De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

nieuwsartikel2013-099 Door Rijk geplande 6.000 MW op land in gevaar

Door Rijk geplande 6.000 MW op land in gevaar

Woensdag 3 april 2013

Op verschillende plaatsen in het land komen de duurzaamheidsambities van gemeenten en provincies in het gedrang vanwege een op het eerste gezicht niet voor de hand liggend probleem: de aanwezigheid van buisleidingen in de ondergrond. Die maken de inpasbaarheid van windturbines echter steeds lastiger. Er blijft mogelijk zelfs zo weinig ruimte over voor windturbines dat de door het rijk geplande 6.000 MW op land in gevaar kan komen, zo werd gesteld op het Nationaal Buisleidingen Platform van IIR, dat vorige maand plaats vond.

De link tussen buisleidingen en de aanwezigheid van windmolens is veiligheid; als een windturbine of een onderdeel van een turbine valt, dan kan dat flinke schade aanrichten aan wat er onder de grond ligt. Buisleiding eigenaren worden daarom steeds oplettender en mondiger wanneer er een windmolenpark in de buurt van een leiding of buis wordt gepland. In het Rotterdamse havengebied is dit een zorg van Wil Kovacs, Hoofd Leidingenbureau/Beheer Ondergrond bij Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam. Hij sprak op het Nationaal Buisleidingen Platform over dit probleem met betrokkenen uit de buisleidingensector.

Als casus gebruikte Kovacs de hoge dichtheid van ondergrondse kabels en buizen in de Rotterdamse haven. Die zorgt ervoor dat het plaatsen van een windturbine een kwestie van passen en meten is geworden. Duurzaamheid en veiligheid liggen in het haven- en industriegebied steeds vaker in de clinch. “Een spel dat continu wordt gespeeld”, zo noemde Kovacs het. Hij vertelde dat een vallende wiek tot wel vier meter diep de grond in kan boren, terwijl gasleidingen meestal al op zo’n 1,20 meter diepte liggen. En zo’n wiek kan tot 400 meter van de turbine vandaan worden gesmeten.

Dat zoiets zich voordoet is niet zo onwaarschijnlijk als het misschien lijkt. Zo berekenden ECN en Kema in het handboek risicozonering windturbines uit 2005 al dat het oprichten van een windturbine naast een buisleidingtracé kan leiden tot een 10.000 keer grotere faalkans van een leiding. DNV Kema werkt ondertussen aan een nieuwe versie van dat handboek, dat op dit moment wordt herzien.

Wettelijk is er in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (BEVB) een minimale afstand tussen buisleiding en ‘objecten’ vastgelegd, maar het besluit gaat niet specifiek in op windmolens, die volgens deskundigen gevaarlijker zijn dan andere objecten (winkels, sporthallen, zendmasten) zoals aangemerkt in het BEVB. In de wet gaat het bovendien vooral over de veiligheid van personen, terwijl buisleidingeigenaren juist de kans op schade aan hun leidingen willen beperken.

“Het Rotterdamse industriegebied is bij uitstek geschikt voor het plaatsen van windmolens. Wij willen de windmolencapaciteit van Rotterdam graag verdubbelen, maar lopen steeds vaker aan tegen geconcentreerde leidingstroken ondergronds, die de veilige inpassing van op het oog geschikte windlocaties moeilijk maken”, legde Kovacs uit. “De ambities duurzaamheid en veiligheid conflicteren daar”, aldus het hoofd Leidingenbureau van de stad.

“Wij hebben in Rotterdam de expertise in huis om heel zorgvuldig met de inpassing om te gaan, het is een constant spel tussen buiseigenaren, de gemeentelijke bestemmingsplannen en windexploitanten”, zei hij. “Maar ik kan me ook voorstellen dat kleinere gemeenten minder zicht hebben op wat wel en niet kan, en dat kan voor problemen zorgen”, aldus Kovacs. Hij doelde dan niet alleen op veiligheid, maar ook op de kosten die het creëren van veiligheid met zich mee brengt, en voor wie die kosten zijn.

“Als een windexploitant moet gaan betalen om buizen in de omgeving dieper te laten leggen, of af te dekken met bijvoorbeeld beton, dan is er geen rendabele business case meer voor een windpark”, zei Kovacs. “Daarbij is het ook nog de vraag of zulke maatregelen technisch wel mogelijk of verstandig zijn.”

Kovacs pleitte dan ook voor jurisprudentie of zelfs wetgeving op dit gebied. Nu DNV Kema bezig is om het huidige handboek over het onderwerp te herzien, hoopt hij dat het wellicht kan leiden tot duidelijkere richtlijnen en misschien ook wetgeving.

Het vastleggen van harde regels omtrent buisleidingen en windturbines kan wel tot gevolg hebben dat de ruimte voor het plaatsen van nieuwe turbines en het vervangen van oude flink wordt ingeperkt.

“Het geplande windpark op de Tweede Maasvlakte vraagt aandacht op veel aspecten, maar is zeker niet van de baan”, zei hij over het windpark, waarvan de aanbesteding is uitgesteld.