 tot 635 meter van de inrichting, daartussen ligt geen afschermende bebouwing.

De Raad van State dacht daar heel anders over

De noemenswaardigheid van klachten is helemaal geen criterium, aldus de Raad van State.
Het feit dat er iets geroken of gehoord wordt is al voldoende om iemand als belanghebbende aan te merken. Belanghebbenden kunnen dus ook op kilometers afstand wonen als ze iets ruiken of geluiden van de vergister horen. Ze hoeven niet perse meer op maximaal een paar honderd meter afstand te wonen.  De vraag of de klachten vervolgens noemenswaardig zijn of niet moet tijdens de inhoudelijke behandeling van het bezwaar worden beantwoord.
Het lijkt een procedurele kwestie, maar de uitspraak kan er toe leiden dat er vaker procedures gevoerd kunnen worden.

Het ruiken of horen van een mestvergister, ook al is het op kilometers afstand,  is dus al voldoende om daarover juridisch een zegje te mogen doen. Het is daarbij niet relevant of er daadwerkelijk sprake is van overlast. Die overlast is natuurlijk wel bepalend voor de vraag of een eventuele juridische strijd gewonnen of verloren wordt, maar mag dus geen enkele rol spelen bij bepaling van het deelnemersveld.

Op verzoek van belanghebbenden is door een deskundig bureau onderzoek gedaan naar geluiden rondom hun woningen. De deskundigen hebben daarbij vastgesteld “dat ter plaatse van de woningen van belanghebbenden en anderen geluid kan worden waargenomen dat herkenbaar is als geluid afkomstig van de inrichting.”  De Raad van State zag geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaringen van de deskundigen te twijfelen. Bovendien zijn uit de directe omgeving van belanghebbenden klachten over geurhinder bij het College van B&W binnengekomen, die eveneens door deskundigen zijn aangemerkt als geur die bij de betreffende mestvergister vandaan kwam.

De Raad van State heeft in het vonnis van 12 september 2012 de gemeente Coevorden opgedragen om opnieuw over alle ingediende bezwaren te beslissen. Daarbij moeten nieuw aan het licht gekomen klachten worden meegenomen, aldus het vonnis. Die nieuwe klachten zijn door deskundigen in opdracht van de Raad van State  geconstateerd tijdens een onderzoek in verband met de behandeling van deze zaak.

De gemeente Coevorden gaat nu alle bestaande en nieuwe informatie rond de zaak verzamelen en conform het vonnis een nieuw besluit nemen. Over hoe dat besluit eruit komt te zien valt volgens een woordvoerder van de gemeente Coevorden weinig te zeggen.

Wat wel duidelijk is geworden met deze uitspraak is dat ook inwoners op grotere afstand van een mestvergister als belanghebbende worden aangemerkt als ze geurhinder ondervinden of last hebben van geluid dat bij de installatie vandaan komt.

Juridisch belang hangt dus op geur en geluid van een mestvergister, niet op stank en herrie.

Zie ook ons artikel Gemeente Coevorden verliest kort geding zaak biovergister

Geluidshinder van windmolens

Voortbordurend op deze zaak is het interessant om te weten of belanghebbenden die op grotere afstand van windmolens wonen en tot nu toe door hun gemeente niet ontvankelijk werden verklaard, zich kunnen beroepen op deze uitspraak van de Raad van State als zij geluid van de windmolens horen.

Geur- en geluidshinder van biomassaverbranders

Het zelfde geldt voor belanghebbenden die geur- en/of geluidshinder hebben van biomassaverbranders.

Specifieke vervuilers:

De visafvalvergister in Spakenburg

De biomassavergister in Wanroy

De vuilverbrander in Harlingen

Voor belanghebbenden het volgende advies: Dien indien u last heeft van geur- of geluidshinder een handhavingsverzoek in bij de gemeente omdat u van mening bent dat er een overtreding van de milieuvergunning plaatsvindt.