De Energiewende in Duitsland:

Het laatste nieuws over Typhoon:

Vul je emailadres in en ontvang een melding van nieuwe berichten.

Fibronot browser support

Firefox4+  Chrome  Safari  Opera  IE9+

Flitsen

Flitsen

Op deze pagina staan korte artikelen die met de opwekking van duurzame energie te maken hebben. Elders op deze site wordt bij de desbetreffende artikelen via een link naar deze pagina verwezen.

Over jatropha olie

Diverse kranten schreven vorig jaar:

Wonderplant jatropha is alleen duurzaam bij kleinschalig gebruik.
De jathopaplant lijkt de ideale bron voor duurzame brandstof. Maar zodra de productie grootschalig wordt, zijn de voordelen snel weg.

De jatrophaplant is een giftige struik die behoort tot de familie van de wolfsmelkachtigen. De zaden van de plant leveren jatropha-olie, die als biobrandstof gebruikt kan worden.
De struik is gemiddeld 5 m hoog en kan een maximale hoogte van 8 m bereiken maar wordt om praktische redenen in verband met het oogsten van de zaden op ongeveer 2.5 meter hoogte gehouden. De plant heeft groen tot vaalgroene bladeren. De plant heeft zaden die circa 27-40% olie (gemiddeld: 34.4%) bevatten. De zaden zijn rijp op het moment dat ze van van groen naar geel verkleuren. De zaden groeien uit tot vruchten, die meestal in de winter rijp zijn. In sommige gebieden zijn meerdere oogsten per jaar mogelijk.
De jatrophaplant is van oorsprong afkomstig uit Midden-Amerika. De plant wordt echter in andere gebieden met een (sub-)tropisch klimaat aangeplant. Dit aanplanten gebeurt in delen van Afrika, India en Midden-Amerika. De plant groeit goed op arme grond, wat het aanplanten in veel gebieden mogelijk maakt, maar hij groeit nog beter op vruchtbare grond waar veel water in de buurt is. Het is dan aantrekkelijk om de vruchtbare humuslaag van een gekapt oerwoud als akker te gebruiken.

Jatrophaplant
De jatrophaplant
(klik om te vergroten)

Jatrophazaden
Jatrophazaden
(klik om te vergroten)

Omdat jatropha olie een zwaar giftige substantie is hebben leveranciers een veiligheids informatieblad, meestal afgekort tot MSDS, gemaakt. Lees de MSDS van jatropha olie hier.
Een veiligheids informatieblad is een gestructureerd document met informatie over de risico’s van een gevaarlijke stof of preparaat, en aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan op het werk.
Deze term wordt specifiek gebruikt voor het Europese systeem van veiligheids informatieblad en wijkt in aantal secties af van het Amerikaanse systeem van Material Safety Data Sheet, afgekort MSDS. Een ander chemisch informatieblad is de International Chemical Safety Card, afgekort ICSC.
Wie een dergelijke stof of preparaat in de handel brengt (als producent, importeur of verdeler) moet aan de professionele gebruiker ervan een veiligheidsinformatieblad verstrekken. De bedoeling is dat deze laatste:

  • weet welke gevaarlijke chemische agentia op de werkplek aanwezig zijn;
  • weet welke de risico’s verbonden aan het gebruik ervan zijn voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en voor het milieu;
  • de nodige maatregelen kan treffen voor de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu op het werk.

Veiligheids informatiebladen zijn dus niet bedoeld voor privé-personen die dergelijke producten kopen voor eigen gebruik: hiervoor dienen de etikettering op de verpakking, en de eventuele bijgesloten gebruiksvoorschriften.
Vele bedrijven stellen tegenwoordig de veiligheids informatiebladen van hun producten ook ter beschikking op hun website. In deze jatropha sector is het Nederlandse bedrijf Diligent uit Eindhoven één van de weinige bedrijven die netjes een MSDS van jatropha olie op de website hebben vermeld.
Diligent is ook in Tanzania actief, maar pakt het, in tegenstelling tot BioShape Tanzania, veel kleinschaliger aan. Diligent Tanzania heeft enkele duizenden klein landbouwers in dienst die als toeleverancier dienen voor de jatropha zaden.
Over Diligent Tanzania kom je geen onderwerpen tegen als, illegale kap van tropisch hardhout, geen aantasting van de biodiversiteit van beschermde natuurgebieden, kortom, Diligent Tanzania lijkt een schoolvoorbeeld van hoe je je als gast in een vreemd land hoort te gedragen en als zodanig de natuurwetten van het land respecteert.
Diligent heeft een duidelijke mening over de concurrentie. De directeur zegt: ” ‘Ik zie plannen voor plantages waar 50 duizend hectare jatropha moet worden aangeplant. Daarvoor móet je wel mensen verdringen van hun land. Daar is niks duurzaams aan’.

Opmerkelijk is wel dat er nauwelijks informatie over de verbrandingsresten van jatropha olie te vinden zijn. We weten dus niet zeker wat er allemaal voor troep vrijkomt bij het verbranden van deze zogenaamde duurzame olie bij de opwekking van elektriciteit.

Diligent heeft een serie handboeken over jatropha gepubliceerd.
Een lijst met 6 handboeken staat hieronder, met vanaf deel 2 een appendix.

Jatropha handboek deel 1
Jatropha handboek deel 2
Jatropha handboek deel 2 appendix
Jatropha handboek deel 3
Jatropha handboek deel 3 appendix
Jatropha handboek deel 4
Jatropha handboek deel 4 appendix
Jatropha handboek deel 5
Jatropha handboek deel 5 appendix
Jatropha handboek deel 6
Jatropha handboek deel 6 appendix

Inmiddels zijn er meer jatropha handboeken verschenen

Stichting FACT (Fuels from Agriculture in Communal Technology) heeft een tweede, geheel herziene druk van het Jatropha handbook uitgebracht. FACT bevordert duurzame biobrandstoffen voor locale gemeenschappen in ontwikkelingslanden, door kennis en ervaring op het gebied van biobrandstoffen ter beschikking te stellen, door innovatieve biobrandstoffen in de praktijk te testen en door desgewenst specialistisch advies te geven.

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_Foreword.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_FULL.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH1.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH2.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH3.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH4.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH5.pdf

FACT_Jatropha_Handbook_EN_April_2010_CH6.pdf

Er zijn niet alleen voorstanders van het gebruik van jatropha als grondstof voor biobrandstoffen.
Er bestaat internationaal nogal wat twijfel omtrent het gebruik van jatropha olie als biobrandstof, maar ook in Nederland zitten de onderzoekers niet stil.
De zegetocht van de plant mag onstuitbaar lijken, in het rapport Heldergroene Biomassa, dat de Stichting Natuur en Milieu met ondersteuning van het ministerie van Economische Zaken begin 2008 publiceerde, wordt het gebruik van jatropha als grondstof voor biobrandstof ontraden.
Volgens de Stichting Natuur en Milieu, die toch een fervent voorstander van het opwekken van duurzame energie genoemd mag worden, is de duurzaamheid van deze biomassa zeer twijfelachtig. De overheid zou geen stimuleringsbeleid voor gebruik van deze biomassa moeten voeren.

De toenmalige directeur Milieu van Eneco Energie B.V., de heer Ton Meijer, die in 2008 een reis door Tanzania heeft gemaakt, zei over de jatrophaplant op een workshop in Tanzania het volgende: ‘Het is een interessante plant, maar ik zie niet hoe het als business case haalbaar zou zijn. Van principes kun je niet eten.’

De opmerking van de heer Meijer ligt zonder twijfel ten grondslag aan het terugbrengen van het aandeel dat Eneco Energie B.V. in BioShape Holding B.V. had.

De grootschaligheid kwam al even ter sprake. Vooral de plannen van BioShape Tanzania Ltd. om ruim 80.000 hectare met de jatrophaplant aan te planten werpen vragen op. Voor zo’n oppervlakte moet je wel mensen verdringen van hun land en oerwoud kappen. Daar is niks duurzaams aan. Bovendien laten de arbeidsomstandigheden op grote plantages vaak te wensen over.

Milieudefensie heeft ook z´n bedenkingen tegen de teelt van jatropha.
‘Het is een sympathiek plantje’, zegt Milieudefensie, ‘maar dankzij het succes op kleine schaal zien we nu voorbeelden van productie op gronden die normaal worden gebruikt voor landbouw. Jatropha groeit wel op droge bodems, maar het groeit nog beter op goede grond.’
Maar Milieudefensie heeft meer noten op zijn zang. De organisatie constateert dat er steeds meer partijen zijn die alleen al bij het horen van de naam jatropha dollartekens in de ogen krijgen en daarom zijn overgegaan op grootschalige productie. ‘jatropha is alleen maar interessant zolang het kleinschalig gebeurt’.

Bij de kleinschalige teelt op de stukjes schrale grond van plaatselijke boeren levert een betrekkelijk schrale oogst aan oliehoudende zaden op. Om die reden verhuizen sommige bedrijven naar stukken oerwoud die eerst gekapt worden, om daar, op de vruchtbare bodem uitgestrekte plantage´s met de jatrophaplant te planten.
De volgende vraag die gesteld kan worden is waarom de geraffineerde jatropha olie of de hele jatropha noot naar Nederland geëxporteerd moet worden. Juist die landen in Afrika, waar de jatrophaplant groeit hebben vanwege de economische- en financiële crisis behoefte aan goedkope brandstof omdat ze de aardolie uit het Midden Oosten niet kunnen betalen.

Het lijkt op de ouderwetse slavernij, waar de arme landen worden leeggeroofd om maar zoveel mogelijk geld te kunnen verdienen.

Het kan toch niet de bedoeling van het Nederlandse milieubeleid zijn dat we in Nederland gaan autorijden op zogenaamde groene brandstof, terwijl er in Tanzania tropisch oerwoud wordt gekapt en ongerepte savannes worden omgeploegd om deze brandstof voor ons te produceren?


Jatropha vervangt kerosine? Onzin!

Het is een klassiek hallelujabericht. We willen maar al te graag vliegen zonder wroeging over de schadelijke milieueffecten van ons vakantietripje en binnenkort lijkt dat mogelijk, want volgens Billy M. Glover van Boeing vliegen vliegtuigen over drie à vijf jaar op biobrandstoffen.

Het bericht van het ANP (18-3-2009) werd dan ook door allerlei kranten overgenomen. De Pers had ook de Nederlandse ondernemer gesproken die jatropha-olie had geleverd voor ‘de eerste succesvolle test met een Boeing 747 van Air New Zealand die op jathropa-olie vloog’. (19-3-2009)

Maar zou zo’n fundamentele omslag echt zo snel kunnen plaatsvinden? Opmerkelijk genoeg is de Boeingtopman in een bericht van het internationale persbureau Reuters veel minder stellig (13-3-2009). Daar zegt Glover dat er waarschijnlijk binnen drie tot vijf jaar een alternatief op de markt is voor traditionele kerosine. Maar zo voegt hij er eerlijk aan toe: ‘Tegen die tijd zullen de volumes natuurlijk nog erg klein zijn.’ Bovendien blijkt bij de testvlucht van Air New Zealand slechts één motor van het viermotorige vliegtuig voor de helft op jatropha-olie vloog.

Ruud van Eck van Diligent Energy Systems, de Nederlandse leverancier van de Jatropha olie voor de testvlucht, zegt dat het bericht in Reuters dichterbij de waarheid komt. Zijn bedrijf heeft vorig jaar 17.000 liter geleverd aan Boeing met de vraag om nog eens 60.000 liter te leveren. Dat klinkt als een forse hoeveelheid, maar een Boeing 747 met 400 passagiers verbruikt 10.000 liter per uur. Het is dus goed voor 6 uur vliegen. Per hectare kan 800 liter olie worden geproduceerd. Per uur vliegen heb je dus ruim 10 hectare nodig. Zijn bedrijf heeft nu drie en een half duizend hectare in gebruik in Tanzania. Ze willen doorgroeien naar 50.000 hectare. ‘Dat kost een jaar of tien. Jatropha is een meerjarig gewas. Het kost vier jaar voor de plant is volgroeid.’

Als je niet wilt dat de jatropha productie ten koste gaat van de voedselproductie of leidt tot ontbossing moet je het aanplanten in droge gebieden. In Tanzania komt daar 200.000 hectare voor in aanmerking. Dat is dus 20.000 uur vliegen met een Boeing 747. Bij KLM maakt een 747 ongeveer 5000 vlieguren per jaar. Dus de maximale duurzame productie van Jatropha in Tanzania is zo toereikend voor maar vier van die bakbeesten.

Van Eck houdt niet van hallelujaberichten. Die trekken volgens hem alleen maar cowboys aan die uit de nieuwe business een slaatje willen slaan en niet malen om verdringing van landbouwgrond voor de voedselproductie. Het belang van het nieuws schuilt er volgens hem vooral in dat de jatropha-olie het in de test zo goed heeft gedaan. ‘Auto’s zouden op termijn op elektriciteit kunnen rijden, een vliegtuig kan nooit op elektriciteit vliegen. Dus is biobrandstof het enige duurzame alternatief.’ Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar aan de Wageningen Universiteit en lid van de KNAW, bevestigt dat het technisch mogelijk is.

Al is het wel ingewikkeld. Vliegtuigen hebben een brandstof nodig die per verbrande liter heel veel energie oplevert. Anders moet je zoveel brandstof meenemen dat het vliegtuig enorm veel zwaarder wordt. Biobrandstoffen als ethanol voldoen daarom niet. Het is mogelijk de calorische waarde te vergroten, maar het is een hele klus. Rabbinge betwijfelt ook of het wenselijk is. Voor je het weet, gaat de productie van biobrandstof ten koste van de voedselproductie. ‘Mensen vliegen liever dan dat ze armen voeden.’

Toch maar even met Boeing gebeld. Billy Glover is niet bereikbaar, maar zijn medewerker Terence Scott geeft uitleg. Hij ziet niet zoveel verschil tussen de twee berichten. Als er een alternatief op de markt is en twee vliegtuigen biobrandstof bijmengen zijn beide berichten waar. ‘Wij doen geen voorspellingen over het percentage biobrandstof dat tegen die tijd wordt gebruikt.’ Het belangrijkste is dat vliegtuigen binnenkort biobrandstof mogen bijmengen. Hij verwacht dat binnenkort de toestemming van de twee organisaties die daarover beslissen binnen is. De juiste tekst had dus moeten luiden: ‘Boeing verwacht dat binnen drie tot vijf jaar het is toegestaan dat een paar vliegtuigen een beetje biobrandstof bijmengen.’ Ook mooi, maar geen halleluja.
(Bron: Intermediair)


 

De jatropha bubbel staat op barsten

Donderdag 7 april 2011

Niet alleen in Tanzania is de overheid en de bevolking voor de gek gehouden met de sprookjes over de mogelijkheden die jatropha voor hen zou bieden. Ook in Ghana is de ellende groot.
In Ghana hebben ontwikkelingsorganisaties gemeld dat de teelt van jatropha boeren en hun gezinnen van het land hebben verjaagd.
Daarbij zijn waardevolle voedselbronnen zoals shea noten (een soort amandel) en dawadawa bomen gekapt om plaats te maken voor jatropha plantages.

Ongeveer 50% van de Ghanese bevolking werkt op het land en is hoofdzakelijk bezig met het verbouwen van voedsel voor de plaatselijke consumptie.

Buitenlandse bedrijven, zoals Agroils (Italië), Galten Global Alternative Energy (Israël), Gold Star Farms (Ghana), Jatropha Africa (UK/Ghana), Biofuel Africa (Noorwegen), Scanfuel (Noorwegen) en Kimminic Corporation (Canada) hebben 769.000 ha grond gekocht.
Ghana heeft ruim 3.99 miljoen ha bouwland dat geschikt is voor de teelt van voedselgewassen. Dat betekent dat meer dan 37% van de landbouwgrond in Ghana door bovenstaande bedrijven in bezit is genomen.

Boeren hebben vastgesteld dat het veelbesproken wondergewas jatropha in plaats van welvaart en een gegarandeerd inkomen, alleen maar ellende heeft gebracht.
Waardevolle watervoorraden zijn bijna uitgedroogd en grote hoeveelheden pesticiden hebben de bodem ernstig verontreinigd. Voedselgewassen hebben plaats gemaakt voor jatropha planten waardoor veel boeren geen enkele vorm van inkomen meer hebben.

Bovenstaande situatie schetst de toestand in mei 2009 zoals die beschreven is door Emmanuel Dogbevi, editor van ghanabusinessnews.com  in samenwerking met medewerkers van de Universiteit van Ghana, waarbij hij tevens de vraag stelde of de mislukking van jatropha projecten in India geen wijze les voor Ghana zijn geweest.

Jatropha werd door de voorstanders van deze plant gezien als de plant bij uitstek om biobrandstoffen te kweken, omdat jatropha in tegenstelling tot andere grondstoffen vanwege zijn giftige eigenschappen geen voedselbron is.
De voorstanders zeiden ook dat jatropha derhalve niet met gewone voedselgewassen concurreert en dat het niet bijdraagt aan voedseltekorten.
Volgens dezelfde deskundigen zou jatropha op marginale grond in relatief droge gebieden uitstekend gedijen, waardoor het bij uitstek in door grote droogte getroffen gebieden zou groeien.

In 2006 zei D1 Oil uit Engeland dat het van plan was met het nieuwe jatropha ras E1 ongeveer 2.7 ton olie per hectare te gaan maken, vergeleken met de 1.7 ton olie die de gewone jatropha plant produceerde.

Dit staat gelijk aan ongeveer 8 ton en 5 ton zaad per hectare, of 3.5 kg en 2 kg per plant.
Rapporten uit India, waar men al vele jaren geleden in de jatropha geloofde, tonen echter aan dat zelfs 1 kg zaad per plant moeilijk bereikbaar is.

De Ghanese organisatie Food Security Ghana spreekt nu openlijk van een niet commercieel levensvatbare productie van biobrandstof uit jatropha in Ghana en zegt zelfs dat de jatropha hype een grote zeepbel is die op het punt van barsten staat.

Vorige week schreef Emmanuel Dogbevi een nieuw artikel waarin hij schreef dat biobrandstoffen uit de non-food plant jatropha gevaarlijk zijn voor het milieu.
Deze biobrandstoffen die gezien werden als een alternatieve energiebron, zijn volgens de Royal Society for the Protection of Birds, ActionAid en Nature Kenya, de oorzaak  dat er bij de teelt van jatropha tot zes keer meer CO2 uitstoot  vrij komt dan bij het gebruik van fossiele  brandstoffen.


Broeikasgasemissie bij de teelt van jatropha

Maandag 16 mei 2011

Twee recente onafhankelijke van elkaar gehouden studies aan enkele gezaghebbende Amerikaanse universiteiten hebben aangetoond dat wanneer jatropha wordt gekweekt op land waar bos is gekapt, de CO2 uitstoot meer bedraagt dan wanneer jatropha op kale grond waar nooit bos heeft gestaan, gekweekt wordt.

Het eerste onderzoek werd uitgevoerd aan de Yale Universiteit, faculteit Bosbouw en Milieukunde door onderzoekers onder leiding van professor Robert Bailis. Het onderzoek nam twee jaar in beslag en werd in oktober 2010 gepubliceerd.
De onderzoekers concentreerden zich op de hoogte van de CO2 uitstoot in een bepaald gebied waar jatropha werd gekweekt. Er is ook onderzoek gedaan naar de sociaal-economische impact bij de productie van het gewas.
De studie van de Yale Universiteit werd uitgevoerd in Brazilië. Er werden honderden bedrijven onderzocht waar jatropha werd gekweekt. De boerderijen varieerden in grootte van 10 ha tot duizenden ha.

De analyse geeft een vergelijking van de life-cycle GHG emissie van synthetische paraffine kerosine geproduceerd als vliegtuigbrandstof uit jatropha en conventionele vliegtuigbrandstof.
De life-cycle GHG emissie is de broeikasgasemissie gedurende alle facetten die bij de kweek van jatropha om de hoek komen kijken, dus vanaf de allereerste spade die de grond in gaat tot en met de geproduceerde brandstof waarmee het vliegtuig vertrekt.
Professor Bailis en zijn medewerkers vonden dat het type land waarop de jatropha plant groeit een directe relatie met de carbon footprint had in vergelijking met op aardolie gebaseerde vliegtuigbrandstof.
Als jatropha geplant werd op volledig kale grond die nog nooit ergens voor gebruikt was werd de uitstoot van broeikasgassen met 55% tot 60% verminderd. Uitgaande van een opbrengst van 4 ton droge jatropha zaden per hectare resulteerde dit in een CO2 uitstoot van 40 kg per eenheid GigaJoule geproduceerde brandstof, wat een verlaging met 55% ten opzichte van conventionele biobrandstof betekende. Opgemerkt dient te worden dat jatropha niet of nauwelijks op schrale grond groeit. Er moeten om nog enige opbrengst te krijgen grote hoeveelheden water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen toegevoegd worden.
Echter, werd de jatropha geteeld in gebieden die voorheen uit bossen en struiken bestonden nam de broeikasgasemissie sterk toe. Zo nam de CO2 uitstoot met meer dan 50 ton per hectare toe wanneer de grond uit voormalie cerrado woodlands bestond.  Een winst van 10 tot 15 ton koolstof per hectare werd behaald wanneer jatropha op grond werd geteeld die voorheen door herders werd gebruikt.
De totale CO2 emissie varieerde van een dieptepunt van 13 kg CO2 per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie tot 145 kg CO2 uitstoot per hectare per eenheid GigaJoule jatropha olie die geplant was op voormalige cerrado woodlands, wat een stijging van 60% ten opzichte van het referentie scenario betekende.

De tweede studie, waarvan de resultaten op 11 mei 2011 werden gepubliceerd,  werd gemaakt door het Massachusetts Institute of Technology, Department of Aeronautics and Astronautics.
Deze luchtvaartdeskundigen wilden nu wel eens weten wat er van de sprookjes die al jaren over jatropha de ronde doen, waar was.  Principal research engineer, en professor op het  Department of Aeronautics and Astronautics at MIT, James Hillman deed met zijn medewerkers drie jaar lang onzerzoek. Ze kwamen tot dezelfde conclusie als hun collega’s op Yale University: jatropha die op volstrekt kale grond groeit heeft een positieve CO2 balans terwijl hun soortgenoten die groeien op land waar bos en struiken zijn gekapt, heeft een sterk negatieve CO2 balans.
De onderzoekers van het MIT wezen er op dat deze negatieve CO2 balans in de afgelopen vier jaar nooit door de voorstanders van biobrandstoffen naar buiten is gebracht.  De nadruk werd altijd op de positieve CO2 balans gelegd.
Het onderzoek bij het MIT werd gefinancierd door de Federal Aviation Administration (FAA) en het  Air Force Research Lab.

De onderzoeken door Yale en het MIT betroffen land in Midden Amerika en Brazilië, maar zijn herleidbaar naar andere landen op de wereld, waaronder Tanzania.

De situatie rondom BioShape in Tanzania

Het is frappant dat ook bij de activiteiten van BioShape in Tanzania luidkeels werd verkondigd dat de CO2 balans in het voordeel van BioShape uitviel. Het rapport dat onder supervisie van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van BioShape werd gemaakt, spreekt wat dat betreft boekdelen.
Door verschillende internationale organisaties is aangetoond dat BioShape massaal tropisch bos heeft gekapt om de plantages geschikt te maken voor de teelt van jatropha. Bij het kappen van deze bomen en de nabewerking van de grond door zware buldozers zijn grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer terecht gekomen.
Naar schatting van de Forestry and Beekeeping Division van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Toerisme in Tanzania is er bij de kap door BioShape gemiddeld 100 ton CO2 per ha de lucht ingevlogen. Volgens opgave van BioShape is er tot aan het faillissement ongeveer 400 ha plantage plantrijp gemaakt. Dit zou betekenen dat er alleen daar voor al 40.000 ton CO2 is uitgestoten.
Een groot deel van het al dan niet illegaal gekapte tropisch bos is in de vorm van wat men noemt safari meubelen vanuit Kilwa via Arusha naar Nederland vervoerd. Daarbij zijn ook de nodige tonnen CO2 uitgestoten en bovendien zou er tijdens het toekomstige transport van jatropha zaden naar Europa ook de nodige tonnen CO2 worden uitgestoten.
Aangezien BioShape van plan was ruim 80.000 ha vruchtbaar tropisch gebied geschikt te maken voor de productie van jatropha is het niet moeilijk uit te rekenen dat de CO2 uitstoot gigantische vormen zou aannemen.
Er valt vooralsnog niet aan te nemen dat van de nieuwe eigenaren/aandeelhouders van de BioShape activiteiten in Tanzania, waaronder Cor Vaes, een andere werkwijze wordt verwacht.

Ook in Kenia is de situatie alarmerend

In maart van dit jaar verscheen er van de organisaties Niza/ActionAid, de Royal Society for the Protection of Birds en Nature Kenya een rapport waarin stond dat het duurzame jatropha plantje tot zes keer meer CO2 uitstoot veroorzaakt dan fossiele brandstoffen.


Coöperatief Parkmanagement De Ecofactorij

Doelstelling van de Gemeente Apeldoorn bij de oprichting van Het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij was om van de Ecofactorij een duurzaam bedrijvenpark te maken. Binnen deze duurzaamheidsgedachte speelden met name aspecten als energie, water en afval een belangrijke rol. De Coöperatie is opgericht bij notariële akte op 16 mei 2003.
Bij de oprichting van het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij is het uitgangspunt geweest dat de jaarlijkse canonopbrengsten van de leden de primaire kosten van het Parkmanagement moeten dekken. Dit uitgangspunt wordt door het bestuur van de Coöperatie onderschreven. Bij de start is daarbij door de gemeente aan de Coöperatie een bedrag van € 330.000,- verstrekt, o.a. om in de opstartfase de te voorziene exploitatie tekorten af te dekken. Hierbij is het uitgangspunt geweest dat De Ecofactorij omstreeks 2008 volledig gevuld zou zijn.

Op dit moment, november 2009, verkeert de Coöperatie echter in zwaar weer en kan zij haar verplichtingen jegens de Rabobank niet meer voldoen. Een mogelijk faillissement is zeker niet in het belang van de gemeente:

  • De Coöperatie is het boegbeeld van het duurzame karakter van De Ecofactorij. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de windmolens die op de Ecofactorij zijn gepland.
  • Bij de ontwikkeling van de Biezematen wordt een belangrijk uitgangspunt het doorzetten van het parkmanagement vanuit de Ecofactorij
  • De Coöperatie geniet landelijke bekendheid. Regelmatig, gemiddeld één maal per maand, komen andere gemeentelijke organisaties kijken hoe het begrip duurzaamheid is geïmplementeerd op de Ecofactorij via het systeem van Parkmanagement.
  • Doelstellingen op het gebied van een energieneutrale stad zal bij een faillissement van het Parkmanagement verder weg dan ooit zijn en het imago van Apeldoorn als ‘groene’ stad zal een behoorlijke deuk oplopen.

Er is gezocht naar een oplossing voor het financiële probleem zonder de gemeente Apeldoorn hierin te betrekken. Dit is echter zonder resultaat gebleven. Financiers als ING en ABN hebben aangegeven geen geld te willen lenen aan organisaties op het gebied van parkmanagement. Daarbij verkeren de bedrijven die gevestigd zijn op de Ecofactorij bijna allen in zwaar weer. Extra gelden voor het parkmanagement kunnen zij op dit moment niet vrij maken (de heer H. Grolleman heeft al €200.000,- geleend aan het parkmanagement). De gemeente Apeldoorn is het laatste redmiddel.

Uiteindelijk heeft de gemeente Apeldoorn er in november 2009 in toegestemd om € 200.000 aan de Coöperatie in de vorm van een achtergestelde lening met een rente van 8% per jaar ter beschikking te stellen, maar op het laatste moment bedankte de Coöperatie voor het aanbod. Kennelijk had men zelf een oplossing voor de problemen gevonden.
(Bron: Gemeente Apeldoorn)

Interessant is na te gaan hoeveel geld het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij sinds de oprichting in 2003 er doorheen heeft gejaagd.

De gemeente Apeldoorn geeft in mei 2003 een bedrag van € 330.000 dat bedoeld is als startsubsidie.
De Rabobank leent naar schatting € 200.000 onder de voorwaarde dat de heer H. Grolleman er ook € 200.000 privé in zou stoppen. Dat is inderdaad gebeurd, de heer H. Grolleman leent aan de Coöperatie € 200.000.

Al met al een bedrag van bijna € 800.000 dat in een tijdsbestek van bijna 7 jaar aan de Coöperatie wordt geleend of als subsidie werd verstrekt.
Hoe is het mogelijk dat een bedrijf met slechts 1 werknemer er in slaagt om in die betrekkelijk korte tijd zoveel geld te verbranden?
In ieder geval is duidelijk dat er een parkmanager is die slechts 1 dag per week werkt en voor die arbeid het bedrag van € 65.000 per jaar krijgt uitgekeerd. Aan huur betaalt de Coöperatie € 10.000 aan Grolleman Vrieshuis, want op dat adres, Ecofactorij 14, is ook de Coöperatie gevestigd. Aan rentelasten jaagt de Coöperatie er bijna € 100.000 per jaar doorheen terwijl de post onvoorzien ruim € 20.000 per jaar bedraagt en dan reken ik nog niet eens de accountant mee, die onder de jaarrekening van dit eenmansbedrijf met 4 loodzware bestuurders voor € 5000 per jaar z’n handtekening wel wil zetten.

De verrassingen zijn de wereld nog niet uit, want laten we het Bestuur van de Coöperatie eens bekijken:
Behalve de directeur van Grolleman, die in het Bestuur van de Coöperatie als voorzitter fungeert, bestaat het bestuur op 31 decmber 2009 uit onder andere een projectontwikkelaar uit Twello die bovendien zakelijke belangen op de Ecofactorij heeft, een ambtenaar van Economische Zaken van de gemeente Apeldoorn die er kennelijk als controleur is neergezet door de gemeente Apeldoorn en daar komt de verrassing, als secretaris/penningmeester van de Coöperatie fungeert de heer W.L. Hermans, directeur van Fibroned en de laatste paar jaar rechtstreeks betrokken bij diverse faillissementen binnen de BioOne Group B.V. en sinds 31 december 2009 bij de surseance van betaling van zijn bedrijf BioShape Holding B.V.. Een surseance van betaling die hij zelf heeft aangevraag. Inmiddels is de BioShape Holding B.V. op 14 juni 2010 failliet verklaard.

Elders op deze website staat geschreven met welk gemak in deze biomassasector een faillissement of surseance wordt aangevraagd als het eens even tegenzit.
Dit geeft geen hoop op een succesvolle toekomst van bijvoorbeeld Fibroned. Ook de toekomst van het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij hing amper 2 maanden geleden aan een zijden draadje. Met geld van de Apeldoornse burgers moest de Coöperatie op de been gehouden worden. De redactie van Fibronot denkt dat dit slechts uitstel van executie zal zijn en dat het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij binnen 1 of 2 jaar failliet zal zijn.

Het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij is verder nog bestuurder en enig aandeelhouder van een energiemaatschappijtje, ENEA B.V., dat in november 2007 is opgericht, met als vestigingsadres hetzelfde adres als Grolleman Vrieshuis en het Coöperatief Parkmanagement Ecofactorij. De kernactiviteit van ENEA B.V. lijkt de in- en verkoop van elektra te zijn.

De veronderstelling dat dit bedrijfje in de toekomst tevens energie van Fibroned gaat afnemen en doorverkopen lijkt gerechtvaardigd.



De Dakatcha Woodlands in Kenia

Donderdag 12 augustus 2010

Op deze website wordt veel aandacht besteed aan de bedrijvenkring die rondom de heer Hermans van Fibroned aanwezig is. Ook aan de activiteiten van de BioShape Holding B.V. met dochter BioShape Tanzania Ltd. wordt veel aandacht besteed.
Niet alleen in Tanzania wordt landbouwgrond van de eigenaren bij elkaar geschraapt met behulp van fraude en corruptie, ook in Kenia weet een Italiaans bedrijf hoe je met normen en waarden in een gastland moet omgaan….
Dit bedrijf, Kenya Jatropha Energy Ltd, een 100% dochter van het Italiaanse Nuove Iniziative Industriali Srl. wil in de Dakatcha Woodlands in Kenia aan grootschalige jatropha teelt gaan doen.
De Dakatcha Woodlands liggen in de buurt van het plaatsje Marafa, ongeveer 25 tot 50 km vanuit de kust.

Eind mei en begin juni heeft een lid van de redactie van Fibronot.nl een bezoek gebracht aan het district Kilwa. Op weg naar huis heeft hij nog een kort bezoek gebracht aan het plaatsje Kwale in het zuiden van Kenia waar het Wereld Natuur Fonds Oost Afrika een districtskantoor heeft en wat kleine plantages beheert waar onderzoek naar de teelt van jatropha wordt gedaan. Daar werd hem al verteld over de activiteiten van Kenya Jatropha Energy Ltd. en de negatieve gevolgen die dat voor het milieu en de leefomgeving van mens en dier zou hebben. In de Shimba Hills, vlakbij het plaatsje Kwale in heeft Kenya Jatropha Energy Ltd. een kleine plantage.
Maar ook BioShape kreeg van de aanwezige vertegenwoordigers van het WWF East Africa een veeg uit de pan vanwege de schade die het bedrijf in het district Kilwa in Tanzania heeft aangericht met de illegale kap van bomen en de aanleg van plantages in de nabijheid van beschermde natuurgebieden. En dan hebben we het nog niet eens over het harde oordeel van het WWF East Africa dat BioShape in Tanzania schuldig wordt geacht aan het op illegale wijze in bezit krijgen van Village Land, een ernstig tekort aan eerste levensbehoeften en medische zorg en het gebrek aan een stukje eigen land waarop de bewoners hun groenten kunnen verbouwen. Nu verbouwen sommige inwoners hun groenten ‘illegaal’ op een stukje plantage van BioShape, verscholen achter wat armetierige jatropha struiken en bergen onkruid. Volgens het WWF East Africa zijn de bewoners bereid deze stukjes grond desnoods met geweld te verdedigen.

Het Wereld Natuur Fonds Oost Afrika heeft samen met het Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit (GTZ) eind 2009 een onderzoek naar de gevolgen van de teelt van jatropa in Kenia en Tanzania gedaan. Het onderzoek is hier te downloaden.

De Italiaanse eigenaar van Kenya Jatropha Energy Ltd., Luciano Orlandi, wil meer dan 50.000 ha met jatropha beplanten en daarmee ongeveer 150,000 ton biodiesel voor een grote Zweedse klant, IKEA, produceren. Deze meneer denkt alleen nog maar in honderden miljoenen Euro’s omzet en denkt dat voor geld alles te koop is, maar zal een harde landing maken. Het ziet er naar uit dat zijn avonturen in Kenia zijn ondergang worden, net zoals de plannen van BioShape in Tanzania de ondergang voor dit bedrijf werden.
Op Bloomberg stond op 4 augustus 2010 een uitgebreid verhaal over deze maffia praktijken.
Voor het geval dat het artikel niet meer te vinden is, staat hier een PDF file van het artikel.

Luciano Orlandi
De eigenaar van Kenya Jatropha Energy Ltd.,
Luciano Orlandi, naast zijn jatropha struiken
in de Shimba Hills, Kenia

De natuurorganisaties in Kenia staan echter op hun achterste benen vanwege de aantasting van grote natuurgebieden waar zeldzame vogels leven die nergens anders op de wereld meer voor komen. Ook voor de lokale bevolking wordt de grootschalige aanleg van jatropha plantages een aantasting van hun huidige levenssfeer, naar schatting 20.000 inwoners zullen moeten verhuizen. Landbouwgrond wordt opgeofferd waardoor de bevolking inkomsten mis gaat lopen. Het verlies aan inkomsten wordt niet gecompenseerd door bij Kenya Jatropha Energy Ltd. te gaan werken. De schamele paar Dollars die de werknemers per dag verdienen zijn bij lange na niet voldoende om in de dagelijkse eerste levensbehoeften te voorzien.

Net zoals BioShape in Tanzania enkele jaren geleden is begonnen, is Kenya Jatropha Energy Ltd. in maart 2010 gestart met het klandestien kappen van grote stukken tropisch bosgebied. Er was geen kapvergunning, er was geen EIA gemaakt, kortom, met behulp van het omkopen van de lokale politici had het bedrijf het voor elkaar gekregen dat er geen haan naar de illegale activiteiten kraaide.
Kenya Jatropha Energy Ltd. leek een BioShape Tanzania Ltd. en BioShape Benefits Foundation in één…

Onderstaande foto illustreert haarfijn het illegale werk. Kenya Jatropha Energy Ltd. had de bevolking van Marafa verzekert dat het bedrijf alleen maar een toegangsweg van enkele meters breed naar een open stuk bos zou maken. In goed vertrouwen lieten de bewoners het bedrijf z’n gang gaan, maar bij een bezoek van enkele bewoners na een paar dagen aan het betreffende stuk bos bleek dat Kenya Jatropha Energy Ltd. in maart 2010 een stuk tropisch bos van ongeveer 10 ha met bulldozers illegaal had platgelegd.

Illegale boskap
Stuk illegaal gekapt bos bij Marafa in Kenia, met één van de bulldozers
volop bezig met de vernietiging van een zeer speciale habitat

Hoe ging Kenya Jatropha Energy Ltd. te werk?

De lokale bevolking werd op verschillende bijeenkomsten over de plannen ingelicht. De natuurbeschermingsorganisaties waren daar in alle gevallen ook bij aanwezig, dus ook op 19 mei in het dorpje Malindi waar KJE Ltd. al een kleine jatropha plantage heeft. Opvallend was dat onder de circa 1000 aanwezigen op deze publieke hoorzitting die door de Districts Commissaris was bijeengeroepen, zich een grote groep vrouwen bevond die verbaal nogal tekeer gingen en een voorstander bleken te zijn van de jatropha plantages in het gebied. Nader onderzoek van de natuurbeschermingsorganisaties leerde dat circa 350 vrouwen per bus uit andere streken waren aangevoerd en bovendien betaald waren om voor de aanleg van plantages te stemmen.

Malindi public hearing
Enkele toeschouwers op de publieke hoorzitting in Malindi

Er was vooraf beloofd dat iedereen zijn zegje mocht doen. In de praktijk betekende dat tien voorstanders van het project ieder 5 minuten kregen om te spreken, evenals tien tegenstanders.

Zetbaas Ivan
De grote baas, mister Ivan, met zijn privé tolk spreekt de aanwezigen toe

De eerste spreker was de Italiaanse projectontwikkelaar de heer Ivan die Kenya Jatropha Energy Ltd. vertegenwoordigde. Hij gaf een zeer onverwachte en ongestructureerde presentatie en bijna niemand leek geïnteresseerd in wat hij zei. Het belangrijkste punt dat de heer Ivan vertelde dat op de dag dat zijn project zou beginnen hij onmiddellijk 150 mensen in dienst zou nemen en dat het er over drie jaar ruim 1500 zouden zijn.
Hij gaf het klassieke voorbeeld hoe goed jatropha zou zijn omdat was gebleken dat het onder zeer marginale en droge omstandigheden zou groeien – en het dus perfect was voor de Dakatcha Woodlands. Hij vertelde dat de Dakatcha Woodlands toch maar een verlaten gebied was en dat zijn bedrijf het wel even zou gaan ontwikkelen.
Naar aanleiding van zijn armetierige betoog werden een paar aanwezigen nerveus. Zij vroegen hem waar nu precies zijn plantages ontwikkeld zouden worden en of ze toevallig niet in hun directe leefgebied zouden komen.
De heer Ivan haalde daarop een met sellotape bij elkaar gehouden kaartje uit zijn broekzak tevoorschijn waarop wat lijnen waren getrokken. Dit kaartje werd wat plat gewreven en op een stoel gelegd zodat de aanwezigen het konden bekijken. Nu moet de eerste dorpsbewoner die inzicht heeft in geografische gebiedsbepaling met de bijbehorende grensaanwijzingen nog geboren worden, dus het was niet vreemd dat slechts één van de natuurbeschermers het kaartje wel wilde zien. Hij werd echter ruw opzij gezet door enkele aanwezige bewakers omdat de Districts Commissaris en zijn gevolg het kaartje wilden zien.

Het voltallige bestuur van het dorpje Malindi was ook in vol ornaat aanwezig, evenals een tent vol districts bestuurders. Opvallend was dat 4 van deze mensen ieder 40 minuten mochten spreken en dat interrupperen niet toegestaan was .
Pas aan het slot kregen de natuurbeschermingsorganisaties het woord. De aanwezige lokale politici vielen deze laatste sprekers vrijwel continue in de rede waardoor de zes aanwezige natuurbeschermers totaal maar zes minuten de gelegenheid hebben gehad om hun mening over dit jatropha project te geven.
De districts politici zeiden niets, behalve dan dat ze de zes sprekers verschillende keren geprobeerd hebben te laten stoppen met spreken omdat hun tijd voorbij was. Een grotere corrupte bende bij elkaar was nauwelijks denkbaar.

Hoe gaat de Kenya Jatropha Energy Ltd. verder te werk?

Begin juli 2010, ruim anderhalve maand na de bijeenkomst in Malindi, was er nog steeds geen verslag van deze publieke hoorzitting verschenen, alhoewel door de Districts Commissaris was beloofd dat het op z’n hoogst twee weken zou duren voordat het verslag af was.
De manager van Nature Kenya, één van de grootste natuurbeschermings organisaties in Kenia, vond het tijd om maar eens in het gebied te gaan kijken. Samen met twee Kenya Wildlife Service Rangers, een reporter en een cameraman toog men op donderdag 1 juli 2010 naar het gebied. Eén dag voor het bezoek werd netjes de Districts Commissaris op de hoogte gesteld van het voorgenomen bezoek.
Bij aankomst op de in aanbouw zijn de plantage werd naar de manager gevraagd om hem te interviewen. In plaats daarvan werden ze opgewacht door een menigte van meer dan 30 mensen die bewapend waren met knuppels, kapmessen en stenen en die hen aanvielen waarbij de autoruiten het moesten ontgelden en twee mensen die toevallig in de buurt stonden zwaar gewond werden door rondvliegende stenen. Deze aanval was blijkbaar voorbereid door de Provinciale Administratie. Het is bijzonder verontrustend dat de lokale overheid deze benadering kiest om een project te ondersteunen waarvan duidelijk is aangetoond dat er weinig hoop op succes is en in plaats daarvan een zeer negatieve impact op de omgeving en de inwoners zal hebben.

De directeur van Nature Kenya, Paul Matiku, schreef afgelopen week een uitvoerig verslag over deze aanval. Om bij de vertaling geen details verloren te laten gaan volgt hier zijn verslag in het Engels:

“I write to inform you that following our aggressive campaigns against the setting a side of 50,000 ha for Kenya Jatropha Energy LTD to plant Jatropha in Dakatcha Woodland IBA, there are unpleasant developments.

Nature Kenya staff, KTN reporter and KWS rangers in a Nature Kenya car were attacked on Thursday 1st July by armed people from the community supporting the jatropha project mobilized by the area provincial administration. The bad news is as follows:

   1. A KTN reporter wanted to cover the issue in Dakatcha so Mr Francis Kagema, Nature Kenya Conservation Programme Officer, requested security from KWS and in a Nature Kenya car they left Malindi to go to Dakatcha Woodland. Their going was not a secret, so people in Dakatcha knew they were going.
2. On the way within Marafa Division where Dakatcha woodland is found, they met a group of local people armed with pangas, clubs and stones. They charged to attack them but the KWS rangers cocked their guns and the crowd receded. They stoned the car and also injured two local people who were passing by the scene and who are known to oppose the project. They escaped unharmed except the damage to the car that could still be driven.
3. The Margarini District District Commissioner (DC) called OCPD (Officer in Charge of Police Division) Malindi and ordered the arrest of Mr Kagema and the Nature Kenya car. On their way they met the OCPD security team who stopped them – all they wanted was Mr Kagema who they said was wanted by the OCPD. Kagema said he also wanted the OCPD. They both drove to the OCPD in Malindi.
4. At the OCPDs office in Malindi, Mr Kagema was joined by Kenya Wildlife Service and other staff who together with the rangers totalled five and who then explained to the OCPD the background behind the attack. The two injured community members and the KTN reporter were also there. They recorded their statements with the OCPD and the OCPD did not see any reason to arrest Nature Kenya staff nor the car.
5. Later the scared DC, who did not know that there was a KTN reporter in the car, called repeatedly pleading with the reporter not to cover the incidence.
6. No arrests have been made.

Background to the attack:

   1. During the public hearing of the EIA, Area Councilors were heard talking publicly in the meeting chaired by the DC saying that Nature Kenya and any people opposed to the project should be killed.
2. The councilors have also been heard saying that if Nature Kenya continues to oppose the project, they will evict Nature Kenya from the division.
3. The County Council of Malindi has tried to stop Nature Kenya conservation activities in the area but a meeting before the conference we held last week on Monday had allowed some activities to take place especially if Nature Kenya agreed to setting a side of 32,000 ha to be allocated to the county council for jatropha growing.
4. The press conference and the wide media coverage was badly received by the County Council, the Councelors and the Provincial Administration who have allowed illegal destruction of the Dakatcha Woodland to start ahead of the EIA approval process. Nature Kenya strongly objects to the EIA and the project and that stand remains.”

De directeur van Nature Kenya, Paul Matiku heeft daarna met Dr. Mwinzi, de Directeur Generaal van de National Environment Management Authority (NEMA) gesproken die beloofde dat de EIA niet zal worden goedgekeurd. De DG van de NEMA vertelde ook dat hij met zijn staf zou spreken en hen erop zou wijzen dat Kenya Jatropha Energy Ltd. zonder vergunningen en zonder het MER proces te hebben doorlopen, bossen illegaal kapt en er jatropha struiken had gepoot.
Het is te hopen dat de NEMA er dit keer de tanden laat zien en er echt iets aan gaat doen.

Echter, eind juli 2010 bleek dat het illegaal kappen van tropisch bos gewoon doorgaat en dat er een nieuwe aanvraag van Kenya Jatropha Energy Ltd. bij de Districts Commissaris is ingediend om de eerder aangevraagde 50.000 ha te verminderen naar 30.000 ha. Het bedrijf hoopte op die manier de natuurbeschermers tevreden te stellen door 20.000 ha tropisch bos niet te kappen. Kenya Jatropha Energy Ltd. gaat onverminderd verder met het inhuren van nieuwe werknemers die op de plantages moeten werken ondanks dat de NEMA nog geen vergunningen heeft verstrekt of dat er een MER is goedgekeurd:

Inmiddels heeft de hele kwestie ook de aandacht van de President van Kenia getrokken nadat er op de televisie een uitzending was geweest die over het bezoek van de natuurbeschermers aan de plantage op 1 juli ging .
De President heeft na de uitzending de Nationale Inlichtingen Dienst gevraagd een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken rondom Kenya Jatropha Energy Ltd. en aan hem zo spoedig mogelijk een verslag uit te brengen.
Het is goed dat er zich nu iemand met deze zaak bemoeit die niet uit de lokale corrupte kringen voortkomt en geen persoonlijke belangen in deze zaak heeft. Het geeft ook aan dat wat media aandacht wonderen kan doen.

De MER is door de NEMA verworpen

Op 2 augustus 2010 maakte Nature Kenya, bij monde van de directeur Paul Matiku, bekend dat de National Environment Management Authority (NEMA) de MER aanvraag van Kenya Jatropha Energy Ltd. voor de aanleg van een jatropha plantage in de Dakatcha Woodlands heeft afgewezen. Kennelijk maakte wat Presidentieel kietelwerk de NEMA nerveus. Volgens wettelijk voorschrift moet de EIA door de NEMA openbaar worden gemaakt. De NEMA heeft dit tot dusverre altijd geweigerd maar nadat er aan deze jatropha zaak via de media uitvoerig aandacht aan was besteed, veranderde de NEMA van gedachte en bracht het de EIA in de openbaarheid.
De NEMA nam haar beslissing om de EIA te verwerpen op grond van het feit dat Kenya Jatropha Energy Ltd. bezig was om op de plantage in de Dakatcha Woodlands loodsen te bouwen waarvoor geen vergunning was verstrekt, dat Kenya Jatropha Energy Ltd. nog steeds bezig was nieuwe werknemers in dienst te nemen, dat het gewas niet uitvoerig getest was en dat het project nooit kon worden uitgevoerd op de in de EIA beschreven voorgestelde schaalgrootte.
Ook in de internationale pers is uitgebreid aandacht besteed aan het vernietigen van de EIA. Een grote internationale vogelbeschermings organisatie, BirdLife International, schreef op 11 augustus 2010 het volgende artikel op hun website.

De laatste informatie uit het gebied is dat op vrijdag 6 augustus 2010 een onderdeel van het Nationale Keniaanse leger een aantal werknemers van Kenya Jatropha Energy Ltd. die op weg waren naar de plantage, heeft tegengehouden en teruggestuurd. Er was die dag niemand van het management te zien. Er is sinds 6 augustus 2010 niet meer op de plantage gewerkt. Met spanning kijken waarnemers van verschillende natuurbeschermings organisaties uit naar de nieuwe werkweek. Naar verwachting zullen werknemers en het management een gevangenisstraf riskeren als ze toch proberen de plantage te bereiken.
Kortom, het einde van Kenya Jatropha Energt Ltd. lijkt in zicht en zullen investeerders in Italië zich wel twee keer bedenken alvorens ze hun Euro’s in een zinloos avontuur stoppen.

De overheid in Tanzania kan een voorbeeld nemen aan het noordelijke buurland dat dit soort praktijken van biobrandstof bedrijven niet pikt. Zodra in Tanzania in de laatste week van augustus een rapport openbaar wordt gemaakt over de fraude en corruptie van BioShape bij het in eigendom krijgen van Village Land, verwacht de redactie van Fibronot.nl dat ook de overheid in Tanzania niet meer om de illegale praktijken van BioShape heen kan en gepaste maatregelen zal nemen.