De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Top 10 gelezen vandaag

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

nieuwsartikel2013-139 Windenergie onbegrijpelijk en weggegooid geld

Windenergie onbegrijpelijk en weggegooid geld

Zondag 2 juni 2013

De economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg pleiten voor een nationaal energieakkoord waarin bij duurzame energie de nadruk wordt gelegd op zonne-energie in de vorm van regionale en lokale energieparken waarmee zonnestroom wordt opgewekt. Voorstellen voor de aanleg van zwaar gesubsidieerde windparken in de Noordzee op kosten van de portemonnee van burgers moeten door het kabinet worden afgewezen. Dat geldt ook voor windparken op land.

Geen hoofdkeuze voor wind

Vijf jaar geleden zag het er nog naar uit dat windenergie (vooral op zee) voor ons land aantrekkelijk zou zijn, maar alle recente voorspellingen en berekeningen wijzen nu uit dat zonne-energie de toekomst is. Door technologische vernieuwingen en een verlaging van de productiekosten zal zonnepanelenstroom in Nederland vóór 2020 opgewekt kunnen worden met een kostprijs per kWh die op hetzelfde niveau ligt als die van fossiele brandstoffen en veel lager dan wind op zee. Daarom ligt het voor de hand dat in een toekomstgericht energieakkoord zonne-energie de hoofdbron van onze duurzame energiehuishouding wordt.

Het ziet er niet naar uit dat dit het geval zal zijn. Op aandrang van vooral de milieu-organisaties wordt de nadruk gelegd op zwaar gesubsidieerde windparken in zee. In 2020 moet er voor 3200 megawatt (MW) aan windmolens op de Nederlandse Noordzee staan. In de jaren daarna wordt er nog een 1800 MW bijgeplaatst. Eerder zijn er door politiek Den Haag en de provincies al afspraken gemaakt over een verdrievoudiging van het opgestelde windvermogen op land. Door massale protesten van burgers zal deze afspraak onder druk komen te staan

Windenergie onbegrijpelijk en weggegooid geld

Alleen al gezien de serieuze bezwaren en kosten die kleven aan windenergie is de hoofdkeuze voor wind onbegrijpelijk. Dat is te meer het geval nu vaststaat dat zonne-energie de toekomst is, minder bezwaren kent, minder overheidssubsidies vraagt en voor ons land meer werkgelegenheid oplevert en kan leiden tot een nieuwe innovatieve bedrijfssector in Nederland. De belangrijkste bezwaren tegen windenergie zijn de afhankelijkheid van de grilligheid van de wind, de relatief hoge onderhoudskosten bij molens, de hoorbare en zogenoemde infrasone geluiden (beneden de gehoorgrens), de horizonvervuiling, de aantasting van de woon- en leefomgeving en de mogelijke waardedaling van woningen bij wind op land. Daarnaast is het nodig om een dure reserve capaciteit bij traditionele energiecentrales aan te houden om bij te weinig wind toch voldoende elektriciteit te kunnen leveren.

Als grootse bezwaar wordt gezien de miljarden aan overheidssubsidies die met windenergie gemoeid zijn. Vandaar de slogan van tegenstanders: windmolens draaien niet op wind, maar op subsidies. Omdat de schatkist geen geld heeft, moeten die worden opgebracht door de burgers in de vorm van een opslag op de energierekening; de koopkracht daalt daardoor nog verder en dat pakt slecht uit voor onze economie.

In de huidige situatie wordt er door de marktsector alleen maar in wind geïnvesteerd als de overheid subsidies op tafel legt. Op basis van de huidige subsidieregeling gaat het bij windenergie op land, op basis van een totale omvang van 6000 MW, om een jaarlijkse subsidie van bijna € 400 miljoen euro. Bij wind op zee waarvan de kostprijs veel hoger ligt dan op land, gaat het bij die omvang om een jaarlijks subsidiebedrag dat richting de 1 miljard gaat.

Windenergie is bovendien een ‘oude’ technologie die min of meer is uitontwikkeld. Door technische verbeteringen zal de efficiency van windmolens nog slechts beperkt kunnen toenemen. Een belangrijk bezwaar is ook dat de belangrijkste voordelen die gemoeid zijn met de bouw van windmolenparken ( extra werk en winsten) niet in Nederland terecht komen, maar bij de buitenlandse molenbouwers en leveranciers. Wij subsidiëren dus vooral het buitenland.