De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Geweigerde vergunning

Geweigerde vergunning

In deze wereld van mestverbranding en mestvergisting regent het faillisementen. We hebben dat bij de BioOne Group kunnen lezen. De BioOne Group is de moedermaatschappij van FibroNed.

Met het dreigen met rechtzaken tegen mensen die voor het belang van de bevolking van Apeldoorn en omgeving opkomen heeft deze industrie ook geen moeite.

Hoe complex en juridisch ingewikkeld het opzetten van een biomassacentrale is bleek bij het bedrijf Biomassa Holding BV uit Utrecht dat zelfs tot aan de Raad van State zijn gelijk probeerde te halen in een poging een geweigerde milieuvergunning ongedaan te maken. Er speelden nogal wat belangen. Biomassa Holding BV wilde in aanloop naar het bouwen van 150 biomassacentrales in Nederland de eerste biomassacentrale in Nederweert bouwen.

Bij het aanvragen van een bouw- en/of milieuvergunning in deze sector krijgt de aanvrager van de vergunning bij de minste of geringste verdenking te maken met de Wet BIBOB.
De verdenkingen kunnen bijvoorbeeld faillissementen zijn, financiers die onbetrouwbaar zijn, fraude, valsheid in geschrifte en dergelijke zaken.
Gemeenten moeten echter nog wennen aan de Wet Bibob, ook Apeldoorn. Als de wet al wordt toegepast is het hoofdzakelijk in de horeca, maar bij de sectoren bouw, milieu en afvalverbranding lopen gemeenten nog niet warm voor de wet Bibob en dat is vreemd want het voorkomt een hoop narigheid achteraf.
Infomil, een adviesbureau onder de vlag van het Ministerie van VROM, waar ook de gemeente Apeldoorn informatie vandaan haalt, heeft een aardige folder over de Wet Bibob. Zie hier wat Infomil daarover zegt.

Wat betekent BIBOB?

BIBOB staat voor Wet Bevordering IntegriteitsBeoordelingen door het Openbaar Bestuur. Dankzij deze wet hebben bestuursorganen een instrument om de integriteit van aanvragers van vergunningen en subsidies te toetsen.

De Provincie Limburg had dat goed begrepen en deed in 2006 met succes een beroep op de Wet BIBOB bij een aanvraag voor een milieuvergunning van het bedrijf Biomassa Holding B.V. uit Utrecht.
Gedeputeerde Staten van Limburg hadden op 3 oktober 2006 besloten om geen milieuvergunning te verlenen aan het bedrijf Biomassa Holding B.V. om in Nederweert mest en voedselresten te kunnen vergisten tot gas.
De weigering was gebaseerd op een onderzoek van het Bureau BIBOB waaruit gebleken was dat er een ernstige mate van gevaar aanwezig was dat de aangevraagde vergunning mede zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Ook waren er feiten en omstandigheden aanwezig die erop wezen dan wel redelijkerwijs deden vermoeden dat ter verkrijging van de gevraagde vergunning een strafbaar feit was gepleegd, waarvan ook aangifte is gedaan.

Een woordvoerder van de Biomassa Holding B.V. wees de beschuldigingen van de hand en zei dat er juridische stappen tegen de provincie zouden worden ondernomen. (Ook hier direct het dreigen met rechtzaken, wat niet ongewoon is in deze sector)
De woordvoerder van de Biomassa Holding B.V. zei dat zijn bedrijf door het Limburgs provinciebestuur onterecht in een kwaad daglicht werd gezet en dat de integriteit van de directeur in het geding was. Bovendien vond hij dat zijn Holding zwart werd gemaakt.

Na het weigeren van de milieuvergunning ging Biomassa Holding B.V. in beroep bij de Raad van State. In de uitspraak van het beroep op woensdag 16 januari 2008 heeft de Raad van State het college van Gedeputeerde Staten Limburg op alle onderdelen van het door Biomassa Holding B.V. aangevochten besluit in het gelijk gesteld en daarmee de weigering om de vergunning te verlenen definitief bekrachtigd.

Zaken en gebeurtenissen veranderen in deze biosector razendsnel.
Nog vóór de uitspraak van de Raad van State werd Biomassa Holding BV op 8 augustus 2007 door de Rechtbank in Utrecht failliet verklaard, met onder andere achterlating van een naheffingsaanslag omzetbelasting van de Belastingdienst van bijna € 150.000.
De oorzaak van het faillissement waren niet verleende vergunningen plus gewijzigde regelgeving m.b.t. subsidies voor “groene stroom”.
Eén week voor het uitspreken van het faillissement overleed de directeur en enig werknemer van Biomassa Holding BV.

Uit het faillissement blijkt hoe gevaarlijk het is als een bedrijf alleen maar kan bestaan van toegekende subsidies.
De subsidiewind hoeft in Brussel of Den Haag maar even uit een andere hoek te waaien en het is afgelopen.

Héél belangrijk voor de Gemeente Apeldoorn om te weten, want FibroNed kan ook alleen maar bestaan dankzij forse subsidies van ‘Brussel’, ‘Den Haag’, de Provincie Gelderland, de Gemeente Apeldoorn, het Ministerie van VROM, de Participatie Maatschappij Oost Nederland en een handvol bedrijven uit de energiesector.
Veranderen de subsidieregels waardoor als voorbeeld de hoogte van de subsidie vermindert dan kan de stekker er zomaar uitgetrokken worden. Daar draait men in deze biomassasector de hand niet voor om.
Hoe snel het kan gaan bewijst de gang van zaken rond het bedrijf Econcern waar enkele grote banken de geldkraan hebben dichtgedraaid. Econcern ontkwam niet aan een faillissement.

Er zijn tienduizenden bedrijven die ook graag in aanmerking zouden komen voor enige vorm van subsidie om te blijven draaien, maar het niet krijgen. Waarom dat in de biomassasector wel gebeurt is een volstrekt raadsel en verspilling van gemeenschapsgelden. Door een krachtige lobby in Brussel
vanuit Duitsland (CEWEP) wordt Europa op dit moment vol met ‘kachels’ gezet, zoals verbrandings- en vergistingsinstallaties in deze sector worden genoemd.
De CEWEP is de Europese organisatie van afvalverbranders, of in het Engels: Confederation of European Waste-to-Energy Plants.
De tijdelijk minister van Economische Zaken heeft eind maart 2010 gezegd dat de exploitatiesubsidie die afvalverbranders en gelijksoortige bedrijven voor het opwekken van elektriciteit ontvangen, gaat verdwijnen. In plaats daarvan komt er een subsidie voor het doen van onderzoek naar nieuwe technieken voor het opwekken van elektriciteit. Als uitgangspunt daarbij geldt dat die nieuwe technieken op z’n minst dezelfde kostprijs voor één kWh hebben als traditioneel opgewekte elektriciteit door de huidige conventionele energiecentrales.

Het Financieele Dagblad schreef op 5 oktober 2006 het volgende artikel over Biomassa Holding B.V.:

Justitie blokkeert start biomassacentrales
Justitie weigert een vergunning te verlenen aan de Utrechtse onderneming Biomassa Holding om biomassacentrales te bouwen in Nederland. Het vermoeden bestaat dat het bedrijf valsheid in geschrifte heeft gepleegd bij de aanvraag door onware gegevens aan te leveren. Justitie voorziet een ‘ernstige mate van gevaar’ dat de vergunning gebruikt gaat worden om strafbare feiten te plegen, schrijft Het Financieele Dagblad.
Dat is het oordeel van het landelijk Bureau Bibob, dat ondernemers bij een vergunningsaanvraag toetst op betrouwbaarheid. Gedeputeerde Staten van Limburg namen het advies over en weigerden de milieuvergunning voor een centrale in Nederweert.
Het is voor het eerst dat de provincie Limburg een milieuvergunning weigert op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). Landelijk gezien komt dit vaker voor. Het Haagse bureau Bibob van het ministerie van Justitie deed tot begin 2009 twintig onderzoeken op basis van een milieuvergunning. Dertien keer is deze geweigerd omdat gevreesd werd voor strafbare feiten.
De directeur van Biomassa Holding zegt in beroep te gaan bij de Raad van State. ‘Ik heb op een formulier ingevuld dat we één aandeelhouder hebben. Dat is onjuist. De directeur meent dat de autoriteiten moeite hebben met één van de achterliggende aandeelhouders. Dat is een flamboyante ondernemer. Maar een strafblad heeft hij niet. De directeur weigert zijn naam te geven.
Volgens de directeur moeten zijn ambitieuze plannen met de biomassacentrales die werken op mest en voedselresten op de helling door het negatieve advies. Wat Biomassa Holding ook in problemen brengt is het plan van minister Joop Wijn om een einde te maken aan de exploitatiesubsidies voor initiatieven op het terrein van duurzame energie.
Volgens Biomassa Holding is er in Nederland, met zijn grote varkens- en kippenpopulatie, ruimte voor 150 bio-installaties. Dan is het mestoverschot volgens Biomassa Holding meteen opgelost. Het bedrijf had zes bouwplannen voor centrales in voorbereiding, vijf in Nederland en een in het Belgische Ieper. Het bedrijf meldde afgelopen voorjaar een financier gevonden te hebben die de benodigde euro 110 mln in het project investeert. De naam wil de directeur niet prijsgeven…
Met de Wet Bibob kan de overheid zich beschermen tegen criminelen door vergunningen te weigeren.

Biomassa Holding B.V. had grootste plannen en natuurlijk allemaal volgens het in deze sector gebruikelijke ‘unieke’ concept en grootspraak.
Zo wilde het bedrijf vóór 2015 maar liefst 150 vergistingsinstallaties in ons land neerzetten. Gezamenlijk zouden die vijf- tot zeshonderd Megawatt (MW) aan elektriciteit op moeten wekken, voldoende om twintig procent van onze huishoudens jaarlijks van electriciteit te voorzien.

Biomassa Holding B.V. kwam destijds uitgebreid in de pers met een innovatieve technologie voor mestverwerking. Kort en goed kwam het erop neer dat het bedrijf een nieuwe bestemming had gegeven aan de waardeloze restdrab die bij mestvergisters vrijkomt. Via extra bioreactoren zou Biomassa Holding B.V. de mineralen, stikstof en de dunne fractie tot een nitraat oxideren. Dat zou dan vervolgens als ‘pokon’ kunstmest de buitenlandse markt opgaan, zo schreef weekblad ‘Intermediair’ destijds.

Je kunt grote vraagtekens zetten of deze vorm van verwerking het mestprobleem daadwerkelijk kan oplossen. De transportkosten van mest naar het buitenland zijn niet afwijkend van die van het kunstmest , of digestaat, dat na verbranding of vergisting overblijft.

Enkele opmerkelijke punten rondom het faillissement van Biomassa Holding B.V. en de uitspraak van de Raad van State:

Heel belangrijk in het oordeel van de Raad van State in de beroepsprocedure van Biomassa Holding B.V. was de opmerking dat in de Bibob-beoordeling ook derden betrokken mogen worden. Daarbij moet aannemelijk worden gemaakt dat deze derden in een zakelijke samenwerkingsverband staan met degene die de vergunning aanvraagt.
In het geval Biomassa Holding B.V. bleek namelijk dat ‘derden’ met een zakelijk belang in Biomassa Holding B.V. betrokken zijn geweest bij diverse faillissementen.

Bovenstaande overweging houdt mogelijk in dat voor het geval Fibroned bouw- en milieuvergunningen aanvraagt, de reeks faillissementen bij drie andere dochters van het moederbedrijf van FibroNed, de BioOne Group, zwaar zullen wegen in het uiteindelijke advies van Bureau BIBOB. Ook het feit dat aandeelhouders en investeerders in aanraking zijn geweest met Justitie weegt zwaar bij het onderzoek door Bureau BIBOB.

Sinds medio 2005 zijn bedrijven in de afvalbranche verplicht om extra gegevens aan te leveren bij de aanvraag voor een milieuvergunning. Het gaat daarbij om gegevens die inzicht geven in de structuur van het bedrijf en de wijze waarop een bedrijf wordt gefinancierd.

Het college van Gedeputeerde Staten in Limburg heeft de vergunning geweigerd omdat de maatschappelijke belangen die in het geding zijn, zwaarder wegen dan het belang van Biomassa bij de oprichting van de inrichting.

Gelet op het advies is er volgens het college een ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, en is aannemelijk dat verlening van de vergunning in de toekomst tot substantiële schade bij derden kan leiden. Met andere woorden, omdat Biomassa Holding B.V. haar financiën niet inzichtelijk kon maken en tegenstrijdige gegevens inleverde, bestond er een gerede kans dat er niet aan de boekhoudverplichtingen zou worden voldaan en dat crediteuren hierdoor benadeeld zouden worden.

Daarentegen zou het niet verlenen van de gevraagde vergunning volgens het college leiden tot beperkte personele consequenties, aangezien Biomassa Holding B.V. ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, behoudens de directieleden, geen personeelsleden in dienst had. Door het beperkte inzicht in de financiering van de inrichting kon verder niet worden geconcludeerd dat de weigering van de vergunning grote financiële consequenties voor Biomassa Holding B.V. zou hebben.

Nader onderzoek door de redactie van Fibronot brengt het volgende aan het licht:

Op het woonadres van de directeur van Biomassa Holding B.V. in Utrecht was ook gevestigd de Environmental Interim Management Holding B.V..
Bovendien was op hetzelfde adres in Utrecht statutair gevestigd het bedrijf Resources Management Holding B.V..
Zowel Biomassa Holding B.V., de Environmental Interim Management Holding B.V. en Resources Management Holding B.V. hadden één en dezelfde directeur.

Op 9 maart 2005 is Resources Management Holding B.V. echter failliet verklaard omdat volgens een lezing van de directeur de benodigde financiële middelen niet ter beschikking werden gesteld.
De firma RMH B.V. had volgens mededelingen van de directeur getracht wereldwijd projecten van installaties waarin afval werd verwerkt tot gas/electra zonder uitstoot van CO2, te verkopen. Uiteindelijk bleken onvoldoende investeerders bereid deel te nemen aan, en te investeren in de ontwikkeling van een dergelijke afvalverwerkingsinstallatie. Op het benodigde kapitaal voor een proefopstelling van € 60 miljoen waren investeerders, aldus de directeur, bereid € 50 miljoen bij te dragen. Vanwege een tekort van € 10 miljoen is uiteindelijk geen proefopstelling gebouwd en kon derhalve de technologie niet feitelijk worden ontwikkeld en verkocht, waarna het faillissement werd aangevraagd.
Maar RMH B.V. had er ook geen moeite mee om bedrijven die diensten hadden geleverd niet te betalen.
Zo werd drie weken voor het uitgesproken faillissement, op 16 februari 2005, door de rechter in een kort geding RMH B.V. bevolen om een rekening van € 45.505,60 aan een Rotterdams reclamebureau te betalen, vermeerderd met de rente en proceskosten.
Het hield niet op. Ten tijde van het uitgesproken faillissement liep er ook een gerechterlijke procedure tussen RMH B.V. en enkele bij haar betrokken personen en nog een derde bedrijf.
De directeur van RMH B.V. verzette zich tegen deze procedures en verklaarde dat ze ten onrechte waren ingesteld. Alle bij de vennootschap betrokken personen en crediteuren zouden op basis van een no cure no pay verhouding met RMH B.V. hebben gehandeld. De rechter dacht er anders over.

Gedurende de afhandeling van dit faillissement door de curator, tussen 26 januari 2006 en 26 april 2006, kwam bij de curator het verzoek van het Ministerie van Justitie binnen een vragenlijst te beantwoorden in het kader van de Wet Bibob. Dit was ongetwijfeld de aanvraag van de Provinciale Staten Limburg in het kader van de aanvraag voor een milieuvergunning door Biomassa Holding B.V..
Zoals bekend weigerde de provincie op 6 oktober 2006 de aanvraag voor een milieuvergunning van Biomassa Holding B.V., op grond van een negatief advies van het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie.
Het schimmenspel over de ‘derde persoon’ in de procedure voor de Raad van State lijkt daarmee opgelost. Biomassa Holding BV heeft altijd geweigerd de naam van deze ‘derde persoon’ te noemen, maar door het combineren van bovenstaande gegevens mag verwacht worden dat deze ‘derde persoon’ niemand anders was dan de directeur van Biomassa Holding B.V. die direct betrokken was bij het faillissement van Resources Management Holding B.V..

Na het faillissement van Resources Management Holding B.V. (RMH B.V.) op 9 maart 2005 bleek uit nader onderzoek door de curator dat Environmental Interim Management Holding B.V. bij monde van de directeur, vergunningen voor een biomassacentrale heeft aangevraagd op meerdere plaatsen in Nederland, onder andere op een locatie te Nederweert in Limburg.
De curator was van mening dat het concept van de biomassacentrale eigendom was van RMH B.V. en hem was niet gebleken dat Environmental Interim Management Holding B.V. door middel van een aankoop de nieuwe eigenaar van het concept was geworden.
Er is nader onderzoek gedaan naar deze ontwikkelingen maar die zijn gestaakt na het overlijden van de directeur van Biomassa Holding B.V., maar het vermoeden van fraude is nooit weggenomen.

Zowel de betrokkenheid van Biomassa Holding B.V. bij andere faillissementen en het vermoeden van frauduleuze handelingen met betrekking tot de bouw van de biomassacentrale in Nederweert, zijn kennelijk voor Bureau Bibob aanleiding geweest een negatief advies te geven.

Ook op plaatselijk politiek niveau trok deze zaak de nodige aandacht en hoe verschillend kunnen partijen reageren. Zo werd een VVD raads- en statenlid in Apeldoorn teruggefloten toen ze zei dat er geen draagvlak voor Fibroned onder de Apeldoornse bevolking zou zijn en stelde VVD Tweede Kamerlid Oplaat vragen aan de Minister van Landbouw of hij in Apeldoorn wat druk op de ketel kon zetten om Fibroned er even snel door te drukken. Zie hier.

Hoe ging dat in Nederweert?
De VVD Afdeling Nederweert en de Stichting Gezond en Leefbaar Milieu Nederweert hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de werkwijze van de biomassacentrale, de milieuaspecten en de gevolgen die dit zou kunnen hebben voor de omgeving van Nederweert.
Daarop concludeerden beide, dat deze centrale een regelrechte bedreiging vormde voor de inwoners van Nederweert. Desondanks zette het gemeentebestuur van Nederweert door en wilde met alle geweld de centrale hebben. Oók nadat de plaatselijke VVD had aangetoond dat er na een onderzoek naar de financiële achtergronden en het verleden van de initiatiefnemers van deze biomassacentrale, mogelijk sprake zou kunnen zijn van frauduleuze handelingen. Ook na deze bewijzen bleek de Gemeente Nederweert niet bereid te luisteren en zette de procedure voor de bouw van de centrale gewoon door.
Het is uiteindelijk aan het optreden van de Provinciale Staten Limburg te danken dat een beroep op de Wet Bibob werd gedaan.
Wat een verschil in zo’n klein land. De ene afdeling van een politieke partij, Nederweert, komt op voor de bevolking terwijl de andere, Apeldoorn, door middel van vriendjespolitiek probeert een biomassacentrale er koste wat kost er door te drukken, ten nadele van de bevolking van Apeldoorn.

Een uitstekende analyse van de uitspraak van de Raad van State in de zaak Biomassa Holding B.V. is gemaakt door Prof. mr. G. Overkleeft-Verburg, hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
De analyse staat hier.

Promest

In de jaren ’90 was het bedrijf Promest in Helmond actief met mestvergisting. Promest was destijds de grootste varkensmestverwerker in Nederland.
Door technische moeilijkheden en een falend inkoop- en afzetbeleid van het digestaat en omdat het Landbouwschap stopte met het verstrekken van leningen moest Promest in november 1994 surseance van betaling aanvragen..
Omdat de overblijvende kunstmest sterk verontreinigd was met koper en zink mocht deze mest in Nederland niet over het land worden uitgereden en moest tegen zeer hoge kosten naar het buitenland, vooral Oost Europa, worden getransporteerd.
Binnen no-time had Promest een exploitatietekort en liep de bedrijfsvoering gevaar.
De financiers, waaronder de Limburgse en Brabantse boerenorganisaties LLTB en NCB, hebben na het aanvragen van surseance van betaling door Promest hun leningen van 80 miljoen gulden aan de fabriek, die drijfmest tot korrels verwerkt, voor 95 procent kwijtgescholden. Cofert, waarvan Promest een onderdeel was, stond na het opheffen van de surseance eind januari 1995 garant voor het nog resterende exploitatietekort van 10 miljoen gulden.

Echter, nauwelijks een half jaar later kregen de 27 overgebleven werknemers van Promest een formeel briefje van de directeur van de houdstermaatschappij Cofert. De deur van de fabriek gaat op slot, in afwachting van betere tijden, en de werknemers hoeven niet meer terug te komen. ‘Het spijt ons dat wij deze stap moeten nemen, maar de omstandigheden laten ons geen andere keus.’

Toen Promest jaren geleden werd opgericht, riepen de machtige Zuidnederlandse boerenorganisaties onder leiding van de coöperatie NCB in koor dat industriële verwerking van mest de oplossing was van het milieuprobleem. Sceptici mompelden toen al dat het beter zou zijn als een hoop boeren met een oprotpremie zouden verhuizen naar de Flevopolder of Groningen, maar dat de coöperaties niet wilden dat de boeren uit hun invloedsfeer zouden verdwijnen. De mestfabriek kwam er, dankzij de financiële middelen van de Rabobank, verzekeraar Interpolis, de boerenbonden LLTB uit Limburg en NCB uit Brabant, en de coöperaties Cehave-Encebe (vlees) en Campina-Melkunie (zuivel), allemaal clubs die nauwe banden hebben met het groene front.

In april ging Cofert-dochter Vefinex, een fabriek voor verwerking van kippemest in Weert, failliet. De heimelijke sluiting van het Helmondse Promest, de bekendste mestfabriek, is het voorlopig slot van het feuilleton mestverwerking. In november 1994 moest Promest surséance van betaling aanvragen, omdat de lopende kosten, waaronder rente, niet meer betaald konden worden. Begin dit jaar verkochten de oude aandeelhouders hun stukken aan Sobel, een beleggingsmaatschappij waarin de NCB het voor het zeggen heeft. ‘Ik heb er geen behoefte aan te melden hoe groot ons belang is’, zegt een woordvoerder van NCB afgemeten. ‘Maar als u schrijft dat wij een belangrijke aandeelhouder zijn, is dat correct.’

Sobel schold begin dit jaar Promest de schuld van 80 miljoen kwijt, zodat de mestverwerker weer lucht kreeg. De verwerkingskosten daalden daardoor van 50 tot 25 gulden per ton, maar toen al vertelde directeur Bartelse dat 20 gulden het absolute minimum was om te kunnen concurreren.

Dat blijkt niet gelukt. Volgens de brief van Bartelse heeft Promest in de eerste helft van 1995 opnieuw vier miljoen verlies geleden. ‘De financiers zijn niet langer in staat en bereid deze verliessituatie te continueren.’ De fabriek wordt schoongemaakt en stand by gehouden, voor het geval er opeens weer vraag ontstaat naar industriële mestverwerking.

De werknemers van Promest zullen daar weinig vertrouwen in hebben. Vanaf de oprichting moest Promest het hebben van heffingen die boeren moesten betalen voor de mest die ze produceerden en van de verkoop van gedroogde mest. Toen die heffingen per 1 januari door Brussel werd verboden, is vergeefs naar alternatieve financieringsmogelijkheden gezocht. De voorgestelde mestcentrale, waar alle boeren hun mest tegen betaling moesten inleveren, kwam er niet. Een studie naar een nieuw stelsel van heffingen leverde ook niets op. Promest zou voortaan marktgericht moeten opereren. Dat blijkt niet te lukken.

Eén ding is duidelijk, een groot deel van deze biomassasector stinkt en niet zo zuinig ook.

Met het grootste gemak wordt met rechtzaken gedreigd, worden crediteuren niet meer betaald en worden faillissementen of surseance van betaling aangevraagd.

Naar schatting hebben alle faillissementen in deze biomassa- en duurzame energiesector in de afgelopen 15 jaar de gemeenschap een verlies van meer dan € 750 miljoen opgeleverd aan investeringen en subsidies en dat bedrag is nog aan de lage kant geschat.

Dat een boer privé op zijn erf een mestvergister bouwt en voor honderd omwonenden electriciteit opwekt is OK, maar zodra een willekeurig iemand een project van meer dan € 100 miljoen op commerciële basis probeert op te starten moet hij direct stoppen, omdat een mestverbrander of mestvergister op die schaal niet commercieel te exploiteren is zonder een substantiële exploitatiesubsidie van de overheid.
De tot nu toe gefailleerde mestvergisters en mestverbranders hadden stuk voor stuk problemen om de benodigde investeringen en subsidies bij elkaar te krijgen, problemen met de afzet van de verontreinigde mest, na enkele maanden al een groot exploitatietekort, of werden door de Wet Bibob tegengehouden.

En Moerdijk dan?
De biomassacentrale Moerdijk is een samenwerkingsverband tussende Zeeuwse energiemaatschappij DELTA, coöperatie DEP, ZLTO en Austrian Energy & Environment A.G.
De coöperatie Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij (DEP) verzorgt met vrachtwagens de mestaanvoer. Bij DEP zijn 629 pluimveehouders aangesloten.
Lees hier alles over DEP en hoe de financiering van Moerdijk is geregeld.
Delta is voor 50% eigenaar van de kerncentrale in Borsele en met 50% de grootste aandeelhouder van BMC Moerdijk.

Waarom besteedt de Werkgroep Fibronot zoveel aandacht aan het bedrijf Biomassa Holding B.V. en de Wet BIBOB?
De werkgroep vindt dat er nogal wat raakvlakken zijn tussen Biomassa Holding B.V. en Fibroned. Bijvoorbeeld waar het gaat om derden die een zakelijk belang in Fibroned hebben en betrokken zijn geweest bij een reeks van faillissementen en/of met Justitie in aanraking zijn geweest..
De financiële risico’s die derden daarbij lopen zijn levensgroot aanwezig.

Apeldoorn, Let op Uw Saeck!