De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

nieuwsartikel2012-318 De niet realistische energieplannen van kabinet Rutte 2

De niet realistische energieplannen van kabinet Rutte 2

Zaterdag 3 november 2012

Bij de kabinetsformatie voor het kabinet Rutte 2 is een energiedoelstelling afgesproken om in 2020 16% duurzame energie op te wekken. Dit is nogal wat en zelfs meer dan de EU doelstelling om in 2020 14% duurzame energie op te wekken.
De laatste ramingen voor Nederland liggen op 9% tot 12% in 2020. De 16% zal een bovenmenselijke inspanning van iedereen vragen, maar wij denken dat het volstrekt irreëel is om te veronderstellen dat de hele Noordzee tegen 2020 vol met windmolens staat. Er wordt voornamelijk op offshore windenergie ingezet. De planning is om in 2020 ruim 6000 Megawatt aan windenergie op te wekken.
Dat zouden 10 megawindparken van ieder 600 Megawatt zijn.
Verder zou de 16% in 2020 gehaald moeten worden met het mee stoken van biomassa in kolencentrales.

Nu is het probleem dat er op het Nederlands Continentaal Plat nog maar plaats is voor 3000 Megawatt opgesteld windvermogen.
Hierbij is al rekening gehouden met het opgestelde vermogen dat op dit moment nog in de pijplijn zit.
“Dan zet je de windparken toch dichter bij elkaar,” is een veelgehoorde opmerking. Dat gaat helaas niet op omdat windparken nogal wat wind uit de zeilen nemen van de windparken die aan de lijzijde liggen. Te dicht bij elkaar zou de opbrengst van het windpark aan de lijzijde minstens halveren.
Zie ook: Wind is gratis maar verre van goedkoop

De wens om er in 2020 nog minstens 6000 Megawatt bij te hebben is wishful thinking en niet gebaseerd op enig inzicht in de problematiek van wind op het Nederlandse deel van de Noordzee.
Daarmee vervalt tevens de doelstelling van 16%. Die 16% klinkt leuk maar is met niets anders vastgesteld dan een natte vinger. “Als we de 16% niet halen, zitten we misschien wel op de 14% die de EU eist”, zal de gedachte geweest zijn.

De kosten voor de consument

Of u nu wilt of niet, de kosten van de hele operatie zullen voor uw rekening komen via een nieuwe energieopslag op uw maandelijkse energierekening. De opslag komt bovenop de reeds bestaande energiebelastingen waarmee duurzame energie moet worden betaald.
De overheid heeft daarbij vanaf 2013 de volgende bedragen per huishouden per jaar in gedachte:

2013  € 8
2017  € 58
2020  € 200
2028  € 250

De eindafrekening

Ziet de eindafrekening er binnenkort zo uit?

Denk nu niet, die bedragen vallen wel mee, de overheid gaat deze bedragen nog verder verhogen, zoals op dezelfde wijze in het verleden alle ‘vaste inhoudingen’ zijn verhoogd.

Kennelijk heeft de Nederlandse overheid niet in de gaten dat exact hetzelfde energiebeleid er in Duitsland toe geleid heeft dat op dit moment meer dan 800.000 Duitse huishoudens van energie zijn afgesloten omdat ze de maandelijkse energienota niet meer kunnen betalen.
De Nederlandse overheid heeft ook niet in de gaten dat het energiebeleid in Duitsland volledig op de schop gaat vanwege de chaos die de Energiewende heeft veroorzaakt. De Energiewende is feitelijk mislukt en de politiek probeert nu uit alle macht de schade te beperken.

Het aansluiten van offshore windparken

In Nederland is netbeheerder TenneT verantwoordelijk voor het aansluiten van de offshore windparken op het landelijk hoogspanningsnet. TenneT heeft echter in oktober 2012 bekend gemaakt dat het de offshore windparken niet kan aansluiten vanwege de lange levertijd van transformatoren, hoogspanningskabels en converter platforms.
Zie daarover ons artikel: Tennet kan offshore windparken niet aansluiten

Niet alleen in Nederland heeft TenneT problemen, ook in Duitsland kan TenneT de aansluitingen niet op tijd gereed krijgen.
Zie daarover ons artikel: Aansluiten Duitse windparken moet langzamer

TenneT  is een Nederlands semi staatsbedrijf, maar heeft geen geld om de miljarden kostende aansluitingen te betalen. De aansluitingskosten voor Nederlandse offshore windparken wordt geschat op € 10 miljard tot € 15 miljard tot 2020. We nemen in dit geval gemakshalve maar het hoogste bedrag, want de praktijk heeft inmiddels geleerd dat de kosten voor aansluiting elk jaar gigantisch stijgen.
Voor Duitsland is naar schatting het dubbele bedrag nodig, dus € 20 miljard tot € 30 miljard.

We beperken ons even tot de kosten voor Nederland alleen.

De bouwkosten van een offshore windpark van 600 Megawatt zijn ongeveer € 2.6 miljard. Er zijn minstens 10 van deze offshore windparken nodig om de doelstelling van 16% te halen. Dat betekent dat we  tot 2020  rekening moeten houden met een totale kostenpost voor alleen de bouw van minstens € 26 miljard.

De Nederlandse overheid weet als geen ander dat elektriciteit die door windmolens is opgewekt verschrikkelijk duur is en dat geen enkel bedrijf geïnteresseerd is om een offshore windpark te bouwen zonder dat het bedrijf subsidie krijgt.
Voor een offshore windpark van 600 Megawatt betaalt de Nederlandse overheid maar al te graag € 4.4 miljard aan subsidie. Dat geld wordt pas betaald zodra het windpark de eerste elektriciteit levert.
Voor 10 van deze megawindparken betaalt de overheid dus € 44 miljard aan subsidie dat gedurende een periode van 15 jaar na de eerste levering van elektriciteit wordt uitbetaald. Dat betekent dat de Nederlandse energieconsument en belastingbetaler voor minstens 15 jaar een schuld heeft van € 44 miljard aan een paar windparkbouwers en -exploitanten.

Even onder elkaar gezet:

Kosten TenneT aansluitingen  €  15 miljard
Bouwkosten 10 offshore windparken van ieder  600 MW  € 26 miljard
Subsidie offshore windparken  € 44 miljard

We zitten dan aan een totaalbedrag van € 85 miljard.

Heeft u dit soort bedragen al uit Den Haag gehoord? Wij niet.

Wat is de praktijk?

De Nederlandse overheid loopt met het hoofd in de wolken en denkt het op deze manier mooi voor elkaar te hebben, maar staat in feite met dit energiebeleid met de voeten in het drijfzand.

Er zijn namelijk geen banken te vinden die onder de huidige omstandigheden bereid zijn om de vele tientallen miljarden voor de bouw van offshore windparken te financieren.

Neem de dagelijkse praktijk rondom de financiering van de Gemini windparken ten noorden van Schiermonnikoog. Dat is echt een lachertje, een never ending story.
Het bedrijf Typhoon Capital is al een aantal jaren bezig om ongeveer € 2.6 miljard financiering te vinden voor de bouw van deze twee windparken. Typhoon verandert net zo snel van leverancier als de wind draait en van een rechtszaak tegen Koreanen is Typhoon ook niet vies.
Alle pogingen om in Nederland financiering voor dit project te vinden zijn tot op heden tevergeefs geweest.
Op 10 juli van dit jaar werden we echter plotseling door Typhoon getrakteerd op het volgende sprookje: Arabische oliedollars financieren Gemini windparken , maar op dezelfde dag ontkende het betreffende bedrijf Taqa stellig en zonder voorbehoud dat het de Gemini windparken zou financieren.

De grootste aandeelhouder van Typhoon, het in Alkmaar gevestigde afvalverwerkingsbedrijf HVC, dacht bij de aangesloten provincies en gemeenten waar het vuil ophaalt de benodigde financiering te vinden. Immers, veel provincies bulken van het geld dat ze verdiend hebben met de verkoop van Nuon aandelen. Zo heeft Gelderland ruim € 4.4 miljard aan deze aandelenverkoop verdiend. Ruim € 2 miljard staat cash op een rekening en de andere helft is belegd. Dit geld komt in feite de inwoners van Gelderland toe en de provincie zag dan ook geen enkele reden om via HVC een paar honderd miljoen Euro in een offshore windavontuur te storten.
Met HVC gaat het inmiddels ook niet best gezien het bericht van 17 augustus 2012 dat het bedrijf tien procent van het personeelsbestand moet schrappen en enkele duurzame plannen waarschijnlijk in de ijskast gaat zetten.

In arren moede heeft Typhoon op 26 september 2012 bij de Europese Investeringsbank een lening van € 500 miljoen aangevraagd. De EIB is nu bezig te onderzoeken of Typhoon aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van deze lening voldoet en gaat nog een uitgebreid onderzoek ter plaatste verrichten om te kijken in hoeverre het milieu wordt aangetast. Stel in het theoretische geval dat Typhoon deze lening van de EIB krijgt dan blijft er nog ruim € 2.1 miljard over om het Gemini windpark te financieren, maar zelfs met een lening van de EIB verwachten we niet dat er één Nederlandse bank te vinden is die het avontuur met Typhoon aan gaat.

Dat heeft een dieper liggende oorzaak.

Het grootste deel van het huidige management van Typhoon heeft bij Econcern gewerkt. Econcern ging in 2009 failliet nadat de banken en andere financiers de stekker eruit hadden getrokken. Econcern was namelijk op een wel erg creatieve wijze bezig de boekhouding zodanig op te poetsen dat de cijfers er mooier uit zagen dan ze in werkelijkheid  waren.
Het vreemde was dat de banken van Econcern de schuld van het faillissement in de schoenen kregen geschoven terwijl de schuld notabene bij Econcern zelf lag. Als bank vergeet je zoiets niet, dus de link is gauw gelegd waarom banken niet staan te trappelen  om Typhoon een paar miljard Euro te lenen.
Er is geen enkel vertrouwen en vertrouwen is de voorwaarde voor een succesvolle relatie tussen banken en een onderneming.

Bovenstaande geeft aan hoe verschrikkelijk moeilijk het is om van Nederlandse banken een paar miljard te lenen voor de bouw van offshore windparken. Laat staan dat ze bereid zijn om op grote schaal de bouwkosten, bijna € 30 miljard voor tien offshore windparken voor te schieten met in het achterhoofd dat er ook nog geen oplossing is voor de problemen waar TenneT  de Nederlandse overheid voor gesteld heeft.
Maar ook de ontwikkelingen in Duitsland geven aanleiding voor grote zorgen omtrent TenneT. Er wordt door sommige partijen zelfs gefluisterd over een mogelijk faillissement.
Om deze geruchten de kop in te drukken heeft de Duitse minister van Economische Zaken van de deelstaat Niedersachsen, Jörg Bode, deze week in een interview met de Duitse krant Neuen Osnabrücker Zeitung gezegd dat de nieuwe Nederlandse regering vanwege de crisis in de ontwikkeling van de Duitse offshore windparken het kapitaal van Tennet met € 4 miljard moet versterken om verdere vertraging in de bouw van aansluitingen van offshore windparken in Duitsland te voorkomen.
We vragen ons af waarom de Nederlandse belastingbetaler moet bloeden voor een vrijwel mislukte Duitse Energiewende.

Veranderingen in Duitsland op til

Er zijn in Duitsland grote veranderingen op til omdat de Duitse regering inmiddels begrepen heeft dat ze niet op de huidige manier kan doorgaan met geld smijten waarbij de rekening in hoofdzaak bij de Duitse consumenten wordt neergelegd.

Zo stopt vrijwel zeker de subsidie voor zonne-energie zodra de parken en zonnepanelen bij elkaar 52 Gigawatt aan stroom kunnen opwekken.  Minister Altmaier van Milieu wil nu ook quota instellen voor windenergie en biogascentrales. In Altmaiers voorstel ter herziening van de EEG waarschuwt hij voor ‘oververhitting’ door ongebreidelde en ongecoördineerde uitbouw van duurzame energie.
Nu worden windparken bijvoorbeeld voornamelijk in de Noordzee gepland, terwijl de grootste energiebehoefte in Zuid-Duitsland bestaat, waar veel industrie is.

Als het aan de Milieuminister ligt komen duurzame energievoorzieningen voortaan daar waar er vraag is naar nieuwe energie, waar een stroomnet aanwezig is of aangelegd kan worden en waar opslagmogelijkheden zijn. Alleen al dit voorstel betekent dat de Duitse offshore industrie in zwaar weer is beland en vrijwel zonder werk zit. Zie ons artikel Duitse offshore windenergie in steeds zwaarder weer
Veel deelstaten pleiten ondertussen ook voor een herwaardering van fossiele brandstofopwekking, om een stabiele energievoorziening te kunnen waarborgen.

De stijgende bijdragen via de stroomprijs vormen niet de enige oorzaak van de steeds luider wordende roep om aanpassing van de Erneuerbare-Energien-Gesetz (EEG), de wet die de verduurzaming van energie regelt. Ook op andere manieren houdt de wet de elektriciteitsprijs kunstmatig hoog volgens critici, die zoals minister Rösler van Economische Zaken vooral te vinden zijn binnen de liberale regeringspartij FDP.

De infrastructurele uitbouw van duurzame energie vindt volgens deze critici bijvoorbeeld niet plaats via marktprincipes, maar wordt door de subsidies op de spits gedreven. (Van deze stelling kan de Nederlandse VVD nog wat leren).
Daardoor krijg je wind- en zonne-energieparken op plekken waar ze niet nodig zijn of die de afnemers niet kunnen bereiken. Tennet heeft daardoor momenteel in Duitsland bijvoorbeeld een moeizame positie.

Over de diepe meningsverschillen en de ruzie binnen het Duitse kabinet en de diepgewortelde haat tussen de noordelijke en zuidelijke deelstaten als gevolg van meningsverschillen over de Energiewende gaat een volgend artikel.

Al met al zien we zoveel hindernissen dat al deze belemmeringen ertoe kunnen leiden dat de 16% in 2020 niet gehaald wordt ondanks voldoende financiële ondersteuning van de overheid.