De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Jatropha

Over jatropha

Diverse kranten schreven vorig jaar:

Wonderplant jatropha is alleen duurzaam bij kleinschalig gebruik.
De jathopaplant lijkt de ideale bron voor duurzame brandstof. Maar zodra de productie grootschalig wordt, zijn de voordelen snel weg.

De jatrophaplant is een giftige struik die behoort tot de familie van de wolfsmelkachtigen. De zaden van de plant leveren jatropha-olie, die als biobrandstof gebruikt kan worden.
De struik is gemiddeld 5 m hoog en kan een maximale hoogte van 8 m bereiken maar wordt om praktische redenen in verband met het oogsten van de zaden op ongeveer 2.5 meter hoogte gehouden. De plant heeft groen tot vaalgroene bladeren. De plant heeft zaden die circa 27-40% olie (gemiddeld: 34.4%) bevatten. De zaden zijn rijp op het moment dat ze van van groen naar geel verkleuren. De zaden groeien uit tot vruchten, die meestal in de winter rijp zijn. In sommige gebieden zijn meerdere oogsten per jaar mogelijk.
De jatrophaplant is van oorsprong afkomstig uit Midden-Amerika. De plant wordt echter in andere gebieden met een (sub-)tropisch klimaat aangeplant. Dit aanplanten gebeurt in delen van Afrika, India en Midden-Amerika. De plant groeit goed op arme grond, wat het aanplanten in veel gebieden mogelijk maakt, maar hij groeit nog beter op vruchtbare grond waar veel water in de buurt is. Het is dan aantrekkelijk om de vruchtbare humuslaag van een gekapt oerwoud als akker te gebruiken.

Jatrophaplant
De jatrophaplant
(klik om te vergroten)

Jatrophazaden
Jatrophazaden
(klik om te vergroten)

Omdat jatropha olie een zwaar giftige substantie is hebben leveranciers een veiligheids informatieblad, meestal afgekort tot MSDS, gemaakt. Lees de MSDS van jatropha olie hier.
Een veiligheids informatieblad is een gestructureerd document met informatie over de risico’s van een gevaarlijke stof of preparaat, en aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan op het werk.
Deze term wordt specifiek gebruikt voor het Europese systeem van veiligheids informatieblad en wijkt in aantal secties af van het Amerikaanse systeem van Material Safety Data Sheet, afgekort MSDS. Een ander chemisch informatieblad is de International Chemical Safety Card, afgekort ICSC.
Wie een dergelijke stof of preparaat in de handel brengt (als producent, importeur of verdeler) moet aan de professionele gebruiker ervan een veiligheidsinformatieblad verstrekken. De bedoeling is dat deze laatste:

  • weet welke gevaarlijke chemische agentia op de werkplek aanwezig zijn;
  • weet welke de risico’s verbonden aan het gebruik ervan zijn voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en voor het milieu;
  • de nodige maatregelen kan treffen voor de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu op het werk.

Veiligheids informatiebladen zijn dus niet bedoeld voor privé-personen die dergelijke producten kopen voor eigen gebruik: hiervoor dienen de etikettering op de verpakking, en de eventuele bijgesloten gebruiksvoorschriften.
Vele bedrijven stellen tegenwoordig de veiligheids informatiebladen van hun producten ook ter beschikking op hun website. In deze jatropha sector is het Nederlandse bedrijf Diligent uit Eindhoven één van de weinige bedrijven die netjes een MSDS van jatropha olie op de website hebben vermeld.
Diligent is ook in Tanzania actief, maar pakt het, in tegenstelling tot BioShape Tanzania, veel kleinschaliger aan. Diligent Tanzania heeft enkele duizenden klein landbouwers in dienst die als toeleverancier dienen voor de jatropha zaden.
Over Diligent Tanzania kom je geen onderwerpen tegen als, illegale kap van tropisch hardhout, geen aantasting van de biodiversiteit van beschermde natuurgebieden, kortom, Diligent Tanzania lijkt een schoolvoorbeeld van hoe je je als gast in een vreemd land hoort te gedragen en als zodanig de natuurwetten van het land respecteert.
Diligent heeft een duidelijke mening over de concurrentie. De directeur zegt: ” ‘Ik zie plannen voor plantages waar 50 duizend hectare jatropha moet worden aangeplant. Daarvoor móet je wel mensen verdringen van hun land. Daar is niks duurzaams aan’.

Opmerkelijk is wel dat er nauwelijks informatie over de verbrandingsresten van jatropha olie te vinden zijn. We weten dus niet zeker wat er allemaal voor troep vrijkomt bij het verbranden van deze zogenaamde duurzame olie bij de opwekking van elektriciteit.

Diligent heeft een serie handboeken over jatropha gepubliceerd.
Een lijst met 6 handboeken staat hieronder, met vanaf deel 2 een appendix.

Jatropha handboek deel 1

Jatropha handboek deel 2

Jatropha handboek deel 2 appendix

Jatropha handboek deel 3

Jatropha handboek deel 3 appendix

Jatropha handboek deel 4

Jatropha handboek deel 4 appendix

Jatropha handboek deel 5

Jatropha handboek deel 5 appendix

Jatropha handboek deel 6

Jatropha handboek deel 6 appendix

Inmiddels zijn er meer jatropha handboeken verschenen

Stichting FACT (Fuels from Agriculture in Communal Technology) heeft een tweede, geheel herziene druk van het Jatropha handbook uitgebracht. FACT bevordert duurzame biobrandstoffen voor locale gemeenschappen in ontwikkelingslanden, door kennis en ervaring op het gebied van biobrandstoffen ter beschikking te stellen, door innovatieve biobrandstoffen in de praktijk te testen en door desgewenst specialistisch advies te geven.

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_Foreword.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_FULL.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH1.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH2.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH3.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH4.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH5.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH6.pdf

Er zijn niet alleen voorstanders van het gebruik van jatropha als grondstof voor biobrandstoffen.
Er bestaat internationaal nogal wat twijfel omtrent het gebruik van jatropha olie als biobrandstof, maar ook in Nederland zitten de onderzoekers niet stil.
De zegetocht van de plant mag onstuitbaar lijken, in het rapport Heldergroene Biomassa, dat de Stichting Natuur en Milieu met ondersteuning van het ministerie van Economische Zaken begin 2008 publiceerde, wordt het gebruik van jatropha als grondstof voor biobrandstof ontraden.
Volgens de Stichting Natuur en Milieu, die toch een fervent voorstander van het opwekken van duurzame energie genoemd mag worden, is de duurzaamheid van deze biomassa zeer twijfelachtig. De overheid zou geen stimuleringsbeleid voor gebruik van deze biomassa moeten voeren.

De toenmalige directeur Milieu van Eneco Energie B.V., de heer Ton Meijer, die in 2008 een reis door Tanzania heeft gemaakt, zei over de jatrophaplant op een workshop in Tanzania het volgende: ‘Het is een interessante plant, maar ik zie niet hoe het als business case haalbaar zou zijn. Van principes kun je niet eten.’

De opmerking van de heer Meijer ligt zonder twijfel ten grondslag aan het terugbrengen van het aandeel dat Eneco Energie B.V. in BioShape Holding B.V. had.

De grootschaligheid kwam al even ter sprake. Vooral de plannen van BioShape Tanzania Ltd. om ruim 80.000 hectare met de jatrophaplant aan te planten werpen vragen op. Voor zo’n oppervlakte moet je wel mensen verdringen van hun land en oerwoud kappen. Daar is niks duurzaams aan. Bovendien laten de arbeidsomstandigheden op grote plantages vaak te wensen over.

Milieudefensie heeft ook z´n bedenkingen tegen de teelt van jatropha.
‘Het is een sympathiek plantje’, zegt Milieudefensie, ‘maar dankzij het succes op kleine schaal zien we nu voorbeelden van productie op gronden die normaal worden gebruikt voor landbouw. Jatropha groeit wel op droge bodems, maar het groeit nog beter op goede grond.’
Maar Milieudefensie heeft meer noten op zijn zang. De organisatie constateert dat er steeds meer partijen zijn die alleen al bij het horen van de naam jatropha dollartekens in de ogen krijgen en daarom zijn overgegaan op grootschalige productie. ‘jatropha is alleen maar interessant zolang het kleinschalig gebeurt’.

Bij de kleinschalige teelt op de stukjes schrale grond van plaatselijke boeren levert een betrekkelijk schrale oogst aan oliehoudende zaden op. Om die reden verhuizen sommige bedrijven naar stukken oerwoud die eerst gekapt worden, om daar, op de vruchtbare bodem uitgestrekte plantage´s met de jatrophaplant te planten.
De volgende vraag die gesteld kan worden is waarom de geraffineerde jatropha olie of de hele jatropha noot naar Nederland geëxporteerd moet worden. Juist die landen in Afrika, waar de jatrophaplant groeit hebben vanwege de economische- en financiële crisis behoefte aan goedkope brandstof omdat ze de aardolie uit het Midden Oosten niet kunnen betalen.

Het lijkt op de ouderwetse slavernij, waar de arme landen worden leeggeroofd om maar zoveel mogelijk geld te kunnen verdienen.

Het kan toch niet de bedoeling van het Nederlandse milieubeleid zijn dat we in Nederland gaan autorijden op zogenaamde groene brandstof, terwijl er in Tanzania tropisch oerwoud wordt gekapt en ongerepte savannes worden omgeploegd om deze brandstof voor ons te produceren?


Jatropha vervangt kerosine? Onzin!

Het is een klassiek hallelujabericht. We willen maar al te graag vliegen zonder wroeging over de schadelijke milieueffecten van ons vakantietripje en binnenkort lijkt dat mogelijk, want volgens Billy M. Glover van Boeing vliegen vliegtuigen over drie à vijf jaar op biobrandstoffen.

Het bericht van het ANP (18-3-2009) werd dan ook door allerlei kranten overgenomen. De Pers had ook de Nederlandse ondernemer gesproken die jatropha-olie had geleverd voor ‘de eerste succesvolle test met een Boeing 747 van Air New Zealand die op jathropa-olie vloog’. (19-3-2009)

Maar zou zo’n fundamentele omslag echt zo snel kunnen plaatsvinden? Opmerkelijk genoeg is de Boeingtopman in een bericht van het internationale persbureau Reuters veel minder stellig (13-3-2009). Daar zegt Glover dat er waarschijnlijk binnen drie tot vijf jaar een alternatief op de markt is voor traditionele kerosine. Maar zo voegt hij er eerlijk aan toe: ‘Tegen die tijd zullen de volumes natuurlijk nog erg klein zijn.’ Bovendien blijkt bij de testvlucht van Air New Zealand slechts één motor van het viermotorige vliegtuig voor de helft op jatropha-olie vloog.

Ruud van Eck van Diligent Energy Systems, de Nederlandse leverancier van de Jatropha olie voor de testvlucht, zegt dat het bericht in Reuters dichterbij de waarheid komt. Zijn bedrijf heeft vorig jaar 17.000 liter geleverd aan Boeing met de vraag om nog eens 60.000 liter te leveren. Dat klinkt als een forse hoeveelheid, maar een Boeing 747 met 400 passagiers verbruikt 10.000 liter per uur. Het is dus goed voor 6 uur vliegen. Per hectare kan 800 liter olie worden geproduceerd. Per uur vliegen heb je dus ruim 10 hectare nodig. Zijn bedrijf heeft nu drie en een half duizend hectare in gebruik in Tanzania. Ze willen doorgroeien naar 50.000 hectare. ‘Dat kost een jaar of tien. Jatropha is een meerjarig gewas. Het kost vier jaar voor de plant is volgroeid.’

Als je niet wilt dat de jatropha productie ten koste gaat van de voedselproductie of leidt tot ontbossing moet je het aanplanten in droge gebieden. In Tanzania komt daar 200.000 hectare voor in aanmerking. Dat is dus 20.000 uur vliegen met een Boeing 747. Bij KLM maakt een 747 ongeveer 5000 vlieguren per jaar. Dus de maximale duurzame productie van Jatropha in Tanzania is zo toereikend voor maar vier van die bakbeesten.

Van Eck houdt niet van hallelujaberichten. Die trekken volgens hem alleen maar cowboys aan die uit de nieuwe business een slaatje willen slaan en niet malen om verdringing van landbouwgrond voor de voedselproductie. Het belang van het nieuws schuilt er volgens hem vooral in dat de jatropha-olie het in de test zo goed heeft gedaan. ‘Auto’s zouden op termijn op elektriciteit kunnen rijden, een vliegtuig kan nooit op elektriciteit vliegen. Dus is biobrandstof het enige duurzame alternatief.’ Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar aan de Wageningen Universiteit en lid van de KNAW, bevestigt dat het technisch mogelijk is.

Al is het wel ingewikkeld. Vliegtuigen hebben een brandstof nodig die per verbrande liter heel veel energie oplevert. Anders moet je zoveel brandstof meenemen dat het vliegtuig enorm veel zwaarder wordt. Biobrandstoffen als ethanol voldoen daarom niet. Het is mogelijk de calorische waarde te vergroten, maar het is een hele klus. Rabbinge betwijfelt ook of het wenselijk is. Voor je het weet, gaat de productie van biobrandstof ten koste van de voedselproductie. ‘Mensen vliegen liever dan dat ze armen voeden.’

Toch maar even met Boeing gebeld. Billy Glover is niet bereikbaar, maar zijn medewerker Terence Scott geeft uitleg. Hij ziet niet zoveel verschil tussen de twee berichten. Als er een alternatief op de markt is en twee vliegtuigen biobrandstof bijmengen zijn beide berichten waar. ‘Wij doen geen voorspellingen over het percentage biobrandstof dat tegen die tijd wordt gebruikt.’ Het belangrijkste is dat vliegtuigen binnenkort biobrandstof mogen bijmengen. Hij verwacht dat binnenkort de toestemming van de twee organisaties die daarover beslissen binnen is. De juiste tekst had dus moeten luiden: ‘Boeing verwacht dat binnen drie tot vijf jaar het is toegestaan dat een paar vliegtuigen een beetje biobrandstof bijmengen.’ Ook mooi, maar geen halleluja.
(Bron: Intermediair)


 

De jatropha bubbel staat op barsten

Donderdag 7 april 2011

Niet alleen in Tanzania is de overheid en de bevolking voor de gek gehouden met de sprookjes over de mogelijkheden die jatropha voor hen zou bieden. Ook in Ghana is de ellende groot.
In Ghana hebben ontwikkelingsorganisaties gemeld dat de teelt van jatropha boeren en hun gezinnen van het land hebben verjaagd.
Daarbij zijn waardevolle voedselbronnen zoals shea noten (een soort amandel) en dawadawa bomen gekapt om plaats te maken voor jatropha plantages.

Ongeveer 50% van de Ghanese bevolking werkt op het land en is hoofdzakelijk bezig met het verbouwen van voedsel voor de plaatselijke consumptie.

Buitenlandse bedrijven, zoals Agroils (Italië), Galten Global Alternative Energy (Israël), Gold Star Farms (Ghana), Jatropha Africa (UK/Ghana), Biofuel Africa (Noorwegen), Scanfuel (Noorwegen) en Kimminic Corporation (Canada) hebben 769.000 ha grond gekocht.
Ghana heeft ruim 3.99 miljoen ha bouwland dat geschikt is voor de teelt van voedselgewassen. Dat betekent dat meer dan 37% van de landbouwgrond in Ghana door bovenstaande bedrijven in bezit is genomen.

Boeren hebben vastgesteld dat het veelbesproken wondergewas jatropha in plaats van welvaart en een gegarandeerd inkomen, alleen maar ellende heeft gebracht.
Waardevolle watervoorraden zijn bijna uitgedroogd en grote hoeveelheden pesticiden hebben de bodem ernstig verontreinigd. Voedselgewassen hebben plaats gemaakt voor jatropha planten waardoor veel boeren geen enkele vorm van inkomen meer hebben.

Bovenstaande situatie schetst de toestand in mei 2009 zoals die beschreven is door Emmanuel Dogbevi, editor van ghanabusinessnews.com  in samenwerking met medewerkers van de Universiteit van Ghana, waarbij hij tevens de vraag stelde of de mislukking van jatropha projecten in India geen wijze les voor Ghana zijn geweest.

Jatropha werd door de voorstanders van deze plant gezien als de plant bij uitstek om biobrandstoffen te kweken, omdat jatropha in tegenstelling tot andere grondstoffen vanwege zijn giftige eigenschappen geen voedselbron is.
De voorstanders zeiden ook dat jatropha derhalve niet met gewone voedselgewassen concurreert en dat het niet bijdraagt aan voedseltekorten.
Volgens dezelfde deskundigen zou jatropha op marginale grond in relatief droge gebieden uitstekend gedijen, waardoor het bij uitstek in door grote droogte getroffen gebieden zou groeien.

In 2006 zei D1 Oil uit Engeland dat het van plan was met het nieuwe jatropha ras E1 ongeveer 2.7 ton olie per hectare te gaan maken, vergeleken met de 1.7 ton olie die de gewone jatropha plant produceerde.

Dit staat gelijk aan ongeveer 8 ton en 5 ton zaad per hectare, of 3.5 kg en 2 kg per plant.
Rapporten uit India, waar men al vele jaren geleden in de jatropha geloofde, tonen echter aan dat zelfs 1 kg zaad per plant moeilijk bereikbaar is.

De Ghanese organisatie Food Security Ghana spreekt nu openlijk van een niet commercieel levensvatbare productie van biobrandstof uit jatropha in Ghana en zegt zelfs dat de jatropha hype een grote zeepbel is die op het punt van barsten staat.

Vorige week schreef Emmanuel Dogbevi een nieuw artikel waarin hij schreef dat biobrandstoffen uit de non-food plant jatropha gevaarlijk zijn voor het milieu.
Deze biobrandstoffen die gezien werden als een alternatieve energiebron, zijn volgens de Royal Society for the Protection of Birds, ActionAid en Nature Kenya, de oorzaak  dat er bij de teelt van jatropha tot zes keer meer CO2 uitstoot  vrij komt dan bij het gebruik van fossiele  brandstoffen.


Broeikasgasemissie bij de teelt van jatropha

Maandag 16 mei 2011

Twee recente onafhankelijke van elkaar gehouden studies aan enkele gezaghebbende Amerikaanse universiteiten hebben aangetoond dat wanneer jatropha wordt gekweekt op land waar bos is gekapt, de CO2 uitstoot meer bedraagt dan wanneer jatropha op kale grond waar nooit bos heeft gestaan, gekweekt wordt.

Het eerste onderzoek werd uitgevoerd aan de Yale Universiteit, faculteit Bosbouw en Milieukunde door onderzoekers onder leiding van professor Robert Bailis. Het onderzoek nam twee jaar in beslag en werd in oktober 2010 gepubliceerd.
De onderzoekers concentreerden zich op de hoogte van de CO2 uitstoot in een bepaald gebied waar jatropha werd gekweekt. Er is ook onderzoek gedaan naar de sociaal-economische impact bij de productie van het gewas.
De studie van de Yale Universiteit werd uitgevoerd in Brazilië. Er werden honderden bedrijven onderzocht waar jatropha werd gekweekt. De boerderijen varieerden in grootte van 10 ha tot duizenden ha.

De analyse geeft een vergelijking van de life-cycle GHG emissie van synthetische paraffine kerosine geproduceerd als vliegtuigbrandstof uit jatropha en conventionele vliegtuigbrandstof.
De life-cycle GHG emissie is de broeikasgasemissie gedurende alle facetten die bij de kweek van jatropha om de hoek komen kijken, dus vanaf de allereerste spade die de grond in gaat tot en met de geproduceerde brandstof waarmee het vliegtuig vertrekt.
Professor Bailis en zijn medewerkers vonden dat het type land waarop de jatropha plant groeit een directe relatie met de carbon footprint had in vergelijking met op aardolie gebaseerde vliegtuigbrandstof.
Als jatropha geplant werd op volledig kale grond die nog nooit ergens voor gebruikt was werd de uitstoot van broeikasgassen met 55% tot 60% verminderd. Uitgaande van een opbrengst van 4 ton droge jatropha zaden per hectare resulteerde dit in een CO2 uitstoot van 40 kg per eenheid GigaJoule geproduceerde brandstof, wat een verlaging met 55% ten opzichte van conventionele biobrandstof betekende. Opgemerkt dient te worden dat jatropha niet of nauwelijks op schrale grond groeit. Er moeten om nog enige opbrengst te krijgen grote hoeveelheden water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen toegevoegd worden.
Echter, werd de jatropha geteeld in gebieden die voorheen uit bossen en struiken bestonden nam de broeikasgasemissie sterk toe. Zo nam de CO2 uitstoot met meer dan 50 ton per hectare toe wanneer de grond uit voormalie cerrado woodlands bestond.  Een winst van 10 tot 15 ton koolstof per hectare werd behaald wanneer jatropha op grond werd geteeld die voorheen door herders werd gebruikt.
De totale CO2 emissie varieerde van een dieptepunt van 13 kg CO2 per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie tot 145 kg CO2 uitstoot per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie die geplant was op voormalige cerrado woodlands, wat een stijging van 60% ten opzichte van het referentie scenario betekende.

De tweede studie, waarvan de resultaten op 11 mei 2011 werden gepubliceerd,  werd gemaakt door het Massachusetts Institute of Technology, Department of Aeronautics and Astronautics.
Deze luchtvaartdeskundigen wilden nu wel eens weten wat er van de sprookjes die al jaren over jatropha de ronde doen, waar was.  Principal research engineer, en professor op het  Department of Aeronautics and Astronautics at MIT, James Hillman deed met zijn medewerkers drie jaar lang onzerzoek. Ze kwamen tot dezelfde conclusie als hun collega’s op Yale University: jatropha die op volstrekt kale grond groeit heeft een positieve CO2 balans terwijl hun soortgenoten die groeien op land waar bos en struiken zijn gekapt, heeft een sterk negatieve CO2 balans.
De onderzoekers van het MIT wezen er op dat deze negatieve CO2 balans in de afgelopen vier jaar nooit door de voorstanders van biobrandstoffen naar buiten is gebracht.  De nadruk werd altijd op de positieve CO2 balans gelegd.
Het onderzoek bij het MIT werd gefinancierd door de Federal Aviation Administration (FAA) en het  Air Force Research Lab.

De onderzoeken door Yale en het MIT betroffen land in Midden Amerika en Brazilië, maar zijn herleidbaar naar andere landen op de wereld, waaronder Tanzania.

De situatie rondom BioShape in Tanzania

Het is frappant dat ook bij de activiteiten van BioShape in Tanzania luidkeels werd verkondigd dat de CO2 balans in het voordeel van BioShape uitviel. Het rapport dat onder supervisie van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van BioShape werd gemaakt, spreekt wat dat betreft boekdelen.
Door verschillende internationale organisaties is aangetoond dat BioShape massaal tropisch bos heeft gekapt om de plantages geschikt te maken voor de teelt van jatropha. Bij het kappen van deze bomen en de nabewerking van de grond door zware buldozers zijn grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer terecht gekomen.
Naar schatting van de Forestry and Beekeeping Division van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Toerisme in Tanzania is er bij de kap door BioShape gemiddeld 100 ton CO2 per ha de lucht ingevlogen. Volgens opgave van BioShape is er tot aan het faillissement ongeveer 400 ha plantage plantrijp gemaakt. Dit zou betekenen dat er alleen daar voor al 40.000 ton CO2 is uitgestoten.
Een groot deel van het al dan niet illegaal gekapte tropisch bos is in de vorm van wat men noemt safari meubelen vanuit Kilwa via Arusha naar Nederland vervoerd. Daarbij zijn ook de nodige tonnen CO2 uitgestoten en bovendien zou er tijdens het toekomstige transport van jatropha zaden naar Europa ook de nodige tonnen CO2 worden uitgestoten.
Aangezien BioShape van plan was ruim 80.000 ha vruchtbaar tropisch gebied geschikt te maken voor de productie van jatropha is het niet moeilijk uit te rekenen dat de CO2 uitstoot gigantische vormen zou aannemen.
Er valt vooralsnog niet aan te nemen dat van de nieuwe eigenaren/aandeelhouders van de BioShape activiteiten in Tanzania, waaronder Cor Vaes, een andere werkwijze wordt verwacht.

Ook in Kenia is de situatie alarmerend

In maart van dit jaar verscheen er van de organisaties Niza/ActionAid, de Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya een rapport waarin stond dat het duurzame jatropha plantje tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan fossiele brandstoffen.