De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Top 10 gelezen vandaag

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

nieuwsartikel2013-216 De sprookjes van Typhoon

De sprookjes van Typhoon

Donderdag 8 augustus 2013

Typhoon is bekend als het bedrijf dat al een paar jaar bezig is met plannen om twee offshore windparken op ongeveer 85 km ten noorden van Schiermonnikoog te bouwen. 150 windmolens met een capaciteit elk 4 MW moeten zorgen voor een capaciteit van 600 MW wat volgens Typhoon voldoende is om 785.000 huishoudens van energie te voorzien. Ruim 1.5 miljoen mensen, wat overeenkomt met het inwoneraantal van de drie noordelijke provincies, krijgen per jaar de stroom van beide windparken.

Maar zijn de cijfers die Typhoon noemt wel zo fraai als ze ons getoond worden?

Typhoon rekent met een productiefactor van 50%, die inderdaad in het eerste levensjaar bijna gehaald wordt maar hoe is de productiefactor in de dagelijkse praktijk bij vergelijkbare offshore windparken in de jaren erna?

Daar is onderzoek naar gedaan.

Productiefactor Engelse en Deense windparken

Dalende productiefactor bij Engelse en Deense windparken (Klik op de grafiek voor een vergroting)

Na twee jaar is de productiefactor al met 10% gedaald om drie jaar verder met nog eens 10% te dalen tot na 10 jaar een productiefactor van minder dan 15% wordt gehaald. De prestatievermindering wordt toegeschreven aan veroudering van materialen, defecten, onderhoud, etc. De ruwe omstandigheden op zee en de invloed van het zoute water doen de rest.

Ir. Leo Gommans van de TUDelft heeft vorig jaar in zijn proefschrift Gebiedsgerichte Energetische Systeemoptimalisatie geschreven “Op zee wordt op windrijke locaties wel eens een productiefactor van 35 tot 36% gehaald.”

Die 35% is rijkelijk veel als je het onderzoek van Prof. Gordon Hughes, The Performance of Wind Farms in the United Kingdom and Denmark leest, waarin hij schrijft dat de gemiddelde productiefactor van alle Deense windparken die hij heeft onderzocht over 10 jaar gezien 27% bedraagt. In die 10 jaar daalt de productiefactor naar 15%. Na die periode zijn de windmolens volgens Hughes feitelijk ‘op’ en aan vernieuwing toe.
Prof. Hughes is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Edinburg.

Wat betekent dat nu voor beide Gemini windparken Buitengaats en ZeeEnergie?

Laten we eens een berekening maken.

Capaciteit Gemini

600

MW capaciteit
Productiefactor op zee

27%

Werkelijke productie

0.27*600 =

162

MWh
Productie per jaar

8760*162 =

1,419,120

MWh
Gemiddeld huishouden (Statline CBS)

3.3

MWh per jaar
Aantal huishoudens

1,419,120/3.3 =

430,036

Huishoudens

Nu blijkt ineens het aantal huishoudens bijna gehalveerd te zijn naar slechts 430.000.

Wat draagt het Gemini project nu eigenlijk bij aan de totale Nederlandse energiebehoefte?

Daartoe converteren we de jaarlijkse productie van 1,419,120 MWh naar ‘Ton Oil Equivalent’.

Productie per jaar

8760*162 =

1,419,120

MWh(e)
Conversie  naar ‘ton oil equivalent’

1MWh(e) =

0.22

toe
Conversie

1,419,120*0.22=

312,206

toe

312

ktoe
Totale Energieconsumptie Nederland 2009 (IEA)

78,175

ktoe
Aandeel Gemini

312/ 78,175*100 =

0.40

Procent

De productie van beide windparken bedraagt 0,4% van de totale energieconsumptie in Nederland.

Het lijkt erop dat Typhoon met de glimmende cijfers over huishoudens en capaciteit slechts één doel heeft, het verbloemen van de geringe productie en daarmee wellicht menig investeerder op het verkeerde been zet.
Hoe Typhoon een rendement van 12% op de investering kan beloven gedurende een periode van 25 jaar ontgaat ons volledig.

Bovendien houdt Typhoon op geen enkele wijze rekening met het feit dat de turbulentie die windmolens veroorzaken het rendement, dus de productiefactor van de windmolens erachter, met 40% kunnen laten zakken.

Als de banken dat ook weten dan wordt het voor hen een stuk eenvoudiger om niet in dit soort offshore windparken te investeren.